Corona’s voordeel….

De afgelopen twee jaar heb ik het sporten weer lekker opgepakt. Hoewel het hardlopen er niet echt meer inzit in verband met een terugkerende knieblessure kan ik mij toch prima vermaken in mijn eigen “sportschool” thuis. Met de wintersport aan het begin van ieder jaar ligt de nadruk vooral op het aansterken van spieren die ik met het snowboarden gebruik. Ervaring heeft mij geleerd dat ik zoveel meer van mijn week in de sneeuw geniet met een gedegen voorbereiding. Bij terugkomst ligt het fanatiek sporten even stil tot ik besluit dat het warm genoeg is om te wakeboarden. Ik begon dan eigenlijk veel te laat, waardoor de eerste paar keer in het water gepaard ging met gigantische spierpijn na een sessie.

Dit jaar ging het er echter iets anders aan toe. We waren net terug van de wintersport of corona kreeg de overhand. Mijn doorgaans gevulde dagen misten vanaf dat moment iedere vorm van regelmaat en ritme. Ik had er moeite mee om mijn dagen productief en nuttig te vullen. Na enige tijd begon ik mijzelf in de weg te zitten. Ik voelde mij rusteloos, nutteloos en sliep ook nog eens bar slecht. Na twee weken was ik er al helemaal klaar mee. En alle klote klusjes in huis waren inmiddels ook wel gedaan. Dit moest anders…

Op het moment dat ik door had dat het zo niet langer ging, want niemand kon nog voorspellen hoelang corona ons land in “gijzeling” zou nemen, gooide ik het roer compleet om. Ik heb dan misschien geen volle dag te vullen met werk, ik deed gewoon alsof. Ik bouwde weer regelmaat en ritme in. Ging op tijd naar bed en stond er vroeg weer naast. Ging wat slimmer om met mijn eetgedrag en voegde wat meer glazen water per dag toe. Door iedere dag iets te doen wat in mijn ogen nuttig was hoopte ik meer voldoening uit mijn dag te halen. En ik besloot meer te gaan sporten. 

Vooral dat laatste was een prima beslissing. Ik intensiveerde mijn work-out. Op Pinterest vond ik inspiratie voor andere, nieuwere en uitdagendere buikspieroefeningen op mijn yogamat. Ik vond oefeningen om ook mijn onder- en bovenrug te verstevigen en vond zelfs evenwichtsoefeningen voor op mijn balanceboard. Daarnaast vond ik ook nog wat handige oefeningen met een heel simpel elastiek. Vervolgens doe ik nog de nodige cardio oefeningen op de apparaten die ik hier thuis heb staan. 

Een maand of twee terug heeft vriendlief ook een bokszak op zolder opgehangen. Met wat oefeningen van mijn “oude vriend” Billy Blanks kan ik ook daar helemaal op los. Stond ik vroeger in het luchtledige te trappen en te slaan, heb ik nu wat meer weerstand. Ik combineer en wissel heel wat af en werk mij letterlijk in het zweet. 

Sinds begin mei heb ik ook een Stand Up Paddleboard aangeschaft en SUP ik iedere week een paar kilometer. Soms hier achter in het park, soms op het grote water. Net hoe het uitkomt en wat voor weer het is. 

Dit alles heeft er voor gezorgd dat ik inmiddels, onbedoeld, een paar kilo ben kwijtgeraakt. Mijn spieren zijn flink aangesterkt en ik kan mijn “ei” tenminste kwijt. Dat laatste is niet alleen voor mij maar ook voor de mensen om mij heen wel erg fijn! Nooit eerder was ik summerproof nog voor de zomer begon. Heeft Corona toch nog aan iets positiefs bijgedragen… 

 

 

*Dit blog verscheen eerder ook op “Hoe vrouwen denken.”   

Nieuw verworven lef…

Mijn werkkamer heb ik met de tuin verruild. Even geen telefoon en beeldscherm maar een half uur pauze. Ik moet wat schuiven met de stoel om uit de wind maar in de zon te kunnen zitten. Als ik dan ook nog eens onderuitgezakt blijf zitten is het prima te doen. 

De zon brand op mijn gezicht. Hierdoor is de wind die ik voel als een zachte fluistering op mijn huid. Terwijl het even verderop de bladeren van de bomen flink doet ruisen. Met mijn ogen dicht is het net of ik op het strand lig terwijl de zee aan- en afrolt. De krijsende meeuwen boven mijn hoofd maken het plaatje compleet. 

