Opgaan in het moment…

Geregeld doe ik het al zonder er echt bewust van te zijn. Zoals bij het fotograferen of een graassessie met Poownie bijvoorbeeld. Steevast voel ik mij happy en voldaan wanneer ik de foto’s bekijk of terug ben op stal. Happy en soms zelfs een beetje zen… 

Hoe kan het dat “simpele” dingen mij zoveel voldoening geven? Dat ik met nog meer plezier uitkijk naar een volgende keer? Mijn hoofd leger en rustiger is? Alsof de boel herschikt of opnieuw geordend is. Kun je mij nog volgen? Sommige sporters ervaren dit ook wel eens na een flinke workout. Je voelt je (emotioneel) lichter en fijner.

Eind vorig jaar besloot ik mijzelf te “analyseren” wanneer ik foto’s aan het maken was. Ik wilde weten hoe het kwam dat juist fotografie mij zo veel meer dan alleen maar mooie platen oplevert. Het antwoord had ik vrij snel boven tafel en was heel simpel: Ik heb zoveel plezier in wat ik doe dat ik op ga in het moment. Eén zijn met dat wat er voor mijn neus gebeurd. Niet nadenken, analyseren, herkauwen en opnieuw doen! Nee, gewoon helemaal opgaan in het hier en nu. Met mijn volle aandacht genieten van wat ik aan het doen ben. Dat is in een vogelhut, afgesloten van de buitenwereld, misschien niet zo moeilijk. Maar het lukt mij ook langs een drukke zijlijn op het voetbalveld. Waar mensen en spelers soms letterlijk om mij heen lopen. 

Wat nou als ik deze ervaring eens door trek in mijn leven? Iedere dag een soort meditatie geluksmoment, misschien zelfs meerdere keren per dag die flow voelen? Uiteraard zonder gebruik van verdovende middelen, laten we daar duidelijk in zijn. Zou dat kunnen? Ik denk het wel. De rustige omgeving is, gezien de drukte langs een voetbalveld, niet perse noodzakelijk. Mijn eigen handelen en denkwijze daarentegen wel. Daarvoor moet ik wel aan de bak. 

Wanneer ik ’s avonds alleen ben besluit ik het direct uit te testen. Normaal is het koken iets wat moet. Even tussen de bedrijven door en niet iets waar ik altijd zin in heb. Nu doe ik het anders. Eerder op de dag had ik met zorg mijn eten uitgekozen en alle ingrediënten liggen nu voor mij uitgestald op het aanrecht. Op het menu staat een pastasalade. Niet het aller moeilijkste om klaar te maken. Toch besluit ik er letterlijk de tijd voor de nemen. De enige tijd die ik in de gaten hoef te houden is de kooktijd voor de pasta.

Het vergt nogal wat doorzettingsvermogen om er mijn volle aandacht bij te houden. Koken is niet echt mijn ding. Ik moet er even inkomen. De ingrediënten met zorg snijden. Het maken en kruiden van de dressing. In gedachte proef ik alvast hoe het eindresultaat zal zijn. Wanneer ik ga eten staan telefoon, tv en radio uit. Een met mijn maaltijd! Ook nu besluit ik er de tijd voor de nemen. Ik constateer twee dingen: ik proef intenser wat ik eet en mijn maaltijd smaakt lekkerder dan ooit. Ik betrap mijzelf er op dat ik hiervan heb genoten. 

Met deze ervaringen in mijn achterhoofd wil ik de komende maanden proberen mijn gehaaste leven veel meer een halt toe te roepen. Meer opgaan in welk moment dan ook. Genieten van dat wat nu is. Ik hoop jullie mee te kunnen nemen in mijn zoektocht naar het creëren van meer zen-momenten in alledaagse dingen. Doen jullie mee?

 

 

Wordt vervolgt… 

***

Altijd makkelijker dan je denkt…

Mijn moeder bakte het wel vaker. Speciaal voor ons want zelf vond ze het niet te eten. Maar met verjaardagen of op een zaterdagavond bij de film stond het voor ons op tafel. Een hele grote schaal met popcorn. En dan niet de magnetron variant met zo’n vieze chemische vette smaak. Waar ook je huis nog eens drie dagen naar rook terwijl de popcorn binnen 10 minuten op was. Ik bedoel de echte, boterzachte popcorn met een zoutlaagje.

Eenmaal op mijzelf maakte ik het ook geregeld klaar. De heren en zelfs Groene Draak vinden ook vers gemaakte popcorn een stuk lekkerder dan die uit de magnetron. Maar het is wel altijd dezelfde zoute smaak. Omdat ik niet wist hoe ik de echte zoete bioscooppopcorn na moest maken. Tot nu.

