IF, de eerste drie dagen…

Hier lees je deel 1. De eerste twee dagen gingen eigenlijk heel makkelijk. Ik startte in het weekend. Was hierdoor later wakker en door de planning ook al vroeg van huis. Eigenlijk een beetje zoals ik had verwacht. Inmiddels breekt mijn derde dag aan. Nu voel ik bij het opstaan toch wel een knaagje in mijn maagje. Ik weiger toe te geven. Ik voel mij verder oké en zoals bij alles wat anders gaat zal mijn lichaam eerst moeten ontwennen en wennen. Ik start de dag met een bak koffie en een fles water. 

Ik ben eigenlijk helemaal niet met het eten bezig. Mijn werk geeft afleiding. Maar halverwege de ochtend voel ik daar mijn maag weer. Hij protesteert en komt in opstand. Hij is het niet eens met mijn vasten-plan. Ik leg hem het zwijgen op door nog een glas water naar binnen te gieten. Voor nu is dat voldoende. Uit de ervaringen die ik gelezen heb is het vooral de eerste week wat ongemakkelijk. Goed naar je lichaam luisteren en indien nodig je vastenplan iets aanpassen is het devies. 

12.00 uur, lunchtijd. Mijn ogen zijn groter dan mijn maag. Ik pak vier boterhammen. Die normaal ook echt opgaan. Nu niet, na twee zit ik echt vol. Zelfs mijn appel past er niet meer bij. Nu al, na dag drie? Denk ik. Inmiddels ben ik mijn Pinterest aan het vullen met lekkere en gezonde maaltijd ideeën en snacks. Bij minder eten wil ik wel dat ik voldoende goede voeding binnen krijg. 

Een logische stap is ook het afbouwen van suikers. Helemaal zonder zal ik (nog) niet kunnen maar de koffie is een prima doelwit om mee te beginnen. Ik geef mijzelf een aantal weken om af te bouwen. Ik drink het nu nog met een ietsje pietsie suiker en melk. 

Het einde van de werkdag breekt aan. Een moment waarop ik altijd wat te snaaien pak. Ik hoor de snackies al gillen vanuit de la: EET MIJ!! Het duiveltje op mijn schouder doet er nog een schepje bovenop: “Geeft niet joh!! Pak gewoon. Niet eten is zoooooo 2020.” Alles om mijn vastberadenheid te laten wankelen. Ik doe het niet. De koeken blijven liggen waar ze liggen. Ik voel mij ver boven ze verheven. Voldaan schuif ik de la weer dicht. Geen idee hoe lang dit gevoel blijft. Het gaat mij lukken om te wachten tot het avondeten!

En die maaltijd bestaat uit groene groente met zoete aardappel (leuke kleurencombinatie) en vis. Oh wat keek ik hier naar uit. Want tussendoor heb ik mij echt ingehouden. Ik heb daar mijn stinkende best voor moeten doen. Geen koekje, geen snoepje alleen een appel rond 15.00 uur en water, heel veel water. De maaltijd smaakt goddelijk. Ik heb dan ook heel bewust van iedere hap genoten. Ik vond het jammer dat mijn bord leeg was. 

Deze drie dagen voelen als een overwinning. Zonder chagrijn. Zonder hongerklap. Mijn maag was leeg, dat merkte ik wel. Maar heel veel ongemak heb ik hier niet van gehad. Ik ben niet veranderd in een draak, spuugde geen vuur en had ook geen hangry bui. Dat schijnt nl ook een van de vele voordelen van Intermittent fasting te zijn. Geen grote pieken en dalen meer in je bloedsuikerspiegel en geen hangry buien meer. 

Ik voel mij lichter. Leger, dat ook. Maar vooral lichter. En trots dat zeker! Op naar de rest van de week. 

Intermittent fasting…

Oké, deze term heb ik vaker voorbij zien komen. Ik heb er nooit heel veel tijd aan besteed om uit te vogelen wat het precies is. Vasten zelf is al een eeuwenoud gebruik. Dat doen mensen met Ramadan of vanuit andere geloofsovertuigingen. Mensen die ziek zijn, of die willen afvallen… Maar ik? Nee, eten en Deb gaan hand in hand. Dus geen haar op mijn hoofd die het nodig vond om hier meer over te weten te komen. Never change a winning team!!

