Een nieuwe boot in de vloot…

“Zin in een feestje?” Mijn zus appt me ergens begin lente. De baas heeft een nieuwe aanwinst in de vloot: de Windpiper. Nog niet helemaal af, maar de doop en de rondleiding voor werknemers en aanhang staan al gepland. En daar zeg ik geen nee tegen. De voorgaande keren dat ik via haar mee mocht naar een nieuw schip waren alles behalve saai, een soort Concert at sea maar dan anders. Dit is inmiddels al het 3e schip dat Boskalis heeft (om)gebouwd waar we een kijkje mogen nemen.

Op de dag zelf worden we ontvangen op een enorme blauwe loper. Terwijl we eroverheen lopen klinkt bombastische filmmuziek, alsof we zo een blockbuster binnenstappen. Er staat een DJ te draaien, we gaan op de foto (gratis mee, geen Efteling‑tarieven), en overal staan kraampjes met hotdogs, pizza, sandwiches, worstenbroodjes, wraps, drankjes, koffie en thee. Er rijd zelfs een ijscoman rond. Boskalis weet hoe je een werkfeestje organiseert. 

Na de fotosessie halen we eerst wat te knagen. Daarna wandelen we door naar een filmset waar popcorn wordt uitgedeeld en we een koptelefoon krijgen. We kijken naar de making‑of van de nieuwe Rockstar: de Windpiper. Oorspronkelijk gebouwd voor een ander doel, maar door Boskalis omgebouwd tot een steenstortschip. 227 meter lang, en kan meer dan 45.500 ton aan steen aan boord huisvesten, vergelijkbaar met zo’n 15.000 volwassen nijlpaarden. De Windpiper is een soort stratenmaker op zee. het storten van de stenen beschermt leidingen en kabels tegen alles wat ze kan beschadigen. Naast de Rockpiper, Seapiper en Seahorse is dit nu de grootste in zijn soort.

Na de film begint het echte werk: klimmen. Via een hoge stelling gaan we naar het dek. Zodra we het schip oplopen struikelen Zus en ik al bijna over de eerste ongelijkheid. Oom, die ook mee is, wijst op de gele markeringen: alles wat geel is, is óf hoger óf lager. Good to know. Vanaf dat moment kijk ik dus niet alleen naar het schip, maar ook naar elke gele streep en zie deze als een persoonlijke waarschuwing.

We lopen langs twee gigantische graafbakken met enorme graafmachines. Ze scheppen stenen uit de “bucket” en verplaatsen ze naar een 40 meter lange rupsband. Die voert ze naar de hellende valpijp, een soort glijbaan richting zeebodem. Het is indrukwekkend om te zien hoe technisch verfijnd zo’n proces eigenlijk is.

Daarna mogen we het schip in. Negen etages. We zigzaggen omhoog langs slaaphutten, de hut van de kapitein, kantoorruimtes, vergaderzalen, een gym, recreatieruimte, een enorme keuken en kantine. Er is zelfs een klein ziekenhuis aan boord en een helikopterdek. Tijdens offshore‑werkzaamheden kunnen hier 99 mensen wonen. Het voelt als een drijvend dorp, compleet met alles wat je nodig hebt om weken op zee te werken.

We eindigen bij de brug. Het uitzicht is waanzinnig. Navigatie, satellieten, schermen, knoppen, alles staat aan. En ik mag nergens aanzitten… Aan de achterkant van de brug kijk je uit op de werkplaats op het dek, waar nóg meer schermen en knoppen de ruimte vullen. En ook daar mag ik niet aanzitten. Het is alsof je in het hart van een gigantische machine staat en dan hebben we de machinekamer nog niet eens bekeken. 

Na dit laatste hoogtepunt dalen we alle negen etages weer af en voelen de beentjes wel. Dus trakteren we onszelf op een hotdog en een ijsje om bij te komen voordat we naar huis gaan.

