Als sneeuw voor de zon…

Het is koud, het regent, het is vroeg donker en ik heb de drukste werkweek achter de rug die ik in tijden heb gekend. Het omschakelen van zomer naar winter komt dit keer wel binnen. Ik sta nog net niet te klappertanden maar een rilling kan ik niet onderdrukken. Hoewel dit ook van de vermoeidheid kan zijn. Ik besluit om het voor gezien te houden en lekker vroeg mijn bed in te kruipen. 

Ik klop mijn kussen nog wat op en tover een dik fleeceplaid uit de kast voor over de voetjes, want het raam (met hor) heeft zo’n beetje heel de dag open gestaan dus koud…. Bij het “openslaan” van mijn boek, wat een onderdeel is van mijn avondritueel, begint het gelazer. Ik doe eerst of ik het zoemen rond mijn hoofd ingebeeld heb. Ik ben immers moe en wil eigenlijk mijn drukke dag rustig afsluiten. Maar na een hele zin gelezen te hebben irriteer ik mij al wezenloos. Dit gaat hem niet worden. 

Mijn boek leg ik naast mij neer. Die mug gaat hoe dan ook neer. Aan de herrie te horen zou je denken dat het minstens een compleet gezin is dat onderdak komt zoeken. Wat ik raar vind want in de kamer is het gevoelsmatig kouder dan buiten. 

Het zoemen houd aan dus het is wat lastig om hem nu te detecteren. Met mijn zaklamp op mijn phone creëer ik een soort scheerlicht. Het duurt niet lang of ik zie hem er doorheen stuiteren. Het is er maar een. En verhip, hij lijkt wel dronken. Met een oog houd ik hem in de gaten terwijl mijn andere oog op zoek gaat naar die verdraaide mepper. Zodra ik hem wat spastisch onder het bed vandaan heb gegraaid is de mug pleite. Als sneeuw voor de zon…

Ik maak een keer een ronde door de kamer. Zoals verwacht maar niet gehoopt is ie spoorloos. Ik sta ondertussen daadwerkelijk te klappertanden van de kou. Snel mijn warme bed weer in. Boek erbij en verder waar ik gebleven was. Maar verder dan een hele bladzijde kom ik niet want daar is het gezoem weer. 

Vriendlief lukt het meestal wel om met weinig licht een vliegend insect uit te schakelen. Dus haal ik mijn eigen “Ghostbuster”, die nog niets vermoedend beneden tv zit te kijken, er bij. Samen hossen we door de kamer. Hij de ene en ik de andere kant. Na een paar minuten zoeken wisselen we van plek. Maar ook nu is de mug spoorloos. 

Ik besluit het er bij te laten. Ik ben moe en wil mijn (nog steeds niet voorverwarmde) bed weer in. Ik pak mijn boek er voor de derde keer bij. De mug houd zich koest. Pas midden in de nacht hoor ik hem rond mijn hoofd zoemen. Ik mep een paar keer in het luchtledige om hem te verjagen. 

De volgende dag kan ik gelukkig geen muggenbult ontdekken. Wanneer ik beneden kom sluit ik de tussendeur achter mij. En wat zie ik tot mijn grote verbazing nog net ff naar binnen fladderen voor ik de deur daadwerkelijk dicht doe?! Dit keer ontkomt hij mij niet. Normaal gaat alles wat leeft naar buiten. Voor een mug maak ik een uitzondering. Met mijn vlakke hand plet ik hem tegen de muur. Het is in een keer raak. Als sneeuw voor de zon. 

Blijf je slapen?

“Hoeveel zeg je?” Van schrik spring ik van het bed terwijl vriendlief zich nog even op z’n gemak omdraait alsof ie niks gehoord heeft. “14.000€” zegt hij nogmaals. Ik staar de verkoper alleen maar aan. “Waarom?” gil ik hem bijna toe. “Met de hand gemaakt, uit Engeland, echt paardenhaar en schapenvacht en bla bla.” Meer hoor ik niet, ik zie alleen zijn mond bewegen. In nog geen 14.000 jaar dat ik dat ga uitgeven aan een bed. Vriendlief dacht er anders over. Niet alleen de verkoper had hem al bijna zover. Het bed, toegegeven het is echt een plaatje en zou zeker niet misstaan in onze slaapkamer, had hem nu al in zijn macht. Mochten we ons bedenken, er kon nog wat aan de prijs gedaan worden. “Ooh, dat dacht ik ook!!”

