Opgaan in het moment II…

In eerste instantie was ik helemaal niet bezig om het “mindfulness” aan te pakken. Het woord alleen bezorgd mij jeuk. Het is wel precies wat ik gedaan heb. *HIER* lees je deel één. Mijn doel is mijn gehaaste leven veel meer een halt toe te roepen. Ik wil meer opgaan in welk moment dan ook en meer genieten van dat wat ik aan het doen ben. Ik neem jullie graag mee in mijn zoektocht naar het creëren van meer zen-momenten in alledaagse dingen. 

Mijn plan om het door te trekken in meerdere dingen die ik doe, blijkt toch minder eenvoudig te zijn dan ik dacht. Soms is het zelfs lastig om (al is het maar) twee minuten stil te staan en echt bewust te voelen en op te merken met waar ik mee bezig ben. Begin dit jaar, toen ik er mee begon wist ik nog niet dat Corona ervoor zou zorgen dat mijn hele leven, in ieder geval de komende maanden een stuk rustiger zou worden. Slow down brother!! 

Stiekem had ik gehoopt dat het hierdoor wat makkelijk zou zijn. Niets is minder waar. Ik heb mij op dit moment dan niet meer met 101 dingen bezig te houden maar er malen nog voldoende gedachten door mijn hoofd. En waar kan ik die nu beter stil zetten dan op de plek waar de bewoners altijd leven in het hier en nu?! Die geen last hebben van mentale ruis, oordelen of zorgen. Ja, of er na deze ene hap gras misschien nog een volgende hap genomen kan worden… 

Ik zet mijn zoektocht naar zen-momenten voort op stal. Of eigenlijk de wei, want daar staan de paarden sinds enkele weken. Ik ga vandaag heel bewust strontscheppen! Tenminste, dat ga ik proberen. Het hebben van een paard is echt niet zo romantisch, dat je het ff weet. Normaal doe ik deze klus op de automatisch piloot en draait mijn hoofd overuren. Vandaag heb ik extra geluk. De knollen zijn een wei verplaatst en het gras staat zo’n beetje kniehoog. Extra uitdaging is niet verkeerd om ergens met je volle aandacht bij te zijn. 

Bij het betreden van de wei blijf ik met een voet hangen in een grashalm en breek bijna mijn nek. Dat begint al goed. Maar hierna is iedere handeling doelbewust en heel gericht. Het is heel wat vermoeiender om bij dit stompzinnige werk je (telefoon en) denken uit te schakelen en alleen bezig te zijn met hier en nu. Met paard en poep. Tel daar het ploegen met kruiwagen en al, door het hoge gras bij op en ik heb naast een geestelijke ook een fysieke inspanning geleverd.

Voor ik er erg in heb ben ik al een uur lang “spoorzoekertje” aan het spelen. Voel ik wat mijn spieren doen en luister naar de geluiden om mij heen, in plaats van in mijn hoofd. Wat een herrie daar binnen en wat een rust daarbuiten!! Is het gelukt? Nee niet helemaal. Misschien komt het door de klus op zich?! Die was letterlijk en figuurlijk intensief. Wel was ik meer uit mijn hoofd en in mijn lichaam. 

Wanneer ik op de fiets stap voor de terugreis naar huis voel ik mij toch voldaan! Nu is het de kunst om het uit te bouwen. Eens zien wat mijn volgende onderwerp gaat worden… 

Wax on, Wax off…

“Ik heb je snowboard opgehaald. Die hebben ze in de winkel voor je gewaxt.” Zegt vriend terwijl hij ondertussen mijn geliefde plank uit de auto plukt. Zonder bindingen weegt het stukje hout niet zo veel. Ik pak hem aan en werp een blik op de onderkant. “Is dit gewaxt?” Vraag ik hem? Het belag heeft nog hele witte uitgebeten plekken. Ineens herinner ik mij de irritatie van de wintersport van vorig jaar. Waarbij ik op dag twee letterlijk stilstond op de piste terwijl iedereen mij als een “Razende Roeland” voorbij kwam. Toen zag mijn board er precies zo uit als nu. Alsof ik er al een week snowboarden op heb zitten. 

