Mijn vertraging…

Vanaf halverwege de lente tot ergens eind zomer wandel ik bijna iedere ochtend mijn rondje door het park. En dat geheel vrijwillig. De wekker gaat om 05:00, ik stap naar buiten en het is stil. De hele wijk is nog in diepe slaap en ik ben de enige die besloten heeft dat dit een goed idee is. Het licht is zacht, de lucht fris. Ik voel me elke keer een beetje trots dat ik dit doe. Het is een momentje voor mijzelf. En een kleine overwinning wanneer ik kies voor bewegen in plaats van snoozen in bed tot ik er echt uit moet.

Maar inmiddels is het alweer een paar weken erg donker rond dit tijdstip. Het soort donker waarbij je je moet afvragen of het wel handig is om nu buiten te zijn. En ook het weer zit niet echt mee. Geregeld komt het met bakken uit de hemel. De straten voelen dicht, de lucht zwaar, en ik merk een lichte tegenzin. Nu maar even niet. Dus ik luister. Ik ruil mijn wandelingen in voor iets anders. Iets dat ik ook binnen kan doen terwijl de wereld nog op slot zit.

Terwijl niet alleen vriendlief, maar ook de hele wijk nog slaapt, rol ik mijn yoga‑matje uit. Ik verruil mijn pyjama voor warme comfortabele kleding. Ik steek kaarsjes aan. Zodat ik mijn eigen bubbel van warmte, coziness en stiekem ook een beetje voor de sfeer, creëer. Want buiten regent het echt keihard. Ik hoor de druppels tegen het raam slaan. En zo kan ik toch lekker landen en wakker worden. De natuur heeft ook zo zijn manieren om te laten zien dat het gewoon fijner is om binnen te blijven.

Ik start met rekken, strekken en alles losgooien wat vastzit. Mijn heup natuurlijk weer vooraan in de rij, want die heeft altijd wat te melden. Van het vele zitten of het vele lopen, of te weinig rekken en strekken. Ik duw, rek en adem, ik vloek zachtjes. Ik handel vaak achteraf. Wanneer ik dus al last heb en de boel eigelijk al vast zit. Maar ook achteraf werkt het. Het rekken bedoel ik dan. Weet je hoe lekker het voelt om je spieren losser te voelen zitten en je lichaam langzaam weer doorbloed raakt? Als dat geen goede start van de dag is?!

Pas daarna ga ik zitten. Stil, ademend en aanwezig. Mijn gedachten zijn inmiddels ook wakker en komen allemaal tegelijk binnen. Ik laat ze rustig uitwaaieren. Ik staar in een van de kaarsjes en kijk terug op wat geweest is. Een lastige periode. Sommige dingen die zijn gebeurd hebben iets bij me geraakt, maar ze hoeven daarmee niet van mij te worden. Ik mag voelen wat het met me doet, zonder het mee te slepen. Dus ik laat los en geef het terug. Ik zet een intentie voor de dag, klein en haalbaar, iets dat past bij de manier waarop de herfst sinds enige tijd een soort natuurlijke vertraging in mijn systeem zet.

De regen tikt door, het huis slaapt nog, en ik zit daar in mijn eigen cocon. Geen haast, geen prestatie, geen stappen tellen. Gewoon ik, mijn matje, mijn adem en weten dat dit precies is wat ik nu nodig heb. De wandelingen komen wel weer terug wanneer het licht terugkomt. Voor nu is dit mijn ochtend. Mijn ritme. Mijn vertraging.

Het eerste ijkpunt…

Lees hier mijn eerste blog: Blijkbaar werkt dit dus wél…

Er is een punt in dit hele proces waarop ik voelde: hé verdraait, ik ben niet zomaar meer aan het proberen en aanklungelen, nee… ik bén het gewoon aan het doen. Mijn lichaam werkt met mij mee. En dat moment, waarop je ineens doorhebt wat er de afgelopen periode gebeurd is, dat het niet alleen zoden aan de dijk zette maar dat het ook echt mega goed voelt. Weet je hoe blij ik was toen ik de weegschaal het ene punt aan zag tikken? Dat is waar ik nu sta: bij mijn eerste ijkpunt. 

En dat allemaal zonder sportschoolanbonnement, zonder strakke schema’s, zonder dat ik heb moeten afzien. Ik ben nog steeds geen uren bezig met gewichten heffen of obscure apparaten tillen en verplaatsen. Hoewel… eerlijk is eerlijk: er komt een moment waarop ik mijn lichaam een handje extra moet helpen als ik door wil naar het volgende ijkpunt. Maar nu? Nu is mijn dagelijkse beweging gewoon onderdeel van mijn vaste routine geworden. Als wandelen niet lukt, pak ik de fiets. En als zelfs dat niet past, zet ik muziek op en ga ik los in de hoop dat niemand kijkt, want ik dans zonder choreografie. Het is pure energie. En het telt. Alles telt, zolang het maar bewegen is.