Inmiddels was dit al de vierde beddenwinkel waar we waren. Er is echt belachelijk veel keus. Ik zie door de bomen het bos niet meer. Verkopers hebben hun eigen manier van uitleggen maar ze spreken elkaar soms ook een beetje tegen. Daar kunnen mijn hersens, die hier geen verstand van hebben, niet goed tegen. Dit kan wel met zus maar niet met zo. Op een bepaald bed kan alleen maar dat matras. Ligt niet fijn zegt U? Tja dan moet U een ander bed nemen! Toen een verkoper vertelde dat ie alleen zijn bedden met toppers verkocht was ik klaar met hem en zijn toko.

Beddenwinkel 5 was voor deze week de laatste die ik wilde bezoeken. Ook hier veel verschillende bedden met dito matrassen. Maar we lopen wel direct tegen het bed aan dat we beiden mooi vinden. Jammer genoeg met topper, iets wat ik niet wil. Dan verschijnt er een verkoper. Of hij kan helpen? We gooien al onze wensen voor zijn voeten en wijzen daarna naar dat bed. “Daar kan praktisch elk matras op!” Deelt hij ons mee. Lucky us. 

Hij neemt ons mee door de winkel en laat ons niet alleen diverse soorten matrassen testen, iets wat we al bij diverse winkels gedaan hadden maar nooit echt een goed advies kregen, en legt uit aan de hand van plaatjes, doorsneestukken matras, lichaamsbouw en onze slaaphouding waar we goed aan doen. Hij neemt werkelijk alle tijd voor ons.  

We testen de simpele standaard tot het duurdere segment. Dat is maar goed ook. Want het Tempur matras dat zo geprezen wordt ligt echt voor geen meter, ik zak erin weg als in drijfzand. We testen en testen nog meer. Tot we bij een matras aankomen waar ik heel blij van wordt. Het matras is voorzien van pocketveren, diverse soorten schuimlagen en afgewerkt met een firm toplaag. Het matras is zacht genoeg om in weg te zakken en tegelijk voel ik de stevigheid van het geheel. Hierop voel ik mij letterlijk gedragen. Ook nu krijgen we uitleg over de drukpunten, verdeling van gewicht en de verschillende zones. De stroom aan informatie is eindeloos. Net als zijn geduld met ons. 

Terwijl wij mogen “proefslapen” haalt de aardige man een bakkie koffie voor ons. “Nou hier hoef ik niet langer over na te denken. Dat bed, wijs ik hem en dan met dit matras.”Vriendlief is het er gelukkig helemaal mee eens. Ik doe geen consessies aan mijn slaapcomfort, behalve aan de prijs. En ook daar kon zelfs wat aan gedaan worden. 

Alles heeft zijn tijd..

Drie keer knipperen met mijn ogen en zo zijn we plots een paar weken verder. Een paar weken zonder ook maar een woord op papier te hebben gezet of een blog met jullie te hebben gedeeld. Er waren momenten dat ik er wel voor ben gaan zitten, want inspiratie zat. Maar de woorden bleven als een brij in mijn hoofd hangen. Misschien komt het ook wel omdat het om mij heen heel druk is en dat neemt in mijn hoofd veel plek in beslag. Wel merk ik dat de rommel en chaos plek begint te maken voor orde en regelmaat. Maar dat heeft tijd nodig. 

Uit ervaring weet ik, dat als ik gewoon door blijf ademen, alles altijd weer op zijn pootjes terecht komt. Alles heeft nu eenmaal zijn tijd. En in dit geval hoeft het voor een keer niet eens synchroon te lopen met elkaar.  

Ook het weideseizoen heeft zijn tijd. Maar is nu echt teneinde. Poownie wilde het een paar weken geleden al voor gezien houden. Ik merkte het aan zijn gedrag. Ik had de auto nog niet geparkeerd of hij kwam al hinnikend aangelopen. Na een wandeling kreeg ik hem ook niet meer zo makkelijk de wei in. Zonder voortanden is het gras voor hem aan het einde van het jaar te kort. Hij verveelde zich stierlijk en de emmers met voer die ik hem bracht waren niet genoeg om zijn knorrige maag te vullen. 