Dank je wel Zus en Boskalis dat we op deze wijze een kijkje mogen nemen op de nieuwe “boot” in de vloot.

Medium of well done?

Ik moet eruit. Ik moet eruit. IK MOET ERUIT. Uit de zon bedoel ik dan. 
Maar ik lig zo belachelijk lekker dat mijn lijf weigert te luisteren. Het is een graad of 28, de zon straalt veel te fel, maar dat briesje over het water maakt alles zacht en loom. Precies dat soort verraderlijke combinatie waarvan je weet dat je er later als een kreeft bij loopt, maar op het moment zelf… ach who cares. Nou oké, ’s avonds vervloek ik mijzelf maar dat zal ik voor de setting van dit blog niet verder benoemen… 

We liggen voor anker op een plek die achteraf misschien niet de meest briljante keuze was. Een plek waar plezier- en beroepsvaart elkaar kruisen. De golven wisselen elkaar in rap tempo af en geven je het gevoel alsof je in een soort mini-pretpark beland bent. Dat ontdekten we pas toen we al goed en wel voor anker lagen. Maar zolang je niet snel zeeziek wordt, niet te lang in het onderdek verblijft en je de horizon nog wel kunt zien, is het eigenlijk best grappig. En wanneer je toegeeft aan het schommelende gevoel en gaat liggen op het voordek voelt het alsof de boot je in slaap probeert te schommelen.

Ik laat me meevoeren door dat ritme. Het wiegen maakt ontspannen nog makkelijker. Aan bakboord ligt het vol met bootjes; ik hoor kinderen in het water springen, gillen, lachen, totaal ongehinderd door het feit dat het water waarschijnlijk maar 18 graden is. Kinderen hebben daar op de een of andere manier totaal geen last van. Hun oudere familielid duidelijk wel. Na een sprong in het water hoor ik hem gillen dat niet alleen zijn tenen bevroren zijn en dat de verwarming alvast aangezet mag worden.

Aan stuurboord hoor ik de vogels in de bomen fluiten, alsof ze een soundtrack onder deze middag leggen. Alles bij elkaar, het water, de geluiden, de zon die me langzaam aan het toasten is, maakt dat ik steeds dieper wegzak in een soort halfslaap.

Tot mijn schouderbladen beginnen te prikken. Niet subtiel. Meer het soort prik dat zegt: “Hallo, wil je jezelf medium of well done?” En dit is dus het moment dat ik er echt, ECHT, E.C.H.T. uit moet.  

Ik zucht, trek mezelf overeind en schuif met tegenzin naar de schaduw, mijn handdoek achter mij aan slepend. Nog één blik op het water, de boten, de kinderen, de vogels. Het hele tafereel dobbert gewoon door. En ik moet toegeven: zelfs half verbrand, met het briesje over mijn lichaam is dit eigenlijk best een fijne plek om te zijn.

Alles voor die patat…

De boot ligt al weken in de haven. Eindelijk uit de winterstalling, zo’n beetje nog voor het vaarseizoen van start ging. Ze ligt ook al helemaal vaarklaar. Alleen… het weer werkt totaal niet mee. Het is geen beetje druilerig geweest, maar écht bagger. Regen die horizontaal langs je gezicht slaat, wind die je kapsel verandert in een soort zeemeeuw-nest en precies op de paar dagen dat de zon wél schijnt, hebben we natuurlijk al andere afspraken. Zul je altijd zien…

Maar goed, de boot moet hoe dan ook gepoetst worden. Je wil niet weten wat een paar maanden zonder menselijk contact met een boot kan doen. Na een winterseizoen groeit de schimmel sneller dan je lief is, de spinnen hebben zich permanent gevestigd alsof ze huur betalen, en het stof… nou, dat zit op plekken waarvan ik niet eens wist dat daar stof kon liggen. Ik vermoed dat er ergens een parallel universum is waar stof zich verzamelt en dan via een wormgat onze boot binnenvalt. Hier: karma!!