Weet je wat ook verschil maakt? De rust die ik heb gevonden in een vast eetritme. Niet een vastomlijnd schema met verplichtingen maar wel duidelijkheid. De eerste weken ben ik vooral aan het puzzelen geweest: welke salades zijn snel, lekker en mee te nemen naar mijn werk? Wat kan ik op mijn brood doen dat voedt én vult? Welke smooties doen echt iets voor me? En heb ik tussendoortjes eigenlijk nog wel nodig, of is dat vooral een gewoonte die ik jarenlang heb gevoed? Iets met altijd maar kunnen eten…

Langzaam is er een flow ontstaan waar ik mee kan leven. Mijn avondeten laat ik ongemoeid, maar wel met slimme keuzes zoals ik eerder al zei. Jus gebruik ik met mate. Porties worden iets kleiner, maar de groente inname gaat omhoog. Soms staat er een rauwkostsalade naast mijn bord. De groentela heeft in tijden niet zo vol gezeten met allerhande knaagvoer. Ik heb nog nooit zoveel variatie gehad in wat ik “even snel” kan pakken.

Gaandeweg merk ik dat mijn lichaam reageert. Niet met grote sprongen hoor, maar wel merkbaar. Ik voel me lichter. Mijn broeken zitten soepeler, sommige riemen moeten een gaatje strakker. Ik zie het in mijn gezicht en merk het aan mijn bovenbenen. Het is het resultaat van consequent blijven doen wat werkt. Ook op dagen dat ik er geen zin in heb. Maar op sommige momenten ook gewoon een stukje taart of een ijsje nemen. Want dat hoort er ook bij.

En dan dat eerste ijkpunt… Het is niet een eindstreep, maar een grote knik naar mezelf. Zie je wel, Deb… jij kunt dit gewoon. Rust in mijn hoofd, trots in mijn lijf. Want dat voel ik echt als ik naar het complete plaatje kijk. Trots op mijzelf. Omdat ik ben blijven gaan. Omdat ik heb gekozen voor consistentie. En dat werkt. Geen strijd, geen honger, geen drama. Het is vertrouwen. Het is bewust kiezen. Het is doorgaan. En het voelt verdomd goed om te merken dat mijn lichaam dat doorzettingsvermogen terugspiegelt. 

IJkpunt 1 in de pocket…

Als de zomer zich terugtrekt en ik dat stiekem ook doe…

De zomer zakt langzaam weg uit de dagen. Het licht verandert, de lucht wordt frisser en ik merk dat mijn lijf automatisch een tandje terugschakelt. Of heel misschien komt het omdat ik er dit jaar gewoon wat bewuster mee bezig ben. Rustiger aan. Niet alles tegelijk. Meer aandacht voor wat ik daadwerkelijk aan het doen ben. En ik merk dat ik daar steeds meer plezier in krijg.

Ook in huis ontstaat een soort zachte drang om alles weer om te bouwen tot een warm nest van plaids, zachte stoffen en kaarsen die ruiken alsof ik mijn eigen cabin in de bergen bezit. Ik trek een kleedje over me heen, zet een kop koffie en creëer een hoekje dat voelt als een klein toevluchtsoord. Een plek waar niets moet en ik gewoon mag zitten en zijn.

En dat comfort is misschien minder onschuldig dan het lijkt. Er is steeds meer onderzoek naar de invloed van onze omgeving op hoe we ons voelen. Factoren als licht, kleur, geluid, materialen en de mate waarin een omgeving vertrouwd en prettig aanvoelt, kunnen invloed hebben op stress en ons gevoel van welzijn. Een cozy hoekje is dus gewoon wetenschap. 

Terwijl de avonden korter worden, merk ik dat ik vanzelf meer naar binnen keer. Ik pak geregeld mijn journal erbij en schrijf een paar regels. Gedachten, een vraag, of een terugblik op de dag. Reflecteren helpt om ervaringen te ordenen en gedachten en emoties beter te begrijpen. Het voelt misschien als iets kleins, die paar minuten schrijven, maar juist zulke kleine momenten kunnen ervoor zorgen dat je weer wat overzicht krijgt in je hoofd. En over kleine gewoontes, groot verschil, schreef ik al eens eerder.

Sinds de lente ben ik ook vaker buiten aan de wandel. De natuur vertraagt en ik vertraag mee. Wandelen in een groene omgeving, wordt in onderzoek regelmatig in verband gebracht met minder stress, een betere stemming en meer mentale rust. En dat herken ik inmiddels zelf ook. Want ergens onderweg lijkt de ruis in mijn hoofd als vanzelf wat zachter te worden. Kom maar door met die heerlijk herfstmomenten buiten. 