Maar waren mijn geest, lichaam en ik wel zo’n winning team? De laatste paar maanden zit ik nu niet zo heel erg lekker in mijn vel. Ondervind ik diverse lichamelijke kwalen en mijn hormoonhuishouding lijkt hier en daar al enige tijd verstoord. Met het ouder worden veranderd er uiteraard ook van alles. Toch blijft er iets aan mij knagen, en nee niet mijn lege maag, dat dit niet alles is. 

Toen las ik het blog van Levensjutters. Ze gaf mij het zetje dat ik nodig had. Ik besloot mij er toch eens in te verdiepen. Waar het op neerkomt is dat je het tijdsframe van wanneer je eet verkleind. Dus geen drie maaltijden en tig tussendoortjes. Je eet wat je moet/wil eten in een kortere periode. Hierdoor heeft je lichaam een langere periode rust en daardoor tijd om andere zaken in je lichaam weer op orde te brengen. Zaken waar het anders niet aan toekomt. Misschien wel de reden waarom ik mij soms zo moe, vol en opgeblazen voel.

Intermittent fasting (IF) wordt ingezet om af te vallen, je energieker te voelen, beter te slapen en (chronische) ziektes te voorkomen. Nu is afvallen niet de opzet van mijn plan. Toegegeven, het is een mooie bijkomstigheid. Wat voor mij doorslaggevend is, is dat vasten van invloed is op herstelprocessen, je genen en hormoonhuishouding. Met name insuline, dat er voor zorgt dat je bloedsuikerspiegel weer daalt. Hoe lager de insuline hoe beter je vetten kunt verbranden. Minder pieken en dalen. Meer rust voor je maag en darmen (die weer communiceren met de hersens). De lijst met voordelen lijkt oneindig.

Er zijn veel schema’s te vinden en ik zag dat ik al geregeld deze weg bewandel. Ik sla soms mijn ontbijt over omdat ik geen honger heb. Het probleem is alleen mijn inname aan snackie’s tussendoor. Eigenlijk eet ik de hele dag. Als ik de snacks op de avond nu eens weglaat? Dus na, laten we zeggen 20.00 uur, niks meer eten. Ik schuif mijn ontbijt op naar de lunch van 12 uur en drink enkel nog water, thee en koffie? Dan zou ik al “voldoen” aan het 16/8 schema. Ik kan nog een buffer inbouwen door de klok van 20 naar 22 uur te verplaatsen bij echte honger. Of mijn lunch iets te vervroegen naar 11.00 uur. Klinkt als te doen!

Ik wil niet al te streng zijn, maar ik wil dit wel serieus een kans geven. Dus besloot ik te starten in het weekend. Want dan pak je de voordelen terwijl je lekker ligt te slapen. Win/win. Natuurlijk moet ik ook mijn inname aan voedsel onder de loep gaan nemen. Het heeft geen nut om te vasten als je daarna alleen maar troep wegwerkt. Stapje voor stapje! Ik ben benieuwd hoe mij dit gaat bevallen. Lezers: fasten your seatbelts, ik ga jullie meenemen op mijn “vasten-reis”…

Regenval in de polder…

Poownie herkent het geluid van mijn auto al een tijd. Op stal staat hij dan al bij het hek van de paddock op mij te wachten. Maar nu herkent hij ook de vorm of de kleur. Het zal mij niets verbazen dat ie het merk op zou kunnen noemen als ie kon praten. Ik sta mij, achter de auto dus uit zijn zichtsveld, in mijn regenpak te wurmen als hij van achter uit de wei aan komt wandelen. Zijn graasmaten laat hij achter. Ondanks het shit weer kan ik een glimlach niet onderdrukken. 

Geloof mij, lieve lezer, het is wel eens anders geweest. Poownie heeft mij in zijn jongere jaren heel wat kilometers achter zich aan laten lopen. Op het moment dat ik hem bijna te pakken had, zette hij een drafje in naar de andere uithoek van de wei. Als ik dan weer in de buurt kwam rende hij met zijn neus en staart in lucht terug naar het hek van diezelfde wei. “Pak mij dan, als je kan, je kunt mij toch niet pakken!” Dit herhaalde zich een stuk of 10 keer. Als ik toen een stappenteller had was ik met 1 bezoek aan Poownie al aan mijn doelen voor die hele week gekomen.

Maar we worden allemaal wat ouder, wijzer zou ik niet willen zeggen maar wel rustiger. Alhoewel, misschien ook dat niet eens. Laat ik het er maar op houden dat Poownie snapt dat als hij rondjes blijft rennen ik na twee rondjes gewoon weer wegga. Dan heeft hij geen snoepje, boterham, appel of wat voor lekkers dan ook. En dat is onacceptabel. Kijk, ik zou best willen geloven dat hij voor mij naar het hek komt lopen, maar zoals we allemaal weten: liefde gaat door de maag. 

