Oostenrijks avondje…

Terwijl bijna iedereen al terug is hebben wij nog lekker twee weken vakantie. De eerste dag begint direct al goed. Eerder die week ontvingen we een uitnodiging van tante: “Kunnen jullie zaterdag ook? Dan maken we er een Oostenrijks avondje van!” Daar hebben we er iets te veel van moeten missen het afgelopen jaar dus onze toezegging volgt direct. Op zoonlief na, die een feestje met zijn maten had, was de groep zo goed als compleet. 

Een zomer- en een wintersportvakantie is ons door corona door onze neus geboord en ook de gezellige avondjes samen hadden we al heel lang niet meer met de complete groep gehad. We zagen elkaar zo nu en dan wel maar de groep is sinds vorig jaar zomer niet meer bij elkaar geweest. Omdat het (eindelijk weer) kan en ik het toch ook heel erg gemist heb, kijk ik er reikhalzend naar uit. 

Al bij binnenkomst sieren “Oostenrijkse” hapjes en drankjes de tafel. Laat dat maar aan tante over. Het is buiten 25 graden maar om vast in de stemming te komen proosten we met snaps en gurkentalhr. +25 of -10, bij de liefhebbers gaat dat er altijd wel in. Oostenrijkse koekjes, cakejes, pretzels, Mozart kuglen, het lag er allemaal. Het voelde een beetje als après-skiën na een dag op de besneeuwde berg doorgebracht te hebben.  

Tijdens de wintersportweek lunchen we altijd ergens op de berg. Bij een van de restaurants worden halve haantjes van het spit geserveerd. Niet dat ik dat lekker vind. Maar vriendlief des te meer. Steevast grijpt hij mis. Of ze zijn al op voor we boven zijn. Of ze zijn die week, om wat voor reden dan ook, niet leverbaar. Het is iedere keer wel wat. Dus ligt er deze avond kip op de BBQ. Maar we beginnen met een goulashsoep aangevuld met salade en aardappel rösti. Het enige wat ik nog mis is de kren (mierikswortel). Gelukkig maar!

Tussen het eten door halen we herinneringen op aan onze eerste vakanties samen. De eerste is inmiddels alweer 10 jaar geleden. Toen was de groep nog veel groter dan nu. Sommige momenten was ik alweer helemaal vergeten. Met leuke anekdotes word ik teruggevoerd naar dat ene moment. Sommige herinneringen staan op mijn netvlies gebrand. Dat waren echt hilarische momenten en de tranen lopen alweer over mijn wangen van het lachen. Een grap of val op de piste die bij toeval gefilmd is, of het per abuis afbreken van zoonliefs skistok. Een domme actie met het snowboard of het losklikken van andermans bindingen. Ach, je had er bij moeten zijn. 

Na het eten gaat de vuurtafel aan en onder het genot van koffie, ijs en nog vele andere versnaperingen maken we de avond vol. De sfeer, het eten en goed gezelschap is in ieder geval een heerlijke ontspannen start van onze “zomervakantie”. Maar door te praten over alle voorgaande vakanties krijg ik wel heel erg veel zin in een nieuwe vakantie.

Gelukkig is de wintersportweek alweer geboekt. Nu hopen dat Corona voldoende onder controle is dat we weer een volle week kunnen genieten in de bergen. Omdat we vorig jaar ook onze zomervakantie met elkaar hebben moeten annuleren hoop ik dat we die ook nog eens in kunnen halen. Binnenkort eens een datum prikken om te peilen of daar bij de rest ook (nog) interesse in is.

Zo goed als nieuw…

“Ooh shit” roep ik als ik een pot met groenten “op zuur” uit mijn handen laat vallen in het midden van de keuken. Het glas splintert in 101 stukjes uiteen. De vlek breid zich op zijn gemak uit met hier en daar een extra spetter achterlatend. Zo goed en zo kwaad als ik kan schraap ik het glaswerk en de groenten bij elkaar. Daarna dep ik het vocht op en dweil de keukenvloer verder af. Om vervolgens te constateren dat ik of niet snel genoeg gewerkt heb of het spul zo chemisch, alkalisch whatever is dat het direct is ingetrokken. 

“Oooh shit…” roep ik nog een keer. Gevolgd door nog een aantal flinke krachtthermen. De doffe vlek siert onze vloer in het midden van de keuken. Dit is inmiddels niet de eerste oog ontsierende vlek of kras meer. Maar toch baal ik er vreselijk van. We moesten maar eens opzoek naar een mannetje voor de vloer. 