De oplossing om samen met een ander paard een dagdeel door te brengen op de paddock was een schot in de roos. De hele dag hooi eten en verdeeld over de dag ook nog eens twee emmers met slobber maakte hem een stuk vrolijker (en ronder.) Na het avondeten hing ik mijzelf en de paarden vol met verlichting, want vroeg donker, en liep dan terug naar de wei. De nacht mochten ze met hun maten doorbrengen op het land. Maar ook voor de rest van de kudde is daar nu dus een einde aan gekomen. De start van een nieuw seizoen of dit nu de paddock of de wei is, vind ik heerlijk. Terug naar enige vorm van regelmaat en ritme en gezelligheid op stal. 

Op mijn werk is het andere koek. Daar is het net een circus. Al koorddansend jongleren we met de vele nieuwe projecten. Waar we naar toe willen is duidelijk maar hoe is soms een puzzel. We werken ons door een doolhof aan regels en systemen om het rond te krijgen. Dat betekend van alle collega’s maximale inzet. Schuiven met eigen en andermans werkzaamheden, verantwoording nemen maar ook werk delegeren en aannemen. Wanneer er 1 “spelbreker” tussenzit dan merk je dat direct. De druk wordt groter. Iets wat ik zelf een paar weken heb mogen ervaren. Het is hard werken maar geeft ook veel voldoening. Het is tof om te zien hoe we dit met ons kleine team toch steeds voor elkaar krijgen.

Door het vele extra werk blijft er weinig puf en tijd over voor (vriendlief, sorry 🙏🏼!! en ) de ander hobby’s. Zo ben ik al weken niet meer naar de voetbal geweest. De fotografie ligt op zijn gat en het uitlezen van mijn boeken gaat ook wat langzamer. Om over het bloggen en bij-lezen maar niet te spreken. Ook hier weet ik, geduld is een schone zaak. Alles heeft zijn tijd…

Round 2…

Vriendlief mocht de locatie voor de tweede vakantieweek uitzoeken. Onze uitvalsbasis voor die dagen werd “old school” Renesse. Iets met jeugdherinneringen en zeilkampen uit drie levens terug. Ons verblijf: een hotel met alles er op en eraan. Het zou nog even spannend worden of ik het met mijn rug wel zou gaan redden. De pijn was dusdanig gezakt dat we er in ieder geval naar toe konden. De (actieve)planning moesten we wel een beetje omgooien. Blowkarten en quadrijden werden daarom van het menu geschrapt. 

Er was heel veel regen voorspeld, maar ook deze week vielen we, net als bij de eerste week, met onze neus in de boter. Na aankomst schoven we eerst een lekkere kibbeling naar binnen om daarna door te rijden naar het strand. Het wolkendek brak open en de zon stond ons al op te wachten. Omdat we het niet hadden verwacht, maar wel stiekem gehoopt, hebben we er extra van genoten. We wisselende het liggen en zitten af voor pootje baden in de zee. Tot laat in de middag verbleven we op het strand waar we het langzaam vloed zagen worden. 

We keerden terug naar ons hotel voor een snelle douche voordat we naar het gezellige “centrum” van Renesse, dat bestaat uit 1 hele winkelstraat, terugkeerden om ons daar te goed te doen aan de verse Zeeuwse mosselen. Vriendlief dan, ik koos voor iets smakelijkers… Over het toetje waren we het wel eens, vers Italiaans schepijs zodat we ondertussen de benen even konden strekken. En het moet gezegd, tot nu toe de lekkerste ijssalon die ik in jaren tegengekomen ben. 

De avond liet al snel van zich horen en ook langs het water viel er, op wat vissersbootjes na, niet veel meer te zien. Gelukkig stond er een relaxte avond op het programma. En eenmaal uitgebuikt brachten we een bezoek aan de sauna. Daar werd ik echt heel blij van. Mijn rug, die aardig wat te voortduren heeft gehad, ook. 

Dag twee bleek weer een mooie en warme dag. Prima weer om iets te ondernemen. Maar eerst een uitgebreid ontbijt in het restaurant. Vervolgens reden we naar Neeltje Jans. Tijdens de geschiedenislessen op school wel ooit besproken maar ik was er nog nooit geweest. Na de watersnoodramp van ’53 is de Neeltje Jans een werkeiland geworden als onderdeel van de Oosterscheldekering. Nu is het een informatie en “attractiepark” waar je rondleidingen kunt krijgen. Misschien dat ik er ooit nog eens een blog aan wijd. We sloten ons bezoek af met een rondvaart langs de Oosterscheldekering.