In mijn vakantie, inmiddels een paar weken geleden alweer, had ik wat tijd over en besloot er eens voor te gaan zitten. Zelf karamelpopcorn maken blijkt een stuk makkelijker dan ik dacht. Het is wel wat bewerkelijker dan de zoute variant en toegegeven het is niet bepaald caloriearm. Maar lekker dat het is!!! Nu ben ik totaal geen keukenprinses en karamel maken had ik tot voor kort ook nog nooit gedaan. Want ik dacht altijd dat het heel moeilijk zou zijn.

Een goede voorbereiding is het halve werk. Alles wat ik nodig heb staat al voor het grijpen. Eerst maak ik de popcorn klaar. Dit doe ik in een gietijzeren pan. Die kunnen namelijk wel tegen een stootje. Zodra het scheutje olie in de pan warm is kan de (popcorn)mais er bij. Het wordt altijd meer dan je denkt. Dus een bodem mais is meer dan genoeg. Ik laat het vuur op hoog staan tot de mais goed aan het poffen is. Uiteraard met een deksel op de pan. Wanneer de boel flink poft gaat het vuur omlaag. We schudden de pan geregeld zodat het niet aanbrand. Het hele proces duurt maar een paar minuten. Wanneer het poffen minder wordt gaat de pan van het vuur en de popcorn op een bakplaat met bakpapier.  

Karamel maken is wat bewerkelijker. Ik doe een ruime hoeveelheid suiker met een beetje water in een steelpan en zet dit op middelhoog vuur. Ondertussen knaag ik van de net klaargemaakte popcorn. Ik blijf stug naar mijn pannetje kijken want mij was gezegd dat het snel kon gaan. Maar blijkbaar heb ik iets te veel water toegevoegd want het duurt een eeuw voor het suikerwater amberkleurig wordt. Maar wanneer het eindelijk zover is gaat het inderdaad snel. Ik meng wat zout en een stukje roomboter door het suikerwater. Het begint vreselijk te borrelen maar ik blijf roeren tot het een egale massa is. 

Met mijn vinger in de pan, om even te proeven, kan niet want de karamel is loei heet. Op goed geluk giet ik alles uit over de popcorn op de bakplaat dat direct aan elkaar begint te plakken. Het lijkt wel magnetisch dat spul. De suikerdraden lopen van de pan naar de popcorn en terug naar mijn vingers. Zodra de karamel is uitgeschonken moet alles afkoelen. Maar ik kan natuurlijk weer niet wachten. 

Terwijl de karamelpopcorn eigenlijk nog iets te warm is staan vriend en ik ongeduldig boven de bakplaat, ons al te goed te doen aan dit nieuwe baksel. Het is iets meer werk, en achteraf ben je ook kotsmisselijk, je bent dus gewaarschuwd. Maar de smaak is werkelijk goddelijk!!

 

van popcorn mais tot karamelpopcorn

 

Zie internet voor het juiste recept, er zijn vele wegen die naar heerlijke popcorn leiden 😋…

 

 

***

Daar kun je mee thuiskomen…

“Wat vind je?” Vraag ik vriend terwijl ik voor hem door de kamer paradeer. “Ga je dat allemaal aantrekken?” Is zijn reactie “Hoezo, vind je al die bling-bling niet mooi?” Vraag ik. “Kun je dan op zijn minst drie van die dingen uitzetten?” Ik frons mijn wenkbrauwen zo dat ze elkaar bijna raken. Ik stop met lopen en kijk hem bedenkelijk aan. Ik heb een reflecterend hesje aan waar rode LED-lampjes op zijn aangebracht. Om elke arm en been draag ik een reflecterende band waar eveneens LED-verlichting op zit. Maar dat in tegenstelling tot het hesje hysterisch staat te knipperen in blauw neonlicht.

“Als je zo in het donker over straat gaat denken ze op zijn minst dat er een alien geland is, of een hoerentent geopend is.” Alhoewel… Het is een dorp he?! Dan zullen ze vast voor de eerste optie kiezen! Ik ben niet van mijn plan af te brengen. Maakt niet uit wat voorbijgangers denken. Zolang automobilisten maar stoppen of op zijn minst langzamer gaan rijden. Zo kunnen wij veilig over straat.

De volgende dag neem ik alle verlichting mee naar stal voor een wandeling in het donker. We gaan alle bling-bling eens in de praktijk testen. Hesje om en alle verlichting aan. Armen en benen voorzien van de reflecterende banden met de lichtjes op standje hysterisch. Ook Poownie krijgt een set om alle vier zijn benen. Oké, toegegeven, het is even wennen met al dat rode en blauwe licht dat we nu uitstralen. En eigenlijk voel ik mij nu ook een beetje een wandelende kerstboom.

