Corona’s voordeel….

De afgelopen twee jaar heb ik het sporten weer lekker opgepakt. Hoewel het hardlopen er niet echt meer inzit in verband met een terugkerende knieblessure kan ik mij toch prima vermaken in mijn eigen “sportschool” thuis. Met de wintersport aan het begin van ieder jaar ligt de nadruk vooral op het aansterken van spieren die ik met het snowboarden gebruik. Ervaring heeft mij geleerd dat ik zoveel meer van mijn week in de sneeuw geniet met een gedegen voorbereiding. Bij terugkomst ligt het fanatiek sporten even stil tot ik besluit dat het warm genoeg is om te wakeboarden. Ik begon dan eigenlijk veel te laat, waardoor de eerste paar keer in het water gepaard ging met gigantische spierpijn na een sessie.

Dit jaar ging het er echter iets anders aan toe. We waren net terug van de wintersport of corona kreeg de overhand. Mijn doorgaans gevulde dagen misten vanaf dat moment iedere vorm van regelmaat en ritme. Ik had er moeite mee om mijn dagen productief en nuttig te vullen. Na enige tijd begon ik mijzelf in de weg te zitten. Ik voelde mij rusteloos, nutteloos en sliep ook nog eens bar slecht. Na twee weken was ik er al helemaal klaar mee. En alle klote klusjes in huis waren inmiddels ook wel gedaan. Dit moest anders…

Op het moment dat ik door had dat het zo niet langer ging, want niemand kon nog voorspellen hoelang corona ons land in “gijzeling” zou nemen, gooide ik het roer compleet om. Ik heb dan misschien geen volle dag te vullen met werk, ik deed gewoon alsof. Ik bouwde weer regelmaat en ritme in. Ging op tijd naar bed en stond er vroeg weer naast. Ging wat slimmer om met mijn eetgedrag en voegde wat meer glazen water per dag toe. Door iedere dag iets te doen wat in mijn ogen nuttig was hoopte ik meer voldoening uit mijn dag te halen. En ik besloot meer te gaan sporten. 

Vooral dat laatste was een prima beslissing. Ik intensiveerde mijn work-out. Op Pinterest vond ik inspiratie voor andere, nieuwere en uitdagendere buikspieroefeningen op mijn yogamat. Ik vond oefeningen om ook mijn onder- en bovenrug te verstevigen en vond zelfs evenwichtsoefeningen voor op mijn balanceboard. Daarnaast vond ik ook nog wat handige oefeningen met een heel simpel elastiek. Vervolgens doe ik nog de nodige cardio oefeningen op de apparaten die ik hier thuis heb staan. 

Een maand of twee terug heeft vriendlief ook een bokszak op zolder opgehangen. Met wat oefeningen van mijn “oude vriend” Billy Blanks kan ik ook daar helemaal op los. Stond ik vroeger in het luchtledige te trappen en te slaan, heb ik nu wat meer weerstand. Ik combineer en wissel heel wat af en werk mij letterlijk in het zweet. 

Sinds begin mei heb ik ook een Stand Up Paddleboard aangeschaft en SUP ik iedere week een paar kilometer. Soms hier achter in het park, soms op het grote water. Net hoe het uitkomt en wat voor weer het is. 

Dit alles heeft er voor gezorgd dat ik inmiddels, onbedoeld, een paar kilo ben kwijtgeraakt. Mijn spieren zijn flink aangesterkt en ik kan mijn “ei” tenminste kwijt. Dat laatste is niet alleen voor mij maar ook voor de mensen om mij heen wel erg fijn! Nooit eerder was ik summerproof nog voor de zomer begon. Heeft Corona toch nog aan iets positiefs bijgedragen… 

 

 

*Dit blog verscheen eerder ook op “Hoe vrouwen denken.”   

Verkeerde keus…

“Weet je zeker dat je met de fiets gaat?” Vraagt vriendlief. Ik werp snel een blik naar buiten. Het ziet er niet zonnig uit maar er hangt ook niet echt een regenlucht boven de polder. “Ja joh,” zeg ik, “Het kan net.” Er is pas vanavond regen voorspeld, dan ben ik al lang weer terug. De laatste keer dat ik mijn auto pakte omdat het mogelijk zou kunnen gaan regenen bleef het de hele dag droog. Dus dit keer gok ik het er op. 

