Wintersport in eigen land…

Nou, volgens mij kan ie wel hoor!! Roept vriendlief vanuit de deuropening. Als een stuiterbal dender ik de trap op om mij om te kleden. Mijn schaatsen had ik een paar dagen ervoor al klaar gelegd in de gang. Schoenen aan, jas van de kapstok. Nog net op tijd denk ik aan mijn handschoenen en graai deze ook nog even uit de la voor ik de deur achter mij dichttrek. Alle kinderen zitten op dit moment nog op school. Lekker rustig dus. 

Terwijl Vriend zijn schaatsen al aan het aantrekken is loop ik heel bedenkelijk een ronde om de sloot. Hij riep wel dat het kon, maar toch vertrouw ik het nog niet helemaal. “Kom je nog?” Roept vriend vanaf het ijs. Ik durf er eigenlijk niet eens met mijn schoenen op. Het ijs kraakt aan alle kanten terwijl hij zijn eerste rondjes maakt. Krakend ijs breekt niet is net zoiets als blaffende honden bijten niet, toch?? Ik blijf wel aan de kant kijken hoe hij straks een wak in schaatst… Na een paar minuten stapt ook hij bedenkelijk van het ijs. Het kraakt toch wel heel erg. 

Ik heb een beter idee. We rijden naar de polder. Daar is een fantastisch natuurgebied dat geen hinder heeft van bebouwing en dus prima is dicht gevroren. Een bijkomend voordeel, de plas is niet zo heel diep. Mocht het mis gaan… Het ijs ligt er redelijk bij. Ook nu kraakt het maar ik voel mij hier veiliger dan bij de sloot achter ons huis. We hebben het hele stuk voor ons alleen. Dat maakt het ook direct een beetje tricky, want waar kun je wel en niet precies schaatsen. Ik blijf veilig aan de kanten. Het is ruim 9 jaar geleden dat ik op het ijs gestaan heb en ik voel mij net Bambi. 

We worden aangemoedigd door een aantal wandelaars. “Wat leuk dat er al geschaatst kan worden!” Roepen ze vanaf de kant. Met gevaar voor eigen leven, dat dan weer wel. Het is dat ik niet kan wachten!! Na nog geen uur houden we het hier voor gezien. De voeten, de onderrug, mijn schenen. Vroeger stond ik hele dagen op het ijs. Nu ben ik na een uur al versleten. Maar wel voldaan!!

We knallen wat foto’s in de groeps-app met de vraag wie er zin heeft om de volgende dag met ons mee het ijs op te gaan. Niet iedereen schaatst of heeft schaatsen maar vanuit iedere familie (die mee zou gaan op wintersport) komt er wel een “afgevaardigde” die kant op. Wanneer de meeste jeugd nog op school zit, staan wij met zijn allen op het ijs. Met of zonder schaatsen. Hoe leuk is dat!! Er stond een straffe wind, er was sneeuw en ijs, we hadden kramp in de pootjes, deden lompe praat en hebben flink gelachen. Yep onze wintersportweek samengevat in 2 uur ijspret. Alleen de koek en zopie (apfelstrudel und schnaps) miste nog. 

Ik stap deze zaterdag zonder spierpijn uit bed. Toen ook de wind nog achterwege bleef stuurde ik weer een berichtje rond. “Wie gaat er mee?” Dit keer waren er ook andere familieleden die zowel op de schaats of met de wandelschoenen aan, mee deden. 

Dit weekend was een ware traktatie, met de mooie blauwe lucht boven ons en het krakende ijs onder de voeten, toch een beetje wintersport tijdens onze wintersportloze week…

 

Voor het eerst op het ijs

Waar ben je lyrisch over?? 

Bij het opruimen van mijn bureau kwam ik een oude agenda tegen. Het was zo’n A4 model met voor iedere dag van de week een vraag. Ik weet nog dat ik hem heel enthousiast bestelde. Want nu had ik altijd inspiratie voor mijn blog. De agenda heb ik welgeteld een hele maand mee op sleeptouw genomen. Daarna verdween hij in mijn bureaula. Want, te groot. Het beantwoorden van de vragen hield na week drie al op.

Maar goed, ik was dus aan het ruimen geslagen en kwam dit boekwerk weer tegen. Ter inspiratie liet ik mijn vingers langs de bladzijdes glijden. Ik stopte halverwege en de vraag van de dag luidde: Waar ben jij helemaal lyrisch over? 