Aan het einde van de middag trokken we nog wat baantjes in het zwembad. De zon was verdwenen en de wind iets opgetrokken. Buiten was daarom geen optie meer. Maar er was gelukkig ook een verwarmd binnenbad. Daar werd mijn rug weer blij van. In de avond reden we naar het dorp waar we ons wederom culinair hebben laten verwennen. 

De regen die al twee weken voorspeld was kwam op dag drie in volle hevigheid naar beneden. Verwacht maar niet gehoopt. Ons ontbijt werd een brunch en lekker uitgebreid en op het gemak namen we plaats in het restaurant. We vulden de rest van de dag met het kijken naar mooie huizen en een bezoek aan een van de omliggenden centrums voor we op huis aan gingen. 

Ouderdom komt met gebreken…

“Pijn is niet fijn.” Wat sommige mensen ook beweren! Al helemaal niet wanneer het prompt in je rug schiet. Je hierdoor sterretjes ziet en daarna ook nog zelf terug moet rijden. Uiteraard nadat je je wrakkige lichaam eerst naar je auto gesleept hebt. Hoe het je gelukt is om plaats te nemen in je auto en terug naar huis te rijden kun je je niet helemaal meer herinneren want
P I J N.

Eenmaal thuis lukt het mij om mijzelf uit de auto te krijgen en naar huis te strompelen. Maar eenmaal binnen weet ik mijzelf ook geen houding te geven. Schoenen en sokken uitdoen is een no go. De komende uren loop ik dus nog maar even in mijn paardenkloffie. Voorzichtig blijf ik rondjes lopen tot de verlammende steken in mijn rug zijn gezakt.

“Ik gok spit.” zegt ik tegen vriendlief als hij ook thuiskomt en mij in een of andere rare positie op de grond ziet liggen. Ik heb welgeteld 3,5 dag om te herstellen voor we aan ons tweede midweek weg gaan beginnen. Inmiddels is het gelukt mijn schoenen en sokken uit te krijgen. Aan de rest van mijn kleding wil ik nog even niet denken. Eerst die helse steken weg. Zo half op de grond liggen, met mijn onderbenen steunend op de bank, is nog de meest comfortabele positie die ik in die korte tijd kan vinden.

Af en toe heb ik wel last van mijn rug maar dit heb ik nog nooit meegemaakt. Dat ik niet kan zitten of normaal kan liggen van de pijn. De rest van de dag breng ik half liggend, half zittend met veel pijnstillers door. Mijn rug heeft schijt aan mijn vakantie, want daar zit ik nu midden in, en ik kan niet anders dan mij er bij neerleggen. De pijn te doorstaan en accepteren dat het nu eenmaal niet anders is en even kan gaan duren.

Na een dag slapen lijkt het beter te gaan. Wanneer de pijn in alle hevigheid terugschiet weet ik dat ik letterlijk en figuurlijk geen stap verder ben. Deze dag krijgt dezelfde invulling als gisteren. Met mijn e-reader onder mijn arm wissel ik bank, stoel en bed af. Dat lijkt nog de beste combinatie. Daarnaast doet mijn rug het beter na een warme douche. In bad durf ik niet. Ik krijg mijn been niet hoger opgetild dan 30 cm. De infraroodlamp is mijn tweede beste optie. Gedurende de uren die volgen merk ik dat de scherpe randjes minder worden.

Halverwege dag twee voel ik wat mobiliteit terugkomen. Alsof mijn ruggengraat en romp langzaam uitgelijnd worden met de rest van mijn lichaam. Inmiddels ben ik er aardig handig in geworden om zonder steken mijn bed in en uit te komen. Nog steeds heel voorzichtig, dat dan wel weer, durf ik mij wat meer te bewegen.

Ik ben als een kind zo blij als ik op dag drie eindelijk, vraag niet hoe, zelf mijn sokken aankrijg. Vriendlief rijd mij naar Poownie want zelf rijden lukt niet. Gaandeweg die dag kan ik ook weer zonder steken zitten, liggen en opstaan. Maar alles met mate en veel afwisseling. Mijn staldienst mag ik gelukkig opschuiven naar volgende week. Rust houden heeft (voor nu) voldoende geholpen dat ik het aandurf om toch op pad te gaan voor ons midweekje weg. De planning moeten we wel wat omgooien maar ach, we zijn er in ieder geval even lekker tussenuit.

Iemand koffie??