Eenmaal op de fiets, onderweg naar Poownie, begint de lucht toch wel erg snel te veranderen. Dat zie ik niet, want dat is achter mij. Als ik voor mij kijk zie ik een vrij rustige lucht met hier en daar een wolk, voortgedreven door de wind die langzaam komt opzetten. Dat dan weer wel…

Het is broeierig warm en mijn gehaaste fietstochtje heeft er nog een schepje bovenop gedaan. Bezweet kom ik aan bij de wei. Waar Poownie overigens al op mij staat te wachten, alsof hij mij tien minuten eerder verwacht had. Hij hinnikt nog iedere keer als hij mij ziet. Ik vind het zo schattig dat ik er dan ook maar vanuit ga dat hij blij is om mij te zien. We gaan voor een korte wandeling en wat graaswerk buiten de wei. Het gras bij de “buren” is nu eenmaal veel groener en dus lekkerder. 

We zijn nog geen twee minuten van “huis” of dikke druppels sieren het asfalt voor ons. Ik zie ze eerder dan ik ze voel. Dan opeens gaan de sluizen open. Het regent nu toch wel echt en heel hard ook. Samen rennen we naar een afdakje om er te schuilen. Na ongeveer vijf minuten wordt het minder en gaat de zon alweer schijnen. We wandelen terug naar waar we gebleven waren. Heel even is het heerlijk. De lucht ruikt zo zomers en er staat een klein briesje. 

Maar dan volgt een flinke donderklap, recht boven mijn hoofd. Ik hoop stiekem, tegen beter weten in, dat het er maar eentje zal zijn. Een verdwaalde of zo, die niet helemaal weet wat ie met zichzelf aan moet. Hoe kan dat nou? De lucht voor mij is bijna stralend blauw. De lucht achter mij had ik tot dan nog niet gezien. Donker en dreigend. Een tel later begint het te flitsen. Achter elkaar. We rennen terug naar de wei. Compleet beledigd laat ik Poownie achter. 

Er is voor mij geen andere schuilplek dan een tunneltje iets verder op. Ik spring op mijn fiets en scheur die kant op. Daar tref ik een ouder stel. Ook die staan te schuilen. We raken aan de praat. Na tien minuten is het iets minder geworden. Het stel moet de andere kant op en fietst zo de zon tegemoet. Zelf blijf ik nog even staan, want er is nog geen verbetering te zien in de richting waar ik heen moet. 

Na nog eens tien minuten nemen regen en onweer eindelijk af dus ik waag de gok. Ik ben nog geen 200 meter op weg of het begint opnieuw. Onweer en veel, heel veel regen. Het flitst nu onafgebroken en ik heb er weinig zin in om als een stukje toast te eindigen. Nog nooit heb ik zo hard gefietst. Zeiknat en compleet buiten adem kom ik thuis. 

Ja, ik had misschien toch beter de auto kunnen nemen… 

Een groene uitdaging…

Omdat ik nog thuis woonde moest ik mijn moeder zover zien te krijgen akkoord te gaan met de aanschaf van een nieuw huisdier. Mijn moeder had dit afgezworen. Er komt niks nieuws meer bij. Maar ze stond niet zo heel sterk in haar schoenen. Iets waar ik stiekem een beetje misbruik van heb gemaakt. Ik nam haar 18 jaar geleden mee naar de winkel en liet haar kennismaken met Groene Draak. Een week later stond hij bij ons in de kamer. Groene Draak moest zijn mooie volière inclusief vliegende vrienden, inruilen voor een kooi bij mensen die, tot dan, totaal geen verstand hadden van papegaaien. Een heel domme zet. I know. Ik zou ook niemand aanraden om een papegaai, of welk dier dan ook, zomaar aan te schaffen. (Ik heb er van geleerd!)

Draak discrimineerde niet. Hij was tegen iedereen chagrijnig en beet iedereen even hard. Uren heb ik bij zijn kooi gezeten. Ik vond dat hij ook buiten zijn kooi een leven moest gaan krijgen. Hoe ik dit moest gaan aanpakken was mij nog niet geheel duidelijk. Draak was niet te vergelijk met een parkietje. Ook niet in bijtkracht. Eenmaal uit zijn kooi kwam de grootste uitdaging: hoe kreeg ik hem, met al mijn vingers nog heel, weer terug?

Met heel veel geduld (en pleisters) leerden wij elkaar beter kennen. Dat gebeurde pas echt, toen ik op mijzelf ging wonen. Draak veranderde van een schreeuwerige en chagrijnige gaai, in een rustigere, blijere variant. Het bijten en zijn schuwe gedrag bleef. Nadat ik de hulp had ingeroepen op een forum over papegaaien ging het roer om. Ik leerde wat ik fout deed en vooral hoe ik mijn eigen houding en daarmee zijn gedrag kon ombuigen naar iets positiefs. Met al deze nieuw verworven kennis ging ik aan de slag.

