Project twee…

Vorig jaar besloten we net als drie kwart van Nederland, de tuin op te knappen. Nog voor Corona ons leven beheerste waren we al door onze tuinset gezakt en daarmee was de eerste stap gezet. De set, die inmiddels al meer dan 10 jaar stond was drastisch aan vervanging toe. We waren het er over eens dat we weer zo’n zelfde set wilden maar die was gek genoeg nergens meer te verkrijgen. Daarmee was project één geboren. Maar omdat een aantal zaken langer op zich liet wachten door corona werd project één vanzelf project twee. 

Het begon dus met een zoektocht naar een fijne loungeset. Zo eentje waar je ook daadwerkelijk comfortabel een paar uur in kunt vertoeven. Toen we deze eenmaal gevonden hadden konden we de vuurtafel, die eigenlijk bij een andere tuinset hoorde niet laten staan. Met een rib minder maar met een vriend zo happy togen we terug naar huis. Hij blij met zijn vuur en ik kan marshmallows roosteren zonder de BBQ aan te steken. Ik zeg: win-win!!

Als het alleen hierbij zou blijven dan was het project geslaagd. Het komt door de bamboe schuttingen die we perse wilden hebben. Deze zou namelijk mooi staan achter de palmboom die we inmiddels ook al hadden aangeschaft. Maar juist dit onderdeel gooide roet in het eten. Normaal zouden ze bij elk gerespecteerd tuincentrum leverbaar zijn en nu lieten ze een kleine acht maanden op zich wachten. We hadden een tussenoplossing bedacht en daarmee kwam project tuin op een lager pitje te staan. 

Eigenlijk was ik de bamboe schutting alweer helemaal vergeten toen we plots een belletje van de leverancier kregen. “Deze week kunnen we ze dan eindelijk leveren…”

Het formaat zoals wij het wilden was natuurlijk niet leverbaar dus de heren gingen aan de klus. Hier en daar moesten ze wat zagen en inkorten. De omlijsting kreeg nog een lik vernis. Het geheel zag er nu al super leuk uit. De verdere aankleding volgden in de weken er op. Om het af te maken wilde ik er een plantenbak voor hebben. Vind er maar eens een die aan mijn eis voldoet, dat lukte niet. Daarop besloten we hem zelf in elkaar te knutselen. 

Dat had ook weer wat voeten in aarden, of liever gezegd wat splinters in de hand. Samen stonden we bamboestengels af te meten, door te zagen en te schroeven. Je snapt natuurlijk wel dat als wij iets willen we direct maar voor origineel gaan. Uiteindelijk heeft vriendlief een dag op zijn knieën gezeten. Niet om mij ten huwelijk te vragen maar om alle stukjes bamboe op onze eigen in elkaar gezette plantenbak te schroeven. 

In april waren we bijna wekelijks bij het plaatselijke tuincentrum te vinden. Maar einde van de maand was dan toch echt de laatste rit waarbij de grasjes, stenen en andere plantjes werden ingeslagen om de boel echt af te kunnen maken. 

Inmiddels zijn we een aantal weken verder en er zijn gelukkig al wat mooie dagen geweest waarbij we heerlijk van onze “nieuwe” tuin hebben kunnen genieten. Om de boel helemaal af te maken heeft vriendlief project drie bedacht. Nieuwe lampen voor binnen en buiten. Nu worden de planten en onze eigen “kunstwerken” verlicht in alle mogelijke kleuren die denkbaar zijn. 

Project 1, het vervolg…

Eind vorig jaar maakten we een begin met het opschonen van de kasten en bergruimtes, tot het compleet leeghalen van de zolderkamer. Zelfs het behang moest er aan geloven. De kamer leek prompt een stuk ruimer dan ie was. En met de mooie wit gestucte muren zag het er al veelbelovend uit. Maar er moest nog wel eea gebeuren. De eerste weken van het nieuwe jaar waren alle winkels ook nog eens dicht.

Langsrijden bij de vloerenwinkel was er niet bij. Alles moest dus online gebeuren. En hoewel ik redelijk goed online kan shoppen is online een vloer uitzoeken best raar. 

