Back on track…

Terwijl de “echte” fotografen hier en daar nog een wedstrijd en training konden meepakken in de corona tijd vorig jaar, lag het werk voor mij als “hobby” fotograaf compleet stil. Af en toe ben ik er wel op uitgetrokken met mijn camera maar dat is toch anders. En ook nu merkte ik dus dat rust roest….

Het duurden toch wel even voor ik mijn draai langs het voetbalveld gevonden had. Ik schoot matige foto’s. Waar de actie scherp op de plaat moest zat ik er geregeld naast. Dus scherp op de verkeerde plaatsen in de foto. Of gewoon helemaal blur. Spelers maar half op de foto. Of gewoon niet… Wel de actie maar niet de bal. Of wel de bal maar geen speler. Om gek van te worden. Het leek wel of ik de snelheid niet meer bij kon benen. Alsof mijn vingers, die normaal de knoppen blindelings weten te vinden nu niet wisten wat ze moesten doen. 

Daarom was ik erg blij met de oefenwedstrijden die aan het begin van het seizoen in de planning stonden. Op deze manier had ik wat respijt en kon ik, net als de boys, ook een beetje in shape komen voor een nieuw voetbaljaar. Helaas moest ik daarbij wel een aantal spelers teleurstellen. Want ik schoot minder(e) platen dan anders. 

Ik besloot mijn plek naast het veld even om te ruilen naar achter het veld. Het voordeel van deze kant is dat je de spelers op je af ziet komen. Het maakt het voorspellen van de actie wat makkelijker en het volgen van de speler en bal ook. Hiermee nam ik voor mijzelf een aantal hindernissen weg. Een nadeel van deze zijde is de korte afstand tot het doel en de keeper. De capriolen die door de keeper uitgevoerd worden kunnen hierdoor niet altijd goed worden vast gelegd. 

First things first. Terug naar de basis. Wennen aan de snelheid en de actie’s op het veld. Dan weer werken aan toffe plaatjes van de keepers. Het duurde voor mij een wedstrijd of drie toen ik het weer een beetje in de vingers voelde terugkomen. Bij de vierde en vijfde wedstrijd zat ik zelfs weer helemaal in mijn eigen bubbel. En nu kijk ik de hele week reikhalzend uit naar zaterdag.

Na een paar weken durfde ik het weer aan om de achterlijn los te laten en voorzichtig wat naar voren te schuiven. Met een lens van 300 mm is mijn bereik hier en daar wat beperkt. Maar vanaf de zijlijn lukt het aardig om de acties op het middenveld redelijk vast te leggen. En de spelers weten het ook. Nog voor ik thuis ben heb ik de eerste berichtjes alweer ontvangen: “wanneer staan de foto’s online?” 

Het verbaasde mij dat ik dit zo vreselijk gemist had. Iemand die nooit iets van voetbal moest hebben, zegt nu dat ze het voetballen gemist heeft. Hoewel, het spelletje zelf niet echt. Meer de acties op het veld. De spelers. Hun enthousiasme en gedrevenheid wanneer ze zich vol overgave storten op de bal, het doel of hun tegenspeler. Die energie en chemie samen maken mijn foto’s. 

Met dank aan FC Dordrecht Jeugdopleiding…

Regenval in de polder…

Poownie herkent het geluid van mijn auto al een tijd. Op stal staat hij dan al bij het hek van de paddock op mij te wachten. Maar nu herkent hij ook de vorm of de kleur. Het zal mij niets verbazen dat ie het merk op zou kunnen noemen als ie kon praten. Ik sta mij, achter de auto dus uit zijn zichtsveld, in mijn regenpak te wurmen als hij van achter uit de wei aan komt wandelen. Zijn graasmaten laat hij achter. Ondanks het shit weer kan ik een glimlach niet onderdrukken. 

Geloof mij, lieve lezer, het is wel eens anders geweest. Poownie heeft mij in zijn jongere jaren heel wat kilometers achter zich aan laten lopen. Op het moment dat ik hem bijna te pakken had, zette hij een drafje in naar de andere uithoek van de wei. Als ik dan weer in de buurt kwam rende hij met zijn neus en staart in lucht terug naar het hek van diezelfde wei. “Pak mij dan, als je kan, je kunt mij toch niet pakken!” Dit herhaalde zich een stuk of 10 keer. Als ik toen een stappenteller had was ik met 1 bezoek aan Poownie al aan mijn doelen voor die hele week gekomen.

