What SUP II…

Inmiddels heb ik een aantal keer geSUPt. Het wiebelige gevoel is al minder en ik weet hoe ik mijn bochten moet maken. Tijd voor mijn aller eerste echte tour dus! Ik plan dit in op Hemelvaartsdag want vrij en, lucky me, het blijkt ook nog eens zalig weer om op het water te zijn. Helaas is driekwart van de Nederlandse bevolking ook vrij en die besluiten massaal het zelfde te doen. Om de drukte een beetje voor te zijn vertrek ik wat vroeger op de dag. Het Waaltje is mijn bestemming. Bij aankomst is er nog precies 1 parkeerplek vrij. De rest wordt in beslag genomen door auto’s en busjes van een grote groep zwemmers. Het zijn er zoveel dat ik bijna aan een wedstrijd denk. 

Het grote grasveld aan het water is nagenoeg leeg (later op de dag is het zo vol dat de politie de boel ontruimt en afsluit). Ruimte zat om mijn spullen uit te stallen en de boel op te pompen. Ik trek geen wetsuit aan, het is immers bloedheet en ik ga mijn best doen niet te vallen. Vriendlief is toch wel nieuwsgierig naar mijn nieuwe bezigheden op het water en besluit polshoogte te komen nemen. Samen lopen we naar het water waar hij nog wat foto’s maakt voor ik afscheid van hem neem. Ik peddel om wat zwemmers heen, zwaai nog een keer achterom en ga voorzichtig staan op het board. 

Het juiste gevoel krijgen lukt steeds sneller. Een tweetal boten halen mij in en laten de golfslag voor mij achter. Ik blijf staan! So far, so good! Bij de brug, waar ik onderdoor moet zie ik vriendlief weer staan. Er volgt nog een kodak fotomoment maar dan moet ik echt bukken. De tunnel die volgt geeft een soort Vliegende-Hollander-Efteling-effect. Wanneer ik er onder door ben waan ik mij in een compleet andere wereld. Niet van de sprookjes overigens, wel van de watersporters. Ik zie bootjes, kano’s, zwemmers en suppers!

Als ik deze route helemaal tot het einde zou paddelen heb ik 7 km enkele reis achter de rug. Dat is voor nu te veel want ik moet ook nog terug. Dus ik paddel tot aan de molen, die verder stond dan gedacht, en terug wat neer komt op 7 km retour. Onderweg kom ik nog meer suppers tegen. Maak ik een praatje met een visser en er wordt mij door twee bouwvakkers een lunchplek aangeboden bij een bouwkavel. Inmiddels is de molen ook in zicht. Helaas is het op dit stuk heel druk met pleziervaart dus ik besluit te keren en het tempo op te schroeven. Na enige tijd beginnen mijn spieren te verzuren dus las ik een korte pauze in. 

Terwijl ik bijkom laat ik mij meevoeren door de stroming. Het water is hier echt super helder. Ik zie de waterplanten en hier en daar een vis. Ook vergaap ik mij aan de grote huizen die langs het water staan. Als de bocht in zicht komt ga ik weer staan en paddel terug naar de tunnel. Dan is het nog een kleine 500 meter voor ik bij mijn opstappunt terug ben. Ik ben bijna twee uur onderweg geweest. Dat voel ik ook wel aan mijn lichaam.

Terwijl de jeugd zich een stukje verder vermaakt op en in het water blijf ik nog even liggen op mijn board. Even bij komen van deze complete workout waar ik overigens intens van heb genoten.

Moai subboard

What SUP…

Hij stond al even op mijn verlanglijst. Het is er echter niet eerder van gekomen dan begin mei. Eerst werd het winter met smerig vies weer. Vervolgens kwam corona de hoek om janken. Weg vrijheid!! Gelukkig werden de teugels na een paar weken iets gevierd en dat vierde ik door mijn eigen (inflatable) SUP aan te schaffen. Eindelijk!!

Eerst werd ik uitgelachen door Vriendlief. Staand paddelen? Daar is toch geen hol aan! Dat is direct het grote verschil tussen ons. Ik vind het heerlijk om neurotisch actief bezig te zijn. Terwijl hij het liefst een versnelling terug neemt. Toegegeven, dat kan ook fijn zijn. Maar niet te lang. Anders blijf ik in die lethargische modus hangen. Wij gaan ook wel eens samen kanoën en dan hoor ik geregeld: “doe eens rustig!” Of “paddel niet zo snel!” Terwijl ik denk: Schneller, Schneller!!