Wat vloer betreft konden we het niet eens worden. Van uitbundig hoogpolig tapijt tot houten vlonders aan toe. Het stond allemaal leuk of was even afgrijselijk. Uiteindelijk vond Vriendlief een vloer die werd goedgekeurd. En nu de vloer eenmaal ligt ziet het er sjiek uit.

Maar wat moesten we nu toch met die smetteloos witte muren? Een kant van de kamer was niet zo’n probleem. De sauna zou al een groot gedeelte wegnemen. Maar de muur er recht tegenover is de muur die je als eerste ziet wanneer je de trap op loopt en waar je tegenaan kijkt vanuit de sauna. Een aantal mogelijkheden passeerden ook nu weer de revue. Mooie planken met accessoires. Fotobehang, iets met steenstrips of hout of beide? De mogelijkheden waren eindeloos.

Uiteindelijk kozen we voor een muurschildering. Dat zou pas origineel zijn en ook nog eens helemaal naar onze eigen wens ingevuld kunnen worden. Toen we een foto vonden met het uitzicht op berg en zee vanaf “ons” balkon waren we om. Net alsof we op vakantie zijn in een zonnig oord. Via via kwam ik in contact met Annemarie Zoutewelle. Ze tovert complete muren om tot waren kunstwerken. Binnen of buiten, groot of klein het maakt haar niet uit. We maakten een afspraak om te kijken of, wat wij in gedachten hadden, kon worden uitgewerkt.

Een week of twee later begon ze met schilderen. Ze begon met een opzet van maar een paar lijnen waarmee ik de muur al zag veranderen. Aan het einde van de dag lag de kamer bezaaid met kwasten, penselen, doeken, potjes en heel veel verschillende kleuren verf. Iedere keer als ik kwam kijken stond er iets nieuws bij. De muur kwam beetje voor beetje meer tot leven.

Na dag twee was ik al lyrisch over het resultaat. Maar Annemarie vertelde dat ze nog helemaal niet klaar was. Er moesten nog diverse details een toegevoegd worden. Meer bladeren links van het balkon en er verschenen zelfs baaien en dorpjes aan de voet van de berg. Het doel was diepte in het schilderij zodat de kleine kamer ruimtelijker oogt. Je zou het gevoel moeten krijgen dat je vanuit de sauna het balkon op kan stappen. Alsof de kleine kamer helemaal niet zou bestaan. 

Aan het einde van dag drie werd de laatste penseelstreek gezet. Op de foto’s hieronder is niet eens goed te zien hoe fantastisch het eindresultaat is geworden. Soms, met invallend licht, lijkt het zelfs wel 3D. En met het bezorgen van de sauna, diezelfde dag, kwam er een einde aan dit project. De kamer moet nog wat aankleding krijgen maar we zijn er nu al heel erg blij mee.

Project 1…

Niet alles wat ik dit jaar wilde doen kon ik doen. En vandaag is de laatste dag van 2020. Ook al zou ik vandaag de kans krijgen om een en ander nog in te halen of te doen… Dan nog zou dat niet lukken. De gemiste kansen zijn voor het nieuwe jaar. Wat ik op deze laatste dag van het jaar wel kan doen is een begin maken met een nieuw project.

Het is op de wc na, de kleinste kamer in huis. Hij is zelfs nog in de oorspronkelijke staat zoals de vorige bewoners het hebben ingericht. Voor hen was het een werkruimte met diverse kastjes links en een kledingkast rechts. Er is en bureau aan de muur bevestigt en er hangt een groot werkblad om wat dan ook op uit te werken. Voor ons waren als deze extra opbergruimtes ideaal. Vooral om spullen een plek te geven die je anders rommel zou noemen. En de kast herbergt al onze wintersportkleding.

Vandaag draait het nu juist om die laatste kast. Dit stukje van de kamer krijgt een andere invulling. Er komt namelijk een sauna. Niet zo’n mooie Finse. Met wolken stoom, geurige eucalyptus en een plonsbad ernaast. Maar eentje die wat meer past. Zowel bij ons als in de beschikbare ruimte. Het wordt een infraroodsauna. En dus moet de kast weg. Maar voor ie weg kan, moet ie leeg. 

