De stille magie van 05.00 AM…

Dat ik dus iemand ben geworden die vrijwillig om 04.45 uur wakker wordt… Iets wat ik eigenlijk alleen zou doen als ik met vakantie ga. Maar inmiddels is het vaste prik: ik, mijn wekker, en een ochtendwandeling die voelt als een soort mini‑retraite in het park.

Het begon allemaal met een simpel doel: mijn stappen halen vóór werktijd. Praktisch en meetbaar. Maar zoals dat gaat met dingen die goed voelen, liep het uit de hand. Niet obsessief, maar meer in de categorie: “Waarom voelt mijn dag incompleet als ik niet minstens 3 kilometer heb gelopen voordat de rest van Nederland zijn eerste koffie drinkt?” 

De eerste paar dagen waren pittig. Rond 20.00 uur was ik een soort uitgeknepen vaatdoek. Maar wonder boven wonder wende ik snel. Mijn lichaam besloot dat 04.45 uur een prima tijd is om wakker te worden. Wat ik merk, is dat die ochtendwandeling veel meer doet dan alleen mijn stappenteller blij maken. Mijn gezicht ziet er minder pafferig uit (mooi meegenomen), mijn benen voelen steviger, mijn heup klaagt niet meer, en ik loop letterlijk vóór op de rest van de wereld. Terwijl anderen nog liggen te dromen over wat dan ook, loop ik al tussen de bomen door te ademen alsof ik een soort zen‑monnik ben.

En dan komt het nuchtere stuk. Er is namelijk niets zweverigs aan vroeg opstaan. Je hersenen zijn ’s ochtends nog leeg. Geen mailtjes, geen collega’s, geen kinderen. Je brein staat nog in de stand “vers wit papier”. Dat maakt het makkelijker om helder te denken, rustiger te voelen en überhaupt te onthouden dat je een mens bent en geen wandelende to‑do‑lijst. Wandelen in de ochtend zet je cortisolcurve recht. Je lichaam krijgt een duidelijke “goedemorgen, we gaan beginnen”-signaal, waardoor je energie over de dag gelijkmatiger blijft. Minder dipjes, minder snaaigedrag, minder momenten waarop je ineens met je hoofd in een zak chips hangt en niet weet hoe je daar bent beland.

Zelfs het daglicht werkt mee. Ook als het halfdonker is, krijg je al genoeg licht binnen om je biologische klok te resetten. Dat betekent beter slapen, sneller wakker worden, minder zombie‑gedrag. Je kunt dit zien als gratis therapie. Gewoon een park met een paar bomen, frisse lucht en je eigen benen.

Hoewel het zomer is, is het rond 05.00 uur nog niet zo licht als een paar weken geleden. En het is ook iets frisser als toen ik er net mee begon. Mijn topje is inmiddels ingeruild voor een jasje, en ik ben alternatieve routes aan het bedenken voor wanneer het écht te donker is, want ik ben wel toegewijd, maar niet naïef. Mijn regenkleding ligt ook al klaar, al weet ik nog steeds niet of ik mij vrijwillig zeiknat wil laten regenen. Ook hier, toegewijd maar niet gek. Voor nu kijk ik in ieder geval elke ochtend uit naar dat rondje wandelen.

Zijn er nadelen? Tuurlijk. Soms ben ik overdag moe. Soms ga ik zelfs eerder naar bed dan Groene Draak. Maar de voordelen zijn eindeloos: actiever voelen, minder honger, minder snaaigedrag, stevigere bovenbenen, een blije heup en een hoofd dat veel rustiger is. Dus wat heb ik geleerd? Dat vroeg opstaan geen straf is, maar een cadeau. En dat ik blijkbaar iemand ben die de dag het liefst begint voordat de rest van de wereld überhaupt heeft besloten wakker te worden.

Wakker vóór de wereld…

Ik ren de afgelopen weken het vuur uit mijn werksloffen, maar mijn stappendoel? Geen schijn van kans. En dan ga ik op vakantie, waar luieren praktisch een fulltime baan is en haal ik datzelfde stappendoel met twee vingers in mijn neus. Waarschijnlijk door de vele rondjes langs het buffet, maar dat detail parkeren we voor dit blog even.