De natuur nodigt uit om even uit de drukte te stappen en terug te komen bij jezelf. En dat is precies wat deze overgang van zomer naar herfst voor mij betekent: thuiskomen. In mijn huis, ritme en hoofd. Het seizoen geeft me toestemming om zachter te leven en te vertragen. Om momenten te kiezen die goed voelen. Om mijn dagen zo in te richten dat ze me dragen in plaats van uitputten.

Het is bijna grappig hoe simpel het eigenlijk is. Maar juist die kleine dingen maken het leven voller, rustiger en warmer. Ze zorgen ervoor dat je je eigen dagelijkse leven weer voelt. Dat je er middenin staat, in plaats van er voortdurend doorheen te rennen, zoals we gewend zijn.

Dit is iets waar ik meer aandacht aan wil geven: de kunst van het gewone leven wat aangenamer maken. Niet door alles om te gooien en een perfect huis of een perfect leven na te streven. Maar door bewuster te kijken naar de kleine dingen die een dag fijn kunnen maken. Een fijne plek om te zitten. Een wandeling wanneer mijn hoofd vol zit. Een huis dat warmte uitstraalt. Een rustig moment voordat de dag begint. Of een kop koffie zonder ondertussen nog drie andere dingen te doen.

Dit seizoen nodigt uit tot vertragen, verzachten en genieten van wat dichtbij is.
En ik ga daar volledig in mee.

Wat onhandig…

Sommige dingen in het leven zijn gewoon onhandig. Punt. Daar hoef je verder niet over uit te weiden. Maar dat ga ik toch doen. Al is het maar om een blog te vullen. Een van die dingen die op mijn onhandige lijst staat vermeld is de dubbelwandige mok. Je weet wel, zo’n mok die er chic uitziet, alsof je koffie erin zweeft, en die je het gevoel geeft dat je een verantwoord, modern mens bent dat zijn leven op orde heeft. Totdat je een slok neemt.

Want ja, de buitenkant voelt koel en vriendelijk: kom maar, pak me vast, ik ben heel veilig. Maar binnenin schuilt de hel. Een soort vloeibare lava die rechtstreeks je mond in glijdt omdat je hersenen denken: “Oh, de mok is koud, dus de inhoud zal wel meevallen.” Nou, nee. Resultaat: verbrande bakkes. En geloof me, dat overkomt me dus niet nog een keer.

Ik ben niet de enige in huis die slachtoffer is geworden van dit onding. Vriendlief heeft er ooit eentje laten exploderen. Ja echt!! Hij roerde iets te enthousiast met een lepeltje. Het gekraak van het glas diende zich niet zachtjes aan. Het was een complete explosie. Het hele glas klapte uit elkaar alsof het een scène uit Mythbusters was. Levensgevaarlijk x2 zo’n mok.

Zoonlief had een paar weken geleden hetzelfde probleem. Hij maakte een kop zelfverzonnen “gezondheidsdrank” van gember, honing en citroen “is goed voor je gestel, wil je ook?!” en verbrandde vervolgens zijn hele mond. Tja, gezond is dus blijkbaar een relatief begrip.

Welke mafkees heeft dit bedacht? Het zijn ondingen. Ik ging op onderzoek uit om te kijken waar ik een schadeclaim kon indienen. En wat blijkt?! Het idee achter de dubbelwandige mok is helemaal niet nieuw. Sterker nog, het is gebaseerd op eeuwenoude glasblazerij én op pure natuurkunde. Zijn jullie klaar voor een stukje geschiedenis? De oorsprong ligt in Noord-Bohemen begin 1700. Daar werden al glazen gemaakt die uit twee lagen bestonden, waarbij het binnenste glas beschilderd of verguld was. Het was vooral decoratief bedoeld, kijk eens hoe rijk ik ben. 

De technologie achter moderne dubbelwandige mokken komt van de vacuümfles, uitgevonden door Sir James Dewar ergens in 1892. Het principe: twee wanden met daartussen een vacuüm, zodat warmte niet kan ontsnappen. Het is heel slim bedacht. Maar dat betekent dus óók dat je drankje binnenin gloeiend heet blijft terwijl jij denkt dat je het prima naar binnen kunt gieten. 

De huidige glazen mokken zijn meestal gemaakt van borosilicaatglas, licht, stevig, hittebestendig en ontworpen om: je drankje langer warm te houden, de buitenkant koel te laten en er prachtig uit te zien, alsof je koffie zweeft in een mini-ruimtecapsule. Dat zweefeffect is dus expres. Het is design. Het is kunst. Het is… misleidend. Want nergens staat: “Pas op, de inhoud is lava.” 