Als ik alle kleding op bed heb uitgestald is het eigenlijk niet eens zo veel. Maar skibroeken en jassen nemen gewoon heel veel plek in beslag. Het blijkt zowaar in een koffer te passen die weer op de vliering kan. In minder tijd dan ik voor ogen had ben ik klaar met deze klus. Met tijd over besluit ik de andere kastjes ook onder handen te nemen. 

Voor ik het weet ligt de hal vol met tassen oude rommel, spullen en kleding. Het is zo veel dat ik mij afvraag hoe en waarom we dat altijd bewaard hebben. Een deel krijgt een tweede (of derde) leven elders, de rest gaat de container in. Binnen een dag is de hele kamer leeg. Terwijl ik eigenlijk alleen voor de kast zou gaan. 

Vriendlief en ik zijn het al snel eens. De hele kamer gaat op de schop. Hij sloopt het werkblad en de overige kastjes uit de kamer en ik loop alles naar beneden. Dit levert mij voldoende spierpijn op om de dagen erna niet meer te hoeven sporten. Als de kamer leeg is trek ik, zonder te twijfelen, aan het behang. Ja, moet er ook af. 

Dat is wat we de eerste dag van het nieuwe jaar staan te doen, behang scheuren. Terwijl vriend al mopperend bezig is, want zijn stukje muur werkt niet mee, vind ik rust in het afkrabben van drie lagen opgeplakt papier. Nu de kamer bijna helemaal leeg en kaal is kunnen we gaan bedenken hoe we het verder gaan inrichten. Onze fantasie slaat al snel op hol. Zullen we dit?? Of zullen we dat?? Wordt het fotobehang, steenstrips, of hout? Gaan we voor uitbundig of wordt het een rustgevende ruimte?

Er is zoveel leuks van te maken. Gelukkig is de sauna al besteld en duurt het nog een paar weken voor ie geleverd wordt. We kunnen dus nog even wikken en wegen voor we verder gaan met klussen. 

Wordt vervolgt…

 

 

Opgaan in het moment II…

In eerste instantie was ik helemaal niet bezig om het “mindfulness” aan te pakken. Het woord alleen bezorgd mij jeuk. Het is wel precies wat ik gedaan heb. *HIER* lees je deel één. Mijn doel is mijn gehaaste leven veel meer een halt toe te roepen. Ik wil meer opgaan in welk moment dan ook en meer genieten van dat wat ik aan het doen ben. Ik neem jullie graag mee in mijn zoektocht naar het creëren van meer zen-momenten in alledaagse dingen. 

Mijn plan om het door te trekken in meerdere dingen die ik doe, blijkt toch minder eenvoudig te zijn dan ik dacht. Soms is het zelfs lastig om (al is het maar) twee minuten stil te staan en echt bewust te voelen en op te merken met waar ik mee bezig ben. Begin dit jaar, toen ik er mee begon wist ik nog niet dat Corona ervoor zou zorgen dat mijn hele leven, in ieder geval de komende maanden een stuk rustiger zou worden. Slow down brother!! 

Stiekem had ik gehoopt dat het hierdoor wat makkelijk zou zijn. Niets is minder waar. Ik heb mij op dit moment dan niet meer met 101 dingen bezig te houden maar er malen nog voldoende gedachten door mijn hoofd. En waar kan ik die nu beter stil zetten dan op de plek waar de bewoners altijd leven in het hier en nu?! Die geen last hebben van mentale ruis, oordelen of zorgen. Ja, of er na deze ene hap gras misschien nog een volgende hap genomen kan worden… 

Ik zet mijn zoektocht naar zen-momenten voort op stal. Of eigenlijk de wei, want daar staan de paarden sinds enkele weken. Ik ga vandaag heel bewust strontscheppen! Tenminste, dat ga ik proberen. Het hebben van een paard is echt niet zo romantisch, dat je het ff weet. Normaal doe ik deze klus op de automatisch piloot en draait mijn hoofd overuren. Vandaag heb ik extra geluk. De knollen zijn een wei verplaatst en het gras staat zo’n beetje kniehoog. Extra uitdaging is niet verkeerd om ergens met je volle aandacht bij te zijn. 

