Beilstein, het Doornroosje van de Moezel…

Zullen we de korte, iets langere of de langste route nemen? Vraagt vriendlief als we bij het informatiebord staan waarop de rondvaarten worden aangeboden. De korte rondvaart is met 1 uur heen en terug. De langste duurt maar liefst 4 uur enkele reis… We besluiten wijselijk voor de middelste te kiezen. Hiermee zouden we een uur enkele reis op de Moezel varen. Een sluis passeren, voldoende onderweg zien en aan het einde van de rit van boord kunnen om één van de dorpjes te bezoeken.

Wat treffen we het toch met het weer. Er staat een fris windje, maar de lucht is blauw en het zonnetje maakt alles goed. Ons scheepje ligt al op ons te wachten. Er kunnen ruim 600 man aan boord. Zo vol zit het misschien in het hoogseizoen. Wij hebben het geluk dat we kunnen kiezen waar we gaan zitten. Dat is in eerste instantie bovenop het dek in de zon. Waar we genieten van een kop koffie en het uitzicht.

We laten ons naar Beilstein varen waar we van boord gaan, een hapje gaan lunchen en gaan dwalen door de straten. Dit dorp staat namelijk bekend als het Doornroosje van de Moezel. Inmiddels snap ik helemaal waarom. Als we aanmeren is het aanblik al direct eentje voor in de boeken. Een prachtige kade met oude gebouwen, een kerk links en een burcht rechts.

Terwijl we door de smalle straatjes wandelen, voelt het alsof de tijd hier een paar eeuwen geleden heeft besloten niet meer mee te doen. Het dorp bestaat al sinds de middeleeuwen en kreeg zelfs stadsrechten in de veertiende eeuw. Veel van de vakwerkhuizen, steegjes en pleintjes die je vandaag ziet, bepalen al eeuwenlang het straatbeeld. Niks nieuwbouw. Ook nu heb ik weer het gevoel alsof we door een filmdecor lopen.

Vriendlief wordt helemaal gek van mij. Ieder steegje en paadje moet ik bewandeld hebben en onder ieder boogje moet ik even kijken wat er aan de andere kant te zien is. Dan staan we opeens voor de kloostertrap. Het zijn aardig wat stapjes omhoog. Maar ook die nemen we. We komen uit bij een heel gezellig terras dat uitzicht geeft over de Moezel en het dorp. Het terras zit vast aan de voormalige Karmelietenkerk. Daarin zou de beroemde Zwarte Madonna van Beilstein te bezichtigen zijn. Wij kunnen de Zwarte Madonna niet vinden. Dus ik kan er niet over meepraten.

Nog een stuk hoger torent de ruïne van Burg Metternich uit. Het kasteel speelde eeuwenlang een belangrijke rol in de regio totdat het in 1689 door Franse troepen werd verwoest. Tegenwoordig zijn vooral de overblijfselen ervan te bewonderen. Wij besluiten de burcht letterlijk links te laten liggen en via de andere kant terug naar het dorpje te lopen. Ook blijf ik mij verbazen over de panden waar ik langs loop. Wij noemen een woning uit de jaren 60 al verouderd. Hoe is het toch mogelijk dat er hier huizen uit 1300 staan die nog steeds bewoond worden?

Vol bewondering over alles wat we gezien hebben zoeken we een eettentje uit voor de lunch. Dat is niet zo makkelijk. De terrasjes zijn gezellig en hebben allemaal een fantastisch uitzicht of een unieke locatie. Het liefst schuif ik overal even een. Maar zoveel tijd hebben we nu ook weer niet. We besluiten uiteindelijk te kiezen voor het zonnetje met uitzicht op het water en laten ons culinair verwennen door de kok voor we terug varen naar Cochem.

Van sprookjesdorp naar wijnstad, onderweg naar Cochem…

Na een uitgebreid ontbijt checken we uit bij het eerste hotel van onze vakantieweek in Duitsland. Vandaag verruilen we Monschau voor Cochem. Tenminste… dat is het plan. In plaats van de snelste route, laten we ons door de Eifel slingeren. Letterlijk. Bocht na bocht, heuvel op en heuvel af. We passen ons tempo helemaal aan, aan de gemoedelijke sfeer die er hangt. Gelukkig zit ik niet achter het stuur. Daardoor kan ik ongegeneerd uit het raam staren en voortdurend roepen: “Oh kijk, daar!” 

