Bloggen…

Even een luchtig blogje tussendoor. Ik kwam deze tag tegen op de site van Jenn en besloot hem over te nemen.

Waarom ben je in eerste instantie begonnen met bloggen?
Omdat ik ooit, inmiddels een paar levens geleden, gestart ben met de 101 dingen in 1001 dagen. Een lijst met 101 doelen die je in 1001 dagen wilde behalen. Voor elk doel dat je afvinkte, legde je geld opzij. Aan het eind mocht je daar iets leuks van kopen.
Schrijven was één van de opdrachten die er bij hoorde om dat project levend te houden. Alleen… zoals zoveel in die tijd, strandde het al vrij snel. Het bloggen bleef. En inmiddels zijn we ruim 16 jaar verder.

Waarom heb je jouw blogplatform gekozen?
Het was het eerste platform dat ik tegenkwam en vooral: makkelijk. In het begin ook nog gratis, dus dat was helemaal prima.
Tot ik me begon te ergeren aan de reclames. Heb je net een mooi blog geschreven, staat er ineens een ranzige advertentie over oorsmeer dwars door je tekst heen. Dat wilde ik mijn lezers niet aandoen.

Heb je eerder op andere platforms geblogd?
Alleen op Hyves. Dat werd vooral gelezen door vrienden en familie.

Schrijf je jouw blogberichten direct in de editor?
Nee, ik schrijf ze eerst in Pages of Word. Ik vind het fijn om overzicht te hebben in mijn concepten en er makkelijk tussen te kunnen schakelen. En stiekem vind ik het ook prettig om direct mijn woordenaantal te zien.

Wanneer heb je de meeste inspiratie om te bloggen?
Meestal precies op de momenten dat ik niets bij me heb om het op te schrijven. Onder de douche, in de auto of tijdens het wandelen. Gelukkig kan ik tijdens het wandelen vaak nog wel iets inspreken op mijn telefoon. Dat scheelt weer.

Publiceer je berichten meteen nadat ze zijn geschreven of laat je ze nog even marineren?
Ik schrijf vaak vooruit, dus meestal laat ik ze even liggen. Soms heb ik drie losse concepten die uiteindelijk samen één blog worden. En soms verdwijnt een blog gewoon weer van de radar, omdat het toch niet goed voelt.

Waar, wanneer en hoe lang blog je meestal?
Waar ik kan, wanneer het uitkomt en zo lang als de inspiratie blijft stromen.

Wat is jouw favoriete bericht op je blog?
De blogs die mij echt raken. Daar zit voor mij de meeste waarde. Grappig genoeg zijn dat niet altijd de blogs die het meest gelezen worden. De stukken over “afscheid, uitvaart en uitvaartfotografie” deden het altijd erg goed. Daar heb ik ook echt mijn ziel en zaligheid in gelegd. Maar mijn blog is breder dan dat. Ik schrijf net zo makkelijk over voetbalfotografie, huisdieren, het leven en alles wat daar tussendoor komt.

Als ik het zo teruglees, is mijn blog eigenlijk net zo veelzijdig als mijn leven. Misschien is dat ook precies wat het eigen maakt. Wat ik nog wel eens lastig vind, is schrijven over onderwerpen waarvan ik denk dat anderen ze “raar” of “zweverig” kunnen vinden. Zoals mijn werk met energie, readings en healings. Dat is iets dat steeds meer ruimte inneemt in mijn leven.
Maar weet je, misschien is dat juist wel de volgende stap. Gewoon schrijven. En de rest… die mag ervan vinden wat ‘ie wil.

Welke bloggs volg je op de voet en lees je zo vaak mogelijk?
Er zijn een aantal vaste bloggers die ik volg omdat ik het leven dat ze leiden of de hobby’s die ze hebben zo leuk of interessant vind. Uiteraard lees ik mee bij Jenn. Maar van de volgende bloggers wil ik zo min mogelijk missen: Anuk, Rianne, Nicky, Liesbeth, Willeke, en Mack Daarnaast zijn er nog een heel hoop andere bloggers die ik volg omdat ze raakvlakken hebben met mijn hobby’s en bezigheden.

Deel 1 tip of bemoedigend woordje om een andere blogger een duwtje in de rug te geven.
Schrijf over wat je echt raakt. Dan komt het vanzelf en blijf je dicht bij jezelf.
Persoonlijke verhalen geven herkenning. En juist dat maakt dat mensen blijven hangen.