Bij het betreden van de wei blijf ik met een voet hangen in een grashalm en breek bijna mijn nek. Dat begint al goed. Maar hierna is iedere handeling doelbewust en heel gericht. Het is heel wat vermoeiender om bij dit stompzinnige werk je (telefoon en) denken uit te schakelen en alleen bezig te zijn met hier en nu. Met paard en poep. Tel daar het ploegen met kruiwagen en al, door het hoge gras bij op en ik heb naast een geestelijke ook een fysieke inspanning geleverd.

Voor ik er erg in heb ben ik al een uur lang “spoorzoekertje” aan het spelen. Voel ik wat mijn spieren doen en luister naar de geluiden om mij heen, in plaats van in mijn hoofd. Wat een herrie daar binnen en wat een rust daarbuiten!! Is het gelukt? Nee niet helemaal. Misschien komt het door de klus op zich?! Die was letterlijk en figuurlijk intensief. Wel was ik meer uit mijn hoofd en in mijn lichaam. 

Wanneer ik op de fiets stap voor de terugreis naar huis voel ik mij toch voldaan! Nu is het de kunst om het uit te bouwen. Eens zien wat mijn volgende onderwerp gaat worden… 

Wax on, Wax off…

“Ik heb je snowboard opgehaald. Die hebben ze in de winkel voor je gewaxt.” Zegt vriend terwijl hij ondertussen mijn geliefde plank uit de auto plukt. Zonder bindingen weegt het stukje hout niet zo veel. Ik pak hem aan en werp een blik op de onderkant. “Is dit gewaxt?” Vraag ik hem? Het belag heeft nog hele witte uitgebeten plekken. Ineens herinner ik mij de irritatie van de wintersport van vorig jaar. Waarbij ik op dag twee letterlijk stilstond op de piste terwijl iedereen mij als een “Razende Roeland” voorbij kwam. Toen zag mijn board er precies zo uit als nu. Alsof ik er al een week snowboarden op heb zitten. 

Mijn kennis over het goed onderhouden van een snowboard is nihil. Dit laat ik normaal gesproken doen. Maar na mijn tweede ergernis bij deze shop was ik er klaar mee. Ik besloot mij er in te verdiepen. Is mijn board op en versleten of kan ik het zelf misschien beter dan in de winkel? Zo moeilijk kan zelf waxen toch helemaal niet zijn bedacht ik mij? Om er zeker van te zijn las ik diverse sites en zocht ik youtube af over het hoe en waarom. 

Het waxen van je board is voor meerdere redenen goed. Zo blijft het belag gevoed en raakt minder snel uitgedroogd. Wax zorgt ook voor een goede afvoer van het water en voor meer boardplezier en snelheid. Tevens doe je langer met een goed onderhouden board. In winkels worden ski’s en boards vaak machinaal gewaxt. Met de juiste materialen is het volgens de pro prima zelf te doen. 

Mijn arme plank blijkt dus gewoon finaal uitgedroogd!! Dat hadden ze in de winkel best wel even mogen zeggen! lekkere service maar niet heus. Vanaf nu besluit ik wat beter voor mijn board te zorgen. Ik bestel een strijkbout, wax, schraper en een slijpset. Op mijn vrije dag wordt alles geleverd en kan ik aan de slag. 

Als eerste haal ik wat bramen weg en vijl ik de staalkant. Dat is geen overbodige luxe merk ik. Daarna is het belag aan de beurt. Normaal moet je de onderkant schoonmaken. Maar die van mij is al gepoetst in de winkel. Zodra het speciale waxijzer (vooral niet de normale strijkbout gebruiken) op temperatuur is houd ik de wax er tegenaan. Ik druppel een heel spoor over de onderkant van mijn board. Het lijkt op gestold kaarsvet. Als ik er met het ijzer overheen ga wordt alles weer vloeibaar en smeert het lekker uit. Ik ga net zolang door tot er een mooie egale laag op ligt. Met mijn hand voel ik aan de andere kant van het board. Zodra dat op temperatuur is stop ik. 

