Ouderdom komt met gebreken…

“Pijn is niet fijn.” Wat sommige mensen ook beweren! Al helemaal niet wanneer het prompt in je rug schiet. Je hierdoor sterretjes ziet en daarna ook nog zelf terug moet rijden. Uiteraard nadat je je wrakkige lichaam eerst naar je auto gesleept hebt. Hoe het je gelukt is om plaats te nemen in je auto en terug naar huis te rijden kun je je niet helemaal meer herinneren want
P I J N.

Eenmaal thuis lukt het mij om mijzelf uit de auto te krijgen en naar huis te strompelen. Maar eenmaal binnen weet ik mijzelf ook geen houding te geven. Schoenen en sokken uitdoen is een no go. De komende uren loop ik dus nog maar even in mijn paardenkloffie. Voorzichtig blijf ik rondjes lopen tot de verlammende steken in mijn rug zijn gezakt.

“Ik gok spit.” zegt ik tegen vriendlief als hij ook thuiskomt en mij in een of andere rare positie op de grond ziet liggen. Ik heb welgeteld 3,5 dag om te herstellen voor we aan ons tweede midweek weg gaan beginnen. Inmiddels is het gelukt mijn schoenen en sokken uit te krijgen. Aan de rest van mijn kleding wil ik nog even niet denken. Eerst die helse steken weg. Zo half op de grond liggen, met mijn onderbenen steunend op de bank, is nog de meest comfortabele positie die ik in die korte tijd kan vinden.

Af en toe heb ik wel last van mijn rug maar dit heb ik nog nooit meegemaakt. Dat ik niet kan zitten of normaal kan liggen van de pijn. De rest van de dag breng ik half liggend, half zittend met veel pijnstillers door. Mijn rug heeft schijt aan mijn vakantie, want daar zit ik nu midden in, en ik kan niet anders dan mij er bij neerleggen. De pijn te doorstaan en accepteren dat het nu eenmaal niet anders is en even kan gaan duren.

Na een dag slapen lijkt het beter te gaan. Wanneer de pijn in alle hevigheid terugschiet weet ik dat ik letterlijk en figuurlijk geen stap verder ben. Deze dag krijgt dezelfde invulling als gisteren. Met mijn e-reader onder mijn arm wissel ik bank, stoel en bed af. Dat lijkt nog de beste combinatie. Daarnaast doet mijn rug het beter na een warme douche. In bad durf ik niet. Ik krijg mijn been niet hoger opgetild dan 30 cm. De infraroodlamp is mijn tweede beste optie. Gedurende de uren die volgen merk ik dat de scherpe randjes minder worden.

Halverwege dag twee voel ik wat mobiliteit terugkomen. Alsof mijn ruggengraat en romp langzaam uitgelijnd worden met de rest van mijn lichaam. Inmiddels ben ik er aardig handig in geworden om zonder steken mijn bed in en uit te komen. Nog steeds heel voorzichtig, dat dan wel weer, durf ik mij wat meer te bewegen.

Ik ben als een kind zo blij als ik op dag drie eindelijk, vraag niet hoe, zelf mijn sokken aankrijg. Vriendlief rijd mij naar Poownie want zelf rijden lukt niet. Gaandeweg die dag kan ik ook weer zonder steken zitten, liggen en opstaan. Maar alles met mate en veel afwisseling. Mijn staldienst mag ik gelukkig opschuiven naar volgende week. Rust houden heeft (voor nu) voldoende geholpen dat ik het aandurf om toch op pad te gaan voor ons midweekje weg. De planning moeten we wel wat omgooien maar ach, we zijn er in ieder geval even lekker tussenuit.

Ga je mee?

Onze vakantie kwam met rasse schreden dichterbij. Het liefst hadden we een week in een strandstoel op een van de Canarische Eilanden doorgebracht maar met alle ellende in de wereld en het gezeik bij de vliegvelden verging de zin al snel. Dus besloten we de toerist in eigen land uit te hangen en voor twee verschillende locaties en hotels te kiezen. Want ook hier in Nederland is voldoende te zien en te beleven. 

