Uurtje grasmaaieren…

Daar sta ik dan weer te grasmaaieren met Poownie. Want dankzij Corona zeeën van tijd. En toegegeven, Poownie vind het ook gewoon heerlijk om dagelijks met zijn favoriete hobby bezig te zijn. Hij vind het dan ook totaal geen probleem dat ik vaker en langer om hem heen hang dan gebruikelijk is. Sinds hij een flinke koliekaanval heeft gehad, vorig jaar zomer, en een paar dagen in het “ziekenhuis” heeft moeten verblijven, is grazen een vast onderdeel van onze dagbesteding geworden. Gras is gewoon beter voor hem. Lucky him!

Ik kijk graag toe hoe hij heel secuur de lekkerste grasjes tussen de andere honderdduizenden sprieten uitzoekt. Hij heeft er een speciale neus voor. Als ik hem een mals ogende graspol laat zien, kiest hij steevast voor de droge spriet ernaast. Om mij niet voor mijn hoofd te stoten, iets met een paard en in de bek kijken, knaagt ie daarna nog wat aan het gras dat ik sta aan te wijzen. Voor mij is het een simpel grasveld, voor hem het walhalla.

Op drukke en chaotische dagen zijn dit echt de uurtjes waar ik naar uitkijk. Waarin ik niks hoef te doen dan enkel toe te kijken hoe Poownie staat te grazen. Ik laat mijn telefoon meestal even links liggen, of zet hem uit om niet in de verleiding te komen, en kijk wat meer om mij heen. Weet je hoeveel verschillende soorten vogels er in dit gebied vliegen? Zo kwam ik een zwerm staartmeesjes tegen. Een vogelsoort die ik nooit eerder in het echt heb gezien maar wel heel graag nog eens op de foto wil zetten. Niks geen fotohut, ze zitten gewoon bij stal! Het staartmeesje is zo’n leuk, grappig en schattig vogeltje dat ie ontworpen zou kunnen zijn door Dhr. Walt Disney himself.

Omdat ik tijdens dit uurtje meer om mij heen kijk dan anders, zag ik ook dat een reiger het opnam tegen twee roofvogels. Heb je dat ooit gezien? Deze soorten hebben volgens mij niks met elkaar van doen. Maar kwamen iets te dicht in elkaars “vaarwater”. Volgens mij wisten de roofvogels ook niet helemaal wat ze hier mee aanmoesten. Ze vlogen elkaar een tijdje achterna over de waterplas om uiteindelijk ieder hun eigen kant weer op te gaan. Of de actie nu bedoeld of onbedoeld was, het was in ieder geval een gaaf gezicht.

Poownie staat altijd met zoveel smaak te grazen dat ik soms spontaan zin krijg om mee te doen. Zeker wanneer het gras begin van het seizoen zo diep groen en mals is. Nu is de keus helaas nog iets minder. Hoewel het land langzaam begint te ontwaken en er echt wel stukken mals en sappig gras staan, moet hij het grotendeels doen met de leftovers van vorig jaar. Op sommige plekken is het gras zo kaalgevroten dat er alleen nog wat “stoppeltjes” staan.

Naast dit “meditatie moment” want dat is het inmiddels geworden, kom ik veel meer in contact met de mensen die hier ook in het gebied recreëren. Vaak genoeg maak ik een praatje met hondeneigenaren. Nu uiteraard op gepaste afstand. Of wandelaars en fietsers die een praatje aanknopen, wederom op gepaste afstand. Sommige mensen vinden het blijkbaar een gek gezicht dat ik naast Poownie sta in plaats van erop zit. Poownie is tijdens deze momenten onverstoorbaar. Leuk hoor al die gezelligheid, moet hij denken, maar laat mij maar lekker grazen.

 

-🐴-

 

 

van ruilen komt huilen…

Van ruilen komt huilen nietwaar? Nou bijna wel toen vanmorgen mijn wekker in alle vroegte afging. Na een veel te korte nacht zat ik daar eigenlijk helemaal niet op te wachten. Maar ja, ik had zelf mijn zondagse voerdienst geruild met een stalgenoot zodat ik daar tijdens de aanstaande vakantie niet mee in de knoei zou komen. Dus slik ik de opkomende “tranen” weg en besluit nog heel even te blijven liggen. Dat even wordt een paar minuten langer maar dan moet ik er toch echt uit.