Bij thuiskomst voel ik dat ik die lekkere beweegflow wil vasthouden. Dus ik besluit de volgende dag meteen te gaan wandelen. Alleen kies ik het tijdstip een tikkeltje ongelukkig. Midden op de dag, 30 graden, zon die brandt alsof ik nog steeds op Gran Canaria ben. Ik kom druipend thuis en besluit dat dit anders moet.

De ochtend erna ga ik direct bij het ontwaken op pad. Het kwik klimt opnieuw richting de 30 graden, maar in de vroege ochtend is het nog heerlijk. Zo heerlijk zelfs, dat ik de rest van de week mijn wekker zet, ondanks dat ik nog vrij ben. En iedere dag gaat die wekker een stukje vroeger. Alles om een wandeling te maken. Vriendlief verklaard mij voor gek.

Was ik soms vergeten hoe heerlijk rustig ons park is op dit uur?! De wereld ontwaakt langzaam. De lucht is fris, de stilte bijna tastbaar. Ik hoor de vogels fluiten en alleen dat geluid zorgt al dat mijn dag goed begint. Geen muziek nodig, de natuur doet haar werk.

Mijn werkende leven staat op het punt om weer te beginnen, dus ik besluit mijn wekker nóg iets eerder te zetten. Hij gaat nu om 5:00 af. Terwijl het hele huis nog in diepe rust is, zelfs de vogel want geen early bird, waag ik mij buiten. Met 45 minuten wandelen heb ik al de helft van mijn stappendoel binnen en voel ik me een stuk actiever op het moment dat ik op mijn werk aankom.

Wanneer ik naar bed ga, kijk ik stiekem al uit naar het moment dat ik weer mag lopen. In alle vroegte, met niemand anders dan het ontwaken van de dag en de vogels in de bomen, oh en de slakken op de grond, dat dan wel weer. “De Club van 5AM” stond al even op mijn lijstje en vanaf nu ben ik een waardig lid.

Soms valt me op hoe de zon het park schildert. Iedere ochtend kleurt het licht de bladeren in minstens tien tinten groen. Van fris limoen tot bijna donkergoud. Het lijkt alsof de zon door de takken en bladeren heen een soort natuurlijke filter over de wereld legt. Het park is eigenlijk helemaal niet groot, maar door de kronkelpaadjes voelt het alsof ik door een klein bos loop. Alsof ik telkens een nieuw stukje ontdek dat gisteren nog niet bestond. Het licht speelt verstoppertje tussen de bladeren, werpt strepen op het pad en maakt van een simpele ochtendwandeling een soort mini‑expeditie. Ik merk dat ik langzamer ga lopen, gewoon om niets te missen.

En dan die geuren… De wereld ruikt compleet anders na een nacht regen. Ieder stukje park heeft zijn eigen lucht. Soms loop ik langs een pluk onkruid en word ik verrast door een weelderige zomerse geur. Alsof iemand een fles parfum heeft leeggespoten. Ik blijf even staan, snuif diep in, en laat de ochtend zich helemaal in mij nestelen.

Ik wandel. Ik adem. Ik ben wakker nog vóór de rest van de wereld dat is.
En dat voelt als een cadeautje, elke dag opnieuw.

Medium of well done?

Ik moet eruit. Ik moet eruit. IK MOET ERUIT. Uit de zon bedoel ik dan. 
Maar ik lig zo belachelijk lekker dat mijn lijf weigert te luisteren. Het is een graad of 28, de zon straalt veel te fel, maar dat briesje over het water maakt alles zacht en loom. Precies dat soort verraderlijke combinatie waarvan je weet dat je er later als een kreeft bij loopt, maar op het moment zelf… ach who cares. Nou oké, ’s avonds vervloek ik mijzelf maar dat zal ik voor de setting van dit blog niet verder benoemen… 

We liggen voor anker op een plek die achteraf misschien niet de meest briljante keuze was. Een plek waar plezier- en beroepsvaart elkaar kruisen. De golven wisselen elkaar in rap tempo af en geven je het gevoel alsof je in een soort mini-pretpark beland bent. Dat ontdekten we pas toen we al goed en wel voor anker lagen. Maar zolang je niet snel zeeziek wordt, niet te lang in het onderdek verblijft en je de horizon nog wel kunt zien, is het eigenlijk best grappig. En wanneer je toegeeft aan het schommelende gevoel en gaat liggen op het voordek voelt het alsof de boot je in slaap probeert te schommelen.

