Groot gemis…

Het was een korte maar krachtige reis en ik had het niet willen missen. Er zijn deuren geopend en ik mocht ervaren hoe krachtig de geest kan zijn. Ze is een van de weinige paarden die mij tot in mijn ziel geraakt heeft. 

Ergens vorig jaar toen ze flink kreupel stond: Verloren kijkt ze langs mij heen alsof ik er niet ben. Het raakt mij dat zo’n groot en krachtig paard er zo bij kan staan. Tot dan wist ik niet zo veel van haar. Oké ze is groot maar heeft ook geregeld haar nukken naar de andere paarden. Haar oren kunnen zo plat in haar nek dat ik er van onder de indruk ben. Als ze met zo’n simpel gebaar al hier toe in staat is, wat kan 600 kg paard dan nog meer!?

Ik heb met haar te doen en zoek (lichamelijk en op energetisch niveau) contact. Ik leg mijn handen op haar rug, bedoeld om troost te bieden. Maar dit is voor haar veel te dichtbij, te benauwend, te bedreigend. Ze stampt weg en blijft argwanend naar mij kijken. Ik doe een stap naar achteren en met mijn handen voor mij uit tast ik naar een spoor van haar energie. Uiteindelijk laat ze mij toe en langzaam kan ik haar benaderen. We schrikken beide van de werking ervan. Het is zo heftig dat ze mij in tranen achter laat. Daarna kijkt ze mij zeker vier dagen niet aan. Elke vorm van communicatie vermijd ze. 

De dagen erop laat ik haar weten dat het goed is, maar zoek verder geen toenadering. Tot het moment daar is en ze zelf contact zoekt. Ze duwt haar neus in mijn rug en als ik mij omdraai staat ze met gebogen hoofd voor me. Ik mag haar aaien.

Op een avond ga ik er eens goed voor staan en maak wederom (energetisch) contact. Ze lijkt mij inmiddels voldoende te vertrouwen want ze overlaad mij met beelden, gevoelens en emoties. De stroom lijkt maar niet te stoppen. Dit paard heeft veel te vertellen. Haar verdriet raakt mij en in mijn hart huil ik stille tranen. 

Wanneer de eigenaar het verhaal dat ik door kreeg bevestigd ben ik er ondersteboven van. Wat ben ik blij dat deze lieve vrouw, waar ze zo’n enorme band mee heeft, in haar leven is gekomen. Ik duim voor een voortzetting van dit nieuw hoofdstuk in haar leven waarin ze op haar manier mag stralen en in de spotlights mag staan zoals ze zelf wilt. Iets dat in haar verleden op de een of andere manier nooit goed tot uiting is gekomen. 

Na dit bijzondere contact zoekt ze mij geregeld op als ik bezig ben met stalklusjes. Hinnikt ze net als Poownie zodra ik met een emmer voorbij loop en mag ik ongegeneerd haar hals en schoft kriebelen. Ik voel zoveel genegenheid voor dit dier dat ik haar het liefst in mijn jaszak zou willen stoppen om haar overal met mij mee te kunnen nemen. 

Helaas blijkt ze inmiddels zieker dan verwacht. Na een half jaar tobben waarin haar baasje alles heeft gedaan wat in haar macht ligt en meer, om dit paard een leven te geven dat ze verdient, blijkt daar nu een einde aan te zijn gekomen. De pijn is te heftig en haar lichaam is op. Ze kan niet meer. 

Eindeloos verdrietig dat dit zo voor haar moest eindigen, huil ik. Geen stille tranen, maar tranen van een groot gemis. 

💫

Steeds verder weg…

Op deze foto is mijn moeder net zo oud als ik nu ben. Wat ik echt een hele rare gedachte vind. We lijken zo veel op elkaar en tegelijk verschillen we als dag en nacht. Het moment dat deze foto gemaakt is herinner ik mij als de dag van gisteren. Ze wilde liever niet op de foto want haar haar zat niet goed, ze had geen make-up op en haar trui was vies. Ik ben blij dat deze foto toch gemaakt is. Het is namelijk een van de laatste foto’s waar we samen en ook nog eens lachend op staan. 

Ik ben nu bijna zo oud als mijn moeder was toen ze het leven niet echt meer zag zitten. Ze vroeg zich vaak af wat ze hier nog deed. Terwijl ik dagelijks mijn zegeningen tel en plannen aan het beramen ben voor “straks”, “morgen” en ook nog voor “later”. Onze situatie’s zijn totaal verschillend en daarom ook helemaal niet te vergelijken. 

