Beilstein, het Doornroosje van de Moezel…

Zullen we de korte, iets langere of de langste route nemen? Vraagt vriendlief als we bij het informatiebord staan waarop de rondvaarten worden aangeboden. De korte rondvaart is met 1 uur heen en terug. De langste duurt maar liefst 4 uur enkele reis… We besluiten wijselijk voor de middelste te kiezen. Hiermee zouden we een uur enkele reis op de Moezel varen. Een sluis passeren, voldoende onderweg zien en aan het einde van de rit van boord kunnen om één van de dorpjes te bezoeken.

Wat treffen we het toch met het weer. Er staat een fris windje, maar de lucht is blauw en het zonnetje maakt alles goed. Ons scheepje ligt al op ons te wachten. Er kunnen ruim 600 man aan boord. Zo vol zit het misschien in het hoogseizoen. Wij hebben het geluk dat we kunnen kiezen waar we gaan zitten. Dat is in eerste instantie bovenop het dek in de zon. Waar we genieten van een kop koffie en het uitzicht.

We laten ons naar Beilstein varen waar we van boord gaan, een hapje gaan lunchen en gaan dwalen door de straten. Dit dorp staat namelijk bekend als het Doornroosje van de Moezel. Inmiddels snap ik helemaal waarom. Als we aanmeren is het aanblik al direct eentje voor in de boeken. Een prachtige kade met oude gebouwen, een kerk links en een burcht rechts.

Terwijl we door de smalle straatjes wandelen, voelt het alsof de tijd hier een paar eeuwen geleden heeft besloten niet meer mee te doen. Het dorp bestaat al sinds de middeleeuwen en kreeg zelfs stadsrechten in de veertiende eeuw. Veel van de vakwerkhuizen, steegjes en pleintjes die je vandaag ziet, bepalen al eeuwenlang het straatbeeld. Niks nieuwbouw. Ook nu heb ik weer het gevoel alsof we door een filmdecor lopen.

Vriendlief wordt helemaal gek van mij. Ieder steegje en paadje moet ik bewandeld hebben en onder ieder boogje moet ik even kijken wat er aan de andere kant te zien is. Dan staan we opeens voor de kloostertrap. Het zijn aardig wat stapjes omhoog. Maar ook die nemen we. We komen uit bij een heel gezellig terras dat uitzicht geeft over de Moezel en het dorp. Het terras zit vast aan de voormalige Karmelietenkerk. Daarin zou de beroemde Zwarte Madonna van Beilstein te bezichtigen zijn. Wij kunnen de Zwarte Madonna niet vinden. Dus ik kan er niet over meepraten.

Nog een stuk hoger torent de ruïne van Burg Metternich uit. Het kasteel speelde eeuwenlang een belangrijke rol in de regio totdat het in 1689 door Franse troepen werd verwoest. Tegenwoordig zijn vooral de overblijfselen ervan te bewonderen. Wij besluiten de burcht letterlijk links te laten liggen en via de andere kant terug naar het dorpje te lopen. Ook blijf ik mij verbazen over de panden waar ik langs loop. Wij noemen een woning uit de jaren 60 al verouderd. Hoe is het toch mogelijk dat er hier huizen uit 1300 staan die nog steeds bewoond worden?

Vol bewondering over alles wat we gezien hebben zoeken we een eettentje uit voor de lunch. Dat is niet zo makkelijk. De terrasjes zijn gezellig en hebben allemaal een fantastisch uitzicht of een unieke locatie. Het liefst schuif ik overal even een. Maar zoveel tijd hebben we nu ook weer niet. We besluiten uiteindelijk te kiezen voor het zonnetje met uitzicht op het water en laten ons culinair verwennen door de kok voor we terug varen naar Cochem.

Van sprookjesdorp naar wijnstad, onderweg naar Cochem…

Na een uitgebreid ontbijt checken we uit bij het eerste hotel van onze vakantieweek in Duitsland. Vandaag verruilen we Monschau voor Cochem. Tenminste… dat is het plan. In plaats van de snelste route, laten we ons door de Eifel slingeren. Letterlijk. Bocht na bocht, heuvel op en heuvel af. We passen ons tempo helemaal aan, aan de gemoedelijke sfeer die er hangt. Gelukkig zit ik niet achter het stuur. Daardoor kan ik ongegeneerd uit het raam staren en voortdurend roepen: “Oh kijk, daar!” 