Eindelijk hebben we een weekend vrij. De regen komt in eerste instantie met bakken uit de hemel, maar als ik moet kiezen tussen poetsen in de regen of varen in de regen, dan weet ik het wel. Laat die wolken maar lekker leeglopen terwijl wij met een poetsdoek en een sopje in de weer gaan.

Dus gewapend met emmers, zeep, borstels, doeken en onze stoomeend, die inmiddels een volwaardig bemanningslid is, vertrekken we richting haven. Het is nog rustig. Veel boten liggen nog op de kant en aan onze steiger liggen er maar een paar. Perfect. Niemand die last heeft van onze fanatieke schoonmaakdrift.

Ik ben nog geen stap aan boord en zie ik het al: de zittingen en het leer zijn een soort abstract kunstwerk geworden. De vloer is ronduit smerig, maar gelukkig hadden we de vloerbedekking er einde van vorig seizoen uitgehaald om thuis schoon te borstelen. Zonder oogt Merlin nu wel een beetje kaal. We beginnen met de grote oppervlakken. Schrobben, boenen, wringen, dweilen. Ik zit in houdingen waarvan ik zeker weet dat als ik naar de fysio zou moeten om de boel te ontwarren hij er spontaan een vakantiehuis van kan kopen. Vriendlief ligt half in een kastje dat eigenlijk niet bedoeld is voor menselijke toegang. De stoomeend sist tevreden alsof hij wil zeggen: “Eindelijk weer actie.”

Onze badkamer met wc, samen ongeveer 50 vierkante centimeter, bewaren we voor het laatst. De ramen zouden eigenlijk ook moeten, maar met alle regen die nog steeds uit de hemel naar beneden komt laten we dat voor nu maar even zitten. Ook het voordek zou nog eens flink geschrobd moeten worden. Maar ook die bewaren we voor een wat zonnigere dag. 

Na vier uur poetsen in de meest onmogelijke poses zijn we er klaar mee. Maar het resultaat mag er zijn. Merlin ligt weer te shinen als nooit te voren. We ruimen alles op en precies op dat moment breekt de zon door. Dat is nog eens een mooi cadeautje. Als beloning trakteren we onszelf op de lekkerste patat van het hele dorp en eten die aan boord op. In de zon. Met schone kussens, frisse lucht en het voldane gevoel dat alleen een grote schoonmaak kan geven.

Dit jaar maakte mij…

2025… wat een jaar.
Dit keer geen grootse entree, maar fases die stukje bij beetje aan me draaiden, tot ik ineens merkte: ik ben veranderd, in de beste zin van het woord. Het gebeurde niet in één keer. Het was een subtiele verschuiving, maar wel op álle vlakken. Ik voelde het in mijn werk, mijn opleiding tot energetisch coach, mijn (oefen)sessies, mijn eigen groei. Soms ging het soepel, soms stuiterend, alsof een les zich nét iets te graag wilde laten zien. Maar achteraf bleek alles precies in lijn te liggen met wie ik ben en waar ik naartoe beweeg. Met wat ik mocht loslaten en waar ik in mocht groeien.

Dit jaar heeft me verrast, uitgedaagd, wakker geschud, maar vooral: verdiept. In mezelf, in mijn werk, in mijn energetische gevoeligheid, eigenlijk op alle fronten. En als ik terugkijk, zie ik geen lijstje met gebeurtenissen… ik zie lagen. Lagen die zijn losgelaten, geopend, aangeraakt, geheeld.

En nu, aan het einde van dit jaar, voel ik vooral één ding: dankbaarheid. Voor de magie, de onverwachte wendingen, de mensen die op mijn pad kwamen én de stukken die me stevig aan het werk hebben gezet. Ik heb gelachen, gevloekt, gehuild, doorgezet, afgestemd, losgelaten en vooral… gekozen. Voor mezelf. Voor mijn eigen pad. Voor mijn manier van werken, zelfs als die anders is dan hoe het “hoort”.