Eerst begroet ik Draak die ook nog slaapdronken op zijn stok zit. Zich afvragend waar al die drukte op de zondagochtend goed voor is. Ik geef hem vast zijn ontbijt en drink zelf nog een bak koffie. Nog geen knaag in mijn maag, maar ik weet dat mijn honger uit het niets kan komen opzetten. Dus ik neem mijn ontbijt gewoon mee naar stal, en vertrek ik toch met enige haast van huis.

Als ik aankom word ik begroet door een stel uitgehongerde paarden. Alsof ze dagen niks te eten hebben gehad. Ja, je leest het goed DAGEN!! Ik begroet het paardenvolk dan ook maar even snel en controleer intussen de hooi ruiven. Stuk voor stuk zijn ze tot op de bodem leeg gevroten. Drie paarden kijken mij aan met een blik van: “Ik zei het toch!?” Ze hebben het zo slecht bij ons…

De hooibaal die ik moet hebben ligt uiterst rechts en helemaal bovenop in het hooihok. Ik klauter met gevaar voor eigen leven naar boven om aan mijn oh zo dankbare taak te beginnen. Het stof en de losse hooistengels dwarrelen om mij heen als ik alle hooinetten vul. Op de achtergrond is het beieren van de kerkklokken te horen. Verder is het heerlijk stil. Wanneer het zoveelste net gevuld is klauter ik het hok weer uit, met het stof in mijn neus en mijn kapsel voorzien van hooi. Rechts staan paarden te hinniken en links komt een hele groep bejaarde wandelaars voorbij die mij ietwat meewarig aankijken. “Arm schepsel” lees ik boven hun hoofd. Ik zwaai vriendelijk om een gesprek te voorkomen en sleep daarna de flink gevulde netten naar hun eindbestemming.

Ik maak het mijzelf weer veel te moeilijk door er te veel tegelijk mee te willen slepen. Om mij heen zwermen de paarden in de hoop alvast een hap te kunnen nemen voor ik het in de ruiven heb kunnen verdelen. De brutalen hebben de halve wereld en dat is in het dierenrijk niet anders. Er zijn er twee die niet alleen een hap willen maar eigenlijk gewoon het hele net willen toe-eigenen. Ik moet alle zeilen bijzetten om deze brutalen “honden” op hun plek te zetten, de boel niet los te laten en ook niet over mijn of hun benen te struikelen.

Het duurt even maar dan is iedereen van een plek aan één van de ruiven voorzien. Mijn werk zit er al voor de helft op. Maar eerst is het tijd om zelf ook even te ontbijten. Met mijn brood en bak koffie zit in heerlijk in het zonnetje. Om mij heen is op dit moment niets anders te horen dan het geluid van knagende paarden en het gefluit van vogeltjes. Ach, vroeg op stal zijn is niet altijd zo erg …

 

etende paarden aan hooi ruif

 

*🐴*

Week 1…

De laatste dag van het jaar breekt aan op het moment dat de wekker afgaat. Wat een herrie zo op de vroege ochtend. Mijn dag begint goed. Not!! Ik word met koppijn achter mijn ogen wakker. Alsof iemand vanachter uit mijn schedel met een hamer mijn oogballen er uit wil slaan. Ja, deze beschrijving dekt de lading wel. En dan moet oudejaarsavond nog beginnen. Ik heb drie kwartier nodig om mijn ochtendroutine af te werken en ben tegen 08.00 uur, als eerste, op het werk. Drie kwart van de Nederlandse bevolking is vandaag vrij. Zo ook al mijn klanten. Wat ik op het werk doe is mij een raadsel. Maar de baas wil nu eenmaal dat er een paar collega’s aanwezig zijn. 

Met het laatste is zo’n beetje alles wel gezegd. Al het werk is afgehandeld en de bureau’s zijn “schoon”. Klaar voor het nieuwe jaar. Halverwege de ochtend komen er oliebollen op tafel. Dus ontbijt ik met een bol en een bak thee. Mik er direct een aspro achteraan. Langzaam word ik weer een beetje mens. Na een gezellige middag kletsen met collega’s is het dan eindelijk tijd om naar huis te gaan. Daar wachten nog de nodige klusjes, zoals een spoedbezoek aan Poownie. Na het eten vertrekken we richting mijn oom en tante in Schiedam om met hen het nieuwe jaar in de luiden. 