De eerste bestemming mocht ik uitkiezen. Dat werd Limburg met een aantal overnachtingen op het landgoed van een kasteel. Ik vind het tof om rond te dwalen door een historie van pracht en praal. Een plek waar zich heel veel heeft afgespeeld, maar waar ik nooit wat van heb meegemaakt. Nu loop ik door oude gangenstelsels. Heb ik vanuit de torenkamer zicht op de omgeving. Flaneer ik door de kasteeltuin en dineer ik in een balzaal waar ooit feesten werden gegeven (of mensen werden vermoord, geen idee) De toegangsweg waar ooit ridders met paarden galoppeerden bewandel ik nu zelf en ik loop onder de poort door die in woelige tijden werd afgesloten (of wanneer het bedtijd was, geen idee…).  Kortom ik laat de geschiedenis voor mijn ogen tot leven komen alleen door hier te zijn. 

Toen we aan ons haute cuisine diner zaten, want dat leek mij zo leuk op deze locatie, vroeg ik mij af of de andere gasten om ons heen bij het meubilair hoorden of gewoon, net als wij, gasten waren?! Uit welk deel van de geschiedenis stammen die?! Op een ander stel na, waren wij de jongste van het hele gezelschap. Het mocht de pret niet drukken. Wij genoten tot op zekere hoogte van onze maaltijd. Eerlijk is eerlijk, wat ons geserveerd werd zag er werkelijk prachtig uit. Maar de hoeveelheid en smaak daar valt over te twisten. Ik ben gastronomisch niet goed onderlegd en misschien komt het daardoor dat ik de slogan: “Voor de echte fijnproever” een beetje verkeerd geïnterpreteerd heb. Wij waren in ieder geval blij dat we maar voor een luxe diner hadden gereserveerd. 

Het verblijf was verder echt fantastisch. Onze kamer super ruim en direct gelegen naast de befaamde toegangspoort. De oude van dagen hielden het al vroeg voor gezien dus last van feestgangers hadden we niet. De serene rust hing al die tijd als een fijne deken over het hotel en onze “voortuin”. Die overigens was voorzien van een fonteintje en zitjes met kussens. Speciaal voor de oudjes, of de koukleumen zoals ik, met fijne zachte fleeceplaids. Zo konden we gezellig daar een drankje doen en al babbelend en lezend de avond relaxed afsluiten. 

Verder deden we wat de gemiddelde toerist in Limburg doet. Lekker shoppen. Wandelen door het mooie Valkenburg waarbij we dit keer de grotten over sloegen. Bezochten nog een ander kasteel en reden rond in dit mooie landschap. Op aanraden gingen we naar Gaia Zoo in Kerkrade en genoten we van het uitzicht op het toeristische Drielandenpunt. Verder hebben we ons heel veel laten verwennen door uit eten te gaan.

Aan alles komt een eind en ik vond het jammer dat we maar voor een paar dagen geboekt hadden. Deze omgeving is zo mooi en verdiend meer tijd om bezocht en gezien te worden. Daarom laat ik Limburg gewoon op mijn lijstje staan. Voor een volgende keer. 

Iemand koffie??

“Heeft een van jullie misschien een idee hoe dit werkt?” Ik verplaats mijn blik van mijn pc naar mijn collega die bij de koffieautomaat staat. In haar handen heeft ze een strip met pijnstillers, een emmer en iets wat lijkt op een handleiding. We zitten midden in de zomervakantie. De helft van de collega’s is dus ook met vakantie. Heel toevallig zijn dit ook de collega’s die iets af weten van de koffieautomaat. Het bijvullen lukt ons allemaal wel. Maar een grondige reiniging is niet iets waar we ons allemaal mee bezig houden. “Ik dacht dat het met de handleiding erbij wel zou lukken, maar ik kom er echt niet uit!” Zegt mijn collega om haar hulpvraag kracht bij te zetten. 

Ik laat mijn pc met opdrachten voor wat het is en loop naar haar toe. “Zo moeilijk kan dit toch niet zijn?” Zeg ik tegen haar. Ondertussen pak ik de gebruiksaanwijzing van haar over. “Dat dacht ik dus ook. Toch snap ik het gedeelte tussen stap 4 en 5 echt niet.” Ik werp een blik op de tekening. Ik draai het blad een keer om en herhaal dit nog twee keer. Ik snap haar. Het blad had net zo goed volgeschreven kunnen staan met hiërogliefen. Van rechts naar links of van onder naar boven. Ik snap er ook geen hol van. 