Wat brengt de toekomst voor je blog? Heb je bepaalde plannen zoals nieuwe categorieën of een nieuw design?
Geen grote plannen. Ik vind het nog steeds leuk om wekelijks iets te plaatsen. Nieuwe categorieën ontstaan vanzelf wel, net als nieuwe interesses. Zolang ik blijf schrijven, komt de rest vanzelf. Ook de stukken rondom het werken met energie. 

Woman eating breakfast and working on a laptop at home

Even opladen dus…

Na weken van hard werken op meerdere projecten en op meerdere fronten is de rek er een beetje uit. Steeds maar klaar staan, opletten, ballen hoog houden en verantwoordelijk zijn. Ik voel mij moe, sta kort voor de kar en tot overmaat van ramp slaap ik ook niet al te best. Ik weet dat aan alles een einde komt. Voor een van de projecten is er al licht aan het einde van de tunnel. En het andere is recentelijk afgesloten met een examen. Hoop doet leven!! Samen met het zonnetje dat zich ook weer eens laat zien, brengt mij dat in een iets betere stemming. 

Ik laat mij net voor lunchtijd in een tuinstoel zakken. Meerdere buren zijn ook onder hun steen vandaan gekropen en allemaal zijn ze bezig met het poetsen en boenen van de tuinmeubels, de stenen, de schutting of de klikko bakken. Ik doe alsof ik ze niet hoor en laaf mijzelf aan wat zonlicht. 

Het zonnetje voelt heerlijk op mijn gezicht. Ik sluit mijn ogen en ontspan. Mijn ademhaling word steeds iets dieper en gelijkmatiger. Voor ik het weet voel ik mij wegdrijven naar dromenland. Ik heb nog net het besef tijd om dat niet te laten gebeuren. Ik slaap anders komende nacht weer zo verrekte slecht en ik heb mijn gezicht niet ingesmeerd met factor “veel”. Snel ga ik verzitten om wakker te blijven. 

Na een half uur schuiven de eerste wolken voor de zon. De wind neemt toe en de eerste donkere wolken zie ik verschijnen. Ik was nog helemaal niet toe om alweer naar binnen te gaan. Sterker nog, de rest van mijn lichaam wil ook warmte en ontspanning. Hoewel het goed is om nu uit het directe zonlicht te stappen, loop ik wel in een streep door naar boven en zet de sauna aan. Waarom ook niet denk ik bij mijzelf. 

Als de sauna op temperatuur ik schuif ik naar binnen. Het is alsof mijn lichaam gewacht heeft op dit moment. Ik voel mijzelf instant ontspannen nog voor ik goed en wel zit. Ik maak een lichaamsscan en begin bovenaan. Daar stuit ik direct al op twee vastzittende schouders. De figuurlijke last die ik al even meedraag. Ik visualiseer dat de hitte de klompen bevroren spieren laat ontdooien en dat de last als sneeuw voor de zon smelt. Ik draai met mijn schouders om de doorbloeding verder op gang te brengen. 

Op deze manier ga ik heel mijn lichaam af. Als ik bij mijn voeten aangekomen ben kijk ik met één oog naar de klok. Ik heb ongeveer 30 minuten in deze meditatieve toestand gezeten. Inmiddels is het zweet mij ook aardig uitgebroken. In één woord: Heerlijk!! De laatste keer dat ik dit zo voelde was tijdens de wintersport. Ik zeg het vaker zegen mijzelf maar ik zou hier dus een wekelijks relaxmoment van moeten maken. Gewoon omdat ik het verdien!

Na ongeveer 45 minuten me-time sluit ik boven af om na een verkwikkende douche mij weer heel wat beter te voelen. Je kunt doorgaan en doorgaan. Maar mijn lichaam had al lang besloten dat het tijd was een stapje terug te doen. En wat een beetje relaxen en zweten daaraan kan bijdragen…

Bad hairday…

Het is lang geleden dat ik een bad hairday heb gehad. Maar daar lijkt vandaag een einde aan te zijn gekomen. Het wil niet lekker blijven zitten. De krul is eruit en het valt echt heel raar. Na nog eens 10 minuten klooien met de föhn en vervolgens een staart die niet blijft zitten ben ik er helemaal klaar mee. Ik frommel het in een knotje bovenop mijn hoofd. Waar doe ik de moeite voor? We zijn maar met twee man op kantoor en er staan geen meetings gepland. 

Als ik had geweten dat ik direct bij binnenkomst zou worden aangesproken, had ik misschien iets beter mijn best gedaan. Want dat is wat er gebeurde toen ik twee passen binnen het pand had gezet. Of er iemand even bij de receptie wil komen zitten tijdens lunchtijd. Dan kan ze zich met het lunchbuffet bezighouden zonder steeds heen en weer te rennen. Ze zijn drastisch onderbezet, maar hebben wel heel de dag cursussen en examens gepland staan.

