Macaroni Goreng…

Aangestoken door de kookkunsten van mijn nichtje begon ik aan het bereiden van een minirijsttafel. Een paar gerechtjes geïnspireerd op onze gezellig avond met een vleug van nostalgie. Tot onze eigen tevredenheid smaakte het prima. Zo prima dat er geregeld een vervolg kwam. Om hier en daar toch wat bij te schaven of net even anders aan te pakken. Al doende leert men. 

Deze week stond er pasta op het menu. Maar eigenlijk was ik daar wel een beetje op uitgekeken. Ik vroeg mij af of ze hier misschien ook een Indische variant op hebben. En welja, ik kwam uit bij de Macaroni Goreng. Of te wel, gebakken macaroni.Totaal niet lastig om te maken. Anders, dat dan wel weer. Vriendlief keek mij bedenkelijk aan. Moeten we dit niet gewoon bij het oude vertrouwde laten, met tomaten en saus enzo?? 

Ik besloot van niet. Dus ging ik aan de slag. Ik kookte elleboogjes, goot ze af en spoelde na met koud water. Besprenkelde alles daarna met wat olie. Volgens het recept had dit sesamolie moeten zijn. Maar bij gebrek aan werd het olijfolie. Ondertussen maakte ik een boemboe van een ui, 2 (grote)tenen knoflook en een rode peper. Voegde daar een theelepel trassi (je hele huis stinkt maar zonder kan echt niet!) laos, ketoembar en sambal aan toe. Omdat ik gekozen had voor een (mini) nasi/bami groentepakket hoefde ik niks meer te snijden. Wil je liever verse groente? Dan zou je een kool, wortel, prei en taugé kunnen gebruiken.

Nu de voorbereiding klaar was kon de wok op het vuur. Ik fruitte de boemboe tot het zacht en de uitjes glazig waren. Het gehakt rulde ik gaar. Een rare gewaarwording. Want gehakt maak ik meestal in een andere pan klaar. Ik voegde nog een half bouillonblokje toe en toen kon de groente er bij. Gevolgd door een flinke scheut ketjap. De boel werd ondertussen goed geproefd. Hier en daar werd nog wat sambal en extra ketjap toegevoegd en toen kon de macaroni erbij. 

Terwijl ik de eieren bakte kon de macaroni een worden met alle andere ingrediënten in de wok. Eigenlijk had ik het al een dag van te voren klaar moeten maken. Dan smaakt het nog lekkerder. Vriendlief, die tot dan toe nog steeds een beetje sceptisch tegenover dit gerecht stond kwam op de geur af. Die was meer dan de moeite waard om van de bank af te komen. Toen het hele gerecht goed op temperatuur was konden we aan tafel. 

In plaats van geraspte kaas en tomatenketchup kreeg dit gerecht een komkommer in zuur met een spiegel ei als garnering. De eerste paar happen waren we stil. Aller eerst omdat we beide onze mond verbranden en daarna om het eens goed te kunnen proeven. De smaak was anders maar zeker niet verkeerd. Sterker nog, ik ben veel meer gecharmeerd van deze variant, dan de Hollandse pasta gemengd met een vleug Italië. Ik zeg een blijvertje op het menu!! 

“Zou je de macaroni ook in coco’s melk kunnen koken?” Vroeg vriendlief nadat zijn bord schoon op was. Nu was het mijn beurt om bedenkelijk te kijken. Ik wil best van de gebaande paden af, maar macaroni met bounty smaakt gaat mij iets te ver. Wel kwam ik een gerecht tegen waarbij sereh gebruikt wordt. Dit is een goed idee om bij een eerst volgende pastamaaltijd eens te proberen. 

Verandering van spijs…

Onze groene draak is van het type: wat de boer niet kent eet ie niet! Bij alles wat nieuw is denkt hij op zijn minst dat ik hem wil vergiftigen. Om hem iets nieuws te laten eten moet ik vaak eerst bewijzen dat het echt reuze lekker is, er geen gif inzit en dat je er ook echt niet bij hoort als je dit niet gegeten hebt. Dus eet ik eerst zelf alles met smaak en veel vertoon (yummie yummie wat is DIT toch lekker) voor zijn snavel op. Af en toe zijn papegaaien net kinderen. 

Net als bij een mens is gevarieerd eten heel belangrijk. Niet alleen doet verandering van spijs eten (zou je denken…) maar zo krijg je ook een diversiteit aan vitamines en mineralen binnen. In de natuur eten papegaaien alles wat voorhanden is. Diverse soorten fruit, noten, grasjes, plantjes, groentes maar ook insecten, larfjes en hier en daar misschien wel een worm. Sterker nog, een wilde papegaai heeft een veel uitgebreider menu dan de huiskamervogel. Veel vogels moeten het nog steeds doen met zaadvoer en noten. Dit is dodelijk voor een vogel. 