Dat is nog eens een leuke vraag om te beantwoorden. Ik ben zo’n beetje lyrisch over alles wat ik doe. Want bijna alles is leuk. Maar er is een onderwerp dat er met kop en schouders boven uitsteekt en dat is de wintersport. 

Als zomermens was het niet in mij opgekomen om op wintersport te gaan. Dat gedoe op een koude berg leek mij drie keer niks. Het is mijn tante geweest die met haar liefde voor de sport en de witte bergen mij zover heeft gekregen om met hen mee op wintersport te gaan. Ze was in feite de grondlegger voor deze specifieke week waar ik ieder jaar reikhalzend naar uitkijk. Inmiddels nog meer dan mijn zomervakantie. 

Het begint namelijk al met de reis er naar toe. Voor zover ik dit meekrijg, want we reizen ’s nachts. De eerste 800 km is wat saai, maar de laatste 1.5 uur van de reis doet het hem. We zien de zon aan de horizon opkomen. Het landschap veranderd gaandeweg. Van saai grijs asfalt naar witte dekens (als we geluk hebben) langs de weg en bergen. De wetenschap dat we familieleden snel zullen zien gevolgd door een gezamenlijk ontbijt doet de vermoeidheid van de reis tijdelijk vergeten. 

Rond 09.00 uur begint ons board en skiavontuur. We gaan vaak in kleinere groepjes uiteen. Zo kan iedereen doen wat ie leuk vind en ontmoeten we elkaar weer aan het begin van de middag om bij een van de vele restaurants op de berg te lunchen. Daarna volgen nog wat afdalingen. Einde van de middag is er tijd voor een gezamenlijke activiteit zoals shoppen, de bierbrouwerij bezoeken, zwemmen of ontspannen in de sauna.

De sfeer is zo anders dan thuis. Zelfs als er in het dal geen sneeuw ligt, alles groen en goed begaanbaar is voelt het anders. De omgeving en de bergen geven mij het gevoel alsof ik daadwerkelijk uit mijn eigen wereld ben gestapt. De witte besneeuwde afdalingen zorgen er voor dat alles er ook nog eens compleet anders uitziet. Het uitzicht vanaf de berg, de dorpjes aan de voet van de berg, de witte boomtoppen…  Dat gevoel is magisch. Nergens kan ik zo “ontsnappen” aan mijn leven dan daar. Het is alsof ik een week lang in een bubbel van alleen maar plezier leef. Plezier en lekker eten!!

De lichamelijke inspanning op de berg zorgt ook nog eens voor ontspanning in mijn hoofd. Neem daar de ongedwongenheid met familie, het lekkere eten en leuke dingen doen bij en je snapt waarom ik hier zo lyrisch over ben. Helaas gaat het dit jaar niet door. Maar volgend jaar zijn we zeker weer van de partij. 

 

9 jaar geleden…

Deze week is het 9 jaar geleden dat mijn moeder overleed. Hoewel ik er niet meer met zoveel pijn en verdriet aan terugdenk, ben ik er wel altijd in deze periode net iets meer mee bezig dan anders. Sommige momenten uit die periode staan in mijn geheugen gebrand en ik kan ieder stukje oproepen. In het begin kwamen deze momenten, die bestaan uit gevoelens, geuren, kleuren, geluiden of een bepaalde vorm van energie, te pas en te onpas naar bovendrijven. Ze konden letterlijk een stempel drukken op het huidige moment. Wat soms heel vervelend was. Een fijn moment kon hierdoor ineens overschaduwd worden door een bepaalde geur die ik rook of een geluid dat ik hoorde. 

In de loop van de tijd gebeurde dit gelukkig steeds minder. Het is waar als mensen zeggen dat de scherpe randjes er vanaf gaan. Het verdriet en het gemis heeft zijn eigen plek gekregen. Iets waar ik vooral de eerste twee jaar heel erg mee heb geworsteld. Want wat is nu dat “plekje” waar ik mijn verdriet kon achterlaten?? Niemand die het mij kon vertellen. Na de eerste paar jaar sluimerde het gevoel nog op de achtergrond en inmiddels is het netjes opgeborgen in een van de lades van mijn geheugen. 

Bepaalde gevoelens en emoties kan ik daar zo uit oproepen. Dat is wat ik bedoel met in mijn geheugen gebrand staan. Het daadwerkelijk doorleven, het emotioneel doorstaan, dat is er niet meer. Het is alsof ik van buiten mijzelf meekijk naar hoe het ooit was. Hoe het ooit voelde. Misschien gebeurd dit altijd wel wanneer je iets heftigs mee maakt dat zo’n grote indruk op je heeft gemaakt maar je het dus uiteindelijk wel een plek hebt kunnen geven. 