Maar we worden allemaal wat ouder, wijzer zou ik niet willen zeggen maar wel rustiger. Alhoewel, misschien ook dat niet eens. Laat ik het er maar op houden dat Poownie snapt dat als hij rondjes blijft rennen ik na twee rondjes gewoon weer wegga. Dan heeft hij geen snoepje, boterham, appel of wat voor lekkers dan ook. En dat is onacceptabel. Kijk, ik zou best willen geloven dat hij voor mij naar het hek komt lopen, maar zoals we allemaal weten: liefde gaat door de maag. 

Terwijl de regen eindeloos traag uit de hemel komt vallen sta ik met mijn laarsjes in de zompige berm. De berm die uitzicht geeft op onze eigen wei. De berm met super malse grassprieten, en de kruidigste onkruidjes die er maar te vinden zijn. Dit weet ik allemaal dankzij mijn planten-app. (Heel handig!!) Nu onze wei wat schraler aan het worden is neem ik hem zo nu en dan eens mee uit grazen. En je kunt hem niet blijer maken. In zijn ogen is dit vele malen leuker dan wandelen.

Er groeit hier werkelijk van alles. Rode-, witte-, smalle rol- en akkerhoning klaver. Die laatste is bijvoorbeeld weer goed voor de doorbloeding, werkt bloedzuiverend en is ondersteunend bij de werking van de lymfe. Er groeit ook luzerne, met zijn prachtige paarse bloemetjes. Ook heel gezond met veel eiwitten en vitamines. Er groeit zelfs kamille. Volgens de app is dit de stinkende variant. Ik ruik niks vies aan dit plantje. Poownie kiest met smaak zijn maaltijd bij elkaar. 

Ik ben blij dat ik mij in een regenpak gehesen heb. Het is namelijk nog niet gestopt met regen. Sterker nog, het is harder gaan regenen. Met mijn capuchon op klinkt de vallende regen een stuk gezelliger. Er is verder niemand te bekennen. De verlatenheid en rust die er hangt is een weldaad voor mijn geest. 

Poownie’s brunch duurt ongeveer een uur. Dan is hij er wel klaar mee. Via de andere groenstrook wandelen we, nog steeds in de regen, terug naar de wei. Voldaan en met een volle buik loopt hij zuchtend bij mij vandaan terug naar zijn maten achter in het land.

Early bird…

Eigenlijk stond hij voor in mijn vakantie gepland. Net als een hoop andere nog-te-doen-bezigheden. Misschien dat het er daarom niet helemaal van gekomen is. Dat, en uiteraard mijn lekkere bed. Want hoewel ik al enige tijd mijn wekker ook op vrije dagen vroeg zet, is het wel verleidelijk om deze iets later te zetten dan op een werkdag. Maar omdat ik mij herinnerde dat ik een paar jaar terug zo genoten heb van mijn ochtend hardloopsessies, offerde ik mijn enige vrije dag van die week hiervoor op. 

Nou ja, opofferen? Ik deed het graag. Toen mijn wekker om 04.45 uur (in de ochtend!!) afging sprong ik figuurlijk gezien want letterlijk ging het iets langzamer, mijn bed uit. Mijn spullen had ik de dag ervoor al klaar gezet. Ik hoefde alleen mijn ontbijt nog maar te smeren. Griste nog snel een fles water uit de koelkast en ik kon op pad.

De klok tikt 05.30 uur aan als ik bij het water aan kom. Geen mens, geen hond, niemand. Ik hoor alleen de vogels. Niet veel later is het toch echt even gedaan met de rust. Ik ben mijn SUP aan het oppompen en dat gaat niet geheel geruisloos. Er staan gelukkig geen huizen in de directe omgeving. Uit voorzorg sta ik toch achter mijn auto zodat het geluid tot een minimum beperkt wordt. We willen geen overlast op dit tijdstip.

Het is 05.45 als ik met SUP en al het water in glij. Ik paddel naar het midden en houd dan stil. Het is alsof alles nog in diepe rust verkeerd. Op de vogels na, die kwetteren en fluiten nu om het hardst. Maar verder is het echt helemaal stil. Er staat geen stroming en er staat geen wind. De zon is al even wakker en slaat mij vanaf de horizon gade. Ze begeleid mij op mijn eenzame tocht over het water. 