Ons geduld werd heel vaak op de proef gesteld. Maar ik hield vol en werd beloond. Ook hoefde ik steeds minder pleisters te plakken. Sterker nog, de afgelopen jaren zijn ze niet meer gebruikt. Met vallen en opstaan zijn we gekomen tot waar we nu zijn. En dat is echt iets waar ik heel trots op ben. Van een gaai die praktisch zijn kooi niet uitkwam naar een gaai die bijna niet meer in zijn kooi zit. Hij is nu een rustige, vriendelijke vogel. Die in ieder geval mij vertrouwd maar ook zijn vertrouwen aan mij terug geeft.

Onze Draak is gek op nieuwe dingen leren. Nadat de basis erin zat, het op- en afstappen op commando en vertrouwd raken met iets nieuws, zijn we begonnen met wandelingen door het huis, de tuin en het park. Educatieve spelletjes vind hij geweldig. Hij kan inmiddels diverse kleuren onderscheiden. Geld in spaarpotjes stoppen. Ringetjes over stangetjes schuiven (op kleur) en voetballen. Dit is nog maar een deel van wat hij inmiddels kan. We kunnen zelfs zonder problemen naar de vogelarts. (onderzocht worden is nog wel een dingetje…) En hij gaat wel eens mee op stap naar Poownie of hij steelt de show aan boort tijdens een tochtje over het water.

Het is heel leuk om samen aan de slag te gaan en nieuwe dingen te leren. Want ook ik leer nog steeds bij. Er zijn dan ook nog heel wat leuke uitdagingen die we aan zullen gaan. Ik had in ieder geval nooit kunnen denken dat een van mijn grootste vrienden een kleine gevederde groene draak zou zijn.

Voor de liefhebbers, Groene Draak heeft ook een eigen instagram account.

 

 

What SUP II…

Inmiddels heb ik een aantal keer geSUPt. Het wiebelige gevoel is al minder en ik weet hoe ik mijn bochten moet maken. Tijd voor mijn aller eerste echte tour dus! Ik plan dit in op Hemelvaartsdag want vrij en, lucky me, het blijkt ook nog eens zalig weer om op het water te zijn. Helaas is driekwart van de Nederlandse bevolking ook vrij en die besluiten massaal het zelfde te doen. Om de drukte een beetje voor te zijn vertrek ik wat vroeger op de dag. Het Waaltje is mijn bestemming. Bij aankomst is er nog precies 1 parkeerplek vrij. De rest wordt in beslag genomen door auto’s en busjes van een grote groep zwemmers. Het zijn er zoveel dat ik bijna aan een wedstrijd denk. 

Het grote grasveld aan het water is nagenoeg leeg (later op de dag is het zo vol dat de politie de boel ontruimt en afsluit). Ruimte zat om mijn spullen uit te stallen en de boel op te pompen. Ik trek geen wetsuit aan, het is immers bloedheet en ik ga mijn best doen niet te vallen. Vriendlief is toch wel nieuwsgierig naar mijn nieuwe bezigheden op het water en besluit polshoogte te komen nemen. Samen lopen we naar het water waar hij nog wat foto’s maakt voor ik afscheid van hem neem. Ik peddel om wat zwemmers heen, zwaai nog een keer achterom en ga voorzichtig staan op het board. 

Het juiste gevoel krijgen lukt steeds sneller. Een tweetal boten halen mij in en laten de golfslag voor mij achter. Ik blijf staan! So far, so good! Bij de brug, waar ik onderdoor moet zie ik vriendlief weer staan. Er volgt nog een kodak fotomoment maar dan moet ik echt bukken. De tunnel die volgt geeft een soort Vliegende-Hollander-Efteling-effect. Wanneer ik er onder door ben waan ik mij in een compleet andere wereld. Niet van de sprookjes overigens, wel van de watersporters. Ik zie bootjes, kano’s, zwemmers en suppers!

Als ik deze route helemaal tot het einde zou paddelen heb ik 7 km enkele reis achter de rug. Dat is voor nu te veel want ik moet ook nog terug. Dus ik paddel tot aan de molen, die verder stond dan gedacht, en terug wat neer komt op 7 km retour. Onderweg kom ik nog meer suppers tegen. Maak ik een praatje met een visser en er wordt mij door twee bouwvakkers een lunchplek aangeboden bij een bouwkavel. Inmiddels is de molen ook in zicht. Helaas is het op dit stuk heel druk met pleziervaart dus ik besluit te keren en het tempo op te schroeven. Na enige tijd beginnen mijn spieren te verzuren dus las ik een korte pauze in. 

