Dankbaar voor nog een rondje…

Een week voor haar verjaardag krijg ik een appje van mijn tante. Of we zin hebben om een bakkie te komen doen. Ze is jarig. Niks groots, niks fancy, gewoon een gezellige avond met een paar familieleden en vrienden.

We praten bij met deze en gene, en worden tussendoor realtime op de hoogte gehouden van hoe je een smartie uit de neus van een vierjarige peuter verwijdert. En, voor het geval je het je afvraagt, wat de huisartsenpost doet als dat níet lukt. De avond was naast gezellig dus ook nog eens verrassend educatief.

Bij het afscheid zei mijn tante tussen neus en lippen door:
“We moeten het leven vieren, Boor. Er zijn ons al te veel mensen ontvallen.”
En daar had ze natuurlijk helemaal gelijk in. Wanneer het kan: vieren. Het leven, elkaar, de momenten die we wél krijgen. Want het is ons niet allemaal gegeven om morgen weer gezond op te staan. Of überhaupt op te staan.

Een paar weken later ben ik zelf jarig. En laat ik eerlijk zijn: ik vier mijn verjaardag dus nooit. Ik vind het niks om zo in het middelpunt te staan. Je huis vol visite, zelf de hele avond heen en weer rennen, en uiteindelijk met niemand écht praten. Het voelt eerder als een verplicht nummer dan als “het leven vieren”.

Wat ik wél altijd doe: uit eten met het gezin. De ene keer uitgebreid, de andere keer gewoon lekker naar het pannenkoekenhuis. (Niks mis met een goede pannenkoek. Laat dat heel duidelijk zijn!!) Maar de woorden van mijn tante bleven maar rondzingen in mijn hoofd. “Vier het leven, Boor.”

Dus besloot ik het dit jaar anders te doen. Een klein feestje. Niet thuis, ik ben niet gek, maar in een Indonesisch restaurant. Heel toepasselijk. Ik reserveerde een grote ronde tafel en nodigde, naast vriend- en zoonlief, een klein select groepje mensen uit. Heel divers, maar allemaal types waarvan ik wist: dit komt goed. Iedereen kan met iedereen praten. Niemand hoeft sociaal te overleven in een hoekje.

En zo zaten we die avond met z’n allen aan die ronde tafel. Het paste precies. De ruimte voelde intiem, bijna alsof we de toko voor onszelf hadden. Ik mocht een toast uitbrengen die eindigde met de traditionele “PROOOOST!”. We liepen meermaals langs het heerlijke buffet, ik werd verwend met cadeautjes en kreeg zelfs vuurwerk in mijn ijs als toetje.

Het voelde meer dan goed.
Goed om stil te staan bij het verjaren.
Goed om gezond en wel aan tafel te zitten.
Goed om even stil te staan bij mezelf, bij hoe lang ik al op deze aardbol rondloop en hoe graag ik dat nog heel lang wil blijven doen.

En misschien… heel misschien… vier ik het volgend jaar gewoon weer.
Niet groots. Niet fancy. Maar wel bewust.
Want het leven vieren, dát is precies wat we vaker mogen doen.

Verjaardagskaart

De strijk kan wachten…

Mijn telefoon gaat net voor ik de stekker van de strijkbout in het stopcontact steek. Onhandig stap ik over de wasmand met nog te strijken kledingstukken, blijf met mijn voet in de wasmand met vuile was steken, die er heel ongelukkig pal achter staat. Ik sleep al struikelend de wasmand achter mij aan naar de andere kant van de kamer om mijn telefoon te pakken. Of ik zin heb om mee te gaan naar haar paard? Ja natuurlijk! 10 keer leuker dan wat ik op het punt sta te gaan doen. Binnen 5 minuten ligt alles weer op zijn eigen plek, inclusief de wasmand met vuile goed en ben ik omgekleed. Ik ben even naar stal, gil ik door de gang als ik onderweg ben naar mijn auto.

Zo, dat is lang geleden. Dat we elkaar gezien hebben maar ook dat ik in de buurt van een paard geweest ben. De laatste keer was net na de wintersport. Daarna ging iedere vrije minuut in mijn werk of het leren zitten. De keren dat ik echt vrij was lag ik gesloopt op de bank of ergens in de tuin in de zon, bij te tanken. 

