Rijsttafel…

Een tijdje terug was ik te gast bij mijn nichtje. We zouden daar gaan BBQ-en. Maar omdat het weer omsloeg en er voor heel de dag 100% regen zou vallen vroeg ze ons of we er bezwaar tegen hadden dat het diner werd aangepast naar een “home-made Indische rijsttafel”. Daar hadden wij zeker geen bezwaar tegen. 

Eenmaal binnen rook het er al helemaal bekend. Voor een deel naar “vroeger”, wanneer we als kind bij oma over de vloer kwamen. Voor een deel naar eigen recept. Vol bewondering keek ik naar wat ze allemaal op het aanrecht had staan. Er stonden al diverse potjes en pannetjes te pruttelen. Een deel was reeds bereid en een deel werd klaar gemaakt terwijl we gezellig aan het kletsen waren. Ik kreeg spontaan grote trek bij alle geuren. Als dit mijn thuis was geweest zou ik herhaaldelijk met mijn jatten in de pan gezeten hebben om alvast voor te proeven. Ik hield mij in. 

Alle gerechten kwamen uit een prehistorisch kookboek dat de tand des tijds had doorstaan. Iedere stap in het hele proces werd keurig gevolgd en dat leverde uiteindelijk een zeer smaakvolle maaltijd op. Zo smaakvol dat ik mij gerust 30 tot 35 jaar terug in de tijd waande. Aan tafel bij opa en oma tussen al mijn ooms en tantes. 

Ik realiseerde mij dat ik de kookboeken van mijn moeder niet meer tot mijn beschikking heb. Als ik ze al zou hebben, liggen ze ver achterin op zolder weggestopt. Aan internet had ik ook niks. Daar wordt een gerecht al Indisch genoemd als er een sjalot en een scheut ketjap in gaat. Overigens diverse keren geprobeerd maar ik miste steevast de Indische bite die ik bij de gerechten van oma en mijn moeder wel altijd proefde. En nu dus ook, aan tafel bij mijn nichtje.

Ze schoot te hulp door een aantal bladzijdes uit het boek voor mij te kopiëren. Online vond ik nog twee sites waar volgens authentieke wijze recepten werden klaargemaakt. Ik maakte een combinatie van de diverse gerechten en besloot er mijn eigen draai aan te geven. Maar eerst moest ik langs de toko om de missende ingrediënten te kopen. 

Juist de ontbrekende kruiden zijn de smaakmakers die ik bij mijn eigen gerechten dus altijd miste. Denk hierbij aan sereh, daoen salam en kemiri noten. Daar wordt in de “simpele online keuken” met geen woord over gerept. Oké toegegeven, de kokosmelk of blokje santen en kruitnagel door de rijst had ik zelf nog wel kunnen bedenken. 

En in plaats van het bakje boemboe van Conimex besloot ik nu ook die maar helemaal zelf te maken. Dus stond ik de avond van te voren de boel al fijn te stampen in mijn pas aangeschafte vijzel. Nou dat is niet helemaal waar. Ik masseerde de sjalotten, nootjes, trassi en andere kruiden met liefde tot een egaal mengsel voor de marinade van het vlees. Want naast de juiste kruiden is het de liefde die de finish in touch geeft.

De volgende dag stond ik ’s middags al weer vroeg in de keuken. Met iedere minuut die verstreek kwamen er meer geuren vrij. Een goede voorbode voor de smaak van straks. Mijn zwoegen werd beloond. Ik had het voor elkaar gekregen om een minirijsttafel op te dienen. Hier en daar moet nog wat geschaafd worden om de smaken te verfijnen. Maar mijn (o)ma zou trots op mij zijn!

Dinner with a view…

Begin mei: 

“Wat wil je eten vanavond?” Vraag ik vriendlief. “Dat mag jij verzinnen, want ik heb de afgelopen twee dagen al iets bedacht.” Krijg ik als antwoord. “Nou precies!” roep ik weer. “Drie maal is scheepsrecht, toch?” Het is eigenlijk al te laat om nog even op mijn gemak op internet te struinen en iets origineels te bedenken. Uiteten is ook nog geen optie. Of toch wel??