Het landschap is prachtig. De bomen beginnen voorzichtig hun zomergroen los te laten en hier en daar verschijnen de eerste herfstkleuren. Achter iedere bocht wacht weer een ander uitzicht. Alsof iemand steeds een nieuw decor neerzet. En dan die dorpjes… Sommige bestaan enkel uit drie huizen, een kerk en een mesthoop. Toch heeft ieder dorpje iets charmants. Het voelt alsof we de hele dag van het ene sprookje in het andere rijden.

Eigenlijk staat Burg Eltz vandaag ook op de planning. Maar het probleem met mooie routes is dat er achter iedere bocht weer iets nieuws opduikt waardoor we veel langer onderweg zijn dan gepland. Dus nemen we een verstandig besluit. Burg Eltz blijft nog even staan waar het al eeuwen staat en wij bewaren dat bezoek voor later deze week.

Wanneer we uiteindelijk in Cochem aankomen, worden we vriendelijk ontvangen in ons hotel. Een kleinschalig hotel met kamers die zó ruim zijn dat je er met gemak een compleet gezin kunt laten logeren zonder elkaar in de weg te lopen. Na een uitgebreide lunch duiken we het centrum in.

Ik had eerlijk gezegd verwacht dat we ons tussen de toeristen door zouden moeten worstelen. Maar dat valt verrassend mee. Het is levendig en gezellig druk. Het eerste wat opvalt is natuurlijk de Reichsburg. Hoog boven het stadje staat het kasteel op zijn rots fier te pronken. Ondanks dat je er niet met de auto kunt komen, kun je er ook simpelweg niet omheen. Vanuit bijna iedere hoek van de stad kijkt het mee. Iedere keer als ik naar boven kijk verwacht ik een draak of een prinses te zien. Het geeft Cochem die sprookjesachtige uitstraling waarvoor zoveel mensen hierheen komen. Tenminste, dat denk ik. 

De steile heuvels rondom het stadje zijn bedekt met wijnranken. Cochem staat bekend om zijn wijnen. Overal vind je wijnkelders, proeflokalen en terrassen waar enthousiast wordt geproefd. Dat hele wijnverhaal gaat grotendeels aan ons voorbij. Wij zijn namelijk niet zulke wijnliefhebbers. Wel blijf ik even staan bij een automaat waar je naast een zak chips en blikje cola ook gewoon een fles wijn kunt kopen.

De historische binnenstad heeft kleurrijke vakwerkhuizen, smalle straatjes, oude stadspoorten en gezellige pleinen met terrassen en restaurants. Aan de rand van het centrum vertrekt een stoeltjeslift naar een uitzichtpunt boven de stad. Vanaf daar kijk je uit over de wijngaarden en de kronkelende Moezel die zich door het landschap slingert. Op het water varen ondertussen de rondvaartboten af en aan voor zowel korte als lange tochten. Lekker kneuterig en über toeristisch maar we doen er met alle plezier aan mee. 

Cochem is deze week onze uitvalsbasis terwijl we overdag de Eifel verder gaan verkennen. En iedere dag pakken we een toeristische trekpleister mee. Deze vakantie gaat in ieder geval niet de boeken in als een typische relax-vakantie.

300 jaar terug in de tijd…

Een paar jaar geleden droomde ik over mijn overleden moeder. We waren samen druk bezig met het doorbladeren van boeken en documenten toen ze ineens een blad omhooghield. “Cochem.” Meer stond er niet op. Ik had nog nooit bewust van dat plaatsje gehoord. Nieuwsgierig als ik ben dook ik er de dagen daarna in. Al snel ontdekte ik dat het een dorpje aan de Moezel was, bekend om de wijnbouw. Niet bepaald iets waar ik warm voor loop, in tegenstelling tot mijn moeder, die fervent wijnliefhebber was. Toch bleef één beeld hangen: een kasteel op een heuvel boven het dorp. En dus vertrokken we, ruim acht jaar na die droom, eindelijk richting Cochem.

Tijdens het plannen van de route en het zoeken naar overnachtingen kwam ik nog een plaatsje tegen dat mijn aandacht trok: Monschau. Ook daar had ik nog nooit van gehoord. Volgens internet was het echter een van de mooiste dorpjes van de Eifel, vol smalle straatjes en oude vakwerkhuizen. Dat klonk als iets wat wel eens in de smaak kon vallen. 