Ik beeld mij in dat ik op een tropisch eiland lig met een azuur blauwe zee en een parelwit strand. Nee wacht, ik maak het plaatje mooier. Dat kan he, het is immers mijn eigen fantasie. Het ruisen van de bomen zijn de palmbladeren boven mijn hoofd die voor schaduw moeten zorgen. Ik lig in mijn hangmat tussen de bomen. Met één voet aan de grond duw ik mij af terwijl mijn tenen met het warme zand spelen. Zachtjes wieg ik heen en weer. Op de achtergrond hoor ik subtropische vogels fluiten en klinkt er vrolijke muziek. 

Ik val al bijna in slaap als ik naast de vogels en de muziek ook vaag een belletje hoor rinkelen. Het klinkt heel bekend maar past niet echt in mijn verzonnen decor. Het belletje klinkt steeds luider. Als ik mijn ogen open verdwijnen mijn palmbomen, hangmat, witte strand en subtropische vogels. Ik ben weer terug in mijn eigen achtertuin. Van achter het hek klinkt wederom het belletje. Het hangt om de nek van een kat die nu onder de poort doorkruipt. 

Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, loopt hij de tuin in. Dit is wel eens anders geweest. Maar blijkbaar is hij nu wat zekerder van zijn zaak. De eerste paar keren dat onze blikken elkaar kruisten was hij met drie grote sprongen de tuin door om over het hek van de buren te verdwijnen. Misschien begint hij er aan te wennen dat wij hier nu ook eenmaal wonen. 

Hij is zo zeker van zijn zaak dat hij rakelings langs mij heen loopt op weg naar de achterdeur. Ik volg hem met mijn blik. Ik ben heel benieuwd wat ie gaat doen. Hij snuft wat aan de deur en voelt zich dan toch bekeken. Iet wat verontwaardigt kijkt hij mij aan maar loopt daarna zonder pardon naar binnen. 

Waarschijnlijk is hij niet bekend met een convectorput, of had hem zo snel na de deur nog niet verwacht. Met twee voorpoten verdwijnt ie in een van de gaten. Ik wil al op staan om te helpen maar hij hersteld zich. Eenmaal binnen krijg ik nog eenmaal een blik van hem. Dan loopt hij door. Verder dan onze tafel komt hij niet. Draak heeft hem namelijk in het vizier. 

Die vervolgens luidt begint te fluiten en te miauwen. Een miauwende vogel. Daar had hij niet op gerekend. Met twee sprongen is hij buiten, stuift langs mij heen en sprint onder het hek door. Tot zover zijn nieuw verworven lef. Het rinkelende belletje verdwijnt in de verte. De rust keert terug. Ik sluit opnieuw mijn ogen en laat mij de komende 20 minuten terugvoeren naar mijn eiland. Dat kan nog snel, voor het werk mij weer roept…

In de tussentijd: ff relaxen

Tja ook bij ons op de zaak werd er vanaf begin maart zoveel mogelijk thuis gewerkt. Toen scholen verplicht gesloten werden, groepen van bepaalde grootte niet meer mochten en daarmee het aanbod van werk minder werd, besloten we zelfs om bepaalde taken niet meer uit te voeren. Omdat er simpelweg geen aanbod voor was. In een rooster werd vastgesteld wie er op bepaalde dagen dienst had, om toch de klant te woord te staan en de post weg te werken voorzover dit er was, en de mailboxen bij te werken. De rest was oproepbaar of vrij. 

Dit rooster draait nu nog steeds en dat is best vreemd. Want hoewel het idee om met pensioen te gaan mij al vanaf mijn 30e aanspreekt ben ik er achter dat ik daar eigenlijk nog helemaal niet aan toe ben. Ik wil bezig zijn. Zaken oppakken en oplossingen bedenken. Ik wil de gestructureerde chaos op mijn bureau terug. Waarbij collega’s denken dat er een bom ontploft is maar ik zelf nog prima weet hoe ik het georganiseerd heb. Ik wil rinkelende telefoons en mailboxen die vol blijven stromen. Ik wil klanten die a la minuut iets geregeld willen hebben. Ik wil… Ik wil… 

Wat ik wil is op dit moment ondergeschikt aan het algemeen belang. Yeah, I know, I know. Om dit tijdelijke pensioenmoment toch enigszins door te komen heb ik mijn werkrooster aangehouden. Oké, de wekker gaat iets later dan op echte werkdagen. Maar verder probeer ik zoveel mogelijk een ritme aan te houden. Want ik gedij nu eenmaal beter bij regelmaat en ritme. Dus op tijd naar bed en er op tijd weer uit. Normaal blijven eten, veel water drinken. In beweging blijven en daarom op vaste tijden sporten. Verder probeer ik mijn dag zoveel mogelijk in te vullen met, voor mijn gevoel, nuttige bezigheden. 