Ik laat me meevoeren door dat ritme. Het wiegen maakt ontspannen nog makkelijker. Aan bakboord ligt het vol met bootjes; ik hoor kinderen in het water springen, gillen, lachen, totaal ongehinderd door het feit dat het water waarschijnlijk maar 18 graden is. Kinderen hebben daar op de een of andere manier totaal geen last van. Hun oudere familielid duidelijk wel. Na een sprong in het water hoor ik hem gillen dat niet alleen zijn tenen bevroren zijn en dat de verwarming alvast aangezet mag worden.

Aan stuurboord hoor ik de vogels in de bomen fluiten, alsof ze een soundtrack onder deze middag leggen. Alles bij elkaar, het water, de geluiden, de zon die me langzaam aan het toasten is, maakt dat ik steeds dieper wegzak in een soort halfslaap.

Tot mijn schouderbladen beginnen te prikken. Niet subtiel. Meer het soort prik dat zegt: “Hallo, wil je jezelf medium of well done?” En dit is dus het moment dat ik er echt, ECHT, E.C.H.T. uit moet.  

Ik zucht, trek mezelf overeind en schuif met tegenzin naar de schaduw, mijn handdoek achter mij aan slepend. Nog één blik op het water, de boten, de kinderen, de vogels. Het hele tafereel dobbert gewoon door. En ik moet toegeven: zelfs half verbrand, met het briesje over mijn lichaam is dit eigenlijk best een fijne plek om te zijn.

Opladen in het afzien…

Het water komt met bakken uit de hemel. Het is lang geleden dat het zo heeft geplensd. Ik sta voor het raam naar de steeds groter wordende plassen in de tuin te kijken, terwijl zoonlief z’n sportspullen bij elkaar aan het zoeken is. Voetbalschoenen hier, sportbroek daar. Een handdoek niet vergeten… of 2 of misschien toch maar 3… Op het programma staat een oefenwedstrijd. Dat de tegenpartij nog niet heeft afgezegd vind ik bewonderenswaardig. Naast het vele water is het ook nog eens flink gaan waaien. Dus op een open veld is het helemaal drama. 

Zoonlief is ondertussen onderweg is naar de voetbal en ik besluit ook mijn beste beentje voor te zetten. Ik vind mijn opleiding zo leuk dat ik mij nog wel eens verlies is de huiswerkopdrachten. Dat heeft er weer voor gezorgd dat het sporten op een laag pitje terecht is gekomen. Of eigenlijk heb ik daar de laatste paar maanden totaal niet meer naar omgekeken. Dat voel en merk ik en niet alleen aan mijn lichaam. Alsof ik rondloop met TNT in mijn vezels, gevoelig, geladen en klaar om te ontploffen. Er borrelt iets onderhuids; mijn lijf schreeuwt om ontlading, maar ik weet nog niet of het een onvergetelijke vuurwerkshow wordt of een “stille” explosie. 

Sinds enkele dagen probeer ik hier wat meer evenwicht in te brengen aangezien ik niet wil wachten op een van deze twee uitkomsten. Ik moet zeggen dat ik direct al na de eerste work-out, mijn lichaam en geest tot rust voelde komen. Niet dat ik mij knetterhard in het zweet heb gewerkt. Overigens weet ik ook uit ervaring dat hardlopers doodlopers zijn, dus heb ik het rustig aan gedaan. Toch waren de vermoeide spieren mij na afloop dankbaar. Dat gaf weer het voldane gevoel waar ik naar opzoek was. Zelfs het beetje spierpijn dat ik de volgende dag had was een bevestiging die ik even nodig had. Zie je wel hoe fijn het is om alles weer in beweging te zetten?!