“Ik heb een idee!!” Roep ik. “Zullen we naar de haven rijden en daar iets gaan eten?” Ik krijg eerst en verontwaardigde blik mijn kant opgeworpen. “Alles is nog dicht!?” Dat is waar. Maar je kunt er wel afhalen. “We halen gewoon wat bij een van de tentjes op de hoek.” Is mijn antwoord. Het waait en de regen komt zo nu en dan met bakken uit de hemel. Niet echt lekker vaar-weer. Maar we gaan dan ook helemaal niet weg met de boot. We gebruiken hem als uitvalsbasis voor een avondje weg. Vanavond is hij ons drijvende restaurant. We gaan sinds tijden weer eens uit eten! 

Als we de brug over en van provincie gewisseld zijn komt daar plots de zon te voorschijn. Stiekem hoop ik op een omslag in het weer. Begrijp mij niet verkeerd. Ik ben een echt mooi weer mens. Maar het geeft net wat extra sfeer als je warm binnen in de “tent” zit en de druppels gestaag op het dak roffelen. 

Wanneer we de hoek om rijden zien we de haven baden in het zonlicht. De lucht achter mij is donkerder en onheilspellender dan ooit. Dat heeft ook wel weer iets bijzonders. Hoewel de wind is gaan liggen kan het nog alle kanten op. Het is begin mei maar een hoop boten liggen nog op de kant. Het is dan ook helemaal niet druk. Wel met campers. Sinds de haven een speciale camperplek heeft gemaakt staan er altijd wel campers en caravans. Het geeft mij een extra vakantie gevoel. 

Voor zover we kunnen zien is de keus niet heel erg groot. De restaurants om de haven heen zijn dicht maar de laan met diverse snackbars is wel open. Pizza, Chinees, shoarma of de patatboer? We besluiten voor het laatste te gaan. Als de keus eenmaal is gemaakt gaat vriendlief het ophalen terwijl ik de tafel voorzie van de nodige eetgerij. 

Vanaf de boot zie ik hem alweer aankomen. Waar we in het verleden ook uit eten zijn gegaan, het  is nog nooit zo snel opgediend. Misschien komt het door de andere omgeving of door de sfeer. De patat smaakt hier in ieder geval echt heel erg lekker. Het is een combinatie tussen Bramladage en zelfgemaakte frites. Knapperig van buiten, zacht van binnen. En de ordinaire kaassouflee smaakt hemels, om over de saus nog maar niet te spreken. 

Inmiddels verbergt de zon zich achter een flinke donkere wolk. Het duurt dan ook niet lang voor het begint te regenen. Omdat we de “tent” helemaal kunnen sluiten zitten we heerlijk uit de wind. Normaal helemaal niet zulk tof weer maar voor nu precies perfect. Voeg daar een vleugje van een licht schommelende boot bij terwijl de dansende regendruppels op het dak de sfeer compleet maakt. Genietent eet ik mijn laatste frietjes en begin daarna aan mijn (nog steeds niet gesmolten) milkshake. Prima avondje uit dacht ik zo!

Als Mozes niet naar de berg komt…

Toen ik poownie kocht was ie amper veulen af. Helemaal zwart met vier witte benen en een mooie bles. Hij was zo lief en schattig maar wel een echte pony, met bijhorende pony streken. Zoals ineens aan de andere kant van een hek staan, door er per ongelijk onderdoor te rollen of het hele hek uit zijn voegen te duwen door er onder door te kruipen. Maar ook uit zijn deken “glijden” ala Houdini. Nog steeds weet ik niet hoe hij dat voor elkaar kreeg. Geregeld vond ik Poownie en dek los van elkaar terug in de wei. Beide nog helemaal heel en alle gespen dicht. 

Hij vond het ook leuk om het op een rennen te zetten. Niet omdat hij schrok van de bakkabouters. Want geloof hem maar, die zaten er ECHT, maar gewoon omdat het kon. In de wei sprintte hij meestal bij mij vandaan, ook omdat het kon. Maar als ie eens aan kwam galopperen stopte hij op tijd. Als hij schrok sprong hij om mij heen, of van mij af. Hij deed (en doet) letterlijk geen stap verkeerd. 

In al die tijd dat ik Poownie ken, en dat is inmiddels 25 jaar, heeft ie mij nog nooit expres van zich afgeworpen, gebeten of geschopt. Dat hij in een galop struikelde en mij in zijn val meenam naar de grond of dat hij pardoes een paar keer achter elkaar op mijn tenen heeft gestaan vergeten we! Poownie heeft een hart van goud. 