Toen wij hier net kwamen wonen hebben we door een bedrijf, gespecialiseerd in natuurstenen vloeren, onze vloer helemaal laten oppoetsen. Hij kwam met zo’n grote machine waarbij hij de hele vloer “dweilde”. Nadien zag het er spiegeltje glad en glanzend uit. Prachtig mooi. Nu, 14 jaar verder, mag het dus wel weer een keer. 

Na wat zoekwerk kwamen we uit bij een bedrijf die deze klus wel op zich wilde nemen. Tijdens de vakantieperiode was ik even bang dat we achter het net zouden vissen. Maar we hadden geluk. Binnen afzienbare tijd kon hij al bij ons aan de slag. Wel had hij een verzoek om de hele kamer leeg te halen. Want hij had niet 1 maar 2 grote boenmachines waarmee hij de vloer zou behandelen. 

Dat was nog wel even een dingetje. Een hoop spullen zouden we naar boven kunnen brengen. Maar de grotere meubels zouden toch wel voor een probleem zorgen. Een dag mooi weer was onze hoop, de tuin onze redding! En zo geschiedde. De complete inboedel stond vanaf ’s morgens vroeg in de tuin. Inclusief Groene draak met al zijn toebehoren. Het was een grote bende en tegelijk zag het er zo grappig uit om alles daar te zien staan. 

De beste man had er een dag voor nodig. Nou toegegeven, als hij niet zo praatgraag was en ik niet zo veel wilde weten, (Waarom?? En hoe dan? En waarmee??) was hij waarschijnlijk drie uur eerder klaar geweest. Ik kreeg een complete workshop over vloeren boenen en polijsten. Hij liet mij zien waarmee hij de bovenste laag van te tegels afhaalde en met wat voor soort materiaal hij de boel weer ging oppoetsen. Gevolgd door hoe ik het beste kon dweilen en welke zeep ik wel en vooral niet moet gaan gebruiken. Groene zeep jongens!! Gewoon ouderwetse groene zeep!!

Draak, die naast de openslaande deuren in de tuin stond, kon de boel goed in de gaten houden. Hij vond het dan ook nodig om af en toe iets te roepen. Waarschijnlijk zoiets als: schiet eens op, ik wil terug naar binnen. 

Aan het einde van de middag lag onze vloer er weer helemaal spik en span bij. Het leek wel een ijsbaan die net gedweild was. Voorzichtig, want krassen zijn not done de eerste paar weken, zetten we de meubels weer op hun plek. Wij kunnen er weer een jaartje of tien tegenaan. 

Een botsing met het verleden…

Gedesoriënteerd word ik wakker. In korte tijd ben ik meerdere keren in slaap gevallen. Niet even weggedommeld maar echt in slaap gevallen. In die korte tijd ben ik ook even abrupt weer wakker geschrokken. Iedere keer droomde ik over iets anders. Allemaal hadden ze 1 ding met elkaar gemeen. Vriendschap, familie en de dood. Het verdriet van het verlies van familieleden ligt achter mij. Maar soms botsen we onverwachts tegen elkaar op en het gevoel doorboort mij gewetenloos.  

Wanneer de sluier tussen de droomwereld en het ontwaken op zijn dunst is blijven de ervaringen het meeste kleven. Het is alsof al deze momenten, die waarschijnlijk maar enkele seconden hebben geduurd, echt gebeurd zijn. Mijn hele wezen lijkt daadwerkelijk daar aanwezig te zijn. Het is zo echt dat ik bij het ontwaken nog een vleug van de geur uit mijn dromen op kan snuiven. Het gevoel dat sommige gebeurtenissen in het leven onomkeerbaar zijn heeft zijn stempel voor de rest van de dag gedrukt.

Als ik voor een derde keer geschokt wakker word besluit ik niet opnieuw in slaap te vallen. Drie keer geconfronteerd te worden met het verleden en beseffen dat ze er niet meer zijn is genoeg! Ik spring uit bed en loop linea recta naar de badkamer. Stap half slaperig onder de douche om enigszins het leven in mijn eigen lichaam terug te krijgen. Inmiddels weet ik dat ik dit gevoel, dat als een beklemmende deken om mij heen gedrapeerd hangt, de rest van de dag met mij mee zal dragen. 