Het idee was eigenlijk heel nobel: Geen verbrande vingers meer. Geen condens op tafel. Geen koude koffie na drie minuten. Een mooi visueel effect. Dus ik snap wel waarom dit ontworpen is. Maar in de praktijk? Nou ja… zie boven. Mijn conclusie: De dubbelwandige mok belooft comfort, maar levert vooral brandwonden.

Mijn tong, of op dit moment die van zoonlief, dient als bewijsstuk A. Ik gebruik ze niet meer. Niet voor koffie, thee, warme chocolademelk, niet voor wat dan ook dat warmer is dan lauw water. En wie dit ontwerp ooit heeft bedacht? Waarschijnlijk iemand die zelf nooit een slok nam uit een dubbelwandige mok.

Met een beetje hulp van Copilot… 😉

Kleine veranderingen, grote impact…

Juist met kleine stapjes en gewoontes die je dag na dag kunt volhouden begint een verandering. Het zijn de mini‑momenten waarop je heel bewust een keus maakt. Het mooie is dat het je niet heel veel moeite kost en je het daardoor makkelijker vol kunt houden. Het leuke is dat deze kleine stappen uiteindelijk een enorme impact hebben.

In mijn vorige blog schreef ik er ook al over. Maar welke stappen en kleine gewoontjes heb ik dan aangepast, of toegevoegd?

Op mijn bureau staat standaard een 0,75 literfles water. Iedere keer dat ik tijdens mijn werk om wat voor reden dan ook even moet wachten, neem ik een paar slokken. Aan het einde van de dag is die fles leeg. Soms zelfs twee keer. Tel daar koffie en thee bij op en ik zit al snel aan een mooie hoeveelheid vocht. Inmiddels een ondoordachte gewoonte.

Wat ooit klein begon, maar nu een groot verschil maakt, is het schrappen van overtollige suikers. Vroeger dronk ik met gemak een AA‑tje weg. Als ik dat nu doe, maakt mijn tong een dubbele salto omdat het zo belachelijk zoet is. Suiker en honing in koffie en thee zijn eveneens verleden tijd. Je smaak verandert wanneer het niet meer continu geprikkeld wordt door kunstmatig zoet. Je lichaam ook.

Intermittent fasting is iets waar ik mee gestoeid heb maar dat pas echt wilde lukken na het lezen van een blog van Anuk. Daar was het duwtje in de rug en leerde ik oa het verschil tussen honger en trek. Dat inzicht gebruik ik nu dagelijks. Het maakt dat ik bewust kies wanneer ik eet en wat ik eet. Het geeft rust in mijn hoofd en ruimte in mijn lijf.

In mijn smoothies vervang ik de helft van het fruit door groente. De eerste keer voelde het een beetje raar om een hand spinazie in mijn Griekse yoghurt te mikken. Of een halve courgette. Het heeft een heel neutrale smaakt en ik krijg er heel eenvoudig meer groente mee binnen. Ik mis het als ik het een paar dagen niet doe. Kleine aanpassing maar zo’n groot effect.

Sinds ik terug ben van vakantie breng ik meer balans aan in mijn eten. Ik voeg extra eiwitten toe, eet alleen wat nodig is. Echt niet mega streng, maar bewust. Door consistent te blijven met hier en daar een bewuste uitspatting zoals een BBQ, een stuk taart, wat snackies of uit eten zie ik de weegschaal langzaam dalen. En blijft ie wel een keer steken? No worries, stick to the plan! 

Zelfs mijn sausjes krijgen een upgrade. Mayonaise vervang ik door Griekse yoghurt met een scheutje sweetchili- of knoflooksaus. Minder calorieën, dezelfde voldoening. En ’s avonds, wanneer de grote trek toeslaat, kies ik voor een half appeltje met yoghurt en kaneel, of een kleine komkommersalade. Geen chips of koek. 

Dagelijks wandelen, soms maar 1.5 km is inmiddels een vast onderdeel van mijn bezigheden. Het voelt als een grote toevoeging aan de start van mijn dag of als afsluiting ervan. Ook hier een simpele gewoonte, maar een groot effect.

Ik ben benieuwd wanneer mijn lichaam een plateau bereikt. Wanneer het zegt: zo en vanaf nu moet je echt naar “de sportschool”. Maar zolang ik deze kleine gewoontes aanhoudt zie ik nog steeds een daling. Vooralsnog voelt het niet alsof ik aan strijden ben. Ik verbaas mij er zelfs over hoe gemakkelijk het mij afgaat. 

En wat zijn jullie (kleine)gewoontes met een grote impact?