Toen ik nog wekelijks aan hardlopen deed kon ik ook zo genieten van de vroege ochtenden. Er is geen enkel moment binnen de 24 uur die zo vredig en kalm aanvoelt als het ontwaken van de dag. Ik voel een innerlijke rust en daarmee een blijdschap over mij heen komen. Konden de dagen allemaal maar zo zijn. Wat een zalig gevoel is dit.

Er hangt hier en daar nog een flard mist over het water. Voor het mooie ben ik eigenlijk nog een half uur te laat. Dan had er meer nevel gehangen en had het wisselen van de nacht in de dag extra magisch geweest. Maar het beeld dat ik nu voor ogen heb is ook niet verkeerd. Ik besluit om te keren en nog een stuk met de opkomende zon in de rug de andere kant op te paddelen. 

Het laatste stuk is een lus en als ik hem helemaal uit zou varen heb ik er twee km extra opzitten. Halverwege besluit ik flink aan te zetten tot ik terug ben op mijn startpunt. Met SUPPEN gebruik je al je spieren dus heb ik direct een aardige work-out achter de rug. Als ik mijn SUP uit het water haal ben ik ruim een uur verder en staat er 5.5 kilometer ochtendgymnastiek op de teller. 

Een heerlijke start van mijn dag. 

Steenuilen schieten…

Het duurde drie jaar voor het lukte. De eerste keer was het seizoen net voorbij en dus te laat. Het tweede jaar was het seizoen nog niet begonnen maar was ik wel te laat met reserveren en was de hut vol geboekt. De derde poging werd dankzij corona door mijn neus geboord. Maar eind mei van dit jaar lukte het dan toch. Ik stond oog in oog met een steenuil. 

De steenuil is het kleinste uiltje in Nederland en is niet veel groter dan een merel. Vergeet de kerkuil of de grote oehoe. Dit uiltje is de schattigste rover onder de vogels die er is.. Hij ziet er groter en forser uit dankzij zijn volle verenkleed. Die grote opvallende felgele ogen doen het hem. Die wilde ik heel graag eens vastleggen op de gevoelige plaat. Dus was de keus om een vogelhut die zich richt op de steenuil te huren snel gemaakt. Het duurde alleen wat langer voor we terecht konden. 

Maar toen was het eindelijk zover. Einde van de middag toog ik samen met Oom B. ook fervent fotograaf, naar België. Om 1800 uur werden we verwacht. Samen met nog een aantal fotografen hadden we ons verzameld op de afgesproken parkeerplaats. Van daar uit moesten we nog wel een stukje lopen naar de “hut”. Dat stukje bleek toch nog een kleine 1.5 km stappen te zijn. Gelukkig mochten we onze fotogear met de auto van de hut-eigenaar mee geven. Nu maar hopen dat hij er niet vandoor zou gaan… 

Gelukkig stond hij op de plaats van de hut al op ons te wachten. In totaal waren we met vijf man/vrouw. Oom en ik hadden het geluk in de vaste hut te mogen. De andere fotografen kregen ieder hun eigen fototent, die al opgesteld stonden. We kregen de tijd om ons te installeren. De eigenaar legde nog wat uit over de setting, wat we wel en vooral niet moesten doen en liet ons toen tot 21.00 uur aan ons lot over. 

De vraag was of er een uiltje genegen was om langs te komen. Ik had amper de instellingen van mijn camera gecontroleerd of het vrouwtje kwam al aangevlogen. Ze wist heus wel dat wij daar in het hutje zaten. Je kunt de natuur niet sturen maar soms werkt omkopen wel. Er lag hier en daar wat eten en daar liet ze zich graag voor fotograferen. Zeker wanneer er net kuikens uit het ei gekropen zijn. Door de aanhoudende kou en regen is het broedseizoen iets verlaat. Daar had ik met het reserveren geen rekening mee gehouden. Geen vliegende jonkies dus. In dat opzicht hadden wij ff vette pech. 