Het landschap is prachtig. De bomen beginnen voorzichtig hun zomergroen los te laten en hier en daar verschijnen de eerste herfstkleuren. Achter iedere bocht wacht weer een ander uitzicht. Alsof iemand steeds een nieuw decor neerzet. En dan die dorpjes… Sommige bestaan enkel uit drie huizen, een kerk en een mesthoop. Toch heeft ieder dorpje iets charmants. Het voelt alsof we de hele dag van het ene sprookje in het andere rijden.

Eigenlijk staat Burg Eltz vandaag ook op de planning. Maar het probleem met mooie routes is dat er achter iedere bocht weer iets nieuws opduikt waardoor we veel langer onderweg zijn dan gepland. Dus nemen we een verstandig besluit. Burg Eltz blijft nog even staan waar het al eeuwen staat en wij bewaren dat bezoek voor later deze week.

Wanneer we uiteindelijk in Cochem aankomen, worden we vriendelijk ontvangen in ons hotel. Een kleinschalig hotel met kamers die zó ruim zijn dat je er met gemak een compleet gezin kunt laten logeren zonder elkaar in de weg te lopen. Na een uitgebreide lunch duiken we het centrum in.

Ik had eerlijk gezegd verwacht dat we ons tussen de toeristen door zouden moeten worstelen. Maar dat valt verrassend mee. Het is levendig en gezellig druk. Het eerste wat opvalt is natuurlijk de Reichsburg. Hoog boven het stadje staat het kasteel op zijn rots fier te pronken. Ondanks dat je er niet met de auto kunt komen, kun je er ook simpelweg niet omheen. Vanuit bijna iedere hoek van de stad kijkt het mee. Iedere keer als ik naar boven kijk verwacht ik een draak of een prinses te zien. Het geeft Cochem die sprookjesachtige uitstraling waarvoor zoveel mensen hierheen komen. Tenminste, dat denk ik. 

De steile heuvels rondom het stadje zijn bedekt met wijnranken. Cochem staat bekend om zijn wijnen. Overal vind je wijnkelders, proeflokalen en terrassen waar enthousiast wordt geproefd. Dat hele wijnverhaal gaat grotendeels aan ons voorbij. Wij zijn namelijk niet zulke wijnliefhebbers. Wel blijf ik even staan bij een automaat waar je naast een zak chips en blikje cola ook gewoon een fles wijn kunt kopen.

De historische binnenstad heeft kleurrijke vakwerkhuizen, smalle straatjes, oude stadspoorten en gezellige pleinen met terrassen en restaurants. Aan de rand van het centrum vertrekt een stoeltjeslift naar een uitzichtpunt boven de stad. Vanaf daar kijk je uit over de wijngaarden en de kronkelende Moezel die zich door het landschap slingert. Op het water varen ondertussen de rondvaartboten af en aan voor zowel korte als lange tochten. Lekker kneuterig en über toeristisch maar we doen er met alle plezier aan mee. 

Cochem is deze week onze uitvalsbasis terwijl we overdag de Eifel verder gaan verkennen. En iedere dag pakken we een toeristische trekpleister mee. Deze vakantie gaat in ieder geval niet de boeken in als een typische relax-vakantie.

300 jaar terug in de tijd…

Een paar jaar geleden droomde ik over mijn overleden moeder. We waren samen druk bezig met het doorbladeren van boeken en documenten toen ze ineens een blad omhooghield. “Cochem.” Meer stond er niet op. Ik had nog nooit bewust van dat plaatsje gehoord. Nieuwsgierig als ik ben dook ik er de dagen daarna in. Al snel ontdekte ik dat het een dorpje aan de Moezel was, bekend om de wijnbouw. Niet bepaald iets waar ik warm voor loop, in tegenstelling tot mijn moeder, die fervent wijnliefhebber was. Toch bleef één beeld hangen: een kasteel op een heuvel boven het dorp. En dus vertrokken we, ruim acht jaar na die droom, eindelijk richting Cochem.

Tijdens het plannen van de route en het zoeken naar overnachtingen kwam ik nog een plaatsje tegen dat mijn aandacht trok: Monschau. Ook daar had ik nog nooit van gehoord. Volgens internet was het echter een van de mooiste dorpjes van de Eifel, vol smalle straatjes en oude vakwerkhuizen. Dat klonk als iets wat wel eens in de smaak kon vallen. 