De band met haar familie was niet om over naar huis te schrijven. Wat natuurlijk ook een reden had. Ze wist het maar het aanpakken en veranderen was lastig. Toen kwam er een tijd dat wij onze vleugels uitsloegen. Misschien maakten we in haar ogen beslissingen die ze niet had gewild voor ons. Wanneer we recht tegenover elkaar stonden wist ze diep van binnen dat elke beslissing die wij namen beter was dan hoe ze zelf in het leven stond. 

Met het verstrijken van de tijd werd het moederen over ons steeds minder. En dat was denk ik het kantelpunt voor haar. Wij waren haar ketting naar “het vaste land” dat wat ooit ook haar familie en haar leven was. Dat ankerpunt viel weg toen wij uit huis gingen.  

Ik sta op het punt een onzichtbare drempel te overschrijden die zij op deze leeftijd nooit heeft gekend. Midden in het leven staan en volop genieten van dat wat is. Hoewel er zeker overeenkomsten zijn. Ook ik ben (stief) moeder en zie mijn zoon opgroeien, ouder en wijzer worden. Werken en geld uitgeven. Zijn eigen beslissingen nemen. Kortom zijn vleugels uitslaan. 

De situatie is uiteraard weer compleet anders. Zoonlief komt hier wel eens vragen waar hij goed aan doet, om vervolgens zijn plan van aanpak bij te stellen. Of niet. Dat hij geregeld naar mij toe komt om te vragen wat ik ergens van vind, geeft mij het liefdevolle, soms aanzwengelende trotse gevoel, met hier en daar een “WTF- heb-je-in-je-hoofd-gehaald” moment. Wat mijn moeder ongetwijfeld ook had… 

Het doet pijn dat mijn tijd met mijn moeder steeds verder weg is. De echte tijd die we samen doorbrachten is zelfs nog langer geleden. We groeiden uit elkaar en ik ging mijn eigen weg.

Ik droom de laatste maanden heel levendig over haar. Soms zit ze alleen maar stil in een hoekje. Soms zie ik er niet eens maar is er een alwetend gevoel dat ze er wel bij is. Dan weer verteld ze mij hele verhalen. Ik zie ze stuk voor stuk als momentjes van ons samen en probeer het vredige gevoel bij het ontwaken zo lang mogelijk vast te houden.

Het geeft een troostend gevoel te weten dat ze nu op een plek is waar ze het fijner heeft. Ik hoop dat als ze naar beneden kijkt ze haar dochters het leven ziet leiden dat ze voor ons voor ogen had.

9 jaar geleden…

Deze week is het 9 jaar geleden dat mijn moeder overleed. Hoewel ik er niet meer met zoveel pijn en verdriet aan terugdenk, ben ik er wel altijd in deze periode net iets meer mee bezig dan anders. Sommige momenten uit die periode staan in mijn geheugen gebrand en ik kan ieder stukje oproepen. In het begin kwamen deze momenten, die bestaan uit gevoelens, geuren, kleuren, geluiden of een bepaalde vorm van energie, te pas en te onpas naar bovendrijven. Ze konden letterlijk een stempel drukken op het huidige moment. Wat soms heel vervelend was. Een fijn moment kon hierdoor ineens overschaduwd worden door een bepaalde geur die ik rook of een geluid dat ik hoorde. 

In de loop van de tijd gebeurde dit gelukkig steeds minder. Het is waar als mensen zeggen dat de scherpe randjes er vanaf gaan. Het verdriet en het gemis heeft zijn eigen plek gekregen. Iets waar ik vooral de eerste twee jaar heel erg mee heb geworsteld. Want wat is nu dat “plekje” waar ik mijn verdriet kon achterlaten?? Niemand die het mij kon vertellen. Na de eerste paar jaar sluimerde het gevoel nog op de achtergrond en inmiddels is het netjes opgeborgen in een van de lades van mijn geheugen. 

Bepaalde gevoelens en emoties kan ik daar zo uit oproepen. Dat is wat ik bedoel met in mijn geheugen gebrand staan. Het daadwerkelijk doorleven, het emotioneel doorstaan, dat is er niet meer. Het is alsof ik van buiten mijzelf meekijk naar hoe het ooit was. Hoe het ooit voelde. Misschien gebeurd dit altijd wel wanneer je iets heftigs mee maakt dat zo’n grote indruk op je heeft gemaakt maar je het dus uiteindelijk wel een plek hebt kunnen geven. 

