Niet meer verwacht…

Binnen een paar dagen was ie opeens een paar kilo kwijt. Het waren er zoveel dat het opviel. Dat was nog niet alles. Rondom de ruif lag het bezaaid met proppen hooi. Of te wel hooi dat niet goed gekauwd, en in plaats van door te slikken uitgespuugd was. Dat kon er maar van 1 zijn. Poownie. Iets ging er niet goed. De tandarts onderzocht hem en vond het probleem. Naast al zijn voortanden mist hij nu dus ook 2,5 kies. 2 zaten er los en een was zover afgebroken dat ie er uit moest. Zijn gebit is eigenlijk gewoon op. De kiezen die hij nog heeft zijn te vergelijken met “sliks” Helemaal glad en niet goed meer om hooi en stro te vermalen. 

We gingen opzoek naar een hooivervanger. Want tja, poownie moet wel iets binnen krijgen. Gelukkig is er veel op de markt. Zeker ook voor oudere paarden met een slecht gebit. Nu krijgt hij drie keer per dag een flinke emmer met diverse soorten geweekte brokken en vitamines. Geloof mij mensen, het afvallen bij een ouder paard is zo gepiept. Maar het op gewicht komen is wel echt een ding. 

Iedere dag sta ik nu zijn ontbijt, lunch en diner klaar te maken. Her en der staan emmers met voer te weken. De dames van stal zijn zo lief om Poownie en mij hierbij te helpen. Hij weet precies wanneer zijn emmer klaar staat en meld zich al bij het hek om die met liefde (en een hoop kwijl) in ontvangst te nemen. In de tussentijd staat hij tussen zijn maten mee te knagen aan de ruif. Het is meer bezigheidstherapie dan dat het zijn maag vult. Samen knagen aan/uit de ruif is nu eenmaal gezelliger.  

Na een week of drie begon het zichtbaar te worden. Beetje voor beetje kwam hij wat meer op gewicht. Vanaf dat moment kwam er iedere week iets meer paard bij. Hij werd voller en ronder en begon zelfs weer wat “vetjes” te kweken op zijn borst. Het ging zo goed dat ik besloot om hem heel voorzichtig ook weer aan het werk te zetten. Dus twee tot drie keer in de week aan de longe in de rijbak om conditie te kweken en zijn oudere en stramme spieren in beweging te zetten.

Het idee dat ik ooit weer eens een ritje op zijn rug zou maken had ik eigenlijk al aan de kant geschoven. Maar nu voelde het voor ons beide zo goed, dat ik toch begon te twijfelen… Ik appte mijn stalgenoot of ze zin had om die avond een ritje te maken. Gelukkig wilde ze ons vergezellen met haar paard. Vanaf dat moment keek ik heel de dag reikhalzend uit naar de avond. Ik voelde mij net een penny meisje dat eindelijk haar eerste lesdag op de manege had.

Poownie had er net zo veel zin in als ik en was de hele rit super braaf. We genoten met volle teugen. Dit uurtje pakt niemand ons meer af. De week erop gingen we met z’n drietjes op pad. Ook nu hadden we een geweldige avond die mij energie gaf voor de rest van de week. 

Poownie was met pensioen. Maar ik denk dat ik die tijdelijk even opschort. Aan zijn enthousiasme te merken zal hij dat ook niet zo heel erg vinden.

Te water…

De start van het vaarseizoen is over het algemeen rond 1 april. En dit jaar waren we maar een week of twee later. Dus met het paasweekend lag Merlin weer als een vis in het water. Dat had nog wel wat voeten in aarde. De monteur die dit in eerste instantie zou doen bleek met de noorderzon vertrokken. Niemand weet waar die gast gebleven is. Gelukkig konden we met kennissen en kennissen van kennissen, het een en ander regelen waardoor wij niet veel hinder hebben ondervonden van zijn fratsen. Maar voor sommige van zijn klanten bleek het begin van dit vaarseizoen jammer genoeg iets minder tof te beginnen. 