De setting was niets meer dan een stukje grond op een boerenbouwland. Achter ons zat een duiventil en stonden wat bomen. Daar bevond zich tevens het nest.. Op de setting zelf waren een paar palen in de grond geslagen, hier en daar een zit mogelijkheid en wat attributen. Simpel maar doeltreffend. Met de juiste instellingen en een goede lens creëer je een mooie zachte achtergrond. Hierdoor is er geen bouwland of simpel bosje meer te zien. 

De hele avond heb ik verrukt achter mijn fototoestel doorgebracht. Mij niet eens de kans gunnend iets te eten of te drinken. De tijd vloog voorbij maar wij hebben, ook zonder kuikens, van iedere minuut genoten. 

Een weekend zoals geen ander…

Het is even geleden dat ik tijdens het weekend ook daadwerkelijk het gevoel had ook echt weekend te hebben. Een beetje alsof je een paar dagen van huis bent. Ja, daar leek het nog het meest op. Daarom is dit weekend er een voor in de boeken. Misschien komt het ook wel omdat de week er aan vooraf wat moeizaam en verdrietig verlopen is. 

Ik kreeg namelijk het trieste nieuws dat mijn lieve collega, na een strijd van twee jaar is overleden aan de gevolgen van kanker. Hoewel we het wisten kwam het nieuws geheel onverwachts aangezien we haar kort geleden nog gesproken hadden. Ze heeft toen helemaal niet door laten schemeren dat het minder goed met haar ging. Dat hakte er toch wel even in. 

Wanneer er op het werk slecht nieuws komt heb je elkaar om er over te praten. Maar nu we allemaal thuis werken is dat toch lastig. Uiteindelijk hebben we een digitale herdenking gehouden. Met foto’s en herinneringen. Ondanks dat het niet zo was als we zouden willen voelden het goed. Ze zou dit jaar met pensioen gegaan zijn om nog meer van haar gezin te kunnen genieten… Soms is het leven zo oneerlijk.

Door dit soort gebeurtenissen wordt je weer met twee benen op de grond gezet. En misschien besloot ik daarom wel extra te genieten van zo’n beetje alles om mij heen. Vrienden kwamen vrijdagavond op visite. Om de week af te sluiten en het weekend goed te beginnen namen ze een Indische Rijsttafel mee. We hebben tijdens het eten heel wat bijgekletst en wat afgelachen. Daar was ik echt even aan toe. Natuurlijk was er veel te veel eten. Maar oh wat was het lekker. Het was even terug in de tijd alsof ik aanschoof bij opa en oma aan tafel. 

Het was een korte nacht naar zaterdag. Die hierdoor sneller aanbrak dan gedacht. Maar ondanks dat toch redelijk uitgerust. Met de zon op onze knar besloten vriendlief en ik project twee, waarover later op mijn blog meer, verder af te maken. Dat was nog niet zo makkelijk. Maar met wat zaag, meet en timmerwerk kwamen we toch een heel eind. Uiteindelijk kon ik niks meer doen dus toog ik af naar stal terwijl vriendlief nog een lik verf over onze net-in-elkaar-gezette-plantenbak streek.

De middag bracht ik samen met een stalgenoot en onze paarden door op het gras. Hoewel het drukker met recreanten was dan anders in het gebied hadden wij er gelukkig geen last van. Terwijl de paarden zich te goed deden aan het gras genoten wij van de zon.

De zondagochtend begon sportief. Samen met mijn nichtje had ik een paddle date. De eerste tocht van dit jaar. Geen wind, maar wel zon. Wat was het heerlijk en wat had ik dit een hele winter gemist. We besloten om niet te snel van start te gaan dus na een uur SUPPEN hielden we het voor gezien. Oh ik heb nu al zin in meer.  

Bij thuiskomst was vriendlief alweer in de tuin bezig. Ik besloot hem te helpen met hier en daar een steen te “verleggen” en wat plantjes over te potten. Deze zonnige dag werd afgesloten met een winnende Max Verstappen, een kleine BBQ en een hete douche om de spieren te laten ontspannen. Klaar voor een nieuwe week. 

Project 1, het vervolg…

Eind vorig jaar maakten we een begin met het opschonen van de kasten en bergruimtes, tot het compleet leeghalen van de zolderkamer. Zelfs het behang moest er aan geloven. De kamer leek prompt een stuk ruimer dan ie was. En met de mooie wit gestucte muren zag het er al veelbelovend uit. Maar er moest nog wel eea gebeuren. De eerste weken van het nieuwe jaar waren alle winkels ook nog eens dicht.

