Party time…

Januari een depressieve maand? Niet voor mij. De maand stond in het teken van feestjes. Het is lang geleden dat ik er zoveel heb bijgewoond of heb meegevierd.

Het begon met een gezellige high tea in het tuincentrum een stad verderop. Dit feestje was voor mijn zus die als eerste jarig was deze maand. Het weer was troosteloos. De wind sloeg de regen tegen de kas. Maar omdat wij binnen zaten, waar het warm en gezellig was, klonk het extra knus. Bijna drie uur lang probeerden we diverse soorten verse thee terwijl we de ene na de andere versnapering aten. We begonnen met de hartige broodjes, gevolgd door overheerlijke wraps en we eindigden bij de cakejes, donuts en muffins. Veel te veel natuurlijk. We kletsten gezellig bij en sloten de middag af met een wandeling door het tuincentrum. 

De verjaardag van mijn tante werd thuis gevierd. Met een huiskamer vol visite aten we, ondertussen luidkeels zingend, slagroomtaart. De taart was zo groot dat sommige zelfs wel twee stukken aten. Het was leuk om bij te kletsen met ooms en tantes die ik al even niet meer gezien had. Er werd zelfs een foto album met hele oude foto’s te voorschijn gehaald. Verjaardagen en nostalgie gaan hier altijd hand in hand. 

Het biergarten feest dat mijn neef voor zijn verjaardag organiseerde volgden in het zelfde weekend. Het was droog en windstil, gelukkig maar want alles was buiten. De temperatuur daalde langzaam naar de 0 graden. Dat gaf het complete feest een extra wintersporttintje. Verspreid door de tuin stonden kachels en BBQ’s te branden. Later op de avond werden daar de lekkere snackies in opgewarmd en uitgeserveerd. De avond werd afgewisseld met dansen op apreski muziek om warm te blijven, biertappen om de dorst te lessen en heel veel lachen met elkaar. Een toffe avond die ik niet had willen missen. 

Tussendoor aten we op het werk diverse keren gebak. Want we hadden een jubileum te vieren met collega’s. Er waren er die het al een paar jaar volhouden bij deze baas. (5) En er zijn er die het al heel veel jaren volhouden (35). Hoe gezellig is het om stil te staan bij dit moment en anekdotes van even geleden of van heel lang geleden de revue te laten passeren. Ook daar zei ik geen nee tegen. 

Dan hadden we nog de verjaardagen die we graag hadden willen vieren maar die niet meer gevierd worden. Lieve Opa, Ma en oom Ray. Ik hoop dat ze in café ’t Hemeltje de slingers hebben opgehangen en er uitbundig is getoast.

Mijn nichtje vierde haar 30e verjaardag. Hoewel ze zelf trouwens nog niets afwist van dit feest. Haar vriend organiseerde een surpriseparty. Daar ging de nodige organisatiestress aan vooraf. Maar het moet gezegd: hij had het prima geregeld. De locatie, ergens in Delft, was erg gezellig. De ruimte was compleet versierd met ballonnen, slingers, muziek, bediening met lekkere hapjes en uiteraard drank in overvloed. Mijn nichtje, die dacht dat ze uit eten ging, werd geblinddoekt naar de locatie gebracht en trof daar vrienden en familie. Een geslaagde avond!!

Januari bracht feest en gebak. Ik ben bang dat dit in februari kleinschalig wordt voortgezet. Met hier en daar een feestje en een etentje. Ik denk dat ik maar een extra rondje sporten ga inlassen. 

Schaatspret in de polder…

Uiteraard staan er nog een aantal to-do taken op de huishoudelijke lijst voor dit weekend. Maar het weer gooit roet in het eten. Soms moet je gebruik maken van de mogelijkheden die zich voordoen. Zo ook vandaag. Want het is sowieso de laatste dag en het zou zelfs wel eens de laatste keer van het jaar kunnen zijn. Dus duiken we bij het ontwaken direct de vliering op. Snorren onze schaatsen, ijshockeysticks en de puck op uit de wintersporthoek. Met een broodje en koffie in onze mik rijden we naar de polder waar we, hopelijk, onze eerste schaatsstreken van het jaar kunnen maken. 