De kennissen hadden Merlin al mooi rondom schoon gespoten. Maar de binnenkant kon na een winterseizoen op de kant wel een poetsbeurt gebruiken. Terwijl Zoonlief het hele paasweekend volgepropt had met feestjes, uit eten gaan, eieren zoeken en nog meer feestjes konden wij eerste paasdag mooi gebruiken om de boot schoon te maken. Vriendlief begon met het schrobben van het voordek en ik nam het binnenwerk voor mijn rekening. Na een broodje en een bak koffie ging vriendlief verder met de bekleding en ritste ik alle “ramen” los zodat ook die eens grondig schoon gemaakt konden worden. 

Het is echt bizar hoe smerig alles kan worden. Toch staat ze in het winterseizoen binnen en is alles zo goed als dicht. Maar na een dag ons flink uit de naad te hebben gewerkt glimt en blinkt Merlin weer. Nou, bijna dan. We doen nog een kop koffie met een koek en houden het voor gezien. De poetsspullen kunnen weer mee terug naar huis en wat we dit seizoen op het water nodig hebben blijft aan boord. 

2e paasdag is het wederom zalig weer. We besluiten er lekker op uit te gaan. Net voor we weg gaan komt Zoonlief binnen gestormd: “Oh gelukkig jullie zijn nog niet weg. Ik wil graag mee!” Ik kijk hem wat meewarig aan. Stukje varen en voor anker is niet bepaald zijn ding, want te gezapig. En het water is echt nog veel te koud om te gaan wakeboarden zonder suit. Maar nee dat was allemaal geen probleem. Na al het feesten was ie ff toe aan bijtanken en zonnen op een rustige plek. Nou dat begreep ik helemaal!

Dus rijden we met een volle auto naar de haven om onze eerste vaart te maken en tegelijk wat vitamientje D op te doen. Het water is als een spiegel. “Echt perfect wakeboard weer.” Zegt Zoonlief nog even quasi nonchalant. Ik kijk hem met een schuin oog aan. Ik zeg hem dat ie het echt wel mag proberen maar dat ik hem niet wil horen klagen over de kramp in zijn lichaam en half afgestorven ledematen! Want dat is wat water van amper 13 graden met je doet. Gelukkig is hij zo wijs om het voordek te verkiezen boven het ruime sop. 

Zelf blazen we de kano op voor een stukje sportief toeristisch geklungel in de Biesbosch. We maken een tourtje langs het schiereiland waar we voor anker liggen. Worden belaagd door de ganzen een stukje verder. Lopen vast aan de bodem, want eb en genieten van de roofvogels die boven ons vliegen. Niet verkeerd om al dobberend wat bij te kleuren.

Rond etenstijd komen we weer aan in de haven en laten ons aan boord verwennen door de plaatselijke friettent. We hebben het wel eens slechter getroffen tijdens de paasdagen…

Buitengewoon fantastisch…

Dit is echt mijn meest onvoorbereide wintersport ever! Normaal volg ik een lesje. Bezoek ik een indoor skiberg of ben ik druk met het uitwerken van een eigen sportprogramma. Alles om maar zo optimaal mogelijk van die ene week in de bergen te kunnen genieten. Dit jaar ging ik er van uit dat onze wintersport, net als vorig jaar, vanwege corona niet door zou gaan. Maar toen kregen we groenlicht en was het al een soort van te laat om nog echt iets te kunnen doen. Ik waxte mijn board, wat tot dan toe mijn enige echte voorbereiding was en hoopte er maar het beste van.

Het duurt even voor ik in de vakantiestemming kom. Sommige mensen zouden het vakantiestress noemen. Toen Draak ons vanaf zijn vakantie-adres volmondig “dag” en “doei” toeriep en ik Poownie voor een laatste keer een aai over zijn hoofd had gegeven, kon ik echt mijn koffers in de auto schuiven. De voor mijn gevoel eeuwig durende rit naar Oostenrijk start rond 21.30 uur. De rest van de familie is al zeker een uur aan het rijden en wacht ons op zodra we bij het hotel aankomen.

Als we de grens bij Kufstein oversteken worden we begroet door sneeuw. Sneeuw langs de kant van de weg en sneeuwval uit de lucht. Kijk, dat begint alvast goed. De hele week is er Kaiserwetter voorspelt. Witte pistes, blauwe lucht en de juiste temperatuur. Wanneer we ’s middags naar de piste lopen om boards en ski’s weg te brengen naar de lockers genieten we hier alvast van. Wat een zaligheid om hier na twee jaar weer te zijn. 