Dus, terwijl het water nog steeds met bakken uit de hemel valt loop ik naar boven en kleed mij om. Ik prop mijn oortjes in mijn oren en zoek muziek op met een lekkere beat er in. Zo kan ik op de loopband al lekker in de flow komen. Ik stamp het ene na het andere nummer weg en opeens realiseer ik mij dat ik sta mee te zingen. Het duurt niet lang of ik sta ook mee te dansen. Is overigens niet handig op de loopband, ook dat kan ik je uit ervaring vertellen. Was ik nu echt vergeten hoe ik mij voel tijdens het sporten?? 

Na mijn ronde op de loopband besluit ik de crosstrainer te pakken. Het is een ideaal apparaat om je hartslag even flink op te krikken zonder je knieën aan gort te rennen. Ik houd het alweer een paar minuten langer vol dan vorige week. Ook dat geeft mij weer een boost. Net als de muziek die ik nog even een tikkie harder zet om mij door de laatste paar minuten heen te helpen. 

Ik sluit mijn training af met krachttraining gevolgd door wat yoga rek- en strekoefeningen. In totaal ben ik een klein uur bezig. De energie stroomt na twee sportmomenten alweer meer zoals zou moeten en ik voel mij ontladen en opgeladen tegelijk.

De kracht van kou…

Een stukje verder dan waar wij vakantie vieren ligt Erpfendorf. Drie huizen, een kerk en een mesthoop. Meer is het niet. Wanneer je de hoofdstraat binnen rijd is het alsof je terug gaat in de tijd. Eenvoud en rust. Wat ze daar ook hebben is een Kneippanlage. Dat is een natuurlijke wellnessplek in de buitenlucht, gebaseerd op de inzichten van Sebastian Kneipp, een 19e-eeuwse priester en natuurgenezer. Hij ontdekte dat koud water een helende werking heeft en ontwikkelde een methode waarbij water, beweging, kruiden en balans in het dagelijks leven centraal staan. Wat ooit begon als een manier om zijn eigen gezondheid te herstellen, groeide uit tot een levensfilosofie die vandaag nog steeds miljoenen mensen inspireert.

De Kneippanlage ligt verstopt achter de charmante kerk St. Barbara. Zodra we daar het pad aflopen, stappen we in een kleine oase van rust. Er is een voetenbad gevuld met ijskoud bronwater, een blotevoetenpad vol verschillende structuren en geuren, en bankjes die uitnodigen om even stil te worden. De kruidentuin met munt, salie en tijm prikkelt mijn zintuigen terwijl ik stap voor stap verder ga. Alles om me heen ademt eenvoud en natuur: de bergen, de frisse lucht en het heldere water nodigen me uit om even helemaal te relaxen en los te laten.

We lopen om het bad heen en maken het ons gemakkelijk. In het park is verder helemaal niemand. En dat terwijl het hoogzomer is met een strakblauwe lucht en een graadje of 28. Dit is de ideale locatie om te relaxen en af te koelen te gelijk. Veel beter dan het overdrukke en volle zwembad met gillende en krijsende kinderen in het dorp. Hoewel je niet moet denken dat je even heerlijk kunt plonzen in het kneippbad. Want dat is nu juist net niet de bedoeling en wil je ook helemaal niet want te koud.

De bedoeling van kneippen is verrassend eenvoudig, maar juist daarin zit de kracht. Je stapt met blote voeten in koud bergwater en tilt je knieën hoog op, alsof je een ooievaar nadoet. Door de kou trekken je bloedvaten even samen en daarna verwijden ze zich weer. Dit stimuleert de doorbloeding, geeft je immuunsysteem een boost en laat spanning uit je lijf wegstromen. Zodra je het water uitstapt, voel je warmte en energie door je benen stromen. Het contrast van koud water en de (pijnlijke) prikkels van het blotevoetenpad maakt dat je lichaam wakker schud en je pijngrens wordt opgezocht, zich herpakt, alsof je een natuurlijke reset krijgt. (Maar eerst drie keer een error want &☠️*$☠️%$ koud!!)

We liggen nog geen 5 minuten of het park stroomt vol met wielrenners. Ze houden een korte pauze en een enkeling waagt zich in het koude water. Na een kwartier verdwijnen ze weer en laten ons in rust achter. Er blijft een oudere vrouw achter die rondje na rondje loopt. Dit heeft ze vaker gedaan. Ik kom in eerste instantie niet verder dan de eerste twee treden van het trappetje. 