Het gaat bij ons in de wijk al aardig los met vuurwerk maar eenmaal in Schiedam lijkt het wel of het nieuwe jaar zojuist is ingegaan. Als ik op de klok kijk zie ik dat het pas 20.00 uur is. We hebben een super gezellige avond met lekkere hapjes. En liggen in een deuk om hond Brutus, die met zijn mega verschijnen maar zachte karakter voor hilarische momenten zorgt. Veel te laat lig ik in bed en kom daardoor ook veel te laat mijn bed weer uit. Moet kunnen voor een keer. De aller eerste dag van het nieuwe jaar besluit ik luierend door te komen. Tussendoor plan ik nog een bezoek aan Poownie. 

Bij thuiskomst zie ik dat de staatsloterij ons niets heeft opgeleverd. Ik had zoveel plannen met dat geld, maar helaas. Dat betekent dat we er weer voor zullen moeten werken. De volgende dag gaat de wekker in alle vroegte voor een nieuwe werkdag. Ook deze twee dagen valt er nog niet veel te beleven en heb ik op een makkelijke manier de eerste knaken van het jaar verdiend. 

Wat ben ik blij als het weekend aanbreekt. Nu heb ik tijd om mijn creatieve skills onder het stof vandaan te halen. Want het presentje voor Zus, die volgende week jarig is, ligt te wachten om in elkaar gezet te worden. Het hele idee speelt al dagen door mijn hoofd maar nu kan ik een start maken met de uitwerking hiervan. Alleen al het plezier dat ik hieraan beleef is hopelijk een voorbode voor de rest van het cadeau. Stiekem kan ik niet wachten om het haar te geven. Een volgend log meer hierover… 

We eindigen de zaterdag bij mijn schoonouders. Waar we traditiegetrouw proosten met een nieuwjaarsborrel. Gevolgd door een lopend buffet en een gezellige avond. Terugkijkend op de eerste vijf dagen kan ik zeggen dat het jaar voor mij alvast goed begonnen is. En die van jullie? 

 

 

***

Boffen wij toch weer…

Vanaf de plek aan de tuintafel kijk ik naar Poownie, hoe hij op zijn gemak zijn late lunch naar binnen werkt. De andere paarden kijken vanaf een afstandje verlekkerd toe. Dat geluk heeft Poownie, zonder voortanden en met zijn 25 jaar de oudste van de kudde dagelijks een extra portie voer voorgeschoteld krijgen. Zelf laat ik mij in die tussentijd verwarmen door de najaarszon. Ik ben zo moe dat ik hier, ter plekke, in slaap zou kunnen vallen. Ik loop altijd een beetje op mijn tenen op de vrijdagmiddag. Moe van de hele week door stampen. Maar de laatste weken is het erger dan anders. Door een aantal zieken op de zaak is het druk en loop ik niet meer op mijn tenen maar op mijn tandvlees. Het is dat de zon schijnt maar eigenlijk ben ik zo moe dat ik er chagrijnig van word.

Om op de vrijdag tijd te sparen rijd ik tegenwoordig vanuit mijn werk naar stal. Ik geef hem zijn eten en wat aandacht voor ik weer huiswaarts keer. Geregeld spookt het door mijn hoofd om een verzorgster voor hem te zoeken. Zoals “vroeger”. Toen hij nog in de bloei van zijn leven was. Ze namen mij werk uit handen. Poownie kreeg liefde en aandacht en zelf hadden ze een paard met een gouden hart. Hij sprong, croste door de bossen. Liep wedstrijden en ging zelfs met ze mee op vakantie. Dat is inmiddels alweer een aantal jaar geleden. Maar wat heeft een verzorgster nu aan een bejaard paard?!

Met zijn 25 jaar doet ie het nog prima hoor. Maar ik wil niet dat er nog met hem gejakkerd wordt. Of ondoordachte acties uitgehaald worden. De rek begint langzaam uit mijn “opaatje” te raken. Iets waar ik toch rekening mee moet houden. De stalbaas bood aan om Poownie op de vrijdag van zijn middagsnack te voorzien. Zoveel werk is het nu ook weer niet. Eerst wilde ik niet ingaan op haar aanbod. Liever wanneer het echt nodig mocht zijn. 