Contact met gene zijde vind ik af en toe ook best fijn. Alsof de draadjes met onze dierbaren toch niet helemaal doorgesneden zijn. Maar zij zijn er niet meer en ik moet verder. Daarom doe ik echt mijn best om de dromen daar te laten waar ze horen, uit mijn hoofd en op mijn kussen en mij te richten op de dingen in het heden. Dat lijkt nog niet zo makkelijk. Na mijn, soort van, verkwikkende douche loop ik toch als een kip zonder kop door het huis. Ik vergeet dingen en ben er gewoon niet helemaal bij. 

Ik blijf niet lang thuis dralen maar begeef mij naar de wei. Op de wei en tussen de dieren hangt altijd een andere vibe. Ze staan veel beter in het hier en nu en net als hen moet ik ook gewoon even aarden. Zoals simpel poepscheppen en paarden borstelen. Samen met een vriendin en haar paard maken we een wandeling door de polder. De zon en wind waaien mijn hoofd leeg. De gesprekken met haar voeren mij weg van het aangeslagen gevoel. Wat overblijft is weemoedigheid en nostalgie. 

Als ik thuis kom voel ik mij weer een beetje heel. Alsof mijn geest terug in mijn lichaam is geland. Een andere omschrijving heb ik er niet voor. Ik weet wel dat ik mij de resterende dag niet moet bezighouden met serieuze zaken of discussies. De bovenverdieping poetsen en schoonmaken is een beter idee. Simpel werk zonder al te veel nadenken geeft de geest wat lucht. Verder houd ik het bij het lezen van een boek voor de ontspanning en ’s avonds een kort bezoekje aan de boot. 

Gelukkig heb ik ze niet vaak, dit soort botsingen met het verleden. Maar als ik ze heb, dan hakt het er genadeloos in.  

It’s alive…

De auto voor mij rijd op standje slak. Normaal pas ik altijd netjes mijn snelheid aan. Misschien is er wel een reden voor deze traagheid. Zit er een ziek persoon of dier in de auto waarbij iedere hobbel helse pijnen veroorzaakt bijvoorbeeld?! Uit ervaring weet ik hoe vervelend het is als jij daar mee te maken hebt maar andere mensen totaal geen rekening met je houden. Maar vandaag heb ik een soort van haast. Mijn wekker ging heus op tijd af. Maar een onvoorziene gebeurtenis gooide roet in het eten en dus in mijn planning.

Voor een keer trap ik het gaspedaal van Bruce eens flink in. Ik haal slak in met het tempo van zoef de haas en schuif daarna netjes weer terug naar mijn eigen weghelft. Op dat moment gebeuren er twee dingen. Mijn telefoon pingelt dat ik inmiddels onderweg zou moeten zijn naar mijn tweede afspraak van die dag en mijn gordel schiet vast. 

Dat eerste is lastig op te lossen. Ik kan de tijd niet terug draaien en zou daarom een ietsie pietsie te laat gaan komen. Als het mee zit is de wedstrijd nog niet begonnen en heb ik geluk gehad. Dat tweede is nog iets lastiger op te lossen. Mijn gordel zit vast en wil niet meer meegeven. Ik wurm wat naar voren maar in plaats van mee te geven hangt ie vast. Op het moment dat ik recht in mijn stoel ga zitten, schiet de gordel terug in de deurstijl. Maar als ik ruimte probeer te krijgen weet hij niet van wijken. 

Iedere keer als ik mij kleiner maak om de gordelspanner te laten ontspannen, spant het kreng weer aan. Uiteindelijk zit ik helemaal kaarsrecht maar mega klem in mijn stoel. Mijn levendige fantasie zorgt er voor dat er diverse horror scenario’s de revue passeren. “Hurbie’s wraak” “mijn gordel veranderd in een python” “It’s alive”… Mocht ik nu een ongeluk krijgen zit ik in ieder geval goed ingesnoerd dat is een ding wat zeker is. Of ik het overleef is vraag twee. 

Ik krijg het er Spaans benauwd van. Terwijl ik met één hand verder stuur probeer ik met mijn andere hand de gordel los te klikken. Na een aantal pogingen van adem inhouden en mij plat tegen de stoel aandrukken lukt het godzijdank. Maar dan begint het alarm van de auto te janken omdat die verrekte gordel niet in de houder is geklikt. Bruut zet ik de auto aan de kant. Sjor links en rechts aan mijn gordel waar totaal geen beweging in te krijgen is. Ik probeer het met beleid en daarna met grof geweld. Niks.