Onderweg pik ik vriendin op en rijden we naar haar stal. Het waait stevig vandaag maar de zon schijnt ook. We hebben heel wat bij te praten en nemen daar ongemerkt ook echt de tijd voor. Als we aankomen is er verder niemand. De paarden hebben naast hun binnenstal ook een buitenstal, een zandpaddock en een gigantisch grote boomgaard tot hun beschikking. De paarden mogen naar believen lopen waar ze willen. Je moet vooral geen haast hebben, want als je pech hebt ben je even aan het zoeken naar je paard. 

Op goed geluk wandelen we een richting uit. Halverwege hebben we nog geen paard gezien. Wel wat geitjes, honden en een kat. En heel veel perenbomen die al mooi in bloesem staan. Vriendin fluit het voor haar paard bekende deuntje. Het duurt niet lang of we zien bij “gangpad 33A” een paard verschijnen. Geheel op haar gemak wandelt ze onze kant op. 

We begroeten elkaar als oude bekenden. Wat leuk om haar weer te zien. En ook hoe ze zo op haar gemak is hier. Tussen alle bomen in weet ze prima haar weg te vinden. Het blijft bijzonder dat ze haar eigen kudde loslaat en al slalommend op het fluitje van haar baas af komt lopen. In vol vertrouwen. En misschien de wetenschap dat er een snoepje in een van de jaszakken zit.

Zonder halster of touw wandelen we het hele stuk, inclusief paard, terug naar voren. Aangekomen bij de stal kunnen we flink aan de poets. En dat is iets wat ik toch stiekem wel een beetje gemist heb. Zeker in het voorjaar, wanneer de wintervacht loslaat. Niets geeft zoveel voldoening om dan met een roskam en zweetmes in de weer te zijn. De plukken vacht vliegen mij om de oren. De vogels in de boomgaard zijn er ook erg blij mee. We gaan net zolang door tot ze er weer glimmend bijstaat.

Het waait nog steeds erg hard. Een ritje of wandeling zit er niet in. Maar een graassessie in de zon vind iedereen oké. Na twee en half uur kom ik weer thuis. Uitgewaaid en bijgekletst. En de strijk? Die is allang weer vergeten.   


Rear view of a brown and white paint horse standing on a grassy path between rows of white blooming trees.
Tussen de bomen, in de zon…

De berg fluistert: “Ga spelen jij!”

“Oooh het sneeuwt!” roep ik als ik ’s morgens de gordijnen en tegelijk het raam open doe. Dikke vlokken dwarrelen op topspeed uit de hemel en voelen koud aan op mijn hand. Aan het dikke pak dat de bomen siert is te zien dat het al even aan de gang is. Tijdens het ontbijt zitten we met onze vertrouwde groep aan tafel bij het raam. Al die jaren dat we hier komen heeft het nog nooit zo hard gesneeuwd als nu. Het is prachtig! 

De rij bij de gondel wordt alleen gesierd door de medewerker. Er is verder niemand. Of we zijn vroeg, of niemand wil met dit weer de berg op. Onze groep heeft zich inmiddels ook opgesplitst. Eén is alvast de berg op. Twee komen wat later en wij gaan met zijn drieën naar boven. Halverwege begint het flink te waaien. De gondel wiegt heen en weer. Ik voel er niks voor om helemaal naar boven te gaan en weggeblazen te worden. Dus zeg ik de heren gedag en stap er bij het middenstation uit. 

Ik ben helemaal alleen. Het witte tapijt ligt onaangeroerd voor me. Bijna heilig. Even twijfel ik. Het ziet er zo mooi uit. Toch klik ik mijn bindingen vast. Sommige stiltes vragen om chaos.

Boven mij hoor ik een plotseling kabaal. Als ik mij omdraai zie ik een aantal skileraren zonder klasje. De een na de ander maakt een sprong over een hobbel ergens halverwege de berg. Onder luid gejuich van de rest. Groot gelijk hebben ze. De berg heeft er nog nooit zo prachtig bij gelegen als nu. Als ze voorbij zijn daalt de stilte weer neer en ze hebben nog een stukje berg onaangeroerd voor mij achter gelaten. 