Waarom het zo verfrissend is? Omdat het niet alleen lichamelijk werkt, maar ook mentaal. Het koude water maakt je direct wakker, haalt je uit je gedachten en brengt je helemaal in het moment. Je voelt (niks meer), je ademt, je ervaart (vreselijke kou). Het is alsof je lichaam en geest samen besluiten: we beginnen opnieuw. In de eenvoud van een paar stappen door het water ontdek ik telkens weer hoe de natuur de beste therapeut kan zijn. Had ik al gezegd dat het water koud was? 

Een goede bodem…

… Want zelfs chaos moet ergens op liggen.

Begin van dit jaar was ik vastbesloten om mijn kook- en bakskills te gaan uitbreiden. Niet in de vorm van het bakken van taarten of koekjes. Eerder in het uitproberen van nieuwe recepten. Er is zoveel lekkers en er zijn zoveel heerlijke combinaties. Maar op de een of andere manier komen we steeds weer op hetzelfde uit. Het is makkelijk om op terug te vallen, eten dat bekend is. Dat snel klaar gemaakt is en dat smaakt. Ik was vorig jaar al op zoek gegaan naar een aantal niet al te moeilijke en ingewikkelde recepten waarbij de kruiden niet uit alle windrichtingen aangevlogen hoefden te worden. Iets wat helemaal Deb-proof is.

Dat is dus wel de basis. Het moet laagdrempelig zijn. Leuk en niet te lastig. Want daarna wil ik het ook nog met plezier meerdere keren uittesten. Mijn moeder stond gerust een halve dag in de keuken om nieuwe recepten te testen. Dat gen ik heb ik duidelijk niet van haar geërfd.

Ik begon dit jaar met een overheerlijke sticky bloemkool. Dat was best nog een werk om te maken. Een geroutineerde keukenprinses schut dit zo uit haar mouw. Ik dus niet. Het was erg lekker en hoewel ik zei dat ik deze nog eens zou maken is het er daarna nooit meer van gekomen. 

Na de wintersport besloten we de Flammkuchen, die we daar wel eens eten, in onze eigen keuken te introduceren. In Oostenrijk smaakt dit gerecht prima. Inmiddels weten we dat het vanuit onze eigen keuken nog veel lekkerder kon. We begonnen met dezelfde basis als op vakantie. Hoewel de bodem waarschijnlijk heel eenvoudig zelf te maken is haalden we die kant en klaar uit de winkel. We smeerden deze in met crème fraiche, bestrooiden hem met uitjes en spekblokjes en zo de oven in. 

De smaak was helemaal oké was. Toch vonden we beide dat het wel wat spannender mocht. Niet veel later besloten we hem nog een keer te maken. Ook dit keer kwam de bodem uit de winkel. We maakten de crème fraiche aan met sweet chilisaus, zodat het net even wat minder saai werd. De topping kon ook een upgrade gebruiken. Naast de uitjes, en de kleine spekblokjes kwamen er ook stukjes champignons bij. En uiteraard wat Provençaalse kruiden. Want dat misten we alle twee. 

Ook nu smaakte hij weer zalig. Stiekem denk ik dat hij op de BBQ nog beter tot zijn recht zou komen. Maar we hebben geen pizzasteen en de bodem is te slap om zo op het rooster te schuiven. 

De volgende maand besloten we hem helemaal te finetunen. De crème fraiche kreeg nog een grotere update. Meer saus en kruiden en we gingen helemaal los op de topping. Vriendlief wilde er nog wat stukjes vis op. Maar daar wilde ik niks van weten en ging voor meer kleur. Naast de uitjes en champignons kwam er ook tomaat en mais aan te pas en na het bakken bestrooide ik hem met rucola en extra kruiden. Mijn flammkuchen werd een waar kunstwerk. Ik zou hem “Complete Chaos” genoemd hebben als deze ooit te koop mocht zijn. De smaak was wederom zalig en is inmiddels een blijvertje. 

Iedere maand iets nieuws uitproberen is officieel niet helemaal gelukt. Maar ik keur hem toch goed!! Op naar het volgende recept. 