Gelukkig is er de laatste jaren veel veranderd. Er is een hoop onderzoek gedaan en mensen (een hoop) snappen dat een vogel in een kooitje met enkel doppinda’s echt niet meer kan. Papegaaien zijn intelligente dieren die net zo oud kunnen worden als jij en ik. Onze huiskamer vogel is afhankelijk van wat wij ze aanbieden. Daarom zorgen wij voor voldoende afwisseling. We verruimen zijn leven door hem mee te nemen tijdens wandelingen, bezoek aan Poownie en fiets- en vaartochten. Maar ook door hem gevarieerde maaltijden aan te bieden. 

De samenstelling van Draak’s menu is in de loop der jaren al aardig verbeterd. Sinds een jaar of 15 krijgt ie dagelijks zijn portie “Gorden Ramsey” brokken (Harrisons pallets) Nutrieberries en zaadvoer verdeeld in diverse foerageerspeeltjes. Daarnaast allerhande groenten en fruit. 

En dat laatste, dat is het hem nu juist. In de doorsnee winkel kan ik alleen maar grootverpakkingen, diepvries of blikvoer kopen. Vroeger kon je bij de AH alles los kopen. Bij toeval heb ik een fijne groenteboer gevonden die zoveel keus heeft EN waarbij je zelf alles mag pakken. 

Nu kan ik bijvoorbeeld zomaar 4 losse radijsjes kopen. Elders alleen per tros of zak. Of wat dacht je van 3 spruiten, 1 zoete aardappel, een handje bladgroente, 4 snacktomaten en 2 mini paprikaatjes? Iedere week koop ik iets anders om zo flink te kunnen variëren. Ze denken daar ook: Die is ook geen grote eter?! Inmiddels weten dat het voor de vogel is. Ik mik van alles, zowel groente, fruit als kruiden, in mijn mandje. Dit is voor ons ideaal en veel milieuvriendelijker. Op deze manier kan ik dagelijks een gevarieerd menu voor Draak samenstellen (en voor ons) zonder dat hij dagen achter elkaar hetzelfde moet eten.

Draak is (nog) niet van alles gecharmeerd. Daarom snijd ik het klein en meng er eten door wat hij wel graag eet. Nu ik dagelijks kleine porties aanbied gaat hij steeds meer uitproberen en blijft er steeds minder liggen. Zeg nu zelf dit ziet er toch veel lekkerder uit dan simpel zaadvoer: diverse chops van gele paprika, zoete aardappel, spruitjes, mais, bladspinazie, komkommer, op een bedje van tomaat, boontjes, broccoli, radijs, gewelde kiemzaadjes, courgette en wortel afgewerkt met krokante pallets. 

Diverse soorten chips voor papegaai
Aan zijn snavel te zien heeft het gesmaakt…

Intermittent Fasting, het vervolg…

Een hongergevoel is een rot gevoel en het is makkelijk te stillen omdat er altijd en overal wel iets te eten is. Maar steeds maar wat eten is ook niet gezond. Dit is een van de (vele) redenen waarom ik begonnen ben met Intermittent Fasting (IF). Ik had het niet verwacht maar inmiddels ben ik al 3 maanden onderweg. Lees hier deel 1: het waarom, 2: de eerste 3 dagen en 3: de rest van de week. Zo bewust met niet eten bezig zijn heb ik nog nooit zo lang volgehouden. Het is leuk om steeds meer te ontdekken en op te merken bij mijzelf. 

De eerste twee weken zocht ik naar een goede balans tussen het verschuiven van mijn maaltijd, minder eten maar toch voldoende calorieën binnen krijgen. Mijn honger gevoel nam steeds verder af. Na mijn lunch van twee boterhammen zat ik al vol, maar at ik veel te weinig. Dat staat leuk op de weegschaal maar gezond is anders. Door hier en daar te schuiven krijg ik nu toch voldoende binnen. Zonder een overvol gevoel aan het begin van de middag of licht in mijn hoofd te worden aan het einde van de dag. 

In week drie kwamen mijn maag en gevoel meer op 1 lijn. De scherpe randjes van het roepen van mijn maag gingen er af. Ik ben niet meer bezig met wanneer ik mag eten. Ik voel mij niet chagrijnig als ik later eet dan anders. Geen hangry-buien!! Mijn lichaam weet dat het gevoed wordt, al is het iets later. 

