Regenval in de polder…

Poownie herkent het geluid van mijn auto al een tijd. Op stal staat hij dan al bij het hek van de paddock op mij te wachten. Maar nu herkent hij ook de vorm of de kleur. Het zal mij niets verbazen dat ie het merk op zou kunnen noemen als ie kon praten. Ik sta mij, achter de auto dus uit zijn zichtsveld, in mijn regenpak te wurmen als hij van achter uit de wei aan komt wandelen. Zijn graasmaten laat hij achter. Ondanks het shit weer kan ik een glimlach niet onderdrukken. 

Geloof mij, lieve lezer, het is wel eens anders geweest. Poownie heeft mij in zijn jongere jaren heel wat kilometers achter zich aan laten lopen. Op het moment dat ik hem bijna te pakken had, zette hij een drafje in naar de andere uithoek van de wei. Als ik dan weer in de buurt kwam rende hij met zijn neus en staart in lucht terug naar het hek van diezelfde wei. “Pak mij dan, als je kan, je kunt mij toch niet pakken!” Dit herhaalde zich een stuk of 10 keer. Als ik toen een stappenteller had was ik met 1 bezoek aan Poownie al aan mijn doelen voor die hele week gekomen.

Maar we worden allemaal wat ouder, wijzer zou ik niet willen zeggen maar wel rustiger. Alhoewel, misschien ook dat niet eens. Laat ik het er maar op houden dat Poownie snapt dat als hij rondjes blijft rennen ik na twee rondjes gewoon weer wegga. Dan heeft hij geen snoepje, boterham, appel of wat voor lekkers dan ook. En dat is onacceptabel. Kijk, ik zou best willen geloven dat hij voor mij naar het hek komt lopen, maar zoals we allemaal weten: liefde gaat door de maag. 

Terwijl de regen eindeloos traag uit de hemel komt vallen sta ik met mijn laarsjes in de zompige berm. De berm die uitzicht geeft op onze eigen wei. De berm met super malse grassprieten, en de kruidigste onkruidjes die er maar te vinden zijn. Dit weet ik allemaal dankzij mijn planten-app. (Heel handig!!) Nu onze wei wat schraler aan het worden is neem ik hem zo nu en dan eens mee uit grazen. En je kunt hem niet blijer maken. In zijn ogen is dit vele malen leuker dan wandelen.

Er groeit hier werkelijk van alles. Rode-, witte-, smalle rol- en akkerhoning klaver. Die laatste is bijvoorbeeld weer goed voor de doorbloeding, werkt bloedzuiverend en is ondersteunend bij de werking van de lymfe. Er groeit ook luzerne, met zijn prachtige paarse bloemetjes. Ook heel gezond met veel eiwitten en vitamines. Er groeit zelfs kamille. Volgens de app is dit de stinkende variant. Ik ruik niks vies aan dit plantje. Poownie kiest met smaak zijn maaltijd bij elkaar. 

Ik ben blij dat ik mij in een regenpak gehesen heb. Het is namelijk nog niet gestopt met regen. Sterker nog, het is harder gaan regenen. Met mijn capuchon op klinkt de vallende regen een stuk gezelliger. Er is verder niemand te bekennen. De verlatenheid en rust die er hangt is een weldaad voor mijn geest. 

Poownie’s brunch duurt ongeveer een uur. Dan is hij er wel klaar mee. Via de andere groenstrook wandelen we, nog steeds in de regen, terug naar de wei. Voldaan en met een volle buik loopt hij zuchtend bij mij vandaan terug naar zijn maten achter in het land.

Biesbosch Cruise…

Recensie door Groene Draak.

Geen 1,5 meter, mondkapje en vooralsnog geen code paars, blauw of roze meer. Tijd om eindelijk de vleugels te strekken. Figuurlijk gezien, want letterlijk zou ik de weg kwijtraken. Mijn ingebouwde (s)tom-(s)tom werkt niet altijd even goed zoals bv die van de postduif. Dus boekte ik voor mijzelf een heuse Biesbosch cruise, inclusief overnachting. (Lees; ik moest mee omdat zij zo nodig moesten overnachten aan boord en ik niet alleen thuis mocht blijven. Maar dat leest een stuk minder prettig, vindt u niet!?)

