Half uitgerust, volledig voldaan…

Er is altijd wel één pipo die denkt grappig te zijn. Dit keer was het iemand die doodleuk opmerkt dat onze vlucht misschien wel geannuleerd wordt. “Want ja… benzine hè.” Ik wens hem drie weken lang jeuk en te korte armpjes toe en houd ondertussen met één oog de website in de gaten. Je weet maar nooit. Maar onze vlucht naar Gran Canaria gaat gewoon door. Uiteraard. 

Op het vliegveld is het een georganiseerde chaos, maar de vlucht zelf verloopt verrassend soepel. We landen zelfs eerder dan gepland. Ik wissel lezen en slapen af, een gouden combinatie, en besluit dat een transfer regelen vast slimmer is dan een taxi of meteen een auto huren. Spoiler: dat is het niet. De rit duurt ongeveer drie levens, maar begin van de middag spuugt de bus ons eindelijk uit bij het hotel.

De ooms en tantes, die al een paar dagen eerder zijn aangekomen, staan ons op te wachten alsof we VIP’s zijn. Ze weten zelfs al waar onze kamer is. Sterker nog: die is al voor ons gereserveerd. Drie kamers naast elkaar. Gezelligheid gegarandeerd.

We kleden ons snel om en ploffen neer bij het zwembad. De rest van de dag doen we weinig meer dan eten, zonnen en het hotel verkennen. De komende anderhalve week is dit onze thuishaven. De eerste dagen bestaan uit een strak schema van: liggen, lezen, slapen, eten, drinken en lachen. Het soort ritme waar je lichaam spontaan van ontspant.

Op dag drie huren we een auto voor de rest van de periode. De benzine is hier ook duurder geworden, maar met €1,31 per liter nog steeds prima te doen. Navigatie hebben we niet nodig, we kennen het eiland inmiddels half uit ons hoofd. Al verrast mijn tante ons alsnog met excursies naar plekken waar ik nog nooit van gehoord heb.

We bezoeken Mirador del Balcon, een uitzichtpunt waar je de beroemde “drakenstaart” ziet. (daarover in een ander blog meer) We lunchen voor een appel en een ei in Agaete. We zoeken naar grotwoningen in the middle of nowhere, waar zelfs je telefoon geen bereik heeft. Er worden flessen rum gevuld in de distilleerderij van Arucas, maar daar zijn wij niet bij, want shoppen. Iets met prioriteiten.

Via vijf omwegen (want wel navigatie maar niet luisteren) rijden we naar Pico de Bandama, naast de gigantische krater Caldera de Bandama. Het uitzicht over het eiland is fantastisch en daar lunchen we opnieuw heerlijk. We bezoeken stadjes, shoppen tot we een ons wegen (niet handig, want alles moet mee terug), en wandelen door Puerto de Mogán voor koffie aan het water en uitzicht op de boten.

De rest van de tijd vullen we met luieren, lezen, eten en momenten waarop we letterlijk huilen van het lachen. Bij het zwembad, op het strand, aan tafel, het maakt niet uit waar, wij kunnen overal een feestje van maken. En dat wordt ook letterlijk gedaan wanneer de verjaardag van vriendlief dunnetjes overgedaan wordt met een versierde tafel, een verjaardagsliedje en taart. 

En dan ineens… is het voorbij. De tijd vliegt, zoals altijd wanneer je het leuk hebt. We pakken onze koffers en schuiven en meten al onze aankopen erin alsof we meedoen aan een spelletje Tetris, en nemen afscheid van onze tijdelijke thuishaven. 

Met een hoofd vol zon, een maag vol tapas en een hart vol herinneringen vliegen we terug naar huis.

Uitzicht vanuit ons hotel. Een dagje strand en een wandeling langs de ruige zee.

Uit de oude doos: “Wat doe je?!”

Een log dat ik schreef in 2019. Maar nog steeds even grappig is. Hoewel zoonlief hier misschien iets anders over denkt. 

Terwijl de wasmachine de schone was uitbraakt bij het openen van het deurtje, vangt mijn oor kabaal op uit de kamer ernaast. Zoon zit in zijn kamer en het klinkt alsof ie tegen een slechthorende aan het praten is. Als ik de schone was op zijn kamer breng zie ik wat de herrie veroorzaakt. Zijn laptop staat aan op een of ander vaag youtube kanaal. Via zijn headset staat hij in verbinding met zijn PS, en heeft hij contact met zijn “squad”. Die op hun beurt dezelfde takkeherrie hebben opstaan. Tegelijkertijd pingelt zijn telefoon het ene na het andere appje. Alles op standje neurotisch hard.