Inmiddels zijn daar ook een aantal nutteloze bezigheden bijgekomen. Want nu is daar wel de tijd om dit soort dingen te doen. Maar, daar zal ik in een ander blog misschien nog verder over uitweiden. Nu in ieder geval  door met wat nuttige tijdsbesteding, shoppen.

Nu ze de winkel gesloten hebben wip ik gewoon even digitaal bij ze langs en flikker mijn mand vol met mijn favoriete spullen. Flesje van dit, smeersel van dat. Geurkaars hier en stokjes daar. Nog een shampoo en wat spray… De digitale kassiere kijkt mij al verrukt aan. Maar ik bedenk mij. Ik ben iets te enthousiast, dus klik mijn met zorg uitgezochte artikelen weer uit mijn mandje. Ik wik en weeg. De shampoo heb ik eigenlijk niet nodig maar is wel heel erg verdient!!!!

De volgende dag wordt mijn pakket al geleverd!! Halleluja, postbezorger I love you!! 

Nu ga ik mijzelf eerst eens lekker in het zweet werken in de “sportschool”, voor ik mij in mijn eigen spabubbel mag terugtrekken. Naast dat ik nu van mijn overload aan energie af kom, geeft dit ook nog eens de meeste voldoening.

Wanneer de douche op temperatuur is spring ik er onder. Douchegel, badolie en shampoo, ik gebruik het allemaal. De ellendige Corona-crisis glijdt als een deken van mij af. De geurende stoom blijft als een dichte mist in de badkamer hangen. De kou omsluit mijn lichaam zodra ik de deur op een kier zet. Het is heerlijk verfrissend en ik voel mij, voor even, weer als herboren…

 

In de tussentijd: Uurtje grasmaaieren…

Daar sta ik dan weer te grasmaaieren met Poownie. Want dankzij Corona zeeën van tijd. En toegegeven, Poownie vind het ook gewoon heerlijk om dagelijks met zijn favoriete hobby bezig te zijn. Hij vind het dan ook totaal geen probleem dat ik vaker en langer om hem heen hang dan gebruikelijk is. Sinds hij een flinke koliekaanval heeft gehad, vorig jaar zomer, en een paar dagen in het “ziekenhuis” heeft moeten verblijven, is grazen een vast onderdeel van onze dagbesteding geworden. Gras is gewoon beter voor hem. Lucky him!

Ik kijk graag toe hoe hij heel secuur de lekkerste grasjes tussen de andere honderdduizenden sprieten uitzoekt. Hij heeft er een speciale neus voor. Als ik hem een mals ogende graspol laat zien, kiest hij steevast voor de droge spriet ernaast. Om mij niet voor mijn hoofd te stoten, iets met een paard en in de bek kijken, knaagt ie daarna nog wat aan het gras dat ik sta aan te wijzen. Voor mij is het een simpel grasveld, voor hem het walhalla.

Op drukke en chaotische dagen zijn dit echt de uurtjes waar ik naar uitkijk. Waarin ik niks hoef te doen dan enkel toe te kijken hoe Poownie staat te grazen. Ik laat mijn telefoon meestal even links liggen, of zet hem uit om niet in de verleiding te komen, en kijk wat meer om mij heen. Weet je hoeveel verschillende soorten vogels er in dit gebied vliegen? Zo kwam ik een zwerm staartmeesjes tegen. Een vogelsoort die ik nooit eerder in het echt heb gezien maar wel heel graag nog eens op de foto wil zetten. Niks geen fotohut, ze zitten gewoon bij stal! Het staartmeesje is zo’n leuk, grappig en schattig vogeltje dat ie ontworpen zou kunnen zijn door Dhr. Walt Disney himself.

Omdat ik tijdens dit uurtje meer om mij heen kijk dan anders, zag ik ook dat een reiger het opnam tegen twee roofvogels. Heb je dat ooit gezien? Deze soorten hebben volgens mij niks met elkaar van doen. Maar kwamen iets te dicht in elkaars “vaarwater”. Volgens mij wisten de roofvogels ook niet helemaal wat ze hier mee aanmoesten. Ze vlogen elkaar een tijdje achterna over de waterplas om uiteindelijk ieder hun eigen kant weer op te gaan. Of de actie nu bedoeld of onbedoeld was, het was in ieder geval een gaaf gezicht.