Natuurlijk wilde ik op deze cruise wel een beetje comfort en luxe dus koos ik voor een hut met balkon. Wanneer ik niet over het dek zou flaneren kan ik mij altijd terugtrekken in mijn eigen hut en uitzicht houden op al het moois dat wij onderweg zouden passeren, was mijn gedachte. Nog leuker is de reactie van andere “cruisende” mensen die, eveneens op hun bootje, een tocht door de Biesbosch maken. Bij het zien van een hond hoor ik ze niet. Maar bij het zien van een papegaai worden ze Foxwild! Om maar even in Brabantse termen te blijven. Daar kan ik smakelijk om lachen. 

De avond begint met een captains diner. Dat is heel speciaal en stamt nog uit het VOC-tijdperk. Lang geleden dus. Ik heb mijn beste verenpak gestreken en schuif aan bij een luxe gedekte tafel samen met de kapitein. Er worden onder ander overheerlijke gebakken “pommetjes” en “soufflé au fromage” geserveerd. Na het verorberen van de toetjes varen we uit. De avond valt al snel, maar de kapitein weet wat ie doet.

Rond 20.00 uur gaan we voor anker op onze overnachtingsplaats. Het animatieteam doet nog een rondedansje met hier en daar een kunstje op de SUP maar al snel houd ze dat voor gezien want het wordt te donker en er zijn te veel muggen buiten de boot. De ramen worden vakkundig van horren voorzien zodat het gespuis buiten blijft. 

Volgens mij hebben de waterkippen zich al flink volgegoten met drank want ze gaan los op drie meter van mijn hut vandaan. Wat een herrie. Ik hoor het zoemen van de beestjes en het kraken van de touwen. Ik ben niet helemaal op mijn gemak want de geluiden zijn hier anders dan thuis. En daar schommelt mijn stok ook niet zo. Ik probeer nog een vallende ster te spotten voor ik in slaap val. Want de hemel is heel helder deze nacht.

De natuur heeft zijn eigen wekker en daarom zijn we extreem vroeg wakker. Niet lang daarna staat het ontbijt op mij te wachten. Dat gaat er wel in na zo’n onrustige nacht. “brock-benedict” met vers fruit. Dat smaakt in de natuur wel heel erg lekker. 

Als de ober de tafel heeft afgeruimd en de koffie geserveerd is start de eerste excursie. Het voeren van de wilde ganzen. Daarna wordt er een show opgevoerd van baltsende futen en als laatste komen de koning en koningin van het water ons gedag zeggen.

De zon klimt naar zijn plek en wint aan warmte. Na de lunch is het tijd om via een omweg terug te varen naar de haven. Jeetje wat een ervaring was dit. De cruise, het eten en de omgeving verdienen een dikke 10. Maar de overnachting was heel wat minder. Volgende keer mijn eigen stok mee. 

Nachtwerk…

Het is einde van de middag als ik nog snel even langs de wei scheur met een emmer met lekkers. Uiteraard staan de paarden helemaal achteraan in een wei die voor mijn gevoel wel drie voetbalvelden lang is. De hele polder weet inmiddels dat ik er ben want ik sta vooraan, bij het hek, zijn naam te “scanderen”. (in de hoop dat hij naar mij toe komt) In tegenstelling tot pubers schaamt Poownie zich daar niet voor. Hij komt gelukkig mijn kant opgelopen. Het begint met een stap maar zodra ik zijn voeremmer in de lucht houd gaat hij al snel over in draf. Kijk, zo doen we dat hier!

Ik ben maar wat blij dat hij besloot naar voren te komen. Want zo heel veel tijd heb ik op dit moment niet. Als hij eenmaal is aangevallen op zijn voer onderwerp ik hem snel aan een inspectie. Tot mijn schrik zie ik dat zijn linkerflank onder de bulten zit. Zijn benen voelen ook warm aan. Maar ja wat wil je met volle zon en 30 graden? De vliegen zijn inmiddels niet meer weg te slaan. Poownie stampt er naar maar het helpt niet veel. De bultjes voelen aan zoals een dazenbeet bij mij zou doen. Poownie geeft er zelf niet veel om. Voor nu besluit ik het zo te laten. 

Zijn emmer is leeg en als er verder niks meer bij mij te halen valt wil hij graag weer terug naar zijn maten in de wei. Ik laat hem vrij en met dezelfde vaart als waarmee hij naar voren kwam stuift hij terug naar achteren. Ik klop het stof van mij af en ga verder met mijn middagplanning. 