Mijn wenkbrauwen gaan omhoog en een seconde of wat overzie ik de chaos. Hij heeft niet in de gaten dat ik met een wasmand in zijn kamer sta. Inmiddels weet ik dat zijn matties mij kunnen horen als ik iets door de kamer blèr. Oeh, zal ik het doen, zal ik het doen? Ik kan mij ternauwernood inhouden. Als ik een stap verder in de kamer kom krijgt hij mij in het vizier. Hij schrikt zich rot en doet direct zijn headset af. “Had je niet ff kunnen kloppen?” Vraagt hij. “Had jij mij dan gehoord?!” Kaats ik terug. “Denk ut niet!”

Gelukkig zijn we volwassen genoeg (want zo noemen onze 15 en 16 jarige boys zich) om hier normaal mee om te gaan. Hij bedankt mij netjes voor de schone kleding die hij zelf in zijn kast gaat leggen, om mij weer zo snel mogelijk uit zijn domein te krijgen en kijkt mij vriendelijk na. Op mijn beurt volgt een glimlach en ik kan mij niet langer inhouden. Ren vervolgens voor de webcam langs, zwaai hoffelijk voor wie mij kan zien en roep “hoooooi!” naar wie het horen kan. Er galmt een “hoooi” terug. 

Zoon kan alleen maar zuchten. Hij doet nog een verwoede poging door mij een waarschuwende blik toe te werpen (wat zoiets betekend als: serieus moest dat nu?) welke door mij met een handkusje wordt beantwoord. Als ik de deur achter mij dichttrek verstomd de takkeherrie en hoor ik één van z’n matties zuchtend zeggen dat zijn moeder dat ook altijd doet! Ik grijns van oor tot oor.

Ik begrijp mijn moeder echt een heel stuk beter. Die flikte dit soort grapjes ook altijd. Door klappend en luidkeels mijn naam te scanderen bij het winnen van een turnwedstrijd. Te zwaaien wanneer ik voorbij kwam lopen. Of mij met belachelijke snoepkettingen vol te hangen als we de avondvierdaagse liepen. Ik ergerde mij kapot. Maar ik begrijp nu dat ze hier helemaal niets aan kon doen. Soms wordt je gewoon gedreven door een impuls. Een vlaag van ik-weet-ook-niet-zo-goed-waarom-ik-dit-doe-maar-het-moet-gewoon. Wanneer ze het nu zou doen zou ik natuurlijk vol overgave met haar mee doen. Maar toen?!?!

Zoon is inmiddels gewend aan mijn niet onder controle te ouden impulsen. Soms doet ie nog een zwakke poging om te laten merken dat ie het er niet mee eens is. Er tegenin gaan zoals ik vroeger deed, doet hij niet. Dat siert hem! Stiekem denk ik wel eens dat hij er ook gewoon om moet lachen. Maar hé, hoe volwassen je ook bent, toegeven doe je als puber natuurlijk niet!!

De berg fluistert: “Ga spelen jij!”

“Oooh het sneeuwt!” roep ik als ik ’s morgens de gordijnen en tegelijk het raam open doe. Dikke vlokken dwarrelen op topspeed uit de hemel en voelen koud aan op mijn hand. Aan het dikke pak dat de bomen siert is te zien dat het al even aan de gang is. Tijdens het ontbijt zitten we met onze vertrouwde groep aan tafel bij het raam. Al die jaren dat we hier komen heeft het nog nooit zo hard gesneeuwd als nu. Het is prachtig! 

De rij bij de gondel wordt alleen gesierd door de medewerker. Er is verder niemand. Of we zijn vroeg, of niemand wil met dit weer de berg op. Onze groep heeft zich inmiddels ook opgesplitst. Eén is alvast de berg op. Twee komen wat later en wij gaan met zijn drieën naar boven. Halverwege begint het flink te waaien. De gondel wiegt heen en weer. Ik voel er niks voor om helemaal naar boven te gaan en weggeblazen te worden. Dus zeg ik de heren gedag en stap er bij het middenstation uit. 

Ik ben helemaal alleen. Het witte tapijt ligt onaangeroerd voor me. Bijna heilig. Even twijfel ik. Het ziet er zo mooi uit. Toch klik ik mijn bindingen vast. Sommige stiltes vragen om chaos.

Boven mij hoor ik een plotseling kabaal. Als ik mij omdraai zie ik een aantal skileraren zonder klasje. De een na de ander maakt een sprong over een hobbel ergens halverwege de berg. Onder luid gejuich van de rest. Groot gelijk hebben ze. De berg heeft er nog nooit zo prachtig bij gelegen als nu. Als ze voorbij zijn daalt de stilte weer neer en ze hebben nog een stukje berg onaangeroerd voor mij achter gelaten. 