Inmiddels is het dus alweer negen jaar geleden dat we elkaar voor het laatst gezien en gesproken hebben. In die tussentijd is er zo vreselijk veel gebeurd. Ik vraag mij wel eens af of ze van boven mee kijkt. Of ze dan hoofdschuddend denkt: “My god! Heb ik je zo opgevoed??” Want er zijn wel wat momenten waarbij ik mij dat kan voorstellen… Zou ze ook trots zijn op de dingen die ik tot nu toe bereikt hebt?! Dat ze op haar wolk zit en pa (die daar inmiddels ook al 9 jaar zit) met haar elleboog tussen zijn ribben stoot en dan zegt: “He, kijk nu eens wat ze geflikt heeft. Heeft ze goed voor elkaar zo!!” 

Dromen over mijn beide ouders doe ik nog steeds. In tegenstelling tot andere dromen zijn deze heel levendig. Kleuren, geuren en gevoelen zijn zo echt dat de energie zelfs bij het ontwaken nog aanwezig is. Het lijkt hierdoor vaak of ik niet gedroomd heb maar gewoon even in een andere wereld geweest ben om vervolgens in mijn eigen bed wakker te worden. 

In het begin vond ik dat heel moeilijk. Het voelde alsof ik weer afscheid had genomen. Inmiddels ben ik er redelijk aan gewend geraakt. In mijn dromen zijn mijn ouders nog steeds mijn ouders. Mijn vader is altijd de rustige en mijn moeder is over het algemeen wat meer aanwezig. Gevoelsmatig is er wel iets veranderd, alsof er meer afstand is ontstaan. Misschien is dat juist wel goed. Toch vind ik het fijn om zo af en toe “contact” met ze te hebben. Want missen doe ik ze nog steeds…

 

-❤️-

Het zit er weer op…

Zou het niet handig zijn wanneer de “transporter” uit Star Trek eens in het echt uitgevonden wordt? “Beam me up Scotty”. Geen files, geen ergernis en geen 9 tot 10 uur durende autorit naar je vakantiebestemming. Maar goed, we hebben het weer overleefd, zowel heen als terug. Dit jaar hebben zoon en ik van plek geruild. Hij voorin en ik achterin. Ondanks de rit zat ik er prima in mijn eigen knusse hoekje. Beetje lezen en slapen afgewisseld door mee blèren met de muziek en neurotisch naar buiten staren.

Rond de klok van 07.00 uur kwamen we aan op onze vaste wintersport stek. Dit keer eens niet als eerste. Toen onze vakantie groep eenmaal compleet was, werd het tijd voor ontbijt en koffie. Veel koffie, want de kamer liet nog even op zich wachten. De wachttijd werd gebruikt voor het doen van wat boodschappen, relaxen in de zon en veel bijpraten met elkaar. 

Neef en zoon deelden samen één kamer in plaats van een slaapplek bij de ouders. De kamer werd in notime omgetoverd tot een soort van mancave, met hier en daar een kleine aanpassing om de kamer zo optimaal mogelijk te kunnen gebruiken. Ze konden in ieder geval lekker doen en laten waar ze zin in hadden. Ik kan je zeggen dat het ook voor ons erg relaxed was.

De eerste dag doen we niet veel. Eerst eens bijkomen van de reis. Daarna volgt al snel het boodschappen doen, ski’s en boards wegbrengen naar de lockers bij de piste. De actieveling gaat zwemmen en de ander pakt een sauna’tje. Maar dan breekt automatisch dag twee aan. Die dag vind ik altijd bijzonder! Het heeft keer op keer iets magisch, wanneer de gondel je voor de eerste keer die week naar de bergtop brengt. Soms trek je door flarden van wolken heen. Je ziet de sneeuw op de boomtakken links en rechts van je liggen. Als je naar beneden kijkt zie je de pistes onder je terwijl de zon de bergtoppen aan de overkant belicht. 

Dan is er ook de eerste afdaling van de week. De spanning of ik nog wel weet hoe het moet, veranderd al snel in het vrije kinderlijke gevoel dat ik krijg als ik naar beneden board. De koude wind die ik langs mijn gezicht voel en mijn ogen doet tranen deert mij niet. Ik kom met een grote glimlach aan bij de rest van de groep, want toegegeven, ik ga nog steeds niet als een roadrunner van de berg. 