Monschau blijkt een geschiedenis te hebben die teruggaat tot de twaalfde eeuw. Rond 1195 werd boven het Rurdal een burcht gebouwd, waar later de stad omheen ontstond. In de eeuwen daarna groeide het uit tot een belangrijke handelsplaats. Vooral in de zeventiende en achttiende eeuw verdienden de bewoners goed aan de lakenindustrie. De rijkdom van toen zie je nog steeds terug in de imposante huizen, zoals het beroemde Rote Haus, dat tegenwoordig een museum is.

Zoals zoveel oude plaatsen kende ook Monschau roerige tijden. Het werd verwoest, herbouwd, bestuurd door verschillende machthebbers en zag uiteindelijk de bloeiende textielindustrie verdwijnen. Gelukkig bleef het historische centrum tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels gespaard, waardoor je er vandaag de dag nog steeds door dezelfde straatjes kunt dwalen als eeuwen geleden.

En dwalen doen we. Vanaf het moment dat we het dorp binnenlopen voelt het alsof we een paar eeuwen terug in de tijd zijn gestapt. Smalle straatjes, scheefgezakte vakwerkhuizen en overal gezellige hoekjes die rechtstreeks uit een sprookjesboek lijken te komen. Tijdens de wandeling vanaf het fort naar het centrum krijg ik zelfs een beetje het gevoel door het Sprookjesbos van de Efteling te lopen. Het is wachten op Pardoes, die vanuit een steegje tevoorschijn komt springen. 

Na een rondje door het dorp, wat gesnuffel in de toeristische winkeltjes en een onverwachte klim naar een uitkijkpunt dankzij mijn inmiddels bekende “hé, waar zou dat paadje heen gaan?” mentaliteit, vinden we dat we een beloning hebben verdiend. We bezoeken een gezellig uitziend terras en trakteren ons op koffie met een apfelstrudel waar werkelijk alles op en aan zit. 

De tijd lijkt daar stil te staan en het is pas drie uur verder als we besluiten om door te rijden. Voor ons, zelfverklaarde cultuurbarbaren, is dit ook precies lang genoeg. We zoeken het adres op van ons eerst volgende hotel, een paar kilometer buiten Monschau, om ons voor te bereiden op het volgende avontuur van de reis.

80 bochten verder, 350 meter hoger…

Na tachtig haarspeldbochten — die direct al in het dal begonnen en eindeloos doorliepen tot aan de top — is het een wonder dat mijn maaginhoud nog steeds zit waar hij hoort te zitten. Aangezien ik deze ochtend iets ruimer ontbeten heb dan gebruikelijk. Een beetje misselijk ben ik wel. Maar na een paar koekjes en een slok water voel ik me al snel een stuk beter.

Bij het openen van mijn deur wordt deze bijna uit mijn handen gerukt. De zon is meedogenloos. De wind nog meer. Natuurlijk had ik weer niet aan een vestje gedacht. Daar denk je niet aan als je wegrijdt met dertig graden en volop zon. Gelukkig ligt er een badlaken op de achterbank, dat ik als een geïmproviseerde cape om me heen sla.

De rit naar de top was minstens zo spectaculair als het uitzicht dat op mij wacht. Het landschap aan de westkust van Gran Canaria is een stuk grilliger en ruiger dan de badplaatsen. Dit deel van het eiland wordt niet voor niets het meest ongerepte stuk genoemd: enorme kliffen, diepe ravijnen en gesteente in kleuren die je bijna niet kunt verzinnen.

We zijn aangekomen bij Mirador del Balcón, een uitkijkpunt dat je absoluut op je lijst moet zetten als je de binnenlanden inrijdt en iets anders wilt zien dan zon, zee en strand. Ik loop achter de familie aan richting de trap die afdaalt naar een platform. Daar moet ik moeite doen om niet direct de afgrond in geblazen te worden; hier waait het nóg harder dan op de parkeerplaats. Gelukkig is het platform afgezet met een glazen wand.

Ik duim dat het geheel stevig in elkaar is gezet, want we hangen letterlijk boven de Atlantische Oceaan aan een steile klif. Volgens de informatieborden op ongeveer 350 meter hoogte. Heel even lijkt het alsof mijn maag zich alsnog tegen mij keert. Maar toegegeven: het uitzicht is prachtig.

De wolken hangen op ooghoogte. Ik kan ze bijna aanraken. Onder mij kolkt en beukt het water van de Atlantische Oceaan tegen de rotsen. Het is machtig om te zien. Zelfs een foto of filmpje geeft niet hetzelfde effect als wanneer je dit met eigen ogen aanschouwt.