Met een speciale schraper haal ik alvast de waxlaag van de staalkanten af, de rest moet nu intrekken en uitharden. Als ik later op de dag een blik op mijn board werp weet ik niet wat ik zie. Wat een verschil en dat na 1 keer. Het overtollige wax moet er afgeschraapt worden. Dit doe ik met een speciale schraper en is het minst leuke aan deze hele klus. Alles zit onder het schraapsel dat ook nog eens lekker overal aan blijft plakken en de vloer spekglad maakt. 

Voor we met vakantie gaan zal ik hem nog een keer onder handen nemen. Het is best een leuke bezigheid en hopelijk word ik er op de piste voor beloond. 

 

Snowboard ongewaxt en gewaxt

Opgaan in het moment…

Geregeld doe ik het al zonder er echt bewust van te zijn. Zoals bij het fotograferen of een graassessie met Poownie bijvoorbeeld. Steevast voel ik mij happy en voldaan wanneer ik de foto’s bekijk of terug ben op stal. Happy en soms zelfs een beetje zen… 

Hoe kan het dat “simpele” dingen mij zoveel voldoening geven? Dat ik met nog meer plezier uitkijk naar een volgende keer? Mijn hoofd leger en rustiger is? Alsof de boel herschikt of opnieuw geordend is. Kun je mij nog volgen? Sommige sporters ervaren dit ook wel eens na een flinke workout. Je voelt je (emotioneel) lichter en fijner.

Eind vorig jaar besloot ik mijzelf te “analyseren” wanneer ik foto’s aan het maken was. Ik wilde weten hoe het kwam dat juist fotografie mij zo veel meer dan alleen maar mooie platen oplevert. Het antwoord had ik vrij snel boven tafel en was heel simpel: Ik heb zoveel plezier in wat ik doe dat ik op ga in het moment. Eén zijn met dat wat er voor mijn neus gebeurd. Niet nadenken, analyseren, herkauwen en opnieuw doen! Nee, gewoon helemaal opgaan in het hier en nu. Met mijn volle aandacht genieten van wat ik aan het doen ben. Dat is in een vogelhut, afgesloten van de buitenwereld, misschien niet zo moeilijk. Maar het lukt mij ook langs een drukke zijlijn op het voetbalveld. Waar mensen en spelers soms letterlijk om mij heen lopen. 

Wat nou als ik deze ervaring eens door trek in mijn leven? Iedere dag een soort meditatie geluksmoment, misschien zelfs meerdere keren per dag die flow voelen? Uiteraard zonder gebruik van verdovende middelen, laten we daar duidelijk in zijn. Zou dat kunnen? Ik denk het wel. De rustige omgeving is, gezien de drukte langs een voetbalveld, niet perse noodzakelijk. Mijn eigen handelen en denkwijze daarentegen wel. Daarvoor moet ik wel aan de bak. 

Wanneer ik ’s avonds alleen ben besluit ik het direct uit te testen. Normaal is het koken iets wat moet. Even tussen de bedrijven door en niet iets waar ik altijd zin in heb. Nu doe ik het anders. Eerder op de dag had ik met zorg mijn eten uitgekozen en alle ingrediënten liggen nu voor mij uitgestald op het aanrecht. Op het menu staat een pastasalade. Niet het aller moeilijkste om klaar te maken. Toch besluit ik er letterlijk de tijd voor de nemen. De enige tijd die ik in de gaten hoef te houden is de kooktijd voor de pasta.

Het vergt nogal wat doorzettingsvermogen om er mijn volle aandacht bij te houden. Koken is niet echt mijn ding. Ik moet er even inkomen. De ingrediënten met zorg snijden. Het maken en kruiden van de dressing. In gedachte proef ik alvast hoe het eindresultaat zal zijn. Wanneer ik ga eten staan telefoon, tv en radio uit. Een met mijn maaltijd! Ook nu besluit ik er de tijd voor de nemen. Ik constateer twee dingen: ik proef intenser wat ik eet en mijn maaltijd smaakt lekkerder dan ooit. Ik betrap mijzelf er op dat ik hiervan heb genoten. 

Met deze ervaringen in mijn achterhoofd wil ik de komende maanden proberen mijn gehaaste leven veel meer een halt toe te roepen. Meer opgaan in welk moment dan ook. Genieten van dat wat nu is. Ik hoop jullie mee te kunnen nemen in mijn zoektocht naar het creëren van meer zen-momenten in alledaagse dingen. Doen jullie mee?