Als ik ’s avonds in bed lig laat ik de belevenissen van de dag nog een keer de revue passeren. Mijn gedachten blijven bij Poownie hangen. Waren zijn benen nu echt zo warm? Stond hij te trappen naar vliegen of was dat een aanname? Mijn fantasie gaat met mij aan de haal. In mijn gedachten heb ik van een gezond paard een dodelijk ziek dier gemaakt dat ligt te creperen in de wei. Het wordt van kwaad tot erger en in mijn verbeelding ligt hij al met vier pootjes omhoog. Na twee uur malen en met een knoop in mijn maag van ellende stap ik uit bed. 

“Ik wil naar de wei!” zeg ik tegen vriendlief. Die van mij naar de klok kijkt. Het is inmiddels 01.10 uur ’s nachts. Hij weet ook dat ik de rest van de nacht geen oog meer dicht doe zolang ik niet met eigen ogen bij Poonwie heb gekeken. 

En dus lopen we iets na 01.30 uur met een zaklamp in de hand door de wei. Het is super rustig en super mistig. Uiteraard staan de paarden helemaal achteraan. Ik voel mij als een dief in de nacht. Bij de tijd dat we ze gevonden hebben zijn onze broekspijpen doorweekt. Poownie staat op zijn gemak te knagen aan het gras. Als ik hem aan een inspectie onderwerp voelen zijn benen als normaal en zijn de bulten al bijna weg.

Vriendlief zucht diep. “Ben je gerustgesteld?” Vraagt hij. “Want ik ga niet nog een keer mijn bed uit voor een nachtwandeling!” Zegt hij. “Nu wel!” Zeg ik. Nu ik weet dat alles goed gaat en alleen mijn fantasie op hol geslagen was kan ik weer rustig slapen.

Als Mozes niet naar de berg komt…

Toen ik poownie kocht was ie amper veulen af. Helemaal zwart met vier witte benen en een mooie bles. Hij was zo lief en schattig maar wel een echte pony, met bijhorende pony streken. Zoals ineens aan de andere kant van een hek staan, door er per ongelijk onderdoor te rollen of het hele hek uit zijn voegen te duwen door er onder door te kruipen. Maar ook uit zijn deken “glijden” ala Houdini. Nog steeds weet ik niet hoe hij dat voor elkaar kreeg. Geregeld vond ik Poownie en dek los van elkaar terug in de wei. Beide nog helemaal heel en alle gespen dicht. 

Hij vond het ook leuk om het op een rennen te zetten. Niet omdat hij schrok van de bakkabouters. Want geloof hem maar, die zaten er ECHT, maar gewoon omdat het kon. In de wei sprintte hij meestal bij mij vandaan, ook omdat het kon. Maar als ie eens aan kwam galopperen stopte hij op tijd. Als hij schrok sprong hij om mij heen, of van mij af. Hij deed (en doet) letterlijk geen stap verkeerd. 

In al die tijd dat ik Poownie ken, en dat is inmiddels 25 jaar, heeft ie mij nog nooit expres van zich afgeworpen, gebeten of geschopt. Dat hij in een galop struikelde en mij in zijn val meenam naar de grond of dat hij pardoes een paar keer achter elkaar op mijn tenen heeft gestaan vergeten we! Poownie heeft een hart van goud. 

Ons weide seizoen laat door omstandigheden, helaas, nog even op zich wachten. Dus ik besloot dat het tijd werd om een stapje harder te lopen voor Poownie. Iets extra’s op zijn oude dag, omdat ie het verdient. Voor alle hiervoorgenoemde feiten EN omdat hij nu eenmaal Poownie is!!

Naast al het lekkers, speciaal eten en per dag een dozijn aan knuffels, poetsbeurten en liefde sta ik nu dus ook het gras voor hem te maaien. Want tja, als Mozes niet naar de berg komt… 

Overigens kwam ik niet zelf met dit briljante idee. Hij kwam van de stalbaas. Ze had een elektrische heggenschaar aangeschaft. Speciaal voor het knippen van onkruid en gras. Af en toe krijgen de paarden wat extra’s zoals brandnetel, kleefkruit, rietstengels en ander groen.

De eerste paar keer schaamde ik mij kapot. Welke koekwous staat midden in de polder nu gras en onkruid te maaien?! Maar inmiddels heb ik er schijt aan en maai mij iedere dag een slag in de rondte. Als een ware gras expert loop ik de graszoden en waterkant af. Opzoek naar die allerbeste mals ogende pol. En geloof mij, je gaat echt heel anders naar het gras kijken. Het is niet meer het simpel stukje groen verende grond. Op mijn smaakpapillen na ervaar ik zo’n beetje het zelfde wat Poownie moet voelen, zien en ruiken als hij gras eet. Bijzonder, dat dan wel weer. 