IF is echt een heel mooie methode om te leren luisteren naar je lichaam. Ik heb het verschil leren voelen tussen daadwerkelijk honger hebben en dus moeten eten of wanneer ik trek heb en daarom wat wil snaaien. Een gezonde keuze maken wordt hierdoor steeds makkelijker. Ook een voedingsswitch maken lukt beter. Ik eet nu bruinbrood. Drink meer water en ben bijna gestopt met koffie. Mijn snacks zijn gezonde zaden, nootjes en pitten in plaats van chips en koek. Ik heb de zoete aardappels ontdekt en eet meer groentes. Ik heb nog nooit zo van mijn avondeten genoten als de afgelopen maanden. Alles, maar dan ook echt alles, smaakt zoveel lekkerder. Alleen daarom al kan ik je aanraden om te gaan vasten. 

Het minderen van suiker en melk in mijn koffie leek een logisch stap. Maar echt, ik kreeg het niet weg. De trek nam ook rap af. Daarom heb ik besloten om de koffie in de ochtend maar gewoon te skippen. Mijn eerste bakkie drink ik pas zodra ik stop met vasten en die smaakt mij toch lekker!! Zelfs de cappuccino op het werk smaakt goddelijk. Ik ben begonnen met het drinken van verse gember thee. Dat is een prima vervanger voor koffie en smaakt ook goed. 

Na zes weken was mijn interesse in snoep en chips praktisch helemaal weg. En na drie maanden eigenijk nog steeds. Zelfs in de winkel kan ik zonder te watertanden langs het snoepvak of de bakker. Ik ontzeg het mij niet maar probeer beter te kijken naar wat ik eet. Zeker nu ik zo goed bezig ben vind ik het zonde om klakkeloos en zonder doel dan enkel maar iets te knagen, snoep naar binnen te schuiven. 

Door niet te snacken ben ik inmiddels 3 kg kwijt. Het was niet mijn doel, maar toch mooi meegenomen. 

IF, de rest van de week…

Hier lees je waarom ik met IF begonnen ben. Samengevat vooral om mijn maag wat meer rust te gunnen. Zodat mijn lichaam tijd heeft om andere processen beter te reguleren en te herstellen. Hier lees je mijn eerste 3 dagen.

Dag 4: ik heb het zwaar deze ochtend. Ik begon zonder probleem maar voor het eerst deze week kijk ik om 09.30 uur al uit naar mijn lunch. Ik ga niet van mijn stokje, maar mijn maag is mij flink op de proef aan het stellen. Tot overmaat van ramp is de koffie op het werk, met maar een ietsiepietsie melk en suiker ook nog eens niet te drinken. Thuis zit er tenminste nog koffiesmaak aan. Ik snap nu de term: bakkie slootwater wat beter, dit komt heel dicht in de buurt. 

Ik ben aan het afkicken van eten en krijg daarom ook minder suikers binnen. Als ik in plaats van de cappuccino met suiker dus een bak slootwater neem, gaat een deel van mijn lichaam in een hoekje staan mokken als een klein kind. Ik laat het even voor wat het is en begin aan mijn werk. Mijn lichaam draait (hopelijk) vanzelf bij. Wel ervaar ik voor het eerst aan het einde van de dag wat hoofdpijn. Dat zijn mogelijk de ontwenningsverschijnselen. Ik besluit de volgende dag wat meer water te drinken. 

Dag 5 gaat, mede door de drukte op mijn werk, als een trein voorbij. Mijn maag protesteert iets minder. Ik heb geen behoefte aan snoep, koek of wat dan ook. Zou het echt zo snel wennen? Ik gok er niet al te veel op. Het kan zomaar een afleidingsmanoeuvre van mijn lichaam en geest zijn om mij straks weer 180 graden de andere kant op te laten gaan. Maar ook het einde van de dag en avond kom ik prima door. Ik ga ruim 2 uur later dan anders naar bed en nog steeds geen trek in zoetigheid. Terwijl vriendlief, zonder schroom, van alles voor mijn neus naar binnen propt. “Ik ben sterk! Ik kan dit!” 

Dag 6 start zowaar nog beter dan 5. Ik ga vroeg op pad en ben rond 12.00 uur weer thuis voor de lunch. Met alleen maar een paar glazen water en een bak koffie achter mijn kiezen had ik verwacht flinke honger te hebben. Ik heb enkel grote trek. Mijn lunch bestaat nog steeds uit maar twee (goed belegde, dat wel) bruine boterhammen en fruit. Voor later op de dag heb ik een ongezouten notenmix en wat snackgroenten voor handen. Maar echt trek heb ik niet. 