Langsrijden bij de vloerenwinkel was er niet bij. Alles moest dus online gebeuren. En hoewel ik redelijk goed online kan shoppen is online een vloer uitzoeken best raar. 

Wat vloer betreft konden we het niet eens worden. Van uitbundig hoogpolig tapijt tot houten vlonders aan toe. Het stond allemaal leuk of was even afgrijselijk. Uiteindelijk vond Vriendlief een vloer die werd goedgekeurd. En nu de vloer eenmaal ligt ziet het er sjiek uit.

Maar wat moesten we nu toch met die smetteloos witte muren? Een kant van de kamer was niet zo’n probleem. De sauna zou al een groot gedeelte wegnemen. Maar de muur er recht tegenover is de muur die je als eerste ziet wanneer je de trap op loopt en waar je tegenaan kijkt vanuit de sauna. Een aantal mogelijkheden passeerden ook nu weer de revue. Mooie planken met accessoires. Fotobehang, iets met steenstrips of hout of beide? De mogelijkheden waren eindeloos.

Uiteindelijk kozen we voor een muurschildering. Dat zou pas origineel zijn en ook nog eens helemaal naar onze eigen wens ingevuld kunnen worden. Toen we een foto vonden met het uitzicht op berg en zee vanaf “ons” balkon waren we om. Net alsof we op vakantie zijn in een zonnig oord. Via via kwam ik in contact met Annemarie Zoutewelle. Ze tovert complete muren om tot waren kunstwerken. Binnen of buiten, groot of klein het maakt haar niet uit. We maakten een afspraak om te kijken of, wat wij in gedachten hadden, kon worden uitgewerkt.

Een week of twee later begon ze met schilderen. Ze begon met een opzet van maar een paar lijnen waarmee ik de muur al zag veranderen. Aan het einde van de dag lag de kamer bezaaid met kwasten, penselen, doeken, potjes en heel veel verschillende kleuren verf. Iedere keer als ik kwam kijken stond er iets nieuws bij. De muur kwam beetje voor beetje meer tot leven.

Na dag twee was ik al lyrisch over het resultaat. Maar Annemarie vertelde dat ze nog helemaal niet klaar was. Er moesten nog diverse details een toegevoegd worden. Meer bladeren links van het balkon en er verschenen zelfs baaien en dorpjes aan de voet van de berg. Het doel was diepte in het schilderij zodat de kleine kamer ruimtelijker oogt. Je zou het gevoel moeten krijgen dat je vanuit de sauna het balkon op kan stappen. Alsof de kleine kamer helemaal niet zou bestaan. 

Aan het einde van dag drie werd de laatste penseelstreek gezet. Op de foto’s hieronder is niet eens goed te zien hoe fantastisch het eindresultaat is geworden. Soms, met invallend licht, lijkt het zelfs wel 3D. En met het bezorgen van de sauna, diezelfde dag, kwam er een einde aan dit project. De kamer moet nog wat aankleding krijgen maar we zijn er nu al heel erg blij mee.

Wintersport in eigen land…

Nou, volgens mij kan ie wel hoor!! Roept vriendlief vanuit de deuropening. Als een stuiterbal dender ik de trap op om mij om te kleden. Mijn schaatsen had ik een paar dagen ervoor al klaar gelegd in de gang. Schoenen aan, jas van de kapstok. Nog net op tijd denk ik aan mijn handschoenen en graai deze ook nog even uit de la voor ik de deur achter mij dichttrek. Alle kinderen zitten op dit moment nog op school. Lekker rustig dus. 

Terwijl Vriend zijn schaatsen al aan het aantrekken is loop ik heel bedenkelijk een ronde om de sloot. Hij riep wel dat het kon, maar toch vertrouw ik het nog niet helemaal. “Kom je nog?” Roept vriend vanaf het ijs. Ik durf er eigenlijk niet eens met mijn schoenen op. Het ijs kraakt aan alle kanten terwijl hij zijn eerste rondjes maakt. Krakend ijs breekt niet is net zoiets als blaffende honden bijten niet, toch?? Ik blijf wel aan de kant kijken hoe hij straks een wak in schaatst… Na een paar minuten stapt ook hij bedenkelijk van het ijs. Het kraakt toch wel heel erg. 