Inmiddels weet hij wat ik ga doen als ik met schaar en “voerzak” van stal vertrek en staat mij al hinnikend op te wachten. Vervolgens meng ik al mijn kostbaar verworven groene stengels in een zak met hooi. Poownie, staat als enige van de kudde ’s nachts apart en mag dan zonder hooinet op de ruif (want geen voortanden meer) eten. Heel de nacht heeft hij de tijd om die zak met hooi en gras door te spitten (= bezigheidstherapie). Zijn avondmaaltijd is in jaren niet zo smakelijk geweest. 

Waar is Poownie?

Poownie heeft mij zien aankomen en staat al bij het hek te wachten. Op de planning staat vandaag een “hapje stapje”. Of te wel een stukje wandelen met om de paar passen een hap gras. Vergelijk het maar met een diner dansant. Daar kun je hem namelijk heel blij mee maken. Met het diner bedoel ik dan. De route is een ronde om de plas. Ik hoop alleen dat we niet veel mensen tegen gaan komen. Poownie heeft net voor onze date nog even lekker door het natte zand gerold en ziet er dus niet uit. 

Het is de gewoonte geworden om hem alvast los te laten op het voorterrein. Daar scharrelt hij rond. Besnuffelt hier en daar wat, jaagt de kat de stuipen op het lijf of staat door het hek heen heimelijk naar het gras te loeren. Voor we gaan duik ik nog even het hooi-hok in, om alvast een zak te vullen. Alsof ik aan het apenkooien ben klauter ik over de balen. Poownie staat verwachtingsvol achter mij op zijn eten te wachten. 

Blijkbaar doe ik er te lang over, want als ik mij omdraai is hij verdwenen. Wanneer ik mijn hoofd vergenoeg naar buitensteek zie ik hem nergens. Het hek zit dicht en ik heb hem ook niet langs het hok horen lopen. Terug de paddock in kan ook niet want het hek heb ik achter hem dicht gedaan, toch?? Snel werp ik vanaf mijn hooibalentroon een blik in de paddock en zie alle paarden maar geen Poownie. 

Als ik naar links kijk krijg ik de schrik van mijn leven. De punt van zijn staart bungelt nog net buiten de deur. Hij is, in zijn geheel, de “zadelkamer” ingelopen. Dus eerst het trappetje op en daarna, door een gewone deur naar binnen gegaan. Hoe dan? Op zijn tenen? Ik heb er niks van gehoord. De zadelkamer is totaal niet berekend op het gestommel van een paard. Alle “worst-kaasscenario’s” schieten door mijn hoofd. Straks zakt ie door de vloer! Moet de brandweer hem eruit zagen! Of breekt ie in paniek de hele muur eruit. Wat als, wat als…

Voorzichtig, om hem niet te laten schrikken loop ik er naar toe. Hij staat verdorie op zijn gemak zijn avondeten naar binnen te schranzen. Zonder schroom kijkt hij mij aan, alsof het mijn eigen fout is dat ik de emmer daar heb neergezet. Ik wurm mij langs zijn achterwerk die de deur blokkeert en zet hem daarna in zijn achteruit. De deur deur en voorzichtig het trappetje af. Gelukkig gaat alles zonder problemen en staan we samen weer buiten. Hij verontwaardigd. Ik met tien nieuwe grijze haren extra. 

Heel even moet ik op adem komen maar besluit dan toch maar aan de wandeling te beginnen. Snel grijp ik mijn plu mee, want de lucht in de verte spreekt boekdelen. Ook dat nog! Alsof er niks aan de hand is wandelt Poownie naast mij mee. Eten uit een emmer, of verse grasjes, liefde gaat nu eenmaal door de maag. Als we op de helft van de route zijn komt mijn paraplu goed van pas. 

Het grazende geluid van Poownie in combinatie met de dansende druppels op mijn paraplu is bijna hypnotiserend. Al grazend en wandelend komen we aan het einde van het pad. Het is opgehouden met regenen. De laatste tien minuten wandelen we terug naar stal. Poownie is voldaan en ik ben gelukkig weer helemaal zen. 

 

 

 

Hoe gaat het nu met…

Inmiddels is het ruim 1.5 jaar geleden dat Poownie een zware operatie heeft ondergaan. Er was bij hem EOTRH geconstateerd. De vaste lezers zullen het zich vast nog wel kunnen herinneren. Hier vind je alle delen: deel I, deel II, deel III. EOTRH is een ziekte die het gebit, en met name de snijtanden aantast. Het komt er op neer dat de tanden van binnenuit worden afgebroken en dus brozer worden en/of er vormt zich een cementachtige laag rondom de wortels. Bij het eerste breekt de tand spontaan af. Bij het tweede ontstaat botwoekering wat zorgt voor het verdrukken en ontwrichten van de kaak.