De sneeuw komt nog steeds met prachtige dikke vlokken uit de hemel. Maar ik heb er totaal geen last van. Nog nooit eerder heb ik door zoveel verse sneeuw geboard. Zo moet dat dus voelen als je off-piste gaat op stukken ongerepte berg. Mijn onderbenen verdwijnen in de sneeuw en ik weet even niet hoe ik moet sturen. Oké, zo voelt het dus voor iemand die nooit van de gebaande paden afwijkt. De ervaren offpiste-boarder haalt zijn neus op voor dit pak sneeuw. 

Ik merk dat ik even mijn balans moet zoeken. Maar het lukt om grip te krijgen. Voor ik het weet drijf ik op de sneeuw. Mijn board zakt niet meer weg maar tilt me op. Alsof de berg deelt in mijn plezier en besluit me even te dragen in plaats van te testen. Ik surf op de sneeuw, een ander woord heb ik er niet voor. Ik maak grote bochten, kleine bochten. Versnel hier en rem daar. Ik laat een heel spoor (aan vernieling van sneeuw) achter mij. Ik heb de afdaling bijna helemaal voor mij alleen en geniet met volle teugen.  

Halverwege word ik weer ingehaald door de twee heren. Ik merk pas dat ik de hele rit met een brede grijns van de berg afgekomen ben nadat ik hen probeer te groeten en de kramp niet in mijn voeten maar in mijn kaken voel. 

Grappig hoe dezelfde sneeuw in Nederland voelt als last met files, natte sokken en kou. Maar hier voelt het als een cadeau en is het dubbelop genieten. 

Een witte kerst voor ons…

Het was tijdens onze zomervakantie dat we heel enthousiast, maar iets te impulsief, een kamer boekten voor de kerstvakantie. We zaten daar zo heerlijk; het uitzicht op de toen nog groene berg was prachtig. De mensen daar waren ontzettend vriendelijk en het eten was fantastisch. “Ik heb nog een kamer vrij, zal ik hem voor je reserveren?” vroeg de eigenaresse met een glimlach. En daar zeiden we geen nee tegen.

Een andere hotelgast vertelde dat het tijdens de kerst altijd megadruk is. Je kunt over de hoofden lopen en op de skipiste heerst chaos. Met dat in ons achterhoofd laten we de reservering toch staan. Of het waar is, zouden we snel genoeg ontdekken.

En dus zitten we in de eerste week van de kerstvakantie in hetzelfde hotel, met uitzicht op een nu witte berg, tussen mensen die nog steeds even vriendelijk zijn en met eten dat nog steeds fantastisch smaakt. Het is nog even spannend of we überhaupt wel kunnen skiën, aangezien de laatste sneeuw ergens in november gevallen was. De drukte valt bij aankomst vooralsnog mee. De auto parkeren we bijna naast het hotel.

De aller vriendelijkste receptioniste ziet ons om 07.30 uur ’s ochtends aankomen en overhandigt ons direct een sleutel van de kamer. Wauw, dit hadden we in de zomervakantie ook al zo ervaren. “Jullie kamer is al klaar en het ontbijt staat op jullie te wachten!” Na een lange reis is er niets zo heerlijk als aanschuiven bij het ontbijt en daarna direct je kamer in kunnen. Nadat de koffers zijn uitgepakt, is het eerste wat we doen een paar uur bijslapen. Maar al snel worden we wakker van schaterlach, gejoel en skigeluiden. Ik open de balkondeur en kijk uit op een kinderklas die al glijdend en skiënd naar beneden komt.

Op dag één doen we eigenlijk niet zo veel. Normaal zouden we spullen wegbrengen naar de piste en inkopen doen voor de après-ski. Maar we zitten al aan de piste en we zijn dit keer maar met z’n tweetjes. Toch rijden we in de middag naar het dorp, bezoeken de bekende winkels, gaan ’s middags langs bij ons stamcafé voor een stuk taart met koffie en halen alvast de skipassen.

In het hotel heerst een gezellige bedrijvigheid en alleen tijdens het diner, wanneer het restaurant geopend is, zit alles vol. Ik vraag me af wanneer de chaos echt begint.

