Blog 1 van 2.
Vriendlief stuurt me een foto en filmpje van een duif. Niet zomaar een duif, maar eentje die vindt dat onze achterdeur een soort VIP-ingang is. Want even later staat ie doodleuk in de woonkamer alsof ie een reservering bij ons heeft. Nadat hem de toegang is ontzegt dartelt ie voor de deur heen en weer. Vriendlief voorziet hem van wat water en voer. Wanneer ik thuiskom staat er in de tuin een compleet bouwproject. Schotten, planken, schragen… Ik vraag hem nieuwsgierig wat ie aan het maken is. Blijkt dus het nachthok van onze nieuwe gast te zijn.
Pidgey, zijn nieuwe naam, zit er al parmantig in. Midden in de ruimte bevind zich zijn troon. Een zitstok speciaal door vriendlief voor hem gemaakt. Maar dat gaat Pidgey net te ver. Hij staat ervoor met water links en voer rechts. Het voer komt van Groene Draak, die daar verrassend weinig moeite mee heeft: “Geef hem al mijn vieze brokken maar. Hoe sneller die drie kilo op zijn, hoe beter. Zolang ie maar van mijn banaan afblijft.” Dus krijgt Pidgey geplette Nutriberries, pallets, gewelde zaadjes, groente en rijst. Een soort all-inclusieve buffet. Hij lust vast niet alles maar maakt er net als in sommige hotels wel net zo’n klere benden van.
Ik verwacht dat hij na wat te eten en een uurtje knorren weer wegvliegt. Maar nee hoor. Meneer staat ’s avonds voor de hordeur met de vraag of hij ook binnen mag. Ik kom niet meer bij. Dit is een duif met humor. Gezien onze groene draak lijkt me dat geen strak plan. Na wat scharrelen kruipt hij weer in zijn hok, waar vriendlief hem liefdevol toedekt tegen katten en ander gespuis. De volgende ochtend bevrijden we hem.
Ik werk thuis en ga na een paar uur kijken, in de veronderstelling dat hij nu wel gevlogen is. Maar nee. Hij ligt prinsheerlijk in het zonnetje voor zijn verblijf, alsof hij een wellnessarrangement heeft geboekt en wacht op de masseuse. Ik ververs zijn water en voer, terwijl Groene Draak me aankijkt alsof ik een illegale onderhuurder huisvest.
Pidgey vindt alles prima. Hij loopt bijna met me mee naar binnen om te checken wat ik voor hem klaarzet. Maar bedenkt zich en blijft netjes bij de drempel wachten. Hij scharrelt, eet, dut, herhaalt. Zijn pootring kan ik maar half lezen, maar zijn tamheid zegt genoeg: dit is geen wilde ziel, dit is een huismus in duivenlichaam. Onze tuin voelt voor hem blijkbaar als een prima oplaadpunt. Maar snelladen is er niet bij.
’s Avonds wordt hij weer toegedekt. ’s Ochtends weer bevrijd. Hij leeft op, scharrelt vrolijk rond en besluit dat mijn lunchpauze ook zijn sociale moment is. Terwijl ik in het zonnetje zit, vliegt hij ineens op mijn schoot. Ik grijp mijn kans en lees eindelijk zijn ring. We zoeken online en komen bij een vereniging uit… Na wat speurwerk vinden we een telefoonnummer. We krijgen te horen dat zijn eigenaar, het oudste lid, een paar weken geleden is overleden. Al zijn duiven zijn overgenomen door iemand anders. Grote kans dat Pidgeys GPS nog verkeerd staat afgesteld.
De vereniging gaat voor ons opzoek naar de nieuwe eigenaar. En ondertussen zit Pidgey hier nog steeds. Alsof hij precies weet dat hij even nergens anders hoeft te zijn behalve in onze achtertuin, met gratis buffet en een dagelijks avond-toedek-ritueel van vriendlief.
Wordt vervolgt…