De hele vakantie heb ik mij zo kinderlijk blij en mega ontspannen gevoeld. Deze vakantie heeft echt alle voorgaande overtroffen. En wat was ik blij met mijn zelf gewaxte board! Op dag drie heb ik hem nog een keer onder handen genomen en kwam de rest van de vakantie prima van de berg. 

De wintersport voelt, nog meer dan de zomervakantie, aan alsof ik in een bubbel leef en van de “buitenwereld” afgesloten ben. De berg, het idyllische dorp, waar altijd iets te doen is, het (veel te) lekkere eten en het goede gezelschap. Alsof de rest van de wereld er niet is en alleen alles in die ene bubbel er toe doet. 

Inmiddels zijn we alweer bijna drie weken terug en nog steeds teer ik op de energie van deze geweldige week. We hebben flink geboft. Des te meer omdat de skigebieden in verband met corona nu zo’n beetje allemaal gesloten zijn…

 

 

***

Een verjaardagscadeau…

Vroeger, toen we (zus en ik) nog klein waren, vierden we onze verjaardag vaak heel uitbundig. Van wat ik mij kan herinneren werden vooral de kinderfeesten door moeders goed georganiseerd. We deden leuke en originele dingen. Toen bowlen, gourmetten en zwemfeestjes bijvoorbeeld nog bijzonder waren. Tot aan groep acht van de lagere school deed moeders haar best. Daarna was het aan ons zelf om iets voor vrienden te verzinnen of te organiseren. Naarmate we ouder werden gaven we enkel nog een verjaardagsfeest voor familie en naaste vrienden. Eenmaal op ons zelf werd er niet veel meer aan onze verjaardag gedaan. Of in ieder geval niet groots gevierd. 

Tot zus met de mededeling kwam het dit jaar wel te willen vieren. 35 worden is één van die mijlpalen. En om de banden met familieleden aan te halen een prima gelegenheid om wat mensen uit te nodigen. Wanneer de datum van het feest bekend is heb ik nog even de tijd om te bedenken wat ik haar zal geven. Ik wil haar iets origineels cadeau doen. Van moeders kregen we bij iedere 5 jaar dat we ouder waren geworden een sierraad. Maar of ik haar daar nu zo’n groot plezier mee zou doen betwijfelde ik. Ik laat nog wat ideeën de revue passeren als er een ander lumineus idee mijn hersenpan binnen schiet. 

Ooit, in een vorig leven, vierden wij met onze vader een vakantie in Limburg. Een week lang zaten we op een landgoed, met een heus kasteel compleet met toegangspoort en slotgracht. In mijn verbeelding allemaal heel groots en oneindig. Beide hebben we daar flarden van herinneringen aan. Hoe leuk zou het zijn om daar nog eens naar terug te gaan. Herinneringen ophalen en met zijn tweetjes een weekend de hort op te zijn. Dus besluit ik haar daar nog eens mee naar toe te nemen. 

Oké, het cadeau is geregeld. Nu moet ik nog iets verzinnen om het op een originele manier te overhandigen. Een cadeaubon is makkelijk maar toch minder leuk. Na een nachtje slapen begint mijn idee steeds meer vorm te krijgen. De uitvoering ervan is overigens een heel ander verhaal. Ik ben niet meer zo crea bea als vroeger. En moet flink met een stofdoek over mijn knutsel-skills om ze onder het stof vandaan te halen. Voor ik het weet loopt mijn idee uit op een ware knutselvierdaagse. 

Wanneer ik in Zoon zijn “oude” playmobile verzameling duik om te zien of ik de boel wat kan aankleden vind ik een ridder te paard. Hij krijgt de hoofdrol in dit verhaal. Samen met een foto van het kasteel. Wanneer ik toch bezig ben zoek ik direct ook wat omgevingsfoto’s om de boel leuk aan te kleden. Mijn decor begint steeds meer gestalte te krijgen. Ik ben zo los gegaan dat een simpele uitvoering van een plankje met ridder en daar achter een foto van het kasteel eigenlijk niet meer passend is.