Het is ongemakkelijk en pijnlijk. Een simpele remedie is er nog niet. Om er vanaf te komen zullen de aangedane tanden getrokken moeten worden. Voor Poownie betekende dit het trekken van al zijn 12 snijtanden. Zijn kiezen waren gelukkig nog in orde en mochten blijven zitten. Maar toch was dit niet zomaar een ingreep. Eenmaal uitgevoerd zouden we ook niet meer terug kunnen.

Het ging steeds slechter met Poownie. Hij at genoeg maar toch zagen we hem afvallen. Zijn vacht was dof en vies. Zijn blik vertelde mij dat het voor hem niet meer zo nodig hoefde. Hem zo verder laten lijden was geen optie, die tanden moesten er uit. We zouden daarna wel zien waar het schip zou stranden.

Onze dierenarts bracht mij in contact met haar collega’s in Benschop, die met hun “operatiekamer” onze kant op kwamen voor de ingreep. Gewoon bij ons op stal in zijn eigen omgeving. Na ruim 3.5 uur en heel wat snij- en bikwerk verder lagen al zijn 12 snijtanden netjes op een tafel. Zijn kaak was veranderd in een grote gatenkaas dat uit zichzelf moest helen. Hij zag er niet uit. Gesteund door een van zijn maatjes, die buiten in de paddock de wacht hield mocht hij, al strompelend van de narcose, naar zijn eigen paddock terug.

Ik weet nog dat ik de volgende dag in alle vroegte naar stal ben gegaan. Vanaf een afstandje bleef ik kijken. Het bloed had zijn lippen roze gekleurd maar verder was er niets aan hem te zien. Sterker nog, al het hooi dat ik hem de dag ervoor gegeven had was op. Blijkbaar was de pijn die hij voelde een verademing met de pijn die hij al die tijd gehad moest hebben. Vanaf dat moment klaarde hij zienderogen op.

Een paar dagen na de ingreep stond hij alweer heel voorzichtig aan het gras te knagen. Het lukte hem nog niet zo goed, maar hij zou vanzelf een manier gaan vinden. Het eerste weideseizoen was dan ook erg wennen en moest ik hem geregeld bijvoeren. Deze zomer had hij genoeg eelt gekweekt. Het maakte niet uit of het gras lang, kort, stekelig of zacht was. Hij at zich net zo vol en rond als zijn maten dat ik mij af en toe een beetje zorgen begon te maken. Zoveel vet om de botten had hij in tijden niet gehad.

Poownie is op dit moment met 26 jaar de oudste van de kudde maar gedraagt zich soms als een puber. Hij hinnikt zodra hij mij ziet (of als het te lang duurt voor ik hem zijn partjes appel geef) en komt naar mij toe als ik hem roep. Ook onze band is duidelijk verbeterd. Zolang hij zijn tong binnenboord houdt is er verder niks aan hem te zien. Uiteraard maakt hij voor “tongueouttuesday” graag een uitzondering…

Maar normaal poseren kan hij gelukkig ook nog

Teek away…

Natuurlijk had ik er van gehoord. Maar ik had ze nog nooit in het echt en van zo dichtbij gezien. Een teek. Om de een of andere reden vonden ze ons gewoon niet interessant. Maar deze zomer is duidelijk anders. Of Poownie is in een “tekenburgt” gaan rollebollen of ze vinden hem gewoon aantrekkelijker dan anders. Hoe dan ook, begin van het weideseizoen zat hij er helemaal onder. Een teek bijt zich vast in de huid van zijn gastheer en vreet zich dan een weg naar binnen. Gatver en gatver… Ze blijven daar zitten tot hun buikje goed en wel (gratis)gevuld is. De schoften! Daarna laten ze zich vallen om uit te buiken en te doen wat een teek allemaal wel niet doet. 

Ik wilde niet wachten tot deze etters zich helemaal volgevroten hadden. Ze moesten van Poownie af en wel zo snel mogelijk. Maar een teek met je vingers verwijderen is geen slim idee. Ze moeten het liefst met “huid en haar” verwijderd worden. De volgende dag ging ik langs de dierenspeciaalzaak om een tekenpen aan te schaffen. Die hadden ze niet. Ze hadden wel een koevoet. Ik ben een leek op het gebied van de teek, maar een koevoet leek mij wat overdreven. Maar ja, ik moest iets. Dus gaf aan dat ik die dan wel wilde. Ze overhandigde mij een pietepeuterig klein zakje met daarin twee miniatuur harkjes van playmobile. De een iets kleiner dan de ander. Appeltjes groen, dat dan weer wel. 