Mijn kennis over het goed onderhouden van een snowboard is nihil. Dit laat ik normaal gesproken doen. Maar na mijn tweede ergernis bij deze shop was ik er klaar mee. Ik besloot mij er in te verdiepen. Is mijn board op en versleten of kan ik het zelf misschien beter dan in de winkel? Zo moeilijk kan zelf waxen toch helemaal niet zijn bedacht ik mij? Om er zeker van te zijn las ik diverse sites en zocht ik youtube af over het hoe en waarom. 

Het waxen van je board is voor meerdere redenen goed. Zo blijft het belag gevoed en raakt minder snel uitgedroogd. Wax zorgt ook voor een goede afvoer van het water en voor meer boardplezier en snelheid. Tevens doe je langer met een goed onderhouden board. In winkels worden ski’s en boards vaak machinaal gewaxt. Met de juiste materialen is het volgens de pro prima zelf te doen. 

Mijn arme plank blijkt dus gewoon finaal uitgedroogd!! Dat hadden ze in de winkel best wel even mogen zeggen! lekkere service maar niet heus. Vanaf nu besluit ik wat beter voor mijn board te zorgen. Ik bestel een strijkbout, wax, schraper en een slijpset. Op mijn vrije dag wordt alles geleverd en kan ik aan de slag. 

Als eerste haal ik wat bramen weg en vijl ik de staalkant. Dat is geen overbodige luxe merk ik. Daarna is het belag aan de beurt. Normaal moet je de onderkant schoonmaken. Maar die van mij is al gepoetst in de winkel. Zodra het speciale waxijzer (vooral niet de normale strijkbout gebruiken) op temperatuur is houd ik de wax er tegenaan. Ik druppel een heel spoor over de onderkant van mijn board. Het lijkt op gestold kaarsvet. Als ik er met het ijzer overheen ga wordt alles weer vloeibaar en smeert het lekker uit. Ik ga net zolang door tot er een mooie egale laag op ligt. Met mijn hand voel ik aan de andere kant van het board. Zodra dat op temperatuur is stop ik. 

Met een speciale schraper haal ik alvast de waxlaag van de staalkanten af, de rest moet nu intrekken en uitharden. Als ik later op de dag een blik op mijn board werp weet ik niet wat ik zie. Wat een verschil en dat na 1 keer. Het overtollige wax moet er afgeschraapt worden. Dit doe ik met een speciale schraper en is het minst leuke aan deze hele klus. Alles zit onder het schraapsel dat ook nog eens lekker overal aan blijft plakken en de vloer spekglad maakt. 

Voor we met vakantie gaan zal ik hem nog een keer onder handen nemen. Het is best een leuke bezigheid en hopelijk word ik er op de piste voor beloond. 

 

Snowboard ongewaxt en gewaxt

Opgaan in het moment…

Geregeld doe ik het al zonder er echt bewust van te zijn. Zoals bij het fotograferen of een graassessie met Poownie bijvoorbeeld. Steevast voel ik mij happy en voldaan wanneer ik de foto’s bekijk of terug ben op stal. Happy en soms zelfs een beetje zen… 

Hoe kan het dat “simpele” dingen mij zoveel voldoening geven? Dat ik met nog meer plezier uitkijk naar een volgende keer? Mijn hoofd leger en rustiger is? Alsof de boel herschikt of opnieuw geordend is. Kun je mij nog volgen? Sommige sporters ervaren dit ook wel eens na een flinke workout. Je voelt je (emotioneel) lichter en fijner.

Eind vorig jaar besloot ik mijzelf te “analyseren” wanneer ik foto’s aan het maken was. Ik wilde weten hoe het kwam dat juist fotografie mij zo veel meer dan alleen maar mooie platen oplevert. Het antwoord had ik vrij snel boven tafel en was heel simpel: Ik heb zoveel plezier in wat ik doe dat ik op ga in het moment. Eén zijn met dat wat er voor mijn neus gebeurd. Niet nadenken, analyseren, herkauwen en opnieuw doen! Nee, gewoon helemaal opgaan in het hier en nu. Met mijn volle aandacht genieten van wat ik aan het doen ben. Dat is in een vogelhut, afgesloten van de buitenwereld, misschien niet zo moeilijk. Maar het lukt mij ook langs een drukke zijlijn op het voetbalveld. Waar mensen en spelers soms letterlijk om mij heen lopen. 