Die blijft uit. Geen chaos, geen drukte. We worden getrakteerd op een paar heerlijke, zonovergoten dagen met witte pistes en na dag drie zelfs verse sneeuw. De omgeving ziet er direct sprookjesachtig uit. Het is een magische week. Soms hebben we afdalingen helemaal voor ons alleen. Gondels en liften waar niemand staat te wachten. De langste wachtrij was welgeteld drie minuten. In de restaurants worden we met alle egards bediend.

Dit jaar vierden wij geen kerst thuis, met een boom, cadeautjes en je druk maken over welke gerechten er klaargemaakt moeten worden. We zaten in Oostenrijk, lieten ons verwennen en in de watten leggen. De eerste kerstdag was dan ook echt fantastisch en een cadeautje aan onszelf. We weten nu dat de echte drukte pas in de tweede week losbarst, met oud en nieuw. Goed om te weten, wanneer we nog eens een kerst-ontsnappingsweek willen inlassen.

Eerste kerstdag 2025

Dit jaar maakte mij…

2025… wat een jaar.
Dit keer geen grootse entree, maar fases die stukje bij beetje aan me draaiden, tot ik ineens merkte: ik ben veranderd, in de beste zin van het woord. Het gebeurde niet in één keer. Het was een subtiele verschuiving, maar wel op álle vlakken. Ik voelde het in mijn werk, mijn opleiding tot energetisch coach, mijn (oefen)sessies, mijn eigen groei. Soms ging het soepel, soms stuiterend, alsof een les zich nét iets te graag wilde laten zien. Maar achteraf bleek alles precies in lijn te liggen met wie ik ben en waar ik naartoe beweeg. Met wat ik mocht loslaten en waar ik in mocht groeien.

Dit jaar heeft me verrast, uitgedaagd, wakker geschud, maar vooral: verdiept. In mezelf, in mijn werk, in mijn energetische gevoeligheid, eigenlijk op alle fronten. En als ik terugkijk, zie ik geen lijstje met gebeurtenissen… ik zie lagen. Lagen die zijn losgelaten, geopend, aangeraakt, geheeld.

En nu, aan het einde van dit jaar, voel ik vooral één ding: dankbaarheid. Voor de magie, de onverwachte wendingen, de mensen die op mijn pad kwamen én de stukken die me stevig aan het werk hebben gezet. Ik heb gelachen, gevloekt, gehuild, doorgezet, afgestemd, losgelaten en vooral… gekozen. Voor mezelf. Voor mijn eigen pad. Voor mijn manier van werken, zelfs als die anders is dan hoe het “hoort”.

Als ik terugkijk op dit jaar, zie ik niet alleen wat ik heb gedaan, maar vooral wie ik ben geworden: steviger, zachter, helderder. En ergens voel ik… dit is nog maar het begin. Voor nu las ik een korte blog-winterstop in en ga ik de rest van het jaar heerlijk genieten van dit gevoel en van alles wat nog komt.

Dank aan iedereen die hier meeleest en extra dank aan iedereen die de moeite neemt om een reactie achter te laten. Jullie zijn goud waard!!

Ik wens je een heerlijke, zachte en liefdevolle decembermaand. Tot in 2026…

Op koers in mijn leven...

De kunst van instorten…

20.30 uur. De avondmaaltijd net achter de kiezen en het enige dat ik doe is gapen. Oh en het slaap uit mijn ogen wrijven. Ik ben zo moe dat ik amper uit mijn ogen kan kijken. Ik blijf nog heel even bankhangen, maar wanneer de klok 21.00 uur aantikt verplaats ik mij van de bank naar mijn bed. Ik neem niet eens de moeite om onder de douche te springen of mijn gezicht überhaupt schoon te maken. Met één oog dicht lees ik nog een halve bladzijde maar ga dan toch echt plat. Ik slaap als een blok en wordt pas wakker als de wekker gaat. 