Nadat ze het twee keer aangeboden had bedacht ik mij. Ze “kookte” een keertje toen ik echt niet kon en vanaf dat moment is ze op de vrijdag zijn maaltijden blijven geven. Bovenstaande is inmiddels alweer een paar weken geleden. De eerste keer voelde ik mij wat onwennig en zelfs bezwaard. Na 1.5 jaar een soort mantelzorger te zijn voor je eigen paard met periodes dat ik soms twee keer per dag langs ging, naar één dag echt heel bewust overslaan.

Tot nu toe voelt iedere vrijdagmiddag, einde van de werkdag, als een cadeautje. Ik hou super veel van Poownie maar een vrijdagavond niet weg te hoeven, gewoon op de bak kunnen ploffen en bijkomen van een week buffelen voelt echt heerlijk. En toen ik van de week een appje kreeg dat ze hem zelfs mee uit grazen had genomen realiseerde ik voor de zoveelste keer dat we het echt getroffen hebben op deze stal! 

 

 

 

-❤️-

 

De laatste vaart…

Normaal varen we enkel met prettig weer. En daarmee bedoel ik een zonnetje, windkracht 0 en vooral geen regen. Maar nu de herfst al enige tijd huishoud en nog niet van plan is om te wijken voor de laatste zonnestralen van het jaar, besloten we onze “goedweer-vaar-mentaliteit” even overboord te gooien. Bikkels dat wij zijn, gaan we op onze vrije woensdag toch naar Merlin. In de hoop op wat rustig en vooral droog weer. 

De hele weg er naar toe komt het met bakken uit de hemel. De ruiterwissers maken overuren. Let op mijn woorden zegt Vriendlief. Zodra we aankomen schijnt de zon. En wel ja. Eenmaal op de parkeerplaats, waar de bokken en tonnen al klaar staan voor de boten die de wintermaanden op de kant doorbrengen, is het droog en schijnt de zon. Alsof het zo is afgesproken is er zelfs blauwe lucht zichtbaar. Een klein strookje maar het is er. 

Er is zoveel water gevallen dat het zelfs buiten zijn oevers treed. En de trap naar de steiger? Die staat bijna horizontaal. Zoals altijd doen we eerst een bak koffie. Daarna maken we de boot klaar voor vertrek en varen uit terwijl het zonnetje ons toelacht. Maar we zijn nog geen twee minuten weg of het begint alweer voorzichtig te regenen. Er is geen pleziervaart te bekennen. Wat begrijpelijk is, want echt plezierig is het niet met dit weer. Dat het nu zo rustig is heeft wel zijn voordelen. Eindelijk kunnen we ook eens aanleggen bij een steiger waar het normaal wemelt van de boten.

Dat doen we dan ook. Wanneer Merlin eenmaal vast ligt gaan we eerst eens op verkenningstocht. Er is een wandelpad dat geen idee waar naar toe leidt. De mogelijkheid om echt te ontdekken wat daar nog meer te zien is hebben we niet want daar is de regen weer. We lopen snel terug naar de boot waar we droog en uit de wind zitten. Ik verbeeld mij hoe de regendruppels al vallend pirouettes maakt terwijl het uiteindelijk uit elkaar spat op ons dak. Het maakt zo’n gezellig en knus geluid terwijl wij in de “voortent” van onze drijvende “caravan” zitten en van het uitzicht genieten. 

Er zijn wel geteld twee boten voorbij gekomen in al die tijd dat wij hier liggen. Niet druk op het water dus. Inmiddels is het lunchtijd, gevolgd door koffietijd. Wanneer de zon zich even laat zien is het super warm. We ritsen de “voorruit” los en kunnen zo toch lekke in de zon zitten. Terwijl vriend het er even van neemt pak ik mijn boek en wat lekkers. Zo brengen we de komende paar uur door. Geen hinder van de regen en toch lekker in de zon wanneer deze zich laat zien. 