Ik verschuif mijn eigen afspraak en mijn collega is zo lief om te wachten met haar pauze tot ik weer terug ben. Rond 12.30 uur verruil ik mijn werkplek voor de receptie. Ik herschik nog even snel mijn knot op mijn hoofd en sleep vervolgens laptop, telefoon en schrijfblok mee in de hoop ondertussen toch wat werk te kunnen verzetten. Maar aan telefoneren kom ik helemaal niet toe. Het is een kakofonie aan geluiden, zowel van binnenkomende kandidaten als van uitgaande cursisten. Om van de gezellige bedrijvigheid uit het restaurant nog maar niet te spreken. Gelukkig is het in mijn eigen toko niet heel druk en kan m’n collega het even alleen af. Ik wissel de mailbox met de receptie af. En hoop dat m’n bad hairday gezien wordt als de start van een nieuwe trend, ofzo…

Al snel komen de eerste kandidaten druppelsgewijs binnen. Het gros van de deelnemers spreekt geen Nederlands. In het Engels vraag ik waar ze voor komen, hun naam, of ze de benodigde documenten en legitimatie bij zich hebben. Maak vervolgens nog een babbeltje en grapje om ze daarna naar het restaurant te verwijzen waar ze kunnen wachten tot ze aan de beurt zijn.

Ik maak kennis met een Hongaar en een Portugees. De postbode die langskomt met een vracht aan pakketjes. Een aantal Ieren, een Duitser en een Chinese Rus. Die laatste is het opmerkelijkst. Bij binnenkomst spreekt hij mij aan in een voor mij compleet onbekende taal. Het klinkt niet Chinees maar ook niet Russisch. Ik probeer in het Engels te vragen waar hij voor komt, ga dan over op Duits en daarna heel voorzichtig in het Nederlands. Hij overhandigt mij schouderophalend zijn paspoort. Hier kan ik gelukkig wel iets mee. Ik rammel zijn gegevens door het systeem en de beste man komt voor een examen. Ik wijs hem de weg naar de wachtruimte en de koffiecorner. Dankbaar neemt hij zijn paspoort weer in ontvangst en een beetje zenuwachtig maar met een glimlach vervolgt hij zijn weg. 

Na 45 minuten is de dame van de receptie ook aardig bij met haar tweede taak, het opruimen en ordenen van het restaurant. Ze geeft aan dat ze het nu weer alleen red en bedankt mij hartelijk voor mijn hulp. Ach zo helpen we elkaar, zelfs als je kapsel eens niet goed zit…

Door weer en winkelgeweld…

Het is lang geleden dat ik in het grote winkelcentrum in “de stad” geweest ben. En het is nog langer geleden dat ik hier alleen geweest ben. Ik vind shoppen gewoon niet zo heel leuk en al helemaal daar niet. Maar ik wil even langs een aantal winkels die toevallig allemaal daar gesitueerd zijn. Dus op mijn enige vrije zaterdag rijd ik door weer en wind naar het centrum. Een parkeerplekje vinden is al bijna een utopie. Zouden ze iets gratis weggeven vandaag? Maar dan spot mijn oog een wegrijdende auto en wij zijn de eersten in deze rij. Misschien moet ik ook maar direct een staatslot kopen, bedenk ik me.

Natuurlijk sta ik helemaal achteraan in zo’n beetje de laatste rij, aan de andere kant van waar de ingang zich bevindt. En het regent. Maar hé, ik hoef in ieder geval niet neurotisch rondjes te rijden zoals de auto’s die achter mij reden nu wel doen. Dus vol goede moed stap ik uit en trek een sprintje naar de ingang. Ik had verwacht tussen een menigte door te moeten wurmen, maar het valt allemaal mee. Ik weet niet waar iedereen zich verstopt heeft maar hier is het niet eens zo heel druk. 

Op naar de eerste winkel. Sinds zoonlief hier woont is mijn sokkenvoorraad drastisch geslonken. Het is dat ik zelf de was doe en zie waar mijn inmiddels vieze en kapotte sokken steeds liggen. Zijn voeten zijn minimaal zeven maten groter dan die van mij, en toch lukt het hem om die klompen in mijn sokjes te wurmen. Als ik hem erop aanspreek, krijg ik te horen dat het ‘echt alleen in noodgevallen’ is. In zijn geval dus dagelijks. Op aandringen heeft ie uiteindelijk een hele berg nieuwe sokken in eigen maat gekocht en sla ik nu dus maar nieuwe in voor mijzelf.