Monschau blijkt een geschiedenis te hebben die teruggaat tot de twaalfde eeuw. Rond 1195 werd boven het Rurdal een burcht gebouwd, waar later de stad omheen ontstond. In de eeuwen daarna groeide het uit tot een belangrijke handelsplaats. Vooral in de zeventiende en achttiende eeuw verdienden de bewoners goed aan de lakenindustrie. De rijkdom van toen zie je nog steeds terug in de imposante huizen, zoals het beroemde Rote Haus, dat tegenwoordig een museum is.

Zoals zoveel oude plaatsen kende ook Monschau roerige tijden. Het werd verwoest, herbouwd, bestuurd door verschillende machthebbers en zag uiteindelijk de bloeiende textielindustrie verdwijnen. Gelukkig bleef het historische centrum tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels gespaard, waardoor je er vandaag de dag nog steeds door dezelfde straatjes kunt dwalen als eeuwen geleden.

En dwalen doen we. Vanaf het moment dat we het dorp binnenlopen voelt het alsof we een paar eeuwen terug in de tijd zijn gestapt. Smalle straatjes, scheefgezakte vakwerkhuizen en overal gezellige hoekjes die rechtstreeks uit een sprookjesboek lijken te komen. Tijdens de wandeling vanaf het fort naar het centrum krijg ik zelfs een beetje het gevoel door het Sprookjesbos van de Efteling te lopen. Het is wachten op Pardoes, die vanuit een steegje tevoorschijn komt springen. 

Na een rondje door het dorp, wat gesnuffel in de toeristische winkeltjes en een onverwachte klim naar een uitkijkpunt dankzij mijn inmiddels bekende “hé, waar zou dat paadje heen gaan?” mentaliteit, vinden we dat we een beloning hebben verdiend. We bezoeken een gezellig uitziend terras en trakteren ons op koffie met een apfelstrudel waar werkelijk alles op en aan zit. 

De tijd lijkt daar stil te staan en het is pas drie uur verder als we besluiten om door te rijden. Voor ons, zelfverklaarde cultuurbarbaren, is dit ook precies lang genoeg. We zoeken het adres op van ons eerst volgende hotel, een paar kilometer buiten Monschau, om ons voor te bereiden op het volgende avontuur van de reis.

De stille magie van 05.00 AM…

Dat ik dus iemand ben geworden die vrijwillig om 04.45 uur wakker wordt… Iets wat ik eigenlijk alleen zou doen als ik met vakantie ga. Maar inmiddels is het vaste prik: ik, mijn wekker, en een ochtendwandeling die voelt als een soort mini‑retraite in het park.

Het begon allemaal met een simpel doel: mijn stappen halen vóór werktijd. Praktisch en meetbaar. Maar zoals dat gaat met dingen die goed voelen, liep het uit de hand. Niet obsessief, maar meer in de categorie: “Waarom voelt mijn dag incompleet als ik niet minstens 3 kilometer heb gelopen voordat de rest van Nederland zijn eerste koffie drinkt?” 

De eerste paar dagen waren pittig. Rond 20.00 uur was ik een soort uitgeknepen vaatdoek. Maar wonder boven wonder wende ik snel. Mijn lichaam besloot dat 04.45 uur een prima tijd is om wakker te worden. Wat ik merk, is dat die ochtendwandeling veel meer doet dan alleen mijn stappenteller blij maken. Mijn gezicht ziet er minder pafferig uit (mooi meegenomen), mijn benen voelen steviger, mijn heup klaagt niet meer, en ik loop letterlijk vóór op de rest van de wereld. Terwijl anderen nog liggen te dromen over wat dan ook, loop ik al tussen de bomen door te ademen alsof ik een soort zen‑monnik ben.

En dan komt het nuchtere stuk. Er is namelijk niets zweverigs aan vroeg opstaan. Je hersenen zijn ’s ochtends nog leeg. Geen mailtjes, geen collega’s, geen kinderen. Je brein staat nog in de stand “vers wit papier”. Dat maakt het makkelijker om helder te denken, rustiger te voelen en überhaupt te onthouden dat je een mens bent en geen wandelende to‑do‑lijst. Wandelen in de ochtend zet je cortisolcurve recht. Je lichaam krijgt een duidelijke “goedemorgen, we gaan beginnen”-signaal, waardoor je energie over de dag gelijkmatiger blijft. Minder dipjes, minder snaaigedrag, minder momenten waarop je ineens met je hoofd in een zak chips hangt en niet weet hoe je daar bent beland.