Als de klok 16.00 uur aangeeft is het welletjes geweest. De wind is ook flink aangewakkerd. Hierdoor is het nog knap lastig om Merlin weer in zijn box te krijgen. Hij is licht en vrij hoog waardoor we een speelbal zijn voor de wind. Maar met een paar keer steken lukt het. Wanneer alle touwen weer zijn vastgemaakt begint het te hozen. We zijn dus net op tijd binnen. Zoals het er nu naar uitziet zou dit wel eens de laatste vaart van het jaar geweest kunnen zijn… 

 

Boot bij aanlegsteiger.

 

 

***

’s Morgens in de vroegte… 

Het is nog geen zes uur geweest als mijn wekker gaat. Wat een pijnlijk moment. Zeker als je bedenkt dat dit mijn vrije dag is. Met de vreselijke hitte die voor vandaag voorspelt is wil ik voor dag en dauw mijn weide klusjes gedaan hebben. Eigenlijk had ik nog iets eerder mijn bed uit moeten gaan, maar er zijn grenzen. A la Speedy Gonzales kleed ik mij aan. Neem twee treden tegelijk en sla de laatste per ongelijk helemaal over waardoor ik nog iets sneller beneden ben. Ruk mijn denkbeeldige sombrero van de kapstok en jump op mijn paard, euh ik bedoel in de auto. Zie je, dat doet haast met je. En de dag is nog niet eens goed en wel begonnen. 

Om tijd te winnen gun ik mijzelf geen ontbijt. Ook mijn koffie moment bewaar ik voor straks. Dan smaakt het des te lekkerder. De rit duurt precies 7 minuten. Het is vakantietijd en dat merk ik aan alles. Het is, op dit vroege tijdstip, een heel stuk rustiger op de weg. Ik hoef echter maar twee straten door voor ik in de polder ben. Waar op wat vogels, hazen en slakken na, niemand te zien of te horen is. Dauw hangt als mysterieuze slierten over het land. Zich nog geen kwaad bewust van de zonnestralen de hen weldra zal doen oplossen. Het is een prachtig gezicht. Eigenlijk had ik nog iets eerder mijn bed uit gemoeten zodat ik het plaatje vast kon leggen. Maar ja, die grenzen he! 

Als ik na al mijn gehaast op stal aankom word ik overvallen door de rust. Hier neem ik even de tijd voor. Op mijn gemak wandel ik naar de wei waar de paarden staan te soezen of te grazen. Ze worden nu tenminste nog niet geplaagd door die smerige vliegen. Zodra mijn welkomst-fluitje de stilte doorklieft zijn ze allemaal wakker en komen mijn kant op. Een voor een begroet ik ze. Maar ik ben om klusjes te doen dus ik pak snel de kruiwagen en ga aan de slag.

Het is helemaal niet vervelend om in alle vroegte zo aardend bezig te zijn. Als je denkt dat ik midden in de wei op mijn yogamat een zonnegroet aan het doen ben, heb je het mis. Ik sta gewoon stront te scheppen.Toch heeft deze hersenloze bezigheid iets rustgevends. Niemand die aan je kop zeurt. Geen telefoons die beantwoord moeten worden. Geen mail. Het is jammer dat niet iedere ochtend zo kan beginnen. Het contrast met de start van een gewone werkdag had niet groter kunnen zijn. Afgezien van de wekker die zo vroeg afgaat dan. 

In mijn nek vormt zich een pareltje zweet. Ik voel hem over mijn rug naar beneden glijden. Wanneer ik hem wegveeg voel ik dat de rest van mijn rug ook al niet zo droog meer is. De hitte begint al flink door te zetten. Nog geen 07.00 uur en de temperatuur is nu al rond de 25 graden. Met een volle kruiwagen sjok ik terug naar voren. De buren zijn ook al vroeg in de weer met het berijden en trainen van het jonge paardenspul. Ik werp een blik op onze wei. Ouderdom komt met gebreken. Zeker bij Poownie. Maar voor nu heeft ie in ieder geval niks te klagen. 

Zonsopkomst in de polder

 

 

 

***

De eerste dag…

De kofferbak gaat nog maar net dicht als ik de laatste tas in de auto gepropt heb. Er gaat wel heel veel mee. Maar het is dan ook onze eerste dag op het water sinds Merlin deze week weer op zijn vertrouwde plek in de haven ligt. Alles moet bevoorraad worden. Om nog maar niet te spreken over de kleding die meegaat. Het kan alle kanten op wat weer betreft. En hoewel onze drijvende caravan een dak heeft, hebben we het niet graag koud.