Ons weide seizoen laat door omstandigheden, helaas, nog even op zich wachten. Dus ik besloot dat het tijd werd om een stapje harder te lopen voor Poownie. Iets extra’s op zijn oude dag, omdat ie het verdient. Voor alle hiervoorgenoemde feiten EN omdat hij nu eenmaal Poownie is!!

Naast al het lekkers, speciaal eten en per dag een dozijn aan knuffels, poetsbeurten en liefde sta ik nu dus ook het gras voor hem te maaien. Want tja, als Mozes niet naar de berg komt… 

Overigens kwam ik niet zelf met dit briljante idee. Hij kwam van de stalbaas. Ze had een elektrische heggenschaar aangeschaft. Speciaal voor het knippen van onkruid en gras. Af en toe krijgen de paarden wat extra’s zoals brandnetel, kleefkruit, rietstengels en ander groen.

De eerste paar keer schaamde ik mij kapot. Welke koekwous staat midden in de polder nu gras en onkruid te maaien?! Maar inmiddels heb ik er schijt aan en maai mij iedere dag een slag in de rondte. Als een ware gras expert loop ik de graszoden en waterkant af. Opzoek naar die allerbeste mals ogende pol. En geloof mij, je gaat echt heel anders naar het gras kijken. Het is niet meer het simpel stukje groen verende grond. Op mijn smaakpapillen na ervaar ik zo’n beetje het zelfde wat Poownie moet voelen, zien en ruiken als hij gras eet. Bijzonder, dat dan wel weer. 

Inmiddels weet hij wat ik ga doen als ik met schaar en “voerzak” van stal vertrek en staat mij al hinnikend op te wachten. Vervolgens meng ik al mijn kostbaar verworven groene stengels in een zak met hooi. Poownie, staat als enige van de kudde ’s nachts apart en mag dan zonder hooinet op de ruif (want geen voortanden meer) eten. Heel de nacht heeft hij de tijd om die zak met hooi en gras door te spitten (= bezigheidstherapie). Zijn avondmaaltijd is in jaren niet zo smakelijk geweest. 

Waar is Poownie?

Poownie heeft mij zien aankomen en staat al bij het hek te wachten. Op de planning staat vandaag een “hapje stapje”. Of te wel een stukje wandelen met om de paar passen een hap gras. Vergelijk het maar met een diner dansant. Daar kun je hem namelijk heel blij mee maken. Met het diner bedoel ik dan. De route is een ronde om de plas. Ik hoop alleen dat we niet veel mensen tegen gaan komen. Poownie heeft net voor onze date nog even lekker door het natte zand gerold en ziet er dus niet uit. 

Het is de gewoonte geworden om hem alvast los te laten op het voorterrein. Daar scharrelt hij rond. Besnuffelt hier en daar wat, jaagt de kat de stuipen op het lijf of staat door het hek heen heimelijk naar het gras te loeren. Voor we gaan duik ik nog even het hooi-hok in, om alvast een zak te vullen. Alsof ik aan het apenkooien ben klauter ik over de balen. Poownie staat verwachtingsvol achter mij op zijn eten te wachten. 

Blijkbaar doe ik er te lang over, want als ik mij omdraai is hij verdwenen. Wanneer ik mijn hoofd vergenoeg naar buitensteek zie ik hem nergens. Het hek zit dicht en ik heb hem ook niet langs het hok horen lopen. Terug de paddock in kan ook niet want het hek heb ik achter hem dicht gedaan, toch?? Snel werp ik vanaf mijn hooibalentroon een blik in de paddock en zie alle paarden maar geen Poownie. 

Als ik naar links kijk krijg ik de schrik van mijn leven. De punt van zijn staart bungelt nog net buiten de deur. Hij is, in zijn geheel, de “zadelkamer” ingelopen. Dus eerst het trappetje op en daarna, door een gewone deur naar binnen gegaan. Hoe dan? Op zijn tenen? Ik heb er niks van gehoord. De zadelkamer is totaal niet berekend op het gestommel van een paard. Alle “worst-kaasscenario’s” schieten door mijn hoofd. Straks zakt ie door de vloer! Moet de brandweer hem eruit zagen! Of breekt ie in paniek de hele muur eruit. Wat als, wat als…

Voorzichtig, om hem niet te laten schrikken loop ik er naar toe. Hij staat verdorie op zijn gemak zijn avondeten naar binnen te schranzen. Zonder schroom kijkt hij mij aan, alsof het mijn eigen fout is dat ik de emmer daar heb neergezet. Ik wurm mij langs zijn achterwerk die de deur blokkeert en zet hem daarna in zijn achteruit. De deur deur en voorzichtig het trappetje af. Gelukkig gaat alles zonder problemen en staan we samen weer buiten. Hij verontwaardigd. Ik met tien nieuwe grijze haren extra. 