Wanneer ik helemaal naar links kijk, zie ik de bekende Drakenstaart: een reeks grillige bergkammen die trapsgewijs richting de zee lopen. Door hun vorm lijken ze op de rug en staart van een draak. Volledig gevormd door vulkanische activiteit, lang geleden natuurlijk, en daarna uitgesleten door wind, regen en oceaankracht tot de puntige formatie die het nu is.

Op de terugweg zie ik een bord waarop staat dat Gran Canaria een UNESCO Starlight‑bestemming is. Dit balkon is een van de donkerste en meest indrukwekkende plekken om sterren te kijken. De combinatie van hoogte, afgelegen ligging en vrijwel geen lichtvervuiling maakt het ideaal voor heldere sterrenhemels, de Melkweg en noordelijke sterrenbeelden zoals de grote en kleine beer en Cassiopeia.

Ik kan hier helaas niet over meepraten, want na een groepsfoto besluiten we onze rit voort te zetten naar het dorpje Agaete, een stukje verderop. En eerlijk… de rit terug in het pikkedonker zou ik stiekem ook niet aandurven.

Half uitgerust, volledig voldaan…

Er is altijd wel één pipo die denkt grappig te zijn. Dit keer was het iemand die doodleuk opmerkt dat onze vlucht misschien wel geannuleerd wordt. “Want ja… benzine hè.” Ik wens hem drie weken lang jeuk en te korte armpjes toe en houd ondertussen met één oog de website in de gaten. Je weet maar nooit. Maar onze vlucht naar Gran Canaria gaat gewoon door. Uiteraard. 

Op het vliegveld is het een georganiseerde chaos, maar de vlucht zelf verloopt verrassend soepel. We landen zelfs eerder dan gepland. Ik wissel lezen en slapen af, een gouden combinatie, en besluit dat een transfer regelen vast slimmer is dan een taxi of meteen een auto huren. Spoiler: dat is het niet. De rit duurt ongeveer drie levens, maar begin van de middag spuugt de bus ons eindelijk uit bij het hotel.

De ooms en tantes, die al een paar dagen eerder zijn aangekomen, staan ons op te wachten alsof we VIP’s zijn. Ze weten zelfs al waar onze kamer is. Sterker nog: die is al voor ons gereserveerd. Drie kamers naast elkaar. Gezelligheid gegarandeerd.

We kleden ons snel om en ploffen neer bij het zwembad. De rest van de dag doen we weinig meer dan eten, zonnen en het hotel verkennen. De komende anderhalve week is dit onze thuishaven. De eerste dagen bestaan uit een strak schema van: liggen, lezen, slapen, eten, drinken en lachen. Het soort ritme waar je lichaam spontaan van ontspant.

Op dag drie huren we een auto voor de rest van de periode. De benzine is hier ook duurder geworden, maar met €1,31 per liter nog steeds prima te doen. Navigatie hebben we niet nodig, we kennen het eiland inmiddels half uit ons hoofd. Al verrast mijn tante ons alsnog met excursies naar plekken waar ik nog nooit van gehoord heb.

We bezoeken Mirador del Balcon, een uitzichtpunt waar je de beroemde “drakenstaart” ziet. (daarover in een ander blog meer) We lunchen voor een appel en een ei in Agaete. We zoeken naar grotwoningen in the middle of nowhere, waar zelfs je telefoon geen bereik heeft. Er worden flessen rum gevuld in de distilleerderij van Arucas, maar daar zijn wij niet bij, want shoppen. Iets met prioriteiten.

Via vijf omwegen (want wel navigatie maar niet luisteren) rijden we naar Pico de Bandama, naast de gigantische krater Caldera de Bandama. Het uitzicht over het eiland is fantastisch en daar lunchen we opnieuw heerlijk. We bezoeken stadjes, shoppen tot we een ons wegen (niet handig, want alles moet mee terug), en wandelen door Puerto de Mogán voor koffie aan het water en uitzicht op de boten.

De rest van de tijd vullen we met luieren, lezen, eten en momenten waarop we letterlijk huilen van het lachen. Bij het zwembad, op het strand, aan tafel, het maakt niet uit waar, wij kunnen overal een feestje van maken. En dat wordt ook letterlijk gedaan wanneer de verjaardag van vriendlief dunnetjes overgedaan wordt met een versierde tafel, een verjaardagsliedje en taart. 

En dan ineens… is het voorbij. De tijd vliegt, zoals altijd wanneer je het leuk hebt. We pakken onze koffers en schuiven en meten al onze aankopen erin alsof we meedoen aan een spelletje Tetris, en nemen afscheid van onze tijdelijke thuishaven. 