Wat nou als ik deze ervaring eens door trek in mijn leven? Iedere dag een soort meditatie geluksmoment, misschien zelfs meerdere keren per dag die flow voelen? Uiteraard zonder gebruik van verdovende middelen, laten we daar duidelijk in zijn. Zou dat kunnen? Ik denk het wel. De rustige omgeving is, gezien de drukte langs een voetbalveld, niet perse noodzakelijk. Mijn eigen handelen en denkwijze daarentegen wel. Daarvoor moet ik wel aan de bak. 

Wanneer ik ’s avonds alleen ben besluit ik het direct uit te testen. Normaal is het koken iets wat moet. Even tussen de bedrijven door en niet iets waar ik altijd zin in heb. Nu doe ik het anders. Eerder op de dag had ik met zorg mijn eten uitgekozen en alle ingrediënten liggen nu voor mij uitgestald op het aanrecht. Op het menu staat een pastasalade. Niet het aller moeilijkste om klaar te maken. Toch besluit ik er letterlijk de tijd voor de nemen. De enige tijd die ik in de gaten hoef te houden is de kooktijd voor de pasta.

Het vergt nogal wat doorzettingsvermogen om er mijn volle aandacht bij te houden. Koken is niet echt mijn ding. Ik moet er even inkomen. De ingrediënten met zorg snijden. Het maken en kruiden van de dressing. In gedachte proef ik alvast hoe het eindresultaat zal zijn. Wanneer ik ga eten staan telefoon, tv en radio uit. Een met mijn maaltijd! Ook nu besluit ik er de tijd voor de nemen. Ik constateer twee dingen: ik proef intenser wat ik eet en mijn maaltijd smaakt lekkerder dan ooit. Ik betrap mijzelf er op dat ik hiervan heb genoten. 

Met deze ervaringen in mijn achterhoofd wil ik de komende maanden proberen mijn gehaaste leven veel meer een halt toe te roepen. Meer opgaan in welk moment dan ook. Genieten van dat wat nu is. Ik hoop jullie mee te kunnen nemen in mijn zoektocht naar het creëren van meer zen-momenten in alledaagse dingen. Doen jullie mee?

 

 

Wordt vervolgt… 

***

Week 1…

De laatste dag van het jaar breekt aan op het moment dat de wekker afgaat. Wat een herrie zo op de vroege ochtend. Mijn dag begint goed. Not!! Ik word met koppijn achter mijn ogen wakker. Alsof iemand vanachter uit mijn schedel met een hamer mijn oogballen er uit wil slaan. Ja, deze beschrijving dekt de lading wel. En dan moet oudejaarsavond nog beginnen. Ik heb drie kwartier nodig om mijn ochtendroutine af te werken en ben tegen 08.00 uur, als eerste, op het werk. Drie kwart van de Nederlandse bevolking is vandaag vrij. Zo ook al mijn klanten. Wat ik op het werk doe is mij een raadsel. Maar de baas wil nu eenmaal dat er een paar collega’s aanwezig zijn. 

Met het laatste is zo’n beetje alles wel gezegd. Al het werk is afgehandeld en de bureau’s zijn “schoon”. Klaar voor het nieuwe jaar. Halverwege de ochtend komen er oliebollen op tafel. Dus ontbijt ik met een bol en een bak thee. Mik er direct een aspro achteraan. Langzaam word ik weer een beetje mens. Na een gezellige middag kletsen met collega’s is het dan eindelijk tijd om naar huis te gaan. Daar wachten nog de nodige klusjes, zoals een spoedbezoek aan Poownie. Na het eten vertrekken we richting mijn oom en tante in Schiedam om met hen het nieuwe jaar in de luiden. 

Het gaat bij ons in de wijk al aardig los met vuurwerk maar eenmaal in Schiedam lijkt het wel of het nieuwe jaar zojuist is ingegaan. Als ik op de klok kijk zie ik dat het pas 20.00 uur is. We hebben een super gezellige avond met lekkere hapjes. En liggen in een deuk om hond Brutus, die met zijn mega verschijnen maar zachte karakter voor hilarische momenten zorgt. Veel te laat lig ik in bed en kom daardoor ook veel te laat mijn bed weer uit. Moet kunnen voor een keer. De aller eerste dag van het nieuwe jaar besluit ik luierend door te komen. Tussendoor plan ik nog een bezoek aan Poownie. 

Bij thuiskomst zie ik dat de staatsloterij ons niets heeft opgeleverd. Ik had zoveel plannen met dat geld, maar helaas. Dat betekent dat we er weer voor zullen moeten werken. De volgende dag gaat de wekker in alle vroegte voor een nieuwe werkdag. Ook deze twee dagen valt er nog niet veel te beleven en heb ik op een makkelijke manier de eerste knaken van het jaar verdiend. 