Zelfs het daglicht werkt mee. Ook als het halfdonker is, krijg je al genoeg licht binnen om je biologische klok te resetten. Dat betekent beter slapen, sneller wakker worden, minder zombie‑gedrag. Je kunt dit zien als gratis therapie. Gewoon een park met een paar bomen, frisse lucht en je eigen benen.

Hoewel het zomer is, is het rond 05.00 uur nog niet zo licht als een paar weken geleden. En het is ook iets frisser als toen ik er net mee begon. Mijn topje is inmiddels ingeruild voor een jasje, en ik ben alternatieve routes aan het bedenken voor wanneer het écht te donker is, want ik ben wel toegewijd, maar niet naïef. Mijn regenkleding ligt ook al klaar, al weet ik nog steeds niet of ik mij vrijwillig zeiknat wil laten regenen. Ook hier, toegewijd maar niet gek. Voor nu kijk ik in ieder geval elke ochtend uit naar dat rondje wandelen.

Zijn er nadelen? Tuurlijk. Soms ben ik overdag moe. Soms ga ik zelfs eerder naar bed dan Groene Draak. Maar de voordelen zijn eindeloos: actiever voelen, minder honger, minder snaaigedrag, stevigere bovenbenen, een blije heup en een hoofd dat veel rustiger is. Dus wat heb ik geleerd? Dat vroeg opstaan geen straf is, maar een cadeau. En dat ik blijkbaar iemand ben die de dag het liefst begint voordat de rest van de wereld überhaupt heeft besloten wakker te worden.

Wakker vóór de wereld…

Ik ren de afgelopen weken het vuur uit mijn werksloffen, maar mijn stappendoel? Geen schijn van kans. En dan ga ik op vakantie, waar luieren praktisch een fulltime baan is en haal ik datzelfde stappendoel met twee vingers in mijn neus. Waarschijnlijk door de vele rondjes langs het buffet, maar dat detail parkeren we voor dit blog even.

Bij thuiskomst voel ik dat ik die lekkere beweegflow wil vasthouden. Dus ik besluit de volgende dag meteen te gaan wandelen. Alleen kies ik het tijdstip een tikkeltje ongelukkig. Midden op de dag, 30 graden, zon die brandt alsof ik nog steeds op Gran Canaria ben. Ik kom druipend thuis en besluit dat dit anders moet.

De ochtend erna ga ik direct bij het ontwaken op pad. Het kwik klimt opnieuw richting de 30 graden, maar in de vroege ochtend is het nog heerlijk. Zo heerlijk zelfs, dat ik de rest van de week mijn wekker zet, ondanks dat ik nog vrij ben. En iedere dag gaat die wekker een stukje vroeger. Alles om een wandeling te maken. Vriendlief verklaard mij voor gek.

Was ik soms vergeten hoe heerlijk rustig ons park is op dit uur?! De wereld ontwaakt langzaam. De lucht is fris, de stilte bijna tastbaar. Ik hoor de vogels fluiten en alleen dat geluid zorgt al dat mijn dag goed begint. Geen muziek nodig, de natuur doet haar werk.

Mijn werkende leven staat op het punt om weer te beginnen, dus ik besluit mijn wekker nóg iets eerder te zetten. Hij gaat nu om 5:00 af. Terwijl het hele huis nog in diepe rust is, zelfs de vogel want geen early bird, waag ik mij buiten. Met 45 minuten wandelen heb ik al de helft van mijn stappendoel binnen en voel ik me een stuk actiever op het moment dat ik op mijn werk aankom.

Wanneer ik naar bed ga, kijk ik stiekem al uit naar het moment dat ik weer mag lopen. In alle vroegte, met niemand anders dan het ontwaken van de dag en de vogels in de bomen, oh en de slakken op de grond, dat dan wel weer. “De Club van 5AM” stond al even op mijn lijstje en vanaf nu ben ik een waardig lid.

Soms valt me op hoe de zon het park schildert. Iedere ochtend kleurt het licht de bladeren in minstens tien tinten groen. Van fris limoen tot bijna donkergoud. Het lijkt alsof de zon door de takken en bladeren heen een soort natuurlijke filter over de wereld legt. Het park is eigenlijk helemaal niet groot, maar door de kronkelpaadjes voelt het alsof ik door een klein bos loop. Alsof ik telkens een nieuw stukje ontdek dat gisteren nog niet bestond. Het licht speelt verstoppertje tussen de bladeren, werpt strepen op het pad en maakt van een simpele ochtendwandeling een soort mini‑expeditie. Ik merk dat ik langzamer ga lopen, gewoon om niets te missen.