Blijkbaar werkt dit dus wél…

Bij zomervakantie denken er altijd een aantal: eerst afvallen voor ik mijn bikini aantrek. Daar ben altijd veel te laat mee. Pas drie dagen voor vertrek kijk ik in de spiegel en denk: tja, er mag iets meer Boor van de botten en hopelijk past die bikini nog… Maar ja… te laat. En op vakantie wil ik me nergens druk om maken. Ik eet wat ik wil, wanneer ik wil, zonder schuldgevoel. Jarenlang kwam ik na zo’n vakantie gewoon weer terug op mijn oude gewicht zodra het normale ritme begon. Dat was in de tijd dat ik nog hobby’s had waarbij ik vanzelf veel bewoog. Dat is de afgelopen twee jaar niet meer zo.  

Wanneer ik na mijn laatste vakantie thuiskom, voel ik dat het anders moet. Ik ben niet het type dat zichzelf eten ontzegt. Als mijn smaakpapillen blij zijn, ben ik dat meestal ook en dat wil ik graag zo houden. Tijdens de periode waarin ik bezig was met intermittent fasting heb ik veel geleerd: hoe mijn lichaam reageert op rust, hoe mijn geest kalmeert wanneer ik minder eet, en vooral het verschil tussen honger en trek. Dat zijn geen zweverige inzichten, maar gewoon biologische feiten: je lichaam maakt onderscheid tussen fysieke behoefte en aangeleerde eetmomenten. En als je die patronen doorbreekt, ontstaat er ruimte om te voelen wat er écht nodig is. Bizar maar waar en zeker de moeite waard om eens te ontdekken. Ik raad het je aan.

Hierdoor besluit ik het intermittent fasting weer uit de kast te halen. Ik ga iedere dag wandelen, zie mijn wandelblogs, inmiddels een heerlijk ritueel. Wandelen verlaagt stresshormonen, verbetert je insulinegevoeligheid en helpt je lichaam letterlijk om weer in balans te komen. Ik voeg meer eiwitten toe aan mijn maaltijden, omdat eiwitten zorgen voor verzadiging, spierherstel én het mooie: je lichaam verbrandt meer calorieën met het afbreken van deze eiwitten. Win‑win, snappie?! Ondertussen probeer ik een paar slimmere keuzes toe te voegen, zoals vette sauzen vervangen door Griekse yoghurt met kruiden, of een mix ervan. Een zak chips voor een schaaltje popcorn. Of mijn all‑time favorite: partjes appel met Griekse yoghurt en kaneel.

Ik houd me een groot deel van de week aan mijn standaard maaltijden. En zo nu en dan maak ik een uitstapje naar een gebakje, een koekje, een ijsje of een BBQ met alles erop en eraan. Ik ontzeg mezelf ook zeker geen pizza of patatjes. En geregeld proberen om onder mijn nodige calorieën te blijven, werkt ook mee. 

Het mooie is dat mijn gewicht, BMI en vetpercentage nu langzaam maar gestaag aan het dalen zijn. Echt niet door uren in de sportschool, maar door kleine aanpassingen die mijn lichaam helpen om terug te keren naar een natuurlijk evenwicht. Stick to the plan. Blijf consistent. Dit en kleine veranderingen hebben een heel groot effect.

Door niet naar mijn dagelijks gewicht maar naar mijn weekgemiddelde te kijken haal ik de ruis eruit zoals vocht, hormonen, zout, slaaptekort en verschijnt er een trend. Het is bijna magisch om te zien hoe mijn lichaam, met een beetje begeleiding, zelf op zoek gaat naar het ideale gewicht. Voor mezelf heb ik een aantal ijkpunten in gedachten. Het eerste komt nu al in zicht. En dat zonder strijd, honger of drama. Gewoon door luisteren, voelen en een paar slimme keuzes en gezonde gewoontes.

Weet je hoe dit motiveert om door te zetten?!

Wat zij me meegaf…

Voor mijn moeder waren beschermengelen, kristallen en “het onverklaarbare” onderdeel van het dagelijkse leven. Geen idee waar ze haar kennis vandaan haalden. Ze las geen boeken en internet hadden we niet. Op de radio luisterden we naar Het Zwarte Gat en namen als Jomanda, Uri Geller Rasti Rostelli en later Derek Ogilvie, waren bij ons thuis heel normaal. Misschien deels entertainment, misschien niet. Voor mij maakte dat als kind geen verschil. Haar fascinatie werd vanzelf de mijne.

Ik groeide op in een wereld waarin het paranormale een doodgewone zaak was. Ze liet me er zelfs mee spelen. Overdag bedenken wat ik ’s avonds wilde eten. Het voor me zien, bijna proeven… en het daarna “doorsturen”. En nee, niet via de app, dat bestond toen niet. En verdraait, vaak aten we dat wat ik had doorgestuurd. Of lag die snickers toch op de tafel.