Heel even moet ik op adem komen maar besluit dan toch maar aan de wandeling te beginnen. Snel grijp ik mijn plu mee, want de lucht in de verte spreekt boekdelen. Ook dat nog! Alsof er niks aan de hand is wandelt Poownie naast mij mee. Eten uit een emmer, of verse grasjes, liefde gaat nu eenmaal door de maag. Als we op de helft van de route zijn komt mijn paraplu goed van pas. 

Het grazende geluid van Poownie in combinatie met de dansende druppels op mijn paraplu is bijna hypnotiserend. Al grazend en wandelend komen we aan het einde van het pad. Het is opgehouden met regenen. De laatste tien minuten wandelen we terug naar stal. Poownie is voldaan en ik ben gelukkig weer helemaal zen. 

 

 

 

Carnivore goes vegan…

“Kom maar door met die datums” kregen we over de app. Op de datums die doorkwamen kwam een nee, nee en heel verrassend nog een nee. Iedere keer was er wel weer een agenda van één van de dames die roet in ons etentje gooide. Het leek bijna een onbegonnen missie om iets in te plannen. Het duurde ook even maar uiteindelijk lukte het eind december om een datum te prikken voor begin februari.

Vorig jaar zijn we een aantal keer met de dames van stal uit eten geweest. Het is leuk om elkaar ook in een ander omgeving te zien. Met normale kleding en zonder hooi in het haar. Of zoals met de afgelopen stormen, verwaaid haar. Je hebt eens wat andere gespreksonderwerpen dan enkel paard. Daarnaast is het ook gewoon super gezellig. En wij zijn wel te porren voor wat gezelligheid tijdens het eten.

“Ik stel voor om jullie eens mee te nemen naar een veganistisch restaurant!! Werd er door een van de dames geopperd. Overigens al ergens in september vorig jaar. Maar toen bleek de toko waar we ons oog op hadden laten vallen compleet vol geboekt. Aangezien een datum afspreken niet bepaald vlot gaat besloten we de boel niet om te gooien maar gewoon een ander restaurant te kiezen. Wat in het vat zit verzuurt immers niet…

Dat vat werd dus begin februari geopend. De gelegenheid: Rozey in Rotterdam. Een restaurant met een all you can eat concept en waarbij enkel vegetarische en veganistische gerechten geserveerd worden. Als carnivoor, (met name steak en BBQ liefhebber) een leuke uitdaging. De menukaart zag er alvast goed uit. Voldoende om uit te kiezen en de smaakpapillen te kunnen testen. Verder is er geen tijdslimiet dus je kunt tot praktisch sluitingstijd blijven zitten. Iets wat wij (uiteraard) ook deden.

Het was even zoeken naar een parkeerplek en uiteindelijk besloten we de auto maar achter te laten in een van de parkeergarages. Waar we later op de avond een klein kapitaal mochten neerleggen om hem weer mee te mogen nemen. De slagboom eruit rijden was misschien goedkoper. Op de een of andere manier had ik een compleet andere voorstelling van het restaurant. Bij de naam Rozey denk ik aan warm en knus. Maar toen we het overvolle restaurant binnenstapte bleek dat niet echt het geval.

Het restaurant heeft een frisse, hippe maar iet wat industriële uitstraling. Echter zouden ze wel wat aan de verlichting mogen doen. We werden de hele avond verblind door de spotjes boven ons hoofd. Dat mocht de pret niet drukken. Nadat de eerste drankjes op tafel stonden gingen we los op diverse voorgerechten. Gevolgd door zo’n beetje alle hoofdgerechten. Wetende dat er ook nog plek moest zijn voor alle toetjes… Een klein nadeel was dat ze begin van de avond al door de “Kentucky-fried-bloemkool” en het Jackfruit heen waren. Tot groot ongenoegen van een van de dames. Gelukkig was er volop keus en moest ik na mijn 2e toetje passen voor de aller laatste ronde. Ik zat bomvol.