De eerste echte skidag breekt aan. Toch wat onwennig besluit ik er, samen met mijn nichtje en oom, op het middenstation uit te gaan. De rest gaat door naar boven en zien we na de eerste afdaling weer terug ergens op de berg. We starten op een relatief rustige piste. Zowel wat mensen betreft maar ook qua afdaling. Dit is er een uit mijn favorieten. Soms is het handig om bekend te zijn met je omgeving. 

Mijn zorgen over mijn techniek en houding zijn zo onterecht geweest. Een jaar niet op wintersport heeft mij goed gedaan. Met gemak kom ik naar beneden. De rest van de vakantie kan ik alleen maar genieten van zo’n beetje iedere afdaling die ik maak. Door het zalige weer is het geen straf om in de stoeltjeslift te zitten. Waar overigens de meest gekke gesprekken gehouden worden (Gerritje meets Coentunnel voor “insiders” 🤣). En omdat het allemaal zo fijn gaat besluiten we de afdaling gewoon nog een keer of drie te doen. 

Nog nooit ben ik zo snel beneden geweest en heb ik hele stukken piste achter elkaar geboard zonder kramp in kuiten en voeten. Dit is de eerste vakantie dat ik langer in de lift zit dan dat ik over een afdaling doe.

Met het prachtige weer lunchen we iedere middag op het terras aan de piste en sluiten we de dag af met een schnaps op ons balkon in de zon. Heel vervelend allemaal!

De week is omgevlogen en inmiddels zijn we weer thuis met een berg vuile was. Maar ook met een dosis nieuwe energie, een stapel toffe foto’s en een lading fijne herinneringen. Op naar volgend jaar.

 

Verfrissende middag…

Het is weer eens zo’n weekend waarbij de weergoden ons eindeloos aan het testen zijn. Kijken wie er breekt, buigt of zich zeiknat laat regenen. Ik moet toch echt naar Poownie. Omdat hij al heel de week het terrein niet af is geweest heb ik hem een graassessie in de polder beloofd. Als ik wegrij van huis begint het direct een tandje harder te regenen. En dit is nog niet opgehouden als ik mijn auto op mijn eindbestemming geparkeerd heb.

Normaal staat hij mij bij het hek al op te wachten. Maar nu staat ie voor de verandering lekker te dutten onder de nieuwe overkapping. Met het invallen van de winter heb ik besloten om hem lekker onder dek te zetten in de hoop hem op zijn oude dag een handje te helpen met warm en droog blijven. En wanneer het 24/7 aan het regenen is ben ik blij dat ik mijn irritatie over paardendekens opzij geschoven heb. 

Ik hijs eerst mijzelf in mijn regenpak en kaplaarzen voor ik kenbaar maak dat ik er ben. Als ik mijn hoofd buiten de keet steek staat mijn in dek gewikkelde opa al bij het hek. Ik wordt vrolijk begroet, ondanks zijn verregende hoofd. Poownie heeft rollen in de blubber tot een ware kunst verheven. Dus hoofd, hals en manen zijn zwart en zitten onder het zand. Hij heeft allang door wat wij gaan doen maar het maakt hem niet uit hoe hij er bij loopt. Nadat ik mijn capuchon heb vastgebonden grijp ik nog snel een stel handschoenen uit de kast. 

De polder heeft een desolate uitstraling. Het is grauw en nat. Met dit pisweer is er letterlijk geen hond te bekennen. Des te fijner voor ons. Gelukkig staat er niet veel wind en wordt de kou tot een minimum beperkt. Hoewel het in mijn Siberische kledij misschien ook niet helemaal eerlijk is om over kou te spreken…

Terwijl de regen eindeloos traag uit de hemel valt staat Poownie naast mij met heel veel smaak zijn grasjes uit te zoeken. Het gras groeit nagenoeg niet in deze tijd van het jaar, dus hij moet er nu wat meer moeite voor doen. Niets geeft zoveel voldoening om die ene lekkere overgebleven groene grasspriet tussen al dat dorre gras te vinden. Dat ie mij daar in mee moet slepen door plassen en modderige vlaktes maakt hem niets uit. 