Ik wilde dus al enige tijd mijn waterhobby uitbreiden met iets actiefs. En nu ligt het hele gevaarte midden in mijn woonkamer. In de doos leek hij niet zo groot. Maar eenmaal “opgeblazen” is de plank 3.20 meter lang. Oh boy, als dat maar goed gaat komen. Het duurt ook nog eens drie dagen voor ik hem kan uittesten op het water. Gelukkig is het precies die dag super zonnig en goed weer. 

We varen uit met Merlin en gaan op zoek naar een testspot. Het is dan wel 26 graden, er staat wel een redelijke wind en het water is ook niet al te rustig. Omdat het weekend en lekker weer is, is het ook drukker op het water dan anders. Grote boten, sloepjes, motorboten en zelfs zeilbootjes passeren ons en wij hen. Als het hier lukt, houd ik mijzelf vol, lukt het overal. Een slim mens boekt eerst een les. Maar ja, corona… 

We vinden een mooie plek en gaan voor anker. Een paar meter verder is een baai met laag water, zandbodem en geen andere boten. De stroom en golfslag is hier ook een heel stuk minder. Uit voorzorg trek ik toch mijn wetsuit en zwemvest maar aan. Er is een reeële kans dat ik te water ga en dat is op dit moment nog niet warmer dan een graad of 17. 

Het oppompen van de SUP duurt een minuut of 8. Hiermee heb ik direct mijn warming-up te pakken. Heel voorzichtig schuif ik van de boot op mijn SUP. Dat voelt op zijn zachtst gezegd wat onwennig. Ik blijf de eerste paar minuten op mijn knieën zitten om het gevoel en evenwicht te vinden. Ik paddel tegen de stroming in richting de baai en pak direct mijn eerste golfjes mee. *Wiebelig*

Dan moet ik gaan staan, wat zowaar direct lukt. Even voelt het alsof ik voor het eerst met mijn snowboard boven aan de rode piste sta en mij afvraag hoe ik in vredesnaam heelhuids beneden moet komen. Ik krijg toch de slag te pakken. Hoe harder ik paddel hoe makkelijker het gaat en hoe stabieler ik sta.

Meer dan een uur ben ik bezig om mijn board te leren kennen. Daarbij heb ik een complete workout achter de rug. Dat merk ik pas als ik kei moe en enigszins trillend terug op de boot klim. Maar ik ben als een kind zo blij!! De spierpijn die ik de volgende dag voel neem ik voor lief. Dat went vanzelf. Ik kan niet wachten om mijn eerste tourtjes te gaan maken… 

Moai supboard in het water.

MOAI SUP 10’6

 

 

A Pirate’s Life for Me…

Er zijn momenten dat ik mij afvraag waar ik nu weer in beland ben. Zo dacht ik vorige zomer een gezellig autoritje te maken. Mee blèren met de radio op standje tien en zwaaien naar andere voorbijgangers. Maar na dat ritje belande ik opeens in een ander vervoersmiddel. Ze noemen het een boot. Nog nooit van zoiets gehoord laat staan dat ik wist wat het was. Nou, nu weet ik het hoor. Het is niks anders dan een grote schommel met zitplek voor meerdere mensen. En sinds ik mee ga dus ook voor vogels. 

Mijn hobby is zonnebloempitten eten, walnoten open breken en de boel slopen. Schommelen kan ik thuis ook. Dus zoals een echte Amazone betaamd maakte ik er een flinke scene van. Vond alles eng en zorgde dat ik overal mijn nagels inzette. Het liefst in haar arm. Ik verloor haar geen moment uit het oog. Ze vertelde mij dat het toch veel gezelliger is als ik mee ga!? Anders zit ik alleen thuis. Op dat moment kon het mij niks schelen. Dan maar alleen thuis. Nog altijd beter dan die zeebenen. Ik zag letterlijk groen en geel na zo’n middag.

Maar… Ik kwam daar toch wat knarsensnavelend op terug. Ik ben nu eenmaal een gezelligheidsdier en vind het leuk om de aandacht te krijgen. Wanneer de mensen niet thuis zijn, is er dus ook geen aandacht. Ze beloofde mij een eigen plek. Niet meer los op de arm. Dus de keren erna besloot ik mij minder paniekerig op te stellen. Mijn eigen plek is een reiskooi met zitstok, speeltjes en voerbak. Ik sta prominent op de tafel en heb zo zicht op alles. Toegegeven, dat is soms wat overweldigend. Maar met tralies om mij heen hoef ik niet bang te zijn dat ik zomaar wordt opgevroten door een stel luidruchtige agressieve zeemeeuwen of per ongelijk in het water val. Zwemmen is nu eenmaal niet mijn ding.