Onderweg zien we al voldoende mensen schaatsen, glijden en sleeën. Het heeft dan ook flink gevroren afgelopen nacht. Zo erg dat we de auto niet eens open kregen toen we weg wilden rijden. Er zijn er meer die het er nu lekker van nemen. Maar uit voorzorg rijden wij door naar de polder. Want daar is de sloot niet al te diep. Des te meer kans dat het goed dicht gevroren is en mochten we er toch doorheen zakken dan staan we hooguit tot onze knieën in het water. Het is daar leuker en ook niet onbelangrijk, het is er meestal niet druk.

Poownie snapt er niks meer van als we de auto bij stal neerzetten en ik hem vanaf de andere kant van het hek groet. Hij staat mij na te kijken terwijl ik met mijn schaatsen onder mijn arm naar de waterkant loop. Er staan al verschillende mensen op het ijs. Het is zo leuk komt te zien hoe iedereen zich voortbeweegt. De één gracieus en elegant, de ander al stuntelend terwijl hij links en rechts ingehaald wordt door iemand op noren. 

Vriendlief heeft binnen no-time zijn schaatsen onder gebonden. Springt overeind en doet alsof hij nooit anders gedaan heeft. Hij schaatst een stuk, draait om zijn as en gaat in zijn achteruit verder. Maakt wat overstappen links- en rechtsom terwijl hij ondertussen op mij aan het wachten is. Zelf schaats ik al mijn hele leven. Toch voel ik mij de eerste paar minuten altijd een soort Bambi. Maar voor het zover is moet ik eerst van mijn kont af en het ijs op. 

Nou, daar ga ik dan. Ik wankel en wiebel wat. Herstel mijn evenwicht terwijl ik mij al glijdend en schuivend richting vriendlief begeef. We maken een rondje op de plas waar nog twee gezinnen rondjes schaatsen. Na 5 minuten voel ik mijn scheenbeen al. Maar ik klaag niet. Want morgen is het namelijk weer 9 graden. Dus tijd om er lekker een paar dagen voor uit te trekken heb ik niet. De spierpijn die ik morgen ga voelen neem ik voor lief. 

Ik voel mij gaandeweg zekerder worden. Mijn streken worden langer en beheerster. Het lukt mij om over te stappen en achteruit te schaatsen. We kunnen zelfs nog wat “ijshockeyen”. Ooh ik geniet met volle teugen en ben als een kind zo blij. Mijn schenen voel ik niet eens meer. De kramp in mijn kaken des te meer. Ik heb het niet doorgehad maar al die tijd heb ik met een vette glimlach op mijn bakkes op het ijs gestaan. Met vermoeide spieren en heel voldaan trek ik twee uur later mijn schaatsen weer uit. Dit pakken ze ons niet meer af. 

A day off

Voetbal fotograferen is lange tijd mijn lichtpunt op de zaterdag geweest. Ik haalde er heel veel energie uit en deed dit soms met nog meer plezier dan de boys op het veld. Met de drukte om mij heen is het steeds moeilijker om dit gevoel te behouden. Fotograferen ging mij tegenstaan en op het laatst voelde het meer als een verplichting dan als een hobby. 

De voetbal, of eigenlijk het fotograferen daarvan, is dan ook het eerste wat ik besluit los te laten. Alleen al om meer ruimte te creëren voor rust in mijn hoofd en tijd voor mijzelf. De eerste twee zaterdagen voelen aan alsof ik spijbel. Alsof ik tijd voor mijzelf creëer dat ik eigenlijk aan andere zaken zou moeten besteden. Dat is precies het moment waarop ik realiseer dat het juist goed is om afstand te nemen en dit even los te laten. 

De zaterdagen erna voelen stuk voor stuk aan als een cadeautje. Ik heb niet alleen een middag “vrij” maar ook het bewerken van de foto’s en het bijhouden van diverse social media kanalen komt te vervallen. Ik houd een hele dag aan tijd over. Toen vriendlief vroeg of ik zin had om mee te gaan naar de voetbal bedankte ik hem direct. Nee! De voetbal staat even helemaal onder aan mijn lijst. Ik heb besloten om pas weer over de voetbal na te gaan denken wanneer ik het ga missen. Tot die tijd geniet ik van mijn extra zaterdagen die na al die weken nog steeds aanvoelen als een extra vakantiedag.