Terwijl de regen eindeloos traag uit de hemel komt vallen sta ik met mijn laarsjes in de zompige berm. De berm die uitzicht geeft op onze eigen wei. De berm met super malse grassprieten, en de kruidigste onkruidjes die er maar te vinden zijn. Dit weet ik allemaal dankzij mijn planten-app. (Heel handig!!) Nu onze wei wat schraler aan het worden is neem ik hem zo nu en dan eens mee uit grazen. En je kunt hem niet blijer maken. In zijn ogen is dit vele malen leuker dan wandelen.

Er groeit hier werkelijk van alles. Rode-, witte-, smalle rol- en akkerhoning klaver. Die laatste is bijvoorbeeld weer goed voor de doorbloeding, werkt bloedzuiverend en is ondersteunend bij de werking van de lymfe. Er groeit ook luzerne, met zijn prachtige paarse bloemetjes. Ook heel gezond met veel eiwitten en vitamines. Er groeit zelfs kamille. Volgens de app is dit de stinkende variant. Ik ruik niks vies aan dit plantje. Poownie kiest met smaak zijn maaltijd bij elkaar. 

Ik ben blij dat ik mij in een regenpak gehesen heb. Het is namelijk nog niet gestopt met regen. Sterker nog, het is harder gaan regenen. Met mijn capuchon op klinkt de vallende regen een stuk gezelliger. Er is verder niemand te bekennen. De verlatenheid en rust die er hangt is een weldaad voor mijn geest. 

Poownie’s brunch duurt ongeveer een uur. Dan is hij er wel klaar mee. Via de andere groenstrook wandelen we, nog steeds in de regen, terug naar de wei. Voldaan en met een volle buik loopt hij zuchtend bij mij vandaan terug naar zijn maten achter in het land.

Biesbosch Cruise…

Recensie door Groene Draak.

Geen 1,5 meter, mondkapje en vooralsnog geen code paars, blauw of roze meer. Tijd om eindelijk de vleugels te strekken. Figuurlijk gezien, want letterlijk zou ik de weg kwijtraken. Mijn ingebouwde (s)tom-(s)tom werkt niet altijd even goed zoals bv die van de postduif. Dus boekte ik voor mijzelf een heuse Biesbosch cruise, inclusief overnachting. (Lees; ik moest mee omdat zij zo nodig moesten overnachten aan boord en ik niet alleen thuis mocht blijven. Maar dat leest een stuk minder prettig, vindt u niet!?)

Natuurlijk wilde ik op deze cruise wel een beetje comfort en luxe dus koos ik voor een hut met balkon. Wanneer ik niet over het dek zou flaneren kan ik mij altijd terugtrekken in mijn eigen hut en uitzicht houden op al het moois dat wij onderweg zouden passeren, was mijn gedachte. Nog leuker is de reactie van andere “cruisende” mensen die, eveneens op hun bootje, een tocht door de Biesbosch maken. Bij het zien van een hond hoor ik ze niet. Maar bij het zien van een papegaai worden ze Foxwild! Om maar even in Brabantse termen te blijven. Daar kan ik smakelijk om lachen. 

De avond begint met een captains diner. Dat is heel speciaal en stamt nog uit het VOC-tijdperk. Lang geleden dus. Ik heb mijn beste verenpak gestreken en schuif aan bij een luxe gedekte tafel samen met de kapitein. Er worden onder ander overheerlijke gebakken “pommetjes” en “soufflé au fromage” geserveerd. Na het verorberen van de toetjes varen we uit. De avond valt al snel, maar de kapitein weet wat ie doet.

Rond 20.00 uur gaan we voor anker op onze overnachtingsplaats. Het animatieteam doet nog een rondedansje met hier en daar een kunstje op de SUP maar al snel houd ze dat voor gezien want het wordt te donker en er zijn te veel muggen buiten de boot. De ramen worden vakkundig van horren voorzien zodat het gespuis buiten blijft. 

Volgens mij hebben de waterkippen zich al flink volgegoten met drank want ze gaan los op drie meter van mijn hut vandaan. Wat een herrie. Ik hoor het zoemen van de beestjes en het kraken van de touwen. Ik ben niet helemaal op mijn gemak want de geluiden zijn hier anders dan thuis. En daar schommelt mijn stok ook niet zo. Ik probeer nog een vallende ster te spotten voor ik in slaap val. Want de hemel is heel helder deze nacht.