Collega drie komt er bijstaan en pakt de handleiding van mij over. Ze komt ook niet verder dan stap 4. Ondertussen frommel ik wat aan de bak met koffiebonen en haal de voorraadbak eruit. “Thuis moet dit onderdeel ook eens in de zoveel tijd schoongemaakt worden. Is het dit niet?” Ik kijk naar de opening en vervolgens naar de strip met pillen. Die er overigens uitzien als paracetamolletjes. Maar dat lijkt ook niet logisch. Ik plaats de bonen weer terug en klik eea weer vast. 

We bellen collega 4 die thuis aan het werk is. Die weet het vast wel. Na een kort overleg blijkt dat ook zij niet helemaal zeker is hoe dit werkt. Ergens moet dat pilletje in. Maar waar?? “Weet je wat? We wachten wel tot maandag. Dan is 1 van de 3 weer terug”. Als we het deurtje dichtdoen blijft het systeem op de error-stand staan en dat betekend geen koffie meer TOT MAANDAG!! Niemand komt tussen mij en mijn bakkie cappuccino. Dit probleem moet dus nu verholpen worden. 

Collega drie duikt achter haar PC. Youtube to the rescue. Al snel komt ze er achter dat er nog een paneel is dat open kan. Daarachter moet het reservoir zitten met een opening voor paracetamol-achtige pilletjes. Wonderbaarlijk. Had dit nu echt niet duidelijker op de handleiding gezet kunnen worden? Wie schrijft die dingen? De automaat is inmiddels helemaal van slag en reageert niet meer. We besluiten de schoonmaak opnieuw te starten maar eerst moet de automaat gereset worden. 

Als we na vijf minuten weer bij stap 4 aankomen openen we het “geheime deurtje”, proppen het pilletje in het vakje en toetsen wat codes in op het paneel. De automaat begint spontaan te pruttelen, slangen worden schoongespoeld en de brewer is even later ontkalkt (of wat het pilletje dan ook doet). De automaat is weer klaar voor gebruik.  

In een klap weten niet 3 maar 6 personen hoe de automaat werkt. Kijk, zo los je ook problemen op. Maar nu eerst een bakkie koffie!!

Een zandbank…

De ankerketting maakt een ratelend geluid als hij uit zijn “huis” getrokken wordt. Normaal hoor je een plons als het anker te water gaat. Met een kleine ruk trekt de boot zichzelf vast en klaar. Nu waad er iemand door het water gevolgd door de woorden: “Zal ik hem hier maar neerleggen?” Ik zie vriendlief met het anker in zijn handen door het water lopen. Dit is echt de meest lachwekkende manier om je boot voor anker te laten. Hij zoekt een kuil op en graaft het anker een soort van in. Wanneer deze vast ligt kan de motor uit. Een serene rust daalt over ons neer. 

Normaal zoeken we de zandbanken niet op. Die vermijden we liever dan dat we er op vastlopen. Ingegeven door een schipper die vorige week het zelfde deed, liggen we nu zo’n beetje op diens plek. Er is een verschil, zijn bootje was iets hanteerbaarder dan Merlin. Voor we een goede spot gevonden hebben moeten we een paar keer verplaatsen en wat steken. Maar nu liggen we goed. Het anker ligt uit en vriendlief kan eindelijk, aangemoedigd door Groene Draak die ook mee is, doen wat ie wil doen. De boot rondom poetsen. 

Hij staat tot aan zijn middel in het water maar als hij naar voren loopt komt het water niet hoger dan zijn knieën. Ik besluit aan boord te blijven en installeer mij op het voordek. Een tapijt van kroos en alg heeft een deel van wat normaal een bewaadbare plek is omgetoverd tot een moerasachtig gezicht. Het heeft wel wat met de vogels die er zijn neergestreken. Er zitten aalscholvers, eenden, heel veel zwanen en wat reigers. De meeuw hoor je uiteraard boven alles uit. Maar het water rondom de boot is zo helder dat we de wissen kunnen zien zwemmen. 

Ik word loom van de gestaag oplopende temperatuur. Mijn geest is overigens zo geconditioneerd dat ik al loom wordt op het moment dat ik de boot in het oog krijg. Dit is zo’n dag dat ik het laat gebeuren. Ik vecht niet tegen de moeheid. Eigenlijk wil ik maar één ding en dat is liggen en mijn ogen sluiten. Dat is dan ook wat ik doe. Daarna laat ik mij meevoeren door de geluiden om mij heen. De wind streelt mijn door de zon opgewarmde huid en ik laat mij dragen door het gekabbel van het water tegen de romp. 