De sneeuw komt nog steeds met prachtige dikke vlokken uit de hemel. Maar ik heb er totaal geen last van. Nog nooit eerder heb ik door zoveel verse sneeuw geboard. Zo moet dat dus voelen als je off-piste gaat op stukken ongerepte berg. Mijn onderbenen verdwijnen in de sneeuw en ik weet even niet hoe ik moet sturen. Oké, zo voelt het dus voor iemand die nooit van de gebaande paden afwijkt. De ervaren offpiste-boarder haalt zijn neus op voor dit pak sneeuw. 

Ik merk dat ik even mijn balans moet zoeken. Maar het lukt om grip te krijgen. Voor ik het weet drijf ik op de sneeuw. Mijn board zakt niet meer weg maar tilt me op. Alsof de berg deelt in mijn plezier en besluit me even te dragen in plaats van te testen. Ik surf op de sneeuw, een ander woord heb ik er niet voor. Ik maak grote bochten, kleine bochten. Versnel hier en rem daar. Ik laat een heel spoor (aan vernieling van sneeuw) achter mij. Ik heb de afdaling bijna helemaal voor mij alleen en geniet met volle teugen.  

Halverwege word ik weer ingehaald door de twee heren. Ik merk pas dat ik de hele rit met een brede grijns van de berg afgekomen ben nadat ik hen probeer te groeten en de kramp niet in mijn voeten maar in mijn kaken voel. 

Grappig hoe dezelfde sneeuw in Nederland voelt als last met files, natte sokken en kou. Maar hier voelt het als een cadeau en is het dubbelop genieten. 

Een dubbele reis…

De start van de wintersportvakantie valt in dezelfde week als de uitvaart van mijn schoonvader. De afleiding komt als een geschenk uit de hemel. Tegelijk voelt het raar om plezier te maken terwijl we even daarvoor nog in zo’n verdrietige achtbaan verkeerden. We slepen het dubbele gevoel als extra bagage met ons mee naar Oostenrijk, terwijl de auto, samen met zoonlief en zijn vriendin, al afgeladen vol is. We besluiten er met elkaar het beste van te maken. Want hoe mooi is het als je je mag omringen met lieve familieleden die stuk voor stuk ook nog eens begrijpen hoe het voelt.

Na een redelijke reis arriveren we op onze nieuwe vakantiestek. Nou ja, het dorp is nog wel hetzelfde alleen onze accommodatie is anders. Het hotel waar we jarenlang vertoefd hebben, besloot om hun concept aan te passen naar een B&B. Iets wat niet aan ons besteed is. We hoopten een goede vervanger te vinden in een hotel direct aan de piste. Het restaurant was ons overigens niet onbekend. Meermaals hebben we hier tijdens voorgaande vakanties met de complete groep geluncht. Voor de tantes die niet skiën is deze locatie vanuit het dorp namelijk ook prima aan te lopen.

We worden niet teleurgesteld. Het hotel overstijgt mijn verwachtingen. Hoewel de kamer iets kleiner blijkt dan wij gewend zijn, komen we er al snel achter dat het restaurant, de bediening, sauna’s en de algehele entourage meer dan goed zijn. Ja, wij komen de week wel door hoor. Na het ontbijt duurt het echter nog even voor we de kamersleutel krijgen. De kids bedenken zich geen moment en toveren de snowboardgear uit de auto. Nog voor de lunch zijn er al een aantal afdalingen gemaakt. De “oudjes”, nog te moe van de reis, zitten de tijd uit op het terras in de zon. Ook niet verkeerd. 

De volgende dag ervaren we hoe zalig het is om na 10 passen al op de piste te staan. Ik klik mijn voeten in mijn nieuwe snowboardbindingen en maak mijn eerste meters naar de gondel. Daar aangekomen blijkt er niemand te staan. “Waar is de rij?” is een van de uitspraken die we vaker uiten deze week. Het is zelfs zo rustig dat we hele pistes voor ons alleen hebben. Sterker nog, de langste rij is tijdens het toiletbezoek na een lunch ergens op de berg. Bizar hoe rustig het is. 