De natuur heeft zijn eigen wekker en daarom zijn we extreem vroeg wakker. Niet lang daarna staat het ontbijt op mij te wachten. Dat gaat er wel in na zo’n onrustige nacht. “brock-benedict” met vers fruit. Dat smaakt in de natuur wel heel erg lekker. 

Als de ober de tafel heeft afgeruimd en de koffie geserveerd is start de eerste excursie. Het voeren van de wilde ganzen. Daarna wordt er een show opgevoerd van baltsende futen en als laatste komen de koning en koningin van het water ons gedag zeggen.

De zon klimt naar zijn plek en wint aan warmte. Na de lunch is het tijd om via een omweg terug te varen naar de haven. Jeetje wat een ervaring was dit. De cruise, het eten en de omgeving verdienen een dikke 10. Maar de overnachting was heel wat minder. Volgende keer mijn eigen stok mee. 

Oostenrijks avondje…

Terwijl bijna iedereen al terug is hebben wij nog lekker twee weken vakantie. De eerste dag begint direct al goed. Eerder die week ontvingen we een uitnodiging van tante: “Kunnen jullie zaterdag ook? Dan maken we er een Oostenrijks avondje van!” Daar hebben we er iets te veel van moeten missen het afgelopen jaar dus onze toezegging volgt direct. Op zoonlief na, die een feestje met zijn maten had, was de groep zo goed als compleet. 

Een zomer- en een wintersportvakantie is ons door corona door onze neus geboord en ook de gezellige avondjes samen hadden we al heel lang niet meer met de complete groep gehad. We zagen elkaar zo nu en dan wel maar de groep is sinds vorig jaar zomer niet meer bij elkaar geweest. Omdat het (eindelijk weer) kan en ik het toch ook heel erg gemist heb, kijk ik er reikhalzend naar uit. 

Al bij binnenkomst sieren “Oostenrijkse” hapjes en drankjes de tafel. Laat dat maar aan tante over. Het is buiten 25 graden maar om vast in de stemming te komen proosten we met snaps en gurkentalhr. +25 of -10, bij de liefhebbers gaat dat er altijd wel in. Oostenrijkse koekjes, cakejes, pretzels, Mozart kuglen, het lag er allemaal. Het voelde een beetje als après-skiën na een dag op de besneeuwde berg doorgebracht te hebben.  

Tijdens de wintersportweek lunchen we altijd ergens op de berg. Bij een van de restaurants worden halve haantjes van het spit geserveerd. Niet dat ik dat lekker vind. Maar vriendlief des te meer. Steevast grijpt hij mis. Of ze zijn al op voor we boven zijn. Of ze zijn die week, om wat voor reden dan ook, niet leverbaar. Het is iedere keer wel wat. Dus ligt er deze avond kip op de BBQ. Maar we beginnen met een goulashsoep aangevuld met salade en aardappel rösti. Het enige wat ik nog mis is de kren (mierikswortel). Gelukkig maar!

Tussen het eten door halen we herinneringen op aan onze eerste vakanties samen. De eerste is inmiddels alweer 10 jaar geleden. Toen was de groep nog veel groter dan nu. Sommige momenten was ik alweer helemaal vergeten. Met leuke anekdotes word ik teruggevoerd naar dat ene moment. Sommige herinneringen staan op mijn netvlies gebrand. Dat waren echt hilarische momenten en de tranen lopen alweer over mijn wangen van het lachen. Een grap of val op de piste die bij toeval gefilmd is, of het per abuis afbreken van zoonliefs skistok. Een domme actie met het snowboard of het losklikken van andermans bindingen. Ach, je had er bij moeten zijn. 

Na het eten gaat de vuurtafel aan en onder het genot van koffie, ijs en nog vele andere versnaperingen maken we de avond vol. De sfeer, het eten en goed gezelschap is in ieder geval een heerlijke ontspannen start van onze “zomervakantie”. Maar door te praten over alle voorgaande vakanties krijg ik wel heel erg veel zin in een nieuwe vakantie.

Gelukkig is de wintersportweek alweer geboekt. Nu hopen dat Corona voldoende onder controle is dat we weer een volle week kunnen genieten in de bergen. Omdat we vorig jaar ook onze zomervakantie met elkaar hebben moeten annuleren hoop ik dat we die ook nog eens in kunnen halen. Binnenkort eens een datum prikken om te peilen of daar bij de rest ook (nog) interesse in is.