“Dit is het?” Vroeg ik de medewerkster achter de balie met een frons in mijn voorhoofd. Waarop ik een bevestigend gehum als antwoord kreeg. “De beschrijving zit in het zakje.” Zei ze nog. Dit was wel iets anders dan het ijzeren breekvoorwerp dat ik in gedachte had. Voor die prijs had ik er minstens een Playmobil-poppetje bij verwacht. Maar dat kon ik vergeten. In de auto bekeek ik direct de gebruiksaanwijzing, die net als de koevoetjes in miniatuur formaat was. Ik las de paar zinnetjes op het papier: Maak de teek niet boos! Schuif de koevoet om de teek. Draai een keer links om. Trek de teek er uit. Hoe moeilijk kan het zijn? 

Terwijl Poownie rustig stond te grazen probeerde ik de eerste teek te verwijderen. Stap 1 van de instructie vond ik toch wat lastig uit te voeren. Moest ik eerst vriendelijk vragen of ie uitgevroten was? Of het gesmaakt had en ie nog een bakkie koffie na zou willen? Hoe dan? Vergeet het maar! Ik haakte de grote koevoet achter de teek. Maar hoe ik ook probeerde, de teek gleed er steeds uit. De kleine koevoet was daarentegen weer te klein. Uiteindelijk harkte ik maar een eind weg tot ie bleef zitten. Schroefde een paar keer linksom en gebruikte “al mijn kracht” om hem los te wrikken. Niet bepaald de meest vriendelijkste benadering. Hopelijk heeft ie niet zijn hele maaginhoud leeg staan kotsen! Dat schijnen ze te doen wanneer ze boos zijn… Y.U.K

Hoe meer ik er verwijderde hoe smeriger ik ze begon te vinden. Ik kreeg er wel handigheid in! De teken werden verzameld in een potje om later aan de arts te geven voor mogelijk onderzoek. Inmiddels ben ik expert op het gebied van werken met een appeltjes groene Playmobil koevoet en het verwijderen van teken. Maar mijn hobby zal het niet worden. Gatver en nog eens gatver!!

Een groene uitdaging…

Omdat ik nog thuis woonde moest ik mijn moeder zover zien te krijgen akkoord te gaan met de aanschaf van een nieuw huisdier. Mijn moeder had dit afgezworen. Er komt niks nieuws meer bij. Maar ze stond niet zo heel sterk in haar schoenen. Iets waar ik stiekem een beetje misbruik van heb gemaakt. Ik nam haar 18 jaar geleden mee naar de winkel en liet haar kennismaken met Groene Draak. Een week later stond hij bij ons in de kamer. Groene Draak moest zijn mooie volière inclusief vliegende vrienden, inruilen voor een kooi bij mensen die, tot dan, totaal geen verstand hadden van papegaaien. Een heel domme zet. I know. Ik zou ook niemand aanraden om een papegaai, of welk dier dan ook, zomaar aan te schaffen. (Ik heb er van geleerd!)

Draak discrimineerde niet. Hij was tegen iedereen chagrijnig en beet iedereen even hard. Uren heb ik bij zijn kooi gezeten. Ik vond dat hij ook buiten zijn kooi een leven moest gaan krijgen. Hoe ik dit moest gaan aanpakken was mij nog niet geheel duidelijk. Draak was niet te vergelijk met een parkietje. Ook niet in bijtkracht. Eenmaal uit zijn kooi kwam de grootste uitdaging: hoe kreeg ik hem, met al mijn vingers nog heel, weer terug?

Met heel veel geduld (en pleisters) leerden wij elkaar beter kennen. Dat gebeurde pas echt, toen ik op mijzelf ging wonen. Draak veranderde van een schreeuwerige en chagrijnige gaai, in een rustigere, blijere variant. Het bijten en zijn schuwe gedrag bleef. Nadat ik de hulp had ingeroepen op een forum over papegaaien ging het roer om. Ik leerde wat ik fout deed en vooral hoe ik mijn eigen houding en daarmee zijn gedrag kon ombuigen naar iets positiefs. Met al deze nieuw verworven kennis ging ik aan de slag.