Inmiddels is het dus alweer negen jaar geleden dat we elkaar voor het laatst gezien en gesproken hebben. In die tussentijd is er zo vreselijk veel gebeurd. Ik vraag mij wel eens af of ze van boven mee kijkt. Of ze dan hoofdschuddend denkt: “My god! Heb ik je zo opgevoed??” Want er zijn wel wat momenten waarbij ik mij dat kan voorstellen… Zou ze ook trots zijn op de dingen die ik tot nu toe bereikt hebt?! Dat ze op haar wolk zit en pa (die daar inmiddels ook al 9 jaar zit) met haar elleboog tussen zijn ribben stoot en dan zegt: “He, kijk nu eens wat ze geflikt heeft. Heeft ze goed voor elkaar zo!!” 

Dromen over mijn beide ouders doe ik nog steeds. In tegenstelling tot andere dromen zijn deze heel levendig. Kleuren, geuren en gevoelen zijn zo echt dat de energie zelfs bij het ontwaken nog aanwezig is. Het lijkt hierdoor vaak of ik niet gedroomd heb maar gewoon even in een andere wereld geweest ben om vervolgens in mijn eigen bed wakker te worden. 

In het begin vond ik dat heel moeilijk. Het voelde alsof ik weer afscheid had genomen. Inmiddels ben ik er redelijk aan gewend geraakt. In mijn dromen zijn mijn ouders nog steeds mijn ouders. Mijn vader is altijd de rustige en mijn moeder is over het algemeen wat meer aanwezig. Gevoelsmatig is er wel iets veranderd, alsof er meer afstand is ontstaan. Misschien is dat juist wel goed. Toch vind ik het fijn om zo af en toe “contact” met ze te hebben. Want missen doe ik ze nog steeds…

 

-❤️-

Wie leest…

… leeft duizend levens voor hij sterft.
Wie nooit leest leeft slechts een keer…

Een mooie quote die ik tegen kwam op Pinterest. En ja, als boekenwurm kan ik mij hier helemaal in vinden. Soms ben ik verzadigd door alle verhalen, maar dat is eigenlijk nooit van lange duur. Mijn honger naar leesvoer is niet te stillen. Daarom is deze tag, die ik tegen kwam bij Saturnein, zo van toepassing. Het is overigens niet de eerste keer dat ik bij haar een tag wegpluk. Lees je mee

Wanneer en hoe lang lees je?
Zodra ik een minuut de tijd heb lees ik en lees zolang het kan. Maar zeker voor ik ga slapen. Dat is al sinds jaar en dag een ritueel. Ik lees door tot ik mijn ogen echt niet meer open kan houden.

Waar lees je?
Op het werk, in de tuin, in bad, tijdens het koken, op het strand, in de wei, in de wachtkamer bij de dokter. Eigenlijk overal.

Koop je vaak boeken?
Nee, niet meer. Ik had planken en kasten vol. De leukste boeken heb ik nog steeds. De rest heb ik weggegeven. Boeken zijn stofnesten. En als ik moet kiezen tussen lezen en afstoffen… 

E-reader of papier?
Hoewel ik graag door boekenwinkels loop en het niet kan laten om door al die boeken heen te bladeren, kaften te bekijken en omslagen te lezen, lees ik het liefst via mijn reader. Een reader weegt niks en er kan voldoende leesvoer op. Zoveel handiger wanneer we met vakantie gaan. Geen gesleep met een tas vol boeken. Hij is tevens waterdicht. Ideaal voor in bad of bij het zwembad. 

Favoriete kinderboek?
Als kind was ik lid van de bibliotheek, maar vond lezen nooit zo bijzonder. Mijn liefde voor lezen kwam pas toen ik niet meer op school zat en het geen verplichting meer was. Ik heb dus niet echt een favoriet kinderboek. Maar heb wel de complete serie van Pinkeltje. Daar las mijn moeder voor het slapengaan uit voor toen wij zelf nog niet konden lezen.

Favoriete genre?
Thrillers hebben mijn voorkeur, maar de historische romans doen het ook zeker goed. Gek op geschiedenis.

Van welke schrijver lees je elk boek?
Karin Slaughter, M.J. Arligde, Simone vd Vlugt, Dan Brown, Camilla Läckberg, Tess Gerritsen, Harlan Coben. Zal ik nog even doorgaan??!! 