De weergoden zijn ons goedgezind. We boffen: Mooie blauwe luchten en witte pistes. We boarden soms dwars door de wolken. Voor het fijne is het net iets te warm, maar het mag de pret niet drukken. Het duurt een paar dagen voor het mij lukt om al staande en glijdend mijn voet in mijn binding te klikken. Toch ben ik heel blij met mijn nieuwe aanwinst. Ik heb geen een keer kramp of slapende voeten. Mijn schoenen zitten als pantoffels en het boarden gaat erg fijn. Neef leert mij een nieuwe techniek waardoor het mij lukt om een tandje op te schroeven. De heren lachen mij nog net niet uit als ik, uiteraard, als laatste bij de lift aankom. Maar de lach op mijn gezicht neemt niemand mij af. 

We hebben weer genoten van een week vol sneeuwpret, lekker eten en goed gezelschap. Maar ook van de fijne en soms diepgaande gesprekken. De spullen liggen inmiddels weer opgeruimd op zolder. Klaar voor volgend jaar. 

overzicht van onze wintersportweek
🥰

Een ode aan tante…

Ze is al bijna 44 jaar mijn tante. En ook nog eens mijn oudste tante. Dit weekend mocht ze 75 kaarsjes uitblazen. Dat heeft ze gevierd met haar familie. 

Zo’n beetje mijn hele jeugd woonden we in dezelfde flat, op dezelfde verdieping en maar 4 deuren bij elkaar vandaan. Letterlijk op een steenworp afstand. Ze paste wel eens op mij en toen ik zelfstandig de galarij over mocht steken, speelde ik daar geregeld. Want mijn grote neef had namelijk een spelcomputer. Ze hadden daar Lu koekjes. Er stond altijd een grote pot drop en de glazen werden tot de rand gevuld met 3es. Mijn oom en tante stopte mij van alles toe. Alles wat ik thuis niet mocht kreeg ik daar wel. 

Mijn oom kwam spijtig genoeg op jonge leeftijd te overlijden. Mijn tante werd weduwe op ongeveer de leeftijd die ik nu heb. Pijnlijk en intens verdrietig. Beetje voor beetje klauterde ze omhoog uit het diepe gat dat het overlijden van haar man geslagen had. En juist in die periode groeide ik meer en meer naar mijn tante toe. Alsof mijn oom van bovenop zijn wolk mij een figuurlijk zetje had gegeven. 

Ons eerste uitje was een dagtocht naar de Orchideeën Hoeve. Het idee kwam via een folder de brievenbus binnen en ik kon niet wachten om haar mee te vragen. Heb geen idee of dit soort reisjes überhaupt nog georganiseerd worden. Mijn tante had mij er al voor gewaarschuwd, de bus zat vol bejaarde en met mijn 16 jaar was ik duidelijk de jongste. Toch was het een hele leuke rit. De mensen in de bus waren aardig en de buschauffeur vertelde leuke anekdotes over de plaatsen waar we doorheen reden. Onderweg was er een roadshow, lekker eten, een bingo en aansluitend bezochten we de Orchideeën Hoeve. 

Dit zette de toon voor meerdere uitstapjes samen. Mijn eerste echte vakantie volgde al snel, ook met tante. Met een bus, op de boot, naar Londen. We hadden wederom een leuke gids die heel veel over de geschiedenis en de stad wist. We waren er tijdens “Trooping de Colour” en zagen zonder het gepland te hebben wat leden van het Koningshuis. Bezochten alle toeristische trekpleisters en maakten een heel album vol met foto’s en mooie herinneringen. Het jaar erop nam tante mij mee naar Turkije. Voor mij de eerste keer vliegen en ik vond het super spannend. Maar tante loodste mij overal doorheen. Ze had zelfs haar angst opzij gezet en ging mee naar Poownie, die toen nog op een eiland stond waar je alleen met een roeiboot kon komen.

Ik bleef bij tante slapen zodat we samen live naar de opening van de Olympische Spelen konden kijken, die ’s nachts uitgezonden werd. Ik bleef iedere woensdag eten zodat we daarna in één streep door konden naar mijn andere tante. Daar kon ik oppassen op mijn nichtje terwijl de twee dames gingen sporten. We bezochten pretparken, dierentuinen en gingen samen shoppen. We maakten een citytrip naar Rome en we gingen samen op countrydansen. Ik haakte na een paar jaar af maar Tante bleef en danst nog steeds.

Inmiddels zijn we heel veel uitstapjes en jaren verder. Het lichaam is wat strammer. Het zicht wil ook niet meer zo. Toch hoop ik dat tante nog heel veel jaren mee mag gaan. En dat we in 2025 weer een paar mooie uitstapjes mogen maken.

