Al maanden lang gaat het zo goed. Ik loop op mijn werk langs de koekjestrommel alsof het een decorstuk is. Ik eet braaf mijn zelf meegebrachte lunch, drink genoeg water om een kleine vijver te vullen en blijf ver weg van snoep, chips en chocola. Het gaat me verrassend makkelijk af. Ik ben trots op mezelf. Sporten of bewegen schiet er compleet bij in, maar omdat de rest zo soepel loopt, vind ik dat helemaal prima. Je kunt tenslotte niet álles tegelijk doen, toch?
Tot deze week. Ik doe even snel boodschappen, omdat de Griekse yoghurt op is en Draak niet bepaald enthousiast wordt van de laatste zielige wortel en courgette die nog in de groentela liggen. Hij heeft inmiddels een reputatie opgebouwd als kieskeurige groenteneter, dus ik vind dat ik hem iets beters moet aanbieden. Maar zodra ik thuis mijn boodschappen uitpak, ligt daar ineens… een reep chocolade. En daarnaast een zakje chocorozijnen.
Ik heb geen enkel bewust moment waarin ik ze in mijn mandje leg. Het enige wat ik wél weet, is dat ik ze thuis in mijn handen heb. Oké, rozijnen zijn een soort van gezond. Dat telt toch? Draak kijkt me aan met een blik die zegt: “Waarom jij wel chocorozijnen en ik geen extra fruit?” Ik voel me betrapt door een vogel. Dat zegt genoeg. Laten we het een zwak moment noemen. Maar natuurlijk blijft het niet bij dat ene zwakke moment. Dat zou te makkelijk zijn.
De volgende dag doen vriendlief en ik samen boodschappen. Eenmaal thuis sta ik meerdere zakken chips in de kast te schuiven. “Natuurlijk hoeven die niet open,” zeg ik nog tegen mezelf. Hahaha. Ja. Tuurlijk. Er verdwijnen tompoezen in de koelkast. En zag ik nou net een doos ijsjes de vriezer in glijden? Ik had niet eens door dat ze in het karretje lagen. Mijn onderbewuste en ik zitten duidelijk niet op een lijn deze week.
Dan komt het weekend. Ik begin de dag met croissantjes met kaas en jam. ’s Avonds halen we heel ordinair een patatje met snacks. En op zondag besluiten we pannenkoeken te bakken. Tussendoor eet ik alles wat los en vast zit. Als het niet beweegt, is het niet veilig. Zelfs dingen die ik normaal niet eens lekker vind, lijken ineens een soort magnetische aantrekkingskracht te hebben. Alsof mijn lichaam zegt: “We slaan even alles op joh, je weet maar nooit.”
Ergens tussendoor probeer ik mezelf nog wijs te maken dat ik “gewoon even wat extra energie nodig heb”. Maar voor wat? Geen idee, want sporten doe ik al even niet. Voor het leven, waarschijnlijk. En nu zit ik hier. Met een lege zak chips, een half schuldgevoel en een vogel die me aankijkt alsof ik moreel gefaald heb. Echt, dit had nooit zo mogen gebeuren. Echt niet! Maar op de een of andere manier móést het gewoon. Het zal de maanstand wel zijn. Of de wisseling van sterrenbeeld. Of de zomer die ineens doorbreekt en mijn discipline laat smelten als een ijsje in de zon. Misschien was Mercurius wel retrograde. Misschien was ík retrograde. Ik heb geen idee waar deze inzinking vandaan is gekomen. Maar ik beloof mezelf beterschap. Echt waar. Het lekkers is nu op… en dat helpt natuurlijk ook enorm. Tijd om weer normaal te doen. Tot de volgende maanstand, dan.