We zijn de weg nog niet op of ik hoor achter mij: “Jingle Bells, Jingle Bells… Leuke outfit mevrouw!!” Een wielrenner die, zelf compleet onzichtbaar in het donker, mij passeert. Haha, heel leuk!! Ik roep hem na dat wij in ieder geval niet zo makkelijk over het hoofd gezien kunnen worden. Dan komt mijn eerste test object de hoek om janken. De bestuurder ziet een chaos van rode en blauwe lampjes op zich afkomen. Voor het grote what-the-fuck-is-dat-effect draai ik rondjes en spring in de lucht. De auto gaat vol in de remmen. Hij staat bijna stil als wij hem passeren op de smalle weg waar auto’s, fietsers en wandelaars over heen moeten voordat we een veilig voet- en fietspad bereikt hebben. 

Ik bedank de bestuurder en loop door. Als we eenmaal de weg uit zijn begin ik er lol in te krijgen. We zoeken een stukje gras op waar we alle twee veilig staan. Poownie kan lekker grazen en ik zie van links en rechts al het verkeer aankomen. Brommers, scooters en auto’s… Ze remmen allemaal af. Ze snappen blijkbaar niet wat ze zien. Gekleurde zwevende kerstlampjes die door mijn gespring en gedraai onsamenhangend bewegen… Fietsers die voorbijkomen maken er grapjes over en wandelaars stoppen om een praatje te maken. Het is hilarisch om te zien hoe andere weggebruikers hierop reageren. Mijn missie is geslaagd.

De andere dames op stal grappen de eerste week nog wat over onze nieuwe outfit. Maar al snel zijn ze overstag en zien ze de veiligheid er ook van in. Als we na een tijdje met een groepje inclusief onze paarden over de weg wandelen, krijgen we het éne “compliment” na het andere over onze zichtbaarheid. Kijk, daar kun je mee thuis komen!!

 

 

-🐴- 

George Maduro….

Eerst een stukje geschiedenis: Het 15 juli 1916, als George John Lionel Maduro in Willemstad, Curaçao geboren wordt. Hij is amper 10 jaar oud als hij door zijn ouders naar Den Haag wordt gestuurd om daar zijn lagere school en studie af te maken. Wanneer hij in leiden aan een studie rechten is begonnen moet hij, net als alle andere mannen, het leger in. Als Nederland in 1940 wordt aangevallen door de Duitsers is Maduro in Den Haag gelegerd als reserveofficier der Nederlandse Cavalerie. De Duitsers bezette Villa Leeuwenberg (ook bekend als Huize Dorrepaal) in Leidschendam en onder zijn leiding worden de Duitsers krijgsgevangen gemaakt. 

Maduro wordt uiteindelijk gepakt. Na zijn vrijlating duikt hij onder maar word verraden en opnieuw opgepakt. Hij doet een poging te ontsnappen maar dit mislukt. Hij wordt overgebracht naar concentratiekamp Dachau. Kort voor de bevrijding van Nederland overlijdt Maduro op 28 jarige leeftijd. Zijn heldhaftige optreden bleef niet onopgemerkt. Op 9 mei 1946 kreeg hij (na zijn overlijden) de Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde toegekend voor zijn getoonde moed en heldhaftige optreden. 

George Maduro

De ouders van George, die enig kind was, wilden een herinnering voor hun overleden zoon. Ze schonken het startkapitaal voor de bouw van Madurodam. In 1952 werd het themapark geopend. Het park laat de geschiedenis van Nederland zien en is tevens een levende herinnering aan oorlogsheld George Maduro. 

Was jij op de hoogte van bovenstaande? Ik in ieder geval niet en kwam er achter na ons bezoek aan Madurodam afgelopen week. Ik dacht altijd dat Maduro iets betekende als “klein” of “op schaal” of “miniatuur”. 

Als kind ben ik ooit in Madurodam geweest. Ik vond er geen hol aan. Kleine huisjes, kleine molens, kleine vliegtuigen en ik mocht nergens aan zitten, alleen maar kijken. Terwijl ik zo graag alle luikjes voor de ramen van die huisjes dicht wilde doen, of de ophaalbrug bij een van die kastelen wilde bedienen. Nee, het kon mij niet bekoren. Ik ben er nooit meer naar toe gegaan. Tot van de week. 