“Heeft een van jullie misschien een idee hoe dit werkt?” Ik verplaats mijn blik van mijn pc naar mijn collega die bij de koffieautomaat staat. In haar handen heeft ze een strip met pijnstillers, een emmer en iets wat lijkt op een handleiding. We zitten midden in de zomervakantie. De helft van de collega’s is dus ook met vakantie. Heel toevallig zijn dit ook de collega’s die iets af weten van de koffieautomaat. Het bijvullen lukt ons allemaal wel. Maar een grondige reiniging is niet iets waar we ons allemaal mee bezig houden. “Ik dacht dat het met de handleiding erbij wel zou lukken, maar ik kom er echt niet uit!” Zegt mijn collega om haar hulpvraag kracht bij te zetten. 

Ik laat mijn pc met opdrachten voor wat het is en loop naar haar toe. “Zo moeilijk kan dit toch niet zijn?” Zeg ik tegen haar. Ondertussen pak ik de gebruiksaanwijzing van haar over. “Dat dacht ik dus ook. Toch snap ik het gedeelte tussen stap 4 en 5 echt niet.” Ik werp een blik op de tekening. Ik draai het blad een keer om en herhaal dit nog twee keer. Ik snap haar. Het blad had net zo goed volgeschreven kunnen staan met hiërogliefen. Van rechts naar links of van onder naar boven. Ik snap er ook geen hol van. 

Collega drie komt er bijstaan en pakt de handleiding van mij over. Ze komt ook niet verder dan stap 4. Ondertussen frommel ik wat aan de bak met koffiebonen en haal de voorraadbak eruit. “Thuis moet dit onderdeel ook eens in de zoveel tijd schoongemaakt worden. Is het dit niet?” Ik kijk naar de opening en vervolgens naar de strip met pillen. Die er overigens uitzien als paracetamolletjes. Maar dat lijkt ook niet logisch. Ik plaats de bonen weer terug en klik eea weer vast. 

We bellen collega 4 die thuis aan het werk is. Die weet het vast wel. Na een kort overleg blijkt dat ook zij niet helemaal zeker is hoe dit werkt. Ergens moet dat pilletje in. Maar waar?? “Weet je wat? We wachten wel tot maandag. Dan is 1 van de 3 weer terug”. Als we het deurtje dichtdoen blijft het systeem op de error-stand staan en dat betekend geen koffie meer TOT MAANDAG!! Niemand komt tussen mij en mijn bakkie cappuccino. Dit probleem moet dus nu verholpen worden. 

Collega drie duikt achter haar PC. Youtube to the rescue. Al snel komt ze er achter dat er nog een paneel is dat open kan. Daarachter moet het reservoir zitten met een opening voor paracetamol-achtige pilletjes. Wonderbaarlijk. Had dit nu echt niet duidelijker op de handleiding gezet kunnen worden? Wie schrijft die dingen? De automaat is inmiddels helemaal van slag en reageert niet meer. We besluiten de schoonmaak opnieuw te starten maar eerst moet de automaat gereset worden. 

Als we na vijf minuten weer bij stap 4 aankomen openen we het “geheime deurtje”, proppen het pilletje in het vakje en toetsen wat codes in op het paneel. De automaat begint spontaan te pruttelen, slangen worden schoongespoeld en de brewer is even later ontkalkt (of wat het pilletje dan ook doet). De automaat is weer klaar voor gebruik.  

In een klap weten niet 3 maar 6 personen hoe de automaat werkt. Kijk, zo los je ook problemen op. Maar nu eerst een bakkie koffie!!

Een eerste tweede indruk…

We zitten midden in een gesprek als zoonlief, tussen een hap van zijn avondmaaltijd door, aan ons vraagt of hij “even geëxcuseerd mag worden”. De lepel met daarop mijn prakkie blijft ergens halverwege mijn bord en mijn mond hangen. Dat zoonlief ff van tafel wil is niets geks maar dat hij deze taal bezigt… Omdat het te lang stil blijft vervolgd hij zijn betoog. “Want ik moet zo weg!?” Om vervolgens nog een hap in zijn mond te proppen en die praktisch zonder te kauwen doorslikt. 

“Ja en?” Zeg ik, inmiddels wel kauwend op mijn volgende hap. “Ik ook” Ga ik verder met mijn mond vol. “Ik heb zo mijn eerste voetbaltraining en ik moet nog douchen!” Is zijn antwoord. “Douchen voor je training?? Is het niet fijner om dat na je training te doen?” We krijgen beide een blik van hem alsof we hem vragen om een rondje op zijn handen rond het huis te wandelen. Wat een domme vraag!!! “Nou, vooruit dan maar. Wij ruimen wel weer af.”