Opeens hoor ik achter mij een zacht gegrom. Als ik mij omdraai staat er, aan de overkant van de sloot dus een meter of 8 bij ons vandaan, een teckel. De vraagtekens boven zijn hoofd zijn zo fel als neonverlichting. Ik snap hem wel. Een blubberige verschijning met vier witte benen in een even blubberig dek gehuld en een in regenkleding gemummificeerde gestalte ernaast is ook niet iets wat je dagelijks tegenkomt op je rondje wandelen in de polder. 

Het beest komt pas in beweging als ik naar hem zwaai en Poownie zijn hoofd op tilt. Dat is denk ik te veel van het goede. Hij spurt terug naar zijn baas, die over de dijk is doorgelopen. De rust keert terug en we zijn weer alleen met de regen als ons gezelschap.

Na een uur vind ik het welletjes. We slenteren terug naar stal waar ik Poownie nog trakteer op een emmer met slobber voor ik zelf ook, niet moe maar wel voldaan, huiswaarts keer. 

Back on track…

Terwijl de “echte” fotografen hier en daar nog een wedstrijd en training konden meepakken in de corona tijd vorig jaar, lag het werk voor mij als “hobby” fotograaf compleet stil. Af en toe ben ik er wel op uitgetrokken met mijn camera maar dat is toch anders. En ook nu merkte ik dus dat rust roest….

Het duurden toch wel even voor ik mijn draai langs het voetbalveld gevonden had. Ik schoot matige foto’s. Waar de actie scherp op de plaat moest zat ik er geregeld naast. Dus scherp op de verkeerde plaatsen in de foto. Of gewoon helemaal blur. Spelers maar half op de foto. Of gewoon niet… Wel de actie maar niet de bal. Of wel de bal maar geen speler. Om gek van te worden. Het leek wel of ik de snelheid niet meer bij kon benen. Alsof mijn vingers, die normaal de knoppen blindelings weten te vinden nu niet wisten wat ze moesten doen. 

Daarom was ik erg blij met de oefenwedstrijden die aan het begin van het seizoen in de planning stonden. Op deze manier had ik wat respijt en kon ik, net als de boys, ook een beetje in shape komen voor een nieuw voetbaljaar. Helaas moest ik daarbij wel een aantal spelers teleurstellen. Want ik schoot minder(e) platen dan anders. 

Ik besloot mijn plek naast het veld even om te ruilen naar achter het veld. Het voordeel van deze kant is dat je de spelers op je af ziet komen. Het maakt het voorspellen van de actie wat makkelijker en het volgen van de speler en bal ook. Hiermee nam ik voor mijzelf een aantal hindernissen weg. Een nadeel van deze zijde is de korte afstand tot het doel en de keeper. De capriolen die door de keeper uitgevoerd worden kunnen hierdoor niet altijd goed worden vast gelegd. 

First things first. Terug naar de basis. Wennen aan de snelheid en de actie’s op het veld. Dan weer werken aan toffe plaatjes van de keepers. Het duurde voor mij een wedstrijd of drie toen ik het weer een beetje in de vingers voelde terugkomen. Bij de vierde en vijfde wedstrijd zat ik zelfs weer helemaal in mijn eigen bubbel. En nu kijk ik de hele week reikhalzend uit naar zaterdag.

Na een paar weken durfde ik het weer aan om de achterlijn los te laten en voorzichtig wat naar voren te schuiven. Met een lens van 300 mm is mijn bereik hier en daar wat beperkt. Maar vanaf de zijlijn lukt het aardig om de acties op het middenveld redelijk vast te leggen. En de spelers weten het ook. Nog voor ik thuis ben heb ik de eerste berichtjes alweer ontvangen: “wanneer staan de foto’s online?” 

Het verbaasde mij dat ik dit zo vreselijk gemist had. Iemand die nooit iets van voetbal moest hebben, zegt nu dat ze het voetballen gemist heeft. Hoewel, het spelletje zelf niet echt. Meer de acties op het veld. De spelers. Hun enthousiasme en gedrevenheid wanneer ze zich vol overgave storten op de bal, het doel of hun tegenspeler. Die energie en chemie samen maken mijn foto’s. 