Een dag vrij betekend wel dat er tijd overblijft voor zaken waar ik normaal tijd voor moet maken. Het schoonmaken van de complete bovenverdieping is zo’n taak. Iedere keer doe ik wel iets. Snel de badkamer. Of de slaapkamer. Of de trap. Tussen de bedrijven door dus. In etappes, want geen tijd. Maar nu, met mijn gevoel van zeeën van tijd, kan ik er eens flink tegenaan. 

Ik besluit maar direct grondig te werk te gaan en trek alles van zijn plaats. Alleen al in de badkamer vind ik rommel die er niet thuis hoort. Lege verpakkingen van shampoo, spullen van zoonlief. In kamers waar het niet zou moeten tref ik kleding aan, zowel schoon als vuil. Op de overloop liggen sporttassen, maar ook boodschappentassen (?) en gereedschap. Ik de slaapkamers staan lege, half lege en volle flesjes water. 

Ook ik maak mij schuldig aan de rommel want mijn SUP-spullen liggen na mijn laatste tocht ergens eind zomer, nog steeds “te drogen”. Ik sorteer en ruim op. Gooi weg wat weg kan, vul waar nodig spullen aan en rangschik hier en daar de boel.

Er wordt flink gestoft en gesopt. Als laatste wissel ik de stofzuiger voor een dweil en zwabber alles lekker schoon. Ik neem er de tijd voor. Want die heb ik nu ook. Na mijn dagtaak poetsen kijk ik tevreden op mijn werk terug. Alles is weer schoon en aan kant. Een voordeel van een keer in de zoveel tijd goed poetsen is dat ik veel meer voldoening uit en van mijn werk heb. En de zin in voetbalfotografie? Die komt vanzelf wel weer terug.

Bedankt Boys, voor alle keren dat jullie mij een toffe zaterdag hebben bezorgd. Hopelijk tot snel ⚽️

Ga je mee?

Onze vakantie kwam met rasse schreden dichterbij. Het liefst hadden we een week in een strandstoel op een van de Canarische Eilanden doorgebracht maar met alle ellende in de wereld en het gezeik bij de vliegvelden verging de zin al snel. Dus besloten we de toerist in eigen land uit te hangen en voor twee verschillende locaties en hotels te kiezen. Want ook hier in Nederland is voldoende te zien en te beleven. 

De eerste bestemming mocht ik uitkiezen. Dat werd Limburg met een aantal overnachtingen op het landgoed van een kasteel. Ik vind het tof om rond te dwalen door een historie van pracht en praal. Een plek waar zich heel veel heeft afgespeeld, maar waar ik nooit wat van heb meegemaakt. Nu loop ik door oude gangenstelsels. Heb ik vanuit de torenkamer zicht op de omgeving. Flaneer ik door de kasteeltuin en dineer ik in een balzaal waar ooit feesten werden gegeven (of mensen werden vermoord, geen idee) De toegangsweg waar ooit ridders met paarden galoppeerden bewandel ik nu zelf en ik loop onder de poort door die in woelige tijden werd afgesloten (of wanneer het bedtijd was, geen idee…).  Kortom ik laat de geschiedenis voor mijn ogen tot leven komen alleen door hier te zijn. 

Toen we aan ons haute cuisine diner zaten, want dat leek mij zo leuk op deze locatie, vroeg ik mij af of de andere gasten om ons heen bij het meubilair hoorden of gewoon, net als wij, gasten waren?! Uit welk deel van de geschiedenis stammen die?! Op een ander stel na, waren wij de jongste van het hele gezelschap. Het mocht de pret niet drukken. Wij genoten tot op zekere hoogte van onze maaltijd. Eerlijk is eerlijk, wat ons geserveerd werd zag er werkelijk prachtig uit. Maar de hoeveelheid en smaak daar valt over te twisten. Ik ben gastronomisch niet goed onderlegd en misschien komt het daardoor dat ik de slogan: “Voor de echte fijnproever” een beetje verkeerd geïnterpreteerd heb. Wij waren in ieder geval blij dat we maar voor een luxe diner hadden gereserveerd. 