Hij eet de gordel netjes op maar terug uitrollen, ho maar. Daar ben ik mooi klaar mee. Ik ruk de gordel van de bijrijders kant naar mij toe en klik die in de houder. Het gejank van het alarm is nu in ieder geval opgelost. Zelf rij ik gordelloos verder en hoop maar dat ik geen politie tegen kom en geen ongeluk krijg. 

Zelf durf ik het niet aan om de halve binnenkant van mijn auto te ontleden om bij de spanner te komen. Maar bij de garage weten ze wel hoe ze dit moeten aanpakken. Het blijkt gelukkig maar een klein mankement te zijn. Er zat wat vuil in de spanner. Na wat poetswerk is ie weer als nieuw. Opgelucht maar toch wat verontwaardigd keer ik huiswaarts. Ben ik gewoon bijna gewurgd door wat vuil…

Boors Boekenweek #16…

Per toeval kreeg ik een deel van de boekenserie Cormoran Strike in handen. Omdat de verhaallijn mij aansprak besloot ik de andere delen eerst op te snorren en aan te schaffen. Wanneer een serie mijn aandacht heeft dan is het wel zijn fijn om bij deel een te beginnen. Hoewel alle delen ook los te lezen zijn zit er wel een rode draad verweven door het verhaal. 

Cormoran, de hoofdpersoon in dit hele gebeuren, heeft niet echt een makkelijke jeugd achter de rug, met een moeder die verslaafd was en een bekende rockster, Johny Rokeby als vader. Wiens aandeel in de opvoeding overigens nihil is geweest. Ondanks zijn instabiele jeugd en het vele verhuizen zet hij alles op alles om iets van zijn leven te maken. Uiteindelijk gaat hij bij de SIB (Special Investigation Branch) van het leger. Tijdens een missie in Afghanistan verliest hij zijn rechter onderbeen.

Na een periode van revalidatie besluit hij verder te gaan als privédetective. Maar ook dat gaat niet van een leien dakje. Hij heeft zich zelf behoorlijk verwaarloosd. Omdat het uit is met zijn vriendin woont hij in zijn kantoor. Leeft op sigaretten, alcohol en fastfood. Zit in de schulden en zijn laatste klant staat op het punt om op te stappen. Maar dan doet Robin Ellacot, als zijn assistente, per ongelijk, haar intreden. 

Deze twee kunnen niet meer van elkaar verschillen dan dag en nacht. Robin, die een vreselijk verleden achter de rug heeft, staat ook nog eens op het punt om te gaan trouwen met een man die het helemaal niet eens is dat ze gaat werken voor en met een privédetective. Maar hoe verder je in het verhaal komt hoe meer je merkt dat de twee hoofdpersonen meer met elkaar gemeen hebben dan ze willen toegeven.

Het is overigens niet een standaard detective verhaal. Naast de huis-tuin-en keuken “snabbels” zijn de overige klanten die bij hem aankloppen het slachtoffer van incompleet politie optreden. Het onderzoek is vastgelopen of stopgezet. Zelfs cold cases dienen zich aan. Het oplossen van deze zaken geeft hem de nodige bekendheid. En dat is toch best lastig als je privédetective bent. 

De schrijver van deze serie is Robert Galbraith. Dit is een pseudoniem voor J.K. Rowling. De schrijfster van de Harry Potter boeken. Rowling wilde dat mensen de verhalen niet zouden beoordelen en vergelijken met haar eerdere werk. Door te kiezen voor een mannelijke naam had ze de hoop dat men er pas veel later achter zou komen dat zij de schrijfster is. Helaas kwam het al eerder aan het licht. Dit weerhield haar er niet van om de andere boeken, die toen nog geschreven moesten worden, uit te brengen onder dezelfde naam. 

Toegegeven, Galbraith is hier en daar lang van stof, de boeken hadden met minder bladzijdes afgekund. Maar het leest daarentegen wel lekker weg. Je krijgt wat meer stof tot nadenken. Niet alleen over de zaken die uitgeplozen moeten worden. De chemie tussen de twee hoofdpersonen is af en toe sterk aanwezig en tegelijk gebeurt er helemaal niks. Aan het eind van ieder boek bleef ik achter met de vraag: “krijgen ze nu nog wat met elkaar of wat?!” 

