Count your Blessings… #2

Terugkijkend op de afgelopen paar weken kan ik alleen maar heel blij zijn met alles wat ik ondernomen en gedaan heb. Hieronder drie onderwerpen die er voor mij tussenuit gesprongen zijn. De onderwerpen die mij blij hebben gemaakt. Die mij bewust hebben gemaakt van wat ik als normaal ervaar, maar wat niet altijd zo vanzelfsprekend is.

Bron: Tante W.

Brunch…
april stond in het teken van de brunches en de lunches met mijn gehele familie. Niet dat we dit zo specifiek gepland hadden. De agenda had nu eenmaal wat meer ruimte voor dit soort activiteiten dan de maanden ervoor. Het begon met 1e paasdag. Mijn oom en tante van mijn moeders kant organiseren dit al een aantal jaar. Zeker nu mijn opa, oma, vader en moeder er niet meer zijn is zo’n dag met familie extra fijn. De konijnen die los door hun huis en de tuin hupsen maken het plaatje voor deze dag helemaal af. Twee weken later hadden we een brunch bij van der Valk met de familie van mijn vaders kant. Ieder jaar probeert iemand van de familieleden iets leuks te organiseren. Soms is dat een uitje naar een pretpark. De andere keer een high tea of BBQ. Met zo’n grote groep is het vaak lastig om iedereen bij elkaar te krijgen. Gelukkig was het een grote meerderheid gelukt om deze dag vrij te houden en er iets gezelligs van te maken met elkaar. De laatste brunch was een week later. Eveneens bij van der Valk. Dit keer met mijn schoonfamilie. Ik weet eigenlijk niet eens meer ter eren waarvan. Maar we hebben een heel gezellige middag gehad en natuurlijk weer iets te veel gegeten…

Weekje weg…
Even de tijd voor ons als gezin hebben we eigenlijk niet zo vaak. We zijn zo druk met alles om ons heen dat we niet vaak samen weg gaan. We planden een week vakantie in. Alle drie waren we er heel erg aan toe. Zeker na alle inspanningen thuis, op school, de voetbal en het werk. De bestemming was Turkije waarbij het woord LUIEREN onderwerp van de week was. Hoewel… We moesten heel veel trappen beklimmen om van de vele glijbanen te gaan die het aqua park telden. Als het daar te druk werd naar ons zin liepen we naar het strand waar we de volgende paar uur verbleven. Met een bal uiteraard. Want een dag niet gebald is volgens zoonlief een dag niet geleefd. We voetbalden tot het zweet van ons voorhoofd droop en onze voeten rood zagen van het vele trappen tegen de zanderige bal. Na de lunch doken we één van de zwembaden bij het hotel in om deel te nemen aan ons eigen waterpolospel of om de GoPro te testen. De dag sloten we af in het zonnetje om ons op te laten drogen en vooruit, om even een uurtje te luieren…. De week vloog letterlijk voorbij. En we hebben het, ondanks dat we gewend zijn altijd met grotere groepen weg of op pad te zijn, heerlijk gehad.

GoPro getest in het zwembad

Gelezen…
Ik las het boek: Parnassia. Ik ben blij dat schrijfster Josha Zwaan dit pareltje geschreven heeft. Wat een mooi verhaal. Afgezien van mijn schoolperiode heb ik mij verder nooit echt verdiept in de 2e wereld oorlog. Maar oh, wat ben ik blij dat ik nog nooit een oorlog heb hoeven mee maken. Toch kon ik de gevoelens en de emoties van de hoofdpersoon goed plaatsen!! Het boek is heel fijn geschreven, en het zet je af en toe aan het denken. Een aanrader voor een ieder die van lezen houdt!!