Welk boek moet iedereen gelezen hebben?
De Alchemist van Paulo Coelho. Zijn woorden dansen op het papier. Maar dat geld ook voor Carlos Ruiz Zafon. Hoewel sommige stukken uit zijn boeken wat langdradig zijn kan ook hij echt toveren met woorden. Niet alleen goed voor je fantasie maar ook voor je woordenschat. 

Welk genre zou je nooit lezen?
Chiclits. Ik heb het echt geprobeerd maar de verhalen zijn te voorspellend en te simpel dat ik vaak hele stukken van het boek oversla. Zonde van mijn tijd. 

Fictie of non-fictie?
De meeste boeken die ik lees zijn fictie. Maar non-fictie is ook prima. Zolang het verhaal maar boeiend genoeg geschreven is. Het moet nieuwsgierig maken naar meer en je prikkelen om door te lezen. Bladzijden na bladzijden…

Is er een boek dat je leven veranderd heeft?
A streetcat named Bob van James Bowen. Een methadonverslaafde wiens leven veranderde nadat Bob in zijn leven kwam. Geraakt door dit mooie verhaal ben ik anders naar bepaalde zaken gaan kijken. 

En vertel mij, wat is jouw favoriete boek en waarom?

In liefdevolle herinnering…

Als kind denk je vaak niet heel ver vooruit. Je bent al helemaal niet bezig met de dood en wat daar bij komt kijken. Hoevaak heb je niet gedacht dat je het eeuwige leven hebt? Je bent er immers nog steeds na alle gekke fratsen die je hebt uitgehaald. En ook je ouders gaan niet dood. Als (klein) kind kijk je tegen ze op. Ze zijn je helden. Tot je wat ouder wordt. Dan zijn ze irritant en schaam je je kapot bij alles wat ze doen. Maar dan komt er een periode dat je snapt dat je ouders ook maar mensen zijn. Ze zijn niets anders dan pubers met meer (levens)ervaring. 

Bovenstaande gaat uiteraard niet voor iedereen op. Wij werden al jong geconfronteerd met alles waar je, ook als volwassene, helemaal niet mee geconfronteerd wil worden. Mijn ma had al heel wat ellende overwonnen. Ze bewees sterker te zijn dan wie dan ook. Maar helaas, sterker dan de dood was ze niet. Op 17 november 2011 overleed ze op 50 jarige leeftijd. 

Inmiddels is dit alweer 8 jaar geleden. Heel cliché, de jaren hebben de scherpe randjes er af gesleten. Pijn en verdriet vechten al lang niet meer om de beste plek in mijn hoofd. Er is berusting, mooie herinneringen en liefde voor terug gekomen. En gemis? Ja dat ook. Dat zeker!! Hoe langer ik haar niet gezien heb hoe sterker dat gevoel wordt. Maar ook dat heeft zo zijn momenten. En het mag er zijn. Ik laat het er zijn. Juist heel bewust.

Toch zijn er momenten dat het mij droevig stemt dat we niks meer opnieuw kunnen doen. Dat ze nooit meer trots op mij kan zijn. We nooit meer iets kunnen bespreken, zaken kunnen bijleggen. Dat ik haar nooit meer iets kan vragen. Soms zit het mij dwars dat het mij nooit gelukt is haar over te halen iets van het leven te maken. Ik moet mij daar bij neerleggen. Want, wat kan ik anders? Het leven is geleefd. Dat van haar en van ons samen. Met alles waarvan we op dat moment dachten dat we er goed aan deden.

Het is echt niet zo dat ik enkel op een droevige manier aan haar terug denk. Er is veel ruimte voor herinneringen. Die uit mijn kindertijd koester ik. Des te meer omdat we toen heel close waren. Zo was er bijvoorbeeld geen kijkwijzer, dus voor mijn 12e had ik zo’n beetje alle griezelfilms met haar gekeken die er waren. Gezellig samen op de bank onder een deken met verse popcorn. We stonden samen in de keuken om de Surinaamse of Indische keuken te proberen. Gaven elkaar “spa” behandelingen. Compleet met gezicht-scrub en voetmassage. Zij mij altijd iets meer dan ik haar. Onze verjaardagen werden groots gevierd evenals Sinterklaas, kerst en zelfs pasen. Ze stond er vaak alleen voor maar zorgden wel dat iedereen aan kon schuiven en een fijne avond had. 