Het verblijf was verder echt fantastisch. Onze kamer super ruim en direct gelegen naast de befaamde toegangspoort. De oude van dagen hielden het al vroeg voor gezien dus last van feestgangers hadden we niet. De serene rust hing al die tijd als een fijne deken over het hotel en onze “voortuin”. Die overigens was voorzien van een fonteintje en zitjes met kussens. Speciaal voor de oudjes, of de koukleumen zoals ik, met fijne zachte fleeceplaids. Zo konden we gezellig daar een drankje doen en al babbelend en lezend de avond relaxed afsluiten. 

Verder deden we wat de gemiddelde toerist in Limburg doet. Lekker shoppen. Wandelen door het mooie Valkenburg waarbij we dit keer de grotten over sloegen. Bezochten nog een ander kasteel en reden rond in dit mooie landschap. Op aanraden gingen we naar Gaia Zoo in Kerkrade en genoten we van het uitzicht op het toeristische Drielandenpunt. Verder hebben we ons heel veel laten verwennen door uit eten te gaan.

Aan alles komt een eind en ik vond het jammer dat we maar voor een paar dagen geboekt hadden. Deze omgeving is zo mooi en verdiend meer tijd om bezocht en gezien te worden. Daarom laat ik Limburg gewoon op mijn lijstje staan. Voor een volgende keer. 

Los plankje…

Op de app verschijnt een foto van een mannetje dat drijfnat en onder het kroos in het gras zit. Met een ietwat beteuterd gezicht kijkt hij in de camera. De tekst er onder is in de trant van: “Het rechter stuk van de loopplank zit dus los.” “Aaaaah wat sneu!” Gaat er door mij heen. Het mannetje is in het water gevallen terwijl hij wilde helpen met het vullen van de watervoorraad voor de paarden. Gelukkig is het één van de heetste weken van de maand juli en hij had zich niet bezeerd. 

De volgende dag volgt er een bericht over de app van een van de andere dames. “Water is weer bijgevuld. Maar ook ik haalde een nat pak”. Afgezien van een gênant moment en natte kleding is er verder gelukkig niks aan de hand. 

Diezelfde avond komt er nog een melding over de app van een van de dames die vorige week pardoes van de plank viel en onbedoeld ook een verfrissende duik in de sloot had genomen. Ook hier geen schade alleen een nat pak en misschien ook een gênant moment wanneer er mensen op het terras hebben mee kunnen kijken. 

Om water voor de paarden te halen mogen we gebruik maken van de kraan van het restaurant dat naast onze wei ligt. De snelste manier om daar te komen is over (of door hihi) de sloot. Ik loop twee keer per week over die zelfde plank en heb tot nu toe nog nooit problemen gehad. Maar begin nu toch te twijfelen. Drie mensen te water en dat in 1 week tijd. Uit voorzorg pak ik een extra tasje met kleding in. Je weet nooit. 

Als het mijn beurt weer is om de bakken te vullen kijk ik nog eens kritisch naar de plank. Hij ligt er nog precies het zelfde bij als vorige week. Het touw aan de kant om je naar beneden en naar boven te begeleiden test ik eerst nog even door er een paar keer aan te trekken. Niks voelt anders en alles ligt nog op z’n plek. Vol vertrouwen “abseil” ik het talud af naar beneden en zet mijn voet op de plank. Zoals ik geleerd heb op “De Polder”. 

“De Polder” was het aller eerste echte “thuis” van Poownie. En was (hij bestaat helaas niet meer in de vorm zoals ik het ooit ook mijn thuis mocht noemen) erg groot. Overal lagen planken over het water om de weides snel te kunnen doorkruisen. Bij warm weer namen we wel eens een uitdaging van elkaar aan om het springend te proberen. Of fierljeppend als je het lef had. Iemand die opgegroeid is op “De Polder” is behept met skills waar een woudloper jaloers op is.

Met mijn voet test ik het eerste deel van de plank. Dat gaat goed. Zo ook de tweede en de derde. Zonder kleerscheuren kom ik aan de overkant. Ik grijp het hangende touw om het talud weer op te krabbelen en sluit de tuinslang aan. De terugweg gaat op dezelfde manier. Ik maak alle bakken schoon en wanneer ze gevuld zijn herhaal ik mijn survival toer. Gelukkig zonder te water te gaan.

Dan opeens gaan de sluizen van boven open. Dikke druppels vallen op mij neer. Regen zoals we dat in weken niet gezien hebben. Bij de tijd dat ik de auto gehaald heb ben ik doorweekt. Ik ben dan weliswaar niet in de sloot gekukeld maar heb jammer genoeg toch een nat pak opgelopen. 