Als ik terugkijk op dit jaar, zie ik niet alleen wat ik heb gedaan, maar vooral wie ik ben geworden: steviger, zachter, helderder. En ergens voel ik… dit is nog maar het begin. Voor nu las ik een korte blog-winterstop in en ga ik de rest van het jaar heerlijk genieten van dit gevoel en van alles wat nog komt.

Dank aan iedereen die hier meeleest en extra dank aan iedereen die de moeite neemt om een reactie achter te laten. Jullie zijn goud waard!!

Ik wens je een heerlijke, zachte en liefdevolle decembermaand. Tot in 2026…

Op koers in mijn leven...

Wie heeft vaarweer nodig?

Na onze pauze is de vloerbedekking aan de beurt. En dat is helaas geen vloerbedekking die je even snel schoonmaakt. De haartjes en pluisjes hebben zich vastgeklampt als een groep actievoerders op de A4. Ik kruip op handen en knieën over de grond. Mijn hand is inmiddels gevoelloos, mijn knieën doen zeer, en de herrie van de stofzuiger doet mijn oren bijna pijn. Ik vrees dat ik er een lichte gehoorbeschadiging aan overhoud. Het ding produceert meer decibel dan drie dagen Decibel Outdoor bij elkaar.

Het is 25 graden, bewolkt en de regen hangt dreigend in de lucht. Geen ideale dag om te varen, maar wél perfect om de boot eens flink onder handen te nemen. Aan het begin van elk vaarseizoen geven we hem altijd een grondige schoonmaakbeurt. Van binnen en van buiten moet hij er weer uitzien om door een ringetje te halen. De romp wordt elk jaar door de monteur gepoetst zodra de boot voor de winter het water uitgaat, maar van binnen… daar is het eerlijk gezegd nooit écht geschuurd of gepolijst.

Dit is inmiddels de tweede dag dat we druk in de weer zijn. Vandaag staat de binnenboel dus op het programma, en die krijgt een flinke opfrisbeurt. Vriendlief is fanatiek aan het poetsen met een polijstmachine en staat half over het stuur gebogen. Om hem heen liggen allerlei soorten polijstschijven, van super grof tot schapenvacht zacht. Het resultaat is verbluffend: onderdelen die we met geen sopje schoon kregen, glanzen weer alsof ze net uit de winkel komen.

Zelf heb ik eerder op de dag alle ‘ramen’ uit de boot geritst en grondig gepoetst. Net op tijd, want het begon met wat druppels en veranderde al snel in een plensbui. Nu alles weer terug op z’n plek hangt, zie je pas hoe vies die ramen waren. We hebben er zeker een uur extra daglicht bij, zo helder zijn ze nu.

Tijdens een korte koffiepauze luisteren we naar het zachte getik van regen op het dak. Buiten is het nat en grijs, maar binnen is het warm, comfortabel en stil. Nou ja, zolang de stofzuiger of poetsmachine niet aanstaat…

Toch zie je bij ieder stukje boot dat gepoetst, gezogen en gepolijst wordt een duidelijk verschil. Het opknappen geeft voldoening. Tussendoor barst er nog een onweersbui los en komt het opnieuw met bakken uit de hemel. Wij zitten gelukkig droog. De mensen in sloepjes die we halsoverkop terug zien varen hebben minder geluk, drijfnat van de regen. Gelukkig is het niet koud en kunnen ze er nog om lachen.

Het enige wat nu nog rest is het dek. Maar daarvoor is het te nat… en eerlijk is eerlijk, wij zijn ook gewoon een beetje moe. We sluiten ons harde werk af met een overheerlijke fastfoodmaaltijd van de beste snackbar die ik ooit heb geproefd. En zo voelt het naast het harde werken toch een beetje als vakantie in onze dobberende schone en bijna als nieuwe watercaravan.