Op de bewuste dag sta ik met de in elkaar geknutselde doos voor haar neus. Inmiddels voorzien van een echte toegangspoort. Met daarachter het verhaal van “vroeger” gegoten in een nieuw jasje. Het cadeau word gelukkig met veel plezier en de nodige hilariteit ontvangen. De voorpret die ik gehad heb aan het knutselwerk is hopelijk een voorbode aan de gezelligheid die we met elkaar zullen beleven. Nu alleen nog een datum prikken… 

 

Kasteel met ridder

 

 

-🏰-

 

Kerstver(p)lichting of toch niet…

December…. De maand van de feestdagen. Eten. Gezelligheid. Liefde. Saamhorigheid. Cadeautjes. Die f*cking boom. Had ik eten al gezegd? Ergens kwam er een omslagpunt. Ik begon met steeds meer tegenzin naar deze maand toe te leven. Dat omslagpunt kwam waarschijnlijk toen ik oud en wijs genoeg was om te beseffen dat wat ooit was, nooit meer zal zijn. Wat heel veel mensen met de maand januari hebben, heb ik met de maand december. Van mij mag hij geschrapt worden. Als kind niet. Nee, als kind was december DE maand van het jaar. Het mocht van mij wel iedere maand december zijn.

Dat kwam omdat moeders, ondanks haar karige inkomen, er altijd een feest van maakte. Dat begon met Sinterklaas. Jute zak met cadeaus. Zwarte piet die langs kwam. Zelfs toen we er niet meer in geloofde zat er altijd wel iets in onze schoen. Maar kerst was voor mij speciaal. Het hele jaar spaarden mijn moeder de zegelboekjes van de Albert Heijn zodat ze aan het einde van het jaar flink kon uitpakken. Ieder jaar een echte kerstboom. De ramen versierd met sneeuw, stickers en linten. Zelf gemaakte kerststukjes. Overal lampjes en kaarsen. Het had iets magisch.

Met eten werd ook niet moeilijk gedaan. Voor haar eigen familie. Voor haar ex-schoonfamilie. Voor alle vrijgezellen in beide families. Het maakte haar niet uit. Ze stond soms dagen in de keuken om een complete rijsttafel en ander lekkers klaar te maken. Maat houden was voor haar lastig. Dus werden de kleinigheidjes onder de boom vaak flinke cadeaus. Toen zus en ik ouder werden deden we hier graag aan mee. We kochten voor iedereen die kwam een cadeautje en legde dit, wanneer niemand keek, ook onder de boom. 

Ondanks mijn tegenzin in de feestdagen probeer ik er ieder jaar toch iets van te maken. Ik moet niet vasthouden aan wat ooit was, maar toegeven aan wat nu is. Ik ben immers niet alleen. Ik heb een familie. En zij vinden december wel een toffe maand, ondanks dat er gewerkt moet worden met kerst. Dus toen ik uitgeziekt was besloot ik naar zolder af te reizen om de kerstspullen op te snorren. Samen stonden we de boom te versieren terwijl de kerstmuziek uit de radio schalde. Na een uurtje stond de boom in al zijn glorie te shinen in de hoek van de kamer. 

Wanneer de boom staat en het huis versierd is, is het toch eigenlijk ook best wel leuk. Het brengt sfeer en gezelligheid. En hoewel we ons ieder jaar voornemen om geen cadeaus te kopen gebeurt het toch. Gewoon een kleinigheidje. Die ik dan stiekem mee naar binnen smokkel. Ik leg hem pas onder de boom wanneer er niemand thuis is. Ik vind het leuk om de verbaasde gezichten te zien wanneer er iets nieuws bij is gelegd. Wat zou daar nu inzitten?? Vriendlief doet overigens precies het zelfde.

Ik zou heel graag weer eens een kerst vieren zoals vroeger. Niet voor de cadeautjes. Maar voor de saamhorigheid. De eenheid als familie. Met eten. Veel eten. Dat dan weer wel. En herinneringen ophalen aan toen! En op een bepaalde manier ga ik dat ook doen. Geen kerstfeest maar een ander groot feest. Mijn tante is namelijk jarig en wordt 65 jaar. In plaats van kerst, vieren we haar verjaardag. Groots en met familie. Vanuit hier wens ik jullie allemaal mooie en warme kerstdagen toe 💞

 

eekhoorn op boomstam.

 

 

*🎄*

In liefdevolle herinnering…

Als kind denk je vaak niet heel ver vooruit. Je bent al helemaal niet bezig met de dood en wat daar bij komt kijken. Hoevaak heb je niet gedacht dat je het eeuwige leven hebt? Je bent er immers nog steeds na alle gekke fratsen die je hebt uitgehaald. En ook je ouders gaan niet dood. Als (klein) kind kijk je tegen ze op. Ze zijn je helden. Tot je wat ouder wordt. Dan zijn ze irritant en schaam je je kapot bij alles wat ze doen. Maar dan komt er een periode dat je snapt dat je ouders ook maar mensen zijn. Ze zijn niets anders dan pubers met meer (levens)ervaring. 