Een dag voor in de boeken…

Het was er dit jaar gewoon nog niet echt van gekomen. De dagen dat het lekker weer was en er niet veel wind stond moest ik werken. De dagen dat ik vrij was en dus tijd had was het pisweer of stond er te veel wind. En, nou ja, ik ben nu eenmaal een mooi weer mens wat mijn buitenhobby’s betreft. Vandaag komt alles mooi samen. Een vrije dag, bijna windstil, blauwe lucht, zon aan de hemel en een graad of 26. Al met al prima weer voor een toerke op de SUP. 

Voor de verandering besluiten we eens vroeg naar het water te gaan. De parkeerplaats is nagenoeg leeg. Een enkele roeier is aanwezig maar verder niemand. Ik vind waterpret over het algemeen wel leuker als er een gezellige bedrijvigheid om mij heen te vinden is. Maar een keer het water voor ons alleen is ook wel erg fijn. 

Het bootje van vriendlief heeft vandaag zijn vuurdoop. Die ziet voor het eerst sinds maanden pas weer het water. Maar wonder boven wonder start het ding direct en werkt naar behoren. Ik heb mijn SUP ook binnen no-time opgepompt. Ik trek nog vlug wat flesjes water mee voor onderweg. Dat gaan we met dit mooie weer wel nodig hebben. 

Jammer genoeg steekt er een windje op en uitgerekend heb ik hem tegen. Dat is voor vriendlief niet zo’n ramp. Maar voor mij, op mijn met eigen spierkracht voortgedreven vaartuig, wat minder tof. Ik peddel stug door. Vooralsnog zijn wij de enige twee op het water en daar maak ik dankbaar gebruik van. Ik ga van links naar rechts en zoek de ideale lijn door wind en stroming. 

Dat ik al even niks meer gedaan heb merk ik na een kleine 2,5 km. Gelukkig krijg ik een klein sleepje. En dat dames en heren is nog eens extra genieten. Ik hoef even niks te doen dan alleen maar genieten van de zon op mijn bakkes en zorgen dat ik niet van mijn plank af lazer. Dat gaat mij beide redelijk goed af. 

Door mijn sleepje zijn we iets sneller op onze lunchlocatie. Nog voor we goed en wel aangemeerd zijn raken we in gesprek met de eigenaar van de toko. Ik loop nog te klooien met de leash van mijn SUP terwijl hij honderduit verteld over de boten die te huur zijn, het terras en een grappig voorval met een aantal klanten die niet wensten te betalen en hoe creatief dit was opgelost. Geweldig. 

Het heeft overigens wel wat om op deze manier bij een “restaurant” aan te komen in plaats van met de fiets of de auto. Gelukkig is er nog plek op het terras want inmiddels rammel ik van de honger. Zonder moeite wordt er een parasol voor ons uitgeschoven en krijgen we kussens voor op de stoelen aangeboden. Na de lunch keren we terug naar de steiger. Dit keer hebben we de wind “in de zeilen”.

Het is zo zalig dat we besluiten ons gewoon mee te laten drijven. Lekker uitbuiken in de zon met de voeten in het water terwijl de stroming ons meevoert naar ons startpunt. Iets later dan gepland zijn we terug bij de steiger. Waar overigens nog steeds niemand te vinden is. De watermensen weten niet wat ze missen. Maar voor ons is dit een dag voor in de boeken. 

Niet meer verwacht…

Binnen een paar dagen was ie opeens een paar kilo kwijt. Het waren er zoveel dat het opviel. Dat was nog niet alles. Rondom de ruif lag het bezaaid met proppen hooi. Of te wel hooi dat niet goed gekauwd, en in plaats van door te slikken uitgespuugd was. Dat kon er maar van 1 zijn. Poownie. Iets ging er niet goed. De tandarts onderzocht hem en vond het probleem. Naast al zijn voortanden mist hij nu dus ook 2,5 kies. 2 zaten er los en een was zover afgebroken dat ie er uit moest. Zijn gebit is eigenlijk gewoon op. De kiezen die hij nog heeft zijn te vergelijken met “sliks” Helemaal glad en niet goed meer om hooi en stro te vermalen. 