Samen, door de jaren heen ❤️

Trick or treat…

“Nou, ppfff, ik heb eigenlijk helemaal geen zin!” Zegt schoondochter als we vragen of ze klaar is voor het weekend. Ik moet lachen. Want Zoonlief zei eerder op de dag precies het zelfde. “Maar waarom gaan jullie dan?” Is mijn vraag. “Ja, iets met bezweken door de groepsdruk en we hadden nu al eenmaal kaartjes.” En die kaartjes kosten geld, heel wat geld. Zonde om dan toch niet te gaan. “Joh, als je er eenmaal bent, dan is het vast heel leuk!” Zeg ik. “Weet je, ik hou helemaal niet van spookhuizen en clowns!” Zegt ze voor ze haar spullen pakt en samen met zoonlief richting pretpark vertrekt. Ik schiet in de lach. Ik deed vroeger een moord voor dit soort Halloween feesten. Sterker nog, in mijn tijd was er geen Walibi Frightnight, spook wandeltochten of griezelfeesten. Dus ik organiseerde er gewoon zelf een. 

De locatie was vrij snel gekozen. Het afgelegen eiland waar Poownie (toen ter tijd) woonde. Een eiland tussen de Noord en de Rietbaan waar je alleen kon komen door met een roeiboot over te varen. Zonder stroom met alleen maar lampionnen, kaarsen en een echt kampvuur zou dit de ideale locatie zijn voor een horrorfeest. Heel voorzichtig vroeg ik de staleigenaar of ik bij Poownie “thuis” een feestje mocht geven met als thema: Halloween. De hele entourage, muziek en alle feestelijke hapjes zou ik zelf verzorgen. 

Uiteraard was er een dresscode: Verkleden in iets griezeligs anders kon “Charon” je niet over de Styx heen zetten en zou je dus nooit aankomen in het rijk der doden. Je zou gedoomd zijn om eeuwig te dolen aan de oever van de rivier. Nu moet je er natuurlijk niet aan denken om je daar te begeven. Maar toen… Oh wat een lol hebben we gehad. Ik denk stiekem dat de voorbereidingen het leukste van allemaal waren. 

Samen met een klasgenoot maakten ik (bijna) levensechte grafstenen, twee manshoge galgen waar we een half afgefikte stropop met tuinbroek in hadden opgehangen en de weg vanaf waar “Charon” ons afzette tot aan de feestlocatie, wat nog een paar honderd meter wandelen was, hadden we lakens met spook-ballonnen tussen de bomen opgehangen. De muziek had ik weken van te voren al met zorg samengesteld. Spotify was er toen nog niet en JBL draadloze muziekboxen hadden we al helemaal niet. Maar mijn oldschool cassetterecorder met batterijen heeft het hele feest dienst gedaan. 

Mijn moeder maakte van een overgebleven stuk gordijn een monnikenhabijt compleet met kap. Ik schminkte mijn gezicht spierwit met zwarte ogen. Door alle rook van het kampvuur zouden mijn oogbollen vanzelf bloeddoorlopen raken. Verder liep er nog een Dracula, een paar vampieren, heksen en een zwikkie spoken rond. Iedereen hield zich netjes aan het verzoek om verkleed te komen. Het feest duurde tot laat in de nacht en als je wilde blijven slapen moest je wel zelf een tent meenemen.   

Om onze energievoorraad op pijl te houden hadden we bergen met snoep, chips en uiteraard marshmallows voor boven het kampvuur. Als ontbijt hadden we ongetwijfeld de leftovers van de nacht. We hadden er nog een dagtaak aan om de schmink van ons gezicht te krijgen en het complete decor weer op te ruimen. Maar zelfs meer dan 25 jaar na dato kan ik mij het plezier van dit feest nog heel goed voor de geest halen.

Charon the Ferryman…

Hijs het zeil #2…

Dit weekend hebben we de perfecte weercondities voor een aantal zeiluurtjes. Na mijn enthousiaste vaardag met collega’s beloofde vriendlief om mij de beginselen van het zeilen te “leren”. Ik bel de verhuurder van een paar dorpen verder of ie nog een bootje heeft liggen. Gewoon een simpel bootje, zonder al te veel poespas. Zo een die niet stuk te krijgen is… Vriendlief kan dan wel zeilen, ik moet nog leren en doe daarbij dingen die misschien niet helemaal verantwoord zijn. Geen zorgen zegt de beste man. Hij heeft nog wat liggen en we zijn meer dan welkom.