Vroeger, in de tijd van zeerovers en piraten, was een papegaai op een boot heel normaal. Nu heb ik veel bekijks. Daar zal je mij niet over horen klagen hoor. De menselijke beleefdheidsvormen heb ik tot een ware kunst verheven. Zodra we andere boten passeren en dat doen we geregeld, roep ik netjes “hallo” en daarna gil ik nog even: “dag hoor! Tot strakjes!” Als ze geluk hebben zwaai ik ze na. Je moet hun reacties eens zien. Ze vinden het fantastisch.

Ik ben zelfs een aantal keer mee geweest wanneer ze ging wakeboarden. Hoe moest ik nu weten wat ze ging doen?! Nu dus wel. Opeens lag ze in het water. Ik gillen: “straks word je opgevroten door meeuwen, of erger, haaien!” Maar ze had de grootste lol. En opeens stond ze achter de boot op een plank naar mijn te gillen en te zwaaien. Dus ik maar terug gillen en zwaaien, geen idee waarom. Maar ik mis wel vaker het hoe en waarom bij menselijke communicatie. Gekke hobby’s heeft ze hoor!

Dat snelle varen is niet echt mijn ding. Maar dat dobberen in gezelschap van de mens is toch best gezellig. En wanneer we voor anker gaan is dat vaak in een beschutte baai, waar ik de andere vogels kan horen fluiten. Op een veilige manier kan genieten van het buiten zijn en dan alle aandacht die ik krijg als ik op het voordek zit. Yo Ho a Pirate’s life for me ….

 

Papegaai mee op de boot.

 

Voor de liefhebbers: Groene Draak heeft zijn eigen Insta account.

 

 

***

De laatste vaart…

Normaal varen we enkel met prettig weer. En daarmee bedoel ik een zonnetje, windkracht 0 en vooral geen regen. Maar nu de herfst al enige tijd huishoud en nog niet van plan is om te wijken voor de laatste zonnestralen van het jaar, besloten we onze “goedweer-vaar-mentaliteit” even overboord te gooien. Bikkels dat wij zijn, gaan we op onze vrije woensdag toch naar Merlin. In de hoop op wat rustig en vooral droog weer. 

De hele weg er naar toe komt het met bakken uit de hemel. De ruiterwissers maken overuren. Let op mijn woorden zegt Vriendlief. Zodra we aankomen schijnt de zon. En wel ja. Eenmaal op de parkeerplaats, waar de bokken en tonnen al klaar staan voor de boten die de wintermaanden op de kant doorbrengen, is het droog en schijnt de zon. Alsof het zo is afgesproken is er zelfs blauwe lucht zichtbaar. Een klein strookje maar het is er. 

Er is zoveel water gevallen dat het zelfs buiten zijn oevers treed. En de trap naar de steiger? Die staat bijna horizontaal. Zoals altijd doen we eerst een bak koffie. Daarna maken we de boot klaar voor vertrek en varen uit terwijl het zonnetje ons toelacht. Maar we zijn nog geen twee minuten weg of het begint alweer voorzichtig te regenen. Er is geen pleziervaart te bekennen. Wat begrijpelijk is, want echt plezierig is het niet met dit weer. Dat het nu zo rustig is heeft wel zijn voordelen. Eindelijk kunnen we ook eens aanleggen bij een steiger waar het normaal wemelt van de boten.

Dat doen we dan ook. Wanneer Merlin eenmaal vast ligt gaan we eerst eens op verkenningstocht. Er is een wandelpad dat geen idee waar naar toe leidt. De mogelijkheid om echt te ontdekken wat daar nog meer te zien is hebben we niet want daar is de regen weer. We lopen snel terug naar de boot waar we droog en uit de wind zitten. Ik verbeeld mij hoe de regendruppels al vallend pirouettes maakt terwijl het uiteindelijk uit elkaar spat op ons dak. Het maakt zo’n gezellig en knus geluid terwijl wij in de “voortent” van onze drijvende “caravan” zitten en van het uitzicht genieten. 