Nu mocht ik jammer genoeg nog steeds nergens aanzitten. Maar alle miniaturen hadden voor mij nu wel een betekenis. Ik snapte de verhalen er achter en keek met compleet andere ogen naar de kleinste officiële stad van Nederland. Gelijk al bij binnenkomst wordt het verhaal van Maduro verteld. Daarna start de (korte) reis door het park. Her en der vind je “doe dingen”, kun je verhalen aanhoren over de geschiedenis van Nederland (dat erg leuk gedaan is!) en kun je opzoek naar het engeltje met de mobiele telefoon op de Sint Jan.

Nog wat leuke wist je datjes: 

  • De miniaturen in het park zijn op schaal 1:25 nagebouwd;
  • De opbrengsten van het park komen ten goede aan het Madurodam kinderfonds;
  • Zelfs de Nachtwacht is te bewonderen;
  • Er hangt een inbreker aan het Rijksmuseum (ook die hebben we gevonden);
  • Voor een paar cent kun je bij de klompenfabriek een paar miniklompjes laten maken.

Het is een leuk park om naar toe te gaan, zeker als je wat ouder bent. Niet dat je, jezelf er een hele dag kunt vermaken. Maar in combinatie met een bezoek aan Scheveningen, wat wij gedaan hebben, een prima dagbesteding. 

 

Madurodam

 

 

*Bron: Website van Madurodam

650 jaar terug in de tijd…

Slot Loevestein stond al even op mijn lijst om te bezoeken. Maar pas nadat ik het boek Maria, van Suzanne Wouda gelezen had. Een verhaal over het leven van Hugo de Groot. Een personage die ik enkel ken uit een vage geschiedenisles. En waarvan eigenlijk alleen de naam, Loevestein en boekenkist is blijven hangen. 

Het verhaal begint met de beschrijving van het leven van twee vrouwen, Maria van Reigersberch en Elske van Houweningen. Twee totaal verschillende vrouwen, uit een compleet ander milieu. Hun paden kruisen elkaar in Rotterdam. De één trouwt met Hugo. De ander wordt hun dienstmeid. Hugo wordt vanuit het perspectief van Elske en Maria verteld. Ik kreeg een opfrissing van mijn geschiedenislessen. Die, zoals ik al zei, geheel was weggezakt.

Ik kom steeds meer te weten over Hugo naar mate het verhaal vordert. Zo was hij schrijver, openbaar aanklager, raadsheer en later werd hij stadspensionaris. Hij werkte nauw samen met Johan van Oldenbarnevelt. Beide werden door Prints Maurits wegens hoogverraad gearresteerd. Van Oldenbarnevelt werd publiekelijk onthoofd en de Groot kreeg levenslange opsluiting in, jawel, Slot Loevestein. Zijn gezin en hun dienstmeid gingen vrijwillig met hem mee. Daar wordt door zijn vrouw een plan beraamd. Op 22 maart 1621, twee jaar na zijn opsluiting, lukt het Hugo met hulp van Elske te ontsnappen uit Slot Loevestein in die verrekte boekenkist. 

Het boek was uit en ik was onder de indruk. Niet zozeer door het verhaal zelf. Wel omdat Suzanne de geschiedenis tot leven weet te brengen. Alsof het gisteren, hier om de hoek, is gebeurd. Na het lezen moest ik naar Slot Loevestein. Daar zelf rondlopen. Het kasteel zien. Wat zag Hugo vanuit zijn kamer?

Dus op een vrije dag togen wij naar Slot Loevestein. Alleen al de route er naar toe is de moeite waard. Je rijd door de uiterwaarden van de Maas en de Waal. Waar Konikspaarden, schapen en koeien/stieren rond lopen. Je mag er vrij rondstruinen en van de paden. Het is ook mogelijk om de vluchtroute van Hugo te volgen van Loevestein naar Antwerpen. Dat ging ons iets te ver. We parkeren de auto en lopen langs het water naar de poort waar onze verkenningstocht kan beginnen.

Van de dame achter de kassa krijgen we een sleutel om ons nek. Hiermee kunnen we tijdens de rondleiding korte verhalen en presentaties starten. Op vaste plaatsen in het kasteel treffen we verhalenvertellers. Vriendlief is niet zo’n museumfan, dus laten we die voor wat ze zijn. Na wat speuren vinden we de ruimte van Hugo en zijn bekende boekenkist. Die helaas niet geopend kan worden.