Bij aankomst worden we enthousiast begroet. Hij oogt vriendelijk en daar ben ik blij om. Want tja, geen idee hoe zijn bootje er na een paar uur met Boor aan boord uitziet natuurlijk. Hij verteld hoe we het beste de zeilen kunnen hijsen. Wat we wel en vooral niet moeten doen. Op wat termen na snap ik niet zo veel van zijn uitleg, hij zou net zo goed Grieks kunnen praten. Maar vriendlief knikt bevestigend. De motor wordt gestart en we krijgen de opdracht om naar de overkant te varen en tegen de wind in de zeilen te hijsen. 

Het is aan mij de taak om de boot tegen de wind in te houden tot vriend het zeil gehesen heeft. Daarna krijg ik uitleg. De giek, gaffel, schoten en vallen, het grootzeil, de fok en het roer. De giek kun je op je gaffel krijgen en daarmee kun je vallen!! Zeer belangrijk: Doet zeer! Blijf daarbij uit de buurt! Is dan ook mijn eerste gedachte. Maar zo zit het toch niet helemaal. Wanneer we een stukje het water opgaan trekt de wind aan en kan het feest beginnen. 

Vriendlief laat mij naast zien ook voelen wat er met de boot gebeurd. Ik krijg nu een beeld bij de termen die eerder voorbij kwamen. Het begint te leven en daardoor blijft het beter hangen. Al snel mag ik het roer en de schoot, das dus het touwtje waar mee je het zeil bediend, overnemen. Ik was nu zelf de baas over hoe hard of zacht we gingen. Het is heel leuk om daar mee te spelen en zelf te ervaren wat er allemaal gebeurd.

Na twee uur gieken, gijpen en vaart maken doe ik iets doms. Ik houd geen rekening meer met de wind maar zet wel mijn bocht in. Daar wordt ik direct voor afgestraft. De giek klapt van stuur- naar bakboord en de hele boot helt over. Even ben ik bang dat we overboord slaan en ik hoogst persoonlijk de boot tot zinken breng. Dat laatste schijnt niet zo makkelijk te gaan maar ik ben daar niet zeker van. Onder veel gegil want “PANIEK”, laat ik roer en schoot los. De spanning schiet van de lijnen en het zijl en we dobberen weer op het water. Naast wat water in de boot, een nat pak voor vriendlief en de schrik bij mij, is er niks aan de hand. Ik weet nu uit ervaring dat je geen “klapgijp” wilt meemaken. 

We varen nog wat heen en weer, hebben een eenvoudige lunch aan boord en na nog een uurtje varen gaan terug naar de haven. Ondanks mijn domme fout was het wel een hele toffe dag. Eentje die naar nog meer smaakt. Nu eens kijken waar ik een goede leerschool kan vinden, want die heb ik wel nodig… 

Mooie tijd met elkaar …

Ik had mij voorgenomen om tijdens mijn vakantie wat concept ideeën uit te werken voor mijn blog. Het is fijn werken met een voorraadje en altijd handig. Er is namelijk iedere dag wel zo’n loos lummelmomentje waar ik dan mooi de tijd heb om dit te doen. Maar op de laatste dag van mijn vakantie kom ik er achter dat ik niet één moment aan mijn blog heb gedacht. Schande!! Goed voornemen, dus… Niet dat er niet voldoende lummelmomentjes waren, die waren er namelijk in overvloed. Sterker nog, de hele vakantie bestond uit luieren en niks doen. 

11 dagen lang gewoon even niks hoeven, geen verplichtingen, niet hoeven koken, geen huishouden of boodschappen, geen PC, vergaderingen of telefoon. En dat alles in goed gezelschap wat dus ook voor de nodige hilariteit heeft gezorgd. Naast lummelen en niks doen hebben we uiteraard ook wel wat ondernomen. Het is niet zo dat we alleen maar op ons luie achterwerk hebben gezeten. Zo hebben we veel gelopen van en naar het restaurant en de barretjes. We hebben wat geshopt want winkeltjes genoeg. Maakten diverse wandelingen naar het strand, maar brachten ook wat daagjes bij het zwembad van het hotel door. En ik las 2 boeken uit. Niet dat dit ook maar iets met bewegen te maken heeft. 

Terwijl de rest van de familie met een boottochtje naar de markt ging besloten wij met een auto het eiland rond te rijden. Tenminste dat trachten we te doen. We waren al over de helft toen de weg afgezet bleek te zijn. Ze waren de boel aan het asfalteren maar nergens werd dit aangegeven. Dus moesten we na de vele haarspeldbochten inclusief enge hellingshoeken noodgedwongen terug. Gelukkig was er halverwege de terugweg nog een afslag naar een ander dorpje. Via die route konden we toch driekwart van het eiland zien. Voor motorrijders een toffe rit voor mensen met wagenziekte of hoogtevrees een iets minder leuke sightseeing.