Wat ben ik blij als het weekend aanbreekt. Nu heb ik tijd om mijn creatieve skills onder het stof vandaan te halen. Want het presentje voor Zus, die volgende week jarig is, ligt te wachten om in elkaar gezet te worden. Het hele idee speelt al dagen door mijn hoofd maar nu kan ik een start maken met de uitwerking hiervan. Alleen al het plezier dat ik hieraan beleef is hopelijk een voorbode voor de rest van het cadeau. Stiekem kan ik niet wachten om het haar te geven. Een volgend log meer hierover… 

We eindigen de zaterdag bij mijn schoonouders. Waar we traditiegetrouw proosten met een nieuwjaarsborrel. Gevolgd door een lopend buffet en een gezellige avond. Terugkijkend op de eerste vijf dagen kan ik zeggen dat het jaar voor mij alvast goed begonnen is. En die van jullie? 

 

 

***

Voor de wind …

Even terug naar 2016:

Nederland, waterland. Kilometers lange kust. Prachtige grachten. Met parken omzoomde rivieren. Mooie meren en grote, “woeste” wateren. Voor de liefhebbers is het heerlijk toeven op het water. Mijn vriend is opgegroeid met boten en heeft als kind met zijn vader zelfs een eigen zeilboot gebouwd. Een echte. Niet zo één van Playmobil.

Nu wil mijn vriend, “net als vroeger”, weer een boot. Ik was aanvankelijk niet helemaal overtuigd. Wat weten wij, of in ieder geval ik, nu van boten? Maar aangezien ik een voorliefde heb voor alles wat beweegt en altijd en immer nieuwsgierig ben, wilde ik het wel een kans geven. Omdat je niet overal en met elke boot zomaar mag varen, moest er nog wel iets meer gedaan worden. Dat betekende samen studeren om eerst ons vaarbewijs te gaan halen. Daarmee zou ik in ieder geval een klein beetje het idee hebben nog ergens iets van af te weten…

Vriend bladerde het boek één keer door om het daarna achteloos aan de kant te gooien. Zelf leerde ik mij het apelazarus, maakte aantekeningen, keek filmpjes en kocht een berg proefexamens in. Ik ging er helemaal voor. Varen is leuk en kennis is macht, toch? Was ik vroeger maar zo fanatiek aan de studie gegaan. Echt het zou toch om te gieren zijn wanneer ik straks met mijn eigen boot door het water zou mogen scheuren?!

Het leren begon goed. De stof was tot op een zeker punt eigenlijk heel logisch. Tot ik bij het onderdeel bruggen, sluizen en waterdieptes was aangekomen. Cijfers zijn nu eenmaal niet helemaal mijn ding. Er staat bijvoorbeeld: “H=30, KP=NAP-5, WW NAP+1 en je boot is 22DM boven water. Hoeveel DM speling blablabla…” Dan begint het me te duizelen. De oplossing was om de berekening dan maar te tekenen (hulde aan youtube!). Toen ik eenmaal doorhad hoe ’t werkte, snapte ik alle “wiskundige” abracadabra al beter. Daarna leerde ik dat de rechteroever best aan je linkerhand kan liggen. Dat een roeiboot voorrang heeft op een motorboot. Rechts gaat niet altijd voor links en al helemaal niet wanneer je… Nou ja, in ieder geval zat ik er lekker in.

Ik voelde mij een ware waternerd. Iedere dag, echt íédere dag was ik er mee bezig. Ik kreeg lol in het vergaren van kennis en het werd tijd om het echte examen aan te vragen. Dat was wel een dingetje. Eng. Alsof ik er nog niet klaar voor was, terwijl ik voor bijna ieder proefexamen slaagde. Er waren toch nog steeds een aantal onderdelen die ik niet goed uit elkaar kon houden. Op het moment dat mijn ego even niet keek, gaf ik mijzelf op.