De kruidvat is de volgende toko. Ik snap niet hoe hier gewerkt en gewinkeld kan worden. Het is altijd complete chaos. Er lijkt geen logica in de gangpaden te zitten en alles in de winkel schreeuwt mij toe. Zelfs het rek met snoep komt agressief op mij over “koop mij of verdwijn…” Het geeft mij zo’n beklemmend gevoel, alsof ik onder water een doolhof moet afleggen waar maar geen uitgang lijkt te zijn. Wat een verschil met de kruidvat in mijn eigen dorp, waar weliswaar nooit iemand achter de kassa staat, maar waar gestructureerde chaos enigszins rust brengt. Onverrichte zaken, maar met hartkloppingen, sta ik weer buiten. In speedmars vervolg ik mijn route naar de volgende winkels.

Zonder er echt bij na te denken heb ik mijn boodschappenlijst op chronologische volgorde van de route gezet. Zelfs mijn onderbewuste wil zo min mogelijk tijd doorbrengen tussen al het winkelend gespuis. Bijna bij de uitgang breng ik nog een bezoek aan de groente- en visboer, waar bij de laatste een rij staat waar ik helemaal eng van word. Ik duik de groentewinkel in om een voorraadje gezonde snacks in te slaan. De rij aan de overkant verplaatst zich en als ik aankom ben ik direct aan de beurt. Kijk, dat geeft mij dan toch weer een goed gevoel bij het afsluiten van deze survivaltocht.

Bepakt, bezakt en geestelijk uitgeput keer ik huiswaarts. Missie volbracht, tot ergens in het voorjaar.

Zien wat ikzelf nog niet zag…

Soms komt er een moment waarop je even stil mag staan. Voor mij is dat nu. Na 18 jaar bij hetzelfde bedrijf mag ik de stap zetten naar een nieuwe functie als teamleider. Een rol die ik zelf nooit had verwacht, maar waarin anderen al eerder vertrouwen zagen. En dat vieren we samen met mijn familie, lekker uit eten om dit bijzondere moment bewust te beleven.

Ik begon ooit als junior: leergierig en zoekend. Door de jaren heen groeide ik door naar senior, vervolgens coördinator en nu dus teamleider. Het team is niet heel groot en daardoor krijg ik een kans om mijzelf echt in de diepte te gaan ontwikkelen. Ik ben dankbaar dat hier moeite voor wordt gedaan om überhaupt zo’n functie te creëren en dat er vanuit de leiding vertrouwen in mij wordt uitgesproken. Dat voelt bijzonder.

Als ik terugkijk naar mijn beginjaren, moet ik glimlachen. Ik weet nog hoe ik een van onze grootste klanten voor het eerst te woord stond, bijna trillend, aan de telefoon. Nu, jaren later, weet ik precies wat zo’n klant wil, waar ze heen willen en delen we dezelfde visie. In al die jaren zijn we met elkaar meegegroeid. 

Natuurlijk waren er ook blunders. De fout waar ik een hele nacht van wakker heb gelegen? Toen ik, in ons papieren-tijdperk, examens naar een klant opstuurde met per ongeluk ook voor iedere kandidaat een antwoorden set erbij… Dat maakt het doen van een examen wel heel erg makkelijk. Vanaf dat moment werd het vier-ogen-principe ingevoerd. Pijnlijk toen, ik schaamde mij rot, maar ook een les die ons verder heeft gebracht. 

Er zijn van die momenten die je bij blijven. Zoals wanneer een klant ervan overtuigd is dat iets niet kan, maar je samen tóch een oplossing vindt binnen de mogelijkheden die er zijn. De klant, kandidaten en wij blij. De volgende dag werd er een taart bezorgd, of een bos bloemen, gewoon omdat we samen iets voor elkaar kregen. Dat soort momenten geven energie! Dat is toch fantastisch? 

Wat misschien nog wel het meest waardevol is: de persoonlijke momenten die we als collega’s met elkaar delen. Zowel lief als leed. Het maakt dat ons team zoveel meer is dan alleen een werkplek. De reacties op mijn promotie zijn enthousiast en warm. Dat geeft me nóg meer vertrouwen in de stappen die we samen gaan zetten. We zijn al een paar jaar onderweg en soms lijkt het alsof we er nooit komen. Maar als ik achterom kijk zie ik hoeveel we al hebben bereikt, ondanks, of misschien wel juist door alle hobbels.