“Waar is die spuitbus?!” Lang geniet ik niet van mijn doezel moment. Als ik mij omdraai staat vriendlief aan de zijkant van de boot met een borstel en een poetsdoek in zijn hand naar mij te kijken. “Spuitbus?” Herhaal ik. “Om spinnenpoep te verwijderen!” Vult hij aan. Als je denkt dat pubers af en toe een rommel kunnen maken, neem dan eens wat spinnen in huis. Of in ons geval, aan boord. Spinnenrag hecht zich als lijm en de uitwerpselen bijten in het materiaal. Na enige tijd is dit niet meer normaal te verwijderen met alleen wat water en zeep. 

Na een uur klimt vriendlief weer aan boord. Moe maar voldaan. Merlin is helemaal rondom gepoetst en dat was nodig ook. Dat we nooit eerder op dit idee gekomen zijn vragen we ons beide af. De rest van de middag gaan we in de relaxmodus en genieten we vooral van het zonnetje en de rust op het water. 

Een eerste tweede indruk…

We zitten midden in een gesprek als zoonlief, tussen een hap van zijn avondmaaltijd door, aan ons vraagt of hij “even geëxcuseerd mag worden”. De lepel met daarop mijn prakkie blijft ergens halverwege mijn bord en mijn mond hangen. Dat zoonlief ff van tafel wil is niets geks maar dat hij deze taal bezigt… Omdat het te lang stil blijft vervolgd hij zijn betoog. “Want ik moet zo weg!?” Om vervolgens nog een hap in zijn mond te proppen en die praktisch zonder te kauwen doorslikt. 

“Ja en?” Zeg ik, inmiddels wel kauwend op mijn volgende hap. “Ik ook” Ga ik verder met mijn mond vol. “Ik heb zo mijn eerste voetbaltraining en ik moet nog douchen!” Is zijn antwoord. “Douchen voor je training?? Is het niet fijner om dat na je training te doen?” We krijgen beide een blik van hem alsof we hem vragen om een rondje op zijn handen rond het huis te wandelen. Wat een domme vraag!!! “Nou, vooruit dan maar. Wij ruimen wel weer af.”

Hoewel hij al eerder heeft meegetraind en zelfs al wedstrijden heeft gespeeld, is het vandaag zijn eerste echte officiële training bij dit nieuwe team. Hij kent de spelers, de trainers en de locatie is zo’n beetje zijn tweede thuis. Toch is het best wel spannend. Elkaar na een zomerstop weer terug zien, nieuwe spelers die zijn aangetrokken en zelf, als broekie, aansluiten bij het eerste. Ik snap wel dat je alsnog een goede eerste “tweede indruk” wilt maken. 

Terwijl vriendlief en ik de tafel afruimen en de keuken weer toonbaar maken schalt de rustgevende takke herrie die zoon heeft opgezet, om even tot zichzelf te komen, de trap af zo de woonkamer in. Als ik even later boven kom zie ik wolken stoom onder de douchedeur naar buiten kruipen. Alsof het op de vlucht is voor wat daarna komen gaat. Een halve deofles, bodymist of bodydeo, ik weet niet precies wat de jeugd van tegenwoordig allemaal gebruikt, wordt leeggespoten. De niet geheel verkeerde geur volgt de mist onder de deur door, de gang op. 

De takke herrie heeft inmiddels plaats gemaakt voor muziek dat mijn oor ook wel kan waarderen. Ik neurie mee onderwijl de was opvouwend. Tussendoor hoor ik Zoonlief rommelen in de la gevolgd door het geluid van de fohn. Serieus? De fohn?? Om daarna te horen hoe, mogelijk, een fles haarlak leeg gespoten wordt. Ik zou haast denken dat hij niet gaat sporten maar een date heeft. 

Ik ben heel wat sneller klaar met mijn klus dan hij met opdoffen. Maar niet veel later komt hij dan ook, compleet gestyled, de trap af. Als ik zijn sportkleding wegdenk en daar een driedelig kostuum voor in de plaats zie dan is hij klaar voor het gala. Ik krijg een “wat nou” blik van hem terug en weet mij in te houden. Dit is niet het moment om sarcasme ten gehoor te brengen. Dus ik houd mij in. Met moeite, dat dan weer wel. 