Niemand wist van dit examen. Zelfs vriend niet. Stel je voor dat ik zou zakken… Onder werktijd piepte ik er tussenuit om het examen te maken. Ik was op van de zenuwen. Wat nu als er heel andere vragen gesteld zouden worden? Zoals altijd bleek het mee te vallen. Nadat de examinator mijn werk had nagekeken, kwam ze mij feliciteren. Met maar drie fouten was ik ruimschoots geslaagd én ook nog eens de nerd van de klas. Ik kreeg mijn vaarbewijs direct mee. Bij thuiskomst schoof ik het papiertje met een grote grijns onder de neus van mijn vriend. “Kijk! Nou kan tenminste één van ons twee legaal het water op!”

Nu die boot nog.

 

 

Dit blog verscheen vorige week ook op: “Hoe vrouwen denken!?”

 

***

De eerste dag…

De kofferbak gaat nog maar net dicht als ik de laatste tas in de auto gepropt heb. Er gaat wel heel veel mee. Maar het is dan ook onze eerste dag op het water sinds Merlin deze week weer op zijn vertrouwde plek in de haven ligt. Alles moet bevoorraad worden. Om nog maar niet te spreken over de kleding die meegaat. Het kan alle kanten op wat weer betreft. En hoewel onze drijvende caravan een dak heeft, hebben we het niet graag koud.

Bij aankomst volgt eerst maar eens een flinke schoonmaak. De eenden hebben nogal huisgehouden op de steiger die hierdoor te smerig is om op te lopen. Zodra wij binnen zitten komt er een aalscholver aanvliegen. Hij neemt plaats naast de nep-kraai, die aan het einde van de steiger op wacht staat om gespuis, zoals dit soort vogels, weg te houden. Met zijn houterige verschijning is hij duidelijk niet indrukwekkend genoeg. Misschien moeten we er één neerzetten met een bewegingssensor. De aalscholver heeft net een bad genomen en spreidt zijn vleugels om te drogen in de zon. Het ziet er prachtig uit van zo dichtbij. Onze buren, zowel links als rechts zijn er overigens ook nog niet, of zijn al uit varen. 

Er liggen nog wel meer boten op de kant maar niet zo veel meer als vorig jaar rond deze datum. Na het poetsen volgt zoals gebruikelijk een bak koffie met een koek. Dan kunnen de trossen los. Na vijf maanden niet gevaren te hebben moet ons lichaam weer even wennen aan het deinen op de golven. Het is niet heel erg druk op het water en dat verbaasd mij. Met de paasdagen zou je zeggen dat veel (water)mensen er op uit trekken met de boot. We varen naar de overkant en gooien het anker uit. Lekker even dobberen in de zon. 

Ik ga achter op het dek zitten, uit de wind maar wel volop zon. Wanneer vriendlief mij een bak koffie komt brengen is het eerste wat-is-het-hier-heerlijk-gevoel compleet. Rechts van ons springen drie kids in het water. Het water is echt niet warmer dan 16 graden. Ik voel met mijn grote teen hoe koud dit precies is. Hoewel ik mij voorgenomen had dit jaar meer bikkel te zijn sla ik echt nog even over. Ze houden het aardig lang uit. De zon speelt verstoppertje en na even aanwezig te zijn is ie weer voor een tijdje weg. Als het afkoelt besluiten we terug naar de haven te varen. 

Bij terugkomst worden we begroet door moedereend met negen heel kleine kuikentjes links. De Aalscholver op de volgende steiger. Ruziënde futen (die maken een herrie!) rechts en waterkipjes met kleintjes voor ons. Echt heel schattig al dat kleine volk rond de boot. Ik mag ze van vriendlief niet voeren. Want als ze eenmaal weten waar eten te halen valt krijg je ze, zelfs met 100 nep-kraaien niet meer van je boot. Het blijft dus bij foto’s maken. In de haven is het windstil waardoor we nog zeker een uur of twee blijven luieren voor we besluiten weer naar huis te gaan. Ja, dit was een prima eerste dag op het water. Kom maar door met die zomerse temperaturen!!

 

 

***

Aan alles komt een eind…

Hoewel de mooie dagen toch nog even voortkabbelden liep ons zomerseizoen toch echt op zijn einde. En met ons bedoel ik die van Poownie en zijn graas-maatjes. Was het begin van het seizoen nog wat zoeken naar mooie stukjes groene weides in verband met de droogte, hadden we aan het einde mals groen gras in overvloed. Toch moest eens de knoop doorgehakt worden. Dus halverwege oktober stond voor ons wederom een kleine verhuizing gepland. We moesten van ons zomerverblijf naar ons winterverblijf. 