Galbraith geeft zelf aan dat ze nog niet van plan is te gaan stoppen. Zolang er plots zijn uit te werken wordt er geschreven. Op naar deel zes!!

Alle delen zijn er ook in het Engels. En voor wie niet wil lezen: de BBC heeft hem ook als serie uitgebracht.

Nachtwerk…

Het is einde van de middag als ik nog snel even langs de wei scheur met een emmer met lekkers. Uiteraard staan de paarden helemaal achteraan in een wei die voor mijn gevoel wel drie voetbalvelden lang is. De hele polder weet inmiddels dat ik er ben want ik sta vooraan, bij het hek, zijn naam te “scanderen”. (in de hoop dat hij naar mij toe komt) In tegenstelling tot pubers schaamt Poownie zich daar niet voor. Hij komt gelukkig mijn kant opgelopen. Het begint met een stap maar zodra ik zijn voeremmer in de lucht houd gaat hij al snel over in draf. Kijk, zo doen we dat hier!

Ik ben maar wat blij dat hij besloot naar voren te komen. Want zo heel veel tijd heb ik op dit moment niet. Als hij eenmaal is aangevallen op zijn voer onderwerp ik hem snel aan een inspectie. Tot mijn schrik zie ik dat zijn linkerflank onder de bulten zit. Zijn benen voelen ook warm aan. Maar ja wat wil je met volle zon en 30 graden? De vliegen zijn inmiddels niet meer weg te slaan. Poownie stampt er naar maar het helpt niet veel. De bultjes voelen aan zoals een dazenbeet bij mij zou doen. Poownie geeft er zelf niet veel om. Voor nu besluit ik het zo te laten. 

Zijn emmer is leeg en als er verder niks meer bij mij te halen valt wil hij graag weer terug naar zijn maten in de wei. Ik laat hem vrij en met dezelfde vaart als waarmee hij naar voren kwam stuift hij terug naar achteren. Ik klop het stof van mij af en ga verder met mijn middagplanning. 

Als ik ’s avonds in bed lig laat ik de belevenissen van de dag nog een keer de revue passeren. Mijn gedachten blijven bij Poownie hangen. Waren zijn benen nu echt zo warm? Stond hij te trappen naar vliegen of was dat een aanname? Mijn fantasie gaat met mij aan de haal. In mijn gedachten heb ik van een gezond paard een dodelijk ziek dier gemaakt dat ligt te creperen in de wei. Het wordt van kwaad tot erger en in mijn verbeelding ligt hij al met vier pootjes omhoog. Na twee uur malen en met een knoop in mijn maag van ellende stap ik uit bed. 

“Ik wil naar de wei!” zeg ik tegen vriendlief. Die van mij naar de klok kijkt. Het is inmiddels 01.10 uur ’s nachts. Hij weet ook dat ik de rest van de nacht geen oog meer dicht doe zolang ik niet met eigen ogen bij Poonwie heb gekeken. 

En dus lopen we iets na 01.30 uur met een zaklamp in de hand door de wei. Het is super rustig en super mistig. Uiteraard staan de paarden helemaal achteraan. Ik voel mij als een dief in de nacht. Bij de tijd dat we ze gevonden hebben zijn onze broekspijpen doorweekt. Poownie staat op zijn gemak te knagen aan het gras. Als ik hem aan een inspectie onderwerp voelen zijn benen als normaal en zijn de bulten al bijna weg.

Vriendlief zucht diep. “Ben je gerustgesteld?” Vraagt hij. “Want ik ga niet nog een keer mijn bed uit voor een nachtwandeling!” Zegt hij. “Nu wel!” Zeg ik. Nu ik weet dat alles goed gaat en alleen mijn fantasie op hol geslagen was kan ik weer rustig slapen.

Rijsttafel…

Een tijdje terug was ik te gast bij mijn nichtje. We zouden daar gaan BBQ-en. Maar omdat het weer omsloeg en er voor heel de dag 100% regen zou vallen vroeg ze ons of we er bezwaar tegen hadden dat het diner werd aangepast naar een “home-made Indische rijsttafel”. Daar hadden wij zeker geen bezwaar tegen. 