Hij is er klaar voor. We lopen met hem mee naar de deur en zwaaiend wensen we hem een super toffe (trainings)avond toe. We krijgen van hem een ingehouden scheef lachje terug als hij de straat uitrijd. Zijn manier om te laten weten dat ie onze actie wel kan waarderen. Zo zijn we dan ook weer… 

Los plankje…

Op de app verschijnt een foto van een mannetje dat drijfnat en onder het kroos in het gras zit. Met een ietwat beteuterd gezicht kijkt hij in de camera. De tekst er onder is in de trant van: “Het rechter stuk van de loopplank zit dus los.” “Aaaaah wat sneu!” Gaat er door mij heen. Het mannetje is in het water gevallen terwijl hij wilde helpen met het vullen van de watervoorraad voor de paarden. Gelukkig is het één van de heetste weken van de maand juli en hij had zich niet bezeerd. 

De volgende dag volgt er een bericht over de app van een van de andere dames. “Water is weer bijgevuld. Maar ook ik haalde een nat pak”. Afgezien van een gênant moment en natte kleding is er verder gelukkig niks aan de hand. 

Diezelfde avond komt er nog een melding over de app van een van de dames die vorige week pardoes van de plank viel en onbedoeld ook een verfrissende duik in de sloot had genomen. Ook hier geen schade alleen een nat pak en misschien ook een gênant moment wanneer er mensen op het terras hebben mee kunnen kijken. 

Om water voor de paarden te halen mogen we gebruik maken van de kraan van het restaurant dat naast onze wei ligt. De snelste manier om daar te komen is over (of door hihi) de sloot. Ik loop twee keer per week over die zelfde plank en heb tot nu toe nog nooit problemen gehad. Maar begin nu toch te twijfelen. Drie mensen te water en dat in 1 week tijd. Uit voorzorg pak ik een extra tasje met kleding in. Je weet nooit. 

Als het mijn beurt weer is om de bakken te vullen kijk ik nog eens kritisch naar de plank. Hij ligt er nog precies het zelfde bij als vorige week. Het touw aan de kant om je naar beneden en naar boven te begeleiden test ik eerst nog even door er een paar keer aan te trekken. Niks voelt anders en alles ligt nog op z’n plek. Vol vertrouwen “abseil” ik het talud af naar beneden en zet mijn voet op de plank. Zoals ik geleerd heb op “De Polder”. 

“De Polder” was het aller eerste echte “thuis” van Poownie. En was (hij bestaat helaas niet meer in de vorm zoals ik het ooit ook mijn thuis mocht noemen) erg groot. Overal lagen planken over het water om de weides snel te kunnen doorkruisen. Bij warm weer namen we wel eens een uitdaging van elkaar aan om het springend te proberen. Of fierljeppend als je het lef had. Iemand die opgegroeid is op “De Polder” is behept met skills waar een woudloper jaloers op is.

Met mijn voet test ik het eerste deel van de plank. Dat gaat goed. Zo ook de tweede en de derde. Zonder kleerscheuren kom ik aan de overkant. Ik grijp het hangende touw om het talud weer op te krabbelen en sluit de tuinslang aan. De terugweg gaat op dezelfde manier. Ik maak alle bakken schoon en wanneer ze gevuld zijn herhaal ik mijn survival toer. Gelukkig zonder te water te gaan.

Dan opeens gaan de sluizen van boven open. Dikke druppels vallen op mij neer. Regen zoals we dat in weken niet gezien hebben. Bij de tijd dat ik de auto gehaald heb ben ik doorweekt. Ik ben dan weliswaar niet in de sloot gekukeld maar heb jammer genoeg toch een nat pak opgelopen. 

De verwarming…

Begin juli:

De wekker gaat vroeg en dat op een zondag. Mijn eerste klus voor vandaag is mijn weidienst inlossen. Zo vroeg op pad heeft zijn voordelen. Het is aangenaam koel. Er is geen sterveling buiten en je hebt wat aan je dag. Ik ben zelfs zo vroeg dat ook de paarden nog in de “dut-stand” staan. Ondanks dat ik aan het werk ben en het zweet binnen no time van mijn voorhoofd druipt voelt het vredig om al zo vroeg en in alle rust bezig te zijn. Sneller dan verwacht ben ik klaar met mijn klus en heb zelfs tijd over om twee waterbakken in de wei helemaal uit te soppen. 