Poownie staat altijd met zoveel smaak te grazen dat ik soms spontaan zin krijg om mee te doen. Zeker wanneer het gras begin van het seizoen zo diep groen en mals is. Nu is de keus helaas nog iets minder. Hoewel het land langzaam begint te ontwaken en er echt wel stukken mals en sappig gras staan, moet hij het grotendeels doen met de leftovers van vorig jaar. Op sommige plekken is het gras zo kaalgevroten dat er alleen nog wat “stoppeltjes” staan.

Naast dit “meditatie moment” want dat is het inmiddels geworden, kom ik veel meer in contact met de mensen die hier ook in het gebied recreëren. Vaak genoeg maak ik een praatje met hondeneigenaren. Nu uiteraard op gepaste afstand. Of wandelaars en fietsers die een praatje aanknopen, wederom op gepaste afstand. Sommige mensen vinden het blijkbaar een gek gezicht dat ik naast Poownie sta in plaats van erop zit. Poownie is tijdens deze momenten onverstoorbaar. Leuk hoor al die gezelligheid, moet hij denken, maar laat mij maar lekker grazen.

 

-🐴-

 

 

Carnivore goes vegan…

“Kom maar door met die datums” kregen we over de app. Op de datums die doorkwamen kwam een nee, nee en heel verrassend nog een nee. Iedere keer was er wel weer een agenda van één van de dames die roet in ons etentje gooide. Het leek bijna een onbegonnen missie om iets in te plannen. Het duurde ook even maar uiteindelijk lukte het eind december om een datum te prikken voor begin februari.

Vorig jaar zijn we een aantal keer met de dames van stal uit eten geweest. Het is leuk om elkaar ook in een ander omgeving te zien. Met normale kleding en zonder hooi in het haar. Of zoals met de afgelopen stormen, verwaaid haar. Je hebt eens wat andere gespreksonderwerpen dan enkel paard. Daarnaast is het ook gewoon super gezellig. En wij zijn wel te porren voor wat gezelligheid tijdens het eten.

“Ik stel voor om jullie eens mee te nemen naar een veganistisch restaurant!! Werd er door een van de dames geopperd. Overigens al ergens in september vorig jaar. Maar toen bleek de toko waar we ons oog op hadden laten vallen compleet vol geboekt. Aangezien een datum afspreken niet bepaald vlot gaat besloten we de boel niet om te gooien maar gewoon een ander restaurant te kiezen. Wat in het vat zit verzuurt immers niet…

Dat vat werd dus begin februari geopend. De gelegenheid: Rozey in Rotterdam. Een restaurant met een all you can eat concept en waarbij enkel vegetarische en veganistische gerechten geserveerd worden. Als carnivoor, (met name steak en BBQ liefhebber) een leuke uitdaging. De menukaart zag er alvast goed uit. Voldoende om uit te kiezen en de smaakpapillen te kunnen testen. Verder is er geen tijdslimiet dus je kunt tot praktisch sluitingstijd blijven zitten. Iets wat wij (uiteraard) ook deden.

Het was even zoeken naar een parkeerplek en uiteindelijk besloten we de auto maar achter te laten in een van de parkeergarages. Waar we later op de avond een klein kapitaal mochten neerleggen om hem weer mee te mogen nemen. De slagboom eruit rijden was misschien goedkoper. Op de een of andere manier had ik een compleet andere voorstelling van het restaurant. Bij de naam Rozey denk ik aan warm en knus. Maar toen we het overvolle restaurant binnenstapte bleek dat niet echt het geval.

Het restaurant heeft een frisse, hippe maar iet wat industriële uitstraling. Echter zouden ze wel wat aan de verlichting mogen doen. We werden de hele avond verblind door de spotjes boven ons hoofd. Dat mocht de pret niet drukken. Nadat de eerste drankjes op tafel stonden gingen we los op diverse voorgerechten. Gevolgd door zo’n beetje alle hoofdgerechten. Wetende dat er ook nog plek moest zijn voor alle toetjes… Een klein nadeel was dat ze begin van de avond al door de “Kentucky-fried-bloemkool” en het Jackfruit heen waren. Tot groot ongenoegen van een van de dames. Gelukkig was er volop keus en moest ik na mijn 2e toetje passen voor de aller laatste ronde. Ik zat bomvol.