Eenmaal binnen rook het er al helemaal bekend. Voor een deel naar “vroeger”, wanneer we als kind bij oma over de vloer kwamen. Voor een deel naar eigen recept. Vol bewondering keek ik naar wat ze allemaal op het aanrecht had staan. Er stonden al diverse potjes en pannetjes te pruttelen. Een deel was reeds bereid en een deel werd klaar gemaakt terwijl we gezellig aan het kletsen waren. Ik kreeg spontaan grote trek bij alle geuren. Als dit mijn thuis was geweest zou ik herhaaldelijk met mijn jatten in de pan gezeten hebben om alvast voor te proeven. Ik hield mij in. 

Alle gerechten kwamen uit een prehistorisch kookboek dat de tand des tijds had doorstaan. Iedere stap in het hele proces werd keurig gevolgd en dat leverde uiteindelijk een zeer smaakvolle maaltijd op. Zo smaakvol dat ik mij gerust 30 tot 35 jaar terug in de tijd waande. Aan tafel bij opa en oma tussen al mijn ooms en tantes. 

Ik realiseerde mij dat ik de kookboeken van mijn moeder niet meer tot mijn beschikking heb. Als ik ze al zou hebben, liggen ze ver achterin op zolder weggestopt. Aan internet had ik ook niks. Daar wordt een gerecht al Indisch genoemd als er een sjalot en een scheut ketjap in gaat. Overigens diverse keren geprobeerd maar ik miste steevast de Indische bite die ik bij de gerechten van oma en mijn moeder wel altijd proefde. En nu dus ook, aan tafel bij mijn nichtje.

Ze schoot te hulp door een aantal bladzijdes uit het boek voor mij te kopiëren. Online vond ik nog twee sites waar volgens authentieke wijze recepten werden klaargemaakt. Ik maakte een combinatie van de diverse gerechten en besloot er mijn eigen draai aan te geven. Maar eerst moest ik langs de toko om de missende ingrediënten te kopen. 

Juist de ontbrekende kruiden zijn de smaakmakers die ik bij mijn eigen gerechten dus altijd miste. Denk hierbij aan sereh, daoen salam en kemiri noten. Daar wordt in de “simpele online keuken” met geen woord over gerept. Oké toegegeven, de kokosmelk of blokje santen en kruitnagel door de rijst had ik zelf nog wel kunnen bedenken. 

En in plaats van het bakje boemboe van Conimex besloot ik nu ook die maar helemaal zelf te maken. Dus stond ik de avond van te voren de boel al fijn te stampen in mijn pas aangeschafte vijzel. Nou dat is niet helemaal waar. Ik masseerde de sjalotten, nootjes, trassi en andere kruiden met liefde tot een egaal mengsel voor de marinade van het vlees. Want naast de juiste kruiden is het de liefde die de finish in touch geeft.

De volgende dag stond ik ’s middags al weer vroeg in de keuken. Met iedere minuut die verstreek kwamen er meer geuren vrij. Een goede voorbode voor de smaak van straks. Mijn zwoegen werd beloond. Ik had het voor elkaar gekregen om een minirijsttafel op te dienen. Hier en daar moet nog wat geschaafd worden om de smaken te verfijnen. Maar mijn (o)ma zou trots op mij zijn!

Pauze…

Even niet met stukken tekst bezig zijn of mijzelf de verplichting opleggen iets te plaatsen en vooruit te werken, besloot ik een blogpauze in te lassen. Het klinkt wel zwaar he? “Verplichting” “vooruitwerken”. Af en toe is het goed om even afstand te nemen van wat je doet. Ook van de dingen die je leuk vind. Meestal krijg je daar juist nieuwe inspiratie door en wordt je weer lekker creatief. 

Dus, met dat in mijn achterhoofd sloot ik mijn blog begin juli af. En vandaag, op 1 augustus start ik hem weer op met een terugblik op de afgelopen maanden. 

Door de vele regenval in mei heb ik soms het gevoel dat ik de lente heb overgeslagen. De wei was nog niet begaanbaar want alles was een grote modderpoel. Weg met de boot ging ook niet want regen. Wel aten we een aantal keer aan boord. Gewoon om het vakantiegevoel te vieren en er toch even uit te zijn. Poownie werd 27 en ik bezocht samen met Oom B. een steenuilenhut in België om foto’s te maken. Dit was een fantastische ervaring. Overigens waren dat de enige foto’s die ik tot dan geschoten heb. Het hele jaar is mijn camera zijn tas niet uit geweest. 