Waar stilte spreekt en golven wiegen…

Ik lig op het achterplecht van ons bootje. De zon schijnt zacht op mijn gezicht. Voor me zie ik beboste oever, vol bomen die lichtjes bewegen in de wind. Het is als een schilderij van groen en leven. In de takken hoor ik vogels fluiten, roepen, kwetteren, allemaal met hun eigen geluid.

Het water klotst rustig tegen de kade en de romp van de boot. Geen haast, geen rumoer. Alleen de natuur om me heen. Alles is goed zoals het is. Ik hoef niets. Er hoeft niets opgelost, geregeld of gepland te worden.

Ik lig.
Ik luister.
Ik kijk.

En ergens tussendoor valt alles stil.
Niet leeg… Maar juist vol.
Vol zon, geluiden, geuren en rust.

Geen rollen, geen moeten, geen denken. Alleen maar voelen hoe het achter mij warm is van de zon, hoe het onder mij zachtjes wiegt, en hoe de wereld blijft bewegen… Zonder dat ik hoef te duwen.

Ik laat me dragen.
Door het water.
Door de stilte.
Door mezelf.

De boot beweegt zachtjes op de golven en ik dein zachtjes mee. Geen bestemming. Geen richting. Gewoon mee met wat er is.

En ik denk…Hoe fijn het is om even nergens naartoe te hoeven. Gewoon zijn waar ik ben. Met mijn snufferd in de zon en het kabbelen van het water samen met het gefluit van de vogels als achtergrondmuziek.

Een simpel moment.
Maar eigenlijk… precies genoeg.

Herfstige reflecties op 2024…

Het zal niet lang meer duren voor de herfst zich in volle hevigheid gaat laten zien. Stiekem hoop ik natuurlijk dat we getrakteerd worden op niet al te veel regen en wind. Maar dat er een einde is gekomen aan ons vaarseizoen is wel een feit. Als mooi weer mensen doe je ons geen plezier door er met vies weer op uit te trekken. Hoewel ik het wel heerlijk vind om aan boord te zitten als het regent. Dat maakt zo’n gezellig kletterend geluid. Vaarseizoen 2024 gaat helaas niet de boeken in als het jaar met de meest gemaakte vaaruren. 

Het seizoen begon met een dieptepunt. Merlin lag nog geen week in het water toen ze er weer uit mocht. Er bleek een onderdeel stuk te zijn waardoor het koelwater niet correct werd rondgepompt. Een hoop gepiep dat niet wilde stoppen en een oververhitte motor. Een euvel waar we vorig jaar ook al mee kampte maar dat niet correct was gefixt. Uiteindelijk duurde het nog tot juni voor ze terug in haar box lag en we konden varen. 

En zoals we allemaal weten was het begin van het zomerseizoen nogal nat. Toen het eindelijk mooier weer werd waren wij met vakantie. Gelukkig werden we daarna ook nog getrakteerd op fijne dagen. We hebben toen heel wat keren kunnen wakeboarden. Dit deden we in goed gezelschap en hebben er hilarische momenten, toffe foto’s en mooie herinneringen aan overgehouden. 

We deden meer. We gingen geregeld voor de zandbank voor anker om vitamientje D te laden en lekker te chillen. Schoonmoeder en een vriendin werden getrakteerd op een rondvaart met lunch aan boord. We raakten een anker kwijt, die brak spontaan af nadat hij te water ging. Ik besloot hem de week erop te zoeken met mijn SUP maar kansloze missie. En we spraken midden op het water af met vrienden die we al lang niet meer hadden gezien.

Toen vond er op de valreep nog een domper plaats. De accu had het begeven, uiteraard net toen we een chille middag achter de rug hadden en richting haven wilde varen. Gelukkig kon de havenmeester ons helpen. Hij voer naar ons toe met accu en startkabels. Heel verwonderlijk dat ie er mee ophield was het niet. De accu zat er al meer dan 8 jaar in. Dit probleem was sneller gemaakt dan gedacht en zo konden we er nog een paar keer op uit. 