Dag 7 voelt als een verlengde van 6. Nog steeds zit er een duiveltje op mijn schouder die om de paar uur roept: We hebben nog koekjes!! Ik ga heel bewust te raden bij mijzelf: “Heb ik honger? Heb ik trek?” Iedere keer is dat antwoord nee en nee. 

Na een week IF zijn mij een paar dingen opgevallen. Het lijkt of de smaakpapillen zich verfijnt hebben. Alles wat ik eet is intenser en zoeter van smaak. Ik voel mij lichter. Leger, dat ook, maar vooral niet zo opgeblazen. Nu al! Ik slaap rustiger en mijn hartslag is lager. Allemaal terug te zien via mijn horloge. Terwijl afvallen niet mijn hoofddoel is ben ik al 1.5 kg kwijt. Ik moet er wel op letten voldoende calorieren binnen te krijgen. Is het mij mee gevallen? 100%. Ga ik er mee door? Zeer zeker!!

IF, de eerste drie dagen…

Hier lees je deel 1. De eerste twee dagen gingen eigenlijk heel makkelijk. Ik startte in het weekend. Was hierdoor later wakker en door de planning ook al vroeg van huis. Eigenlijk een beetje zoals ik had verwacht. Inmiddels breekt mijn derde dag aan. Nu voel ik bij het opstaan toch wel een knaagje in mijn maagje. Ik weiger toe te geven. Ik voel mij verder oké en zoals bij alles wat anders gaat zal mijn lichaam eerst moeten ontwennen en wennen. Ik start de dag met een bak koffie en een fles water. 

Ik ben eigenlijk helemaal niet met het eten bezig. Mijn werk geeft afleiding. Maar halverwege de ochtend voel ik daar mijn maag weer. Hij protesteert en komt in opstand. Hij is het niet eens met mijn vasten-plan. Ik leg hem het zwijgen op door nog een glas water naar binnen te gieten. Voor nu is dat voldoende. Uit de ervaringen die ik gelezen heb is het vooral de eerste week wat ongemakkelijk. Goed naar je lichaam luisteren en indien nodig je vastenplan iets aanpassen is het devies. 

12.00 uur, lunchtijd. Mijn ogen zijn groter dan mijn maag. Ik pak vier boterhammen. Die normaal ook echt opgaan. Nu niet, na twee zit ik echt vol. Zelfs mijn appel past er niet meer bij. Nu al, na dag drie? Denk ik. Inmiddels ben ik mijn Pinterest aan het vullen met lekkere en gezonde maaltijd ideeën en snacks. Bij minder eten wil ik wel dat ik voldoende goede voeding binnen krijg. 

Een logische stap is ook het afbouwen van suikers. Helemaal zonder zal ik (nog) niet kunnen maar de koffie is een prima doelwit om mee te beginnen. Ik geef mijzelf een aantal weken om af te bouwen. Ik drink het nu nog met een ietsje pietsie suiker en melk. 

Het einde van de werkdag breekt aan. Een moment waarop ik altijd wat te snaaien pak. Ik hoor de snackies al gillen vanuit de la: EET MIJ!! Het duiveltje op mijn schouder doet er nog een schepje bovenop: “Geeft niet joh!! Pak gewoon. Niet eten is zoooooo 2020.” Alles om mijn vastberadenheid te laten wankelen. Ik doe het niet. De koeken blijven liggen waar ze liggen. Ik voel mij ver boven ze verheven. Voldaan schuif ik de la weer dicht. Geen idee hoe lang dit gevoel blijft. Het gaat mij lukken om te wachten tot het avondeten!

En die maaltijd bestaat uit groene groente met zoete aardappel (leuke kleurencombinatie) en vis. Oh wat keek ik hier naar uit. Want tussendoor heb ik mij echt ingehouden. Ik heb daar mijn stinkende best voor moeten doen. Geen koekje, geen snoepje alleen een appel rond 15.00 uur en water, heel veel water. De maaltijd smaakt goddelijk. Ik heb dan ook heel bewust van iedere hap genoten. Ik vond het jammer dat mijn bord leeg was. 

Deze drie dagen voelen als een overwinning. Zonder chagrijn. Zonder hongerklap. Mijn maag was leeg, dat merkte ik wel. Maar heel veel ongemak heb ik hier niet van gehad. Ik ben niet veranderd in een draak, spuugde geen vuur en had ook geen hangry bui. Dat schijnt nl ook een van de vele voordelen van Intermittent fasting te zijn. Geen grote pieken en dalen meer in je bloedsuikerspiegel en geen hangry buien meer. 