We starten juni met een week vrij. Gewoon even niks doen, uitslapen en onthaasten. De weergoden zijn ons goed gezind. Na een maand van regen en vies weer worden we zowaar getrakteerd op warme dagen en volop zon. Niet zo gek dat we veel tijd doorbrengen op het water. Ik maak zelfs een early bird rondje met de sup.

Ik spreek af met oom R. die ik al ruim 35 jaar niet echt meer gezien of gesproken heb. Zo gaat dat soms in het leven. Ieder gaat zijns weegs. Maar nu hadden we een paar uur samen en onder het genot van wat te drinken en te knagen hebben we heel wat bijgekletst. Het blijkt dat we redelijk wat overeenkomsten hebben. We staan op sommige punten het zelfde in het leven. Terugkijkend was het een fijne avond.

De tijd tikt gestaag door en daarmee start plots de maand juli. De paarden staan vanaf nu eindelijk dag en nacht op de wei. Dat betekend iets meer rust en vrijheid. Onze nieuwe wei is echt mega groot en het is een heerlijk gezicht als je de kudde zo ziet grazen. Ze waren er echt aan toe. Ik ook trouwens. 

Gelukkig komt de voetbal ook weer op gang. De eerste oefenwedstrijden in aanloop naar een nieuw seizoen zijn reeds geweest. Ik had het nooit verwacht te zeggen, maar ik heb dit zo vreselijk gemist!! Ik was daarom ook maar wat blij dat ik weer langs de lijn mocht zitten met mijn camera. 

De eerste twee wedstrijden heb ik inmiddels op de foto gezet. Dat was, na bijna een jaar niet gefotografeerd te hebben, toch wel even schakelen. De snelheid, het licht, de instellingen. Ik ben niet geheel ontevreden over het resultaat. Maar laten we het er maar op houden dat ik ook wat “oefenwedstrijden” kan gebruiken.

Schrijver Robert Galbraith heeft een aantal leuke verhalen neer gepend. Dus hield ik een leesmarathon en las alle vijf de delen in een maand weg. Maar daarover later meer. 

Al met al een rustige periode om op terug te kijken. Ik ben heel benieuwd of dit zich de rest van het jaar zo voortzet. De tijd zal het leren… 

Early bird…

Eigenlijk stond hij voor in mijn vakantie gepland. Net als een hoop andere nog-te-doen-bezigheden. Misschien dat het er daarom niet helemaal van gekomen is. Dat, en uiteraard mijn lekkere bed. Want hoewel ik al enige tijd mijn wekker ook op vrije dagen vroeg zet, is het wel verleidelijk om deze iets later te zetten dan op een werkdag. Maar omdat ik mij herinnerde dat ik een paar jaar terug zo genoten heb van mijn ochtend hardloopsessies, offerde ik mijn enige vrije dag van die week hiervoor op. 

Nou ja, opofferen? Ik deed het graag. Toen mijn wekker om 04.45 uur (in de ochtend!!) afging sprong ik figuurlijk gezien want letterlijk ging het iets langzamer, mijn bed uit. Mijn spullen had ik de dag ervoor al klaar gezet. Ik hoefde alleen mijn ontbijt nog maar te smeren. Griste nog snel een fles water uit de koelkast en ik kon op pad.

De klok tikt 05.30 uur aan als ik bij het water aan kom. Geen mens, geen hond, niemand. Ik hoor alleen de vogels. Niet veel later is het toch echt even gedaan met de rust. Ik ben mijn SUP aan het oppompen en dat gaat niet geheel geruisloos. Er staan gelukkig geen huizen in de directe omgeving. Uit voorzorg sta ik toch achter mijn auto zodat het geluid tot een minimum beperkt wordt. We willen geen overlast op dit tijdstip.

Het is 05.45 als ik met SUP en al het water in glij. Ik paddel naar het midden en houd dan stil. Het is alsof alles nog in diepe rust verkeerd. Op de vogels na, die kwetteren en fluiten nu om het hardst. Maar verder is het echt helemaal stil. Er staat geen stroming en er staat geen wind. De zon is al even wakker en slaat mij vanaf de horizon gade. Ze begeleid mij op mijn eenzame tocht over het water. 

Toen ik nog wekelijks aan hardlopen deed kon ik ook zo genieten van de vroege ochtenden. Er is geen enkel moment binnen de 24 uur die zo vredig en kalm aanvoelt als het ontwaken van de dag. Ik voel een innerlijke rust en daarmee een blijdschap over mij heen komen. Konden de dagen allemaal maar zo zijn. Wat een zalig gevoel is dit.

