Gratis logeren? Vraag het Pidgey … (2/2)

Lees hier deel 1.

De rest van de middag wachten we op een telefoontje van de duivenvereniging. Maar dat blijft uit. Ik heb nog wat tijd over dus loop naar het park om verse klaver, grasjes en paardenbloemblad voor Pidgey te plukken. Ter afwisseling van zijn gekiemde zaadjes, geweekte brokken en geplette Nutriberries. Als ik terugkom, waggelt hij achter me aan naar zijn verblijfplaats. Hij duikt meteen in het doosje met verse grasjes en scharrelt het hele boeltje door. Ik sta erbij en kijk ernaar, half trots, half vertederd. Wie had gedacht dat ik in drie dagen tijd een band met een duif zou krijgen.

Maar uiteindelijk moeten wij er ook vandoor. We hebben meer te doen dan zorgen voor een gevederde logé. Ik voorzie hem nog één keer van vers water, zet alles netjes klaar en sluit de boel af. Pidgey buiten, Draak binnen. De balans in huis tijdelijk herstelt.

Wanneer we na een paar uur terugkomen, weet ik eigenlijk al hoe laat het is. Toch loop ik voorzichtig naar de achterdeur alsof ik het resultaat kan beïnvloeden door zachtjes te lopen. Maar de stilte zegt genoeg. De vogel is gevlogen. Ik loop niet één maar twee rondjes door de tuin. Kijk achter elke steen, stoel en tafel. Ik werp zelfs een blik over het hek bij de buren om zeker te weten dat hij niet ergens ligt. Maar Pidgey is echt weg.

Ik ben blij voor hem. Blij dat hij zich sterk genoeg voelt om zijn vlucht van tig kilometer terug naar huis te hervatten. Tegelijkertijd mis ik hem. Hij was een dankbare gast. Maakte geen herrie. Was blij om ons te zien. En hij gaf me drie dagen lang een soort onverwachte rust in de chaos van het dagelijks leven.

Samen met vriendlief ruim ik het nachthok op. Het zeil wordt netjes opgevouwen. Zijn zitstok professioneel uit elkaar gehaald. De voerbakjes grondig gewassen. De vloer afgespoten en geveegd. Draak, die eindelijk weer mee naar buiten mag, inspecteert alles alsof hij wil controleren of de duif écht weg is.

Net wanneer ik denk dat het verhaal klaar is, hoor ik gefladder en een plof op het dak. Ik kijk omhoog en daar zit hij. Mijn gevederde vriend. Ik roep vriendlief dat Pidgey helemaal niet weg is, maar waarschijnlijk een testrondje heeft gemaakt.

Hij vliegt van het dak, maakt een rondje door de tuin en landt aan mijn voeten. Draak is inmiddels in alle staten. “Weer delen? Met die houtduif? Echt niet!”. Pidgey scharrelt nog wat rond en blijft staan op de plek waar zijn verblijf heeft gestaan. Alleen wat zaadjes en kruimels liggen er nog. Hij kijkt mij aan en ineens weten we het allebei, het is nu echt tijd om verder te gaan.

Aangemoedigd door Draak en mij vliegt hij naar de schutting. Hij kijkt nog één keer achterom, alsof hij ons bedankt. Dan spreidt hij zijn vleugels.

Misschien is dat het mooie van dit soort onverwachte ontmoetingen: ze komen zonder waarschuwing, ze blijven precies zolang als nodig is, en ze laten iets achter dat je niet kunt vasthouden maar wel kunt voelen. En ergens hoop ik dat hij, waar hij nu ook zit, nog even aan ons denkt. Aan zijn tijdelijke thuis. Aan zijn staycation.

Dag grijze vriend.

Gratis logeren? Vraag het Pidgey…

Blog 1 van 2.

Vriendlief stuurt me een foto en filmpje van een duif. Niet zomaar een duif, maar eentje die vindt dat onze achterdeur een soort VIP-ingang is. Want even later staat ie doodleuk in de woonkamer alsof ie een reservering bij ons heeft. Nadat hem de toegang is ontzegt dartelt ie voor de deur heen en weer. Vriendlief voorziet hem van wat water en voer. Wanneer ik thuiskom staat er in de tuin een compleet bouwproject. Schotten, planken, schragen… Ik vraag hem nieuwsgierig wat ie aan het maken is. Blijkt dus het nachthok van onze nieuwe gast te zijn.

Pidgey, zijn nieuwe naam, zit er al parmantig in. Midden in de ruimte bevind zich zijn troon. Een zitstok speciaal door vriendlief voor hem gemaakt. Maar dat gaat Pidgey net te ver. Hij staat ervoor met water links en voer rechts. Het voer komt van Groene Draak, die daar verrassend weinig moeite mee heeft: “Geef hem al mijn vieze brokken maar. Hoe sneller die drie kilo op zijn, hoe beter. Zolang ie maar van mijn banaan afblijft.” Dus krijgt Pidgey geplette Nutriberries, pallets, gewelde zaadjes, groente en rijst. Een soort all-inclusieve buffet. Hij lust vast niet alles maar maakt er net als in sommige hotels wel net zo’n klere benden van.

Ik verwacht dat hij na wat te eten en een uurtje knorren weer wegvliegt. Maar nee hoor. Meneer staat ’s avonds voor de hordeur met de vraag of hij ook binnen mag. Ik kom niet meer bij. Dit is een duif met humor. Gezien onze groene draak lijkt me dat geen strak plan. Na wat scharrelen kruipt hij weer in zijn hok, waar vriendlief hem liefdevol toedekt tegen katten en ander gespuis. De volgende ochtend bevrijden we hem.