Durf jij de flammkuchen-challenge aan? Deel je variatie met mij

Waar stilte spreekt en golven wiegen…

Ik lig op het achterplecht van ons bootje. De zon schijnt zacht op mijn gezicht. Voor me zie ik beboste oever, vol bomen die lichtjes bewegen in de wind. Het is als een schilderij van groen en leven. In de takken hoor ik vogels fluiten, roepen, kwetteren, allemaal met hun eigen geluid.

Het water klotst rustig tegen de kade en de romp van de boot. Geen haast, geen rumoer. Alleen de natuur om me heen. Alles is goed zoals het is. Ik hoef niets. Er hoeft niets opgelost, geregeld of gepland te worden.

Ik lig.
Ik luister.
Ik kijk.

En ergens tussendoor valt alles stil.
Niet leeg… Maar juist vol.
Vol zon, geluiden, geuren en rust.

Geen rollen, geen moeten, geen denken. Alleen maar voelen hoe het achter mij warm is van de zon, hoe het onder mij zachtjes wiegt, en hoe de wereld blijft bewegen… Zonder dat ik hoef te duwen.

Ik laat me dragen.
Door het water.
Door de stilte.
Door mezelf.

De boot beweegt zachtjes op de golven en ik dein zachtjes mee. Geen bestemming. Geen richting. Gewoon mee met wat er is.

En ik denk…Hoe fijn het is om even nergens naartoe te hoeven. Gewoon zijn waar ik ben. Met mijn snufferd in de zon en het kabbelen van het water samen met het gefluit van de vogels als achtergrondmuziek.

Een simpel moment.
Maar eigenlijk… precies genoeg.

Sticky bloemkool…

De voorgerechtjes worden op tafel neergezet. De meeste ken ik. Alleen het laatste gerecht ziet er wat raar uit. Het lijken wel kipkluifjes. De persoon naast mij ziet mij bedenkelijk kijken en zegt dat het sticky cauliflower is. “Sticky cauliflower?” Herhaal ik wat schaapachtig. Tja, plakkerige bloemkool klinkt niet echt aantrekkelijk om in je bakkes te stoppen. Maar bij sticky cauliflower krijg ik wel zin om dit te proberen. Zeker omdat het er helemaal niet uitziet als bloemkool. Hoewel het sticky genoemd wordt, is het niet heel erg plakkerig. Wat ik dan wel weer verwacht had. Voorzichtig neem ik een hapje. Het gerechtje is op voor ik er erg in heb. Jammer genoeg is er voor iedereen maar 1 stukje.

Oké, dit had ik dus bepaald niet verwacht. De kleur, structuur, geur en vooral smaak. Totaal niet bloemkool-achtig. Ik vind het zo lekker dat ik besluit het thuis ook te proberen. “Sticky bloemkool? En wat moet ik mij daarbij voorstellen?” Zegt vriendlief. Daar kwam ie eerder in januari achter. Want ik kon niet wachten om het te gaan proberen. Het internet staat vol met dit soort gerechten. Ik zocht een gerecht uit waarvan ik dacht dat die het dichtst in de buurt zou komen van wat ikzelf geproefd had en kwam uit bij Mandy.

De laatste jaren ben ik wat meer gaan experimenteren in de keuken. Ik ben er achter gekomen dat ik het uitproberen van nieuwe gerechtjes best leuk vind. Zeker wanneer het ook nog smaakvol blijkt te zijn en de bereiding niet al te ingewikkeld is. Waar ik alleen niet zo’n fan van ben is het aanschaffen van kruiden die wij doorgaans niet gebruiken en dan na eenmalig een snufje toegevoegd te hebben in de kast staan te wachten tot ze weggegooid mogen worden. Ik bekijk de lijst met boodschappen dan ook nauwkeurig en zie dat ik bepaalde ingrediënten kan vervangen. De kans dat de smaak hierdoor iets kan veranderen, neem ik voor nu voor lief. 