Terwijl ik bijkom laat ik mij meevoeren door de stroming. Het water is hier echt super helder. Ik zie de waterplanten en hier en daar een vis. Ook vergaap ik mij aan de grote huizen die langs het water staan. Als de bocht in zicht komt ga ik weer staan en paddel terug naar de tunnel. Dan is het nog een kleine 500 meter voor ik bij mijn opstappunt terug ben. Ik ben bijna twee uur onderweg geweest. Dat voel ik ook wel aan mijn lichaam.

Terwijl de jeugd zich een stukje verder vermaakt op en in het water blijf ik nog even liggen op mijn board. Even bij komen van deze complete workout waar ik overigens intens van heb genoten.

Moai subboard

Het was het wachten waard…

Afgelopen maand stond een bezoek aan een vogelhut in België gepland. maar ja, Corona… Hopelijk kunnen we de schade later in het jaar inhalen. Voor nu een blog van twee jaar terug om in de stemming te blijven: 

Het is pikdonker en de wereld is nog in diepe rust als mijn wekker afgaat. Gedesoriënteerd tik ik hem uit. Ben ik hem soms vergeten uit te zetten? Maar dan herinner ik mij weer waarom ik, notabene op een zaterdag, om 05.15 uur wakker wilde worden. Over een uur staat vriendin Yvonne voor de deur. We gaan op vogeljacht!! Ik weet niet helemaal zeker wanneer het jachtseizoen in Nederland van start gaat. En eigenlijk wil ik dat niet weten ook. Want, ook al zou het nuttig zijn om flora en fauna in stand te houden,  ik kan niet zo goed tegen dit soort menselijk vermaak. Daarom doen wij het op een vriendelijke manier. We schieten ze enkel digitaal.

Inmiddels heb ik hier al wat ervaring mee. Ik hoef niet meer, zoals de eerste keer, mijn hele hebben en houwen mee te slepen. Geen overload aan onnodige spullen. Hoewel ik nog steeds drie tassen meesleep (waarvan één voedsel-survival-kit, ik weet immers nooit wat voor grote trek ik in eens kan krijgen) ziet het er tenminste niet meer uit als een complete volksverhuizing. Mijn tassen had ik de avond ervoor al ingepakt en om 06.15 uur sta ik er helemaal klaar voor. 

Een kleine drie kwartier laten zitten we gecamoufleerd en jacht-klaar in onze hut. Het daglicht heeft eerst nog wat moeite om terrein te winnen. Maar wanneer het eenmaal door de barricade van de nacht heen weet te breken, gaat het snel. Een goudgele gloed kleurt de bomen en rietstengels voor ons. Je zou het moeten zien, alleen dit is al een plaatje. De ochtend wordt ingeluid met het gekwetter van vogels en het kwaken van eenden. Alle overige geluiden lijken wel van heel ver weg te komen nu we “opgesloten” zitten. Eigenlijk is het heel fijn wakker worden. Ik mis alleen nog een bak koffie. Maar bang om iets te missen, durf ik niks te pakken. 

Het duurt even voor het eerste vogeltje zich laat zien. Een geel kwikstaartje. Heel parmantig wipt het van de ene stronk naar de ander tot het in de poel met water staat. We proberen verschillende instellingen op ons toestel uit tot we tevreden zijn met het beeld. De kwikstaart had ik nog niet eerder gezien en is daarom een leuke aanvulling op mijn reeds gefotografeerde vogellijst. Verder zien we de merel, wat eendjes en een paar duiven. Het roodborstje is eveneens van de partij. De koolmees-familie is aanwezig en wat huismusjes, groenlingen en vinken sluiten de rij. Op de valreep is ook de bonte specht een minuut of vijf aan het werk in de boom en op een afstandje kijkt een reiger ons wantrouwend aan. Daarna wordt het stil. 

En het blijft even stil. Gelukkig hebben wij altijd voldoende te bespreken en komen dan ook zeker onze tijd wel door. We maken ook van dit rustmoment gebruik om wat te eten en te drinken. Net wanneer wij alles op hebben en ons beginnen af te vragen waar de rest van het gevederde gespuis blijft, het mag dan wel weekend zijn toch had ik wat meer beweging verwacht, komt het ijsvogeltje aanzetten. En dat, beste lezers, maakt meer dan goed!!