Tussen alles door heb ik mij rot gesmeerd met zonnebrand en op het strand hamsterde ik parasols want de UV index was geregeld rond de 12. In het zonnetje roosteren was er deze keer echt niet bij en als je dit wel wilde dan heel bewust. Inclusief UV-werend shirt. Verband ben ik in ieder geval niet. 

Aan alles komt een eind. Zo ook aan onze vakantie. Het was een heerlijke tijd die uiteraard weer veel te snel ging… En om af te sluiten hier nog wat steekwoorden van onze 11 dagen samen. Toegegeven, je had er bij moeten zijn om ze leuk te vinden…

Rabajas, Rabaja’s, Rabaja’s/ Zonnebrandcreme factor 50 / Aloë vera / Neem mee! / Omelet / UV index 12 / Handtasjes / Kip / Cake of the day / Sex on the beach / Hallo vriendje, het is 10.00 uur / Ron Miel / Gratis? / Citroen mouse / Coco’s mouse / Eigenlijk alle soorten mouse / Dat gat is open, past heus wel! / Donut / Entertainment / Orinoco, maar dan zonder broers / Pina Colada / Zeesterretje / Boottocht / Markt / Lange gang / Plassen? / Gamba’s al ajillo / Sangria / Perrito caliente / Bekenden tegen komen op de roltrap / Waar is Marcel? / Bij die rots / Papas y mojo / Enge lift / Dobberen / Bommetje / Ik ga lopen / Waaiers / Dit is ZO lekker! / Boek uit / Smeer Veer / Aankomen (niet leuk)/ Franse frites / Oranje shirtjes / Harde muziek / softijs / Vervelende handdoekleggers / nog 10 minuutjes / Extra parasols / Zwemmen / Petje / Auto / Granola / Drankje doen / Cappuccino’s met slagroom / Tijd te kort / Uitzicht / Zonsondergangen / Pico del Teide / Horloges / Nog meer Rabajas / Mooie tijd met elkaar ♥️

De eerste dag…

“Nee joh, ik breng jullie wel naar het vliegveld!” Zegt Zoonlief. “Jij brengt mij iedere keer als ik met vakantie ga” zegt hij tegen pa. “En jij ruimt zo vaak mijn rommel op.” Zegt hij met een knipoog tegen mij… “Dus geen probleem, ik breng jullie!” Mooi, onze taxi voor de eerstvolgende vakantie is bij deze geregeld. Daarna bladert zoonlief door zijn denkbeeldige agenda en vraagt dan: “Wanneer gaan jullie eigenlijk?” Als ik hem de datum doorgeeft blikt hij nogmaals in zijn agenda. “Op zaterdag?? Wat is dat nu voor een rare dag om met vakantie te gaan? Maar gelukkig, dan hoef ik geen vrij te nemen.” Zucht hij. 

De volgende dag komt vraag twee. “Hoe laat vliegen jullie?” “Om 06:00 uur moeten we hier weg en dan bedoel ik in de ochtend.” Zeg ik glimlachend. Dit antwoord heeft wat tijd nodig om te landen want het blijft even stil. “0600 uur?? Jeetje, kon het niet nog vroeger? Roept hij. “Maar geen probleem. Ik zet mijn wekker wel … Op mijn vrije dag…” Super fijn en erg lief van jou zeg ik terwijl ik hem een schouderklopje geef. “Maar ik slaap die avond er voor niet thuis hoor, ik heb nog een feestje…” Roept hij onderweg naar zijn kamer. Oh god oh god oh god denk ik hardop…. Als dat maar goed gaat komen. 

De wekker gaat voor mij om 04.30 uur. Heel even weet ik niet waarom hij zo absurd vroeg afgaat. Ik ben een vroege vogel en de club van 5 am zou geen probleem moeten zijn. Alleen had ik de avond ervoor naar een voetbalwedstrijd gekeken en daarna nog een extra koffercheck gedaan. Veel te laat naar bed dus. Even heb ik medelij met zoonlief. Die totaal geen vroege vogel is maar voor ons de wekker op dit belachelijke tijdstip heeft gezet. Uit voorzorg hadden we nog wel een plan “B” achter de hand. Mocht zoonlief het te bond gemaakt hebben op het feest. Maar dat blijkt niet nodig. Even voor 0600 uur rijd hij de straat in. Gelukkig ruim op tijd dus. We laden de koffers in en gaan op weg. 