Ik heb een beter idee. We rijden naar de polder. Daar is een fantastisch natuurgebied dat geen hinder heeft van bebouwing en dus prima is dicht gevroren. Een bijkomend voordeel, de plas is niet zo heel diep. Mocht het mis gaan… Het ijs ligt er redelijk bij. Ook nu kraakt het maar ik voel mij hier veiliger dan bij de sloot achter ons huis. We hebben het hele stuk voor ons alleen. Dat maakt het ook direct een beetje tricky, want waar kun je wel en niet precies schaatsen. Ik blijf veilig aan de kanten. Het is ruim 9 jaar geleden dat ik op het ijs gestaan heb en ik voel mij net Bambi. 

We worden aangemoedigd door een aantal wandelaars. “Wat leuk dat er al geschaatst kan worden!” Roepen ze vanaf de kant. Met gevaar voor eigen leven, dat dan weer wel. Het is dat ik niet kan wachten!! Na nog geen uur houden we het hier voor gezien. De voeten, de onderrug, mijn schenen. Vroeger stond ik hele dagen op het ijs. Nu ben ik na een uur al versleten. Maar wel voldaan!!

We knallen wat foto’s in de groeps-app met de vraag wie er zin heeft om de volgende dag met ons mee het ijs op te gaan. Niet iedereen schaatst of heeft schaatsen maar vanuit iedere familie (die mee zou gaan op wintersport) komt er wel een “afgevaardigde” die kant op. Wanneer de meeste jeugd nog op school zit, staan wij met zijn allen op het ijs. Met of zonder schaatsen. Hoe leuk is dat!! Er stond een straffe wind, er was sneeuw en ijs, we hadden kramp in de pootjes, deden lompe praat en hebben flink gelachen. Yep onze wintersportweek samengevat in 2 uur ijspret. Alleen de koek en zopie (apfelstrudel und schnaps) miste nog. 

Ik stap deze zaterdag zonder spierpijn uit bed. Toen ook de wind nog achterwege bleef stuurde ik weer een berichtje rond. “Wie gaat er mee?” Dit keer waren er ook andere familieleden die zowel op de schaats of met de wandelschoenen aan, mee deden. 

Dit weekend was een ware traktatie, met de mooie blauwe lucht boven ons en het krakende ijs onder de voeten, toch een beetje wintersport tijdens onze wintersportloze week…

 

Voor het eerst op het ijs

Waar ben je lyrisch over?? 

Bij het opruimen van mijn bureau kwam ik een oude agenda tegen. Het was zo’n A4 model met voor iedere dag van de week een vraag. Ik weet nog dat ik hem heel enthousiast bestelde. Want nu had ik altijd inspiratie voor mijn blog. De agenda heb ik welgeteld een hele maand mee op sleeptouw genomen. Daarna verdween hij in mijn bureaula. Want, te groot. Het beantwoorden van de vragen hield na week drie al op.

Maar goed, ik was dus aan het ruimen geslagen en kwam dit boekwerk weer tegen. Ter inspiratie liet ik mijn vingers langs de bladzijdes glijden. Ik stopte halverwege en de vraag van de dag luidde: Waar ben jij helemaal lyrisch over? 

Dat is nog eens een leuke vraag om te beantwoorden. Ik ben zo’n beetje lyrisch over alles wat ik doe. Want bijna alles is leuk. Maar er is een onderwerp dat er met kop en schouders boven uitsteekt en dat is de wintersport. 

Als zomermens was het niet in mij opgekomen om op wintersport te gaan. Dat gedoe op een koude berg leek mij drie keer niks. Het is mijn tante geweest die met haar liefde voor de sport en de witte bergen mij zover heeft gekregen om met hen mee op wintersport te gaan. Ze was in feite de grondlegger voor deze specifieke week waar ik ieder jaar reikhalzend naar uitkijk. Inmiddels nog meer dan mijn zomervakantie. 

Het begint namelijk al met de reis er naar toe. Voor zover ik dit meekrijg, want we reizen ’s nachts. De eerste 800 km is wat saai, maar de laatste 1.5 uur van de reis doet het hem. We zien de zon aan de horizon opkomen. Het landschap veranderd gaandeweg. Van saai grijs asfalt naar witte dekens (als we geluk hebben) langs de weg en bergen. De wetenschap dat we familieleden snel zullen zien gevolgd door een gezamenlijk ontbijt doet de vermoeidheid van de reis tijdelijk vergeten. 