In elke ruimte treffen we zuilen met informatie. Zo leerden we dat Loevestein veel meer is (geweest) dan alleen de gevangenis van Hugo de Groot. De geschiedenis gaat zo’n 650 jaar terug in de tijd en is in te delen in drie periodes: de middeleeuwen, de staatsgevangenis en de Hollandse Waterlinie. Tevens is er een ruimte met aller handen opgravingen te bezichtigen. Maar ook skeletten van dieren en mensen. Een aantal liggen nog op de “begraafplaats” al daar. Een meisje van een jaar of 8 is tentoongesteld. 

Dankzij Suzanne heb ik weer een mooie geschiedenisles gehad die langer zal blijven hangen. Voor mensen die hier nog nooit geweest zijn, het is zeker de moeite waard dit fort en zijn omgeving eens te bezoeken. 

 

Slot Loevestein en de Boekenkist van Hugo de Groot

 

***

Herinnering…

Terwijl ik boven op de loopband mijn benen uit mn lijf aan het lopen ben staat zoonlief te klooien met een bal. Hij stuitert op zijn voet, weer op zijn knie en dan weer op zijn voet. Het hele tafereel herhaald zich een aantal keer. Op het moment dat hij even uit balans is glipt de bal van zijn voet, op de grond en zo de trap af naar beneden. Na een aantal flinke stuiters komt de bal met een klap tegen de voordeur tot stilstand. Op dat moment schiet er bij mij een herinnering van heel, heel lang geleden te binnen. Ik vergeet bijna mijn ene voet voor de andere te zetten en een fractie van een seconde lijkt het er op dat ik mijn evenwicht verlies en van de loopband af stuiter. Ik herpak mij gelukkig sneller dan die bal en doe of de ongemakkelijke beweging bij mn dagelijkse work-out hoort.

Door die herinnering wordt ik ver terug in de tijd geworpen. Samen met mijn vader en moeder ben ik in het Noordpark. Mijn zusje, niet ouder dan een paar maanden, is er ook bij en ligt in de kinderwagen. Dat betekend dat ik niet ouder dan vier jaar kan zijn. Terwijl moeders zich vanaf een bankje bezig is mijn zusje, spelen mijn vader en ik met een bal. Naar mijn idee is hij rood met witte stippen. Maar helemaal zeker weten doe ik dat niet. Iets zegt mij dat dit gewoon zo in het plaatje past. We hadden in die tijd geen auto dus zullen we lopend naar het park gegaan zijn. Iets wat wij vroeger heel vaak deden. Misschien brachten we ervoor of erna wel een bezoek aan opa en oma die toentertijd beneden aan de dijk woonden. 

Voor de mensen die hier niet bekend zijn: Het Noordpark is een klein park gelegen tussen Hendrik Ido Ambacht en Zwijndrecht en kijkt uit over de Maas. Sinds enkele jaren staat het ook bekend als het beeldenpark. Zoals ik al zei kwamen we hier best vaak, om te wandelen, bootjes te kijken vanaf een van de vele bankjes aan de oever, pootje baden op het “strandje” of te slingeren aan het touw dat iemand 100 jaar terug aan de grote oude boom heeft gehangen. Maar terug naar mijn herinnering…

We schoppen de bal over en weer en op het moment dat we er klaar mee zijn schop ik de bal nog een paar keer tegen een hele dikke boom. Mijn vader, (wist hij veel, maar hierna wel beter), vertelt mij dat dit niet zo handig is. Nu heb ik het hele huis van Mijnheer de eekhoorn gesloopt. Zijn meubeltjes liggen op de grond en alles ligt door elkaar. Ik heb helemaal geen eekhoorn gezien, maar die knoest halverwege de boom wel. En die ziet er verdacht veel uit als de voordeur van een eekhoornhuis. Het dringt tot mij door wat voor schade ik heb aangericht met mijn bal. Vanaf dat moment ben ik ontroostbaar en zit mijn vader met een jankend kind opgescheept. De enige oplossing is een briefje ophangen met daarop mijn welgemeende excuses. Het briefje wordt aan een tak geprikt en nu maar hopen dat de schade mee valt.

Bij bezoekjes aan het park heb ik die boom gemeden. Want een boze eenhoorn wilde ik liever niet zien. Grappig hoe het stuiteren van een bal deze herinnering opriep. Ik vraag mij af of die boom er nog staat…

 

 

***

Zo’n momentje… 

De stoom kringelt van het water omhoog. Even ben ik in nevelen gehuld. Het streelt mijn gezicht en lost dan op in de buitenlucht. Het ruikt heerlijk naar een mengsel van eucalyptus, munt en andere kruidige geuren. Ik haal diep adem en laat mij vervolgens onderdompelen in het warme water. Ik sluit mijn ogen en het uitzicht dat zich aan de binnenkant van mijn oogleden ontvouwd is buitengewoon prachtig.