Toen ze net overleden was voelde het alsof er een lichaamsdeel van mij geamputeerd was. Ik voelde mij leeg en hol. Weken heb ik met dat schrijnende gevoel rondgelopen. Inmiddels is dat hersteld. Op een heel andere manier dan vroeger zijn we nog steeds met elkaar verbonden. Dat merk ik aan veel dingen. Ik denk dat dit de onzichtbare band is tussen een moeder en een dochter. 

 

 

 

-💞-

Ver weg en toch heel dichtbij… 

Wanneer ik vanuit mijn werk weg rij, staat er half op de weg een witte bus. Het is niet dat ik er speciaal voor moet stoppen maar echt omheen kan ik nu ook weer niet. De blauwe letters aan de zijkant zijn niet te missen. CHRIS, staat er schreeuwend op. Geen idee waar deze bus van is of waar ze reclame voor maken. Maar mijn gedachte gaan direct naar mijn eigen Chris. Chris die er inmiddels bijna drie maanden niet meer is. Nog steeds heel raar en soms is het ook gewoon niet te bevatten. Hoe kan het dat een, in mijn ogen, sterke man er nu gewoon niet meer is?! 

Met Chris in gedachte hervat ik mijn route. Ik denk de laatste tijd zo ie zo al heel veel aan hem. Ik voel een steek van verdriet. Tijdens een van onze laatste telefoongesprekken zei hij nog gekscherend: “tja, je moet toch ergens aan dood gaan?!” Niet wetende dat hij er een paar weken na dat gesprek niet meer zou zijn. Nu vervloek ik hem om die uitspraak. Het heeft lang geduurd voor ik rust vond na het overlijden van mijn ouders. Ik heb maanden over ze gedroomd. Met Chris heb ik dat ook een beetje, gelukkig wel in mindere mate en vaak op een fijnere manier.

Ik rijd de bocht door en tegelijk maak ik oogcontact met een meneer die links op de stoep achter een kinderwagen loopt. Ik sta vol op de rem en het is maar goed dat er niemand achter mij rijd. Mijn hersens weten heus wel dat wat mijn ogen registreren niet echt is. Het kan niet. Maar toch. Zijn houding! zijn uitdrukking! zijn kapsel en zelfs zijn jas! Alles is een evenbeeld van Chris. Heel even denk ik dan ook dat het hem is. Ik verbijt mijn verdriet maar glimlach vriendelijk om mijn stomme gedrag een beetje goed te maken en wederom vervolg ik mijn route. Die beste man zal wel gedacht hebben… 

Afgezien van een geschiedenis en onze huisdieren hadden Chris en ik ook een gezamenlijke interesse in het bovennatuurlijke. Of misschien moet ik zeggen: hebben een gezamenlijke interesse. In onze ogen is er meer tussen hemel en aarde. Hij kon er altijd erg enthousiast over praten. Ik was blij een toehoorder in hem gevonden te hebben zonder dat ik scheef aangekeken werd. We hadden het geregeld over telepathie, energie of onzichtbare lijntjes. Maar ook over het uittreden van de ziel al dan niet bij leven of over simpelere zaken als de kracht van een bepaalde edelsteen. De onderwerpen waren divers en soms wat controversieel en daarom ook niet met iedereen in mijn omgeving bespreekbaar. 

Wanneer ik voor wat afleiding de radio aanzet, jankt een gitaarsolo mijn oorschelp in en baant zich vervolgens regelrecht een weg naar mijn hart. Tja, hoe kan het ook anders. Ook dit doet mij aan Chris denken. Het was notabene dit soort muziek waar hij Groene Draak gek mee kreeg. Dan drinkt het plots tot mij door. Als een heldere gedachte. Ik laat de tranen, die zich al een paar minuten aan het opdringen zijn, stromen. Ik mis hem!! Maar weet tegelijk ook dat dit zijn manier is om te zeggen: “Ik ben nooit echt ver weg…”

 

 

 

-💞-

Boffen wij toch weer…

Vanaf de plek aan de tuintafel kijk ik naar Poownie, hoe hij op zijn gemak zijn late lunch naar binnen werkt. De andere paarden kijken vanaf een afstandje verlekkerd toe. Dat geluk heeft Poownie, zonder voortanden en met zijn 25 jaar de oudste van de kudde dagelijks een extra portie voer voorgeschoteld krijgen. Zelf laat ik mij in die tussentijd verwarmen door de najaarszon. Ik ben zo moe dat ik hier, ter plekke, in slaap zou kunnen vallen. Ik loop altijd een beetje op mijn tenen op de vrijdagmiddag. Moe van de hele week door stampen. Maar de laatste weken is het erger dan anders. Door een aantal zieken op de zaak is het druk en loop ik niet meer op mijn tenen maar op mijn tandvlees. Het is dat de zon schijnt maar eigenlijk ben ik zo moe dat ik er chagrijnig van word.