Met dank aan FC Dordrecht Jeugdopleiding…

Regenval in de polder…

Poownie herkent het geluid van mijn auto al een tijd. Op stal staat hij dan al bij het hek van de paddock op mij te wachten. Maar nu herkent hij ook de vorm of de kleur. Het zal mij niets verbazen dat ie het merk op zou kunnen noemen als ie kon praten. Ik sta mij, achter de auto dus uit zijn zichtsveld, in mijn regenpak te wurmen als hij van achter uit de wei aan komt wandelen. Zijn graasmaten laat hij achter. Ondanks het shit weer kan ik een glimlach niet onderdrukken. 

Geloof mij, lieve lezer, het is wel eens anders geweest. Poownie heeft mij in zijn jongere jaren heel wat kilometers achter zich aan laten lopen. Op het moment dat ik hem bijna te pakken had, zette hij een drafje in naar de andere uithoek van de wei. Als ik dan weer in de buurt kwam rende hij met zijn neus en staart in lucht terug naar het hek van diezelfde wei. “Pak mij dan, als je kan, je kunt mij toch niet pakken!” Dit herhaalde zich een stuk of 10 keer. Als ik toen een stappenteller had was ik met 1 bezoek aan Poownie al aan mijn doelen voor die hele week gekomen.

Maar we worden allemaal wat ouder, wijzer zou ik niet willen zeggen maar wel rustiger. Alhoewel, misschien ook dat niet eens. Laat ik het er maar op houden dat Poownie snapt dat als hij rondjes blijft rennen ik na twee rondjes gewoon weer wegga. Dan heeft hij geen snoepje, boterham, appel of wat voor lekkers dan ook. En dat is onacceptabel. Kijk, ik zou best willen geloven dat hij voor mij naar het hek komt lopen, maar zoals we allemaal weten: liefde gaat door de maag. 

Terwijl de regen eindeloos traag uit de hemel komt vallen sta ik met mijn laarsjes in de zompige berm. De berm die uitzicht geeft op onze eigen wei. De berm met super malse grassprieten, en de kruidigste onkruidjes die er maar te vinden zijn. Dit weet ik allemaal dankzij mijn planten-app. (Heel handig!!) Nu onze wei wat schraler aan het worden is neem ik hem zo nu en dan eens mee uit grazen. En je kunt hem niet blijer maken. In zijn ogen is dit vele malen leuker dan wandelen.

Er groeit hier werkelijk van alles. Rode-, witte-, smalle rol- en akkerhoning klaver. Die laatste is bijvoorbeeld weer goed voor de doorbloeding, werkt bloedzuiverend en is ondersteunend bij de werking van de lymfe. Er groeit ook luzerne, met zijn prachtige paarse bloemetjes. Ook heel gezond met veel eiwitten en vitamines. Er groeit zelfs kamille. Volgens de app is dit de stinkende variant. Ik ruik niks vies aan dit plantje. Poownie kiest met smaak zijn maaltijd bij elkaar. 

Ik ben blij dat ik mij in een regenpak gehesen heb. Het is namelijk nog niet gestopt met regen. Sterker nog, het is harder gaan regenen. Met mijn capuchon op klinkt de vallende regen een stuk gezelliger. Er is verder niemand te bekennen. De verlatenheid en rust die er hangt is een weldaad voor mijn geest. 

Poownie’s brunch duurt ongeveer een uur. Dan is hij er wel klaar mee. Via de andere groenstrook wandelen we, nog steeds in de regen, terug naar de wei. Voldaan en met een volle buik loopt hij zuchtend bij mij vandaan terug naar zijn maten achter in het land.

Oostenrijks avondje…

Terwijl bijna iedereen al terug is hebben wij nog lekker twee weken vakantie. De eerste dag begint direct al goed. Eerder die week ontvingen we een uitnodiging van tante: “Kunnen jullie zaterdag ook? Dan maken we er een Oostenrijks avondje van!” Daar hebben we er iets te veel van moeten missen het afgelopen jaar dus onze toezegging volgt direct. Op zoonlief na, die een feestje met zijn maten had, was de groep zo goed als compleet. 

Een zomer- en een wintersportvakantie is ons door corona door onze neus geboord en ook de gezellige avondjes samen hadden we al heel lang niet meer met de complete groep gehad. We zagen elkaar zo nu en dan wel maar de groep is sinds vorig jaar zomer niet meer bij elkaar geweest. Omdat het (eindelijk weer) kan en ik het toch ook heel erg gemist heb, kijk ik er reikhalzend naar uit. 