Zoiets zie je niet dagelijks. Witte bergtoppen zover het oog reikt. Sneeuw en ijs hebben een witte deken achter gelaten op de hoge bomen links en rechts van mij. Samen met een strakblauwe lucht en zonneschijn is het hele landschap omgetoverd tot een sprookjesachtig geheel. Het bad is een weldaad voor mijn verkrampte spieren die ik over heb gehouden aan een paar dagen intens hoesten en niesen. Ik dompel mij onder en alleen mijn gezicht is nog zichtbaar. Ik kom helemaal bij van het warme water en de frisse buitenlucht. 

Het schijnt dat Boeddhistische monniken er jaren voor leren om in een meditatieve “zen” stand te komen. Geen jaren van training voor mij. Daar kan ik het geduld niet voor opbrengen. Ik heb de tijd tot het water afgekoeld is en oké, tot ik weer beter ben. Ik lever mij over aan de “grillen van het water” en probeer geheel te ontspannen. Een enkele seconde lukt het om mijn gedachten over “niets” bij elkaar te houden en dus nergens aan te denken. Hier moet ik genoegen mee nemen. Ik word weer aangetrokken door het mooie landschap. Met mijn ogen dicht kijk ik om mij heen, alles en meer in mij opnemend. Ik laat een zucht ontsnappen. Kon ik het maar meenemen, terug naar de werkelijkheid. Gewoon opvouwen en in mijn denkbeeldige koffer stoppen.

Er heerst hier complete rust. Geen hoofdpijn, verstopte neus of geblaf. Zelfs mijn spierpijn en verkleumde lichaam zijn er niet. Ik voel mij bijna één met mijn koude omgeving en het warme water. Een flinke hoestbui maakt abrupt een einde aan mijn dagdroom. Met een ruk open ik mijn ogen. Vaag zie ik de wit besneeuwde bomen van mijn netvlies verdwijnen. Snel knijp ik ze weer dicht om het beeld terug te roepen maar het heeft geen zin. Ik ben weer terug in het hier en nu, in mijn eigen badkamer, in mijn eigen bad. Met het raam wijd open waardoor mijn wimpers nu aanvoelen als de haren van mijn tandenborstel. Maar wel met zicht op het park waar de takken van de bomen voorzichtig wit worden van de langzaam vallende sneeuw.

Warm blijven…

De temperatuur daalde steeds iets meer in november. Het eerste weekend kon ik nog foto’s maken  in mijn normale kleding. De week daarop moest ik mijn handschoenen al aan. En de afgelopen twee weken zat ik langs de lijn in mijn winterse kloffie. Als ik ergens een schurfthekel aan heb is het wel blauwbekken tijdens “werk”. Als fotograaf heb je vaak niet de mogelijkheid om even te schuilen voor de regen of uit de wind te gaan zitten. Want, alles voor die foto! Geregeld zit ik dus in de volle ijzige wind. Vang regen, sneeuw en laatst zelfs hagelstenen. Tegenwoordig ben ik in de winter op alles voorbereid. Op af en toe een nat pak na, zal ik het niet snel koud hebben. Overigens heeft mijn camera zijn eigen regen jas. Hij wel…

Pas sinds een jaar of twee/drie ga ik ook met slecht weer naar de voetbal. Dat is voor een mooiweer mens als mij soms even schakelen. Maar de fotografie heeft zo’n verslavende werking, dat ik daar graag de deur voor uit ga. Nu ik niet afhankelijk meer ben van zoonlief, maar (op dit moment) 4 elftallen heb om uit te kiezen, kan ik dus ieder weekend helemaal los. Er is altijd wel een team dat thuis moet spelen. Het leuke van de continuïteit is dat ik mijzelf steeds verbeter. Ik leer door te doen en door te doen leer ik. In de loop der jaren heb ik een eigen stijl ontwikkeld. Ik merk dat die ieder jaar een beetje bijgeschaafd wordt. Hoe graag ik ook langs de lijn zit, het weer heb ik niet voor het kiezen.

Terug naar de kleding dus. Laagjes kleding is isolerend en warmer. Maar te veel of te dikke lagen werkt niet. Je fototoestel bedienen met een flinke prop kleding aan de binnenkant van je elleboog werkt alleen maar irritant. Dat is met te dikke sokken of twee broeken aan het zelfde verhaal. De boel wordt alleen maar afgekneld. Kortom kleding moet comfortabel zitten en tegelijk nuttig zijn. Ik besloot mijn kledingkast eens grondig door te spitten. De kleding die voldoet aan “comfortabel en nuttig” is mijn wintersportkleding.