Om op de vrijdag tijd te sparen rijd ik tegenwoordig vanuit mijn werk naar stal. Ik geef hem zijn eten en wat aandacht voor ik weer huiswaarts keer. Geregeld spookt het door mijn hoofd om een verzorgster voor hem te zoeken. Zoals “vroeger”. Toen hij nog in de bloei van zijn leven was. Ze namen mij werk uit handen. Poownie kreeg liefde en aandacht en zelf hadden ze een paard met een gouden hart. Hij sprong, croste door de bossen. Liep wedstrijden en ging zelfs met ze mee op vakantie. Dat is inmiddels alweer een aantal jaar geleden. Maar wat heeft een verzorgster nu aan een bejaard paard?!

Met zijn 25 jaar doet ie het nog prima hoor. Maar ik wil niet dat er nog met hem gejakkerd wordt. Of ondoordachte acties uitgehaald worden. De rek begint langzaam uit mijn “opaatje” te raken. Iets waar ik toch rekening mee moet houden. De stalbaas bood aan om Poownie op de vrijdag van zijn middagsnack te voorzien. Zoveel werk is het nu ook weer niet. Eerst wilde ik niet ingaan op haar aanbod. Liever wanneer het echt nodig mocht zijn. 

Nadat ze het twee keer aangeboden had bedacht ik mij. Ze “kookte” een keertje toen ik echt niet kon en vanaf dat moment is ze op de vrijdag zijn maaltijden blijven geven. Bovenstaande is inmiddels alweer een paar weken geleden. De eerste keer voelde ik mij wat onwennig en zelfs bezwaard. Na 1.5 jaar een soort mantelzorger te zijn voor je eigen paard met periodes dat ik soms twee keer per dag langs ging, naar één dag echt heel bewust overslaan.

Tot nu toe voelt iedere vrijdagmiddag, einde van de werkdag, als een cadeautje. Ik hou super veel van Poownie maar een vrijdagavond niet weg te hoeven, gewoon op de bak kunnen ploffen en bijkomen van een week buffelen voelt echt heerlijk. En toen ik van de week een appje kreeg dat ze hem zelfs mee uit grazen had genomen realiseerde ik voor de zoveelste keer dat we het echt getroffen hebben op deze stal! 

 

 

 

-❤️-

 

Dan laat je los, dan laat je gaan…

De rustige ochtend verbleekte bij het verontrustende telefoontje dat ik net na 12 uur mocht ontvangen. Nooit eerder hadden we elkaar aan de telefoon gehad. Maar bij het verschijnen van haar naam in mijn scherm wist ik dat het mis was. “Pa wil je graag nog één keer zien.” Vertelde ze. In allerijl haastte ik mij naar het ziekenhuis, waar onze “topoppasser”, die uiteraard veel meer voor mij betekend dan enkel oppasser, sinds een paar dagen verbleef. 

Het ging niet goed met hem. Zijn situatie, die al niet al te best was, was in korte tijd achteruit gegaan. Beter worden was uitzichtloos. Niet wetende hoe ik hem aan zou treffen liep ik met bonkend hart het ziekenhuis in. Daar werd ik met open armen ontvangen door broer en zus, die ik misschien één keer eerder in mijn leven ontmoet heb. Ondanks de moeilijke situatie waren ze hartelijk en open naar mij. We deelden het zelfde verdriet. 

Ik trof Chris aan in een comfortabele stoel naast zijn bed. Broodmager en moe. Maar met een glimlach op zijn gezicht. “Wat fijn dat je bent gekomen!” Zei hij. Mijn ogen vulde zich spontaan met tranen. Broer en zus lieten ons alleen zodat we op onze eigen manier afscheid konden nemen van elkaar. De reden van mijn bezoek. Hij kon niet meer. Hij wilde niet meer. Stoppen met medicatie was het enige lichtpuntje dat hij nu nog had. En hij keek er naar uit. 