In de laatste week, op de mooiste dag van de maand, is het zelfs gelukt om schoonpa, die vanwege gezondheidsredenen eigenlijk niet meer mee kon, aan boord te krijgen voor een aantal onvergetelijke uren te water. Jammer genoeg is het er niet meer van gekomen om te suppen met vriendinnen in de Biesbosch. Dat doen we volgend seizoen hopelijk beter!

We hebben net onze laatste maaltijd aan boord genuttigd. Overheerlijke frietjes met snacks. want die smaken nergens zo lekker als bij ons in de haven. Met volle buik hebben we het ruim leeg gehaald. Het voor- en achterdek zijn geboend. Alle handdoeken liggen opgevouwen achter in de auto. Al het overgebleven eten en drinken eveneens. De vlag is opgerold. De achtergebleven kledingstukken zijn gesorteerd. Het is altijd weer raar om het seizoen af te sluiten. We zien elkaar nog een keer, wanneer ze uit het water gaat volgende week, maar het gaat het zeker een maand of 6/7 duren voor we het water weer op gaan. 

Funtube, wakeboard en gezelligheid…

“We gaan toch zeker wel het water op deze zondag?” Piept zoon voorzichtig tussen onze conversatie door. “Met 30 graden is het niet uit te houden!” Hoewel wij het over iets compleets anders hebben dan de bezigheden van het weekend denk hij blijkbaar dat we die dagen al gevuld hebben met alle daagse klusjes. Want daar ging het eigenlijke gesprek namelijk over. Zodra hij een bevestigende knik van ons krijgt is hij gerustgesteld. “Gelukkig, want ik wil ook nog wat uitproberen met mijn wakeboard.” Roept hij nog voor hij naar boven vertrekt.

Als de zondag zich aandient is de groep aangevuld met nog twee mensen. Schoondochter en neef zijn ook van de partij. Oh god oh god, zoon en neef bij elkaar staat garant voor “het-kan-nooit-normaal!” Dus ik ben erg blij dat ik niet de enige dame aan boord ben. We hebben net voor de lunch afgesproken in de haven. Snel ritsen we alle “ramen” open, zetten koffie voor onderweg, worden er drankjes uitgedeeld en tovert neef een complete zak met echte Schiedamse “krozanten” uit zijn tas. Die mogen op deze tocht gewoon niet ontbreken. 

We scheuren vol gas naar een strandje in de buurt en gaan daar voor anker om eerst een eenvoudige lunch naar binnen te schuiven. We zijn niet de enige en al snel dobberen er een paar vakantiegangers op luchtbedden rondom de boot. Dit nodigt uit om ook het water in te gaan. Schoondochter besluit dit dan ook te gaan doen. Het water is eerst heel koud maar al snel erg lekker. De heren worden wat ongeduldig dus de tafel wordt opgeruimd terwijl het touw en wakeboard tevoorschijn gehaald worden. 

Het is leuk om links en rechts van ons ook andere watersporters te zien. Wakeboarden, waterskiën, kneeboarden, funtube, het komt allemaal voorbij. Zoon besluit eerst het water in te gaan. Hij heeft er helemaal zin in en heeft op youtube vast wat tricks zitten bestuderen want al snel zien we hem wisselen van been, wat niet helemaal soepel verloopt, en daarna worden de eerste sprongen weer ingezet. Neef duikt daarna het water in. Voor hem is dit de eerste keer. Maar als volleerd snowboarder gaat het hem na twee valse starts goed af. Na een paar minuten achter de boot oogt hij zelfs al wat relaxter. 

Nu de heren geweest zijn mogen de dames ook nog effe boarden. Het gaat er iets rustiger aan toe maar we halen er beide net zo veel plezier uit. Vriendlief besluit de funtubes op te blazen. Dan kunnen we ook zittend nog even uitwaaien achter de boot. Dit tot grote hilariteit van een andere boot (en ons zelf…), die expres voor ons wat hoge golven maakt. Zoonlief is de pineut en vliegt, zoals verwacht, maar door hem niet gehoopt met een niet elegante plons het water in. Zoon en ik besluiten als laatste samen te gaan boarden. Iets wat we nog nooit eerder hebben gedaan. Het lukt en is super tof!!