Er hangt hier en daar nog een flard mist over het water. Voor het mooie ben ik eigenlijk nog een half uur te laat. Dan had er meer nevel gehangen en had het wisselen van de nacht in de dag extra magisch geweest. Maar het beeld dat ik nu voor ogen heb is ook niet verkeerd. Ik besluit om te keren en nog een stuk met de opkomende zon in de rug de andere kant op te paddelen. 

Het laatste stuk is een lus en als ik hem helemaal uit zou varen heb ik er twee km extra opzitten. Halverwege besluit ik flink aan te zetten tot ik terug ben op mijn startpunt. Met SUPPEN gebruik je al je spieren dus heb ik direct een aardige work-out achter de rug. Als ik mijn SUP uit het water haal ben ik ruim een uur verder en staat er 5.5 kilometer ochtendgymnastiek op de teller. 

Een heerlijke start van mijn dag. 

Steenuilen schieten…

Het duurde drie jaar voor het lukte. De eerste keer was het seizoen net voorbij en dus te laat. Het tweede jaar was het seizoen nog niet begonnen maar was ik wel te laat met reserveren en was de hut vol geboekt. De derde poging werd dankzij corona door mijn neus geboord. Maar eind mei van dit jaar lukte het dan toch. Ik stond oog in oog met een steenuil. 

De steenuil is het kleinste uiltje in Nederland en is niet veel groter dan een merel. Vergeet de kerkuil of de grote oehoe. Dit uiltje is de schattigste rover onder de vogels die er is.. Hij ziet er groter en forser uit dankzij zijn volle verenkleed. Die grote opvallende felgele ogen doen het hem. Die wilde ik heel graag eens vastleggen op de gevoelige plaat. Dus was de keus om een vogelhut die zich richt op de steenuil te huren snel gemaakt. Het duurde alleen wat langer voor we terecht konden. 

Maar toen was het eindelijk zover. Einde van de middag toog ik samen met Oom B. ook fervent fotograaf, naar België. Om 1800 uur werden we verwacht. Samen met nog een aantal fotografen hadden we ons verzameld op de afgesproken parkeerplaats. Van daar uit moesten we nog wel een stukje lopen naar de “hut”. Dat stukje bleek toch nog een kleine 1.5 km stappen te zijn. Gelukkig mochten we onze fotogear met de auto van de hut-eigenaar mee geven. Nu maar hopen dat hij er niet vandoor zou gaan… 

Gelukkig stond hij op de plaats van de hut al op ons te wachten. In totaal waren we met vijf man/vrouw. Oom en ik hadden het geluk in de vaste hut te mogen. De andere fotografen kregen ieder hun eigen fototent, die al opgesteld stonden. We kregen de tijd om ons te installeren. De eigenaar legde nog wat uit over de setting, wat we wel en vooral niet moesten doen en liet ons toen tot 21.00 uur aan ons lot over. 

De vraag was of er een uiltje genegen was om langs te komen. Ik had amper de instellingen van mijn camera gecontroleerd of het vrouwtje kwam al aangevlogen. Ze wist heus wel dat wij daar in het hutje zaten. Je kunt de natuur niet sturen maar soms werkt omkopen wel. Er lag hier en daar wat eten en daar liet ze zich graag voor fotograferen. Zeker wanneer er net kuikens uit het ei gekropen zijn. Door de aanhoudende kou en regen is het broedseizoen iets verlaat. Daar had ik met het reserveren geen rekening mee gehouden. Geen vliegende jonkies dus. In dat opzicht hadden wij ff vette pech. 

De setting was niets meer dan een stukje grond op een boerenbouwland. Achter ons zat een duiventil en stonden wat bomen. Daar bevond zich tevens het nest.. Op de setting zelf waren een paar palen in de grond geslagen, hier en daar een zit mogelijkheid en wat attributen. Simpel maar doeltreffend. Met de juiste instellingen en een goede lens creëer je een mooie zachte achtergrond. Hierdoor is er geen bouwland of simpel bosje meer te zien. 

De hele avond heb ik verrukt achter mijn fototoestel doorgebracht. Mij niet eens de kans gunnend iets te eten of te drinken. De tijd vloog voorbij maar wij hebben, ook zonder kuikens, van iedere minuut genoten.