We gingen opzoek naar een hooivervanger. Want tja, poownie moet wel iets binnen krijgen. Gelukkig is er veel op de markt. Zeker ook voor oudere paarden met een slecht gebit. Nu krijgt hij drie keer per dag een flinke emmer met diverse soorten geweekte brokken en vitamines. Geloof mij mensen, het afvallen bij een ouder paard is zo gepiept. Maar het op gewicht komen is wel echt een ding. 

Iedere dag sta ik nu zijn ontbijt, lunch en diner klaar te maken. Her en der staan emmers met voer te weken. De dames van stal zijn zo lief om Poownie en mij hierbij te helpen. Hij weet precies wanneer zijn emmer klaar staat en meld zich al bij het hek om die met liefde (en een hoop kwijl) in ontvangst te nemen. In de tussentijd staat hij tussen zijn maten mee te knagen aan de ruif. Het is meer bezigheidstherapie dan dat het zijn maag vult. Samen knagen aan/uit de ruif is nu eenmaal gezelliger.  

Na een week of drie begon het zichtbaar te worden. Beetje voor beetje kwam hij wat meer op gewicht. Vanaf dat moment kwam er iedere week iets meer paard bij. Hij werd voller en ronder en begon zelfs weer wat “vetjes” te kweken op zijn borst. Het ging zo goed dat ik besloot om hem heel voorzichtig ook weer aan het werk te zetten. Dus twee tot drie keer in de week aan de longe in de rijbak om conditie te kweken en zijn oudere en stramme spieren in beweging te zetten.

Het idee dat ik ooit weer eens een ritje op zijn rug zou maken had ik eigenlijk al aan de kant geschoven. Maar nu voelde het voor ons beide zo goed, dat ik toch begon te twijfelen… Ik appte mijn stalgenoot of ze zin had om die avond een ritje te maken. Gelukkig wilde ze ons vergezellen met haar paard. Vanaf dat moment keek ik heel de dag reikhalzend uit naar de avond. Ik voelde mij net een penny meisje dat eindelijk haar eerste lesdag op de manege had.

Poownie had er net zo veel zin in als ik en was de hele rit super braaf. We genoten met volle teugen. Dit uurtje pakt niemand ons meer af. De week erop gingen we met z’n drietjes op pad. Ook nu hadden we een geweldige avond die mij energie gaf voor de rest van de week. 

Poownie was met pensioen. Maar ik denk dat ik die tijdelijk even opschort. Aan zijn enthousiasme te merken zal hij dat ook niet zo heel erg vinden.

Buitengewoon fantastisch…

Dit is echt mijn meest onvoorbereide wintersport ever! Normaal volg ik een lesje. Bezoek ik een indoor skiberg of ben ik druk met het uitwerken van een eigen sportprogramma. Alles om maar zo optimaal mogelijk van die ene week in de bergen te kunnen genieten. Dit jaar ging ik er van uit dat onze wintersport, net als vorig jaar, vanwege corona niet door zou gaan. Maar toen kregen we groenlicht en was het al een soort van te laat om nog echt iets te kunnen doen. Ik waxte mijn board, wat tot dan toe mijn enige echte voorbereiding was en hoopte er maar het beste van.

Het duurt even voor ik in de vakantiestemming kom. Sommige mensen zouden het vakantiestress noemen. Toen Draak ons vanaf zijn vakantie-adres volmondig “dag” en “doei” toeriep en ik Poownie voor een laatste keer een aai over zijn hoofd had gegeven, kon ik echt mijn koffers in de auto schuiven. De voor mijn gevoel eeuwig durende rit naar Oostenrijk start rond 21.30 uur. De rest van de familie is al zeker een uur aan het rijden en wacht ons op zodra we bij het hotel aankomen.

Als we de grens bij Kufstein oversteken worden we begroet door sneeuw. Sneeuw langs de kant van de weg en sneeuwval uit de lucht. Kijk, dat begint alvast goed. De hele week is er Kaiserwetter voorspelt. Witte pistes, blauwe lucht en de juiste temperatuur. Wanneer we ’s middags naar de piste lopen om boards en ski’s weg te brengen naar de lockers genieten we hier alvast van. Wat een zaligheid om hier na twee jaar weer te zijn. 