Dit ritueel herhaald zich de komende paar weken. Het lukt mij gaandeweg om de tijd iets te verplaatsen, van 21.00 naar 22.00 uur. Maar echt lekker slapen is er niet meer bij. Ik droom heel veel en heb gebroken nachten. Ik herkauw wat ik de dag ervoor heb gedaan en wat ik de komende dagen moet gaan doen. Ik ben vatbaarder dan ooit voor een verkoudheid of griep en ik voel mij opgebrand. Niet omdat het overal misgaat, maar omdat ik tussen al het “moeten door” vergeten ben adem te halen. Ik weet ook dat dit niet veel langer zo door kan gaan.

Nu ik een nieuwe functie heb vind ik dat ik van alles moet. Het zien, opmerken, horen en daar ook nog eens naar moeten handelen. Wat kan ik wel, wat niet. Wat wordt er nu wel en wat niet van mij verwacht? Ik maak het mijzelf niet echt makkelijk. Daarnaast gaat mijn eigen opleiding gewoon door en tot overmaat van ramp heb ik ja gezegd tegen het volgen van een cursus voor mijn werk. En allebei brengen ze ook nog eens aardig wat huiswerk met zich mee. Ik stop te veel werk in een dag en dat een aantal weken lang. Blijkbaar is deze wijze van werken niet iets waar ik energie van krijg.

Van een van de dames uit mijn intervisiegroep krijg ik een opdracht mee die helemaal aansluit bij deze periode. Niet het moeten, willen, eisen, drammen en alsmaar blijven gaan. Juist nu is het belangrijk om even te vertragen, los te laten, te reflecteren en opnieuw in balans te komen. Keer eens naar binnen en kijk wat je niet (meer) hoeft mee te dragen. Het is de tijd om oude gewoontes en overtuigingen los te laten. Het creëren van een nieuwe bodem die de tijd mag krijgen om stevig in te bedden. En daar mag ik ook echt de tijd voor nemen. 

De kleine maar eenvoudige opdrachten die ik van haar krijg zetten mij aan het denken. Het enige dat ik hoef te doen is daadwerkelijk de tijd hiervoor vrij te maken en in de flow in zachtheid bij mijzelf te blijven. Ze brengen mij weer met beide voeten aan de grond. Alsof er een sluier voor mijn ogen wordt weggehaald. Heel bewust haal ik adem en kijk dan nog een keer. Ik kijk naar waar ik vandaan kom en waar ik nu sta. Het voelt als een kantelpunt. Heel het jaar heb ik gewerkt aan groei, actie en verbinding. En nu mag ik loslaten, reflecteren en in balans komen. Opnieuw verbinden met mijzelf door een pas op de plaats te maken. Een soort kalibreren van het geheel, zodat we daarna weer lekker kunnen knallen.

Zien wat ikzelf nog niet zag…

Soms komt er een moment waarop je even stil mag staan. Voor mij is dat nu. Na 18 jaar bij hetzelfde bedrijf mag ik de stap zetten naar een nieuwe functie als teamleider. Een rol die ik zelf nooit had verwacht, maar waarin anderen al eerder vertrouwen zagen. En dat vieren we samen met mijn familie, lekker uit eten om dit bijzondere moment bewust te beleven.

Ik begon ooit als junior: leergierig en zoekend. Door de jaren heen groeide ik door naar senior, vervolgens coördinator en nu dus teamleider. Het team is niet heel groot en daardoor krijg ik een kans om mijzelf echt in de diepte te gaan ontwikkelen. Ik ben dankbaar dat hier moeite voor wordt gedaan om überhaupt zo’n functie te creëren en dat er vanuit de leiding vertrouwen in mij wordt uitgesproken. Dat voelt bijzonder.

Als ik terugkijk naar mijn beginjaren, moet ik glimlachen. Ik weet nog hoe ik een van onze grootste klanten voor het eerst te woord stond, bijna trillend, aan de telefoon. Nu, jaren later, weet ik precies wat zo’n klant wil, waar ze heen willen en delen we dezelfde visie. In al die jaren zijn we met elkaar meegegroeid. 

Natuurlijk waren er ook blunders. De fout waar ik een hele nacht van wakker heb gelegen? Toen ik, in ons papieren-tijdperk, examens naar een klant opstuurde met per ongeluk ook voor iedere kandidaat een antwoorden set erbij… Dat maakt het doen van een examen wel heel erg makkelijk. Vanaf dat moment werd het vier-ogen-principe ingevoerd. Pijnlijk toen, ik schaamde mij rot, maar ook een les die ons verder heeft gebracht. 