Ik voel mij lichter. Leger, dat ook. Maar vooral lichter. En trots dat zeker! Op naar de rest van de week. 

Intermittent fasting…

Oké, deze term heb ik vaker voorbij zien komen. Ik heb er nooit heel veel tijd aan besteed om uit te vogelen wat het precies is. Vasten zelf is al een eeuwenoud gebruik. Dat doen mensen met Ramadan of vanuit andere geloofsovertuigingen. Mensen die ziek zijn, of die willen afvallen… Maar ik? Nee, eten en Deb gaan hand in hand. Dus geen haar op mijn hoofd die het nodig vond om hier meer over te weten te komen. Never change a winning team!!

Maar waren mijn geest, lichaam en ik wel zo’n winning team? De laatste paar maanden zit ik nu niet zo heel erg lekker in mijn vel. Ondervind ik diverse lichamelijke kwalen en mijn hormoonhuishouding lijkt hier en daar al enige tijd verstoord. Met het ouder worden veranderd er uiteraard ook van alles. Toch blijft er iets aan mij knagen, en nee niet mijn lege maag, dat dit niet alles is. 

Toen las ik het blog van Levensjutters. Ze gaf mij het zetje dat ik nodig had. Ik besloot mij er toch eens in te verdiepen. Waar het op neerkomt is dat je het tijdsframe van wanneer je eet verkleind. Dus geen drie maaltijden en tig tussendoortjes. Je eet wat je moet/wil eten in een kortere periode. Hierdoor heeft je lichaam een langere periode rust en daardoor tijd om andere zaken in je lichaam weer op orde te brengen. Zaken waar het anders niet aan toekomt. Misschien wel de reden waarom ik mij soms zo moe, vol en opgeblazen voel.

Intermittent fasting (IF) wordt ingezet om af te vallen, je energieker te voelen, beter te slapen en (chronische) ziektes te voorkomen. Nu is afvallen niet de opzet van mijn plan. Toegegeven, het is een mooie bijkomstigheid. Wat voor mij doorslaggevend is, is dat vasten van invloed is op herstelprocessen, je genen en hormoonhuishouding. Met name insuline, dat er voor zorgt dat je bloedsuikerspiegel weer daalt. Hoe lager de insuline hoe beter je vetten kunt verbranden. Minder pieken en dalen. Meer rust voor je maag en darmen (die weer communiceren met de hersens). De lijst met voordelen lijkt oneindig.

Er zijn veel schema’s te vinden en ik zag dat ik al geregeld deze weg bewandel. Ik sla soms mijn ontbijt over omdat ik geen honger heb. Het probleem is alleen mijn inname aan snackie’s tussendoor. Eigenlijk eet ik de hele dag. Als ik de snacks op de avond nu eens weglaat? Dus na, laten we zeggen 20.00 uur, niks meer eten. Ik schuif mijn ontbijt op naar de lunch van 12 uur en drink enkel nog water, thee en koffie? Dan zou ik al “voldoen” aan het 16/8 schema. Ik kan nog een buffer inbouwen door de klok van 20 naar 22 uur te verplaatsen bij echte honger. Of mijn lunch iets te vervroegen naar 11.00 uur. Klinkt als te doen!

Ik wil niet al te streng zijn, maar ik wil dit wel serieus een kans geven. Dus besloot ik te starten in het weekend. Want dan pak je de voordelen terwijl je lekker ligt te slapen. Win/win. Natuurlijk moet ik ook mijn inname aan voedsel onder de loep gaan nemen. Het heeft geen nut om te vasten als je daarna alleen maar troep wegwerkt. Stapje voor stapje! Ik ben benieuwd hoe mij dit gaat bevallen. Lezers: fasten your seatbelts, ik ga jullie meenemen op mijn “vasten-reis”…

Rijsttafel…

Een tijdje terug was ik te gast bij mijn nichtje. We zouden daar gaan BBQ-en. Maar omdat het weer omsloeg en er voor heel de dag 100% regen zou vallen vroeg ze ons of we er bezwaar tegen hadden dat het diner werd aangepast naar een “home-made Indische rijsttafel”. Daar hadden wij zeker geen bezwaar tegen. 