Rond 09.00 uur begint ons board en skiavontuur. We gaan vaak in kleinere groepjes uiteen. Zo kan iedereen doen wat ie leuk vind en ontmoeten we elkaar weer aan het begin van de middag om bij een van de vele restaurants op de berg te lunchen. Daarna volgen nog wat afdalingen. Einde van de middag is er tijd voor een gezamenlijke activiteit zoals shoppen, de bierbrouwerij bezoeken, zwemmen of ontspannen in de sauna.

De sfeer is zo anders dan thuis. Zelfs als er in het dal geen sneeuw ligt, alles groen en goed begaanbaar is voelt het anders. De omgeving en de bergen geven mij het gevoel alsof ik daadwerkelijk uit mijn eigen wereld ben gestapt. De witte besneeuwde afdalingen zorgen er voor dat alles er ook nog eens compleet anders uitziet. Het uitzicht vanaf de berg, de dorpjes aan de voet van de berg, de witte boomtoppen…  Dat gevoel is magisch. Nergens kan ik zo “ontsnappen” aan mijn leven dan daar. Het is alsof ik een week lang in een bubbel van alleen maar plezier leef. Plezier en lekker eten!!

De lichamelijke inspanning op de berg zorgt ook nog eens voor ontspanning in mijn hoofd. Neem daar de ongedwongenheid met familie, het lekkere eten en leuke dingen doen bij en je snapt waarom ik hier zo lyrisch over ben. Helaas gaat het dit jaar niet door. Maar volgend jaar zijn we zeker weer van de partij. 

 

A little goes a long way…

De mensen die langer meelezen weten inmiddels dat ik mij sinds enige tijd verdiept heb in de CM methode. Ik volgde daarom begin december een krultraining waar ik veel geleerd heb. Monique zette mij op het juiste spoor en van daaruit kon ik verder met experimenteren en ondervinden van wat wel en niet bij mij past.

Op de training liet ze zien dat er voor het stylen van je haar veel manieren zijn. Bijvoorbeeld je haar in secties verdelen en iedere sectie afzonderlijk nat maken. Want water is een boost voor je haar tijdens het stylen. Met een speciale (Denman)borstel kam je de klitten eruit en “train” je het haar. Zo leert het om zijn natuurlijke krul (weer) te tonen. Je voorziet iedere pluk van cream, leave-in of curlactivator om het vervolgens tot aan de puntjes te sealen met gel. Voordeel van deze methode: mooie gedefinieerde lokken zonder pluis. 

Ik kan jullie vertellen dat dit heel veel werk is. De achterste pluk deed Monique voor mij. Maar de rest moest ik, onder haar toeziend oog, zelf doen. Ik schrok van de hoeveelheid cream en gel die ik moest gebruiken. Monique, die kapsels van haartype 4 gewent is lachte mij bijna uit. Wat ik veel vind, is voor hen niet eens bruikbaar. Ze doen misschien een paar weken met zo’n pot terwijl ik er een jaar zoet mee zou zijn.

Ik borstelde braaf al mijn haarplukken, “trainde” het haar met de Denmanbrush en voorzag het van de nodige producten. Toen mijn hele kapsel gedaan was had ik rimpelige “oma vingers” van het werken met nat haar. Na het föhnen kneep ik met een olie de cast eruit en mijn haar was gedaan. Het zat werkelijk supermooi en ik was er erg blij mee. 

De volgende morgen hoefde ik mijn haar enkel een refesh te geven. Er zat zoveel product in dat een beetje natmaken al genoeg was om alles opnieuw te activeren. Ik hield mijn kapsel ondersteboven en kneep de krullen erin. Met de föhn diffusen was voldoende om weer een dag met een volle bos krullen rond te lopen. Tenminste dat dacht ik. Mijn kapsel veranderde binnen een paar uur in een heel vies en vet aanvoelend geheel. Ik kon niet wachten om ’s avonds mijn haar weer te wassen. 