 

 

Wordt vervolgt… 

***

Week 1…

De laatste dag van het jaar breekt aan op het moment dat de wekker afgaat. Wat een herrie zo op de vroege ochtend. Mijn dag begint goed. Not!! Ik word met koppijn achter mijn ogen wakker. Alsof iemand vanachter uit mijn schedel met een hamer mijn oogballen er uit wil slaan. Ja, deze beschrijving dekt de lading wel. En dan moet oudejaarsavond nog beginnen. Ik heb drie kwartier nodig om mijn ochtendroutine af te werken en ben tegen 08.00 uur, als eerste, op het werk. Drie kwart van de Nederlandse bevolking is vandaag vrij. Zo ook al mijn klanten. Wat ik op het werk doe is mij een raadsel. Maar de baas wil nu eenmaal dat er een paar collega’s aanwezig zijn. 

Met het laatste is zo’n beetje alles wel gezegd. Al het werk is afgehandeld en de bureau’s zijn “schoon”. Klaar voor het nieuwe jaar. Halverwege de ochtend komen er oliebollen op tafel. Dus ontbijt ik met een bol en een bak thee. Mik er direct een aspro achteraan. Langzaam word ik weer een beetje mens. Na een gezellige middag kletsen met collega’s is het dan eindelijk tijd om naar huis te gaan. Daar wachten nog de nodige klusjes, zoals een spoedbezoek aan Poownie. Na het eten vertrekken we richting mijn oom en tante in Schiedam om met hen het nieuwe jaar in de luiden. 

Het gaat bij ons in de wijk al aardig los met vuurwerk maar eenmaal in Schiedam lijkt het wel of het nieuwe jaar zojuist is ingegaan. Als ik op de klok kijk zie ik dat het pas 20.00 uur is. We hebben een super gezellige avond met lekkere hapjes. En liggen in een deuk om hond Brutus, die met zijn mega verschijnen maar zachte karakter voor hilarische momenten zorgt. Veel te laat lig ik in bed en kom daardoor ook veel te laat mijn bed weer uit. Moet kunnen voor een keer. De aller eerste dag van het nieuwe jaar besluit ik luierend door te komen. Tussendoor plan ik nog een bezoek aan Poownie. 

Bij thuiskomst zie ik dat de staatsloterij ons niets heeft opgeleverd. Ik had zoveel plannen met dat geld, maar helaas. Dat betekent dat we er weer voor zullen moeten werken. De volgende dag gaat de wekker in alle vroegte voor een nieuwe werkdag. Ook deze twee dagen valt er nog niet veel te beleven en heb ik op een makkelijke manier de eerste knaken van het jaar verdiend. 

Wat ben ik blij als het weekend aanbreekt. Nu heb ik tijd om mijn creatieve skills onder het stof vandaan te halen. Want het presentje voor Zus, die volgende week jarig is, ligt te wachten om in elkaar gezet te worden. Het hele idee speelt al dagen door mijn hoofd maar nu kan ik een start maken met de uitwerking hiervan. Alleen al het plezier dat ik hieraan beleef is hopelijk een voorbode voor de rest van het cadeau. Stiekem kan ik niet wachten om het haar te geven. Een volgend log meer hierover… 

We eindigen de zaterdag bij mijn schoonouders. Waar we traditiegetrouw proosten met een nieuwjaarsborrel. Gevolgd door een lopend buffet en een gezellige avond. Terugkijkend op de eerste vijf dagen kan ik zeggen dat het jaar voor mij alvast goed begonnen is. En die van jullie? 

 

 

***

Voor de wind …

Even terug naar 2016:

Nederland, waterland. Kilometers lange kust. Prachtige grachten. Met parken omzoomde rivieren. Mooie meren en grote, “woeste” wateren. Voor de liefhebbers is het heerlijk toeven op het water. Mijn vriend is opgegroeid met boten en heeft als kind met zijn vader zelfs een eigen zeilboot gebouwd. Een echte. Niet zo één van Playmobil.