Eenmaal binnen rook het er al helemaal bekend. Voor een deel naar “vroeger”, wanneer we als kind bij oma over de vloer kwamen. Voor een deel naar eigen recept. Vol bewondering keek ik naar wat ze allemaal op het aanrecht had staan. Er stonden al diverse potjes en pannetjes te pruttelen. Een deel was reeds bereid en een deel werd klaar gemaakt terwijl we gezellig aan het kletsen waren. Ik kreeg spontaan grote trek bij alle geuren. Als dit mijn thuis was geweest zou ik herhaaldelijk met mijn jatten in de pan gezeten hebben om alvast voor te proeven. Ik hield mij in. 

Alle gerechten kwamen uit een prehistorisch kookboek dat de tand des tijds had doorstaan. Iedere stap in het hele proces werd keurig gevolgd en dat leverde uiteindelijk een zeer smaakvolle maaltijd op. Zo smaakvol dat ik mij gerust 30 tot 35 jaar terug in de tijd waande. Aan tafel bij opa en oma tussen al mijn ooms en tantes. 

Ik realiseerde mij dat ik de kookboeken van mijn moeder niet meer tot mijn beschikking heb. Als ik ze al zou hebben, liggen ze ver achterin op zolder weggestopt. Aan internet had ik ook niks. Daar wordt een gerecht al Indisch genoemd als er een sjalot en een scheut ketjap in gaat. Overigens diverse keren geprobeerd maar ik miste steevast de Indische bite die ik bij de gerechten van oma en mijn moeder wel altijd proefde. En nu dus ook, aan tafel bij mijn nichtje.

Ze schoot te hulp door een aantal bladzijdes uit het boek voor mij te kopiëren. Online vond ik nog twee sites waar volgens authentieke wijze recepten werden klaargemaakt. Ik maakte een combinatie van de diverse gerechten en besloot er mijn eigen draai aan te geven. Maar eerst moest ik langs de toko om de missende ingrediënten te kopen. 

Juist de ontbrekende kruiden zijn de smaakmakers die ik bij mijn eigen gerechten dus altijd miste. Denk hierbij aan sereh, daoen salam en kemiri noten. Daar wordt in de “simpele online keuken” met geen woord over gerept. Oké toegegeven, de kokosmelk of blokje santen en kruitnagel door de rijst had ik zelf nog wel kunnen bedenken. 

En in plaats van het bakje boemboe van Conimex besloot ik nu ook die maar helemaal zelf te maken. Dus stond ik de avond van te voren de boel al fijn te stampen in mijn pas aangeschafte vijzel. Nou dat is niet helemaal waar. Ik masseerde de sjalotten, nootjes, trassi en andere kruiden met liefde tot een egaal mengsel voor de marinade van het vlees. Want naast de juiste kruiden is het de liefde die de finish in touch geeft.

De volgende dag stond ik ’s middags al weer vroeg in de keuken. Met iedere minuut die verstreek kwamen er meer geuren vrij. Een goede voorbode voor de smaak van straks. Mijn zwoegen werd beloond. Ik had het voor elkaar gekregen om een minirijsttafel op te dienen. Hier en daar moet nog wat geschaafd worden om de smaken te verfijnen. Maar mijn (o)ma zou trots op mij zijn!

Dinner with a view…

Begin mei: 

“Wat wil je eten vanavond?” Vraag ik vriendlief. “Dat mag jij verzinnen, want ik heb de afgelopen twee dagen al iets bedacht.” Krijg ik als antwoord. “Nou precies!” roep ik weer. “Drie maal is scheepsrecht, toch?” Het is eigenlijk al te laat om nog even op mijn gemak op internet te struinen en iets origineels te bedenken. Uiteten is ook nog geen optie. Of toch wel??

“Ik heb een idee!!” Roep ik. “Zullen we naar de haven rijden en daar iets gaan eten?” Ik krijg eerst en verontwaardigde blik mijn kant opgeworpen. “Alles is nog dicht!?” Dat is waar. Maar je kunt er wel afhalen. “We halen gewoon wat bij een van de tentjes op de hoek.” Is mijn antwoord. Het waait en de regen komt zo nu en dan met bakken uit de hemel. Niet echt lekker vaar-weer. Maar we gaan dan ook helemaal niet weg met de boot. We gebruiken hem als uitvalsbasis voor een avondje weg. Vanavond is hij ons drijvende restaurant. We gaan sinds tijden weer eens uit eten! 

Als we de brug over en van provincie gewisseld zijn komt daar plots de zon te voorschijn. Stiekem hoop ik op een omslag in het weer. Begrijp mij niet verkeerd. Ik ben een echt mooi weer mens. Maar het geeft net wat extra sfeer als je warm binnen in de “tent” zit en de druppels gestaag op het dak roffelen. 