Ik had het niet verwacht maar was aangenaam verrast. De gerechten waren smaakvol en veelzijdig. Ik heb heerlijk gegeten en het (echte)vlees geen minuut gemist. De draadjesvlees bitterballen en saté waren overigens bijna niet van echt te onderscheiden! Om over de zalige cheesecake nog maar niet te spreken. Ons stal-uitje was wederom prima geslaagd. Nu eens verzinnen waar we de volgende keer heen gaan..

 

diverse vegetarische gerechten van Rozey

 

***

van ruilen komt huilen…

Van ruilen komt huilen nietwaar? Nou bijna wel toen vanmorgen mijn wekker in alle vroegte afging. Na een veel te korte nacht zat ik daar eigenlijk helemaal niet op te wachten. Maar ja, ik had zelf mijn zondagse voerdienst geruild met een stalgenoot zodat ik daar tijdens de aanstaande vakantie niet mee in de knoei zou komen. Dus slik ik de opkomende “tranen” weg en besluit nog heel even te blijven liggen. Dat even wordt een paar minuten langer maar dan moet ik er toch echt uit.

Eerst begroet ik Draak die ook nog slaapdronken op zijn stok zit. Zich afvragend waar al die drukte op de zondagochtend goed voor is. Ik geef hem vast zijn ontbijt en drink zelf nog een bak koffie. Nog geen knaag in mijn maag, maar ik weet dat mijn honger uit het niets kan komen opzetten. Dus ik neem mijn ontbijt gewoon mee naar stal, en vertrek ik toch met enige haast van huis.

Als ik aankom word ik begroet door een stel uitgehongerde paarden. Alsof ze dagen niks te eten hebben gehad. Ja, je leest het goed DAGEN!! Ik begroet het paardenvolk dan ook maar even snel en controleer intussen de hooi ruiven. Stuk voor stuk zijn ze tot op de bodem leeg gevroten. Drie paarden kijken mij aan met een blik van: “Ik zei het toch!?” Ze hebben het zo slecht bij ons…

De hooibaal die ik moet hebben ligt uiterst rechts en helemaal bovenop in het hooihok. Ik klauter met gevaar voor eigen leven naar boven om aan mijn oh zo dankbare taak te beginnen. Het stof en de losse hooistengels dwarrelen om mij heen als ik alle hooinetten vul. Op de achtergrond is het beieren van de kerkklokken te horen. Verder is het heerlijk stil. Wanneer het zoveelste net gevuld is klauter ik het hok weer uit, met het stof in mijn neus en mijn kapsel voorzien van hooi. Rechts staan paarden te hinniken en links komt een hele groep bejaarde wandelaars voorbij die mij ietwat meewarig aankijken. “Arm schepsel” lees ik boven hun hoofd. Ik zwaai vriendelijk om een gesprek te voorkomen en sleep daarna de flink gevulde netten naar hun eindbestemming.

Ik maak het mijzelf weer veel te moeilijk door er te veel tegelijk mee te willen slepen. Om mij heen zwermen de paarden in de hoop alvast een hap te kunnen nemen voor ik het in de ruiven heb kunnen verdelen. De brutalen hebben de halve wereld en dat is in het dierenrijk niet anders. Er zijn er twee die niet alleen een hap willen maar eigenlijk gewoon het hele net willen toe-eigenen. Ik moet alle zeilen bijzetten om deze brutalen “honden” op hun plek te zetten, de boel niet los te laten en ook niet over mijn of hun benen te struikelen.

Het duurt even maar dan is iedereen van een plek aan één van de ruiven voorzien. Mijn werk zit er al voor de helft op. Maar eerst is het tijd om zelf ook even te ontbijten. Met mijn brood en bak koffie zit in heerlijk in het zonnetje. Om mij heen is op dit moment niets anders te horen dan het geluid van knagende paarden en het gefluit van vogeltjes. Ach, vroeg op stal zijn is niet altijd zo erg …

 

etende paarden aan hooi ruif

 

*🐴*

Wat ooit was…

De herinneringen aan mijn opa en oma gaan ver terug. Soms verlang ik zelfs naar die periode toen we iedere zondag daar op visite kwamen. Het was vaste prik voor heel de familie. Geen uitzondering, iedereen was aanwezig. Ook al mijn neefjes en nichtjes. Ik besef nu dat dit niet altijd even makkelijk moet zijn geweest. Hadden de “grote” mensen het toen niet ook druk, druk, druk, zoals nu? En hoe moe zullen mijn neven wel niet geweest zijn na een avondje stappen? Toch was iedereen er altijd. Terwijl de heren bij elkaar zaten om te klaverjassen of sport te kijken, zaten de dames in de keuken om de laatste roddels met elkaar door te nemen. De kinderen speelden in de gang, tuin of waar dan ook waar ze niemand tot last waren.
’s Avonds aten we met zijn allen aan de grote tafel het eten dat oma voor ons had klaar gemaakt.