Bovenstaande gaat uiteraard niet voor iedereen op. Wij werden al jong geconfronteerd met alles waar je, ook als volwassene, helemaal niet mee geconfronteerd wil worden. Mijn ma had al heel wat ellende overwonnen. Ze bewees sterker te zijn dan wie dan ook. Maar helaas, sterker dan de dood was ze niet. Op 17 november 2011 overleed ze op 50 jarige leeftijd. 

Inmiddels is dit alweer 8 jaar geleden. Heel cliché, de jaren hebben de scherpe randjes er af gesleten. Pijn en verdriet vechten al lang niet meer om de beste plek in mijn hoofd. Er is berusting, mooie herinneringen en liefde voor terug gekomen. En gemis? Ja dat ook. Dat zeker!! Hoe langer ik haar niet gezien heb hoe sterker dat gevoel wordt. Maar ook dat heeft zo zijn momenten. En het mag er zijn. Ik laat het er zijn. Juist heel bewust.

Toch zijn er momenten dat het mij droevig stemt dat we niks meer opnieuw kunnen doen. Dat ze nooit meer trots op mij kan zijn. We nooit meer iets kunnen bespreken, zaken kunnen bijleggen. Dat ik haar nooit meer iets kan vragen. Soms zit het mij dwars dat het mij nooit gelukt is haar over te halen iets van het leven te maken. Ik moet mij daar bij neerleggen. Want, wat kan ik anders? Het leven is geleefd. Dat van haar en van ons samen. Met alles waarvan we op dat moment dachten dat we er goed aan deden.

Het is echt niet zo dat ik enkel op een droevige manier aan haar terug denk. Er is veel ruimte voor herinneringen. Die uit mijn kindertijd koester ik. Des te meer omdat we toen heel close waren. Zo was er bijvoorbeeld geen kijkwijzer, dus voor mijn 12e had ik zo’n beetje alle griezelfilms met haar gekeken die er waren. Gezellig samen op de bank onder een deken met verse popcorn. We stonden samen in de keuken om de Surinaamse of Indische keuken te proberen. Gaven elkaar “spa” behandelingen. Compleet met gezicht-scrub en voetmassage. Zij mij altijd iets meer dan ik haar. Onze verjaardagen werden groots gevierd evenals Sinterklaas, kerst en zelfs pasen. Ze stond er vaak alleen voor maar zorgden wel dat iedereen aan kon schuiven en een fijne avond had. 

Toen ze net overleden was voelde het alsof er een lichaamsdeel van mij geamputeerd was. Ik voelde mij leeg en hol. Weken heb ik met dat schrijnende gevoel rondgelopen. Inmiddels is dat hersteld. Op een heel andere manier dan vroeger zijn we nog steeds met elkaar verbonden. Dat merk ik aan veel dingen. Ik denk dat dit de onzichtbare band is tussen een moeder en een dochter. 

 

 

 

-💞-

Ver weg en toch heel dichtbij… 

Wanneer ik vanuit mijn werk weg rij, staat er half op de weg een witte bus. Het is niet dat ik er speciaal voor moet stoppen maar echt omheen kan ik nu ook weer niet. De blauwe letters aan de zijkant zijn niet te missen. CHRIS, staat er schreeuwend op. Geen idee waar deze bus van is of waar ze reclame voor maken. Maar mijn gedachte gaan direct naar mijn eigen Chris. Chris die er inmiddels bijna drie maanden niet meer is. Nog steeds heel raar en soms is het ook gewoon niet te bevatten. Hoe kan het dat een, in mijn ogen, sterke man er nu gewoon niet meer is?! 

Met Chris in gedachte hervat ik mijn route. Ik denk de laatste tijd zo ie zo al heel veel aan hem. Ik voel een steek van verdriet. Tijdens een van onze laatste telefoongesprekken zei hij nog gekscherend: “tja, je moet toch ergens aan dood gaan?!” Niet wetende dat hij er een paar weken na dat gesprek niet meer zou zijn. Nu vervloek ik hem om die uitspraak. Het heeft lang geduurd voor ik rust vond na het overlijden van mijn ouders. Ik heb maanden over ze gedroomd. Met Chris heb ik dat ook een beetje, gelukkig wel in mindere mate en vaak op een fijnere manier.