Er zijn wel geteld twee boten voorbij gekomen in al die tijd dat wij hier liggen. Niet druk op het water dus. Inmiddels is het lunchtijd, gevolgd door koffietijd. Wanneer de zon zich even laat zien is het super warm. We ritsen de “voorruit” los en kunnen zo toch lekke in de zon zitten. Terwijl vriend het er even van neemt pak ik mijn boek en wat lekkers. Zo brengen we de komende paar uur door. Geen hinder van de regen en toch lekker in de zon wanneer deze zich laat zien. 

Als de klok 16.00 uur aangeeft is het welletjes geweest. De wind is ook flink aangewakkerd. Hierdoor is het nog knap lastig om Merlin weer in zijn box te krijgen. Hij is licht en vrij hoog waardoor we een speelbal zijn voor de wind. Maar met een paar keer steken lukt het. Wanneer alle touwen weer zijn vastgemaakt begint het te hozen. We zijn dus net op tijd binnen. Zoals het er nu naar uitziet zou dit wel eens de laatste vaart van het jaar geweest kunnen zijn… 

 

Boot bij aanlegsteiger.

 

 

***

Morgen weer hoor…

Hoewel we ons op het open water bevinden waar snelvaren en watersport is toegestaan is het hier nog niet eerder zo druk met actieve watersporters geweest. De hele dag is het een komen en gaan met speedboten, jetski’s en ribs. Met daarachter een funtube in de vorm van een bank, donut of ander opblaasbaar object. En daarop uiteraard een aantal gillende kids. Ik lig lekker op mijn luchtbed achter de boot. Te dobberen op de golven die de andere boten voor mij produceren. Het is een van de warmste dagen van het jaar. Hier en daar hoor ik voorzichtig dat we mogelijk het warmterecord zullen gaan verbreken. Iets wat later op de dag ook wordt bevestigd. Maar voor mij is het nog steeds prima toeven. De golven geven een ontspannen gevoel waardoor ik waarschijnlijk vanavond in mijn bed nog aan het nadeinen zal zijn.

Het water ligt er super rustig bij. Ondanks de vele boten die voorbij komen. Er is nagenoeg geen golf te zien, terwijl er best wat stroming staat. Het lijkt wel een fluwelen deken die, zover het oog reikt, is uitgespreid over het water. Een super zachte boterachtige emulsie waar je, je zo in zou willen laten vallen. Na wat zonnestralen te hebben opgepikt bind ik mijn wakeboard onder mijn voeten om ook eens door die spiegel te glijden. Het lijkt nog het meest op snowboarden door de verse poedersneeuw. Of schaatsen op ijs waar nog niet eerder iemand is geweest. Het kost mij veel minder spierkracht waardoor het soms lijkt alsof ik zweef naast de boot. Het geeft een waanzinnig kick gevoel.

Dit water leent zich perfect voor wakeboarden of waterskiën. Voor ik het weet ga ik snoeihard. Misschien iets te hard voor mijn doen. Ik stuur in en probeer een sprong over de hekgolf. Yes, ik kom los en zeker een meter dit keer. Ergens, tussen de sprong en de landing gaat mijn bovenlichaam een andere kant op. Ik probeer nog iets te herstellen. Maar dat is ijdele hoop. Ik word loeihard op de even daarvoor genoemde fluwelen deken gesmeten. Zo boterzacht is het water niet hoor!! Ik laat mij niet kennen. Schut het water uit mijn oren en neus en ga voor een nieuwe poging.

Het is geweldig om mij zo te kunnen uitleven. Om steeds iets beter te worden. De vaste lezers weten dat ik al even bezig ben om mijn leercurve op te schroeven. En juist omdat het niet zo snel gaat is iedere stap naar beter een reuze sprong voor mij. Het is zo gaaf om iedere keer iets meer te kunnen en te durven.

Na een wakeboardsessie voelen mijn armen plots een paar cm langer door de kracht die keer op keer op de lijn komt. Mijn benen staan steeds op spanning omdat ik mijzelf in evenwicht moet houden, en mijn board moet sturen over en door de golven. Je zou het niet zeggen maar 15 minuten wakeboarden staat gelijk aan een uur actief in de sportschool. Ik heb een complete work-out achter de rug terwijl het buiten een graad of 37 is. Ik klim trillend terug in de boot. De spanning in mijn lichaam neemt direct af en even voel ik mij een plumpudding. Maar het was het meer dan waard. Morgen weer hoor!!