Zodra ik al mijn kruiden in huis heb ga ik aan de slag. Vakkundig snijd ik de bloemkool in ongeveer evengrote roosjes. Vervolgens maak ik een beslag zoals aangegeven in het recept. De roosjes haal ik door het beslag en wanneer de oven op temperatuur is schuif ik de hele plaat met bloemkool erin. Ondertussen maak ik de saus waarbij ik al roerend de ingrediënten in het pannetje mik. Het pruttelt al lekker en vanuit de woonkamer krijg ik complimenten dat het zalig ruikt. Nu de smaak nog…

Na een kwartier haal ik de roosjes uit de oven en besmeer ze met de saus om ze daarna nog even verder te laten garen. Volgens het recept zou ik de overgebleven saus net voor opdienen over de bloemkool moeten gieten. Maar ik heb geen saus meer over. Zelf improviseer ik iets met de overgebleven ingrediënten wat ook prima gaat. 

Ik versier de boel met een lente-uitje en sesamzaadjes en serveer het met rijst en kip. Vol verwachting nemen vriendlief en ik plaats aan tafel. Bij de eerste hap ben ik aangenaam verrast. Het smaakt totaal niet naar bloemkool. Toegegeven, het heeft niet de smaak zoals in het restaurant maar een goede eerste poging is het zeker!! Het leuke is dat je sticky bloemkool ook als snack kunt serveren. Ik ga hem daarom zeker nog eens proberen.  

Deze prachtige foto is niet van mij, maar van Mandy en is afkomstig van haar Insta.

Morning has broken…

Twee jaar geleden schreef ik onderstaand blog. Inmiddels ga ik alweer heel wat maanden zonder Poownie door het leven. En als ik dan dit soort logjes teruglees, realiseer ik mij weer wat een zalige tijd we met elkaar hebben gehad ♥️

Het is één van de zondagen waarop het mijn beurt is om het ontbijt op te dienen op stal. Dat betekend vroeg uit de veren. Alhoewel, wat is vroeg? Maar als de wekker uiteindelijk om half 8 afgaat heb ik toch wat moeite om mijn warme bed uit te komen. Ik hijs mijzelf in mijn paardenkloffie, smeer wat brood voor een verlaat ontbijt en met mijn ongekamde haren in een knot op mijn hoofd rijd ik naar stal. Vriendlief in dromenland achterlatend. 

Onderweg komt de zon langzaam op. Zoals altijd weet ik dat het geen straf is om rond dit tijdstip in de polder te zijn. Dit is nog voor het moment waarop de wereld ontwaakt. Vanuit diepe rust met alleen de wind door de bomen en het roepen van de vogels is het heerlijk om zo wakker te worden. De lucht is sprankelend fris en voelt als een verkwikkende douche. Boven de velden en het water hangt een sluier van mist. De zon heeft nog niet echt in kracht gewonnen om de “witte wieven” te verjagen. Het liefst zou ik nu een lekkere lange wandeling willen maken. Maar first things first. 

Poownie staat al bij het hek te wachten. Of dat speciaal voor mij is durf ik in twijfel te trekken. De wetenschap dat de eerste “bedienden” die verschijnt hem van zijn voeremmer voorziet is aannemelijk groter. Als ik mijzelf eenmaal op het terrein binnen heb gelaten staan er opeens 4 paarden keurig op een rijtje te wachten. Het is er maar 1 die hinnikt en dat is Poownie. De rest kijkt zwijgent toe als hij zijn emmer met slobber in ontvangst neemt. 

De paarden hebben goed hun best gedaan. Alle ruiven, die bij ons verspreidt over de gehele paddock staan, zijn leeggegeten. Tijdens de ochtenddienst voeren we minder als bij een avonddienst. Nu zie ik ook waarom. Op Poownie na staat zo’n beetje de hele kudde in de dut-stand. Ze lijken wel verzadigd van het eten in de nacht. Ook als ik mijn ronde loop om alles te vullen komt er niemand achter mij aan. Dat is tijdens een avonddienst wel anders.  

Als ook mijn mestdienst erop zit is het tijd voor een bakkie cappuccino. Dankzij een gulle stalgenoot kunnen we tegenwoordig koffie drinken in de keet. Als ik eenmaal met mijn koffie in het zonnetje zit merk ik pas hoe warm ik het gekregen heb. De damp slaat onder mijn jas vandaan. Het magische wintersportgevoel komt in mij op. Blauwe lucht, zonnetje en een gedempte stilte. Alleen geen strakke witte pistes dit keer.