Wanneer het ijzig waait of de temperatuur net boven het vriespunt komt heb ik dus een skibroek en dito jas aan. Daaronder een heerlijk fleece vest en daaronder een laagje thermokleding. Mijn lichaam heeft het hierdoor niet heel snel koud. Mijn skisokken doen ook dienst wanneer ik niet op de berg te vinden ben. Maar dat was jammer genoeg nog te weinig. Wanneer je tenen zo koud zijn dat ze gevoelloos worden en pijn gaan doen kan dat de pret behoorlijk bederven. Een rondje rennen langs het veld om de boel weer doorbloed te krijgen is tijdens de wedstrijd niet handig. Dus kocht ik vorig jaar verwarmde zooltjes voor in mijn schoenen. Deze zitten aan een oplaadbare batterij die vastgemaakt wordt aan je schoen of broek. De hele wedstrijd zijn mijn voeten redelijk op temperatuur.

Dan blijven alleen mijn handen nog over. Dat wordt een stuk lastiger. Met te dikke handschoenen kan ik mijn camera niet meer bedienen. Maar zonder of met te dunne handschoenen blijven ze koud. Daar heb ik nog geen goede oplossing voor gevonden. Tot die tijd neem ik in de pauze gewoon een lekkere bak warme thee om de boel op te warmen en hoop ik dat de wedstrijd zo spannend is dat ik mijn koude vingers even vergeet.


Spelers FC Dordrecht in duel  om debat met spelers van Feyenoord

FC Dordrecht U15 in duel met Feyenoord sc U15.

Mijn eerste baantje…

Een jaar of 20 geleden werd het tijd om zelf voor wat zakgeld te zorgen. Tante F. wist dat ze bij haar op de zaak nog een vakantiekracht zochten. Ze hielp mee met de sollicitatiebrief, want internet was toen nog een schaarste (haha, ja jongens dat was toen alleen nog mogelijk met een inbelverbinding via de huistelefoon, als je geluk had!) Diezelfde week mocht ik al op gesprek. Waarbij het onderwerp salaris overigens niet eens ter sprake is gekomen. Ik kreeg een rondleiding en werd aangenomen. Vanaf dat moment was ik queen of de vaatwasser. Mijn aller eerste baantje in de keuken van een verpleegtehuis in Dordrecht.

De hele zomervakantie stond in het teken van werken. Ik wilde een goede indruk maken en vooral mijn tante niet teleurstellen. Dus deed ik mijn stinkende best. In rap tempo werd ik ingewerkt. Want een lopende band vaatwasser is niet zo makkelijk als men denkt. Daar kwam bij dat elke afdelingen zijn eigen kar met serviesgoed had. Alles was ook nog eens voorzien van een eigen kleur. Enige systematiek was dus vereist. Voor de lunch moesten de karren schoon en klaar staan om gevuld te worden met de maaltijden voor de bewoners. Na onze eigen lunch kwamen de karren ranziger dan anders weer terug. ’s Middags had ik als taak om naast alle karren, ook het keukengerei van de koks weer schoon te krijgen.

Ik zat iedere dag tot aan mijn oksels in de etensresten en had toch de tijd van mijn leven. De koks vonden het een beetje sneu dat ik alleen maar heen en weer aan het rennen was tussen vuil- en schoon serviesgoed. Dus werd ik ook ingedeeld om andere klusjes te doen. ’s Morgens het eten bereiden en ’s middags de mise-en-plas. Zelf vond ik dat allemaal iets minder. Een koksmes hanteren om 10 kg ui te versnipperen is niet mijn ding. Evenals het afwegen van voedingsmiddelen. Gaat altijd verkeerd! Het maken van toetjes en uitlepelen van de bakken slagroom was dan wel weer leuk. Ik leerde wat HACCP inhield en hoe ik correct en hygiënisch schoon moest maken. Ik leerde ook wat een terug-koeler was en dat de steamer echt heel heet is. *au*

Het beviel zo goed dat ik besloot te blijven. Vanaf dat moment werkte ik twee weekenden in de maand. Ik had het geluk dat ik in het tofste weekend, met de leukste collega’s, terecht kwam. Behalve mijn tante. Die zat helaas in een ander weekend. De radio stond vaak op standje kneiter hard. Soms zongen we zo hard mee dat ze van de kerk kwamen vragen of het misschien iets zachter kon. Wij kwamen boven het orgel uit.