Ijvogel op tak

Geïnteresseerd in meer vogelfoto’s? Volg mij dan op instagram

What SUP…

Hij stond al even op mijn verlanglijst. Het is er echter niet eerder van gekomen dan begin mei. Eerst werd het winter met smerig vies weer. Vervolgens kwam corona de hoek om janken. Weg vrijheid!! Gelukkig werden de teugels na een paar weken iets gevierd en dat vierde ik door mijn eigen (inflatable) SUP aan te schaffen. Eindelijk!!

Eerst werd ik uitgelachen door Vriendlief. Staand paddelen? Daar is toch geen hol aan! Dat is direct het grote verschil tussen ons. Ik vind het heerlijk om neurotisch actief bezig te zijn. Terwijl hij het liefst een versnelling terug neemt. Toegegeven, dat kan ook fijn zijn. Maar niet te lang. Anders blijf ik in die lethargische modus hangen. Wij gaan ook wel eens samen kanoën en dan hoor ik geregeld: “doe eens rustig!” Of “paddel niet zo snel!” Terwijl ik denk: Schneller, Schneller!!

Ik wilde dus al enige tijd mijn waterhobby uitbreiden met iets actiefs. En nu ligt het hele gevaarte midden in mijn woonkamer. In de doos leek hij niet zo groot. Maar eenmaal “opgeblazen” is de plank 3.20 meter lang. Oh boy, als dat maar goed gaat komen. Het duurt ook nog eens drie dagen voor ik hem kan uittesten op het water. Gelukkig is het precies die dag super zonnig en goed weer. 

We varen uit met Merlin en gaan op zoek naar een testspot. Het is dan wel 26 graden, er staat wel een redelijke wind en het water is ook niet al te rustig. Omdat het weekend en lekker weer is, is het ook drukker op het water dan anders. Grote boten, sloepjes, motorboten en zelfs zeilbootjes passeren ons en wij hen. Als het hier lukt, houd ik mijzelf vol, lukt het overal. Een slim mens boekt eerst een les. Maar ja, corona… 

We vinden een mooie plek en gaan voor anker. Een paar meter verder is een baai met laag water, zandbodem en geen andere boten. De stroom en golfslag is hier ook een heel stuk minder. Uit voorzorg trek ik toch mijn wetsuit en zwemvest maar aan. Er is een reeële kans dat ik te water ga en dat is op dit moment nog niet warmer dan een graad of 17. 

Het oppompen van de SUP duurt een minuut of 8. Hiermee heb ik direct mijn warming-up te pakken. Heel voorzichtig schuif ik van de boot op mijn SUP. Dat voelt op zijn zachtst gezegd wat onwennig. Ik blijf de eerste paar minuten op mijn knieën zitten om het gevoel en evenwicht te vinden. Ik paddel tegen de stroming in richting de baai en pak direct mijn eerste golfjes mee. *Wiebelig*

Dan moet ik gaan staan, wat zowaar direct lukt. Even voelt het alsof ik voor het eerst met mijn snowboard boven aan de rode piste sta en mij afvraag hoe ik in vredesnaam heelhuids beneden moet komen. Ik krijg toch de slag te pakken. Hoe harder ik paddel hoe makkelijker het gaat en hoe stabieler ik sta.

Meer dan een uur ben ik bezig om mijn board te leren kennen. Daarbij heb ik een complete workout achter de rug. Dat merk ik pas als ik kei moe en enigszins trillend terug op de boot klim. Maar ik ben als een kind zo blij!! De spierpijn die ik de volgende dag voel neem ik voor lief. Dat went vanzelf. Ik kan niet wachten om mijn eerste tourtjes te gaan maken… 

Moai supboard in het water.

MOAI SUP 10’6

 

 

Opgaan in het moment II…

In eerste instantie was ik helemaal niet bezig om het “mindfulness” aan te pakken. Het woord alleen bezorgd mij jeuk. Het is wel precies wat ik gedaan heb. *HIER* lees je deel één. Mijn doel is mijn gehaaste leven veel meer een halt toe te roepen. Ik wil meer opgaan in welk moment dan ook en meer genieten van dat wat ik aan het doen ben. Ik neem jullie graag mee in mijn zoektocht naar het creëren van meer zen-momenten in alledaagse dingen. 