Wanneer we de hoek om rijden zien we de haven baden in het zonlicht. De lucht achter mij is donkerder en onheilspellender dan ooit. Dat heeft ook wel weer iets bijzonders. Hoewel de wind is gaan liggen kan het nog alle kanten op. Het is begin mei maar een hoop boten liggen nog op de kant. Het is dan ook helemaal niet druk. Wel met campers. Sinds de haven een speciale camperplek heeft gemaakt staan er altijd wel campers en caravans. Het geeft mij een extra vakantie gevoel. 

Voor zover we kunnen zien is de keus niet heel erg groot. De restaurants om de haven heen zijn dicht maar de laan met diverse snackbars is wel open. Pizza, Chinees, shoarma of de patatboer? We besluiten voor het laatste te gaan. Als de keus eenmaal is gemaakt gaat vriendlief het ophalen terwijl ik de tafel voorzie van de nodige eetgerij. 

Vanaf de boot zie ik hem alweer aankomen. Waar we in het verleden ook uit eten zijn gegaan, het  is nog nooit zo snel opgediend. Misschien komt het door de andere omgeving of door de sfeer. De patat smaakt hier in ieder geval echt heel erg lekker. Het is een combinatie tussen Bramladage en zelfgemaakte frites. Knapperig van buiten, zacht van binnen. En de ordinaire kaassouflee smaakt hemels, om over de saus nog maar niet te spreken. 

Inmiddels verbergt de zon zich achter een flinke donkere wolk. Het duurt dan ook niet lang voor het begint te regenen. Omdat we de “tent” helemaal kunnen sluiten zitten we heerlijk uit de wind. Normaal helemaal niet zulk tof weer maar voor nu precies perfect. Voeg daar een vleugje van een licht schommelende boot bij terwijl de dansende regendruppels op het dak de sfeer compleet maakt. Genietent eet ik mijn laatste frietjes en begin daarna aan mijn (nog steeds niet gesmolten) milkshake. Prima avondje uit dacht ik zo!

Als Mozes niet naar de berg komt…

Toen ik poownie kocht was ie amper veulen af. Helemaal zwart met vier witte benen en een mooie bles. Hij was zo lief en schattig maar wel een echte pony, met bijhorende pony streken. Zoals ineens aan de andere kant van een hek staan, door er per ongelijk onderdoor te rollen of het hele hek uit zijn voegen te duwen door er onder door te kruipen. Maar ook uit zijn deken “glijden” ala Houdini. Nog steeds weet ik niet hoe hij dat voor elkaar kreeg. Geregeld vond ik Poownie en dek los van elkaar terug in de wei. Beide nog helemaal heel en alle gespen dicht. 

Hij vond het ook leuk om het op een rennen te zetten. Niet omdat hij schrok van de bakkabouters. Want geloof hem maar, die zaten er ECHT, maar gewoon omdat het kon. In de wei sprintte hij meestal bij mij vandaan, ook omdat het kon. Maar als ie eens aan kwam galopperen stopte hij op tijd. Als hij schrok sprong hij om mij heen, of van mij af. Hij deed (en doet) letterlijk geen stap verkeerd. 

In al die tijd dat ik Poownie ken, en dat is inmiddels 25 jaar, heeft ie mij nog nooit expres van zich afgeworpen, gebeten of geschopt. Dat hij in een galop struikelde en mij in zijn val meenam naar de grond of dat hij pardoes een paar keer achter elkaar op mijn tenen heeft gestaan vergeten we! Poownie heeft een hart van goud. 

Ons weide seizoen laat door omstandigheden, helaas, nog even op zich wachten. Dus ik besloot dat het tijd werd om een stapje harder te lopen voor Poownie. Iets extra’s op zijn oude dag, omdat ie het verdient. Voor alle hiervoorgenoemde feiten EN omdat hij nu eenmaal Poownie is!!

Naast al het lekkers, speciaal eten en per dag een dozijn aan knuffels, poetsbeurten en liefde sta ik nu dus ook het gras voor hem te maaien. Want tja, als Mozes niet naar de berg komt… 

Overigens kwam ik niet zelf met dit briljante idee. Hij kwam van de stalbaas. Ze had een elektrische heggenschaar aangeschaft. Speciaal voor het knippen van onkruid en gras. Af en toe krijgen de paarden wat extra’s zoals brandnetel, kleefkruit, rietstengels en ander groen.