Bij aankomst volgt eerst maar eens een flinke schoonmaak. De eenden hebben nogal huisgehouden op de steiger die hierdoor te smerig is om op te lopen. Zodra wij binnen zitten komt er een aalscholver aanvliegen. Hij neemt plaats naast de nep-kraai, die aan het einde van de steiger op wacht staat om gespuis, zoals dit soort vogels, weg te houden. Met zijn houterige verschijning is hij duidelijk niet indrukwekkend genoeg. Misschien moeten we er één neerzetten met een bewegingssensor. De aalscholver heeft net een bad genomen en spreidt zijn vleugels om te drogen in de zon. Het ziet er prachtig uit van zo dichtbij. Onze buren, zowel links als rechts zijn er overigens ook nog niet, of zijn al uit varen. 

Er liggen nog wel meer boten op de kant maar niet zo veel meer als vorig jaar rond deze datum. Na het poetsen volgt zoals gebruikelijk een bak koffie met een koek. Dan kunnen de trossen los. Na vijf maanden niet gevaren te hebben moet ons lichaam weer even wennen aan het deinen op de golven. Het is niet heel erg druk op het water en dat verbaasd mij. Met de paasdagen zou je zeggen dat veel (water)mensen er op uit trekken met de boot. We varen naar de overkant en gooien het anker uit. Lekker even dobberen in de zon. 

Ik ga achter op het dek zitten, uit de wind maar wel volop zon. Wanneer vriendlief mij een bak koffie komt brengen is het eerste wat-is-het-hier-heerlijk-gevoel compleet. Rechts van ons springen drie kids in het water. Het water is echt niet warmer dan 16 graden. Ik voel met mijn grote teen hoe koud dit precies is. Hoewel ik mij voorgenomen had dit jaar meer bikkel te zijn sla ik echt nog even over. Ze houden het aardig lang uit. De zon speelt verstoppertje en na even aanwezig te zijn is ie weer voor een tijdje weg. Als het afkoelt besluiten we terug naar de haven te varen. 

Bij terugkomst worden we begroet door moedereend met negen heel kleine kuikentjes links. De Aalscholver op de volgende steiger. Ruziënde futen (die maken een herrie!) rechts en waterkipjes met kleintjes voor ons. Echt heel schattig al dat kleine volk rond de boot. Ik mag ze van vriendlief niet voeren. Want als ze eenmaal weten waar eten te halen valt krijg je ze, zelfs met 100 nep-kraaien niet meer van je boot. Het blijft dus bij foto’s maken. In de haven is het windstil waardoor we nog zeker een uur of twee blijven luieren voor we besluiten weer naar huis te gaan. Ja, dit was een prima eerste dag op het water. Kom maar door met die zomerse temperaturen!!

 

 

***

De afgelopen week…

De wind trekt speels aan mijn haar en laat plukken boven mijn hoofd dansen. Ik trek mij nog iets verder terug in mijn hoekje waar ik mij al een half uur onbeweeglijk bevind. De zonnestralen die ik in de winter gemist heb probeer ik nu, in deze loze vrije minuten, in te halen. Ik doezel lekker weg en laat daarbij mijn gedachten terug gaan naar afgelopen week. Waarbij het weer zich van twee kanten liet zien. Van plus 20 naar 0 graden. In de ochtend de handschoenen aan en in de middag zonder jas naar huis. April doet wat ie wil… 

Ik had het geluk deze week te mogen verjaren en de keuzestress over mijn traktatie bleef uit. Omdat ik veel aan mijn oma moest denken, die voor ons een bijnaam had verzonnen van het gebakje dat wij graag bij haar aten, besloot ik warme appelflappen uit te delen. Maar dat had net zo goed rottikoekoes kunnen zijn. Of een complete rijsttafel want als ik aan oma denk, denk ik standaard aan eten. De flappen vielen in de smaak. Eens iets anders dan taart of vlaai. Gelukkig hoef ik geen feestje te geven. Dat was als kind leuk. Toen had enkel mijn moeder last van stress. Maar met het ouder worden is het plezier van verjaardagsfeestjes geven mij ontgaan. Misschien van de zomer weer eens een leuke BBQ of zo. 