Toen ik uit huis ging, verdween dat naar de achtergrond. Werk, leven, doorgaan. Tot mijn moeder overleed. Alsof er ergens een deur op een kier werd gezet die ik jarenlang had genegeerd. Het paranormale, mijn zesde zintuig, de nieuwsgierigheid, het kwam allemaal terug.

Ik begon diverse cursussen te volgen. Mensen verklaarden me soms voor gek. Te zweverig. Te duur. Te ver gezocht. En thuis… daar zat ook die nuchtere blik. “Moet je dit nou wel doen?” Toch liet hij me mijn weg bewandelen. Gelukkig maar, ik voelde het zo duidelijk dat ik dit niet zomaar wilde wegstoppen. Op de eerste cursus leerde ik weer stil worden. Gronden. Mediteren. Luisteren op een laag die je niet met je hoofd kunt begrijpen.

Het kantelpunt kwam op mijn examendag tijdens een reading van een voor mij onbekend dier. Ik noemde dingen die ik niet kon weten. Details. Informatie. Namen van dieren die ik nooit had gezien of gehoord. 

De afstand tussen mij en “het ongeziene” werd weer kleiner. Alsof de sluier dunner werd. Ik ontdekte dat communiceren op zielsniveau helemaal niet zo bijzonder is als we denken. Het is er altijd. Alleen zitten we er zelf vaak tussen. Met ons hoofd, ego en twijfel. En het mooie? Het kan met alle vormen van energie.

Toch hield ik het nog lang een beetje klein. Want ja… wat zeg je? “Ik praat met de kat van de buren!” Dat is niet het standaard praatje op een verjaardag. Maar diep vanbinnen wist ik allang dat ik dit niet wilde wegstoppen. Langzaam kwamen er meer mensen op mijn pad die hetzelfde voelden. Of die open genoeg waren om te luisteren.

Inmiddels ben ik veertien jaar verder. Heb mijn intuïtie verdiept, trainingen gevolgd en mijn basis verstevigd. In maart rondde ik mijn opleiding tot energetisch coach af. Een fantastisch mooie aanvulling op dat stuk waar ik nu mee verder wil.

Daar ligt voor mij de volgende stap. Groeien in het mediumschap. Iets waar ooit het zaadje voor gepland is en waar ik nu langzaam mee verder wil. Van puur voelen naar steeds meer doorgeven. Ik oefen. Dagelijks. Ik leer luisteren zonder in te vullen. Ruimte maken voor wat zich wil laten zien en gehoord wil worden. Of iets nuchterder geformuleerd: hen een stem geven die zelf geen stem meer hebben. Hoe dat er precies uit gaat zien? Dat ontvouwt zich stap voor stap. Maar één ding weet ik zeker: Ik ga het niet meer kleiner maken dan het (voor mij) is.

Waar mijn gedachten uitwaaien…

Terwijl de dag langzaam aan mij voorbij trekt zit ik gebogen over mijn huiswerk. Ik maak aantekeningen, lees het een en ander terug. Ik bekijk wat filmpjes uit voorgaande lessen. Zoek wat op online en test mijn kennis aan de hand van voorgaande casussen. De zon laat zich ondertussen ook geregeld zien. Maar meer dan even een frisse neus halen in de tuin gun ik mijzelf niet. Na het avondeten heb ik toch genoeg van het binnen zitten. Mijn lichaam schreeuwt bijna om frisse lucht en beweging. Ik kleed mij om voor een donker rondje door de wijk.

Het is lekker fris buiten. 3 graden maar met een gevoelstemperatuur van -5. Gelukkig is het droog en ondanks de aangekondigde oostenwind is het nu windstil. Ik ben bijna gekleed als een eskimo met een lange, warme jas met capuchon, sjaal en handschoenen. Terwijl ik mijn wandeling start spits ik mijn oren of ik iemand hoor. Ik wil mensen graag vertrouwen, daarnaast loop ik door de woonwijk. Maar er gebeuren tegenwoordig zoveel gekke dingen dat ik graag op voorhand weet wie waar loopt, of waar ik iemand kan verwachten. 

Ondertussen stap ik lekker door. Mijn gedachten dwalen af naar de afgelopen maanden. In maart 2025 ben ik mijn opleiding begonnen. We zijn aWlweer bijna een jaar verder. Nog even en ik mag examen doen. Er zijn heel veel onderwerpen voorbij gekomen waarmee ik ook echt aan de slag mocht gaan. Sommige maakten mij heel enthousiast en voelde aan alsof ik nooit anders gedaan heb.