Het zaadje dat twee jaar geleden (waarschijnlijk heel zorgvuldig) is geplant, is nu uitgegroeid tot dit moment. En ik voel me dankbaar, trots en nieuwsgierig naar wat er nog komt.

Van junior, naar senior, naar coördinator en nu teamleider. Een reis van 18 jaar die ik nooit had zien aankomen, maar die ik vol vertrouwen vervolg. Samen met mijn team, en met een glimlach om alles wat we al bereikt hebben.

Castrum Caofstein…

We rijden er ieder jaar minstens één keer doorheen. Maar daar blijft het dan ook bij. Er valt op dat vroege tijdstip nog niet veel te zien en na een reis van ongeveer negen uur zijn we blij om op onze plek aan te komen. Voor mij was Kufstein niet meer dan een stip op de kaart, een plaats waar we de grens overgaan naar Oostenrijk. Maar meer ook niet. Tot nu!! 

Kufstein is een fascinerende stad in Tirol, Oostenrijk en vlak bij de Duitse grens. Ik dacht altijd dat dit een soort minidorpje was maar het blijkt met 19.223 inwoners gewoon een compacte stad te zijn. Voorzien van een rijke geschiedenis en dat is precies waar ik dol op ben. Dus toen we na een dagje acclimatiseren uitgerust waren besloten we terug te rijden en het stadje met zijn burcht te gaan verkennen. 

In het hart van de stad, hoog op een rots boven de rivier de Inn, torent de burcht uit als een stille getuige van eeuwen strijd, macht en verhalen. Ooit, in 1205, stond hier het ‘Castrum Caofstein’, in handen van zowel bisschoppen als hertogen. De muren zagen hoe politieke intriges en huwelijken hun stempel drukten op het lot van het kasteel. In 1342 werd de burcht zelfs een huwelijksgeschenk aan Margarethe “Maultasch”, de eigenzinnige hertogin van Tirol. Haar bezit was echter van korte duur, want in 1504 verscheen keizer Maximiliaan I voor de poorten, gewapend met reusachtige kanonnen, waarvan er nog steeds een hoop te bezichtigen zijn. 

De muren hielden niet stand en de burcht werd versterkt tot een onneembaar bolwerk. Met muren die tot wel zeven meter dik waren. Door de eeuwen heen wisselde Kufstein regelmatig van eigenaar. Beierse troepen, Oostenrijkse soldaten en zelfs Napoleons invloed maakten dat de vlag op de torens meer dan eens werd vervangen. Pas in 1814 werd het fort definitief Oostenrijks grondgebied. Binnen de muren speelde zich niet alleen militaire geschiedenis af. In de negentiende eeuw veranderde de burcht in een beruchte gevangenis voor politieke gevangenen, waaronder Hongaarse vrijheidsstrijders en dichters. Hun verhalen blijven als een fluistering hangen in de koude stenen gangen. 

Tegenwoordig herbergt de burcht een ander soort erfgoed. In 1931 werd in de Bürgerturm het Heldenorgel geïnstalleerd, het grootste openluchtorgel ter wereld, met bijna vijfduizend pijpen. Elke middag klinken de tonen over de stad, soms gedragen door de wind tot ver voorbij de stadsmuren. De oude rotsgangen, de diepe bron en de robuuste muren vertellen hun eigen verhaal aan wie de tijd neemt om te luisteren.

Nadat we waren uitgeluisterd, wandelden we door het prachtige Römerhofgasse. Alsof je in een sprookje bent gestapt. Een steegje met gevelschilderingen, kleurrijke erkers en de historische herberg Auracher Löchl, welke al meer dan 600 jaar oud is. Ik, gek op oudheid, vond dit wel een bezoekje waard. Sterker nog, het leek mij een fantastische plek om te lunchen. Al hoopte ik wel dat het eten niet zo oud zou zijn. Helaas bleek de herberg (het oude gedeelde) niet open en werden we doorgestuurd naar de overkant van de straat, een pand met uitzicht op de Inn. Daar besloten we enkel een bak koffie te drinken.

Nadat we elders een heerlijke lunch naar binnen hadden gewerkt, maakten we nog een ronde door de stad om daarna moe en voldaan onze eerste vakantiedag af te sluiten. 