De eerste paar keer schaamde ik mij kapot. Welke koekwous staat midden in de polder nu gras en onkruid te maaien?! Maar inmiddels heb ik er schijt aan en maai mij iedere dag een slag in de rondte. Als een ware gras expert loop ik de graszoden en waterkant af. Opzoek naar die allerbeste mals ogende pol. En geloof mij, je gaat echt heel anders naar het gras kijken. Het is niet meer het simpel stukje groen verende grond. Op mijn smaakpapillen na ervaar ik zo’n beetje het zelfde wat Poownie moet voelen, zien en ruiken als hij gras eet. Bijzonder, dat dan wel weer. 

Inmiddels weet hij wat ik ga doen als ik met schaar en “voerzak” van stal vertrek en staat mij al hinnikend op te wachten. Vervolgens meng ik al mijn kostbaar verworven groene stengels in een zak met hooi. Poownie, staat als enige van de kudde ’s nachts apart en mag dan zonder hooinet op de ruif (want geen voortanden meer) eten. Heel de nacht heeft hij de tijd om die zak met hooi en gras door te spitten (= bezigheidstherapie). Zijn avondmaaltijd is in jaren niet zo smakelijk geweest. 

Waar is Poownie?

Poownie heeft mij zien aankomen en staat al bij het hek te wachten. Op de planning staat vandaag een “hapje stapje”. Of te wel een stukje wandelen met om de paar passen een hap gras. Vergelijk het maar met een diner dansant. Daar kun je hem namelijk heel blij mee maken. Met het diner bedoel ik dan. De route is een ronde om de plas. Ik hoop alleen dat we niet veel mensen tegen gaan komen. Poownie heeft net voor onze date nog even lekker door het natte zand gerold en ziet er dus niet uit. 

Het is de gewoonte geworden om hem alvast los te laten op het voorterrein. Daar scharrelt hij rond. Besnuffelt hier en daar wat, jaagt de kat de stuipen op het lijf of staat door het hek heen heimelijk naar het gras te loeren. Voor we gaan duik ik nog even het hooi-hok in, om alvast een zak te vullen. Alsof ik aan het apenkooien ben klauter ik over de balen. Poownie staat verwachtingsvol achter mij op zijn eten te wachten. 

Blijkbaar doe ik er te lang over, want als ik mij omdraai is hij verdwenen. Wanneer ik mijn hoofd vergenoeg naar buitensteek zie ik hem nergens. Het hek zit dicht en ik heb hem ook niet langs het hok horen lopen. Terug de paddock in kan ook niet want het hek heb ik achter hem dicht gedaan, toch?? Snel werp ik vanaf mijn hooibalentroon een blik in de paddock en zie alle paarden maar geen Poownie. 

Als ik naar links kijk krijg ik de schrik van mijn leven. De punt van zijn staart bungelt nog net buiten de deur. Hij is, in zijn geheel, de “zadelkamer” ingelopen. Dus eerst het trappetje op en daarna, door een gewone deur naar binnen gegaan. Hoe dan? Op zijn tenen? Ik heb er niks van gehoord. De zadelkamer is totaal niet berekend op het gestommel van een paard. Alle “worst-kaasscenario’s” schieten door mijn hoofd. Straks zakt ie door de vloer! Moet de brandweer hem eruit zagen! Of breekt ie in paniek de hele muur eruit. Wat als, wat als…

Voorzichtig, om hem niet te laten schrikken loop ik er naar toe. Hij staat verdorie op zijn gemak zijn avondeten naar binnen te schranzen. Zonder schroom kijkt hij mij aan, alsof het mijn eigen fout is dat ik de emmer daar heb neergezet. Ik wurm mij langs zijn achterwerk die de deur blokkeert en zet hem daarna in zijn achteruit. De deur deur en voorzichtig het trappetje af. Gelukkig gaat alles zonder problemen en staan we samen weer buiten. Hij verontwaardigd. Ik met tien nieuwe grijze haren extra. 

Heel even moet ik op adem komen maar besluit dan toch maar aan de wandeling te beginnen. Snel grijp ik mijn plu mee, want de lucht in de verte spreekt boekdelen. Ook dat nog! Alsof er niks aan de hand is wandelt Poownie naast mij mee. Eten uit een emmer, of verse grasjes, liefde gaat nu eenmaal door de maag. Als we op de helft van de route zijn komt mijn paraplu goed van pas. 

Het grazende geluid van Poownie in combinatie met de dansende druppels op mijn paraplu is bijna hypnotiserend. Al grazend en wandelend komen we aan het einde van het pad. Het is opgehouden met regenen. De laatste tien minuten wandelen we terug naar stal. Poownie is voldaan en ik ben gelukkig weer helemaal zen.