Spijtig genoeg overleed mijn opa op veel te jonge leeftijd. Oma moest daardoor noodgedwongen verhuizen. De spil van de familie, die geleidelijk verdween. Uiteindelijk viel de familie uit elkaar. Natuurlijk zagen we elkaar op verjaardagen. Wanneer we niet druk, druk, druk waren. Of wanneer we zin hadden. De kleintjes groeiden op en kregen een eigen leven. Familie was belangrijk. Maar vrienden, op sommige momenten, nog veel meer. Het gevoel van “toen” is niet meer terug te halen. Dat behoort tot een herinnering. Een mooie gekleurde herinnering, dat dan weer wel. Het bleek dat de verbondenheid die ooit was, door meer mensen werd gemist. Daar moest dus toch wat aan gedaan worden. De geboortedag van oma werd onze nieuwe familiedag. Inmiddels ondernemen we al jaren op of rond die datum iets leuks met heel (of een groot gedeelte van) de familie.

Gingen we vroeger nog naar pretparken en aansluitend een etentje, zoeken we het nu wat dichter bij huis. Zo ook dit jaar. Gewoon in de achtertuin, bij oom en tante. Een familie BBQ. Met voor ieder wat wils. Het hoeft niet duur en groots. Of ver van huis. Zolang iedereen er maar is. Net als vroeger. Bij opa en oma thuis. Geen uitzondering, iedereen was aanwezig. Ook al mijn neven en nichten. En daar de kinderen van. Terwijl de heren met zijn allen gebogen stonden over de BBQ zaten de dames bij elkaar met een drankje in de hand om de laatste roddels door te nemen. De kinderen speelden in de tuin, brandpoort of zaten op de bank met hun Ipad op schoot een filmpje te kijken. ’s Avonds aten we met zijn allen, met een bord op schoot, het heerlijke vlees dat oom voor ons op de BBQ had klaar gemaakt.

Later op de avond gaf mijn nichtje ons een doos vol oude fotoalbums. We bladerden ze één voor één door. Wat grappig om een sprong van meer dan 20 jaar terug in de tijd te nemen. Ook alle familieleden die er nu niet meer zijn, en dat zijn er inmiddels te veel, kwamen voorbij. Dat gaf een extra speciaal gevoel aan deze mooie dag. Zo waren ze er toch nog een beetje bij en waren we compleet.

Dat wat ooit was, is helaas niet meer.Het gevoel van vervlogen tijden. Oh ik mis het soms enorm. Hoe graag ik ook wil, het komt niet meer terug. Ik moet het doen met de herinnering en die heb ik nog. Niet alleen op foto. Maar ook veilig in mijn hoofd en in mijn hart. Gelukkig heb ik nog wel de mogelijkheid om nieuwe herinneringen te maken. Samen met mijn familie.