Nu wil mijn vriend, “net als vroeger”, weer een boot. Ik was aanvankelijk niet helemaal overtuigd. Wat weten wij, of in ieder geval ik, nu van boten? Maar aangezien ik een voorliefde heb voor alles wat beweegt en altijd en immer nieuwsgierig ben, wilde ik het wel een kans geven. Omdat je niet overal en met elke boot zomaar mag varen, moest er nog wel iets meer gedaan worden. Dat betekende samen studeren om eerst ons vaarbewijs te gaan halen. Daarmee zou ik in ieder geval een klein beetje het idee hebben nog ergens iets van af te weten…

Vriend bladerde het boek één keer door om het daarna achteloos aan de kant te gooien. Zelf leerde ik mij het apelazarus, maakte aantekeningen, keek filmpjes en kocht een berg proefexamens in. Ik ging er helemaal voor. Varen is leuk en kennis is macht, toch? Was ik vroeger maar zo fanatiek aan de studie gegaan. Echt het zou toch om te gieren zijn wanneer ik straks met mijn eigen boot door het water zou mogen scheuren?!

Het leren begon goed. De stof was tot op een zeker punt eigenlijk heel logisch. Tot ik bij het onderdeel bruggen, sluizen en waterdieptes was aangekomen. Cijfers zijn nu eenmaal niet helemaal mijn ding. Er staat bijvoorbeeld: “H=30, KP=NAP-5, WW NAP+1 en je boot is 22DM boven water. Hoeveel DM speling blablabla…” Dan begint het me te duizelen. De oplossing was om de berekening dan maar te tekenen (hulde aan youtube!). Toen ik eenmaal doorhad hoe ’t werkte, snapte ik alle “wiskundige” abracadabra al beter. Daarna leerde ik dat de rechteroever best aan je linkerhand kan liggen. Dat een roeiboot voorrang heeft op een motorboot. Rechts gaat niet altijd voor links en al helemaal niet wanneer je… Nou ja, in ieder geval zat ik er lekker in.

Ik voelde mij een ware waternerd. Iedere dag, echt íédere dag was ik er mee bezig. Ik kreeg lol in het vergaren van kennis en het werd tijd om het echte examen aan te vragen. Dat was wel een dingetje. Eng. Alsof ik er nog niet klaar voor was, terwijl ik voor bijna ieder proefexamen slaagde. Er waren toch nog steeds een aantal onderdelen die ik niet goed uit elkaar kon houden. Op het moment dat mijn ego even niet keek, gaf ik mijzelf op.

Niemand wist van dit examen. Zelfs vriend niet. Stel je voor dat ik zou zakken… Onder werktijd piepte ik er tussenuit om het examen te maken. Ik was op van de zenuwen. Wat nu als er heel andere vragen gesteld zouden worden? Zoals altijd bleek het mee te vallen. Nadat de examinator mijn werk had nagekeken, kwam ze mij feliciteren. Met maar drie fouten was ik ruimschoots geslaagd én ook nog eens de nerd van de klas. Ik kreeg mijn vaarbewijs direct mee. Bij thuiskomst schoof ik het papiertje met een grote grijns onder de neus van mijn vriend. “Kijk! Nou kan tenminste één van ons twee legaal het water op!”

Nu die boot nog.

 

 

Dit blog verscheen vorige week ook op: “Hoe vrouwen denken!?”

 

***

De eerste dag…

De kofferbak gaat nog maar net dicht als ik de laatste tas in de auto gepropt heb. Er gaat wel heel veel mee. Maar het is dan ook onze eerste dag op het water sinds Merlin deze week weer op zijn vertrouwde plek in de haven ligt. Alles moet bevoorraad worden. Om nog maar niet te spreken over de kleding die meegaat. Het kan alle kanten op wat weer betreft. En hoewel onze drijvende caravan een dak heeft, hebben we het niet graag koud.