Met een hoofd vol zon, een maag vol tapas en een hart vol herinneringen vliegen we terug naar huis.

Uitzicht vanuit ons hotel. Een dagje strand en een wandeling langs de ruige zee.

Van oh… naar WOW…

Mijn snowboard en ik gaan al bijna 14 jaar samen van de berg. Ik ben daarom ook een beetje gehecht geraakt aan mijn gekleurde plank. Het is dit board waarmee ik ieder jaar iets leer, iets harder ga of een grens verleg. Hetzelfde board waarmee ik ook een paar flinke klappen en schuivers maakte. Na het tweede jaar was er al zo’n grote hap uit mijn board dat ik dacht er niet veel langer mee te kunnen doen. Na het 3e jaar zag ik dat zelfs de staalkant op één punt wat vervormd was geraakt. Een paar jaar verder zat er een flinke kras in het belag. Blijkbaar was ik over een paar dennenappels of stenen geroetsjt. Ieder jaar nam ik me voor het volgende seizoen naar een nieuwe te gaan kijken. Maar ach, ik kwam er nog steeds mee van de berg. 

Het is nog een paar weken tot aan de vakantie en ik besluit alvast mijn board te gaan waxen. Maar tot mijn verdriet zie ik dat nu ook de bovenlaag aan het loslaten is. Misschien, heel misschien wordt het nu toch tijd om eens voor een ander board te gaan kijken. Diezelfde week gaan we naar de winkel. Ondanks de drukte is er een medewerker die mij wil helpen. Hij laat verschillende modellen zien. Legt de voors en tegens uit. Ik heb heel mijn leven op een flexibel beginnersboard gestaan. Weet ik veel wat het verschil is tussen de flexibiliteit van een 3 en een 8. Ook daar helpt hij mij mee en demonstreert verschillende modellen. 

Na een halve ochtend daar te hebben doorgebracht ga ik met een rib minder, maar wel met een nieuw snowboard richting huis. Dit board is heel wat minder kleurrijk maar wel een upgrade van wat ik had. De heren vinden hem heel sjiek, ik vind hem een beetje saai. De week erna voorzie ik mijn board van een verse laag wax en schroef mijn bindingen alvast onder. Ik ben er helemaal klaar voor. 

Zondagochtend, we staan met de groep boven aan de berg. Terwijl de andere boarders hun bindingen nog aan het vastgespen zijn klik ik mijn schoenen in mijn bindingen en ga alvast van start. De vuurdoop voor mijn nieuwe set. Ik wankel de eerste paar bochten even. Hervind mijn evenwicht en dan ga ik. Saai snowboard zei ik eerder? Wow, het stukje hout maakt alles goed. Wat heerlijk om het verschil tussen mijn oude en nieuwe board zo duidelijk te kunnen voelen.

Nee, mijn snelheid is nog steeds niet te vergelijken met de heren. Progressie maak ik wel, ook deze week weer. Stiekem zal de wintersportweek in de kerstvakantie hier ook aan bijgedragen hebben. Toch is het dit setje, met mijn step-on bindingen en mijn nieuwe board dat ervoor zorgt dat ik nog meer geniet van (bijna) iedere afdaling. En dat de hele week lang.

Mijn oude board heeft mij jaren lang van de berg afgesjouwd. Dit board gaat mij verder brengen.

Een witte kerst voor ons…

Het was tijdens onze zomervakantie dat we heel enthousiast, maar iets te impulsief, een kamer boekten voor de kerstvakantie. We zaten daar zo heerlijk; het uitzicht op de toen nog groene berg was prachtig. De mensen daar waren ontzettend vriendelijk en het eten was fantastisch. “Ik heb nog een kamer vrij, zal ik hem voor je reserveren?” vroeg de eigenaresse met een glimlach. En daar zeiden we geen nee tegen.

Een andere hotelgast vertelde dat het tijdens de kerst altijd megadruk is. Je kunt over de hoofden lopen en op de skipiste heerst chaos. Met dat in ons achterhoofd laten we de reservering toch staan. Of het waar is, zouden we snel genoeg ontdekken.

En dus zitten we in de eerste week van de kerstvakantie in hetzelfde hotel, met uitzicht op een nu witte berg, tussen mensen die nog steeds even vriendelijk zijn en met eten dat nog steeds fantastisch smaakt. Het is nog even spannend of we überhaupt wel kunnen skiën, aangezien de laatste sneeuw ergens in november gevallen was. De drukte valt bij aankomst vooralsnog mee. De auto parkeren we bijna naast het hotel.