Hoewel hij al eerder heeft meegetraind en zelfs al wedstrijden heeft gespeeld, is het vandaag zijn eerste echte officiële training bij dit nieuwe team. Hij kent de spelers, de trainers en de locatie is zo’n beetje zijn tweede thuis. Toch is het best wel spannend. Elkaar na een zomerstop weer terug zien, nieuwe spelers die zijn aangetrokken en zelf, als broekie, aansluiten bij het eerste. Ik snap wel dat je alsnog een goede eerste “tweede indruk” wilt maken. 

Terwijl vriendlief en ik de tafel afruimen en de keuken weer toonbaar maken schalt de rustgevende takke herrie die zoon heeft opgezet, om even tot zichzelf te komen, de trap af zo de woonkamer in. Als ik even later boven kom zie ik wolken stoom onder de douchedeur naar buiten kruipen. Alsof het op de vlucht is voor wat daarna komen gaat. Een halve deofles, bodymist of bodydeo, ik weet niet precies wat de jeugd van tegenwoordig allemaal gebruikt, wordt leeggespoten. De niet geheel verkeerde geur volgt de mist onder de deur door, de gang op. 

De takke herrie heeft inmiddels plaats gemaakt voor muziek dat mijn oor ook wel kan waarderen. Ik neurie mee onderwijl de was opvouwend. Tussendoor hoor ik Zoonlief rommelen in de la gevolgd door het geluid van de fohn. Serieus? De fohn?? Om daarna te horen hoe, mogelijk, een fles haarlak leeg gespoten wordt. Ik zou haast denken dat hij niet gaat sporten maar een date heeft. 

Ik ben heel wat sneller klaar met mijn klus dan hij met opdoffen. Maar niet veel later komt hij dan ook, compleet gestyled, de trap af. Als ik zijn sportkleding wegdenk en daar een driedelig kostuum voor in de plaats zie dan is hij klaar voor het gala. Ik krijg een “wat nou” blik van hem terug en weet mij in te houden. Dit is niet het moment om sarcasme ten gehoor te brengen. Dus ik houd mij in. Met moeite, dat dan weer wel. 

Hij is er klaar voor. We lopen met hem mee naar de deur en zwaaiend wensen we hem een super toffe (trainings)avond toe. We krijgen van hem een ingehouden scheef lachje terug als hij de straat uitrijd. Zijn manier om te laten weten dat ie onze actie wel kan waarderen. Zo zijn we dan ook weer… 

De verwarming…

Begin juli:

De wekker gaat vroeg en dat op een zondag. Mijn eerste klus voor vandaag is mijn weidienst inlossen. Zo vroeg op pad heeft zijn voordelen. Het is aangenaam koel. Er is geen sterveling buiten en je hebt wat aan je dag. Ik ben zelfs zo vroeg dat ook de paarden nog in de “dut-stand” staan. Ondanks dat ik aan het werk ben en het zweet binnen no time van mijn voorhoofd druipt voelt het vredig om al zo vroeg en in alle rust bezig te zijn. Sneller dan verwacht ben ik klaar met mijn klus en heb zelfs tijd over om twee waterbakken in de wei helemaal uit te soppen. 

Ergens vind ik het jammer dat ik alweer weg moet. Maar ik ben niet voor niks op zo’n onchristelijk tijdstip opgestaan. Ik moet echt weer richting huis. Ontbijten, kop koffie in mijn mik en mijn kluskleding aan. Want er moet nog een hoop gebeuren in het (nieuwe) huis van mijn zus. De eerste week klussen is omgevlogen. Vandaag hebben we geen tijdstip afgesproken. Maar ik heb de sleutel en wil haar niet opjagen dus ga ik op eigen initiatief wat vroeger naar haar huis. 

Gewapend met veger & blik, ragger en de stoomeend ga ik de radiatoren te lijf. Want gisteren werd ik spontaan onpasselijk toen ik van bovenaf een blik wierp in de radiator tijdens het schuren van het raamkozijn. Niemands huis is brandschoon. Maar zo vies, ranzig, vettig en extreem stoffig als daar heb ik nog nooit gezien. Ik kreeg kriebels en koude rillingen. Als de radiator aan zou gaan zonder dat deze eerst grondig schoongemaakt zou zijn dan heb je stof longen of een allergie te pakken!