Een nieuwe start…

Terwijl de meeste spullen nu wel overgezet zijn moeten ze nog wel een plekje krijgen. Een aantal collega’s staan in het voorraadhok, een andere naam heb ik er niet voor, dozen te verplaatsen en kasten in te richten. Zelf sta ik nu in ons nieuwe kantoor, dat tot voor kort een leslokaal is geweest. Er staan zes gloednieuwe zit/sta bureaus in. En nu onze vrachtwagen met spullen is uitgeladen is het ook voorzien van diverse kasten, beeldschermen, toetsenborden en alle andere relevante kantoorartikelen. Zelf sta ik met een doos vol planten in mijn handen. De vensterbanken zijn groot genoeg om ze allemaal een eigen plekje te geven. 

Het geheel krijgt steeds meer karakter. Sterker nog, aan het einde van de dag voelt het zo knus dat we vergeten dat het een werkplek is. Met enige trots, en pijn in onze rug van wat we bereikt hebben, verlaten we de locatie en is het tijd om weekend te vieren. 

De nieuwe week breekt aan en hoewel dit officieel mijn thuiswerkdag is, kan ik het niet laten om toch naar kantoor te gaan. In de vakantieperiode is er nu voldoende plek. Het is wat onwennig om de snelweg op te rijden, in plaats van linksaf te slaan naar mijn, tot voor kort, oude werkplek. Ik ben veel te vroeg, want geen idee hoe druk het op de weg zou zijn. Maar het viel mee. Gelukkig zit een van de dames al achter de receptie dus hoef ik niet te wachten. Ze starten nog vroeger dan ik doorgaans. Straks krijg ik een sleutel van het pand en uitleg over het alarm. Want wat voorheen niet hoefde, het pand hermetisch afsluiten, gaat nu een van onze dagelijkse taken worden. 

Het is de eerste week even schakelen. Wat vinden we waar precies? Hoe werkt de airco? Kunnen we zomaar gebruikmaken van alle faciliteiten? Zijn die koekjes bij de koffieautomaat ook voor ons? Ik ben net een scanner in overdrive: alles moet ik gezien, gevoeld, onderzocht en geprobeerd hebben voor ik tot rust kom. Ik wil op elke stoel gezeten hebben, mijn pauzes houd ik afwisselend in de kantine, buiten of weer terug op mijn werkplek. En het ergste? Ik probeer álle koekjes uit. Tja… de eerste week hakt er wel in en ik slaap beter dan ooit. 

Jammer genoeg is de buitentuin niet echt bijgehouden. Aangezien wij toch nog in een flow van ruimen en bezig zijn verkeren, besluiten we op de laatste werkdag van de eerste week onze pauze goed te benutten. Er wordt aardig wat onkruid gewied en hier en daar een struik gehalveerd. In 30 minuten tijd krijgt het Mordor-plantsoen zowaar een schonere en frisse uitstraling. Volgende week gaan we verder met de puntjes op de I en het schoonboenen van het meubilair. We hebben al een aantal sokkels gezien, nu alleen nog op zoek naar de bijbehorende parasols.

Er worden normaal gesproken cursussen en trainingen gegeven op deze locatie. Maar vanwege de zomer is het erg rustig. Op wat summerschool- en bijspijkertrainingen na is er niet veel volk op de been. Toch is het leuk om nu al meer reuring om ons heen te hebben dan op de oude locatie. Ik laat de deur van ons kantoor dan ook geregeld open, gewoon omdat het zo gezellig klinkt, al die geluiden op de gang en in de kantine. 

Als stilte opeens werkt…

Het enige dat hoorbaar is, is het getik van vingers op toetsenborden, het omslaan van papier of het keelgeschraap van iemand die moet hoesten. Verder is het stil. Zelfs de telefoon zwijgt in alle talen. De sfeer op de werkvloer is goed. Niet alleen goed, maar zelfs uitzonderlijk prettig. Terwijl we met zes man geconcentreerd aan het werk zijn, hangt er een serene stilte in de ruimte. En dat terwijl het alles behalve rustig is. We zitten namelijk midden in het afronden van een aantal projecten en er staat een groot project op het punt om te beginnen. Deadlines moeten gehaald worden en het normale werk gaat ook gewoon door. Wat het zo rustig maakt zijn de mensen om mij heen. Geen drukke gesprekken, geen afleidingen, alleen focus.  

Toch is het niet een afstandelijke of strikte sfeer. We nemen af en toe echt wel een korte pauze. We lachen samen om iets grappigs dat net gebeurde. Dan maakt iemand weer een scherpe opmerking of we delen een luchtige anekdote. Even ontspannen en opladen, om daarna weer zonder moeite terug te keren naar onze taken. Het voelt heel natuurlijk, alsof we een ritme hebben gevonden waarin werk en ontspanning elkaar moeiteloos afwisselen. Dat is in het verleden echt wel eens anders geweest. Waarbij de stress of chaos van één persoon over heel de afdeling kon gaan. Soms was dat dan moeilijk om dat tot een halt te roepen.