 

wakeboarden op de maas

 

 

***

Voor de wind …

Even terug naar 2016:

Nederland, waterland. Kilometers lange kust. Prachtige grachten. Met parken omzoomde rivieren. Mooie meren en grote, “woeste” wateren. Voor de liefhebbers is het heerlijk toeven op het water. Mijn vriend is opgegroeid met boten en heeft als kind met zijn vader zelfs een eigen zeilboot gebouwd. Een echte. Niet zo één van Playmobil.

Nu wil mijn vriend, “net als vroeger”, weer een boot. Ik was aanvankelijk niet helemaal overtuigd. Wat weten wij, of in ieder geval ik, nu van boten? Maar aangezien ik een voorliefde heb voor alles wat beweegt en altijd en immer nieuwsgierig ben, wilde ik het wel een kans geven. Omdat je niet overal en met elke boot zomaar mag varen, moest er nog wel iets meer gedaan worden. Dat betekende samen studeren om eerst ons vaarbewijs te gaan halen. Daarmee zou ik in ieder geval een klein beetje het idee hebben nog ergens iets van af te weten…

Vriend bladerde het boek één keer door om het daarna achteloos aan de kant te gooien. Zelf leerde ik mij het apelazarus, maakte aantekeningen, keek filmpjes en kocht een berg proefexamens in. Ik ging er helemaal voor. Varen is leuk en kennis is macht, toch? Was ik vroeger maar zo fanatiek aan de studie gegaan. Echt het zou toch om te gieren zijn wanneer ik straks met mijn eigen boot door het water zou mogen scheuren?!

Het leren begon goed. De stof was tot op een zeker punt eigenlijk heel logisch. Tot ik bij het onderdeel bruggen, sluizen en waterdieptes was aangekomen. Cijfers zijn nu eenmaal niet helemaal mijn ding. Er staat bijvoorbeeld: “H=30, KP=NAP-5, WW NAP+1 en je boot is 22DM boven water. Hoeveel DM speling blablabla…” Dan begint het me te duizelen. De oplossing was om de berekening dan maar te tekenen (hulde aan youtube!). Toen ik eenmaal doorhad hoe ’t werkte, snapte ik alle “wiskundige” abracadabra al beter. Daarna leerde ik dat de rechteroever best aan je linkerhand kan liggen. Dat een roeiboot voorrang heeft op een motorboot. Rechts gaat niet altijd voor links en al helemaal niet wanneer je… Nou ja, in ieder geval zat ik er lekker in.

Ik voelde mij een ware waternerd. Iedere dag, echt íédere dag was ik er mee bezig. Ik kreeg lol in het vergaren van kennis en het werd tijd om het echte examen aan te vragen. Dat was wel een dingetje. Eng. Alsof ik er nog niet klaar voor was, terwijl ik voor bijna ieder proefexamen slaagde. Er waren toch nog steeds een aantal onderdelen die ik niet goed uit elkaar kon houden. Op het moment dat mijn ego even niet keek, gaf ik mijzelf op.

Niemand wist van dit examen. Zelfs vriend niet. Stel je voor dat ik zou zakken… Onder werktijd piepte ik er tussenuit om het examen te maken. Ik was op van de zenuwen. Wat nu als er heel andere vragen gesteld zouden worden? Zoals altijd bleek het mee te vallen. Nadat de examinator mijn werk had nagekeken, kwam ze mij feliciteren. Met maar drie fouten was ik ruimschoots geslaagd én ook nog eens de nerd van de klas. Ik kreeg mijn vaarbewijs direct mee. Bij thuiskomst schoof ik het papiertje met een grote grijns onder de neus van mijn vriend. “Kijk! Nou kan tenminste één van ons twee legaal het water op!”

Nu die boot nog.

 

 

Dit blog verscheen vorige week ook op: “Hoe vrouwen denken!?”

 

***

De eerste dag…

De kofferbak gaat nog maar net dicht als ik de laatste tas in de auto gepropt heb. Er gaat wel heel veel mee. Maar het is dan ook onze eerste dag op het water sinds Merlin deze week weer op zijn vertrouwde plek in de haven ligt. Alles moet bevoorraad worden. Om nog maar niet te spreken over de kleding die meegaat. Het kan alle kanten op wat weer betreft. En hoewel onze drijvende caravan een dak heeft, hebben we het niet graag koud.