Zo goed als nieuw…

“Ooh shit” roep ik als ik een pot met groenten “op zuur” uit mijn handen laat vallen in het midden van de keuken. Het glas splintert in 101 stukjes uiteen. De vlek breid zich op zijn gemak uit met hier en daar een extra spetter achterlatend. Zo goed en zo kwaad als ik kan schraap ik het glaswerk en de groenten bij elkaar. Daarna dep ik het vocht op en dweil de keukenvloer verder af. Om vervolgens te constateren dat ik of niet snel genoeg gewerkt heb of het spul zo chemisch, alkalisch whatever is dat het direct is ingetrokken. 

“Oooh shit…” roep ik nog een keer. Gevolgd door nog een aantal flinke krachtthermen. De doffe vlek siert onze vloer in het midden van de keuken. Dit is inmiddels niet de eerste oog ontsierende vlek of kras meer. Maar toch baal ik er vreselijk van. We moesten maar eens opzoek naar een mannetje voor de vloer. 

Toen wij hier net kwamen wonen hebben we door een bedrijf, gespecialiseerd in natuurstenen vloeren, onze vloer helemaal laten oppoetsen. Hij kwam met zo’n grote machine waarbij hij de hele vloer “dweilde”. Nadien zag het er spiegeltje glad en glanzend uit. Prachtig mooi. Nu, 14 jaar verder, mag het dus wel weer een keer. 

Na wat zoekwerk kwamen we uit bij een bedrijf die deze klus wel op zich wilde nemen. Tijdens de vakantieperiode was ik even bang dat we achter het net zouden vissen. Maar we hadden geluk. Binnen afzienbare tijd kon hij al bij ons aan de slag. Wel had hij een verzoek om de hele kamer leeg te halen. Want hij had niet 1 maar 2 grote boenmachines waarmee hij de vloer zou behandelen. 

Dat was nog wel even een dingetje. Een hoop spullen zouden we naar boven kunnen brengen. Maar de grotere meubels zouden toch wel voor een probleem zorgen. Een dag mooi weer was onze hoop, de tuin onze redding! En zo geschiedde. De complete inboedel stond vanaf ’s morgens vroeg in de tuin. Inclusief Groene draak met al zijn toebehoren. Het was een grote bende en tegelijk zag het er zo grappig uit om alles daar te zien staan. 

De beste man had er een dag voor nodig. Nou toegegeven, als hij niet zo praatgraag was en ik niet zo veel wilde weten, (Waarom?? En hoe dan? En waarmee??) was hij waarschijnlijk drie uur eerder klaar geweest. Ik kreeg een complete workshop over vloeren boenen en polijsten. Hij liet mij zien waarmee hij de bovenste laag van te tegels afhaalde en met wat voor soort materiaal hij de boel weer ging oppoetsen. Gevolgd door hoe ik het beste kon dweilen en welke zeep ik wel en vooral niet moet gaan gebruiken. Groene zeep jongens!! Gewoon ouderwetse groene zeep!!

Draak, die naast de openslaande deuren in de tuin stond, kon de boel goed in de gaten houden. Hij vond het dan ook nodig om af en toe iets te roepen. Waarschijnlijk zoiets als: schiet eens op, ik wil terug naar binnen. 

Aan het einde van de middag lag onze vloer er weer helemaal spik en span bij. Het leek wel een ijsbaan die net gedweild was. Voorzichtig, want krassen zijn not done de eerste paar weken, zetten we de meubels weer op hun plek. Wij kunnen er weer een jaartje of tien tegenaan. 

Een botsing met het verleden…

Gedesoriënteerd word ik wakker. In korte tijd ben ik meerdere keren in slaap gevallen. Niet even weggedommeld maar echt in slaap gevallen. In die korte tijd ben ik ook even abrupt weer wakker geschrokken. Iedere keer droomde ik over iets anders. Allemaal hadden ze 1 ding met elkaar gemeen. Vriendschap, familie en de dood. Het verdriet van het verlies van familieleden ligt achter mij. Maar soms botsen we onverwachts tegen elkaar op en het gevoel doorboort mij gewetenloos.  