Maar zo’n dag als vandaag geeft voldoening. Dit is precies hoe werken moet voelen. In deze flow lijkt alles eenvoudiger te gaan. De taken worden afgerond zonder een gevoel van druk. Niet omdat het werk minder is, maar omdat de samenwerking en sfeer het proces soepeler maken. Iedereen is hier met de juiste energie aan het werk, zonder ruis, zonder chaos. En ik vind het bijzonder dat dit nooit echt eerder zo gelukt is. 

Het is een een manier van werken die ons laat zien hoe efficiënt en aangenaam werken in een flow kan zijn. Hoewel de baas daar ongetwijfeld anders over denkt, is dit besef misschien wel het meest waardevolle van alles. 

Denk nu niet dat we iedere dag in deze meditatieve staat van zen verkeren. Dat is godsonmogelijk. Laten we eerlijk zijn, we zijn allemaal maar mens. Soms grijpen we massaal naar de koffie, want wakker blijven valt buiten de flow. Of ontstaat er plots lichte paniek omdat iemand denkt een belangrijk bestand te hebben verwijderd (spoiler: het stond gewoon nog in de prullenbak). Anderen typen dan weer zó hard dat je je afvraagt of het toetsenbord iets misdaan heeft. Oh en wanneer er taart op de afdeling is, dan is het uiteraard ook gedaan met de flow. Jeetje, straks gaan we nog denken dat werk altijd zo soepel hoort te gaan!

Van hoop naar hoopjes stress…

Hier lezen jullie deel één, “Bruce (not) Almighty.”

Twee weken later mag ik Bruce eindelijk ophalen. De opluchting is groot. Volgens de monteur was het de gasklep. Geen idee wat zo’n ding precies doet, maar blijkbaar is het essentieel genoeg om je hele auto lam te leggen als het niet werkt. Gelukkig is ‘ie vervangen en nadat ook de cardioloog, eh, ik bedoel de chef-monteur, een blik op Bruce heeft geworpen, mag hij weer naar huis. Uit de garage ontslagen, min of meer met ontslagpapieren in de hand en een vriendelijke “hou hem maar even in de gaten,” keren we huiswaarts.

Dat doe ik natuurlijk. Braaf. Liefdevol. Met zachte woorden en een extra rondje premium benzine. Maar na drie dagen gaat het weer mis. Echt he. Drie. Hele. Dagen. Alle alarmbellen en sfeerverlichtingen sieren opnieuw mijn dashboard. Alsof iemand een lichtshow heeft geprogrammeerd in plaats van een nieuwe gasklep. Alle meldingen komen eveneens in willekeurige volgorde voorbij. De rem schiet er vanzelf op, en harder dan 40 km per uur lukt niet meer. Inmiddels weet ik dat de auto dit doet ter voorkoming van erger. Het systeem beschermd zichzelf als het ware en voorkomt zo een nog grotere schade en daarmee hopelijk ook de schade in mijn portemonnee. Maar mijn erger-nis groeit met de seconden. 

Dus hup, rechtsomkeert en weer terug naar de garage. Daar kreeg ik het zelfde riedeltje te horen. Het zou zomaar eens wat langer kunnen duren want monteurs te kort, de vakantie periode staat voor de deur enzovoort. Maar ja, verder rijden is ook geen optie. Inmiddels zijn we een kleine drie weken verder en sta ik mij echt af te vragen of ze mijn auto niet doorverkocht hebben naar het buitenland. Voorzichtig waag ik er een belletje aan. Ik wil de druk vooral niet opvoeren, maar een systeem uitlezen zodat we weten wat de diagnose dit keer is, zou toch wel kunnen? 

Het goede nieuws is dat Bruce er gelukkig nog steeds staat. De diagnose dit keer? Spanningsproblemen. Serieus? Spanningsproblemen. Ik wil bijna vragen of hij ook last heeft van prestatiedruk, of zich soms niet goed genoeg voelt. Burn-out symptomen? Zeg het maar. De wachttijden bij de GGZ zijn eindeloos, dus de keus om hem bij de garage te laten staan lijkt een snellere oplossing. Nou ja, snel?! Ik wil de beste man niet van zijn werk houden, dank hem vriendelijk en duim dat ze nu toch wel snel vinden wat er er werkelijk loos is  

Inmiddels zijn we vier weken verder. Vier. Hele. Weken. Ik begon al bijna te wennen aan mijn autoloze bestaan. Maar zostraks kwam het verlossende belletje. Er is groen licht gegeven en ik mag hem komen halen. 