Bij aankomst volgt eerst maar eens een flinke schoonmaak. De eenden hebben nogal huisgehouden op de steiger die hierdoor te smerig is om op te lopen. Zodra wij binnen zitten komt er een aalscholver aanvliegen. Hij neemt plaats naast de nep-kraai, die aan het einde van de steiger op wacht staat om gespuis, zoals dit soort vogels, weg te houden. Met zijn houterige verschijning is hij duidelijk niet indrukwekkend genoeg. Misschien moeten we er één neerzetten met een bewegingssensor. De aalscholver heeft net een bad genomen en spreidt zijn vleugels om te drogen in de zon. Het ziet er prachtig uit van zo dichtbij. Onze buren, zowel links als rechts zijn er overigens ook nog niet, of zijn al uit varen. 

Er liggen nog wel meer boten op de kant maar niet zo veel meer als vorig jaar rond deze datum. Na het poetsen volgt zoals gebruikelijk een bak koffie met een koek. Dan kunnen de trossen los. Na vijf maanden niet gevaren te hebben moet ons lichaam weer even wennen aan het deinen op de golven. Het is niet heel erg druk op het water en dat verbaasd mij. Met de paasdagen zou je zeggen dat veel (water)mensen er op uit trekken met de boot. We varen naar de overkant en gooien het anker uit. Lekker even dobberen in de zon. 

Ik ga achter op het dek zitten, uit de wind maar wel volop zon. Wanneer vriendlief mij een bak koffie komt brengen is het eerste wat-is-het-hier-heerlijk-gevoel compleet. Rechts van ons springen drie kids in het water. Het water is echt niet warmer dan 16 graden. Ik voel met mijn grote teen hoe koud dit precies is. Hoewel ik mij voorgenomen had dit jaar meer bikkel te zijn sla ik echt nog even over. Ze houden het aardig lang uit. De zon speelt verstoppertje en na even aanwezig te zijn is ie weer voor een tijdje weg. Als het afkoelt besluiten we terug naar de haven te varen. 

Bij terugkomst worden we begroet door moedereend met negen heel kleine kuikentjes links. De Aalscholver op de volgende steiger. Ruziënde futen (die maken een herrie!) rechts en waterkipjes met kleintjes voor ons. Echt heel schattig al dat kleine volk rond de boot. Ik mag ze van vriendlief niet voeren. Want als ze eenmaal weten waar eten te halen valt krijg je ze, zelfs met 100 nep-kraaien niet meer van je boot. Het blijft dus bij foto’s maken. In de haven is het windstil waardoor we nog zeker een uur of twee blijven luieren voor we besluiten weer naar huis te gaan. Ja, dit was een prima eerste dag op het water. Kom maar door met die zomerse temperaturen!!

 

 

***

De laatste vaart…

We zijn niet de enige die besloten hebben om nog een rondje te gaan varen. Her en der horen we gepraat en gelach. Er klinkt wat gespetter met water maar verder is het stil. In de haven zelf is het redelijk rustig. De eerste boten staan zelfs al op de kant. Het zonnetje is in kracht afgenomen, maar ze doet nog flink haar best om de herfst op afstand te houden. Het water is als een spiegel zo glad. Ideaal voor een heerlijke wakeboardsesh. Maar de thermometer geeft aan dat het water niet warmer is dan 17 graden. Iets te koud voor mij. Vandaag is onze laatste vaart van het jaar en Draak mag gezellig mee.

Onze Belgische buren zijn dit weekend een nachtje overgebleven op de boot. Waarschijnlijk net wakker want ze zien er nogal slaperig uit als we ze ontbijtend op hun boot aantreffen. Aan boord zet ik Draak over van zijn reistas naar zijn bench. Daarin heeft hij meer bewegingsruimte, kan hij zich vasthouden als hij plots “zeepoten” krijgt en kan hij ook nog lekker klimmen en klauteren. We besluiten niet direct weg te gaan maar eerst nog even te genieten van de rust die overal op deze plek lijkt te hangen. Met een bak koffie in de ene hand en een koek in de andere laat ik mijn gezicht verwarmen door de zon. Ik word plots overvallen door een loom en tevreden zondagsgevoel en dat terwijl het zaterdag is.