Dat is best een onderneming kan ik je zeggen. Waar ik eigenlijk altijd het geluk heb gehad de wei en stal op één terrein te hebben, moesten we nu dus een wandeling van een kilometer of drie maken. Dat betekende eerst een auto op stal neerzetten. Ons af laten zetten bij de wei en met paard en al weer lopend terug naar stal. Goed voor de stappenteller, dat dan wel weer. Poownie, zijn vriendinnetje en sinds enkele maanden nog een ander witje zijn er dit jaar nieuw bijgekomen. Het winterverblijf is voor hen dus een grote verrassing. We waren dan ook erg benieuwd hoe ze hierop zouden reageren. 

Ons winterverblijf is niet zomaar een stal. Sterker nog, er zijn niet eens stallen zoals we die gewend zijn. Er is hier geen ophokplicht. De paarden lopen vrij in de zandpaddock. Eigenlijk is het een soort Poownies playground. Maar dan zonder ballenbak. Er staan diverse hooi-ruiven die 24/7 gevuld zijn. De paddock is een grote zandbak met her en der diverse bergen zand om op te klimmen en te graven. Er is een (wandel)track rond de rijbak met hier ook weer her en der boomstronken en bielzen om je tanden in te zetten of overheen te klauteren. Er staan bomen waar ze aan kunnen knagen en er is een schuilstal met diverse openingen en richtingen om verstoppertje in te spelen.

Eenmaal gearriveerd werden we begroet door de dames en paarden die al wat eerder die kant op waren gegaan. Het was een feest der herkenning toen de paarden weer bij elkaar in de bak stonden. Er werd over en weer gehinnikt en er werd direct wat afgesnuffeld en geknuffeld (alsof ze elkaar weken niet gezien hadden) Daarna ploften er een aantal neer om eerst eens lekker te gaan rollen. Een teken dat ze zich direct thuis voelden. Toen ze de track in de gaten kregen was het hek van de dam. De gehele groep kwam in beweging en er werden wat rondjes gesjeesd. 

Sneller dan verwacht kwam de rust weer terug en kon het verkennen op hun nieuwe verblijf hervat worden. Poownie verloor zijn vriendinnetje geen minuut uit het oog. Alles werd samen ondernomen. Eten, drinken, een wandeling door de stallen. Als ik hem mijn stappenteller had gegeven was ik voor de rest van dit jaar binnen. 

Niet alleen voor de paarden een fijne plek. Ook voor ons is gezorgd. Het hele terrein is voorzien van verlichting. De drinkbak is automatisch dus geen gesleep met emmers meer. We hebben een opgeruimde en verwarmde zadelkamer met een gezellig zitje voor ons. Inclusief een keukentje, waar we met koude en regenachtige dagen lekker een kop thee kunnen drinken. De zomer is weliswaar teneinde maar wij komen deze winter wel door. En als bonus is onze achtertuin wederom een prachtig natuurgebied. 

 

Rollend paard, rennend paard en een etend paard

 

 

***

Fuck it…

Nu we beide redelijk vlot uit het water komen met ons wakeboard en flink wat meters kunnen maken achter de boot werd het tijd voor wat meer uitdaging. Zoonlief was het met mij eens. In tegenstelling tot hem kost alles mij meer moeite. Het is überhaupt al heel wat dat ik in korte tijd heb leren wakeboarden. Gezien mijn eerdere pogingen, die hier en hier te lezen zijn. En als je ze terug leest: beloof dan niet te lachen!! Ik had de eerste keer al een vooruitziende blik: “Mijn kans om het te proberen komt nog wel!” Ik had gelijk. Vorig jaar lukte het mij, zowaar in één keer, achter onze eigen boot. Sindsdien gaat het wakeboarden, in vergelijking met de eerste paar keer, super goed.

Het leren wakeboarden achter de boot lukte mij dit keer zelfs sneller dan zoonlief, die meer moeite had om uit het water te komen. Maar daar hield mijn leercurve zo’n beetje wel op. Een groot verschil tussen ons is dat ik te voorzichtig ben. Ik denk te veel na bij wat ik doe en ben daarbij te bang om te vallen met de nodige pijntjes tot gevolg. Dus leer ik stapje voor stapje. Bekijk 100 keer de youtube filmpjes. Lees boeken, verslagen en neus rond op forums. Ik zal toch niet de enige zijn die hier tegenaan loop? Zoonlief springt letterlijk in zeven sloten tegelijk. Zoals hij eerder wel eens tegen mij zei: “Ja, van buiten doe ik wel stoer maar eigenlijk vind ik het heel spannend. Maar fuck it! Ik doe het gewoon!!” Hij ziet de gevolgen later wel. Hoe vaak denk je achteraf niet: dat viel reuze mee!! Als ik iets zou willen leren zal ik meer zijn voorbeeld moeten volgen.