Wist je dat…

Wist je dat…

  • Het vandaag precies 35 jaar geleden is dat ik geboren ben;
  • Ik direct moest janken en dat nog een paar jaar vol hield;
  • Mijn moeder soms knettergek van mij werd;
  • Het uiteindelijk toch nog goed gekomen is;
  • Toch?!?!
  • Mijn moeder mij vertelde dat het een heel warme dag was toen ik geboren werd;
  • Ik altijd ziek was op mijn verjaardag toen ik klein was;
  • Ik daar nu gelukkig geen last meer van heb;
  • Ik het wel erg leuk vind om op verjaardagsvisite te gaan;
  • Ik mijn eigen verjaardag nadat ik 18 werd eigenlijk nooit echt meer heb gevierd, omdat ik mij daar totaal niet happy bij voel;
  • Mijn 29e verjaardag de laatste keer is geweest dat ik mijn verjaardag wel heb gevierd;
  • Dit tevens de laatste keer is geweest dat mijn beide ouders op mijn verjaardag zijn geweest;
  • Het mooiste cadeau dat ik gehad heb, mijn gezinnetje is;
  • Zoonlief vanmorgen moeizamer de trap af kwam dan ikke!
  • Je dus nog niet hopeloos oud bent met 35 jaar;
  • De spierpijn wel langer aanwezig blijft naarmate je ouder wordt;
  • Ik dit blogje vanmorgen al had klaar gezet maar gewoon helemaal vergeten ben te plaatsen;
  • Ik hoop dat mijn geheugen mij niet nu al in de steek gaat laten…
  • Het lijstje daarom nog even aan te vullen is met de mededeling dat we net heerlijk uit eten zijn geweest bij ons nieuwe favoriete restaurant, de Argentijn;
  • De twee heren allemaal cadeautjes hadden mee gesmokkeld en ik heerlijk verwend ben;
  • We nu lekker op de bank kruipen en met zijn drietjes een film gaan kijken!!

Jarig, 35 jaar, happy Bday

Gezonde gewoontes…

Het lukte maar niet om mij te houden aan de doelen die ik mijzelf had opgelegd. Na een paar keer haakte ik af, verzon weer nieuwe of vergat ze gewoon. Maar als je strakker in je vel wilt komen te zitten, een betere conditie wilt krijgen en nu een keer zonder blessures een 10 km uit wilt kunnen lopen dan moet je daar toch echt iets voor doen en voor laten. Ook verdiepte ik mij, al eerder, in het paleo dieet. Dit sprak mij, in combinatie met bovengenoemde doelen heel erg aan. Maar ook hier het zelfde verhaal…

Na het lezen van een artikel in de Runner’s World over gezonde gewoontes, besloot ik daar aan mee te doen. Niet je einddoel moet het streven zijn maar de gehele weg ernaar toe!! Iedere keer wanneer je gezond eet of gesport hebt ben je goed bezig. Door van iets een gewoonte te maken kun je bepaalde zaken makkelijker vol houden. Maar voor iets tot je “gewone takenpakket” behoort zullen ze eerst een aantal maal herhaalt moeten worden. En flink ook. Omdat doelen op langer termijn gedoemd zijn te mislukken plande ik voor mijzelf vier weken in.  Ik bedoel, wat zijn nu vier weken? En wanneer je zegt dat het maar één maand is, klinkt het helemaal niet zo veel.

In vier weken tijd moet ik van mijzelf een aantal stappen doorlopen. Dit allemaal bijhouden en/of afvinken in een kort dagboek. Na vier weken kijken of het verlengd kan worden, of dat ik iets moet bijstellen. Ik bedacht dit plannetje tijdens de vakantie, waar ik geconfronteerd werd met mijn, toch wel, lage conditie en de hoeveel Boor om de botten… Ik kon niet wachten om te beginnen en dat terwijl ik nog met vakantie was. Dit enthousiasme verbaasde bij enigszins. Maar motiveerde mij wel om er iedere dag even mee bezig te zijn.

Ik bedacht wat ik in een week wilde gaan ondernemen en wat minimaal vier weken vol te houden was. Ik wilde meer bewegen en gezonder eten. Naast drie maal per week hardlopen doe ik mee met de 30day challenge squat en planken. Kocht ik een springtouw (jeetje dat is zwaar!) en wil onze roeimachine vaker gaan gebruiken. Vriendlief bood aan de (kick)box technieken wat aan te scherpen om daarmee de schouder spieren te trainen en zoonlief wilde mij privéles voetballen geven. Want, zo zei hij, na een weekje ballen op het strand schijn ik daar best aanleg voor te hebben. Hihi…

Mijn waterfles gaat overal mee naar toe, aangezien ik veel meer moet drinken en ook met het eten ben ik nu iets kieskeuriger. Heb ik hier echt wel trek in? Is het nodig? Kan dit ook zonder saus? Er ligt veel meer fruit op te plank en ik ben gestopt met het toevoegen van suiker in mijn thee. Het Paleo dieet komt hier ook om de hoek kijken. Hoe meer ik hier mee bezig ben, hoe meer uitdaging ik hier in zie. Zeker toen ik er achter kwam dat een aantal collega’s ook het roer hebben omgegooid. We houden elkaar enthousiast.