Ons geduld werd heel vaak op de proef gesteld. Maar ik hield vol en werd beloond. Ook hoefde ik steeds minder pleisters te plakken. Sterker nog, de afgelopen jaren zijn ze niet meer gebruikt. Met vallen en opstaan zijn we gekomen tot waar we nu zijn. En dat is echt iets waar ik heel trots op ben. Van een gaai die praktisch zijn kooi niet uitkwam naar een gaai die bijna niet meer in zijn kooi zit. Hij is nu een rustige, vriendelijke vogel. Die in ieder geval mij vertrouwd maar ook zijn vertrouwen aan mij terug geeft.

Onze Draak is gek op nieuwe dingen leren. Nadat de basis erin zat, het op- en afstappen op commando en vertrouwd raken met iets nieuws, zijn we begonnen met wandelingen door het huis, de tuin en het park. Educatieve spelletjes vind hij geweldig. Hij kan inmiddels diverse kleuren onderscheiden. Geld in spaarpotjes stoppen. Ringetjes over stangetjes schuiven (op kleur) en voetballen. Dit is nog maar een deel van wat hij inmiddels kan. We kunnen zelfs zonder problemen naar de vogelarts. (onderzocht worden is nog wel een dingetje…) En hij gaat wel eens mee op stap naar Poownie of hij steelt de show aan boort tijdens een tochtje over het water.

Het is heel leuk om samen aan de slag te gaan en nieuwe dingen te leren. Want ook ik leer nog steeds bij. Er zijn dan ook nog heel wat leuke uitdagingen die we aan zullen gaan. Ik had in ieder geval nooit kunnen denken dat een van mijn grootste vrienden een kleine gevederde groene draak zou zijn.

Voor de liefhebbers, Groene Draak heeft ook een eigen instagram account.

 

 

In de tussentijd: Uurtje grasmaaieren…

Daar sta ik dan weer te grasmaaieren met Poownie. Want dankzij Corona zeeën van tijd. En toegegeven, Poownie vind het ook gewoon heerlijk om dagelijks met zijn favoriete hobby bezig te zijn. Hij vind het dan ook totaal geen probleem dat ik vaker en langer om hem heen hang dan gebruikelijk is. Sinds hij een flinke koliekaanval heeft gehad, vorig jaar zomer, en een paar dagen in het “ziekenhuis” heeft moeten verblijven, is grazen een vast onderdeel van onze dagbesteding geworden. Gras is gewoon beter voor hem. Lucky him!

Ik kijk graag toe hoe hij heel secuur de lekkerste grasjes tussen de andere honderdduizenden sprieten uitzoekt. Hij heeft er een speciale neus voor. Als ik hem een mals ogende graspol laat zien, kiest hij steevast voor de droge spriet ernaast. Om mij niet voor mijn hoofd te stoten, iets met een paard en in de bek kijken, knaagt ie daarna nog wat aan het gras dat ik sta aan te wijzen. Voor mij is het een simpel grasveld, voor hem het walhalla.

Op drukke en chaotische dagen zijn dit echt de uurtjes waar ik naar uitkijk. Waarin ik niks hoef te doen dan enkel toe te kijken hoe Poownie staat te grazen. Ik laat mijn telefoon meestal even links liggen, of zet hem uit om niet in de verleiding te komen, en kijk wat meer om mij heen. Weet je hoeveel verschillende soorten vogels er in dit gebied vliegen? Zo kwam ik een zwerm staartmeesjes tegen. Een vogelsoort die ik nooit eerder in het echt heb gezien maar wel heel graag nog eens op de foto wil zetten. Niks geen fotohut, ze zitten gewoon bij stal! Het staartmeesje is zo’n leuk, grappig en schattig vogeltje dat ie ontworpen zou kunnen zijn door Dhr. Walt Disney himself.

Omdat ik tijdens dit uurtje meer om mij heen kijk dan anders, zag ik ook dat een reiger het opnam tegen twee roofvogels. Heb je dat ooit gezien? Deze soorten hebben volgens mij niks met elkaar van doen. Maar kwamen iets te dicht in elkaars “vaarwater”. Volgens mij wisten de roofvogels ook niet helemaal wat ze hier mee aanmoesten. Ze vlogen elkaar een tijdje achterna over de waterplas om uiteindelijk ieder hun eigen kant weer op te gaan. Of de actie nu bedoeld of onbedoeld was, het was in ieder geval een gaaf gezicht.