Terwijl het leven zich aan ons opdrong probeerde ik de pijnlijke situatie onder ogen te zien. Want, hoe doe je dat, afscheid nemen bij leven? Er was niets meer wat ik nog kon doen, behalve zijn handen vast houden en hij de mijne. Er zijn. Zijn in dit moment en naar elkaar kijken, beseffen dat dit het aller laatste moment is dat je elkaar echt kunt zien, echt kunt horen en echt kunt voelen. 

Na twee uur was het tijd om mijn plek weer over te dragen aan zijn familie. De medicatie zou stoppen en vanaf dat moment was het wachten. Wachten tot zijn nieuwe reis zou beginnen… 

 

❤️

Wat als je lichaam niet meer wil?
Wanneer er te veel aan wordt getrokken…

Wat als je lichaam steeds maar brozer wordt?
En ademhalen te zwaar…

Wat als je grens al zoveel maal verschoven is?
De geest nog wil maar de rek “van kunnen” er uit is…

Wat als leven overleven wordt?
En je lichaam zegt: ik kan niet meer…

Wat als leven vechten wordt?
Maar ook dat uiteindelijk niet meer helpt…

Wordt het dan tijd om los te laten?
Los van dit leven dat nu zo beklemt en zo benauwd…

Moedig besluit jij: het is tijd!
Tijd om los te laten en te gaan…

Los van hier en nu.
Los van alles wat ooit was…

Je kijkt nog een keer achterom.
Dapper neem jij afscheid van ons allemaal.

Zonder nog te hoeven vechten,
Laat jij los en wij laten je gaan…

❤️

16-04-1948 – 14-08-2019

 

 

***

Vergeef mij, dat ik je achterlaat…

Bijna twee jaar geleden besloot ik mijn werk als uitvaartfotograaf te stoppen. Het was goed zo. Alle diensten die ik heb mogen fotograferen waren bijzonder op hun eigen manier. Maar er zijn er bij die voor altijd een indruk op mij hebben gemaakt. Onderstaand verhaal is er één van.
vogels als monument op grafsteen

De regen komt met bakken uit de hemel. Het is donker en somber buiten. Zodra ik mijn auto voor de deur van het afgesproken adres geparkeerd heb, blijf ik nog even zitten. Het is een trieste dag en ik moet iets gaan doen waar ik als een berg tegenop zie. Ik haal een paar keer diep adem en stap uit. Ik hoef gelukkig niet lang te wachten voor de deur open gaat. De eerste voorstelronde vind plaats in de gang. Als ik achter de man des huizes aanloop word ik in de woonkamer begroet door een schaterlachende peuter. Aan tafel zit haar moeder met de kleine meid op schoot. Zodra onze blikken elkaar treffen kijk ik in een paar prachtig helderblauwe ogen. Ze zet het meisje op de grond en geeft mij een trillende hand.

Haar man vertrekt naar de keuken om koffie voor ons te zetten terwijl wij alle twee plaats nemen aan de grote tafel. De woonkamer ligt bezaait met speelgoed, duploblokken en knuffelbeesten. Deze jonge dame komt wat dat betreft niets te kort. Toch trekt mijn maag samen. Ik krijg een brok in mijn keel en voel een pijnlijke steek. Het leven is soms zo oneerlijk. Zonder dat iemand hier iets aan kan doen, gaat het belangrijkste in haar prille leventje haar binnenkort ontnomen worden. Haar moeder.

Alsof ze mijn gedachte kan lezen begint ze te vertellen. Over de diagnose die gesteld is net na de geboorte van haar dochtertje. De slopende ziekte, het verloop hiervan en wat nu nog rest. Ondertussen staat de dampende koffie op tafel inclusief wat lekkers. Maar ik krijg geen hap door mijn keel. Haar ogen beginnen te stralen zodra ze over haar dochtertje begint te praten. Ze is haar lust en, zolang het nog duurt, haar leven. De reden waarom ik gekomen ben is niet alleen een kennismaking met de familie. Maar ook om te kijken of ik iets voor hen kan betekenen op de uitvaart van deze vrouw.

Haar man pakt een dik boek uit de kast en legt het voor mij neer. Het is hun trouwalbum met prachtige sfeervolle foto’s. De foto’s die gemaakt moeten worden op de uitvaart moeten dezelfde stijl en sfeer hebben als hun trouwfoto’s. Ik heb de vraag nog niet gesteld of de man geeft al antwoord. De trouwfotograaf heeft nooit eerder een uitvaart gefotografeerd en had hun een rouwfotograaf aangeraden. De vrouw begint weer te vertellen. “Als ik er straks niet meer ben, wil ik dat mijn dochter een naslag werk heeft. Een trouwboek en een rouwboek. Voor later, zodat ze kan zien hoe het was.” Ze zucht. “Haar vierde verjaardag zal ik naar alle waarschijnlijkheid niet meer mee gaan maken.” Haar man pakt boven tafel haar hand en knijpt er zachtjes in. Even zijn we allemaal stil.