Op warme zomerdagen zorgden de Technische Dienst voor de nodige hilariteit. Er stonden geregeld emmers water op het dak, om iedereen tijdens de koffiepauze (wanneer deze buiten gehouden werd) van een verfrissende douche te voorzien. Wie de dans ontsprong werd in de middag achterna gezeten met de brandslang. Met alle protocollen van tegenwoordig is dit nu ondenkbaar…

Na drie jaar afwashulp werd het tijd om op te stappen en opzoek te gaan naar een vaste job. Het afscheid viel mij zwaarder dan ik had verwacht. Ik heb nog heel vaak gedroomd over dit werk. Dan rende ik rond met serviesgoed en waren mijn karren weg. Die karren hebben nogal indruk gemaakt. Ik denk dat ik geen leukere eerste werkervaring op had kunnen doen dan daar.

Was jullie eerste baantje ook zo leuk als dat van mij?

Geschiedenis komt tot leven…

In de week dat mijn vader overleed, begon mijn tante verhalen over vroeger te vertellen. Het ophalen van herinneringen deed iedereen goed. Ik moest bij sommige verhalen heel hard lachen. Andere verhalen brachten mij tot tranen. Ik had ze nog nooit gehoord en heb ademloos naar haar geluisterd. Haar herinneringen waren zo gedetailleerd. Ze wist namen, plaatsen, datums en zelfs tijden op te noemen van gebeurtenissen uit lang vervlogen tijden.

Toen de uitvaart achter de rug was en wij weer in iets rustiger vaarwater beland waren kwamen mijn tante ik nog eens voorzichtig op deze mooie herinneren terug. We liepen namelijk met hetzelfde idee rond, maar wisten niet zo goed hoe we dit in het vat moesten gieten. Tot we er gewoon een middag voor zijn gaan zitten. Mijn tante begon te vertellen vanaf haar familiewapen Hamar aller eerste herinnering. De periode dat ze samen met haar ouders (mijn opa en oma) in Indonesië woonden. De geboorte van haar eerste broertje (mijn vader) en de reis naar Nederland. Ze vertelde ook over het leven in het pension en de geboortes van broers en zussen. Ik zoog alle verhalen op als een spons en werkte dit later uit tot een lopend verhaal. In de tussentijd kreeg ik van mijn oom een foto met daarop ons familiewapen. Die blijken wij namelijk ook te hebben.

Maar toen overleed mijn moeder. Hierdoor had ik niet veel energie meer voor dit project. Ik plaatste de uitwerking van ons idee tijdelijk in de kast. Daar bleef het tot mijn oom, de jongste broer van mijn tante, kort geleden kwam te overlijden. Alle herinneringen en heel veel meer, kwamen naar boven. Niet alleen bij mijn tante maar ook bij haar broers en zussen. Wederom hoorde ik verhalen die ik nog nooit had gehoord. Wat zou dat prachtig zijn om deze verhalen ook op te nemen in het “herinneringen boek” van mijn familie.

Mijn tante en ik besloten er weer voor te gaan zitten. Als oudste van het gezin heeft ze de periode rond de bevalling van al haar broertjes en zusjes meegemaakt. Dat staat inmiddels, naast de reis uit Indonesië naar Nederland, ook op papier. Nu zijn we bezig met het wel en wee van vroeger. Het werk van mijn opa en oma. Het huis en de indeling van de kamers. Want waar laat je negen kinderen? En hoe zat het met huisdieren? School? Vriendjes en vriendinnetjes? Gingen ze naar de kerk? Hoe organiseerde opa en oma dat in hemelsnaam?

Mijn tante toverde een oud fotoboek uit de kast. Voor het eerst zag ik daar mijn overgroot ouders. Samen poserend in misschien wel hun achtertuin. Die foto raakte mij. Ik stam van deze mensen af maar ik heb ze nooit gekend. Ik zag de jonge versie van mijn opa en oma, hun trouwfoto’s en feestjes met (onbekende) familieleden en vrienden. Babyfoto’s van mijn vader en schoolfoto’s van ooms en tantes.

We hebben nog wat avondjes te gaan voor alles goed en wel op papier staat. Ook wil ik nog heel graag wat gesprekken met andere ooms en tantes inplannen. Hoe kijken ze terug op hun jeugd en wat zijn hun vroegste herinneringen? En wat dacht je van het uitpluizen van de fotoalbums? Het is een project waar aardig wat tijd in gaat zitten, maar wat erg leuk is om te doen! De geschiedenis komt weer een beetje tot leven. Niet alleen voor mijn ooms en tantes maar zeker ook voor de tweede en derde generatie. Zelf voel ik een verbondenheid met mensen die ik niet gekend heb en loopt er een onzichtbaar draadje naar een land waar ik nog nooit geweest ben.

Foto Hamar, familie Hamar, opa en oma