De aller vriendelijkste receptioniste ziet ons om 07.30 uur ’s ochtends aankomen en overhandigt ons direct een sleutel van de kamer. Wauw, dit hadden we in de zomervakantie ook al zo ervaren. “Jullie kamer is al klaar en het ontbijt staat op jullie te wachten!” Na een lange reis is er niets zo heerlijk als aanschuiven bij het ontbijt en daarna direct je kamer in kunnen. Nadat de koffers zijn uitgepakt, is het eerste wat we doen een paar uur bijslapen. Maar al snel worden we wakker van schaterlach, gejoel en skigeluiden. Ik open de balkondeur en kijk uit op een kinderklas die al glijdend en skiënd naar beneden komt.

Op dag één doen we eigenlijk niet zo veel. Normaal zouden we spullen wegbrengen naar de piste en inkopen doen voor de après-ski. Maar we zitten al aan de piste en we zijn dit keer maar met z’n tweetjes. Toch rijden we in de middag naar het dorp, bezoeken de bekende winkels, gaan ’s middags langs bij ons stamcafé voor een stuk taart met koffie en halen alvast de skipassen.

In het hotel heerst een gezellige bedrijvigheid en alleen tijdens het diner, wanneer het restaurant geopend is, zit alles vol. Ik vraag me af wanneer de chaos echt begint.

Die blijft uit. Geen chaos, geen drukte. We worden getrakteerd op een paar heerlijke, zonovergoten dagen met witte pistes en na dag drie zelfs verse sneeuw. De omgeving ziet er direct sprookjesachtig uit. Het is een magische week. Soms hebben we afdalingen helemaal voor ons alleen. Gondels en liften waar niemand staat te wachten. De langste wachtrij was welgeteld drie minuten. In de restaurants worden we met alle egards bediend.

Dit jaar vierden wij geen kerst thuis, met een boom, cadeautjes en je druk maken over welke gerechten er klaargemaakt moeten worden. We zaten in Oostenrijk, lieten ons verwennen en in de watten leggen. De eerste kerstdag was dan ook echt fantastisch en een cadeautje aan onszelf. We weten nu dat de echte drukte pas in de tweede week losbarst, met oud en nieuw. Goed om te weten, wanneer we nog eens een kerst-ontsnappingsweek willen inlassen.

Eerste kerstdag 2025

De kracht van kou…

Een stukje verder dan waar wij vakantie vieren ligt Erpfendorf. Drie huizen, een kerk en een mesthoop. Meer is het niet. Wanneer je de hoofdstraat binnen rijd is het alsof je terug gaat in de tijd. Eenvoud en rust. Wat ze daar ook hebben is een Kneippanlage. Dat is een natuurlijke wellnessplek in de buitenlucht, gebaseerd op de inzichten van Sebastian Kneipp, een 19e-eeuwse priester en natuurgenezer. Hij ontdekte dat koud water een helende werking heeft en ontwikkelde een methode waarbij water, beweging, kruiden en balans in het dagelijks leven centraal staan. Wat ooit begon als een manier om zijn eigen gezondheid te herstellen, groeide uit tot een levensfilosofie die vandaag nog steeds miljoenen mensen inspireert.

De Kneippanlage ligt verstopt achter de charmante kerk St. Barbara. Zodra we daar het pad aflopen, stappen we in een kleine oase van rust. Er is een voetenbad gevuld met ijskoud bronwater, een blotevoetenpad vol verschillende structuren en geuren, en bankjes die uitnodigen om even stil te worden. De kruidentuin met munt, salie en tijm prikkelt mijn zintuigen terwijl ik stap voor stap verder ga. Alles om me heen ademt eenvoud en natuur: de bergen, de frisse lucht en het heldere water nodigen me uit om even helemaal te relaxen en los te laten.

We lopen om het bad heen en maken het ons gemakkelijk. In het park is verder helemaal niemand. En dat terwijl het hoogzomer is met een strakblauwe lucht en een graadje of 28. Dit is de ideale locatie om te relaxen en af te koelen te gelijk. Veel beter dan het overdrukke en volle zwembad met gillende en krijsende kinderen in het dorp. Hoewel je niet moet denken dat je even heerlijk kunt plonzen in het kneippbad. Want dat is nu juist net niet de bedoeling en wil je ook helemaal niet want te koud.