Al bij binnenkomst sieren “Oostenrijkse” hapjes en drankjes de tafel. Laat dat maar aan tante over. Het is buiten 25 graden maar om vast in de stemming te komen proosten we met snaps en gurkentalhr. +25 of -10, bij de liefhebbers gaat dat er altijd wel in. Oostenrijkse koekjes, cakejes, pretzels, Mozart kuglen, het lag er allemaal. Het voelde een beetje als après-skiën na een dag op de besneeuwde berg doorgebracht te hebben.  

Tijdens de wintersportweek lunchen we altijd ergens op de berg. Bij een van de restaurants worden halve haantjes van het spit geserveerd. Niet dat ik dat lekker vind. Maar vriendlief des te meer. Steevast grijpt hij mis. Of ze zijn al op voor we boven zijn. Of ze zijn die week, om wat voor reden dan ook, niet leverbaar. Het is iedere keer wel wat. Dus ligt er deze avond kip op de BBQ. Maar we beginnen met een goulashsoep aangevuld met salade en aardappel rösti. Het enige wat ik nog mis is de kren (mierikswortel). Gelukkig maar!

Tussen het eten door halen we herinneringen op aan onze eerste vakanties samen. De eerste is inmiddels alweer 10 jaar geleden. Toen was de groep nog veel groter dan nu. Sommige momenten was ik alweer helemaal vergeten. Met leuke anekdotes word ik teruggevoerd naar dat ene moment. Sommige herinneringen staan op mijn netvlies gebrand. Dat waren echt hilarische momenten en de tranen lopen alweer over mijn wangen van het lachen. Een grap of val op de piste die bij toeval gefilmd is, of het per abuis afbreken van zoonliefs skistok. Een domme actie met het snowboard of het losklikken van andermans bindingen. Ach, je had er bij moeten zijn. 

Na het eten gaat de vuurtafel aan en onder het genot van koffie, ijs en nog vele andere versnaperingen maken we de avond vol. De sfeer, het eten en goed gezelschap is in ieder geval een heerlijke ontspannen start van onze “zomervakantie”. Maar door te praten over alle voorgaande vakanties krijg ik wel heel erg veel zin in een nieuwe vakantie.

Gelukkig is de wintersportweek alweer geboekt. Nu hopen dat Corona voldoende onder controle is dat we weer een volle week kunnen genieten in de bergen. Omdat we vorig jaar ook onze zomervakantie met elkaar hebben moeten annuleren hoop ik dat we die ook nog eens in kunnen halen. Binnenkort eens een datum prikken om te peilen of daar bij de rest ook (nog) interesse in is.

Pauze…

Even niet met stukken tekst bezig zijn of mijzelf de verplichting opleggen iets te plaatsen en vooruit te werken, besloot ik een blogpauze in te lassen. Het klinkt wel zwaar he? “Verplichting” “vooruitwerken”. Af en toe is het goed om even afstand te nemen van wat je doet. Ook van de dingen die je leuk vind. Meestal krijg je daar juist nieuwe inspiratie door en wordt je weer lekker creatief. 

Dus, met dat in mijn achterhoofd sloot ik mijn blog begin juli af. En vandaag, op 1 augustus start ik hem weer op met een terugblik op de afgelopen maanden. 

Door de vele regenval in mei heb ik soms het gevoel dat ik de lente heb overgeslagen. De wei was nog niet begaanbaar want alles was een grote modderpoel. Weg met de boot ging ook niet want regen. Wel aten we een aantal keer aan boord. Gewoon om het vakantiegevoel te vieren en er toch even uit te zijn. Poownie werd 27 en ik bezocht samen met Oom B. een steenuilenhut in België om foto’s te maken. Dit was een fantastische ervaring. Overigens waren dat de enige foto’s die ik tot dan geschoten heb. Het hele jaar is mijn camera zijn tas niet uit geweest. 

We starten juni met een week vrij. Gewoon even niks doen, uitslapen en onthaasten. De weergoden zijn ons goed gezind. Na een maand van regen en vies weer worden we zowaar getrakteerd op warme dagen en volop zon. Niet zo gek dat we veel tijd doorbrengen op het water. Ik maak zelfs een early bird rondje met de sup.