Ergens vind ik het jammer dat ik alweer weg moet. Maar ik ben niet voor niks op zo’n onchristelijk tijdstip opgestaan. Ik moet echt weer richting huis. Ontbijten, kop koffie in mijn mik en mijn kluskleding aan. Want er moet nog een hoop gebeuren in het (nieuwe) huis van mijn zus. De eerste week klussen is omgevlogen. Vandaag hebben we geen tijdstip afgesproken. Maar ik heb de sleutel en wil haar niet opjagen dus ga ik op eigen initiatief wat vroeger naar haar huis. 

Gewapend met veger & blik, ragger en de stoomeend ga ik de radiatoren te lijf. Want gisteren werd ik spontaan onpasselijk toen ik van bovenaf een blik wierp in de radiator tijdens het schuren van het raamkozijn. Niemands huis is brandschoon. Maar zo vies, ranzig, vettig en extreem stoffig als daar heb ik nog nooit gezien. Ik kreeg kriebels en koude rillingen. Als de radiator aan zou gaan zonder dat deze eerst grondig schoongemaakt zou zijn dan heb je stof longen of een allergie te pakken!

Als de stoomeend eenmaal op temperatuur is spuit ik de eerste lading rag, vet en fijnstof van boven naar onderen de radiator uit. Het is nogal een klusje met al die gaten en openingen. Maar het geeft voldoening als ik al die vlokken op de grond zie vallen en een soort schoon stuk zie verschijnen. Ik zeg met nadruk “soort van” want daarna moet ik er nog een keer flink met de ragger doorheen. Het liefst met een flinke plons desinfectie middel. Maar first thing first. Met de stoomeend ter hand werk ik heel het stuk ijzer af.

Jammer genoeg blijven er een paar plukken “plakken”. Hoe ik de hals van de de eend ook tussen de radiator en de muur prop, ze blijven stug zitten. Dan maar van onderaf naar boven. Ik bedenk mij te laat dat de stofnesten als “groene monsters” van boven naar beneden over mij heen vallen. Ik gruwel van mijn eigen domheid. Maar het werkt wel. Bij radiator twee heb ik een stofdoek over mijn haar gebonden en heb ik een verdwaald mondkapje, dat ik terugvond in mijn tas, om. Zekerheid voor alles.

Ook de voorkant van de radiator behandel ik met stoom. Ik wil niet weten wat voor ondefinieerbare viezigheid er vastgeplakt zit! Het lijken wel oude pizza resten of zo. Ik zie de zwarte waterdruppels en ander ranzigheid naar beneden glijden. Mocht je ooit twijfelen? Een stoomeend is echt fantastisch!! Ik haal er ook nog een doek met ammoniak overheen en langzaam worden de radiatoren schoner en witter. 

Zus komt op het juiste moment binnen. Beide radiatoren zijn zo goed als winterklaar. Ze hoeft ze alleen nog maar af te doen met een sopje.

Iedereen kan schilderen…

Het is een tijdje stil geweest hier. Mijn zus kreeg de sleutel van haar nieuwe huis en daar moest aardig wat geklust worden. Ze had een soort van strakke planning met hier en daar een deadline die gehaald moest worden. Hoewel ik totaal geen kluswonder ben, ik ben eerder een sta in de weg met twee linkerhanden, besloot ik wel iedere minuut vrij te maken om haar te helpen. Met een beetje “Ravensburger” in onze vingers besloten mijn zus en ik: “Iedereen kan schilderen.”

Onder onze handen kwam er steeds meer leven in het huis. Een huis dat door de vorige bewoners als afgedankt was achter gelaten. De vieze ranzige muffe geur werd met de dag minder. Het is zo leuk om te zien hoe schoon en mooi iets weer kan worden met wat liefde, aandacht, ammoniak en verf. Vooral dat laatste. Het probleem is dat ik hierdoor nog enthousiaster werd maar dat de vermoeidheid mij belette om door te gaan. Ik kwam iedere avond afgepeigerd en onder de verf en het stof thuis, met spieren die door de inspanning een compleet eigen leven gingen leiden. 

Moe of niet, deze weken gaven mij een berg aan energie!! Oké, mijn lichaam was het niet altijd eens met zoveel arbeid en vertoont hier en daar nog steeds een error. Eigenlijk ben ik gewoon een wandelend wrak maar jeetje wat hebben we een werk verricht! Er is in een korte tijd echt heel veel gedaan. 