Ik ben ontroerd door haar verhaal. Ze kijkt letterlijk de dood in ogen en toch kan ze zo krachtig vertellen. Want dat heeft ze gelukkig nog, haar kracht en haar wil om te genieten van de tijd die rest. Het moet een verschrikkelijke gedachte zijn om te weten dat ze er straks niet meer is terwijl haar kindje haar zo hard nodig heeft. Bij het afscheid kijk ik haar nog eenmaal aan. Haar helder blauwe ogen zal ik bij onze volgende ontmoeting niet meer zien…

 

 

***

Het had zo anders kunnen zijn…

Geregeld vraag ik mij af hoe jij je leven voor je zag toen je klein was. Maar ook toen je ouder werd. Je zou toch ook wel gedroomd hebben over “later” en “als ik groot ben”? En als je, je dromen of je leven moest bijstellen wat waren dan je doelen? Wat ging er door je heen toen je zo oud was als ik nu ben?! Lieve mama, je had je vast een compleet ander leven voorgesteld dan hoe het uiteindelijk gelopen is. Huisje, boompje, beestje. Oud worden met de liefde van je leven. Ik weet zeker dat je niet helemaal voorzien had dat je leven zo zou verlopen als gegaan is.

Ik was een jaar of 9 toen mijn geloof en kijk op het leven een drastische wending kreeg. Uiteraard begreep ik dat toen nog niet. Maar het was wel dit specifieke moment dat er voor zorgde dat ik voor het eerst in mijn leven heel anders naar de wereld en mensen om mij heen keek. Jij werd voor een paar weken opgenomen in het ziekenhuis. Dat was op zich al een ingrijpende gebeurtenis. Maar vooral de periode erna was een hel voor mij. Ik ving, geheel onbedoeld, een gesprek op dat totaal niet voor mij bestemd was. Je vertelde pap dat de artsen in het ziekenhuis hadden meegedeeld dat je maximaal 5 jaar te leven zou hebben als je zo doorging met het destructieve leven dat je toen leefde.

Je hebt nooit geweten dat ik dit gesprek heb gehoord. Vanaf dat moment kon ik op de gekste momenten in huilen uitbarsten. Niemand die mij kon troosten. Zelfs jij niet. Niemand die ik kon vertellen waarom ik mij zo voelde. Ik wist zelf niet eens wat mij overkwam. Het had nogal wat impact. Op school, op spelen bij vriendinnetjes. Op eigenlijk mijn hele leven. Op die leeftijd ga je de wereld om je heen ontdekken. Steeds wat verder van huis. Maar ik week niet meer van je zij.

Je deed niet bepaald wat de dokters je hadden voorgeschreven. Je at nog steeds niet of alleen maar ongezond en rookte en dronk des te meer. Vol angst telde ik de jaren die voorbij gingen. Toen het 5e jaar voorbij was en je nog steeds eigenwijs je leven leefde begon de angst een beetje af te nemen. Ik ging naar de hoge school en alles was nog steeds zoals daarvoor. Zelfs na het behalen van mijn diploma en de overgang naar mijn “studententijd” was je er nog. Beetje voor beetje liet ik het los. De artsen hadden het mis! Toch?

Ik leerde dat het niet gezond was wat je deed. Je had een verslaving! Hoe ik het ook probeerde, ik kreeg je er niet van af. Contact met familie was inmiddels nihil. Vrienden hadden we niet meer. We stonden er alleen voor. Soms deed je een halfslachtige poging. Voor mij, voor jezelf? Ik verloor het vertrouwen in meerdere opzichten. Vanaf dat moment werd alcohol voor mij de belichaming van de duivel. Hij trok jou mee naar beneden tot er geen weg terug meer was. Hij pakte ons alles af en zorgde dat jouw leven alleen nog maar ging om hem en jou. Uiteindelijk draaide het alleen nog maar om hem. Pas 20 jaar later besloot je lichaam om er definitief mee op te houden. Het duurde 15 jaar langer dan voorspeld. Maar de strijd was gestreden. De alcohol had gewonnen. De duivel kreeg zijn zin….

 

 

* 17-11-2011 *