Poownie staat altijd met zoveel smaak te grazen dat ik soms spontaan zin krijg om mee te doen. Zeker wanneer het gras begin van het seizoen zo diep groen en mals is. Nu is de keus helaas nog iets minder. Hoewel het land langzaam begint te ontwaken en er echt wel stukken mals en sappig gras staan, moet hij het grotendeels doen met de leftovers van vorig jaar. Op sommige plekken is het gras zo kaalgevroten dat er alleen nog wat “stoppeltjes” staan.

Naast dit “meditatie moment” want dat is het inmiddels geworden, kom ik veel meer in contact met de mensen die hier ook in het gebied recreëren. Vaak genoeg maak ik een praatje met hondeneigenaren. Nu uiteraard op gepaste afstand. Of wandelaars en fietsers die een praatje aanknopen, wederom op gepaste afstand. Sommige mensen vinden het blijkbaar een gek gezicht dat ik naast Poownie sta in plaats van erop zit. Poownie is tijdens deze momenten onverstoorbaar. Leuk hoor al die gezelligheid, moet hij denken, maar laat mij maar lekker grazen.

 

-🐴-

 

 

van ruilen komt huilen…

Van ruilen komt huilen nietwaar? Nou bijna wel toen vanmorgen mijn wekker in alle vroegte afging. Na een veel te korte nacht zat ik daar eigenlijk helemaal niet op te wachten. Maar ja, ik had zelf mijn zondagse voerdienst geruild met een stalgenoot zodat ik daar tijdens de aanstaande vakantie niet mee in de knoei zou komen. Dus slik ik de opkomende “tranen” weg en besluit nog heel even te blijven liggen. Dat even wordt een paar minuten langer maar dan moet ik er toch echt uit.

Eerst begroet ik Draak die ook nog slaapdronken op zijn stok zit. Zich afvragend waar al die drukte op de zondagochtend goed voor is. Ik geef hem vast zijn ontbijt en drink zelf nog een bak koffie. Nog geen knaag in mijn maag, maar ik weet dat mijn honger uit het niets kan komen opzetten. Dus ik neem mijn ontbijt gewoon mee naar stal, en vertrek ik toch met enige haast van huis.

Als ik aankom word ik begroet door een stel uitgehongerde paarden. Alsof ze dagen niks te eten hebben gehad. Ja, je leest het goed DAGEN!! Ik begroet het paardenvolk dan ook maar even snel en controleer intussen de hooi ruiven. Stuk voor stuk zijn ze tot op de bodem leeg gevroten. Drie paarden kijken mij aan met een blik van: “Ik zei het toch!?” Ze hebben het zo slecht bij ons…

De hooibaal die ik moet hebben ligt uiterst rechts en helemaal bovenop in het hooihok. Ik klauter met gevaar voor eigen leven naar boven om aan mijn oh zo dankbare taak te beginnen. Het stof en de losse hooistengels dwarrelen om mij heen als ik alle hooinetten vul. Op de achtergrond is het beieren van de kerkklokken te horen. Verder is het heerlijk stil. Wanneer het zoveelste net gevuld is klauter ik het hok weer uit, met het stof in mijn neus en mijn kapsel voorzien van hooi. Rechts staan paarden te hinniken en links komt een hele groep bejaarde wandelaars voorbij die mij ietwat meewarig aankijken. “Arm schepsel” lees ik boven hun hoofd. Ik zwaai vriendelijk om een gesprek te voorkomen en sleep daarna de flink gevulde netten naar hun eindbestemming.

Ik maak het mijzelf weer veel te moeilijk door er te veel tegelijk mee te willen slepen. Om mij heen zwermen de paarden in de hoop alvast een hap te kunnen nemen voor ik het in de ruiven heb kunnen verdelen. De brutalen hebben de halve wereld en dat is in het dierenrijk niet anders. Er zijn er twee die niet alleen een hap willen maar eigenlijk gewoon het hele net willen toe-eigenen. Ik moet alle zeilen bijzetten om deze brutalen “honden” op hun plek te zetten, de boel niet los te laten en ook niet over mijn of hun benen te struikelen.

Het duurt even maar dan is iedereen van een plek aan één van de ruiven voorzien. Mijn werk zit er al voor de helft op. Maar eerst is het tijd om zelf ook even te ontbijten. Met mijn brood en bak koffie zit in heerlijk in het zonnetje. Om mij heen is op dit moment niets anders te horen dan het geluid van knagende paarden en het gefluit van vogeltjes. Ach, vroeg op stal zijn is niet altijd zo erg …

 

etende paarden aan hooi ruif

 

*🐴*