En dan die geuren… De wereld ruikt compleet anders na een nacht regen. Ieder stukje park heeft zijn eigen lucht. Soms loop ik langs een pluk onkruid en word ik verrast door een weelderige zomerse geur. Alsof iemand een fles parfum heeft leeggespoten. Ik blijf even staan, snuif diep in, en laat de ochtend zich helemaal in mij nestelen.

Ik wandel. Ik adem. Ik ben wakker nog vóór de rest van de wereld dat is.
En dat voelt als een cadeautje, elke dag opnieuw.

80 bochten verder, 350 meter hoger…

Na tachtig haarspeldbochten — die direct al in het dal begonnen en eindeloos doorliepen tot aan de top — is het een wonder dat mijn maaginhoud nog steeds zit waar hij hoort te zitten. Aangezien ik deze ochtend iets ruimer ontbeten heb dan gebruikelijk. Een beetje misselijk ben ik wel. Maar na een paar koekjes en een slok water voel ik me al snel een stuk beter.

Bij het openen van mijn deur wordt deze bijna uit mijn handen gerukt. De zon is meedogenloos. De wind nog meer. Natuurlijk had ik weer niet aan een vestje gedacht. Daar denk je niet aan als je wegrijdt met dertig graden en volop zon. Gelukkig ligt er een badlaken op de achterbank, dat ik als een geïmproviseerde cape om me heen sla.

De rit naar de top was minstens zo spectaculair als het uitzicht dat op mij wacht. Het landschap aan de westkust van Gran Canaria is een stuk grilliger en ruiger dan de badplaatsen. Dit deel van het eiland wordt niet voor niets het meest ongerepte stuk genoemd: enorme kliffen, diepe ravijnen en gesteente in kleuren die je bijna niet kunt verzinnen.

We zijn aangekomen bij Mirador del Balcón, een uitkijkpunt dat je absoluut op je lijst moet zetten als je de binnenlanden inrijdt en iets anders wilt zien dan zon, zee en strand. Ik loop achter de familie aan richting de trap die afdaalt naar een platform. Daar moet ik moeite doen om niet direct de afgrond in geblazen te worden; hier waait het nóg harder dan op de parkeerplaats. Gelukkig is het platform afgezet met een glazen wand.

Ik duim dat het geheel stevig in elkaar is gezet, want we hangen letterlijk boven de Atlantische Oceaan aan een steile klif. Volgens de informatieborden op ongeveer 350 meter hoogte. Heel even lijkt het alsof mijn maag zich alsnog tegen mij keert. Maar toegegeven: het uitzicht is prachtig.

De wolken hangen op ooghoogte. Ik kan ze bijna aanraken. Onder mij kolkt en beukt het water van de Atlantische Oceaan tegen de rotsen. Het is machtig om te zien. Zelfs een foto of filmpje geeft niet hetzelfde effect als wanneer je dit met eigen ogen aanschouwt.

Wanneer ik helemaal naar links kijk, zie ik de bekende Drakenstaart: een reeks grillige bergkammen die trapsgewijs richting de zee lopen. Door hun vorm lijken ze op de rug en staart van een draak. Volledig gevormd door vulkanische activiteit, lang geleden natuurlijk, en daarna uitgesleten door wind, regen en oceaankracht tot de puntige formatie die het nu is.

Op de terugweg zie ik een bord waarop staat dat Gran Canaria een UNESCO Starlight‑bestemming is. Dit balkon is een van de donkerste en meest indrukwekkende plekken om sterren te kijken. De combinatie van hoogte, afgelegen ligging en vrijwel geen lichtvervuiling maakt het ideaal voor heldere sterrenhemels, de Melkweg en noordelijke sterrenbeelden zoals de grote en kleine beer en Cassiopeia.

Ik kan hier helaas niet over meepraten, want na een groepsfoto besluiten we onze rit voort te zetten naar het dorpje Agaete, een stukje verderop. En eerlijk… de rit terug in het pikkedonker zou ik stiekem ook niet aandurven.

Half uitgerust, volledig voldaan…

Er is altijd wel één pipo die denkt grappig te zijn. Dit keer was het iemand die doodleuk opmerkt dat onze vlucht misschien wel geannuleerd wordt. “Want ja… benzine hè.” Ik wens hem drie weken lang jeuk en te korte armpjes toe en houd ondertussen met één oog de website in de gaten. Je weet maar nooit. Maar onze vlucht naar Gran Canaria gaat gewoon door. Uiteraard. 