De bedoeling van kneippen is verrassend eenvoudig, maar juist daarin zit de kracht. Je stapt met blote voeten in koud bergwater en tilt je knieën hoog op, alsof je een ooievaar nadoet. Door de kou trekken je bloedvaten even samen en daarna verwijden ze zich weer. Dit stimuleert de doorbloeding, geeft je immuunsysteem een boost en laat spanning uit je lijf wegstromen. Zodra je het water uitstapt, voel je warmte en energie door je benen stromen. Het contrast van koud water en de (pijnlijke) prikkels van het blotevoetenpad maakt dat je lichaam wakker schud en je pijngrens wordt opgezocht, zich herpakt, alsof je een natuurlijke reset krijgt. (Maar eerst drie keer een error want &☠️*$☠️%$ koud!!)

We liggen nog geen 5 minuten of het park stroomt vol met wielrenners. Ze houden een korte pauze en een enkeling waagt zich in het koude water. Na een kwartier verdwijnen ze weer en laten ons in rust achter. Er blijft een oudere vrouw achter die rondje na rondje loopt. Dit heeft ze vaker gedaan. Ik kom in eerste instantie niet verder dan de eerste twee treden van het trappetje. 

Waarom het zo verfrissend is? Omdat het niet alleen lichamelijk werkt, maar ook mentaal. Het koude water maakt je direct wakker, haalt je uit je gedachten en brengt je helemaal in het moment. Je voelt (niks meer), je ademt, je ervaart (vreselijke kou). Het is alsof je lichaam en geest samen besluiten: we beginnen opnieuw. In de eenvoud van een paar stappen door het water ontdek ik telkens weer hoe de natuur de beste therapeut kan zijn. Had ik al gezegd dat het water koud was? 

Königssee, waar de tijd trager loopt…

“Als je er dan toch bent, bezoek dan ook de Königssee. Dat is zeker de moeite waard.” Zei mijn collega een van de laatste dagen voor mijn vakantie. Dus plande we een bezoek in. Omdat het wel echt een toeristische trekpleister is, en hoog zomer, zijn we gebonden aan vooraf kaartjes kopen met een tijdsslot. Het maakte voor ons niet uit welke dag het zou worden want op alle dagen van de week is er prachtig weer voorspeld. 

De Königssee ligt in Duitsland en om er te komen moeten we een klein uurtje toeren. Dat is helemaal geen straf. De weg voert ons door de bergen en we hebben de prachtigste uitzichten en doorkijkjes. Voor we het weten staan we op een parkeerplaats a la Efteling. Met rijen en rijen auto’s. Ik schrik er zelfs een beetje van. Gelukkig zijn we vroeg en vinden vooraan nog een plekje. Er is in de omgeving nog heel veel meer te doen, dus eenmaal van de parkeerplaats af verspreid de drukte zich.

De Königssee is een gletsjermeer dat al duizenden jaren bestaat en nog altijd even helder en krachtig is. Het is ontstaan in de laatste ijstijd, zo’n 10.000 jaar geleden. Het water is kraakhelder en ijskoud, gevoed door smeltwater en omringd door steile bergen. Het meer is ruim 7,5 kilometer lang en bijna 200 (!) meter diep. Königssee betekent letterlijk ‘Koningsmeer’. Lange tijd was dit gebied eigendom van de Beierse koninklijke familie, de Wittelsbachs. Zij gebruikten het als jachtgebied en besloten het streng te beschermen. Pas in de 20e eeuw werd de toegang open gezet voor bezoekers.

Een boottocht over de Königssee is een ervaring op zich. Niet alleen vanwege het uitzicht. Halverwege houd de boot stil en de kapitein tovert een trompet te voorschijn. Het deuntje dat hij speelt weerkaatst spectaculair tussen de rotswanden. Ooit was dit een communicatiemiddel voor vissers en jagers, nu een klein cadeautje voor ons.

Wat het verder nog zo bijzonder maakt, is dat er al sinds 1909 alleen elektrische boten varen. Geen lawaai, geen stank, geen olie in het water. Alleen stilte, golven en natuur. Daarmee was dit gebied zijn tijd ver vooruit, een keuze die ervoor heeft gezorgd dat de Königssee nu nog altijd één van de schoonste meren van Europa is. En nog steeds varen de boten elektrisch, of worden ze met pure menskracht voortbewogen.