Ik had het niet verwacht maar was aangenaam verrast. De gerechten waren smaakvol en veelzijdig. Ik heb heerlijk gegeten en het (echte)vlees geen minuut gemist. De draadjesvlees bitterballen en saté waren overigens bijna niet van echt te onderscheiden! Om over de zalige cheesecake nog maar niet te spreken. Ons stal-uitje was wederom prima geslaagd. Nu eens verzinnen waar we de volgende keer heen gaan..

 

diverse vegetarische gerechten van Rozey

 

***

Week 1…

De laatste dag van het jaar breekt aan op het moment dat de wekker afgaat. Wat een herrie zo op de vroege ochtend. Mijn dag begint goed. Not!! Ik word met koppijn achter mijn ogen wakker. Alsof iemand vanachter uit mijn schedel met een hamer mijn oogballen er uit wil slaan. Ja, deze beschrijving dekt de lading wel. En dan moet oudejaarsavond nog beginnen. Ik heb drie kwartier nodig om mijn ochtendroutine af te werken en ben tegen 08.00 uur, als eerste, op het werk. Drie kwart van de Nederlandse bevolking is vandaag vrij. Zo ook al mijn klanten. Wat ik op het werk doe is mij een raadsel. Maar de baas wil nu eenmaal dat er een paar collega’s aanwezig zijn. 

Met het laatste is zo’n beetje alles wel gezegd. Al het werk is afgehandeld en de bureau’s zijn “schoon”. Klaar voor het nieuwe jaar. Halverwege de ochtend komen er oliebollen op tafel. Dus ontbijt ik met een bol en een bak thee. Mik er direct een aspro achteraan. Langzaam word ik weer een beetje mens. Na een gezellige middag kletsen met collega’s is het dan eindelijk tijd om naar huis te gaan. Daar wachten nog de nodige klusjes, zoals een spoedbezoek aan Poownie. Na het eten vertrekken we richting mijn oom en tante in Schiedam om met hen het nieuwe jaar in de luiden. 

Het gaat bij ons in de wijk al aardig los met vuurwerk maar eenmaal in Schiedam lijkt het wel of het nieuwe jaar zojuist is ingegaan. Als ik op de klok kijk zie ik dat het pas 20.00 uur is. We hebben een super gezellige avond met lekkere hapjes. En liggen in een deuk om hond Brutus, die met zijn mega verschijnen maar zachte karakter voor hilarische momenten zorgt. Veel te laat lig ik in bed en kom daardoor ook veel te laat mijn bed weer uit. Moet kunnen voor een keer. De aller eerste dag van het nieuwe jaar besluit ik luierend door te komen. Tussendoor plan ik nog een bezoek aan Poownie. 

Bij thuiskomst zie ik dat de staatsloterij ons niets heeft opgeleverd. Ik had zoveel plannen met dat geld, maar helaas. Dat betekent dat we er weer voor zullen moeten werken. De volgende dag gaat de wekker in alle vroegte voor een nieuwe werkdag. Ook deze twee dagen valt er nog niet veel te beleven en heb ik op een makkelijke manier de eerste knaken van het jaar verdiend. 

Wat ben ik blij als het weekend aanbreekt. Nu heb ik tijd om mijn creatieve skills onder het stof vandaan te halen. Want het presentje voor Zus, die volgende week jarig is, ligt te wachten om in elkaar gezet te worden. Het hele idee speelt al dagen door mijn hoofd maar nu kan ik een start maken met de uitwerking hiervan. Alleen al het plezier dat ik hieraan beleef is hopelijk een voorbode voor de rest van het cadeau. Stiekem kan ik niet wachten om het haar te geven. Een volgend log meer hierover… 

We eindigen de zaterdag bij mijn schoonouders. Waar we traditiegetrouw proosten met een nieuwjaarsborrel. Gevolgd door een lopend buffet en een gezellige avond. Terugkijkend op de eerste vijf dagen kan ik zeggen dat het jaar voor mij alvast goed begonnen is. En die van jullie? 

 

 

***

Altijd makkelijker dan je denkt…

Mijn moeder bakte het wel vaker. Speciaal voor ons want zelf vond ze het niet te eten. Maar met verjaardagen of op een zaterdagavond bij de film stond het voor ons op tafel. Een hele grote schaal met popcorn. En dan niet de magnetron variant met zo’n vieze chemische vette smaak. Waar ook je huis nog eens drie dagen naar rook terwijl de popcorn binnen 10 minuten op was. Ik bedoel de echte, boterzachte popcorn met een zoutlaagje.