Er zijn van die momenten die je bij blijven. Zoals wanneer een klant ervan overtuigd is dat iets niet kan, maar je samen tóch een oplossing vindt binnen de mogelijkheden die er zijn. De klant, kandidaten en wij blij. De volgende dag werd er een taart bezorgd, of een bos bloemen, gewoon omdat we samen iets voor elkaar kregen. Dat soort momenten geven energie! Dat is toch fantastisch? 

Wat misschien nog wel het meest waardevol is: de persoonlijke momenten die we als collega’s met elkaar delen. Zowel lief als leed. Het maakt dat ons team zoveel meer is dan alleen een werkplek. De reacties op mijn promotie zijn enthousiast en warm. Dat geeft me nóg meer vertrouwen in de stappen die we samen gaan zetten. We zijn al een paar jaar onderweg en soms lijkt het alsof we er nooit komen. Maar als ik achterom kijk zie ik hoeveel we al hebben bereikt, ondanks, of misschien wel juist door alle hobbels.

Het zaadje dat twee jaar geleden (waarschijnlijk heel zorgvuldig) is geplant, is nu uitgegroeid tot dit moment. En ik voel me dankbaar, trots en nieuwsgierig naar wat er nog komt.

Van junior, naar senior, naar coördinator en nu teamleider. Een reis van 18 jaar die ik nooit had zien aankomen, maar die ik vol vertrouwen vervolg. Samen met mijn team, en met een glimlach om alles wat we al bereikt hebben.

De poort naar dankbaarheid…

De vrouw voor in de ruimte, een medecursist, zit er klaar voor. Op de achtergrond klinkt ontspannen muziek. De lichten worden gedimd. Ik beweeg nog even al mijn ledematen om de komende 15 minuten stil te kunnen zitten. Ze start haar meditatie die ze speciaal voor ons geschreven heeft. Een opdracht voor ons allemaal en vandaag is het haar beurt. Ik sluit mijn ogen en laat mij door haar meenemen. Haar stem is zacht, bijna helend en ik ben heel nieuwsgierig waar ze ons mee naar toe neemt. 

“Voor je zie je een pad. Je zet de eerste stap..” Wat grappig, er was eerst geen pad maar opeens is daar het pad. Een prachtig weggetje van schelpen dat ergens in het bos verdwijnt. Het verschijnt zo plots dat ik niet eens de tijd heb om hier over na te denken. “Voel hoe de lucht je longen vult…” en ik voel een bries die voor verkoeling zorgt op deze prachtige lentedag (ja echt, het is lente in mijn meditatie) Ik ruik zelfs de heerlijke boslucht. “Iedere stap maakt je rustiger en rustiger” Ik focus mij op haar stem want ik wil niks missen. Ik ben erg nieuwsgierig waar dit naar toe leid.

“In de verte zie je meerdere poorten” Wauw, ja ik zie ze. Het zijn er drie en staan verscholen tussen de bomen in het bos. Ze zijn van goud, eigenlijk helemaal niet mooi om te zien. Ook een beetje misplaatst. Ik loop er naar toe en plaats mijn hand op de middelste poort. Hij is versierd met felgekleurde steentjes, totaal niet mijn smaak. Toch word ik er naar toe getrokken. Ik open de deur en stap naar binnen. 

“Je bent aangekomen op een plek waar het universum met jou spreekt over signalen en symbolen…” Ik loop door een berg met prachtige witte veertjes. Ik sla de laatste van mij af en dan opeens merk ik dat ik niet alleen ben. Sterker nog het is een drukte van jewelste. Een voor een verschijnen alle familieleden van gene zijde. Mijn vader, moeder, opa’s en oma’s, mijn ooms. Ze zijn er allemaal en druk in de weer met het voorbereiden van een feest. Het zal eens niet… Mijn vader zwaait en wijst naar een andere ruimte. Als ik doorloop sta ik plots midden in een weiland. En daar staat ie, mijn allerliefste Poownie. 