Draak heeft zijn oog laten vallen op mijn koek en laat merken dat hij ook bij het reisgezelschap hoort. Vanaf dat moment is het gedaan met de rust. Al snel hierna gaan de trossen los en varen we uit. Draak heeft het hoogste woord. Iedere boot die wij zwaaiend passeren wordt door hem begroet met een “HALLO!”. De zeeverkenners zijn ook met een aantal groepen op het water. Er wordt gelachen en gezongen. Als het warmer zou zijn weet ik zeker dat er ook gezwommen zou worden. We varen op ons gemak naar één van de aanlegsteigers midden in het water, die bij goed weer altijd bezet zijn. Al twee keer op rij hebben we geluk. Vorige week was de laatste vrij en vandaag de eerste.

Als de motor zwijgt daalt er weer een diepe rust neer. Het enige dat we horen is het ruisen van de bomen, gekwetter van de vogels en uiteraard onze Draak. We besluiten eerst meer eens lekker in het zonnetje plaats te nemen. Gewoon even helemaal niks. Draak past prima met bench en al achter op het zwemplateau. Vanaf hier kunnen we alles op het water gade slaan. We lunchen rond 13.00 uur. Vriendlief besluit het één en ander nog even te gaan boenen voor de winterstop. Ik schuif Draak, met een stuk fruit in zijn bakkes, in de schaduw en duik zelf met een boek op de bank. De laatste dag maar het voelt als het begin van een vakantie.

Op de terugweg zitten we op het voordek en Draak vind het prachtig. Uiteraard komen we veel later dan gepland, bruiner en uitgewaaid, aan in de haven. Als een tornado gaan we door en over de boot zodat hij redelijk winter-klaar is en slepen zes tassen met spullen terug naar de auto. Ik kan niet anders zeggen, dit was een heerlijke afsluiting van een prachtig vaarseizoen.

 

Papegaai mee op de boot.

 

⚓️⚓️⚓️

Fuck it…

Nu we beide redelijk vlot uit het water komen met ons wakeboard en flink wat meters kunnen maken achter de boot werd het tijd voor wat meer uitdaging. Zoonlief was het met mij eens. In tegenstelling tot hem kost alles mij meer moeite. Het is überhaupt al heel wat dat ik in korte tijd heb leren wakeboarden. Gezien mijn eerdere pogingen, die hier en hier te lezen zijn. En als je ze terug leest: beloof dan niet te lachen!! Ik had de eerste keer al een vooruitziende blik: “Mijn kans om het te proberen komt nog wel!” Ik had gelijk. Vorig jaar lukte het mij, zowaar in één keer, achter onze eigen boot. Sindsdien gaat het wakeboarden, in vergelijking met de eerste paar keer, super goed.

Het leren wakeboarden achter de boot lukte mij dit keer zelfs sneller dan zoonlief, die meer moeite had om uit het water te komen. Maar daar hield mijn leercurve zo’n beetje wel op. Een groot verschil tussen ons is dat ik te voorzichtig ben. Ik denk te veel na bij wat ik doe en ben daarbij te bang om te vallen met de nodige pijntjes tot gevolg. Dus leer ik stapje voor stapje. Bekijk 100 keer de youtube filmpjes. Lees boeken, verslagen en neus rond op forums. Ik zal toch niet de enige zijn die hier tegenaan loop? Zoonlief springt letterlijk in zeven sloten tegelijk. Zoals hij eerder wel eens tegen mij zei: “Ja, van buiten doe ik wel stoer maar eigenlijk vind ik het heel spannend. Maar fuck it! Ik doe het gewoon!!” Hij ziet de gevolgen later wel. Hoe vaak denk je achteraf niet: dat viel reuze mee!! Als ik iets zou willen leren zal ik meer zijn voorbeeld moeten volgen.

Om in de bewoording van zoonlief te blijven: Fuck it, ik doe het gewoon, maakte ik dus kort geleden mijn eerste voorzichtige sprongetjes over de hekgolven van de boot. Met voorzichtig bedoel ik geen wake-to-wake van zes meter maar een mini jump van een paar cm hoog. Van buiten naar binnen, terug naar het midden van de golf. HELL YEAH!! Weet je wat voor een adrenaline boost ik hier van kreeg? Dat ik gewoon heel de nacht heb liggen stuiteren in bed, en niet kon slapen omdat ik zo onwijs trots op mijzelf was dat ik iets gedaan heb waarvan ik nooit had durven dromen dat ik dit zou kunnen!?