Op het vliegveld is het een georganiseerde chaos, maar de vlucht zelf verloopt verrassend soepel. We landen zelfs eerder dan gepland. Ik wissel lezen en slapen af, een gouden combinatie, en besluit dat een transfer regelen vast slimmer is dan een taxi of meteen een auto huren. Spoiler: dat is het niet. De rit duurt ongeveer drie levens, maar begin van de middag spuugt de bus ons eindelijk uit bij het hotel.

De ooms en tantes, die al een paar dagen eerder zijn aangekomen, staan ons op te wachten alsof we VIP’s zijn. Ze weten zelfs al waar onze kamer is. Sterker nog: die is al voor ons gereserveerd. Drie kamers naast elkaar. Gezelligheid gegarandeerd.

We kleden ons snel om en ploffen neer bij het zwembad. De rest van de dag doen we weinig meer dan eten, zonnen en het hotel verkennen. De komende anderhalve week is dit onze thuishaven. De eerste dagen bestaan uit een strak schema van: liggen, lezen, slapen, eten, drinken en lachen. Het soort ritme waar je lichaam spontaan van ontspant.

Op dag drie huren we een auto voor de rest van de periode. De benzine is hier ook duurder geworden, maar met €1,31 per liter nog steeds prima te doen. Navigatie hebben we niet nodig, we kennen het eiland inmiddels half uit ons hoofd. Al verrast mijn tante ons alsnog met excursies naar plekken waar ik nog nooit van gehoord heb.

We bezoeken Mirador del Balcon, een uitzichtpunt waar je de beroemde “drakenstaart” ziet. (daarover in een ander blog meer) We lunchen voor een appel en een ei in Agaete. We zoeken naar grotwoningen in the middle of nowhere, waar zelfs je telefoon geen bereik heeft. Er worden flessen rum gevuld in de distilleerderij van Arucas, maar daar zijn wij niet bij, want shoppen. Iets met prioriteiten.

Via vijf omwegen (want wel navigatie maar niet luisteren) rijden we naar Pico de Bandama, naast de gigantische krater Caldera de Bandama. Het uitzicht over het eiland is fantastisch en daar lunchen we opnieuw heerlijk. We bezoeken stadjes, shoppen tot we een ons wegen (niet handig, want alles moet mee terug), en wandelen door Puerto de Mogán voor koffie aan het water en uitzicht op de boten.

De rest van de tijd vullen we met luieren, lezen, eten en momenten waarop we letterlijk huilen van het lachen. Bij het zwembad, op het strand, aan tafel, het maakt niet uit waar, wij kunnen overal een feestje van maken. En dat wordt ook letterlijk gedaan wanneer de verjaardag van vriendlief dunnetjes overgedaan wordt met een versierde tafel, een verjaardagsliedje en taart. 

En dan ineens… is het voorbij. De tijd vliegt, zoals altijd wanneer je het leuk hebt. We pakken onze koffers en schuiven en meten al onze aankopen erin alsof we meedoen aan een spelletje Tetris, en nemen afscheid van onze tijdelijke thuishaven. 

Met een hoofd vol zon, een maag vol tapas en een hart vol herinneringen vliegen we terug naar huis.

Uitzicht vanuit ons hotel. Een dagje strand en een wandeling langs de ruige zee.

De strijk kan wachten…

Mijn telefoon gaat net voor ik de stekker van de strijkbout in het stopcontact steek. Onhandig stap ik over de wasmand met nog te strijken kledingstukken, blijf met mijn voet in de wasmand met vuile was steken, die er heel ongelukkig pal achter staat. Ik sleep al struikelend de wasmand achter mij aan naar de andere kant van de kamer om mijn telefoon te pakken. Of ik zin heb om mee te gaan naar haar paard? Ja natuurlijk! 10 keer leuker dan wat ik op het punt sta te gaan doen. Binnen 5 minuten ligt alles weer op zijn eigen plek, inclusief de wasmand met vuile goed en ben ik omgekleed. Ik ben even naar stal, gil ik door de gang als ik onderweg ben naar mijn auto.

Zo, dat is lang geleden. Dat we elkaar gezien hebben maar ook dat ik in de buurt van een paard geweest ben. De laatste keer was net na de wintersport. Daarna ging iedere vrije minuut in mijn werk of het leren zitten. De keren dat ik echt vrij was lag ik gesloopt op de bank of ergens in de tuin in de zon, bij te tanken. 