De eerste echte skidag breekt aan. Toch wat onwennig besluit ik er, samen met mijn nichtje en oom, op het middenstation uit te gaan. De rest gaat door naar boven en zien we na de eerste afdaling weer terug ergens op de berg. We starten op een relatief rustige piste. Zowel wat mensen betreft maar ook qua afdaling. Dit is er een uit mijn favorieten. Soms is het handig om bekend te zijn met je omgeving. 

Mijn zorgen over mijn techniek en houding zijn zo onterecht geweest. Een jaar niet op wintersport heeft mij goed gedaan. Met gemak kom ik naar beneden. De rest van de vakantie kan ik alleen maar genieten van zo’n beetje iedere afdaling die ik maak. Door het zalige weer is het geen straf om in de stoeltjeslift te zitten. Waar overigens de meest gekke gesprekken gehouden worden (Gerritje meets Coentunnel voor “insiders” 🤣). En omdat het allemaal zo fijn gaat besluiten we de afdaling gewoon nog een keer of drie te doen. 

Nog nooit ben ik zo snel beneden geweest en heb ik hele stukken piste achter elkaar geboard zonder kramp in kuiten en voeten. Dit is de eerste vakantie dat ik langer in de lift zit dan dat ik over een afdaling doe.

Met het prachtige weer lunchen we iedere middag op het terras aan de piste en sluiten we de dag af met een schnaps op ons balkon in de zon. Heel vervelend allemaal!

De week is omgevlogen en inmiddels zijn we weer thuis met een berg vuile was. Maar ook met een dosis nieuwe energie, een stapel toffe foto’s en een lading fijne herinneringen. Op naar volgend jaar.

 

Saunatje pakken…

Heel de week heb ik gewerkt. Dan weer thuis dan weer op kantoor. Iedere dag was ik pas laat klaar. Het was soms zelfs zo druk dat ik gewoon langer heb moeten werken. Iets dat sinds de pandemie niet meer echt is voorgekomen. Het was ook een rare week met gekke gesprekken. Zowel met collega’s als met klanten. Doe daar een paar eetlepels vermoeidheid bij, een grammetje of wat gespannen schouders en wat kruimels geïrriteerdheid en het feest is compleet. Met dit grauwe weer verdween het daglicht ook nog eens als sneeuw voor de zon. Pas na het avondeten kon ik wat verontreinigde lucht gaan snuiven op stal. 

Hoewel ik dit weekend geen uren bij het paard heb doorgebracht heb ik toch wel een flinke tijd met hem staan grazen in de polder. Met daarbij de nodige kou en regen op mijn knar. Als ik zondagmiddag thuiskom heb ik nog maar zin in één ding. De verwarming op standje comfortabel, in mijn zachte teddyfleece huispak onder mijn dekentje op de bank. Met thee binnen handbereik en mijn boek op schoot. 

Maar voor ik daar aan begin loop ik door naar boven. De geur van de houten cabine is onweerstaanbaar. Mijn neus vangt ook al een vleug van de eucalyptusolie op. Het enige dat ontbreekt is de warmte die mij in mijn gezicht “slaat”. Dat ik zoveel plezier aan mijn omgetoverde zolderkamer naar home made spa zou hebben, had ik niet verwacht. Oké, toegegeven, met 30 graden ben ik hier niet te vinden. Op dagen zoals nu, met guur en nat weer, zit ik hier graag.

De sauna is nog niet eens op temperatuur maar ik besluit er vast in plaats te nemen. Ik maak het mij gemakkelijk. De warmte die er al hangt omsluit mij als een heerlijke zachte deken. De eerste 5 minuten doe ik niks anders dan alleen maar zitten. Even een moment nemen om te aarden. Genieten van de steeds warmer wordende lucht. Misschien ben ik in een vorig leven wel een hagedis of leguaan geweest. Het baden in de hitte bevalt mij namelijk wel. 

Wanneer de sauna goed op temperatuur is duur het niet lang voor ik mijn huid plakkeriger voel worden. Al snel melden de eerste zweetdruppeltjes zich bij de startlijn en voel ik ze een voor een naar beneden glijden. Iedere druppel geef ik een gevoel of ervaring mee van afgelopen week. Alles wat niet goed ging, wat mij stoorde aan mijzelf en een ander. Ik besluit “schoon” het weekend af te sluiten. En met iedere zweetdruppel die ik geboren voel worden, wordt mijn geest lichter en lichter. 