Ik ben nog geen 15 minuten van huis en heb het nu al warm. Mijn handschoenen doe ik uit en mijn capuchon gaat af. Het voelt heerlijk om de koude lucht langs mijn gezicht te voelen strijken. Ik kan een glimlach niet onderdrukken als ik denk aan de module klankschaal healing. In de ochtend mochten we zelf ervaren hoe het is om in een bad van klanken en geluiden weg te mogen zakken. In de middag voelden we ons als kinderen in een snoepwinkel met al die klankschalen, (oceaan)drums, de grote gong en rainsticks waarmee we zelf aan de slag mochten. Het eerste uur was een complete chaos, waarbij iedereen van alles aan het uitproberen was. Trilling en frequentie doet heel veel met je. Deze module verdient het om nader onderzocht te worden.

Online is er een hoop te verkrijgen. Maar liever ga ik eens langs bij een winkel. Dan kan ik horen en voelen voor ik tot een aankoop overga. De weg heeft mij op een kruispunt gebracht. Ik kan links voor een grotere ronde, rechts om direct naar huis te gaan of rechtdoor om er nog wat meters aan vast te plakken. Ik kies voor de gulden middenweg en ga rechtdoor. Mijn gedachten gaan naar mijn werkkamer, die nu dienst doet als kantoor, sportkamer en zo nu en dan behandelkamer voor het geven van Reiki, energetische behandelingen en massages. Echt heel ideaal is dit niet. Ik zou eigenlijk een garage of groot tuinhuis moeten hebben dat ik om kan bouwen tot praktijk. 

De voordeur doemt alweer op. Mijn heerlijke wandeling is ten einde. Mijn hoofd is lekker fris en leeg. Ik besluit mij nu niet druk te maken over mijn werkkamer of klankschalen. Laat ik eerst mijn examen maar eens halen en dan verder denken of en hoe ik dit vorm ga geven. 

Wandelen

De kracht van kou…

Een stukje verder dan waar wij vakantie vieren ligt Erpfendorf. Drie huizen, een kerk en een mesthoop. Meer is het niet. Wanneer je de hoofdstraat binnen rijd is het alsof je terug gaat in de tijd. Eenvoud en rust. Wat ze daar ook hebben is een Kneippanlage. Dat is een natuurlijke wellnessplek in de buitenlucht, gebaseerd op de inzichten van Sebastian Kneipp, een 19e-eeuwse priester en natuurgenezer. Hij ontdekte dat koud water een helende werking heeft en ontwikkelde een methode waarbij water, beweging, kruiden en balans in het dagelijks leven centraal staan. Wat ooit begon als een manier om zijn eigen gezondheid te herstellen, groeide uit tot een levensfilosofie die vandaag nog steeds miljoenen mensen inspireert.

De Kneippanlage ligt verstopt achter de charmante kerk St. Barbara. Zodra we daar het pad aflopen, stappen we in een kleine oase van rust. Er is een voetenbad gevuld met ijskoud bronwater, een blotevoetenpad vol verschillende structuren en geuren, en bankjes die uitnodigen om even stil te worden. De kruidentuin met munt, salie en tijm prikkelt mijn zintuigen terwijl ik stap voor stap verder ga. Alles om me heen ademt eenvoud en natuur: de bergen, de frisse lucht en het heldere water nodigen me uit om even helemaal te relaxen en los te laten.

We lopen om het bad heen en maken het ons gemakkelijk. In het park is verder helemaal niemand. En dat terwijl het hoogzomer is met een strakblauwe lucht en een graadje of 28. Dit is de ideale locatie om te relaxen en af te koelen te gelijk. Veel beter dan het overdrukke en volle zwembad met gillende en krijsende kinderen in het dorp. Hoewel je niet moet denken dat je even heerlijk kunt plonzen in het kneippbad. Want dat is nu juist net niet de bedoeling en wil je ook helemaal niet want te koud.

De bedoeling van kneippen is verrassend eenvoudig, maar juist daarin zit de kracht. Je stapt met blote voeten in koud bergwater en tilt je knieën hoog op, alsof je een ooievaar nadoet. Door de kou trekken je bloedvaten even samen en daarna verwijden ze zich weer. Dit stimuleert de doorbloeding, geeft je immuunsysteem een boost en laat spanning uit je lijf wegstromen. Zodra je het water uitstapt, voel je warmte en energie door je benen stromen. Het contrast van koud water en de (pijnlijke) prikkels van het blotevoetenpad maakt dat je lichaam wakker schud en je pijngrens wordt opgezocht, zich herpakt, alsof je een natuurlijke reset krijgt. (Maar eerst drie keer een error want &☠️*$☠️%$ koud!!)