De meditatie gaat verder over wat we mogelijk zien, voelen en wat we mogen ontvangen. Ik loop naar Poownie toe en aai zijn zachte neus. Hij is zo echt dat ik hem kan ruiken. Ik druk mijn neus in zijn vacht en voel zijn grote zware hoofd leunend op mijn schouder. Het volgende moment voel ik zijn dankbaarheid voor alle zorg en toewijding in zijn leven op aarde. Zoveel dankbaarheid dat mijn hart overloopt. Tranen wellen op achter mijn gesloten ogen. Oh Poownie, wat ben je toch een prachtig dier. Het was een eer om voor je te mogen zorgen. 

We nemen afscheid, ik zwaai naar mijn familie en loop terug naar de poort, wetende dat ze daar altijd zullen zijn. Langzaam word ik teruggebracht naar de ruimte waar ik zit, naar mijn eigen lichaam in het hier en nu. Het gevoel van dankbaarheid draag ik de rest van de dag met me mee. Het herinnert me eraan dat verbinding nooit echt verdwijnt. Alles blijft, in een andere vorm, altijd dichtbij.

Wit paard in de wei

De meditatie is speciaal geschreven door Irma. Bedankt voor het delen, het was een hele bijzondere en dankbare reis.

Königssee, waar de tijd trager loopt…

“Als je er dan toch bent, bezoek dan ook de Königssee. Dat is zeker de moeite waard.” Zei mijn collega een van de laatste dagen voor mijn vakantie. Dus plande we een bezoek in. Omdat het wel echt een toeristische trekpleister is, en hoog zomer, zijn we gebonden aan vooraf kaartjes kopen met een tijdsslot. Het maakte voor ons niet uit welke dag het zou worden want op alle dagen van de week is er prachtig weer voorspeld. 

De Königssee ligt in Duitsland en om er te komen moeten we een klein uurtje toeren. Dat is helemaal geen straf. De weg voert ons door de bergen en we hebben de prachtigste uitzichten en doorkijkjes. Voor we het weten staan we op een parkeerplaats a la Efteling. Met rijen en rijen auto’s. Ik schrik er zelfs een beetje van. Gelukkig zijn we vroeg en vinden vooraan nog een plekje. Er is in de omgeving nog heel veel meer te doen, dus eenmaal van de parkeerplaats af verspreid de drukte zich.

De Königssee is een gletsjermeer dat al duizenden jaren bestaat en nog altijd even helder en krachtig is. Het is ontstaan in de laatste ijstijd, zo’n 10.000 jaar geleden. Het water is kraakhelder en ijskoud, gevoed door smeltwater en omringd door steile bergen. Het meer is ruim 7,5 kilometer lang en bijna 200 (!) meter diep. Königssee betekent letterlijk ‘Koningsmeer’. Lange tijd was dit gebied eigendom van de Beierse koninklijke familie, de Wittelsbachs. Zij gebruikten het als jachtgebied en besloten het streng te beschermen. Pas in de 20e eeuw werd de toegang open gezet voor bezoekers.

Een boottocht over de Königssee is een ervaring op zich. Niet alleen vanwege het uitzicht. Halverwege houd de boot stil en de kapitein tovert een trompet te voorschijn. Het deuntje dat hij speelt weerkaatst spectaculair tussen de rotswanden. Ooit was dit een communicatiemiddel voor vissers en jagers, nu een klein cadeautje voor ons.

Wat het verder nog zo bijzonder maakt, is dat er al sinds 1909 alleen elektrische boten varen. Geen lawaai, geen stank, geen olie in het water. Alleen stilte, golven en natuur. Daarmee was dit gebied zijn tijd ver vooruit, een keuze die ervoor heeft gezorgd dat de Königssee nu nog altijd één van de schoonste meren van Europa is. En nog steeds varen de boten elektrisch, of worden ze met pure menskracht voortbewogen.

Midden op het meer ligt St. Bartholomä, het kerkje met de rood-witte torentjes dat al sinds de 12e eeuw bezoekers verwelkomt. Een heilige plek die alleen per boot bereikbaar is. Verderop, bij het eindpunt Salet, ligt het Obersee-meer. In de verte stort de Röthbachwaterval 465 meter naar beneden en is de hoogste van Duitsland. Wij kiezen ervoor om niet helemaal naar de waterval te wandelen, maar gewoon te genieten van de plek zelf. Even zitten, kijken, ademen. Soms is dat genoeg.