Wat een verschil met een doordeweekse dag. De A16 is bijna leeg. De rest van de familie is al gearriveerd als wij aankomen. En na een korte begroeting laten we allemaal onze “taxi” achter om in te checken. Ook op het vliegveld is het rustig. Maar dat komt omdat we vermoedelijk de laatste vlucht van deze ochtend hebben. Inchecken, tassen controle, koffie drinken en boarden… Het is nog nooit zo snel gegaan. 

Ik denk dat we windje mee hebben want ook de vlucht gaat voorspoedig. Er wordt wat gelezen, gegeten en geslapen. Voor we het weten gaat het landingsgestel uit en landen we op Gran Canaria. Wat een verschil met het weer in Nederland. Voor we de koffers van de band gaan halen kleed ik mij eerst snel om. Klaar met lange broek en trui. Tijd voor korte broek en topjes. 

Omdat we zo vroeg gevlogen hebben en alles lekker vlot verlopen is, zijn we ook bijtijds in het hotel. De koffers worden uitgepakt en daarna schuiven we aan voor onze eerste vakantielunch. Vervolgens doen we niet heel veel meer dan chillen, lezen, drankje doen en wat zwemmen. De start van onze vakantie is alvast goed begonnen.

Omdat het baggerweer is…

… even terug naar vorig weekend.

Het is niet dat ik express de twee dagen in mijn agenda heb leeggelaten. Maar nu ik door mijn agenda blader schijnen ze mij toe als de zon die nu ook aan de hemel staat. Stiekem ben ik er wel blij mee. Niet zozeer mijn lichaam maar vooral mijn hoofd geeft aan dat ik een stapje terug moet doen. Ik besluit het er na een hele tijd weer eens van te nemen. Geen voetbalfoto’s, hoewel ik mij daar echt voor in moet houden. Niet een extra ritje fietsen of naar stal. Geen bezoek of op visite. Niet sporten, wat mij ook moeite kost want gisteren heb ik ook niets gedaan. Ik beloof mijzelf dat ik morgen weer los mag. Maar bovenal geen schoonmaak activiteiten. De boel de boel laten en even wat tijd voor mijzelf nemen. 

Als ik mij eenmaal over deze hobbel heen heb gezet gaat het mij redelijk makkelijk af. Zoon en schoondochter blijven tot einde van de ochtend thuis maar vertrekken dan richting voetbal. Vriendlief gaat er wel even met de fiets op uit en ik? Ik trek mijn korte broek en t-shirt aan en vertrek richting de tuin. Daar laat ik mij in een stoel zakken om er de eerst volgende 3 uur niet meer uit te komen. Voor ik mijn luisterboek aanzet blik ik nog even terug op mijn drukke, overvolle maar oh zo zalige week. 

Het begon vorig weekend al met een verjaardagsfeestje en etentje bij mijn tante thuis. Ze werd 60. Toen scheen de zon ook zo heerlijk en hebben we tot aan de maaltijd in de tuin kunnen zitten. Dinsdag mocht ik de kaarsjes op mijn eigen verjaardagstaart uitblazen en gingen we lekker uit eten. Op woensdag mocht ik uitslapen want ik was vrij. In de middag had ik een “lunchdate” met een vriendin die ik al heel lang niet meer had gezien. Onder het genot van een kop thee en gebak bespraken we onze laatste avonturen. En op vrijdag werd ik door Zoon en schoondochter getrakteerd op een etentje voor mijn verjaardag. Super lief!!

Tussendoor heb ik gewerkt voor drie. Want nog steeds missen we een aantal handjes op de zaak. Er zijn hulptroepen onderweg en er gaat snel (nog) een vacature open. Maar ja, we weten allemaal dat het tot die tijd roeien is met de riemen die we hebben. Inmiddels zijn er wel een aantal zaken aangepast en gedigitaliseerd waardoor processen alleen nog gemonitord hoeven te worden. Toch kost het heel veel energie om al die tijd alert en gefocust te blijven. Het lukte mij dan ook niet om mijn figuurlijke boog de hele week gespannen te houden. Mijn hoofd was maar wat blij toen het weekend aanbrak en ik de boel kon afsluiten. 

Vanaf het moment dat ik in de stoel ben gaan liggen en mijn week geëvalueerd heb kost het mij totaal geen moeite om te ontspannen en mij mee te laten voeren door het verhaal waar ik vorige week in begonnen ben. Dus nu lig ik hier, te genieten van het even niets hoeven ondernemen. Alleen maar luisteren, ontspannen, luieren en de warmte van de zon op mijn gezicht voelen. Het voelt bijna als vakantie! Ik heb dit zonnetje en het zalige weer intens gemist! En aangezien het volgende week weer “herfst” wordt, neem ik het er nu even van…