Als de stoomeend eenmaal op temperatuur is spuit ik de eerste lading rag, vet en fijnstof van boven naar onderen de radiator uit. Het is nogal een klusje met al die gaten en openingen. Maar het geeft voldoening als ik al die vlokken op de grond zie vallen en een soort schoon stuk zie verschijnen. Ik zeg met nadruk “soort van” want daarna moet ik er nog een keer flink met de ragger doorheen. Het liefst met een flinke plons desinfectie middel. Maar first thing first. Met de stoomeend ter hand werk ik heel het stuk ijzer af.

Jammer genoeg blijven er een paar plukken “plakken”. Hoe ik de hals van de de eend ook tussen de radiator en de muur prop, ze blijven stug zitten. Dan maar van onderaf naar boven. Ik bedenk mij te laat dat de stofnesten als “groene monsters” van boven naar beneden over mij heen vallen. Ik gruwel van mijn eigen domheid. Maar het werkt wel. Bij radiator twee heb ik een stofdoek over mijn haar gebonden en heb ik een verdwaald mondkapje, dat ik terugvond in mijn tas, om. Zekerheid voor alles.

Ook de voorkant van de radiator behandel ik met stoom. Ik wil niet weten wat voor ondefinieerbare viezigheid er vastgeplakt zit! Het lijken wel oude pizza resten of zo. Ik zie de zwarte waterdruppels en ander ranzigheid naar beneden glijden. Mocht je ooit twijfelen? Een stoomeend is echt fantastisch!! Ik haal er ook nog een doek met ammoniak overheen en langzaam worden de radiatoren schoner en witter. 

Zus komt op het juiste moment binnen. Beide radiatoren zijn zo goed als winterklaar. Ze hoeft ze alleen nog maar af te doen met een sopje.

Iedereen kan schilderen…

Het is een tijdje stil geweest hier. Mijn zus kreeg de sleutel van haar nieuwe huis en daar moest aardig wat geklust worden. Ze had een soort van strakke planning met hier en daar een deadline die gehaald moest worden. Hoewel ik totaal geen kluswonder ben, ik ben eerder een sta in de weg met twee linkerhanden, besloot ik wel iedere minuut vrij te maken om haar te helpen. Met een beetje “Ravensburger” in onze vingers besloten mijn zus en ik: “Iedereen kan schilderen.”

Onder onze handen kwam er steeds meer leven in het huis. Een huis dat door de vorige bewoners als afgedankt was achter gelaten. De vieze ranzige muffe geur werd met de dag minder. Het is zo leuk om te zien hoe schoon en mooi iets weer kan worden met wat liefde, aandacht, ammoniak en verf. Vooral dat laatste. Het probleem is dat ik hierdoor nog enthousiaster werd maar dat de vermoeidheid mij belette om door te gaan. Ik kwam iedere avond afgepeigerd en onder de verf en het stof thuis, met spieren die door de inspanning een compleet eigen leven gingen leiden. 

Moe of niet, deze weken gaven mij een berg aan energie!! Oké, mijn lichaam was het niet altijd eens met zoveel arbeid en vertoont hier en daar nog steeds een error. Eigenlijk ben ik gewoon een wandelend wrak maar jeetje wat hebben we een werk verricht! Er is in een korte tijd echt heel veel gedaan. 

De grootste klussen waren gelukkig al uitbesteed. Wat overbleef was de boel grondig schoonmaken, schuren, witten en schilderen. En kitten. Heel veel kitten om alle kieren en gaten weer dicht te krijgen. Het is een oud huis en er is flink in “geleefd”. Dat zie je terug in de butsen van het houtwerk, kozijn, deurposten en de trap. Hoewel de verhuurder er iets anders over denkt zou er eigenlijk een hoop vernieuwd moeten worden. Maar het huisje is charmant. Heeft redelijk ruime kamers met een grote vliering en tuin. 

Als een schilder of stukadoor vanaf een afstand had toegekeken hoe wij te werk zijn gegaan dan had ie blauw gelegen van het lachen of zich kapot geschaamd omdat we het “vak” ten schande hebben gebracht. Maar he, ik ben trots op mijn twee “linker handen”. Kamers witten, deurposten lakken, leidingwerk schilderen en muren van structuurverf voorzien. Hier en daar geholpen door Youtube, we hebben het toch maar even gedaan!