Eenmaal op mijzelf maakte ik het ook geregeld klaar. De heren en zelfs Groene Draak vinden ook vers gemaakte popcorn een stuk lekkerder dan die uit de magnetron. Maar het is wel altijd dezelfde zoute smaak. Omdat ik niet wist hoe ik de echte zoete bioscooppopcorn na moest maken. Tot nu.

In mijn vakantie, inmiddels een paar weken geleden alweer, had ik wat tijd over en besloot er eens voor te gaan zitten. Zelf karamelpopcorn maken blijkt een stuk makkelijker dan ik dacht. Het is wel wat bewerkelijker dan de zoute variant en toegegeven het is niet bepaald caloriearm. Maar lekker dat het is!!! Nu ben ik totaal geen keukenprinses en karamel maken had ik tot voor kort ook nog nooit gedaan. Want ik dacht altijd dat het heel moeilijk zou zijn.

Een goede voorbereiding is het halve werk. Alles wat ik nodig heb staat al voor het grijpen. Eerst maak ik de popcorn klaar. Dit doe ik in een gietijzeren pan. Die kunnen namelijk wel tegen een stootje. Zodra het scheutje olie in de pan warm is kan de (popcorn)mais er bij. Het wordt altijd meer dan je denkt. Dus een bodem mais is meer dan genoeg. Ik laat het vuur op hoog staan tot de mais goed aan het poffen is. Uiteraard met een deksel op de pan. Wanneer de boel flink poft gaat het vuur omlaag. We schudden de pan geregeld zodat het niet aanbrand. Het hele proces duurt maar een paar minuten. Wanneer het poffen minder wordt gaat de pan van het vuur en de popcorn op een bakplaat met bakpapier.  

Karamel maken is wat bewerkelijker. Ik doe een ruime hoeveelheid suiker met een beetje water in een steelpan en zet dit op middelhoog vuur. Ondertussen knaag ik van de net klaargemaakte popcorn. Ik blijf stug naar mijn pannetje kijken want mij was gezegd dat het snel kon gaan. Maar blijkbaar heb ik iets te veel water toegevoegd want het duurt een eeuw voor het suikerwater amberkleurig wordt. Maar wanneer het eindelijk zover is gaat het inderdaad snel. Ik meng wat zout en een stukje roomboter door het suikerwater. Het begint vreselijk te borrelen maar ik blijf roeren tot het een egale massa is. 

Met mijn vinger in de pan, om even te proeven, kan niet want de karamel is loei heet. Op goed geluk giet ik alles uit over de popcorn op de bakplaat dat direct aan elkaar begint te plakken. Het lijkt wel magnetisch dat spul. De suikerdraden lopen van de pan naar de popcorn en terug naar mijn vingers. Zodra de karamel is uitgeschonken moet alles afkoelen. Maar ik kan natuurlijk weer niet wachten. 

Terwijl de karamelpopcorn eigenlijk nog iets te warm is staan vriend en ik ongeduldig boven de bakplaat, ons al te goed te doen aan dit nieuwe baksel. Het is iets meer werk, en achteraf ben je ook kotsmisselijk, je bent dus gewaarschuwd. Maar de smaak is werkelijk goddelijk!!

 

van popcorn mais tot karamelpopcorn

 

Zie internet voor het juiste recept, er zijn vele wegen die naar heerlijke popcorn leiden 😋…

 

 

***

Lekker buiten…

Sinds het nieuwe seizoen is begonnen ben ik zo’n beetje iedere zaterdag aan de zijlijn te vinden. Dus deze zaterdag had ik mij een voetbalvrije dag beloofd. Althans, dat was de bedoeling. Bij het ontwaken bleek het ook nog eens prachtig weer te zijn. Beetje fris. Maar windstil, zonnetje met een blauwe lucht. Zo’n zalig wintersportgevoel borrelt bij mij naar boven. Eigenlijk wil ik direct een rondje door het park gaan maken. Maar weet dat er eerst nog het een en ander in huis gedaan moet worden. 

En dan, wanneer het ontbijt en de koffie er in zit begin ik toch te twijfelen. Ik ben al een tijd niet meer bij de voetbal in ’s Gravendeel geweest. En het is ook niet eens zeker of Zoon moet spelen gezien zijn blessure. Wandeling door het park of naar de voetbal?? Ik sta drie bedenkelijke minuten te wikken en te wegen en gooi ter plekke mijn indeling voor deze dag om. In volle vaart raap ik mijn fotospullen bij elkaar. Als ik op tijd wil zijn voor de aftrap moet ik mij nog haasten ook. De wandeling met Draak moet even wachten. Niet dat hij het erg vind. 