Totaal gesloopt, (ja ook de jonkies) gaan we op een rustige plek nog een uurtje voor anker zodat de spullen kunnen drogen en wij de tijd hebben om bij te tanken. Met een drankje en wat hapjes maken we het ons gemakkelijk. We eindigen de avond met een ordinair patatje, spierpijn en pijn in de kaken van het lachen. Wat een heerlijke ongedwongen en gezellige dag hebben we achter de rug. Zo mogen er meer zondagen zijn …  

What SUP 4, na een jaar…

“Heb je zin en tijd om mee het water op te gaan?” App ik naar mijn vriendin. Ik heb al meer dan een jaar niet gesupt vanwege een elleboog blessure. Overigens niet opgelopen met sporten maar tijdens het “poep scheppen” op de wei… Vriendin heeft ook al enige tijd een SUP maar had hem tot op heden nog niet uitgeprobeerd. Het werd dus tijd voor een rendez-vous op het water. “Ja ik kan!!!” Appt ze terug. 

Nu hopen we beide op een rustige avond. Zowel wat weer, als recreanten op het water betreft. Want zo’n eerste keer na lange tijd kan wat onwennig zijn. Voor haar is het wel fijn om de SUP te kunnen testen zonder alle rondvarende bootjes. Jammer genoeg zie ik de wind geleidelijk aan toe nemen. Maar zoals het er nu uitziet blijft het onder de 20 km per uur. Voor het mooie is dat eigenlijk net te hard. We weigeren alle twee om af te zeggen. Uit voorzorg mik ik wel een extra setje kleding in de auto. Het zonnetje laat zich in ieder geval wel zien en dat maakt al een hoop goed. 

Eerder dan afgesproken draai ik de parkeerplaats op. En ik ben niet de eerste. Er is daar een feest aan de gang compleet met patatkraam en hossende pubers. Maar gelukkig is er voldoende plek voor ons. Samen pakken we de tassen uit. Die van mij nogal stoffig, die van haar gloedje nieuw. Van vriendlief heb ik bij de aanschaf van mijn SUP een elektrische pomp cadeau gekregen. Dat leek mij eerst nogal overdreven. Maar het ding heeft zijn nut meer dan eens bewezen. De SUP met de hand oppompen is te doen. Maar, vooral de laatste beetjes lucht, zijn loei-zwaar. Nog steeds blij mee dus. 

Iets eerder dan gepland droppen we de SUPS in het water. Heel even moet ik mijn evenwicht vinden. Na een minuut voelt het alweer vertrouwd. We komen er te laat achter dat de peddel van vriendin nog niet strak genoeg aangedraaid is. Iets wat achteraf een simpele handeling blijkt te zijn. Maar voor dit moment wat lastig om de SUP te gebruiken zoals het zou moeten. Halverwege de route ruilen we van peddel zodat ze alsnog even een vaartje kan maken. 

Als we beide onze draai een beetje gevonden hebben besluiten we als eerst tegen de wind in te peddelen. Een groep “wildzwemmers” maakt ook gebruik van dit stuk en is het zelfde van plan. Gelukkig hebben ze allemaal een knaloranje boei om waardoor we ze niet over het hoofd zien. Het restaurant dat we passeren heeft een aardig gevuld buitenterras. We willen niet voor al te veel hilariteit zorgen en peddelen daarom stug door tot we redelijk uit het zicht zijn.