Midden op het meer ligt St. Bartholomä, het kerkje met de rood-witte torentjes dat al sinds de 12e eeuw bezoekers verwelkomt. Een heilige plek die alleen per boot bereikbaar is. Verderop, bij het eindpunt Salet, ligt het Obersee-meer. In de verte stort de Röthbachwaterval 465 meter naar beneden en is de hoogste van Duitsland. Wij kiezen ervoor om niet helemaal naar de waterval te wandelen, maar gewoon te genieten van de plek zelf. Even zitten, kijken, ademen. Soms is dat genoeg.

Al in de 19e en 20e eeuw trokken schilders en dichters hierheen om het magische licht en de serene stilte vast te leggen. En dat snap ik wel, zodra je van de boot stapt, voelt het alsof je in een schilderij bent beland. De Königssee en Salet zijn plekken die je niet zomaar van je afschudt. Het is niet alleen de natuur, het is de rust, de historie en het gevoel dat de tijd hier op de een of andere manier trager loopt.

Mijn collega had helemaal gelijk. Het was meer dan de moeite waard om daar een dag aan te besteden. 

Grießbachklamm…

Na onze vakantie in 2017 wilde ik deze wandeling graag nog eens maken. Maar ja, we zijn over het algemeen alleen in de winter hier. Dus toen onze zomervakantie dit jaar naar Oostenrijk ging stond hij hoog op mijn lijstje. De Grießbachklamm. Het is volgens Tiroolse begrippen een van de mooiste wandelplekken. Nu is mijn referentiekader wat wandelplekken betreft geen goede graadmeter, maar ik sluit mij wel aan bij deze mening. De Grießbachklamm is een, als je het zo kunt noemen, sfeervolle kloof waar helder bergwater langs de rotsen stroomt.

Voor iedere natuurliefhebber is er een route. Zelfs voor de totaal-niet-wandelaars. De kortste route is 3 km. Terwijl je door de kloof wandelt waarbij hoge rotspartijen je omringen en het water naast je over de rotsen en door de kloof klatert, heb je er geen idee van hoeveel meter je ongemerkt aflegt. De smalle paadjes, ruige rotsen, houten vlonder-delen en de hangbruggen die je passeert maken het helemaal compleet. De 3 km is zo voorbij. Voor de mensen die wat meer aan kunnen is er nog een route van 6 km en de echte “diehard” wandelaars kunnen hun hart op halen met de route van 10+ km. 

Aangezien wij de conditionele gesteldheid hebben van een “telefoon met maar 5% batterij” besluiten we wijselijk om de kleine ronde, van 3 km te lopen. Die start praktisch al op de parkeerplaats. Het pad slingert door een idyllisch decor: kabbelende beekjes en het zachte ruisen van de bomen maakt van de start al een goed begin. We zijn redelijk op tijd en het is nog niet extreem druk. Ook nu ben ik daar wel blij om. Ik heb al het moois nog niet gezien maar geniet nu al met volle teugen. 

De weken ervoor heeft het hier flink geregend. Ik was er vanuit gegaan dat het daarom een flink watergeweld zou zijn. Maar dat is niet het geval. We kunnen zelfs tot aan het water komen en als we zouden willen naar de overkant waden. Het water is mij iets te koud dus ik blijf op veilige afstand. Maar boys will be boys, dus vriendlief springt van rots naar rots en klautert behendig over een stapel stenen. 

Ongeveer veertig jaar geleden werd de kloof voor wandelaars toegankelijk gemaakt. Maar de natuur heeft hier haar eigen wil. Meerdere keren werd de route beschadigd door overstromingen, met 2012 als zwaar dieptepunt. Toch kwam er telkens herstel, met materialen uit de omgeving en met oog voor harmonie. In 2013 werd de Grießbachklamm opnieuw opgebouwd. Wat raadplegen leerde mij dat dat de opbouw volgens Feng Shui-principes is opgebouwd. Als wandelaar zou je het gevoel kunnen krijgen dat elke bocht, brug en rustplek in balans voelt. Ik was misschien iets te verwonderd door alles om dit zo te ervaren. 

Toen hoogwater de klamm bijna een jaar geleden opnieuw trof, gebeurde er iets moois: binnen acht weken waren de hangbruggen, stegen en het barfußpad (blotenvoeten pad) door de bewoners weer hersteld. Omdat wij de kleine ronde gelopen hebben, zijn we jammer genoeg niet langs het barfußpad gekomen. Dat is een breder open stuk met zandbanken waar je heerlijk met je blote voeten door het steenkoude water kunt waden. Een goede reden om nog eens terug te komen en de langere route te wandelen.