Omdat het verlangen naar oma’s bami, saté en ander lekkers zo groot was, schoven we aan bij een toko gespecialiseerd in Indonesisch eten. Neem vooral van alles een beetje werd ons aangeraden. Dat deden we dan ook. Een stuk of drie keer. En dan zal ik maar niet vertellen hoevaak ik voor de spekkoek heen en weer ben gelopen. Natuurlijk hebben we te veel en te vaak opgeschept. Maar (letterlijk) voldaan en senang keerden we huiswaarts. 

Het ruisen van de wind klinkt inmiddels een beetje als de zee. Het geroep van de meeuwen hoog boven mij maakt het denkbeeldige zon, zee, strand plaatje helemaal af. De zon is gedraaid en ik moet mee draaien om niet aan een kant van mijn gezicht te verbranden. Want als ik niet oppas is dat wat er gebeurd. De felheid is zo intens dat ik mijn ogen niet geopend krijg. Een goede reden om ze nog even, echt heel even nog, gesloten te houden.

Om mijn Indonesische week compleet te maken las ik het boek “Mevrouw mijn moeder” van Yvonne Keuls. Het is al een wat ouder boek. Maar wat heb ik hiervan genoten. Een echte aanrader! Heerlijk en aandoenlijk om te lezen. Dit was een van die onverwachte pareltjes die je zo nu en dan tegenkomt. Een reis door de tijd, van Indonesië naar Holland. Een ode aan haar moeder met mooie herinneringen aan tempo doeloe. Vlot geschreven met humor en uitdrukkingen in Bahasa. Waarschijnlijk was dit de reden dat mijn oma zo vaak in mijn gedachte was.

Inmiddels staat het weekend voor de deur met daarin van alles gepland. Er moet gewerkt, geklust, gevoetbald en gefotografeerd worden. Ook Poownie verdiend wat meer tijd. Genoeg te doen dus. Maar eerst nog even niets dan gesloten ogen, zonneschijn en de kat van de buren die zich aan mijn voeten heeft gedrapeerd. 

 

 

***

Chaos op zijn retour…

Door de hopeloze chaos in mijn hoofd lukte het mij niet om van mijn bezigheden een creatief schrijfsel te maken. Een van de redenen waarom ik drastisch achter loop met bloggen en bij-lezen. Gelukkig had ik er nog een aantal in mijn concepten staan die ik tijdens een creatieve bui al neergepend had. Dus kon ik de afgelopen weken gewoon een blog van de plank pakken. Tja, die voorraad is een keer op natuurlijk. Vorige week bleef mijn blogplanner zelfs helemaal leeg. Maar het was dan ook veel te lekker weer om achter de pc te kruipen. Ik heb dan ook aardig wat tijd buiten doorgebracht. In periodes dat ik mijzelf voorbij aan het rennen ben, zoals de afgelopen maanden, is de zon mijn rustpunt. Om bij te tanken, op te warmen en op te laden. Als de zon dan even schijnt merk ik pas hoeveel ik hem gemist heb.

Hoewel ik nog steeds een dag- en avondvullend programma heb, lijkt het nu op alle fronten wel iets rustiger te worden. Zo heb ik oa een goed gesprek op mijn werk gehad waarbij de “baas” echt de tijd nam om te luisteren. Hij ondernam direct actie en paste ons systeem zo aan dat het voor mij werkt in plaats van andersom. Er is in korte tijd zoveel bij- en op mij afgekomen en vooral ook veranderd dat de werkwijze en uitvoerende taken eens flink herzien moesten worden. Ik probeerde alle ballen in de lucht te houden maar zonder vangnet en structuur is dat best een uitdaging. De komende periode gaan we zien of het werkt en vooral of het de rust terug brengt. 