We gaan heel even voor “anker” in de luwte van de haven om de spieren rust te gunnen en wat bij te kletsen. Vervolgens peddelen we nog een stuk achter de zwemmers aan voor we omkeren. We zijn alweer bijna terug als het dan toch bijna verkeerd dreigt te gaan. Vriendin verliest haar evenwicht en in slowmotion zie ik haar al te water gaan. Gelukkig hersteld ze zich net op tijd en blijft op het board. 

Beide hebben we de testronde overleeft. Haar board is goedgekeurd en mijn blessure heeft zich (nog) niet opnieuw gemeld. Nu snel de agenda’s weer naast elkaar voor ronde twee.

Hijs het zeil #2…

Dit weekend hebben we de perfecte weercondities voor een aantal zeiluurtjes. Na mijn enthousiaste vaardag met collega’s beloofde vriendlief om mij de beginselen van het zeilen te “leren”. Ik bel de verhuurder van een paar dorpen verder of ie nog een bootje heeft liggen. Gewoon een simpel bootje, zonder al te veel poespas. Zo een die niet stuk te krijgen is… Vriendlief kan dan wel zeilen, ik moet nog leren en doe daarbij dingen die misschien niet helemaal verantwoord zijn. Geen zorgen zegt de beste man. Hij heeft nog wat liggen en we zijn meer dan welkom.

Bij aankomst worden we enthousiast begroet. Hij oogt vriendelijk en daar ben ik blij om. Want tja, geen idee hoe zijn bootje er na een paar uur met Boor aan boord uitziet natuurlijk. Hij verteld hoe we het beste de zeilen kunnen hijsen. Wat we wel en vooral niet moeten doen. Op wat termen na snap ik niet zo veel van zijn uitleg, hij zou net zo goed Grieks kunnen praten. Maar vriendlief knikt bevestigend. De motor wordt gestart en we krijgen de opdracht om naar de overkant te varen en tegen de wind in de zeilen te hijsen. 

Het is aan mij de taak om de boot tegen de wind in te houden tot vriend het zeil gehesen heeft. Daarna krijg ik uitleg. De giek, gaffel, schoten en vallen, het grootzeil, de fok en het roer. De giek kun je op je gaffel krijgen en daarmee kun je vallen!! Zeer belangrijk: Doet zeer! Blijf daarbij uit de buurt! Is dan ook mijn eerste gedachte. Maar zo zit het toch niet helemaal. Wanneer we een stukje het water opgaan trekt de wind aan en kan het feest beginnen. 

Vriendlief laat mij naast zien ook voelen wat er met de boot gebeurd. Ik krijg nu een beeld bij de termen die eerder voorbij kwamen. Het begint te leven en daardoor blijft het beter hangen. Al snel mag ik het roer en de schoot, das dus het touwtje waar mee je het zeil bediend, overnemen. Ik was nu zelf de baas over hoe hard of zacht we gingen. Het is heel leuk om daar mee te spelen en zelf te ervaren wat er allemaal gebeurd.

Na twee uur gieken, gijpen en vaart maken doe ik iets doms. Ik houd geen rekening meer met de wind maar zet wel mijn bocht in. Daar wordt ik direct voor afgestraft. De giek klapt van stuur- naar bakboord en de hele boot helt over. Even ben ik bang dat we overboord slaan en ik hoogst persoonlijk de boot tot zinken breng. Dat laatste schijnt niet zo makkelijk te gaan maar ik ben daar niet zeker van. Onder veel gegil want “PANIEK”, laat ik roer en schoot los. De spanning schiet van de lijnen en het zijl en we dobberen weer op het water. Naast wat water in de boot, een nat pak voor vriendlief en de schrik bij mij, is er niks aan de hand. Ik weet nu uit ervaring dat je geen “klapgijp” wilt meemaken. 

We varen nog wat heen en weer, hebben een eenvoudige lunch aan boord en na nog een uurtje varen gaan terug naar de haven. Ondanks mijn domme fout was het wel een hele toffe dag. Eentje die naar nog meer smaakt. Nu eens kijken waar ik een goede leerschool kan vinden, want die heb ik wel nodig…