Onderweg pik ik vriendin op en rijden we naar haar stal. Het waait stevig vandaag maar de zon schijnt ook. We hebben heel wat bij te praten en nemen daar ongemerkt ook echt de tijd voor. Als we aankomen is er verder niemand. De paarden hebben naast hun binnenstal ook een buitenstal, een zandpaddock en een gigantisch grote boomgaard tot hun beschikking. De paarden mogen naar believen lopen waar ze willen. Je moet vooral geen haast hebben, want als je pech hebt ben je even aan het zoeken naar je paard. 

Op goed geluk wandelen we een richting uit. Halverwege hebben we nog geen paard gezien. Wel wat geitjes, honden en een kat. En heel veel perenbomen die al mooi in bloesem staan. Vriendin fluit het voor haar paard bekende deuntje. Het duurt niet lang of we zien bij “gangpad 33A” een paard verschijnen. Geheel op haar gemak wandelt ze onze kant op. 

We begroeten elkaar als oude bekenden. Wat leuk om haar weer te zien. En ook hoe ze zo op haar gemak is hier. Tussen alle bomen in weet ze prima haar weg te vinden. Het blijft bijzonder dat ze haar eigen kudde loslaat en al slalommend op het fluitje van haar baas af komt lopen. In vol vertrouwen. En misschien de wetenschap dat er een snoepje in een van de jaszakken zit.

Zonder halster of touw wandelen we het hele stuk, inclusief paard, terug naar voren. Aangekomen bij de stal kunnen we flink aan de poets. En dat is iets wat ik toch stiekem wel een beetje gemist heb. Zeker in het voorjaar, wanneer de wintervacht loslaat. Niets geeft zoveel voldoening om dan met een roskam en zweetmes in de weer te zijn. De plukken vacht vliegen mij om de oren. De vogels in de boomgaard zijn er ook erg blij mee. We gaan net zolang door tot ze er weer glimmend bijstaat.

Het waait nog steeds erg hard. Een ritje of wandeling zit er niet in. Maar een graassessie in de zon vind iedereen oké. Na twee en half uur kom ik weer thuis. Uitgewaaid en bijgekletst. En de strijk? Die is allang weer vergeten.   


Rear view of a brown and white paint horse standing on a grassy path between rows of white blooming trees.
Tussen de bomen, in de zon…

De berg fluistert: “Ga spelen jij!”

“Oooh het sneeuwt!” roep ik als ik ’s morgens de gordijnen en tegelijk het raam open doe. Dikke vlokken dwarrelen op topspeed uit de hemel en voelen koud aan op mijn hand. Aan het dikke pak dat de bomen siert is te zien dat het al even aan de gang is. Tijdens het ontbijt zitten we met onze vertrouwde groep aan tafel bij het raam. Al die jaren dat we hier komen heeft het nog nooit zo hard gesneeuwd als nu. Het is prachtig! 

De rij bij de gondel wordt alleen gesierd door de medewerker. Er is verder niemand. Of we zijn vroeg, of niemand wil met dit weer de berg op. Onze groep heeft zich inmiddels ook opgesplitst. Eén is alvast de berg op. Twee komen wat later en wij gaan met zijn drieën naar boven. Halverwege begint het flink te waaien. De gondel wiegt heen en weer. Ik voel er niks voor om helemaal naar boven te gaan en weggeblazen te worden. Dus zeg ik de heren gedag en stap er bij het middenstation uit. 

Ik ben helemaal alleen. Het witte tapijt ligt onaangeroerd voor me. Bijna heilig. Even twijfel ik. Het ziet er zo mooi uit. Toch klik ik mijn bindingen vast. Sommige stiltes vragen om chaos.

Boven mij hoor ik een plotseling kabaal. Als ik mij omdraai zie ik een aantal skileraren zonder klasje. De een na de ander maakt een sprong over een hobbel ergens halverwege de berg. Onder luid gejuich van de rest. Groot gelijk hebben ze. De berg heeft er nog nooit zo prachtig bij gelegen als nu. Als ze voorbij zijn daalt de stilte weer neer en ze hebben nog een stukje berg onaangeroerd voor mij achter gelaten. 