De grootste klussen waren gelukkig al uitbesteed. Wat overbleef was de boel grondig schoonmaken, schuren, witten en schilderen. En kitten. Heel veel kitten om alle kieren en gaten weer dicht te krijgen. Het is een oud huis en er is flink in “geleefd”. Dat zie je terug in de butsen van het houtwerk, kozijn, deurposten en de trap. Hoewel de verhuurder er iets anders over denkt zou er eigenlijk een hoop vernieuwd moeten worden. Maar het huisje is charmant. Heeft redelijk ruime kamers met een grote vliering en tuin. 

Als een schilder of stukadoor vanaf een afstand had toegekeken hoe wij te werk zijn gegaan dan had ie blauw gelegen van het lachen of zich kapot geschaamd omdat we het “vak” ten schande hebben gebracht. Maar he, ik ben trots op mijn twee “linker handen”. Kamers witten, deurposten lakken, leidingwerk schilderen en muren van structuurverf voorzien. Hier en daar geholpen door Youtube, we hebben het toch maar even gedaan!

En boy oh boy wat ben ik trots. Trots op mijn zus dat ze ondanks de weinige middelen en mankracht (!) er toch voor is gegaan. Trots op vriendlief die zich in alle bochten heeft gewrongen om te helpen en zo blij met Oom B. en Tante V. die ook heel wat uren hebben opgeofferd om te komen helpen. Dank aan Neef X. voor het leggen van de vloer in zo’n beetje de heetste week van juli!! En dank voor de hulp van Vriend P. voor aller handen (stroomkabel)klusjes, schildertips het sjouwen en verhuizen zelf. Verhuizers en sjouwers jullie waren top!! Heel fijn dat er mensen zijn die bereid waren te helpen.  

Lieve zus, je had je zinnen gezet op dit huis en het is je huis geworden. Het heeft wat bloed, zweet en hier en daar een traan gekost, maar het is je gelukt! Ik wens je heel veel woon-plezier in je nieuwe paleisje.

🏡

Een dag voor in de boeken…

Het was er dit jaar gewoon nog niet echt van gekomen. De dagen dat het lekker weer was en er niet veel wind stond moest ik werken. De dagen dat ik vrij was en dus tijd had was het pisweer of stond er te veel wind. En, nou ja, ik ben nu eenmaal een mooi weer mens wat mijn buitenhobby’s betreft. Vandaag komt alles mooi samen. Een vrije dag, bijna windstil, blauwe lucht, zon aan de hemel en een graad of 26. Al met al prima weer voor een toerke op de SUP. 

Voor de verandering besluiten we eens vroeg naar het water te gaan. De parkeerplaats is nagenoeg leeg. Een enkele roeier is aanwezig maar verder niemand. Ik vind waterpret over het algemeen wel leuker als er een gezellige bedrijvigheid om mij heen te vinden is. Maar een keer het water voor ons alleen is ook wel erg fijn. 

Het bootje van vriendlief heeft vandaag zijn vuurdoop. Die ziet voor het eerst sinds maanden pas weer het water. Maar wonder boven wonder start het ding direct en werkt naar behoren. Ik heb mijn SUP ook binnen no-time opgepompt. Ik trek nog vlug wat flesjes water mee voor onderweg. Dat gaan we met dit mooie weer wel nodig hebben. 

Jammer genoeg steekt er een windje op en uitgerekend heb ik hem tegen. Dat is voor vriendlief niet zo’n ramp. Maar voor mij, op mijn met eigen spierkracht voortgedreven vaartuig, wat minder tof. Ik peddel stug door. Vooralsnog zijn wij de enige twee op het water en daar maak ik dankbaar gebruik van. Ik ga van links naar rechts en zoek de ideale lijn door wind en stroming. 

Dat ik al even niks meer gedaan heb merk ik na een kleine 2,5 km. Gelukkig krijg ik een klein sleepje. En dat dames en heren is nog eens extra genieten. Ik hoef even niks te doen dan alleen maar genieten van de zon op mijn bakkes en zorgen dat ik niet van mijn plank af lazer. Dat gaat mij beide redelijk goed af. 