Ik rijd de bocht door en tegelijk maak ik oogcontact met een meneer die links op de stoep achter een kinderwagen loopt. Ik sta vol op de rem en het is maar goed dat er niemand achter mij rijd. Mijn hersens weten heus wel dat wat mijn ogen registreren niet echt is. Het kan niet. Maar toch. Zijn houding! zijn uitdrukking! zijn kapsel en zelfs zijn jas! Alles is een evenbeeld van Chris. Heel even denk ik dan ook dat het hem is. Ik verbijt mijn verdriet maar glimlach vriendelijk om mijn stomme gedrag een beetje goed te maken en wederom vervolg ik mijn route. Die beste man zal wel gedacht hebben… 

Afgezien van een geschiedenis en onze huisdieren hadden Chris en ik ook een gezamenlijke interesse in het bovennatuurlijke. Of misschien moet ik zeggen: hebben een gezamenlijke interesse. In onze ogen is er meer tussen hemel en aarde. Hij kon er altijd erg enthousiast over praten. Ik was blij een toehoorder in hem gevonden te hebben zonder dat ik scheef aangekeken werd. We hadden het geregeld over telepathie, energie of onzichtbare lijntjes. Maar ook over het uittreden van de ziel al dan niet bij leven of over simpelere zaken als de kracht van een bepaalde edelsteen. De onderwerpen waren divers en soms wat controversieel en daarom ook niet met iedereen in mijn omgeving bespreekbaar. 

Wanneer ik voor wat afleiding de radio aanzet, jankt een gitaarsolo mijn oorschelp in en baant zich vervolgens regelrecht een weg naar mijn hart. Tja, hoe kan het ook anders. Ook dit doet mij aan Chris denken. Het was notabene dit soort muziek waar hij Groene Draak gek mee kreeg. Dan drinkt het plots tot mij door. Als een heldere gedachte. Ik laat de tranen, die zich al een paar minuten aan het opdringen zijn, stromen. Ik mis hem!! Maar weet tegelijk ook dat dit zijn manier is om te zeggen: “Ik ben nooit echt ver weg…”

 

 

 

-💞-

Dan laat je los, dan laat je gaan…

De rustige ochtend verbleekte bij het verontrustende telefoontje dat ik net na 12 uur mocht ontvangen. Nooit eerder hadden we elkaar aan de telefoon gehad. Maar bij het verschijnen van haar naam in mijn scherm wist ik dat het mis was. “Pa wil je graag nog één keer zien.” Vertelde ze. In allerijl haastte ik mij naar het ziekenhuis, waar onze “topoppasser”, die uiteraard veel meer voor mij betekend dan enkel oppasser, sinds een paar dagen verbleef. 

Het ging niet goed met hem. Zijn situatie, die al niet al te best was, was in korte tijd achteruit gegaan. Beter worden was uitzichtloos. Niet wetende hoe ik hem aan zou treffen liep ik met bonkend hart het ziekenhuis in. Daar werd ik met open armen ontvangen door broer en zus, die ik misschien één keer eerder in mijn leven ontmoet heb. Ondanks de moeilijke situatie waren ze hartelijk en open naar mij. We deelden het zelfde verdriet. 

Ik trof Chris aan in een comfortabele stoel naast zijn bed. Broodmager en moe. Maar met een glimlach op zijn gezicht. “Wat fijn dat je bent gekomen!” Zei hij. Mijn ogen vulde zich spontaan met tranen. Broer en zus lieten ons alleen zodat we op onze eigen manier afscheid konden nemen van elkaar. De reden van mijn bezoek. Hij kon niet meer. Hij wilde niet meer. Stoppen met medicatie was het enige lichtpuntje dat hij nu nog had. En hij keek er naar uit. 

Terwijl het leven zich aan ons opdrong probeerde ik de pijnlijke situatie onder ogen te zien. Want, hoe doe je dat, afscheid nemen bij leven? Er was niets meer wat ik nog kon doen, behalve zijn handen vast houden en hij de mijne. Er zijn. Zijn in dit moment en naar elkaar kijken, beseffen dat dit het aller laatste moment is dat je elkaar echt kunt zien, echt kunt horen en echt kunt voelen. 