De sneeuw komt nog steeds met prachtige dikke vlokken uit de hemel. Maar ik heb er totaal geen last van. Nog nooit eerder heb ik door zoveel verse sneeuw geboard. Zo moet dat dus voelen als je off-piste gaat op stukken ongerepte berg. Mijn onderbenen verdwijnen in de sneeuw en ik weet even niet hoe ik moet sturen. Oké, zo voelt het dus voor iemand die nooit van de gebaande paden afwijkt. De ervaren offpiste-boarder haalt zijn neus op voor dit pak sneeuw. 

Ik merk dat ik even mijn balans moet zoeken. Maar het lukt om grip te krijgen. Voor ik het weet drijf ik op de sneeuw. Mijn board zakt niet meer weg maar tilt me op. Alsof de berg deelt in mijn plezier en besluit me even te dragen in plaats van te testen. Ik surf op de sneeuw, een ander woord heb ik er niet voor. Ik maak grote bochten, kleine bochten. Versnel hier en rem daar. Ik laat een heel spoor (aan vernieling van sneeuw) achter mij. Ik heb de afdaling bijna helemaal voor mij alleen en geniet met volle teugen.  

Halverwege word ik weer ingehaald door de twee heren. Ik merk pas dat ik de hele rit met een brede grijns van de berg afgekomen ben nadat ik hen probeer te groeten en de kramp niet in mijn voeten maar in mijn kaken voel. 

Grappig hoe dezelfde sneeuw in Nederland voelt als last met files, natte sokken en kou. Maar hier voelt het als een cadeau en is het dubbelop genieten. 

Van oh… naar WOW…

Mijn snowboard en ik gaan al bijna 14 jaar samen van de berg. Ik ben daarom ook een beetje gehecht geraakt aan mijn gekleurde plank. Het is dit board waarmee ik ieder jaar iets leer, iets harder ga of een grens verleg. Hetzelfde board waarmee ik ook een paar flinke klappen en schuivers maakte. Na het tweede jaar was er al zo’n grote hap uit mijn board dat ik dacht er niet veel langer mee te kunnen doen. Na het 3e jaar zag ik dat zelfs de staalkant op één punt wat vervormd was geraakt. Een paar jaar verder zat er een flinke kras in het belag. Blijkbaar was ik over een paar dennenappels of stenen geroetsjt. Ieder jaar nam ik me voor het volgende seizoen naar een nieuwe te gaan kijken. Maar ach, ik kwam er nog steeds mee van de berg. 

Het is nog een paar weken tot aan de vakantie en ik besluit alvast mijn board te gaan waxen. Maar tot mijn verdriet zie ik dat nu ook de bovenlaag aan het loslaten is. Misschien, heel misschien wordt het nu toch tijd om eens voor een ander board te gaan kijken. Diezelfde week gaan we naar de winkel. Ondanks de drukte is er een medewerker die mij wil helpen. Hij laat verschillende modellen zien. Legt de voors en tegens uit. Ik heb heel mijn leven op een flexibel beginnersboard gestaan. Weet ik veel wat het verschil is tussen de flexibiliteit van een 3 en een 8. Ook daar helpt hij mij mee en demonstreert verschillende modellen. 

Na een halve ochtend daar te hebben doorgebracht ga ik met een rib minder, maar wel met een nieuw snowboard richting huis. Dit board is heel wat minder kleurrijk maar wel een upgrade van wat ik had. De heren vinden hem heel sjiek, ik vind hem een beetje saai. De week erna voorzie ik mijn board van een verse laag wax en schroef mijn bindingen alvast onder. Ik ben er helemaal klaar voor. 

Zondagochtend, we staan met de groep boven aan de berg. Terwijl de andere boarders hun bindingen nog aan het vastgespen zijn klik ik mijn schoenen in mijn bindingen en ga alvast van start. De vuurdoop voor mijn nieuwe set. Ik wankel de eerste paar bochten even. Hervind mijn evenwicht en dan ga ik. Saai snowboard zei ik eerder? Wow, het stukje hout maakt alles goed. Wat heerlijk om het verschil tussen mijn oude en nieuwe board zo duidelijk te kunnen voelen.

Nee, mijn snelheid is nog steeds niet te vergelijken met de heren. Progressie maak ik wel, ook deze week weer. Stiekem zal de wintersportweek in de kerstvakantie hier ook aan bijgedragen hebben. Toch is het dit setje, met mijn step-on bindingen en mijn nieuwe board dat ervoor zorgt dat ik nog meer geniet van (bijna) iedere afdaling. En dat de hele week lang.

Mijn oude board heeft mij jaren lang van de berg afgesjouwd. Dit board gaat mij verder brengen.