Count your Blessings … #1

September 2014 begon het. Poownie liep kreupel. Ik gaf hem een paar dagen rust en liet de hoefsmid komen. Deze verhielp het probleem. Dachten we. Maar na een week liep hij nog steeds niet goed. Sterker nog, het werd alleen maar erger want hij stond die week nog maar op drie benen. De vee arts kwam langs. Hij onderzocht zijn hele been en maakte foto’s. Diagnose: een ontsteking tussen twee botten van het voorbeen. Te vergelijken met een tennisarm bij mensen. De verhalen lees je hier & hier…  Advies: volledig boxrust. Daar was ik het niet helemaal mee eens. Poonwie ophokken, langer dan een dag, zou alleen maar meer stress geven met alle gevolgen van dien. Gelukkig hebben wij een paddock aan stal en dat was volgens de arts een goede tweede keus. Zolang hij maar rustig zou blijven en niet opgejaagd kon worden door andere paarden.

De weken die volgden waren best wel spannend. Als Poonwie slechter zou gaan lopen moest ik de vee arts weer bellen. Twee keer per dag was ik op stal te vinden. ’s Morgens om hem zijn medicijnen te geven en te kijken hoe hij de nacht door was gekomen. ’s Avonds om hem van de nodige aandacht te voorzien. Hij was nog eens extra zielig omdat zijn maatje nog lekker in het weiland stond en hij het moest doen met een zandbodem en hooi. Daarom ging ik iedere dag minimaal een uur met hem grazen zodat hij in ieder geval nog dagelijks met één van zijn hobby´s bezig kon zijn.

Na de derde week in de paddock zag ik zijn kreupelheid afnemen. Alleen nog bij het opstaan ´s morgens liep hij een paar minuten kreupel. Na de vijfde week was er in stap niks meer te zien aan zijn been. In draf liep hij echter nog steeds steenkreupel. Inmiddels had ik mij er bij neer gelegd dat rijden er misschien niet meer in zou zitten. Zolang hij maar pijnloos door het leven kon gaan, dat was en is, voor mij het belangrijkste. Pas na een week of acht werd ook de kreupelheid in draf steeds iets minder. Hierdoor had ik goede hoop dat hij zou herstellen en geen pijn meer zou hebben. Aan rijden zelf wilde ik liever nog niet denken.

Begin december besloot ik een aantal keer per week korte stukjes met hem te gaan wandelen. Zomaar een kwartiertje en dan lekker grazen. Dit ging erg goed. Ik merkte ook aan Poonwie dat hij het fijn vond weer eens wat anders te zien en te ruiken dan de bekende dijk en zijn stal. Het ging zelfs zo goed dat we in januari de afstand één keer per week wat zijn gaan opvoeren. Poownie begon ook steeds vaker bokkensprongen te maken in de paddock zonder daar iets aan over te houden. Op 15 februari liepen we samen onze eerste vijf kilometer. Dat voelde als een grote overwinning.

Zou Poownie nu genoeg aangesterkt zijn dat ik ook op zijn rug kon gaan zitten? Dinsdag 17 maart, het zonnetje scheen en de lente was in aantocht. Na een aantal dagen van uitstel, straks zijn we weer terug bij af, besloot ik het er op te wagen. Poownie werd van een flinke poetsbeurt voorzien en toen was het zover. Zadel op zijn rug en hoofdstel in. Voorzichtig klom ik op zijn rug. Dat was inmiddels meer dan aan half jaar geleden. Ik merkte aan Poownie dat hij wat moeite had met zijn, en mijn,  evenwicht. Bij iedere pas was ik bang dat hij weer kreupel zou gaan lopen. We waren nog geen honderd meter van stal toen hij zich herpakte. Hij werd zekerder van zich zelf. Zijn passen werden ruimer en hij slingerde niet meer.

Ons stapritje duurde niet langer dan 30 minuten. Maar oh, wat hebben we er beiden van genoten. Poownie was één bonk energie. Zijn oortjes stonden rechtop en met zijn hele houding liet hij merken dat hij er zin in had. Ik moest mijzelf, maar zeker ook hem, inhouden om niet sneller en meer te vragen dan alleen een stukje stap. We liepen de zonsondergang, die op die dag mooier was dan anders, tegemoet. Wat voelde het goed om na zo’n lange tijd er weer samen op uit te kunnen.

Poownie