Als we aankomen bij de voetbal zit de warming-up er net op. Toch nog redelijk op tijd kan ik een plek zoeken en mijn spullen opzetten. Met het zonnetje in mijn rug zit ik hier heerlijk. Hoewel de wedstrijd wat traag op gang komt. De acties vinden ook net buiten mijn bereik plaats. Wanneer het eerste doelpunt van de tegenstander is gevallen maakt dat iets bij de boys los. De acties volgen elkaar nu sneller op. Er wordt wat meer geduwd en tegengas gegeven en voor we het weten valt doelpunt twee voor de tegenstander. Het lijkt er op dat ze deze pot gaan verliezen.  Uiteindelijk weet ’s-Gravendeel de boel om te buigen en winnen de wedstrijd met 3-2. Nog steeds staan ze bovenaan in deze competitie. 

Voor we het dorp verlaten stappen we nog snel even Vriendlief’s favoriete winkel binnen. Waar ik voor een appel en een ei een nieuwe skibroek scoor. Veel later dan gepland zijn we weer thuis. De wandeling met Draak zit er voor vandaag niet meer in. Want Poownie staat ook nog te wachten. En die wil ik voor de verandering graag bij daglicht bezoeken. 

Poownie herkend sinds enige tijd het geluid van mijn auto en staat al te hinniken bij het hek als ik het erf op kom lopen. Uiteraard heeft ie net voor ik aankwam nog even heerlijk door het zand gerold. Zijn vacht zou wit moeten zijn maar op dit moment is beige meer zijn kleur. Hij barst van de energie dus gaan we eerst de rijbak in om wat stoom af te blazen. Voor hem is het ook zalig weer. Wanneer hij al bokkend en rennend rondjes aan het rennen is ben ik maar wát blij dat ik er niet op zit. Voor een bejaarde knol heeft ie nog voldoende power.

Samen met een stalgenoot en haar paard sluiten we de dag al wandelend af. Tijdens het gouden uur zet de zon alles in een tijdelijke gloed. De polder ziet er hierdoor prachtig uit. Het is al schemerig als ik weg ga. Al met al toch lekker heel de dag buiten kunnen doorbrengen. Nu aan de bak met alle foto’s die nog liggen te wachten. 

 

 

 

***

Boffen wij toch weer…

Vanaf de plek aan de tuintafel kijk ik naar Poownie, hoe hij op zijn gemak zijn late lunch naar binnen werkt. De andere paarden kijken vanaf een afstandje verlekkerd toe. Dat geluk heeft Poownie, zonder voortanden en met zijn 25 jaar de oudste van de kudde dagelijks een extra portie voer voorgeschoteld krijgen. Zelf laat ik mij in die tussentijd verwarmen door de najaarszon. Ik ben zo moe dat ik hier, ter plekke, in slaap zou kunnen vallen. Ik loop altijd een beetje op mijn tenen op de vrijdagmiddag. Moe van de hele week door stampen. Maar de laatste weken is het erger dan anders. Door een aantal zieken op de zaak is het druk en loop ik niet meer op mijn tenen maar op mijn tandvlees. Het is dat de zon schijnt maar eigenlijk ben ik zo moe dat ik er chagrijnig van word.

Om op de vrijdag tijd te sparen rijd ik tegenwoordig vanuit mijn werk naar stal. Ik geef hem zijn eten en wat aandacht voor ik weer huiswaarts keer. Geregeld spookt het door mijn hoofd om een verzorgster voor hem te zoeken. Zoals “vroeger”. Toen hij nog in de bloei van zijn leven was. Ze namen mij werk uit handen. Poownie kreeg liefde en aandacht en zelf hadden ze een paard met een gouden hart. Hij sprong, croste door de bossen. Liep wedstrijden en ging zelfs met ze mee op vakantie. Dat is inmiddels alweer een aantal jaar geleden. Maar wat heeft een verzorgster nu aan een bejaard paard?!

Met zijn 25 jaar doet ie het nog prima hoor. Maar ik wil niet dat er nog met hem gejakkerd wordt. Of ondoordachte acties uitgehaald worden. De rek begint langzaam uit mijn “opaatje” te raken. Iets waar ik toch rekening mee moet houden. De stalbaas bood aan om Poownie op de vrijdag van zijn middagsnack te voorzien. Zoveel werk is het nu ook weer niet. Eerst wilde ik niet ingaan op haar aanbod. Liever wanneer het echt nodig mocht zijn. 