Mijn plan om het door te trekken in meerdere dingen die ik doe, blijkt toch minder eenvoudig te zijn dan ik dacht. Soms is het zelfs lastig om (al is het maar) twee minuten stil te staan en echt bewust te voelen en op te merken met waar ik mee bezig ben. Begin dit jaar, toen ik er mee begon wist ik nog niet dat Corona ervoor zou zorgen dat mijn hele leven, in ieder geval de komende maanden een stuk rustiger zou worden. Slow down brother!! 

Stiekem had ik gehoopt dat het hierdoor wat makkelijk zou zijn. Niets is minder waar. Ik heb mij op dit moment dan niet meer met 101 dingen bezig te houden maar er malen nog voldoende gedachten door mijn hoofd. En waar kan ik die nu beter stil zetten dan op de plek waar de bewoners altijd leven in het hier en nu?! Die geen last hebben van mentale ruis, oordelen of zorgen. Ja, of er na deze ene hap gras misschien nog een volgende hap genomen kan worden… 

Ik zet mijn zoektocht naar zen-momenten voort op stal. Of eigenlijk de wei, want daar staan de paarden sinds enkele weken. Ik ga vandaag heel bewust strontscheppen! Tenminste, dat ga ik proberen. Het hebben van een paard is echt niet zo romantisch, dat je het ff weet. Normaal doe ik deze klus op de automatisch piloot en draait mijn hoofd overuren. Vandaag heb ik extra geluk. De knollen zijn een wei verplaatst en het gras staat zo’n beetje kniehoog. Extra uitdaging is niet verkeerd om ergens met je volle aandacht bij te zijn. 

Bij het betreden van de wei blijf ik met een voet hangen in een grashalm en breek bijna mijn nek. Dat begint al goed. Maar hierna is iedere handeling doelbewust en heel gericht. Het is heel wat vermoeiender om bij dit stompzinnige werk je (telefoon en) denken uit te schakelen en alleen bezig te zijn met hier en nu. Met paard en poep. Tel daar het ploegen met kruiwagen en al, door het hoge gras bij op en ik heb naast een geestelijke ook een fysieke inspanning geleverd.

Voor ik er erg in heb ben ik al een uur lang “spoorzoekertje” aan het spelen. Voel ik wat mijn spieren doen en luister naar de geluiden om mij heen, in plaats van in mijn hoofd. Wat een herrie daar binnen en wat een rust daarbuiten!! Is het gelukt? Nee niet helemaal. Misschien komt het door de klus op zich?! Die was letterlijk en figuurlijk intensief. Wel was ik meer uit mijn hoofd en in mijn lichaam. 

Wanneer ik op de fiets stap voor de terugreis naar huis voel ik mij toch voldaan! Nu is het de kunst om het uit te bouwen. Eens zien wat mijn volgende onderwerp gaat worden… 

Het went, maar toch…

Eind maart: Het zat er natuurlijk aan te komen, toch heb ik de stille hoop dat alles gewoon door gaat zoals normaal. Dat het mee valt en overwaait. Aangezien de hele wereld plat ligt is dit een gedachte die uiteraard nergens over gaat. Maar toch. Toch hoop ik als een malle dat het allemaal wel mee zal vallen, het zo’n vaart niet zou lopen. Ergens in de wereld is een hick-up maar dat geldt niet voor ons. Ik wil gewoon mijn normale dagelijks leven behouden. En vooral geen gekke fratsen hier.

Dat was zoals gezegd ijdele hoop. Corona begint zich steeds meer aan ons op te dringen. Een tsunami die er in één klap is en waartegen je niets kunt uithalen. De hele wereld is in rep en roer. Opeens is iedereen viroloog, bioloog of een geleerde. Iedereen heeft een mening en moet dit vooral bekendmaken. En dan de paniekzaaiers! Die staan op iedere (virtuele) hoek van de straat. Maar bij ons is vooralsnog niets aan de hand. Behalve dan dat de grote baas, net als een overgroot deel van Nederland, voorzorgsmaatregelen aan het treffen is.  

Nu een hoop locaties verplicht gesloten zijn kunnen onze examens daar ook niet doorgaan. Er moet aardig wat geannuleerd en afgezegd worden. Beetje voor beetje komt ons werk stil te liggen. Het is ook niet langer nodig om met een volledige bezetting op kantoor aanwezig te zijn. We stemmen bepaalde procedures op elkaar af. Er komen andere werkroosters. ICT wordt opgetrommeld en voor we het weten hebben we allemaal een laptop en telefoon van de zaak.