Er komt zeker een vervolg op dit blog. Kijken of het mij gelukt is niet te kijken naar alleen maar het einddoel, maar naar de op zichzelf staande activiteiten. En natuurlijk kijken of het mij gelukt is van deze gezonde bezigheden, gezonde gewoontes te maken.

Keep you posted!!

Uit eten bij, Gauchos…

Uit eten gaan, doen we geregeld. Vooral het aspect om zelf niet te hoeven koken bevalt mij uitstekend. Bijkomend voordeel, je hoeft de rommel niet op te ruimen. We besloten ons buikje te vullen bij Gauchos aan de Aert van Nesstraat in Rotterdam. Het is één van de twaalf vestigingen in Nederland. Gauchos is een Argentijns grillrestaurant, dat bekend staat om de kwaliteit van hun steaks. En alleen al bij het woord steak liep het water mij in de mond.

Ik was er nog nooit geweest en wist ook niet wat ik mij bij dit restaurant moest voorstellen. Ik had een donkere ruimte verwacht met rode-, oranje- of donkerkleurige kleden over de tafels. Bruine meubels voorzien van koeienprint en typische Argentijnse “hebbedingetjes” aan de muur. Waar een gezellige relaxte vakantiesfeer je zou omarmen zodra je over de drempel zou stappen. Ik weet niet hoe ik bij deze gedachte ben gekomen… Ik kan jullie wel zeggen dat ik er een beetje naast zat.

We stapten binnen in een gezellig moderne, iet wat kleine, zaak. De openkeuken viel direct op. Gauchos Niet dat ik iedere handeling van de kok wil zien, maar een transparante werkwijze mag ik wel. De bediening zag eruit om door een ringetje te halen. We werden vriendelijk ontvangen en naar onze plek gebracht. Eenmaal aan ons tafeltje gezeten kwamen we er al snel achter dat de ruimte nogal beperkt was. Zo beperkt dat wanneer de serveerster voorbij kwam lopen je spontaan twee extra Beef Wellington over de rand van je tafeltje zag schuiven… Er stonden te veel tafels in de ruimte. Waarschijnlijk is het in de zomer allemaal wat ruimer opgezet, wanneer het terras open is. Maar het was allerminst zomer. Het was net 3 graden boven 0.

De menukaart werd uitgedeeld. De  kaart was overzichtelijk. Duidelijke vermelding bij de gerechten en een niet al te grote keuze maar genoeg om je smaakpapillen blij te maken. Daar houd ik van! In de kaart stond ook een stukje geschiedenis vermeld. Grappig om te weten dat Gauchos niet zomaar een benaming van het restaurant is. Het verwijst indirect naar het eenzame leven van de veedrijvers op de pampa’s. Uiteindelijk koos ik voor Bife de Lomo, malse ossenhaas. Er werd verder niks anders bij geserveerd. Je komt immers voor het vlees, al het andere is bijzaak. Maar dat vonden wij wat karig. Frites, of gegratineerde aardappeltjes met wat salade moet er toch zeker wel bij. Of een geroosterde maïskolf? Alles kon extra bijbesteld worden. De kok draait daar zijn hand niet voor om. Dat maakt het uiteindelijk wel een stuk duurder dan vooraf berekend. Een sausje is bijvoorbeeld al €2,= en is net genoeg om je vlees drie keer doorheen te halen.

Ondanks dat de zaak vrij vol zat en ik maar twee koks heb gezien werd ons eten binnen no-time geserveerd. We werden niet teleurgesteld. Wat een prachtig stuk vlees. Super mals en heerlijk van smaak. Het was zo zacht dat ik bijna niet hoefde te kauwen. Wil je onbekommerd van je vlees genieten zonder al te veel liflafjes, dan zit je bij Gaucho’s helemaal op de juiste plaats! Plek voor een dessert hadden we niet meer. Zo vol zaten we. Maar wat ik zo links en rechts van mij voorbij heb zien komen zag er wel erg goed en smakelijk uit.

Gauchos

Toch miste ik de ambiance en inrichting die in mijn ogen zo bepalend zijn voor de sfeer die passend is voor een grillrestaurant. Of in ieder geval iets dat meer in de buurt van mijn voorstelling kwam. Ja, de stoelen, die voldeden wel. Met heuse koeienprint. Al met al hebben we heerlijk gegeten. Maar snel terug komen naar deze locatie van Gauchos zullen we niet.

 *Bron: Foto’s komen van de website van Gauchos.