Nadat ze het twee keer aangeboden had bedacht ik mij. Ze “kookte” een keertje toen ik echt niet kon en vanaf dat moment is ze op de vrijdag zijn maaltijden blijven geven. Bovenstaande is inmiddels alweer een paar weken geleden. De eerste keer voelde ik mij wat onwennig en zelfs bezwaard. Na 1.5 jaar een soort mantelzorger te zijn voor je eigen paard met periodes dat ik soms twee keer per dag langs ging, naar één dag echt heel bewust overslaan.

Tot nu toe voelt iedere vrijdagmiddag, einde van de werkdag, als een cadeautje. Ik hou super veel van Poownie maar een vrijdagavond niet weg te hoeven, gewoon op de bak kunnen ploffen en bijkomen van een week buffelen voelt echt heerlijk. En toen ik van de week een appje kreeg dat ze hem zelfs mee uit grazen had genomen realiseerde ik voor de zoveelste keer dat we het echt getroffen hebben op deze stal! 

 

 

 

-❤️-

 

De eerste dag…

De kofferbak gaat nog maar net dicht als ik de laatste tas in de auto gepropt heb. Er gaat wel heel veel mee. Maar het is dan ook onze eerste dag op het water sinds Merlin deze week weer op zijn vertrouwde plek in de haven ligt. Alles moet bevoorraad worden. Om nog maar niet te spreken over de kleding die meegaat. Het kan alle kanten op wat weer betreft. En hoewel onze drijvende caravan een dak heeft, hebben we het niet graag koud.

Bij aankomst volgt eerst maar eens een flinke schoonmaak. De eenden hebben nogal huisgehouden op de steiger die hierdoor te smerig is om op te lopen. Zodra wij binnen zitten komt er een aalscholver aanvliegen. Hij neemt plaats naast de nep-kraai, die aan het einde van de steiger op wacht staat om gespuis, zoals dit soort vogels, weg te houden. Met zijn houterige verschijning is hij duidelijk niet indrukwekkend genoeg. Misschien moeten we er één neerzetten met een bewegingssensor. De aalscholver heeft net een bad genomen en spreidt zijn vleugels om te drogen in de zon. Het ziet er prachtig uit van zo dichtbij. Onze buren, zowel links als rechts zijn er overigens ook nog niet, of zijn al uit varen. 

Er liggen nog wel meer boten op de kant maar niet zo veel meer als vorig jaar rond deze datum. Na het poetsen volgt zoals gebruikelijk een bak koffie met een koek. Dan kunnen de trossen los. Na vijf maanden niet gevaren te hebben moet ons lichaam weer even wennen aan het deinen op de golven. Het is niet heel erg druk op het water en dat verbaasd mij. Met de paasdagen zou je zeggen dat veel (water)mensen er op uit trekken met de boot. We varen naar de overkant en gooien het anker uit. Lekker even dobberen in de zon. 

Ik ga achter op het dek zitten, uit de wind maar wel volop zon. Wanneer vriendlief mij een bak koffie komt brengen is het eerste wat-is-het-hier-heerlijk-gevoel compleet. Rechts van ons springen drie kids in het water. Het water is echt niet warmer dan 16 graden. Ik voel met mijn grote teen hoe koud dit precies is. Hoewel ik mij voorgenomen had dit jaar meer bikkel te zijn sla ik echt nog even over. Ze houden het aardig lang uit. De zon speelt verstoppertje en na even aanwezig te zijn is ie weer voor een tijdje weg. Als het afkoelt besluiten we terug naar de haven te varen. 

Bij terugkomst worden we begroet door moedereend met negen heel kleine kuikentjes links. De Aalscholver op de volgende steiger. Ruziënde futen (die maken een herrie!) rechts en waterkipjes met kleintjes voor ons. Echt heel schattig al dat kleine volk rond de boot. Ik mag ze van vriendlief niet voeren. Want als ze eenmaal weten waar eten te halen valt krijg je ze, zelfs met 100 nep-kraaien niet meer van je boot. Het blijft dus bij foto’s maken. In de haven is het windstil waardoor we nog zeker een uur of twee blijven luieren voor we besluiten weer naar huis te gaan. Ja, dit was een prima eerste dag op het water. Kom maar door met die zomerse temperaturen!!

 

 

***