Wanneer de sluier tussen de droomwereld en het ontwaken op zijn dunst is blijven de ervaringen het meeste kleven. Het is alsof al deze momenten, die waarschijnlijk maar enkele seconden hebben geduurd, echt gebeurd zijn. Mijn hele wezen lijkt daadwerkelijk daar aanwezig te zijn. Het is zo echt dat ik bij het ontwaken nog een vleug van de geur uit mijn dromen op kan snuiven. Het gevoel dat sommige gebeurtenissen in het leven onomkeerbaar zijn heeft zijn stempel voor de rest van de dag gedrukt.

Als ik voor een derde keer geschokt wakker word besluit ik niet opnieuw in slaap te vallen. Drie keer geconfronteerd te worden met het verleden en beseffen dat ze er niet meer zijn is genoeg! Ik spring uit bed en loop linea recta naar de badkamer. Stap half slaperig onder de douche om enigszins het leven in mijn eigen lichaam terug te krijgen. Inmiddels weet ik dat ik dit gevoel, dat als een beklemmende deken om mij heen gedrapeerd hangt, de rest van de dag met mij mee zal dragen. 

Contact met gene zijde vind ik af en toe ook best fijn. Alsof de draadjes met onze dierbaren toch niet helemaal doorgesneden zijn. Maar zij zijn er niet meer en ik moet verder. Daarom doe ik echt mijn best om de dromen daar te laten waar ze horen, uit mijn hoofd en op mijn kussen en mij te richten op de dingen in het heden. Dat lijkt nog niet zo makkelijk. Na mijn, soort van, verkwikkende douche loop ik toch als een kip zonder kop door het huis. Ik vergeet dingen en ben er gewoon niet helemaal bij. 

Ik blijf niet lang thuis dralen maar begeef mij naar de wei. Op de wei en tussen de dieren hangt altijd een andere vibe. Ze staan veel beter in het hier en nu en net als hen moet ik ook gewoon even aarden. Zoals simpel poepscheppen en paarden borstelen. Samen met een vriendin en haar paard maken we een wandeling door de polder. De zon en wind waaien mijn hoofd leeg. De gesprekken met haar voeren mij weg van het aangeslagen gevoel. Wat overblijft is weemoedigheid en nostalgie. 

Als ik thuis kom voel ik mij weer een beetje heel. Alsof mijn geest terug in mijn lichaam is geland. Een andere omschrijving heb ik er niet voor. Ik weet wel dat ik mij de resterende dag niet moet bezighouden met serieuze zaken of discussies. De bovenverdieping poetsen en schoonmaken is een beter idee. Simpel werk zonder al te veel nadenken geeft de geest wat lucht. Verder houd ik het bij het lezen van een boek voor de ontspanning en ’s avonds een kort bezoekje aan de boot. 

Gelukkig heb ik ze niet vaak, dit soort botsingen met het verleden. Maar als ik ze heb, dan hakt het er genadeloos in.  

It’s alive…

De auto voor mij rijd op standje slak. Normaal pas ik altijd netjes mijn snelheid aan. Misschien is er wel een reden voor deze traagheid. Zit er een ziek persoon of dier in de auto waarbij iedere hobbel helse pijnen veroorzaakt bijvoorbeeld?! Uit ervaring weet ik hoe vervelend het is als jij daar mee te maken hebt maar andere mensen totaal geen rekening met je houden. Maar vandaag heb ik een soort van haast. Mijn wekker ging heus op tijd af. Maar een onvoorziene gebeurtenis gooide roet in het eten en dus in mijn planning.

Voor een keer trap ik het gaspedaal van Bruce eens flink in. Ik haal slak in met het tempo van zoef de haas en schuif daarna netjes weer terug naar mijn eigen weghelft. Op dat moment gebeuren er twee dingen. Mijn telefoon pingelt dat ik inmiddels onderweg zou moeten zijn naar mijn tweede afspraak van die dag en mijn gordel schiet vast. 

Dat eerste is lastig op te lossen. Ik kan de tijd niet terug draaien en zou daarom een ietsie pietsie te laat gaan komen. Als het mee zit is de wedstrijd nog niet begonnen en heb ik geluk gehad. Dat tweede is nog iets lastiger op te lossen. Mijn gordel zit vast en wil niet meer meegeven. Ik wurm wat naar voren maar in plaats van mee te geven hangt ie vast. Op het moment dat ik recht in mijn stoel ga zitten, schiet de gordel terug in de deurstijl. Maar als ik ruimte probeer te krijgen weet hij niet van wijken. 