De volgende dag ging ik zelf aan de slag. Op schoon en in secties verdeeld haar. Nu had ik geen Monique die mij kon helpen met de achterste plukken. Ik moest het zelf doen. Met een spraybottle bewerkte ik iedere pluk. “trainde” het met de Denmanbrush en voorzag het van cream en gel. Ik besloot heel wat minder product te gebruiken dan de eerste keer. A little goes a long way!!! Ik begon er al wat meer handigheid in te krijgen. Ik was in ieder geval een stuk sneller klaar en had minder “oma handjes”. 

Om mijn met zorg verdeelde plukken haar niet tot een plakkerig geheel om te toveren scrunchte ik het voorzichtig. Monique raadde het af omdat je hierdoor wel meer definitie krijgt maar minder volume. Eigenwijs als ik ben… Ik diffusde het geheel met de föhn en scrunchte, zonder olie, de cast er uit. Het is tijdrovend en heel veel werk. Maar ik was aangenaam verrast. Zo mooi had het al die tijd nog niet gezeten. Ook de daarop volgende twee dagen zag het, weliswaar wat pluiziger, nog prima. 

Vanaf oktober tot nu….

Project 1…

Niet alles wat ik dit jaar wilde doen kon ik doen. En vandaag is de laatste dag van 2020. Ook al zou ik vandaag de kans krijgen om een en ander nog in te halen of te doen… Dan nog zou dat niet lukken. De gemiste kansen zijn voor het nieuwe jaar. Wat ik op deze laatste dag van het jaar wel kan doen is een begin maken met een nieuw project.

Het is op de wc na, de kleinste kamer in huis. Hij is zelfs nog in de oorspronkelijke staat zoals de vorige bewoners het hebben ingericht. Voor hen was het een werkruimte met diverse kastjes links en een kledingkast rechts. Er is en bureau aan de muur bevestigt en er hangt een groot werkblad om wat dan ook op uit te werken. Voor ons waren als deze extra opbergruimtes ideaal. Vooral om spullen een plek te geven die je anders rommel zou noemen. En de kast herbergt al onze wintersportkleding.

Vandaag draait het nu juist om die laatste kast. Dit stukje van de kamer krijgt een andere invulling. Er komt namelijk een sauna. Niet zo’n mooie Finse. Met wolken stoom, geurige eucalyptus en een plonsbad ernaast. Maar eentje die wat meer past. Zowel bij ons als in de beschikbare ruimte. Het wordt een infraroodsauna. En dus moet de kast weg. Maar voor ie weg kan, moet ie leeg. 

Als ik alle kleding op bed heb uitgestald is het eigenlijk niet eens zo veel. Maar skibroeken en jassen nemen gewoon heel veel plek in beslag. Het blijkt zowaar in een koffer te passen die weer op de vliering kan. In minder tijd dan ik voor ogen had ben ik klaar met deze klus. Met tijd over besluit ik de andere kastjes ook onder handen te nemen. 

Voor ik het weet ligt de hal vol met tassen oude rommel, spullen en kleding. Het is zo veel dat ik mij afvraag hoe en waarom we dat altijd bewaard hebben. Een deel krijgt een tweede (of derde) leven elders, de rest gaat de container in. Binnen een dag is de hele kamer leeg. Terwijl ik eigenlijk alleen voor de kast zou gaan. 

Vriendlief en ik zijn het al snel eens. De hele kamer gaat op de schop. Hij sloopt het werkblad en de overige kastjes uit de kamer en ik loop alles naar beneden. Dit levert mij voldoende spierpijn op om de dagen erna niet meer te hoeven sporten. Als de kamer leeg is trek ik, zonder te twijfelen, aan het behang. Ja, moet er ook af. 

Dat is wat we de eerste dag van het nieuwe jaar staan te doen, behang scheuren. Terwijl vriend al mopperend bezig is, want zijn stukje muur werkt niet mee, vind ik rust in het afkrabben van drie lagen opgeplakt papier. Nu de kamer bijna helemaal leeg en kaal is kunnen we gaan bedenken hoe we het verder gaan inrichten. Onze fantasie slaat al snel op hol. Zullen we dit?? Of zullen we dat?? Wordt het fotobehang, steenstrips, of hout? Gaan we voor uitbundig of wordt het een rustgevende ruimte?

Er is zoveel leuks van te maken. Gelukkig is de sauna al besteld en duurt het nog een paar weken voor ie geleverd wordt. We kunnen dus nog even wikken en wegen voor we verder gaan met klussen. 

Wordt vervolgt…