Binnen een paar dagen is alles geregeld en werken we met het complete team vanuit huis. Voor zover dat nodig is. Want het werk is zover opgedroogd dat er niet voor iedereen iets te doen is. Kantoor is maar een paar dagen per week voor een paar uur bemand door hooguit twee collega’s.

Dat, lieve mensen, is toch best wel even wennen. Opeens ben ik mijn complete regelmaat en ritme kwijt. Begin april sta ik met Poownie te grazen onder werktijd, ondertussen mij af te vragen wat de andere collega’s nu aan het doen zijn. Zelf heb ik die week “vrij” en ben alleen nodig als de andere collega ergens niet uitkomt. Het voelt gek om “vrij” te zijn en onder werktijd met hele andere dingen bezig te zijn dan met de mailbox, rinkelende telefoons, klanten en collega’s.

Inmiddels zijn we ruim 1.5 maand verder en heb ik redelijk mijn weg hierin kunnen vinden. Maar dat ging echt niet zomaar. Ik kwam er achter dat ik het beste gedij bij een zo normaal mogelijk werkritme. Normale tijd naar bed en ook gewoon vroeg weer op. Ik ruimde mijn oude werkkamer op en heb het zo ingericht dat ik daar in alle rust ’s morgens mijn dag kan beginnen. Hoewel mijn hersens geregeld doen alsof het semi-vakantietijd is begin ik redelijk te wennen aan mijn kleine beeldscherm en de videocalls via teams of zoom.

Toch hoop ik met heel mijn hart dat dit “tijdelijke abnormaal” snel over is en we terug kunnen naar ons “oude normaal”. Het normaal waarbij we omkomen van het werk. Elkaar “pesten” rond de koffietafel en kunnen klagen dat het zo druk is. Want ik mis mijn chaotische bureau, het geregel, de drukte en het werk. Maar bovenal mis ik het samenwerken met mijn collega’s!!

 

Nieuw verworven lef…

Mijn werkkamer heb ik met de tuin verruild. Even geen telefoon en beeldscherm maar een half uur pauze. Ik moet wat schuiven met de stoel om uit de wind maar in de zon te kunnen zitten. Als ik dan ook nog eens onderuitgezakt blijf zitten is het prima te doen. 

De zon brand op mijn gezicht. Hierdoor is de wind die ik voel als een zachte fluistering op mijn huid. Terwijl het even verderop de bladeren van de bomen flink doet ruisen. Met mijn ogen dicht is het net of ik op het strand lig terwijl de zee aan- en afrolt. De krijsende meeuwen boven mijn hoofd maken het plaatje compleet. 

Ik beeld mij in dat ik op een tropisch eiland lig met een azuur blauwe zee en een parelwit strand. Nee wacht, ik maak het plaatje mooier. Dat kan he, het is immers mijn eigen fantasie. Het ruisen van de bomen zijn de palmbladeren boven mijn hoofd die voor schaduw moeten zorgen. Ik lig in mijn hangmat tussen de bomen. Met één voet aan de grond duw ik mij af terwijl mijn tenen met het warme zand spelen. Zachtjes wieg ik heen en weer. Op de achtergrond hoor ik subtropische vogels fluiten en klinkt er vrolijke muziek. 

Ik val al bijna in slaap als ik naast de vogels en de muziek ook vaag een belletje hoor rinkelen. Het klinkt heel bekend maar past niet echt in mijn verzonnen decor. Het belletje klinkt steeds luider. Als ik mijn ogen open verdwijnen mijn palmbomen, hangmat, witte strand en subtropische vogels. Ik ben weer terug in mijn eigen achtertuin. Van achter het hek klinkt wederom het belletje. Het hangt om de nek van een kat die nu onder de poort doorkruipt. 

Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, loopt hij de tuin in. Dit is wel eens anders geweest. Maar blijkbaar is hij nu wat zekerder van zijn zaak. De eerste paar keren dat onze blikken elkaar kruisten was hij met drie grote sprongen de tuin door om over het hek van de buren te verdwijnen. Misschien begint hij er aan te wennen dat wij hier nu ook eenmaal wonen. 

Hij is zo zeker van zijn zaak dat hij rakelings langs mij heen loopt op weg naar de achterdeur. Ik volg hem met mijn blik. Ik ben heel benieuwd wat ie gaat doen. Hij snuft wat aan de deur en voelt zich dan toch bekeken. Iet wat verontwaardigt kijkt hij mij aan maar loopt daarna zonder pardon naar binnen. 

