De boot ligt al weken in de haven. Eindelijk uit de winterstalling, zo’n beetje nog voor het vaarseizoen van start ging. Ze ligt ook al helemaal vaarklaar. Alleen… het weer werkt totaal niet mee. Het is geen beetje druilerig geweest, maar écht bagger. Regen die horizontaal langs je gezicht slaat, wind die je kapsel verandert in een soort zeemeeuw-nest en precies op de paar dagen dat de zon wél schijnt, hebben we natuurlijk al andere afspraken. Zul je altijd zien…
Maar goed, de boot moet hoe dan ook gepoetst worden. Je wil niet weten wat een paar maanden zonder menselijk contact met een boot kan doen. Na een winterseizoen groeit de schimmel sneller dan je lief is, de spinnen hebben zich permanent gevestigd alsof ze huur betalen, en het stof… nou, dat zit op plekken waarvan ik niet eens wist dat daar stof kon liggen. Ik vermoed dat er ergens een parallel universum is waar stof zich verzamelt en dan via een wormgat onze boot binnenvalt. Hier: karma!!
Eindelijk hebben we een weekend vrij. De regen komt in eerste instantie met bakken uit de hemel, maar als ik moet kiezen tussen poetsen in de regen of varen in de regen, dan weet ik het wel. Laat die wolken maar lekker leeglopen terwijl wij met een poetsdoek en een sopje in de weer gaan.
Dus gewapend met emmers, zeep, borstels, doeken en onze stoomeend, die inmiddels een volwaardig bemanningslid is, vertrekken we richting haven. Het is nog rustig. Veel boten liggen nog op de kant en aan onze steiger liggen er maar een paar. Perfect. Niemand die last heeft van onze fanatieke schoonmaakdrift.
Ik ben nog geen stap aan boord en zie ik het al: de zittingen en het leer zijn een soort abstract kunstwerk geworden. De vloer is ronduit smerig, maar gelukkig hadden we de vloerbedekking er einde van vorig seizoen uitgehaald om thuis schoon te borstelen. Zonder oogt Merlin nu wel een beetje kaal. We beginnen met de grote oppervlakken. Schrobben, boenen, wringen, dweilen. Ik zit in houdingen waarvan ik zeker weet dat als ik naar de fysio zou moeten om de boel te ontwarren hij er spontaan een vakantiehuis van kan kopen. Vriendlief ligt half in een kastje dat eigenlijk niet bedoeld is voor menselijke toegang. De stoomeend sist tevreden alsof hij wil zeggen: “Eindelijk weer actie.”
Onze badkamer met wc, samen ongeveer 50 vierkante centimeter, bewaren we voor het laatst. De ramen zouden eigenlijk ook moeten, maar met alle regen die nog steeds uit de hemel naar beneden komt laten we dat voor nu maar even zitten. Ook het voordek zou nog eens flink geschrobd moeten worden. Maar ook die bewaren we voor een wat zonnigere dag.
Na vier uur poetsen in de meest onmogelijke poses zijn we er klaar mee. Maar het resultaat mag er zijn. Merlin ligt weer te shinen als nooit te voren. We ruimen alles op en precies op dat moment breekt de zon door. Dat is nog eens een mooi cadeautje. Als beloning trakteren we onszelf op de lekkerste patat van het hele dorp en eten die aan boord op. In de zon. Met schone kussens, frisse lucht en het voldane gevoel dat alleen een grote schoonmaak kan geven.