Ik werk thuis en ga na een paar uur kijken, in de veronderstelling dat hij nu wel gevlogen is. Maar nee. Hij ligt prinsheerlijk in het zonnetje voor zijn verblijf, alsof hij een wellnessarrangement heeft geboekt en wacht op de masseuse. Ik ververs zijn water en voer, terwijl Groene Draak me aankijkt alsof ik een illegale onderhuurder huisvest. 

Pidgey vindt alles prima. Hij loopt bijna met me mee naar binnen om te checken wat ik voor hem klaarzet. Maar bedenkt zich en blijft netjes bij de drempel wachten. Hij scharrelt, eet, dut, herhaalt. Zijn pootring kan ik maar half lezen, maar zijn tamheid zegt genoeg: dit is geen wilde ziel, dit is een huismus in duivenlichaam. Onze tuin voelt voor hem blijkbaar als een prima oplaadpunt. Maar snelladen is er niet bij.

’s Avonds wordt hij weer toegedekt. ’s Ochtends weer bevrijd. Hij leeft op, scharrelt vrolijk rond en besluit dat mijn lunchpauze ook zijn sociale moment is. Terwijl ik in het zonnetje zit, vliegt hij ineens op mijn schoot. Ik grijp mijn kans en lees eindelijk zijn ring. We zoeken online en komen bij een vereniging uit… Na wat speurwerk vinden we een telefoonnummer. We krijgen te horen dat zijn eigenaar, het oudste lid, een paar weken geleden is overleden. Al zijn duiven zijn overgenomen door iemand anders. Grote kans dat Pidgeys GPS nog verkeerd staat afgesteld. 

De vereniging gaat voor ons opzoek naar de nieuwe eigenaar. En ondertussen zit Pidgey hier nog steeds. Alsof hij precies weet dat hij even nergens anders hoeft te zijn behalve in onze achtertuin, met gratis buffet en een dagelijks avond-toedek-ritueel van vriendlief.

Wordt vervolgt…

Uit logeren…

Zoonlief werd vriendelijk gevraagd een week bij z’n ma door te brengen. Zodat wij ongegeneerd zijn kamer konden inpikken. “Jullie houden het wel schoon hé!?” Riep hij nog even quasi nonchalant voor hij vertrok. Hihi, schoon?? Het is er al jaar en dag een varkensstal. Dus voor ik mijn spullen verkas ga ik eerst maar eens grondig te werk. Al die tijd geen Corona opgelopen maar zou zomaar een stofallergie kunnen ontwikkelen na één nacht op die kamer. 

De reden van ons verkassen is een kleine verbouwing van onze eigen slaapkamer. Vorige week zijn alle meubels inclusief ons bed opgehaald zodat we dit weekend de boel konden witten en verven. Dankzij het klussen in het huis van zus weet ik dat we dit ook prima zelf kunnen. Volgende week komt ons nieuwe bed en dan is al het kliederwerk alvast achter de rug. 

Nou en daar lig je dan. In je eigen huis maar in een andere kamer en in een ander bed… Het voelt een beetje als een logeerpartij. Ik neem andere geluiden waar, ruik andere geuren. De topnoot is de schoonmaakgeur van zojuist met accenten van wasverzachter en een vleugje parfum van zoonlief.

De kamer is op zolder en heeft een schuin dak. Het regent onophoudelijk. Heerlijk geluid, net als vroeger bij mn moeder. Ik ben het geluid ontwend en het duurt daarom ook even voor ik mij kan laten meevoeren in het hypnotiserende ritme. Wel ben ik blij met het raam dat open staat. Heerlijk die koele lucht langs mijn gezicht terwijl de rest van mijn lichaam warm is ingepakt in mijn schapenwollen dekbed. Op onze kamer hebben we alleen een deur naar het “dakterras” dat wil vriendlief ’s nachts niet open want inbrekers…

Vriendlief komt pas veel later naar boven. Ik ben nog wakker en zie hem laveren tussen alle spullen op de grond en het kleine stukje tussen bed en muur dat ik vrij heb weten te krijgen. We missen 40 cm aan matras. Dat merk ik halverwege de nacht het meest wanneer vriendlief zich omdraait en daarbij eerst het kussen vol in mijn gezicht mept. Gevolgd door armen en benen die mij naar het randje van de afgrond duwen. In tegenstelling tot mij heeft hij er totaal geen moeite mee om te slapen in een ander bed of kamer. Ik duw hem voorzichtig terug en ben blij dat 1 vd 2 in ieder geval een goede nachtrust heeft. 

Inmiddels weet ik ook: haastige spoed is zelden goed. Ook al moet ik nog zo nodig plassen. Midden in de nacht de trap af betekend rustig aan!! Een aantal keer kwam de grond iets te snel te dichtbij. Note to self: gebruik de trapleuning waar deze voor bedoeld is. Niet als reddingslijn om naar te graaien wanneer je per abuis een traptree overslaat. 

Ach, ik klaag hier nu wel, maar je snapt dat het heel fijn is dat we een kamer met bed “over” hebben. Het had uiteraard ook anders gekund. Een week lang in de woonkamer op een luchtbed bivakkeren bijvoorbeeld. Dan was het niet uit logeren maar kamperen. Zonder marshmallows en kampvuur weliswaar. Dus zo slecht heb ik het nu ook weer niet. Wel ben ik heel blij als deze week achter de rug is en de verfspullen opgeruimd kunnen worden. Project “slaapkamer” is bijna af.