Iedere keer als ik mij kleiner maak om de gordelspanner te laten ontspannen, spant het kreng weer aan. Uiteindelijk zit ik helemaal kaarsrecht maar mega klem in mijn stoel. Mijn levendige fantasie zorgt er voor dat er diverse horror scenario’s de revue passeren. “Hurbie’s wraak” “mijn gordel veranderd in een python” “It’s alive”… Mocht ik nu een ongeluk krijgen zit ik in ieder geval goed ingesnoerd dat is een ding wat zeker is. Of ik het overleef is vraag twee. 

Ik krijg het er Spaans benauwd van. Terwijl ik met één hand verder stuur probeer ik met mijn andere hand de gordel los te klikken. Na een aantal pogingen van adem inhouden en mij plat tegen de stoel aandrukken lukt het godzijdank. Maar dan begint het alarm van de auto te janken omdat die verrekte gordel niet in de houder is geklikt. Bruut zet ik de auto aan de kant. Sjor links en rechts aan mijn gordel waar totaal geen beweging in te krijgen is. Ik probeer het met beleid en daarna met grof geweld. Niks.

Hij eet de gordel netjes op maar terug uitrollen, ho maar. Daar ben ik mooi klaar mee. Ik ruk de gordel van de bijrijders kant naar mij toe en klik die in de houder. Het gejank van het alarm is nu in ieder geval opgelost. Zelf rij ik gordelloos verder en hoop maar dat ik geen politie tegen kom en geen ongeluk krijg. 

Zelf durf ik het niet aan om de halve binnenkant van mijn auto te ontleden om bij de spanner te komen. Maar bij de garage weten ze wel hoe ze dit moeten aanpakken. Het blijkt gelukkig maar een klein mankement te zijn. Er zat wat vuil in de spanner. Na wat poetswerk is ie weer als nieuw. Opgelucht maar toch wat verontwaardigd keer ik huiswaarts. Ben ik gewoon bijna gewurgd door wat vuil…

Boors Boekenweek #16…

Per toeval kreeg ik een deel van de boekenserie Cormoran Strike in handen. Omdat de verhaallijn mij aansprak besloot ik de andere delen eerst op te snorren en aan te schaffen. Wanneer een serie mijn aandacht heeft dan is het wel zijn fijn om bij deel een te beginnen. Hoewel alle delen ook los te lezen zijn zit er wel een rode draad verweven door het verhaal. 

Cormoran, de hoofdpersoon in dit hele gebeuren, heeft niet echt een makkelijke jeugd achter de rug, met een moeder die verslaafd was en een bekende rockster, Johny Rokeby als vader. Wiens aandeel in de opvoeding overigens nihil is geweest. Ondanks zijn instabiele jeugd en het vele verhuizen zet hij alles op alles om iets van zijn leven te maken. Uiteindelijk gaat hij bij de SIB (Special Investigation Branch) van het leger. Tijdens een missie in Afghanistan verliest hij zijn rechter onderbeen.

Na een periode van revalidatie besluit hij verder te gaan als privédetective. Maar ook dat gaat niet van een leien dakje. Hij heeft zich zelf behoorlijk verwaarloosd. Omdat het uit is met zijn vriendin woont hij in zijn kantoor. Leeft op sigaretten, alcohol en fastfood. Zit in de schulden en zijn laatste klant staat op het punt om op te stappen. Maar dan doet Robin Ellacot, als zijn assistente, per ongelijk, haar intreden. 

Deze twee kunnen niet meer van elkaar verschillen dan dag en nacht. Robin, die een vreselijk verleden achter de rug heeft, staat ook nog eens op het punt om te gaan trouwen met een man die het helemaal niet eens is dat ze gaat werken voor en met een privédetective. Maar hoe verder je in het verhaal komt hoe meer je merkt dat de twee hoofdpersonen meer met elkaar gemeen hebben dan ze willen toegeven.

Het is overigens niet een standaard detective verhaal. Naast de huis-tuin-en keuken “snabbels” zijn de overige klanten die bij hem aankloppen het slachtoffer van incompleet politie optreden. Het onderzoek is vastgelopen of stopgezet. Zelfs cold cases dienen zich aan. Het oplossen van deze zaken geeft hem de nodige bekendheid. En dat is toch best lastig als je privédetective bent. 

De schrijver van deze serie is Robert Galbraith. Dit is een pseudoniem voor J.K. Rowling. De schrijfster van de Harry Potter boeken. Rowling wilde dat mensen de verhalen niet zouden beoordelen en vergelijken met haar eerdere werk. Door te kiezen voor een mannelijke naam had ze de hoop dat men er pas veel later achter zou komen dat zij de schrijfster is. Helaas kwam het al eerder aan het licht. Dit weerhield haar er niet van om de andere boeken, die toen nog geschreven moesten worden, uit te brengen onder dezelfde naam. 