Al in de 19e en 20e eeuw trokken schilders en dichters hierheen om het magische licht en de serene stilte vast te leggen. En dat snap ik wel, zodra je van de boot stapt, voelt het alsof je in een schilderij bent beland. De Königssee en Salet zijn plekken die je niet zomaar van je afschudt. Het is niet alleen de natuur, het is de rust, de historie en het gevoel dat de tijd hier op de een of andere manier trager loopt.

Mijn collega had helemaal gelijk. Het was meer dan de moeite waard om daar een dag aan te besteden. 

Grießbachklamm…

Na onze vakantie in 2017 wilde ik deze wandeling graag nog eens maken. Maar ja, we zijn over het algemeen alleen in de winter hier. Dus toen onze zomervakantie dit jaar naar Oostenrijk ging stond hij hoog op mijn lijstje. De Grießbachklamm. Het is volgens Tiroolse begrippen een van de mooiste wandelplekken. Nu is mijn referentiekader wat wandelplekken betreft geen goede graadmeter, maar ik sluit mij wel aan bij deze mening. De Grießbachklamm is een, als je het zo kunt noemen, sfeervolle kloof waar helder bergwater langs de rotsen stroomt.

Voor iedere natuurliefhebber is er een route. Zelfs voor de totaal-niet-wandelaars. De kortste route is 3 km. Terwijl je door de kloof wandelt waarbij hoge rotspartijen je omringen en het water naast je over de rotsen en door de kloof klatert, heb je er geen idee van hoeveel meter je ongemerkt aflegt. De smalle paadjes, ruige rotsen, houten vlonder-delen en de hangbruggen die je passeert maken het helemaal compleet. De 3 km is zo voorbij. Voor de mensen die wat meer aan kunnen is er nog een route van 6 km en de echte “diehard” wandelaars kunnen hun hart op halen met de route van 10+ km. 

Aangezien wij de conditionele gesteldheid hebben van een “telefoon met maar 5% batterij” besluiten we wijselijk om de kleine ronde, van 3 km te lopen. Die start praktisch al op de parkeerplaats. Het pad slingert door een idyllisch decor: kabbelende beekjes en het zachte ruisen van de bomen maakt van de start al een goed begin. We zijn redelijk op tijd en het is nog niet extreem druk. Ook nu ben ik daar wel blij om. Ik heb al het moois nog niet gezien maar geniet nu al met volle teugen. 

De weken ervoor heeft het hier flink geregend. Ik was er vanuit gegaan dat het daarom een flink watergeweld zou zijn. Maar dat is niet het geval. We kunnen zelfs tot aan het water komen en als we zouden willen naar de overkant waden. Het water is mij iets te koud dus ik blijf op veilige afstand. Maar boys will be boys, dus vriendlief springt van rots naar rots en klautert behendig over een stapel stenen. 

Ongeveer veertig jaar geleden werd de kloof voor wandelaars toegankelijk gemaakt. Maar de natuur heeft hier haar eigen wil. Meerdere keren werd de route beschadigd door overstromingen, met 2012 als zwaar dieptepunt. Toch kwam er telkens herstel, met materialen uit de omgeving en met oog voor harmonie. In 2013 werd de Grießbachklamm opnieuw opgebouwd. Wat raadplegen leerde mij dat dat de opbouw volgens Feng Shui-principes is opgebouwd. Als wandelaar zou je het gevoel kunnen krijgen dat elke bocht, brug en rustplek in balans voelt. Ik was misschien iets te verwonderd door alles om dit zo te ervaren. 

Toen hoogwater de klamm bijna een jaar geleden opnieuw trof, gebeurde er iets moois: binnen acht weken waren de hangbruggen, stegen en het barfußpad (blotenvoeten pad) door de bewoners weer hersteld. Omdat wij de kleine ronde gelopen hebben, zijn we jammer genoeg niet langs het barfußpad gekomen. Dat is een breder open stuk met zandbanken waar je heerlijk met je blote voeten door het steenkoude water kunt waden. Een goede reden om nog eens terug te komen en de langere route te wandelen.