De haan van de buren kraait. Boven in de boom zitten een paar halsbandparkieten te kwetteren en ik? Ik geniet nog steeds van de rust. Op wat wandelaars en hardlopers na is er verder geen mens in de polder te zien. Ik heb mijn koffie op en bedenk mij geen moment. Ik roep Poownie. Die weet inmiddels wat er te wachten staat. Hij duikt nog een keer in de ruif voor een hap hooi en komt dan mijn kant op. Hij neemt zijn halster in ontvangst en loopt alvast naar het hek terwijl ik de paddock verder afsluit. Hij mag nog een uurtje grazen terwijl we ondertussen van de stilte en het zonnetje genieten.

Onderweg…

Op momenten dat ik even niks te doen heb scroll ik door een aantal accounts van personen die personal coach, trainer of bodybuilder zijn. Deze groep volg ik namelijk al enkele maanden. Niet dat ik onderweg ben om een bodybuilder te worden. Ze geven handige tips welke oefeningen het gewenste effect hebben. Door effectief in plaats van veel te trainen. Duidelijke en in begrijpbare taal uitleg te geven over hoe een calorie te kort werkt. De plussen, de minnen en de valkuilen te tonen. En hoe je zonder veel te eten toch goed kunt eten zonder honger te hebben. 

Lekker eten en afvallen tegelijk, terwijl je ondertussen gemotiveerd blijft en energie genoeg hebt om ook in de avond nog te sporten. Klinkt te mooie om waar te zijn. Ik ben er achter dat dit wel kan! Inmiddels ben ik al ruim 4 maanden onderweg. Wat begon met niet lekker in mijn vel zitten na terugkomst van de vakantie heeft geresulteerd in waar ik nu sta. Ik ben pas vier maanden onderweg en nog lang niet op mijn eindbestemming. Het wordt almaar leuker. Ik ontdek steeds iets nieuws en zie op meerdere fronten resultaat. Zelfs vriendlief heb ik (een soort half) op sleeptouw meegenomen op mijn weg.

Terugkijkend ben ik hier al mee begonnen toen ik intermittent fasting ontdekte. Ik leerde wat dit deed met mijn lichaam en geest. Bizar wat een verschil het maakte. Hoeveel rust er voor terugkwam. Geen hangry (snaai)buien meer. Nu ben ik een stapje verder gegaan. Ik rekende uit hoeveel calorieën ik per dag nodig had om op gewicht te blijven en zorg sinds die tijd dat ik daar onder zit. Dan komt er uiteraard een nieuwe uitdaging bij kijken. Want alleen leven op een blaadje sla en een plakje komkommer wekt juist hangry-buien in de hand. 

Dus scroll ik geregeld door deze accounts om nieuwe maaltijd-ideeën op te doen. Niet alles vind ik lekker. En ik ben ook wel een luie kok. Dus niet te veel poespas. Ik geef er graag mijn eigen twist aan. Wel is het fijn om op deze wijze aan (gezonde) ideeën te komen. Zo ben ik al aan diverse lekkere tonijn- pasta- en groentesalades geholpen. Maak ik geregeld courgette wraps. Mijn collega gaf het voorzetje voor de quinoa welke ook geregeld verwerkt wordt in salades en maaltijden. En vanmiddag sta ik in de keuken om burrito’s te maken. 

Zo simpel maar nog niet eerder geprobeerd, besluit ik direct alle wraps maar te gebruiken. Kan het thuisfront meeproeven en de rest is mealprep voor later in de week. De vulling houd ik easy peasy: gehakt, roerei, tomaat, mais, wortel en een plakje cheddar. Het oprollen van de wrap is nog even een dingetje maar na nummer 3 begin ik er handiger in te worden. Ik bak ze heel even aan in de pan en schuif ze, nadat ze zijn afgekoeld, de vriezer in. 

De volgende dag testen we onze eerste homemade burrito voor de lunch. Het is een prima en voedzame lunch waarmee we tot laat in de middag vol zitten. Dit is duidelijk een blijvertje. Hoewel ik ze in het vervolg nog iets pittiger zal maken en meer groente zal toevoegen, je kunt ze immers vullen met alles wat lekker is, moet ik mij inhouden om er niet nog een te pakken.