Toegegeven, Galbraith is hier en daar lang van stof, de boeken hadden met minder bladzijdes afgekund. Maar het leest daarentegen wel lekker weg. Je krijgt wat meer stof tot nadenken. Niet alleen over de zaken die uitgeplozen moeten worden. De chemie tussen de twee hoofdpersonen is af en toe sterk aanwezig en tegelijk gebeurt er helemaal niks. Aan het eind van ieder boek bleef ik achter met de vraag: “krijgen ze nu nog wat met elkaar of wat?!” 

Galbraith geeft zelf aan dat ze nog niet van plan is te gaan stoppen. Zolang er plots zijn uit te werken wordt er geschreven. Op naar deel zes!!

Alle delen zijn er ook in het Engels. En voor wie niet wil lezen: de BBC heeft hem ook als serie uitgebracht.

Nachtwerk…

Het is einde van de middag als ik nog snel even langs de wei scheur met een emmer met lekkers. Uiteraard staan de paarden helemaal achteraan in een wei die voor mijn gevoel wel drie voetbalvelden lang is. De hele polder weet inmiddels dat ik er ben want ik sta vooraan, bij het hek, zijn naam te “scanderen”. (in de hoop dat hij naar mij toe komt) In tegenstelling tot pubers schaamt Poownie zich daar niet voor. Hij komt gelukkig mijn kant opgelopen. Het begint met een stap maar zodra ik zijn voeremmer in de lucht houd gaat hij al snel over in draf. Kijk, zo doen we dat hier!

Ik ben maar wat blij dat hij besloot naar voren te komen. Want zo heel veel tijd heb ik op dit moment niet. Als hij eenmaal is aangevallen op zijn voer onderwerp ik hem snel aan een inspectie. Tot mijn schrik zie ik dat zijn linkerflank onder de bulten zit. Zijn benen voelen ook warm aan. Maar ja wat wil je met volle zon en 30 graden? De vliegen zijn inmiddels niet meer weg te slaan. Poownie stampt er naar maar het helpt niet veel. De bultjes voelen aan zoals een dazenbeet bij mij zou doen. Poownie geeft er zelf niet veel om. Voor nu besluit ik het zo te laten. 

Zijn emmer is leeg en als er verder niks meer bij mij te halen valt wil hij graag weer terug naar zijn maten in de wei. Ik laat hem vrij en met dezelfde vaart als waarmee hij naar voren kwam stuift hij terug naar achteren. Ik klop het stof van mij af en ga verder met mijn middagplanning. 

Als ik ’s avonds in bed lig laat ik de belevenissen van de dag nog een keer de revue passeren. Mijn gedachten blijven bij Poownie hangen. Waren zijn benen nu echt zo warm? Stond hij te trappen naar vliegen of was dat een aanname? Mijn fantasie gaat met mij aan de haal. In mijn gedachten heb ik van een gezond paard een dodelijk ziek dier gemaakt dat ligt te creperen in de wei. Het wordt van kwaad tot erger en in mijn verbeelding ligt hij al met vier pootjes omhoog. Na twee uur malen en met een knoop in mijn maag van ellende stap ik uit bed. 

“Ik wil naar de wei!” zeg ik tegen vriendlief. Die van mij naar de klok kijkt. Het is inmiddels 01.10 uur ’s nachts. Hij weet ook dat ik de rest van de nacht geen oog meer dicht doe zolang ik niet met eigen ogen bij Poonwie heb gekeken. 

En dus lopen we iets na 01.30 uur met een zaklamp in de hand door de wei. Het is super rustig en super mistig. Uiteraard staan de paarden helemaal achteraan. Ik voel mij als een dief in de nacht. Bij de tijd dat we ze gevonden hebben zijn onze broekspijpen doorweekt. Poownie staat op zijn gemak te knagen aan het gras. Als ik hem aan een inspectie onderwerp voelen zijn benen als normaal en zijn de bulten al bijna weg.

Vriendlief zucht diep. “Ben je gerustgesteld?” Vraagt hij. “Want ik ga niet nog een keer mijn bed uit voor een nachtwandeling!” Zegt hij. “Nu wel!” Zeg ik. Nu ik weet dat alles goed gaat en alleen mijn fantasie op hol geslagen was kan ik weer rustig slapen.