Ik spreek af met oom R. die ik al ruim 35 jaar niet echt meer gezien of gesproken heb. Zo gaat dat soms in het leven. Ieder gaat zijns weegs. Maar nu hadden we een paar uur samen en onder het genot van wat te drinken en te knagen hebben we heel wat bijgekletst. Het blijkt dat we redelijk wat overeenkomsten hebben. We staan op sommige punten het zelfde in het leven. Terugkijkend was het een fijne avond.

De tijd tikt gestaag door en daarmee start plots de maand juli. De paarden staan vanaf nu eindelijk dag en nacht op de wei. Dat betekend iets meer rust en vrijheid. Onze nieuwe wei is echt mega groot en het is een heerlijk gezicht als je de kudde zo ziet grazen. Ze waren er echt aan toe. Ik ook trouwens. 

Gelukkig komt de voetbal ook weer op gang. De eerste oefenwedstrijden in aanloop naar een nieuw seizoen zijn reeds geweest. Ik had het nooit verwacht te zeggen, maar ik heb dit zo vreselijk gemist!! Ik was daarom ook maar wat blij dat ik weer langs de lijn mocht zitten met mijn camera. 

De eerste twee wedstrijden heb ik inmiddels op de foto gezet. Dat was, na bijna een jaar niet gefotografeerd te hebben, toch wel even schakelen. De snelheid, het licht, de instellingen. Ik ben niet geheel ontevreden over het resultaat. Maar laten we het er maar op houden dat ik ook wat “oefenwedstrijden” kan gebruiken.

Schrijver Robert Galbraith heeft een aantal leuke verhalen neer gepend. Dus hield ik een leesmarathon en las alle vijf de delen in een maand weg. Maar daarover later meer. 

Al met al een rustige periode om op terug te kijken. Ik ben heel benieuwd of dit zich de rest van het jaar zo voortzet. De tijd zal het leren… 

Early bird…

Eigenlijk stond hij voor in mijn vakantie gepland. Net als een hoop andere nog-te-doen-bezigheden. Misschien dat het er daarom niet helemaal van gekomen is. Dat, en uiteraard mijn lekkere bed. Want hoewel ik al enige tijd mijn wekker ook op vrije dagen vroeg zet, is het wel verleidelijk om deze iets later te zetten dan op een werkdag. Maar omdat ik mij herinnerde dat ik een paar jaar terug zo genoten heb van mijn ochtend hardloopsessies, offerde ik mijn enige vrije dag van die week hiervoor op. 

Nou ja, opofferen? Ik deed het graag. Toen mijn wekker om 04.45 uur (in de ochtend!!) afging sprong ik figuurlijk gezien want letterlijk ging het iets langzamer, mijn bed uit. Mijn spullen had ik de dag ervoor al klaar gezet. Ik hoefde alleen mijn ontbijt nog maar te smeren. Griste nog snel een fles water uit de koelkast en ik kon op pad.

De klok tikt 05.30 uur aan als ik bij het water aan kom. Geen mens, geen hond, niemand. Ik hoor alleen de vogels. Niet veel later is het toch echt even gedaan met de rust. Ik ben mijn SUP aan het oppompen en dat gaat niet geheel geruisloos. Er staan gelukkig geen huizen in de directe omgeving. Uit voorzorg sta ik toch achter mijn auto zodat het geluid tot een minimum beperkt wordt. We willen geen overlast op dit tijdstip.

Het is 05.45 als ik met SUP en al het water in glij. Ik paddel naar het midden en houd dan stil. Het is alsof alles nog in diepe rust verkeerd. Op de vogels na, die kwetteren en fluiten nu om het hardst. Maar verder is het echt helemaal stil. Er staat geen stroming en er staat geen wind. De zon is al even wakker en slaat mij vanaf de horizon gade. Ze begeleid mij op mijn eenzame tocht over het water. 

Toen ik nog wekelijks aan hardlopen deed kon ik ook zo genieten van de vroege ochtenden. Er is geen enkel moment binnen de 24 uur die zo vredig en kalm aanvoelt als het ontwaken van de dag. Ik voel een innerlijke rust en daarmee een blijdschap over mij heen komen. Konden de dagen allemaal maar zo zijn. Wat een zalig gevoel is dit.