Door mijn sleepje zijn we iets sneller op onze lunchlocatie. Nog voor we goed en wel aangemeerd zijn raken we in gesprek met de eigenaar van de toko. Ik loop nog te klooien met de leash van mijn SUP terwijl hij honderduit verteld over de boten die te huur zijn, het terras en een grappig voorval met een aantal klanten die niet wensten te betalen en hoe creatief dit was opgelost. Geweldig. 

Het heeft overigens wel wat om op deze manier bij een “restaurant” aan te komen in plaats van met de fiets of de auto. Gelukkig is er nog plek op het terras want inmiddels rammel ik van de honger. Zonder moeite wordt er een parasol voor ons uitgeschoven en krijgen we kussens voor op de stoelen aangeboden. Na de lunch keren we terug naar de steiger. Dit keer hebben we de wind “in de zeilen”.

Het is zo zalig dat we besluiten ons gewoon mee te laten drijven. Lekker uitbuiken in de zon met de voeten in het water terwijl de stroming ons meevoert naar ons startpunt. Iets later dan gepland zijn we terug bij de steiger. Waar overigens nog steeds niemand te vinden is. De watermensen weten niet wat ze missen. Maar voor ons is dit een dag voor in de boeken. 

Nog één te gaan…

Nu Poownie op de wei staat heb ik eindelijk weer wat meer rust. Voeg daar twee weken “vakantie” aan toe om bij te tanken en opeens heb je weer tijd om je andere hobby’s op te pakken. Het fotograferen bijvoorbeeld. Dit lag al stil sinds we terugkwamen van de wintersport. Ik had gewoonweg te veel op mijn bordje liggen dat ik moest gaan kiezen waar ik mijn tijd aan wilde, of in sommige gevallen moest, besteden. 

De competitie bij FC Dordrecht was reeds afgelopen en er stonden geen thuiswedstrijden of toernooien meer gepland. Maar zoonlief had nog wel wat in het verschiet. Met zijn eigen team en hij mocht aansluiten bij de selectie van het eerste om daar de laatste wedstrijden mee te draaien. Als klap op de voorpijl startte hij ook nog eens in de basis. Waardoor het voor mij extra leuk werd om platen te schieten.

In tegenstelling tot de Boys op het veld was ik niet helemaal in vorm. En dan met name de snelheid tijdens het spel. Dit keer had ik met mijn hand/oog/camera coördinatie maar 1 wedstrijd nodig om weer een beetje het ritme te vinden.

Het is zaterdag met lekker weer en er wordt gespeeld bij Zwarte Pijl in Rotterdam op echt gras. Daar wordt ik, met veel zon, erg blij van. Kunstgras en zinderende zonnehitte gaan meestal niet zo fijn samen. Door de luchtspiegeling boven het veld heb ik de grootste moeite om mijn platen mooi scherp te krijgen. Zeker wanneer de stuiterende, springende en sliding acties meer dan een paar meter van mij vandaag gemaakt worden. Maar daar zou ik nu niet zo heel veel last van hebben. 

Ik zoek mijn hoekje op het veld op en heb mij nog niet geïnstalleerd of de spelers komen het veld al opgelopen. Dit is alweer de laatste competitiewedstrijd van het seizoen. Beide teams hebben niet heel veel meer te verliezen behalve hun eer. Er hoeft niet gestreden te worden om de eerste plek en ’s Gravendeel moet toch al op voor een nacompetitie. Maar zich zomaar gewonnen geven doen beide niet.

Het eerste doelpunt dat valt is voor ’s Gravendeel. Zwarte Pijl laat het er niet bij zitten en komt in actie. Voor de rust is het 1-1. De tweede helft zou het er om gaan spannen. Het aftasten is nu voorbij en beide teams weten wat voor vlees ze in de “kuip” hebben. Het is ’s Gravendeel die uiteindelijk binnen tien minuten tijd nog drie ballen in het doel van de tegenstander weet te krijgen.

De boys vieren hun 1-4 overwinnen met muziek en een kratje bier. Zelf bezoeken we de kantine waar overheerlijke broodjes Pom en Javaanse bami te krijgen is. Met de punten op het scorebord, een volle buik en toffe platen keren we huiswaarts. Team ’s Gravendeel heeft weer wat positieve vibes voor hun nacompetitie. Hopelijk brengen ze het er net zo goed vanaf als deze wedstrijd in Rotterdam. 

© Foto Hamar