We liggen nog geen 5 minuten of het park stroomt vol met wielrenners. Ze houden een korte pauze en een enkeling waagt zich in het koude water. Na een kwartier verdwijnen ze weer en laten ons in rust achter. Er blijft een oudere vrouw achter die rondje na rondje loopt. Dit heeft ze vaker gedaan. Ik kom in eerste instantie niet verder dan de eerste twee treden van het trappetje. 

Waarom het zo verfrissend is? Omdat het niet alleen lichamelijk werkt, maar ook mentaal. Het koude water maakt je direct wakker, haalt je uit je gedachten en brengt je helemaal in het moment. Je voelt (niks meer), je ademt, je ervaart (vreselijke kou). Het is alsof je lichaam en geest samen besluiten: we beginnen opnieuw. In de eenvoud van een paar stappen door het water ontdek ik telkens weer hoe de natuur de beste therapeut kan zijn. Had ik al gezegd dat het water koud was? 

Het einde van een tijdperk…

Het pand waar ik werkzaam ben, staat iets meer dan 2 km van mijn huis en beslaat vier verdiepingen. Ik heb op iedere verdieping en in elke hoek wel eens mijn bureau mogen neerzetten. Hoewel ik dit niet mijn tweede thuis zou noemen, voelde ik mij hier wel altijd thuis. Toen het nog geheel ons “eigendom” was en we er met 125 man in zaten. Maar ook toen, beetje bij beetje, andere divisies en afdelingen verplaatst werden naar Amsterdam, Maarssen en later naar Hilversum, en wij soms nog maar met twee man in het hele pand aan het werk waren.

Een jaar lang hebben wij als enige het gebouw bezet. We hadden een hele verdieping en de complete begane grond voor onszelf. Inmiddels wordt er niet altijd meer op kantoor gewerkt en hadden we een overschot aan ruimte. We gingen terug naar een kwart van het pand en zijn een bedrijfsverzamelgebouw geworden.

Met vijf bedrijven in één pand voelt niemand zich verantwoordelijk, de pandbeheerder al helemaal niet. Het gebouw is ronduit smerig, het onderhoud is achterstallig, en verloedering ligt op de loer. De klimaatbeheersing is al jaren een drama. Gezondheidsklachten na een dag werken nemen met rasse schreden toe. Geen goede reclame. Tijd om te verhuizen.

Iets dat mij toch wel een beetje aan het hart gaat. Voordat dit pand uit de grond getrokken werd, stond hier het bedrijf waar mijn vader jarenlang met veel plezier heeft gewerkt. Om het nog specialer te maken: mijn eerste werkplek bevond zich op exact dezelfde locatie als de ruimte waar mijn vader vroeger de orders aannam en verwerkte. Als ik naar buiten keek, zag ik dezelfde omgeving die mijn vader ook altijd gezien heeft. Soms, als ik door de krochten van ons pand liep, op zoek naar een doos briefpapier, rook ik een vlaag van de staal- en stoflucht die altijd om mijn vader heen hing als hij gewerkt had. Als ik dan mijn ogen dichtdeed, zag ik hem heel levendig voor me in zijn blauwe overall en veiligheidsschoenen.

Herinneringen zijn om te koesteren, maar wij moeten door. Dus besloot de baas dat we aan de overkant van het water, bij onze zusterorganisatie, konden intrekken. Plek zat, en van alle gemakken voorzien. Het afgelopen jaar is er meermaals geruimd: overbodige spullen werden van de hand gedaan. Hoe dichter we op de verhuisdatum kwamen, hoe leger ons kantoor werd. Uiteindelijk is zo’n beetje de hele inventaris via een opkoper opgehaald, en ons nieuwe kantoor werd van nieuwe meubels voorzien. De baas vond een verhuisservice wat overbodig. Zoveel is het niet meer, en als we allemaal effe de schouders eronder steken…

Nou, verrassing: het was wél veel. En heel vies. Kasten en tafels van hun plek halen die al honderd jaar niet verplaatst of schoongemaakt zijn… bah. We zijn met een groepje twee dagen bezig geweest. Met slepen, sjouwen, weggooien. Inpakken en weer uitpakken. Schoonmaken en poetsen. Ik was kapot. En nog steeds staat niet alles op zijn plek of is even schoon.

Maar eerlijk is eerlijk: de nieuwe werkplek voelt fijn aan. Het is een lichte omgeving, met airco die het doet. We hebben een receptie, kantine, vaatwasser en een binnentuin. Het is een plek waar je ook zonder schaamte klanten kunt ontvangen. Einde van de maand geef ik de sleutels terug. Een klein gebaar, maar met grote betekenis: na bijna 18 jaar sluit ik hiermee een bijzondere tijd af op deze locatie.