Er hangt hier en daar nog een flard mist over het water. Voor het mooie ben ik eigenlijk nog een half uur te laat. Dan had er meer nevel gehangen en had het wisselen van de nacht in de dag extra magisch geweest. Maar het beeld dat ik nu voor ogen heb is ook niet verkeerd. Ik besluit om te keren en nog een stuk met de opkomende zon in de rug de andere kant op te paddelen. 

Het laatste stuk is een lus en als ik hem helemaal uit zou varen heb ik er twee km extra opzitten. Halverwege besluit ik flink aan te zetten tot ik terug ben op mijn startpunt. Met SUPPEN gebruik je al je spieren dus heb ik direct een aardige work-out achter de rug. Als ik mijn SUP uit het water haal ben ik ruim een uur verder en staat er 5.5 kilometer ochtendgymnastiek op de teller. 

Een heerlijke start van mijn dag. 

Steenuilen schieten…

Het duurde drie jaar voor het lukte. De eerste keer was het seizoen net voorbij en dus te laat. Het tweede jaar was het seizoen nog niet begonnen maar was ik wel te laat met reserveren en was de hut vol geboekt. De derde poging werd dankzij corona door mijn neus geboord. Maar eind mei van dit jaar lukte het dan toch. Ik stond oog in oog met een steenuil. 

De steenuil is het kleinste uiltje in Nederland en is niet veel groter dan een merel. Vergeet de kerkuil of de grote oehoe. Dit uiltje is de schattigste rover onder de vogels die er is.. Hij ziet er groter en forser uit dankzij zijn volle verenkleed. Die grote opvallende felgele ogen doen het hem. Die wilde ik heel graag eens vastleggen op de gevoelige plaat. Dus was de keus om een vogelhut die zich richt op de steenuil te huren snel gemaakt. Het duurde alleen wat langer voor we terecht konden. 

Maar toen was het eindelijk zover. Einde van de middag toog ik samen met Oom B. ook fervent fotograaf, naar België. Om 1800 uur werden we verwacht. Samen met nog een aantal fotografen hadden we ons verzameld op de afgesproken parkeerplaats. Van daar uit moesten we nog wel een stukje lopen naar de “hut”. Dat stukje bleek toch nog een kleine 1.5 km stappen te zijn. Gelukkig mochten we onze fotogear met de auto van de hut-eigenaar mee geven. Nu maar hopen dat hij er niet vandoor zou gaan… 

Gelukkig stond hij op de plaats van de hut al op ons te wachten. In totaal waren we met vijf man/vrouw. Oom en ik hadden het geluk in de vaste hut te mogen. De andere fotografen kregen ieder hun eigen fototent, die al opgesteld stonden. We kregen de tijd om ons te installeren. De eigenaar legde nog wat uit over de setting, wat we wel en vooral niet moesten doen en liet ons toen tot 21.00 uur aan ons lot over. 

De vraag was of er een uiltje genegen was om langs te komen. Ik had amper de instellingen van mijn camera gecontroleerd of het vrouwtje kwam al aangevlogen. Ze wist heus wel dat wij daar in het hutje zaten. Je kunt de natuur niet sturen maar soms werkt omkopen wel. Er lag hier en daar wat eten en daar liet ze zich graag voor fotograferen. Zeker wanneer er net kuikens uit het ei gekropen zijn. Door de aanhoudende kou en regen is het broedseizoen iets verlaat. Daar had ik met het reserveren geen rekening mee gehouden. Geen vliegende jonkies dus. In dat opzicht hadden wij ff vette pech. 

De setting was niets meer dan een stukje grond op een boerenbouwland. Achter ons zat een duiventil en stonden wat bomen. Daar bevond zich tevens het nest.. Op de setting zelf waren een paar palen in de grond geslagen, hier en daar een zit mogelijkheid en wat attributen. Simpel maar doeltreffend. Met de juiste instellingen en een goede lens creëer je een mooie zachte achtergrond. Hierdoor is er geen bouwland of simpel bosje meer te zien. 

De hele avond heb ik verrukt achter mijn fototoestel doorgebracht. Mij niet eens de kans gunnend iets te eten of te drinken. De tijd vloog voorbij maar wij hebben, ook zonder kuikens, van iedere minuut genoten.