Ik wil zo lang mogelijk in de kalme intimiteit van mijn cocontoestand blijven zitten. Maar dat zou niet bepaald goed voor mij zijn. Met een half gesloten oog werp ik een blik op de klok en zie dat ik al een half uur in zweterige meditatieve toestand verkeer. Tijd om af te sluiten, bij te komen, een liter water te drinken en heerlijk te douchen. 

Na nog eens een half uur zit ik dan toch eindelijk op de bank. Gehuld in mijn zachte teddyfleece huispak onder mijn dekentje met thee en koekjes binnen handbereik en mijn boek op schoot. Mijn huid voelt zacht en rozig. Mijn hoofd is redelijk leeg. Zo hectisch als de week was zo rustig eindig ik het weekend. Klaar voor een nieuwe week. 

Verfrissende middag…

Het is weer eens zo’n weekend waarbij de weergoden ons eindeloos aan het testen zijn. Kijken wie er breekt, buigt of zich zeiknat laat regenen. Ik moet toch echt naar Poownie. Omdat hij al heel de week het terrein niet af is geweest heb ik hem een graassessie in de polder beloofd. Als ik wegrij van huis begint het direct een tandje harder te regenen. En dit is nog niet opgehouden als ik mijn auto op mijn eindbestemming geparkeerd heb.

Normaal staat hij mij bij het hek al op te wachten. Maar nu staat ie voor de verandering lekker te dutten onder de nieuwe overkapping. Met het invallen van de winter heb ik besloten om hem lekker onder dek te zetten in de hoop hem op zijn oude dag een handje te helpen met warm en droog blijven. En wanneer het 24/7 aan het regenen is ben ik blij dat ik mijn irritatie over paardendekens opzij geschoven heb. 

Ik hijs eerst mijzelf in mijn regenpak en kaplaarzen voor ik kenbaar maak dat ik er ben. Als ik mijn hoofd buiten de keet steek staat mijn in dek gewikkelde opa al bij het hek. Ik wordt vrolijk begroet, ondanks zijn verregende hoofd. Poownie heeft rollen in de blubber tot een ware kunst verheven. Dus hoofd, hals en manen zijn zwart en zitten onder het zand. Hij heeft allang door wat wij gaan doen maar het maakt hem niet uit hoe hij er bij loopt. Nadat ik mijn capuchon heb vastgebonden grijp ik nog snel een stel handschoenen uit de kast. 

De polder heeft een desolate uitstraling. Het is grauw en nat. Met dit pisweer is er letterlijk geen hond te bekennen. Des te fijner voor ons. Gelukkig staat er niet veel wind en wordt de kou tot een minimum beperkt. Hoewel het in mijn Siberische kledij misschien ook niet helemaal eerlijk is om over kou te spreken…

Terwijl de regen eindeloos traag uit de hemel valt staat Poownie naast mij met heel veel smaak zijn grasjes uit te zoeken. Het gras groeit nagenoeg niet in deze tijd van het jaar, dus hij moet er nu wat meer moeite voor doen. Niets geeft zoveel voldoening om die ene lekkere overgebleven groene grasspriet tussen al dat dorre gras te vinden. Dat ie mij daar in mee moet slepen door plassen en modderige vlaktes maakt hem niets uit. 

Opeens hoor ik achter mij een zacht gegrom. Als ik mij omdraai staat er, aan de overkant van de sloot dus een meter of 8 bij ons vandaan, een teckel. De vraagtekens boven zijn hoofd zijn zo fel als neonverlichting. Ik snap hem wel. Een blubberige verschijning met vier witte benen in een even blubberig dek gehuld en een in regenkleding gemummificeerde gestalte ernaast is ook niet iets wat je dagelijks tegenkomt op je rondje wandelen in de polder. 

Het beest komt pas in beweging als ik naar hem zwaai en Poownie zijn hoofd op tilt. Dat is denk ik te veel van het goede. Hij spurt terug naar zijn baas, die over de dijk is doorgelopen. De rust keert terug en we zijn weer alleen met de regen als ons gezelschap.

Na een uur vind ik het welletjes. We slenteren terug naar stal waar ik Poownie nog trakteer op een emmer met slobber voor ik zelf ook, niet moe maar wel voldaan, huiswaarts keer.