En boy oh boy wat ben ik trots. Trots op mijn zus dat ze ondanks de weinige middelen en mankracht (!) er toch voor is gegaan. Trots op vriendlief die zich in alle bochten heeft gewrongen om te helpen en zo blij met Oom B. en Tante V. die ook heel wat uren hebben opgeofferd om te komen helpen. Dank aan Neef X. voor het leggen van de vloer in zo’n beetje de heetste week van juli!! En dank voor de hulp van Vriend P. voor aller handen (stroomkabel)klusjes, schildertips het sjouwen en verhuizen zelf. Verhuizers en sjouwers jullie waren top!! Heel fijn dat er mensen zijn die bereid waren te helpen.  

Lieve zus, je had je zinnen gezet op dit huis en het is je huis geworden. Het heeft wat bloed, zweet en hier en daar een traan gekost, maar het is je gelukt! Ik wens je heel veel woon-plezier in je nieuwe paleisje.

🏡

Grote opruiming…

Sinds een aantal maanden heb ik een nieuwe directeur. En nieuwe directeuren brengen (niet altijd maar nu gelukkig wel) nieuw elan met zich mee. Er waait een heuse frisse wind door ons kantoorpand. Want niet alleen pakt ze alles grondig aan, er staat ook een verbouwing gepland. Compleet met nieuw interieur. Ze pakte het rigoureus aan. Kasten moeten leeg, laden-blokken uit het jaar 0 gaan weg. Spullen die staan te staan omdat er nu eenmaal ruimte voor is en de eeuwige verzameling van lege doosjes, want wie weet moeten we ooit nog iets versturen, worden weggegooid. 

De verbouwing is nog niet gestart maar je voelt nu al een andere vibe als je binnen komt. Het is leger, ruimer en schoner. Dat doet iets met je. Het geeft rust. Ook in je hoofd. Toen er vervolgens een mailing van Mila Ganpatsing, een dame die ik volg, met als onderwerp: “Doorbreek patronen door rigoureus te ruimen!” binnen kwam, besloot ik ook thuis maar eens flink aan de slag te gaan. 

Te beginnen bij mijn kledingkast. Ik bewaar kleding, laten we maar zeggen, veel te lang. Ik heb nu eenmaal moeite om iets weg te doen dat er nog goed en degelijk uitziet. Wie weet kan ik het ooit nog eens aan. Of het past heus nog wel als ik ff flink ga trainen. Mijn snowboardbroeken zaten dit jaar immers weer als gegoten nadat ik een half jaar aan IF had gedaan. Dus wie weet, wie weet… 

Mila zegt: “Alles is energie en dat geldt ook voor de spullen in je huis. Oude spullen wegdoen, betekent letterlijk je blokkades opruimen (en ruimte maken voor nieuwe dingen in je leven). 

Daar heeft Mila een goed punt. Blokkades heb ik ongetwijfeld en ruimte voor nieuwe dingen in mijn leven wil ik ook wel. Dus toch maar weer terug naar mijn kledingkast waar ik mijn “wie weet, wie weet” grondig aan ga pakken. 

Ik besluit te beginnen bij het hangende deel. Blousjes die ik al meer dan twee en sommige zelfs meer dan 3 jaar niet heb aangehad trek ik nu 1 voor 1 aan. Ze zitten te strak, zijn te kort of het model is er toch echt wel uit. Wat echt niet meer kan gooi ik weg. De rest gaat naar een tweedehands winkel. Een kwart van het hangende deel moet het veld ruimen. Twee blousjes komen door de herkeuring. 

Door met het gevouwen spul. Twee spijkerbroeken zijn rijp om afgedragen te worden op stal. Vier broeken kunnen direct naar de stapel voor tweedehands en 1 broek moet toch echt de prullenbak in. Ik vind zowaar twee broeken terug die ik een soort van opzij gelegd had want te klein of te strak. Maar nu pas ik ze perfect. Zie je, “wie weet, wie weet” komt hier dan toch weer mooi van pas!

Ook mijn truien en shirtjes bekijk ik eens kritisch. Een aantal daarvan mag afgedragen worden op stal en een aantal gaan in de zak voor de tweedehands toko. De zak zit inmiddels voller dan verwacht. Maar er is best nog plek voor twee paar nooit gedragen, en ik ga ze nooit dragen ook, schoenen.

Dit ruimde lekker op. Al met al is er heel wat meer ruimte in mijn kast ontstaan. Plek voor “nieuwe dingen” in mijn leven dacht ik zo. Nu eens kijken wat het volgende opruim project gaat worden.