Waarschijnlijk is hij niet bekend met een convectorput, of had hem zo snel na de deur nog niet verwacht. Met twee voorpoten verdwijnt ie in een van de gaten. Ik wil al op staan om te helpen maar hij hersteld zich. Eenmaal binnen krijg ik nog eenmaal een blik van hem. Dan loopt hij door. Verder dan onze tafel komt hij niet. Draak heeft hem namelijk in het vizier. 

Die vervolgens luidt begint te fluiten en te miauwen. Een miauwende vogel. Daar had hij niet op gerekend. Met twee sprongen is hij buiten, stuift langs mij heen en sprint onder het hek door. Tot zover zijn nieuw verworven lef. Het rinkelende belletje verdwijnt in de verte. De rust keert terug. Ik sluit opnieuw mijn ogen en laat mij de komende 20 minuten terugvoeren naar mijn eiland. Dat kan nog snel, voor het werk mij weer roept…

In de tussentijd… Yin Yoga.

Een tijd terug vertelde mijn stalgenoot dat ze een opleiding tot Yin yoga docente aan het volgen was. Bij yoga denk ik altijd aan vreemde houdingen en uberlenige lichamen. Matjes op de grond en mensen in kleermakerszit die volkomen zen zitten te wezen. Ik heb nooit aan yoga gedaan en heb dan ook geen idee wat het allemaal met je (lichaam) doet. Mijn beeld van yoga is dan ook niet uit eigen ervaring opgebouwd maar meer een interpretatie van wat mijn geest er in de loop van de tijd van heeft gemaakt… 

Door het enthousiasme van mijn stalgenoot werd ik toch wel nieuwsgierig en nu mijn interesse gewekt is wilde ik er, zoals bij alles, meer van weten. Er zijn heel veel verschillende yogavormen. Ik ga je niet vermoeien met wat yoga is, dat zoek je zelf maar op. Yin Yoga is er dus een van. De houdingen worden bij deze vorm langere tijd aangehouden. Gemiddeld een minuut of drie. Meestal gebeurd dit zittend of liggend. Yin yoga is er op gericht om gewrichten, pezen en bindweefsel te versoepelen, te ontspannen en te versterken. Je bent minder bezig met aan- en ontspannen van spieren. Die moet je zoveel mogelijk loslaten. 

Mijn stalgenoot zou in het voorjaar een aantal proeflessen gaan geven en het leek mij leuk om daar aan mee te doen. Een laagdrempelige manier om kennis te maken met (deze manier van) yoga. Maar corona gooide jammer genoeg roet in het eten. De proeflessen gingen niet door. Uiteindelijk besloot ze de lessen thuis op te nemen en digitaal te delen. Kon ik toch meedoen. 

Nou, daar lig ik dan, op mijn mat in de woonkamer. Ze geeft uitleg gevolgd door de eerste houding die we moeten aannemen. Ik doe braaf mee. Op het moment dat mijn gedachte afdwaalt hoor ik vanaf de laptop om vooral de aandacht terug te brengen naar mijn ademhaling. Doe ik braaf. Bij een volgende oefening, iets met rechterarm onder lichaam door steken en vooral blijven ontspannen terwijl alles op spanning staat, vraag ik mij af of er misschien nog wat snelheid in komt. En hoe grappig, ik krijg bijna direct weer antwoord dat het niet gaat om de snelheid, maar dat het juist gaat om de rust en dat de zwaartekracht zijn werk moet doen. 

Wanneer je oncomfortabel op de grond ligt is drie minuten toch wel vet lang. Op het moment dat ik denk het niet meer vol te houden hoor ik dat pijn niet mag, maar ongemak niet erg is. Wait what?! Alsof ze naast mij in de kamer staat.Voor ik het weet zijn we met het afsluitende stuk begonnen en zijn we dus alweer meer dan een uur verder. Wauw, de tijd is echt omgevlogen. 

Het effect voel ik direct na de les. Mijn nek, rug en heupen voelen een stuk losser. Mijn schouders tintelen helemaal en het bloed voel ik letterlijk stromen. Een uur na de les voelt mijn rug alsof ik een massage heb gehad. Terwijl ik enkel als een vlinder, banaan, kind en een Sfinx op de grond gelegen heb. We zijn nu een paar weken verder en ik vind het een mooie tegenhanger van mijn intensieve sportmomenten, waarbij ik juist mijn spieren steeds aanspan en aanspreek om verder en meer te geven. Inmiddels kan ik dus ook uit eigen ervaring putten. Mijn lichaam is er erg blij mee!!