Je snapt, het hek is nu van de dam. Wanneer we gaan wakeboarden (wat we in mijn ogen te weinig doen want er zijn jammer genoeg ook nog andere verplichtingen) ben ik alleen nog maar bezig met het uitproberen en maken van sprongetjes. Voor Zoonlief kan het allemaal niet snel genoeg gaan. Na drie sprongen en wat “ollies” is ie alweer bezig met andere trucjes. Inmiddels hebben we beide aan den lijve ondervonden dat water geen genade kent wanneer je er met 30 km/ph op klapt. Wanneer je, je oogballen tegen de achterkant van je schedel aan voelt klappen weet je dat je iets niet goed gedaan hebt.

Er valt nog heel veel te verbeteren en ondanks mijn niet zo snelgroeiende leercurve is er toch een voorzichtige stijgende lijn te zien. Dus inderdaad: FUCK IT, gewoon doen!! Maar dan houd ik het nog wel even bij deze ene sprong, oke?!

 

 

 

 

***

Werk aan de winkel…

Hij mocht zelf de locatie kiezen. Maar wat hij ook koos, hij zou niet onder zijn huiswerk uitkomen. Zuchtend en steunend kwam hij met de mededeling dat hij dan wel met ons mee zou gaan. Er was geen voetbalwedstrijd gepland en thuis zou hij mogelijk de verleiding van het gamen niet kunnen weerstaan. Ik vond het een slimme zet van hem. Even weg van alle prikkels en midden in de natuur met je neus in de digitale schoolboeken. Met de laatste schoolweken voor de boeg moet zoonlief er toch echt nog even flink voor knokken om die rare cijfers (geen idee hoe ze daar gekomen zijn?!) op zijn eindlijst een beetje bij te schaven. Wanneer hij direct zijn best zou hebben gedaan had hij de laatste dagen van zijn vakantie anders in kunnen vullen. Maar ach, verging het bij jou en mij niet ook altijd zo?! Hij is gelukkig al een aardig eind op de goede weg.

Terwijl wij in onze zomerse kloffie richting Merlin liepen, slofte zoonlief vol enthousiasme met zijn schoolspullen achter ons aan. De zon stond in een blauwe decor te shinen maar hij was gekleed in zwarte spijkerbroek met dito hoodie en zijn capuchon over zijn hoofd getrokken. Hij had blijkbaar geen last van de warmte. Ik kreeg alleen maar een “WAT?!” toen ik mijn wenkbrauw optrok en een blik wierp op zijn kleding. Pubers… Gelukkig had hij tussen al zijn spullen nog wel een korte broek gestopt want de temperatuur liep uiteindelijk snel op.

Nadat de koffie er in zat, de koekjes op waren en zoonlief zich gesetteld had om eerst nog even een paar minuten te gaan knorren, niks is lekkerder dan slapen op een schommelende boot, gingen de trossen los en voeren we uit. Op weg naar een plek waar we in de luwte konden liggen. Zoonlief en ik wisselden van plek op het voordek want er was werk aan de winkel. Geen SOG voor hem dit keer. Ik hoorde hem samen met zijn vader de 388 Engelse woordjes doornemen.

Het gebrabbel en de discussie over de zin en onzin van de niet uit te spreken Engelse woorden met hun nog vagere betekenissen, verdween langzaam naar de achtergrond. Het geklots van het water, het schommelen van de boot en het zonnetje zorgden er voor dat ik langzaam naar dromenland verdween. Op de planning stond nog het uitlezen van mijn boek. Maar ik kon mijzelf er niet toe zetten. Wat een zaligheid om zo je vrije tijd door te brengen.

Na de lunch vond er een overhoring plaats. Zoonlief wist 3/4 van de woordjes en dat betekende een welverdiende pauze. Het was tijd voor wat actie. Dus mocht hij zijn wakeboardspullen uit het ruim opsnorren. Mijn voet schoot spontaan in de kramp toen ik met mijn teen de temperatuur van het water voelde. 17 graden is verdraaid koud! Ik hield het wel bij foto’s maken! Met zijn wetsuit aan en het wakeboard aan zijn voeten sprong hij het water in. Dat viel toch nog even vies tegen. “Nee hoor, het is echt niet koud riep hij al klappertandend vanuit het water.” In de hoop mij nog te kunnen overtuigen.

Het moet gezegd, onze puber is dan niet altijd even enthousiast over onze (vaar)hobby. Maar hij springt wel gewoon in het steenkoude water om effe een rondje te boarden. Bikkel!! Nu zijn Engels nog…

 

wakeboarden op de Amer

 

 

 

***