De monteur kijkt me aan met een blik van: “We hebben echt ons best gedaan, maar dit was wel een projectje.” Na veel onderzoeken, doormetingen en mysterieuze blikken onder de motorkap blijkt dat hij last had van spanningswisselingen in z’n elektronische systeem. Geen wonder dat ‘ie af en toe gewoon uitviel. Waar zijn de auto’s gebleven die gewoon gemaakt kunnen worden wanneer er iets stuk is? Hier was een half IT-team voor nodig om Bruce uit te meten en door de lichten. 

Inmiddels rijd ‘ie weer als een zonnetje en duim ik voor spanningsloze ritjes. Voor de garage, voor Bruce maar nog het meest voor mezelf.

Bruce (not) Almighty…

Het gebeurt op het moment dat ik van invoegstrook wissel. Er gaat een schril gepiep af en een complete kermisshow aan lampjes sieren mijn dashboard. Het vermogen van “Bruce” neemt af en ik kan niet anders dan naar de vluchtstrook sturen in de hoop dat ik dat ga redden. Ik moet er niet aan denken om midden op de A16 stil te komen staan. “Kom op, je kunt het!!!” moedig ik hem aan. Echt he, pech hebben komt nooit gelegen. Maar vandaag is wel heel ongelukkig gekozen, ik bedoel, als dit zou gebeuren wanneer ik naar mijn werk toe moet dan kan ik nog wel op de fiets. Maar naar Zoetermeer is toch best een eind.

In mijn display verschijnt eerst 1 foutmelding met de mededeling dat ik de handleiding moet controleren. Gevolgd door melding 2,3,4 en 5. Inmiddels brandt het motorlampje ook. Direct daarna komt de melding: “laat dat boekje maar zitten, raadpleeg liever een monteur”. Die heb ik niet naast mij zitten. Ik schuifel, met gevaar voor eigen leven, m’n auto uit en klim over de vangrail. Op dat moment zie ik rechts van mij dat de rijbaan al wordt afgekruist. Gaat er automatisch een sensor af als je over de vangrail stapt of zo? Dan zie ik links van mij een grote gele ANWB-auto aankomen, compleet met zwaailicht! Dat is wel erg snel. Ik heb mijn telefoon nog niet eens gepakt om ze te bellen. 

Hij stopt netjes voor mijn auto en schuift de oprijplaat al uit. Ik denk dat hij mij verwart voor iemand anders en ik probeer hem dat duidelijk te maken. De beste man wil hier niks van weten. “Mijn auto in” roept ie vanaf de andere kant. “Je weet toch wel dat je hier niet mag staan?!” Ik kijk hem even verbouwereerd aan. “Oh echt!? roep ik wat sarcastisch terug. Ik heb deze plek ook niet gekozen. Dat heeft mijn auto gedaan! Maar ik houd mijn mond. De man heeft helemaal gelijk. Ik moet daar weg. Ik kruip de vrachtwagen in en ondertussen rijdt hij Bruce op de “ambulance”. Terwijl mij altijd is gezegd niet bij een wildvreemde in de auto te stappen, voelt het met al die vrachtwagens die langs razen nu toch wel veilig. 

“Zo”, zegt de ANWB-mijnheer, als hij ook is ingestapt, “je hebt geluk dat ik je zag staan, want ik ben eigenlijk onderweg naar een andere melding.” Lucky me. Gelukkig ben ik lid van de ANWB. Dus zonder problemen crossen we naar de eerste de beste autodealer om Bruce aan hun zorgen over te laten. Dankzij zijn snelle optreden heb ik niet langer dan vijf minuten met pech langs de weg gestaan. Hulde voor deze werknemer!! 

Bij de dealer wordt ik niet echt met open armen ontvangen. Bruce z’n motor sputtert en pruttelt nog meer wanneer ie van de rijplaat wordt gereden. Aan de balie probeer ik mijn spontaanste blik met een vleugje vriendelijk-smeken, in de hoop dat ze mij niet alsnog wegsturen. Nadat mijn gegevens genoteerd zijn krijg ik te horen dat de wachttijd wel zes weken kan zijn. Zooo, zegt dat iets over het merk of zo?! Ik kan mij nog net inhouden voor het er acht worden. 

Ik hoop dat ze snel een diagnose voor ‘Bruce’ (en mij) hebben en dat het meevalt. Duimen jullie mee?