Om in de bewoording van zoonlief te blijven: Fuck it, ik doe het gewoon, maakte ik dus kort geleden mijn eerste voorzichtige sprongetjes over de hekgolven van de boot. Met voorzichtig bedoel ik geen wake-to-wake van zes meter maar een mini jump van een paar cm hoog. Van buiten naar binnen, terug naar het midden van de golf. HELL YEAH!! Weet je wat voor een adrenaline boost ik hier van kreeg? Dat ik gewoon heel de nacht heb liggen stuiteren in bed, en niet kon slapen omdat ik zo onwijs trots op mijzelf was dat ik iets gedaan heb waarvan ik nooit had durven dromen dat ik dit zou kunnen!?

Je snapt, het hek is nu van de dam. Wanneer we gaan wakeboarden (wat we in mijn ogen te weinig doen want er zijn jammer genoeg ook nog andere verplichtingen) ben ik alleen nog maar bezig met het uitproberen en maken van sprongetjes. Voor Zoonlief kan het allemaal niet snel genoeg gaan. Na drie sprongen en wat “ollies” is ie alweer bezig met andere trucjes. Inmiddels hebben we beide aan den lijve ondervonden dat water geen genade kent wanneer je er met 30 km/ph op klapt. Wanneer je, je oogballen tegen de achterkant van je schedel aan voelt klappen weet je dat je iets niet goed gedaan hebt.

Er valt nog heel veel te verbeteren en ondanks mijn niet zo snelgroeiende leercurve is er toch een voorzichtige stijgende lijn te zien. Dus inderdaad: FUCK IT, gewoon doen!! Maar dan houd ik het nog wel even bij deze ene sprong, oke?!

 

 

 

 

***

Komt dat even mooi uit…

“Zo, dat zijn nog de originele die er onder zitten!” “Ja ja” zeg ik tegen de fietsenmaker terwijl we alle twee over mijn fiets gebogen staan. “Zeker 16 jaar oud!” Zeg ik er nog achteraan. “Dan heb je hem niet zo heel veel gebruikt?!” Is zijn weerwoord. Netjes in de schuur gestaan en alleen gebruikt met mooi weer. Dat zeg ik overigens niet. Ik antwoord met een lachje. De binnenband komt op verschillende plaatsen door de buitenband en veroorzaakt ook nog het gevoel alsof er een slag in mijn wiel zit. Dat ze nog niet uit elkaar geklapt zijn is een wonder. De rem loopt aan, snelbinders zijn stuk en zo zijn er nog een aantal zaken die gefixt moeten worden. Mijn fiets bleef in de werkplaats achter en ik ging lopend naar huis.

Net nu ik de smaak weer te pakken had, twee keer op een dag naar Poownie (gewoon omdat het kan!) en het mooie weer spelen natuurlijk ook mee, is ie stuk. Sinds ik dit blog schreef, heb ik veel vaker de fiets gepakt dan anders. En ja, dit keer zelfs in de regen! Maar…. Nu dus even niet. Van de vier fietsen die in onze schuur staan zijn er ook nog eens drie werkeloos. Twee van vriendlief en een van zoonlief. Ik ben voorstander van herintreden op de werkvloer dus besloot ze alle drie aan een inspectie te onderwerpen. Twee van de drie voldeden in ieder geval aan mijn eis.

Die van vriendlief was, zelfs met het zadel en stuur op de laagste stand, veel te groot voor mij. Haha ik kon niet eens bij de trappers. De fiets van zoonlief zag er, op wat spinnenwebben na, zo goed als nieuw uit. Hij heeft er maar een paar keer op gefietst, maar een mountainbike was niet geschikt als vervoermiddel naar school. Zadel en stuur bleken nog een stukje opgekrikt te kunnen worden. Hoewel hij nog iets aan de kleine kant was bleek ik er prima op te passen. Kwam dat toch even mooi uit…