Ook op stal lijkt de winterproblematiek bij onze Poownie (op leeftijd) een beetje op zijn retour. Hij heeft het na de verhuizing van zijn zomer- naar zijn winterverblijf flink voor zijn kiezen gekregen. Andere omgeving en ook nog eens een compleet ander ritme. Geen ophokplicht meer. Maar dat betekende zelf een slaapplaats in de kudde regelen en een plek aan een van de voerruiven. Hij voelde zich iet wat ontheemd. Zo erg zelfs dat we hem in korte tijd flink achteruit zagen gaan. Hij werd somber en steeds magerder. Meerdere artsen hebben hem onderzocht, tandarts is er bij geweest. Hij heeft zelfs nog een dag op de kliniek gestaan voor foto’s en verder onderzoek naar zijn gebit. Maar meerdere artsen dus ook meerdere meningen die erg ver uit elkaar lagen. Ik betaalde voor advies maar kreeg er wanhoop en nog meer kopzorgen voor in de plaats. 

Uiteindelijk trok ik mijn eigen plan. Poownie gaat nu een paar uur per dag uit de kudde om zo op zijn gemak te kunnen eten en tot rust te komen. Hij wordt twee keer per dag flink bijgevoerd. Dankzij de goede zorgen en het meedenken van onze stalbaas zien we hem met de week opknappen! Uiteraard kon ik dit niet zonder de hulp van mijn lieve stalgenoten die hem ’s morgens trakteren op een goed gevuld hooinet en zijn flink gevulde voeremmer. Toppers zijn het!! 

Inmiddels zijn we al een aantal keer op mooie lente dagen getrakteerd. En over een paar dagen gaat ook Merlin weer te water. Dan gaat ons wateravontuur weer van start. Dit geeft hernieuwde energie en lukt het mij om ook weer te genieten van de leuke en kleine dingen in het leven. 

 

Lieveheersbeestje op bloesem

 

***

Zo’n momentje… 

De stoom kringelt van het water omhoog. Even ben ik in nevelen gehuld. Het streelt mijn gezicht en lost dan op in de buitenlucht. Het ruikt heerlijk naar een mengsel van eucalyptus, munt en andere kruidige geuren. Ik haal diep adem en laat mij vervolgens onderdompelen in het warme water. Ik sluit mijn ogen en het uitzicht dat zich aan de binnenkant van mijn oogleden ontvouwd is buitengewoon prachtig.

Zoiets zie je niet dagelijks. Witte bergtoppen zover het oog reikt. Sneeuw en ijs hebben een witte deken achter gelaten op de hoge bomen links en rechts van mij. Samen met een strakblauwe lucht en zonneschijn is het hele landschap omgetoverd tot een sprookjesachtig geheel. Het bad is een weldaad voor mijn verkrampte spieren die ik over heb gehouden aan een paar dagen intens hoesten en niesen. Ik dompel mij onder en alleen mijn gezicht is nog zichtbaar. Ik kom helemaal bij van het warme water en de frisse buitenlucht. 

Het schijnt dat Boeddhistische monniken er jaren voor leren om in een meditatieve “zen” stand te komen. Geen jaren van training voor mij. Daar kan ik het geduld niet voor opbrengen. Ik heb de tijd tot het water afgekoeld is en oké, tot ik weer beter ben. Ik lever mij over aan de “grillen van het water” en probeer geheel te ontspannen. Een enkele seconde lukt het om mijn gedachten over “niets” bij elkaar te houden en dus nergens aan te denken. Hier moet ik genoegen mee nemen. Ik word weer aangetrokken door het mooie landschap. Met mijn ogen dicht kijk ik om mij heen, alles en meer in mij opnemend. Ik laat een zucht ontsnappen. Kon ik het maar meenemen, terug naar de werkelijkheid. Gewoon opvouwen en in mijn denkbeeldige koffer stoppen.

Er heerst hier complete rust. Geen hoofdpijn, verstopte neus of geblaf. Zelfs mijn spierpijn en verkleumde lichaam zijn er niet. Ik voel mij bijna één met mijn koude omgeving en het warme water. Een flinke hoestbui maakt abrupt een einde aan mijn dagdroom. Met een ruk open ik mijn ogen. Vaag zie ik de wit besneeuwde bomen van mijn netvlies verdwijnen. Snel knijp ik ze weer dicht om het beeld terug te roepen maar het heeft geen zin. Ik ben weer terug in het hier en nu, in mijn eigen badkamer, in mijn eigen bad. Met het raam wijd open waardoor mijn wimpers nu aanvoelen als de haren van mijn tandenborstel. Maar wel met zicht op het park waar de takken van de bomen voorzichtig wit worden van de langzaam vallende sneeuw.