Na twee uur was het tijd om mijn plek weer over te dragen aan zijn familie. De medicatie zou stoppen en vanaf dat moment was het wachten. Wachten tot zijn nieuwe reis zou beginnen… 

 

❤️

Wat als je lichaam niet meer wil?
Wanneer er te veel aan wordt getrokken…

Wat als je lichaam steeds maar brozer wordt?
En ademhalen te zwaar…

Wat als je grens al zoveel maal verschoven is?
De geest nog wil maar de rek “van kunnen” er uit is…

Wat als leven overleven wordt?
En je lichaam zegt: ik kan niet meer…

Wat als leven vechten wordt?
Maar ook dat uiteindelijk niet meer helpt…

Wordt het dan tijd om los te laten?
Los van dit leven dat nu zo beklemt en zo benauwd…

Moedig besluit jij: het is tijd!
Tijd om los te laten en te gaan…

Los van hier en nu.
Los van alles wat ooit was…

Je kijkt nog een keer achterom.
Dapper neem jij afscheid van ons allemaal.

Zonder nog te hoeven vechten,
Laat jij los en wij laten je gaan…

❤️

16-04-1948 – 14-08-2019

 

 

***

Wat doe je?!

Terwijl de wasmachine de schone was uitbraakt bij het open doen van het deurtje, vangt mijn oor een hoop kabaal op uit de kamer ernaast. Jezus wat is ie toch allemaal aan het doen? Zoon zit in zijn kamer en het klinkt alsof ie tegen een slechthorende aan het praten is. Als ik de schone was op zijn kamer breng zie ik wat er voor de herrie zorgt. Zijn laptop staat aan op een of ander vaag youtube kanaal. Zijn headset heeft hij op. Daarmee staat hij, niet via zijn laptop maar via zijn PS, in verbinding met zijn “squad”. Die op hun beurt dezelfde takke herrie op hebben staan. Tegelijkertijd pingelt zijn telefoon het ene na het andere appje. Alle geluiden staan op standje neurotisch hard.

Mijn wenkbrauwen gaan omhoog en een seconde of wat overzie ik de chaos. Zoonlief heeft niet eens in de gaten dat ik met een wasmand in zijn kamer sta. Inmiddels weet ik dat zijn matties mij kunnen horen als ik iets door de kamer blèr. Oeh, zal ik het doen, zal ik het doen? Ik kan mij ternauwernood inhouden. Als ik een stap verder in de kamer kom krijgt hij mij in het vizier. Hij schrikt zich rot en doet direct zijn headset af. “Had je niet effe kunnen kloppen?” Vraagt hij. “Had jij mij dan gehoord?!” Kaats ik terug. “Denk ut niet!”

Gelukkig zijn we volwassen genoeg (want zo noemen onze 15 en 16 jarige boys zich tegenwoordig) om hier normaal mee om te gaan. Dus hij bedankt mij netjes voor de schone kleding die hij zelf in zijn kast gaat leggen. Om mij weer zo snel mogelijk uit zijn domein te krijgen en kijkt mij vriendelijk na. Op mijn beurt volgt een glimlach en ik kan mij niet langer inhouden. Ren vervolgens voor de webcam langs, zwaai hoffelijk voor wie mij kan zien en roep hoooooi! naar wie het horen kan. Er galmt een hoooi terug. Zoon kan alleen maar zuchten. Hij doet nog een verwoede poging door mij een waarschuwende blik toe te werpen (wat zoiets betekend als: serieus moest dat nu?) welke door mij met een handkusje wordt beantwoord. Als ik de deur achter mij dicht trek verstomd de takke herrie en hoor ik een van z’n matties zuchtend zeggen dat zijn moeder dat ook altijd doet! Ik grijns van oor tot oor.

Ik begrijp mijn moeder echt een heel stuk beter. Die flikte dit soort grapjes ook altijd. Door al klappend en luidkeels mijn naam te scanderen als ik een of andere wedstrijd gewonnen had. Te zwaaien wanneer ik voorbij kwam lopen. Of mij met belachelijke snoepkettingen vol te hangen als we de avondvierdaagse gelopen hadden. Wat kon ik mij kapot ergeren aan dat soort momenten. Maar ik begrijp nu dat ze hier helemaal niets aan kon doen. Soms wordt je gewoon gedreven door één of andere impuls. Een vlaag van ik-weet-ook-niet-zo-goed-waarom-ik-dit-doe-maar-het-moet-gewoon. Wanneer ze het nu zou doen zou ik natuurlijk vol overgave met haar mee doen. Maar toen?!?!

Zoon is inmiddels gewend aan mijn niet onder controle te ouden impulsen. Soms doet ie nog een zwakke poging om te laten merken dat ie het er niet mee eens is. Er tegenin gaan zoals ik vroeger deed, doet hij niet. Dat siert hem! Stiekem denk ik wel eens dat hij er ook gewoon om moet lachen. Maar hé, hoe volwassen je ook bent, toegeven doe je als puber natuurlijk niet!!

 

 

***