Ik besloot er direct een rondje mee door de polder te crossen. Dat viel zwaar tegen. Hoe heeft hij het al die tijd uitgehouden op dat zadel. Alsof ik met mijn achterwerk op een spijkerbed was gaan zitten. Stug trapte ik door in de hoop dat de zadelpijn die ik nu aan het ondergaan was van tijdelijke aard zou zijn. De dagen die volgden ging het steeds iets beter. Ik kreeg zowaar de smaak te pakken. Bijna iedere avond trok ik eropuit. Al dan niet gecombineerd met een bezoek aan de Poownie. Mijn bovenbeenspieren wisten niet wat hen overkwam. Om niet na twee rondjes al geblesseerd te raken (inmiddels heb ik daar ervaring mee nl) bouwde ik mijn afstanden en snelheid langzaam op.

Zoonlief had niet eens in de gaten dat ik al meer dan een week op zijn “oude” fiets aan het touren was. Daarmee wist ik dat hij hem niet zou missen. Inmiddels was mijn eigen fiets ook weer terug en kon ik mijn rondjes afwisselen. Daar werden mijn bovenbenen blij van. Binnenkort wordt het tijd om de ruiterpaden (bij gebrek aan heuvels en zanderige weggetjes) in de polder al fietsend te gaan verkennen. Eens kijken of ik klaar ben voor wat offroad werk.

 

 

 

***

Meet Milo…

Er komt een tijd dat je afscheid van elkaar moet nemen. Dat wist ik. Maar ik stelde het zo lang mogelijk uit. De meeste mensen zullen maar wat graag de sleutels inleveren zodra ze de kans krijgen. Om daarna in hun nieuwe(re) bolide weg te scheuren. Dat kan ik niet. Mijn auto is mijn maatje. (Je kent Herbie toch wel?!) Met zorg uitgekozen op model en op kleur. Hij brengt mij van A naar B. Luistert altijd als ik mijn verhaal kwijt moet. Hij vind het niet erg als ik kneiterhard vals mee blèr op de muziek. Ik klaag en praat hardop over bepaalde zaken. Mijn auto weet dus heel veel. En als hij kon praten…. (had ie vast gevraagd of ik mn snater eens zou willen houden.) Zoals je ziet is mijn auto dus meer dan zomaar een koekblik op wielen.

Het begon met Beetle Juice, afgekort BJ. Mijn appelgroene VW Beetle. Verliefd was ik op die wagen. En nog steeds. Jaren gespaard voor ik hem kon kopen. En tot die tijd heeft er een miniatuurversie van hem in het raamkozijn gestaan. Ooit zou hij van mij worden. Trots dat ik was toen ik hem dan eindelijk in mijn bezit had. Na een tijdje had hij wel meerdere kleuren groen. Van granny smith tot jonagold groen. Toen hij te oud werd ruilde ik hem, met pijn in mn hartje, in voor een nieuwer exemplaar.

Dat werd King Toet. Een VW Beetle Cabrio. Hoewel er grotere, duurdere en vooral, nieuwere auto’s op de parkeerplaats stonden, was het toch altijd King Toet die daar op de troon in zijn parkeervak stond te shinen. Hij viel op met z’n baby blauwe kleur en z’n zwarte cabriodak. Al snel kwam ik er achter dat een cabrio helemaal niet mijn ding was. Of het was te slecht weer om met open dak te rijden. Of je brandde weg met een veel te felle zon. Ook moest ik altijd een petje op om veilig tegen de zon in te kunnen rijden. Toch hield ik King Toet. Hij was geweldig. Hij was leuk!! En nog steeds…. Maar ouderdom komt, ook bij auto’s, met gebreken. Ik moest uiteindelijk dus die bekende keus gaan maken. 

Na een jaar (ja echt, zolang heb ik er over gedaan, afscheid nemen is niet echt mijn ding) wikken en wegen kwam daar eindelijk de auto voorbij waarin ik mijzelf wel al pratend, zingend en lachend zag rijden. Ik hakte de knoop door. King Toet kreeg een nieuwe eigenaar.

Na een kleine 10 jaar Beetle te hebben gereden was het wel even wennen. Maar ik ben er reuze blij mee. Meet Milo. Mijn nieuwe(re) scheurmonster. En ja, ook Milo is de leukste van de hele straat. Wat zeg ik!? Van het huizenblok!! En zeg nu zelf, hij is toch ook gewoon heel cute!?!?!

Witte Alfa Mito met nieuwe eigenaar

 

***