Bij aankomst volgt eerst maar eens een flinke schoonmaak. De eenden hebben nogal huisgehouden op de steiger die hierdoor te smerig is om op te lopen. Zodra wij binnen zitten komt er een aalscholver aanvliegen. Hij neemt plaats naast de nep-kraai, die aan het einde van de steiger op wacht staat om gespuis, zoals dit soort vogels, weg te houden. Met zijn houterige verschijning is hij duidelijk niet indrukwekkend genoeg. Misschien moeten we er één neerzetten met een bewegingssensor. De aalscholver heeft net een bad genomen en spreidt zijn vleugels om te drogen in de zon. Het ziet er prachtig uit van zo dichtbij. Onze buren, zowel links als rechts zijn er overigens ook nog niet, of zijn al uit varen. 

Er liggen nog wel meer boten op de kant maar niet zo veel meer als vorig jaar rond deze datum. Na het poetsen volgt zoals gebruikelijk een bak koffie met een koek. Dan kunnen de trossen los. Na vijf maanden niet gevaren te hebben moet ons lichaam weer even wennen aan het deinen op de golven. Het is niet heel erg druk op het water en dat verbaasd mij. Met de paasdagen zou je zeggen dat veel (water)mensen er op uit trekken met de boot. We varen naar de overkant en gooien het anker uit. Lekker even dobberen in de zon. 

Ik ga achter op het dek zitten, uit de wind maar wel volop zon. Wanneer vriendlief mij een bak koffie komt brengen is het eerste wat-is-het-hier-heerlijk-gevoel compleet. Rechts van ons springen drie kids in het water. Het water is echt niet warmer dan 16 graden. Ik voel met mijn grote teen hoe koud dit precies is. Hoewel ik mij voorgenomen had dit jaar meer bikkel te zijn sla ik echt nog even over. Ze houden het aardig lang uit. De zon speelt verstoppertje en na even aanwezig te zijn is ie weer voor een tijdje weg. Als het afkoelt besluiten we terug naar de haven te varen. 

Bij terugkomst worden we begroet door moedereend met negen heel kleine kuikentjes links. De Aalscholver op de volgende steiger. Ruziënde futen (die maken een herrie!) rechts en waterkipjes met kleintjes voor ons. Echt heel schattig al dat kleine volk rond de boot. Ik mag ze van vriendlief niet voeren. Want als ze eenmaal weten waar eten te halen valt krijg je ze, zelfs met 100 nep-kraaien niet meer van je boot. Het blijft dus bij foto’s maken. In de haven is het windstil waardoor we nog zeker een uur of twee blijven luieren voor we besluiten weer naar huis te gaan. Ja, dit was een prima eerste dag op het water. Kom maar door met die zomerse temperaturen!!

 

 

***

Aan alles komt een eind…

Hoewel de mooie dagen toch nog even voortkabbelden liep ons zomerseizoen toch echt op zijn einde. En met ons bedoel ik die van Poownie en zijn graas-maatjes. Was het begin van het seizoen nog wat zoeken naar mooie stukjes groene weides in verband met de droogte, hadden we aan het einde mals groen gras in overvloed. Toch moest eens de knoop doorgehakt worden. Dus halverwege oktober stond voor ons wederom een kleine verhuizing gepland. We moesten van ons zomerverblijf naar ons winterverblijf. 

Dat is best een onderneming kan ik je zeggen. Waar ik eigenlijk altijd het geluk heb gehad de wei en stal op één terrein te hebben, moesten we nu dus een wandeling van een kilometer of drie maken. Dat betekende eerst een auto op stal neerzetten. Ons af laten zetten bij de wei en met paard en al weer lopend terug naar stal. Goed voor de stappenteller, dat dan wel weer. Poownie, zijn vriendinnetje en sinds enkele maanden nog een ander witje zijn er dit jaar nieuw bijgekomen. Het winterverblijf is voor hen dus een grote verrassing. We waren dan ook erg benieuwd hoe ze hierop zouden reageren. 

Ons winterverblijf is niet zomaar een stal. Sterker nog, er zijn niet eens stallen zoals we die gewend zijn. Er is hier geen ophokplicht. De paarden lopen vrij in de zandpaddock. Eigenlijk is het een soort Poownies playground. Maar dan zonder ballenbak. Er staan diverse hooi-ruiven die 24/7 gevuld zijn. De paddock is een grote zandbak met her en der diverse bergen zand om op te klimmen en te graven. Er is een (wandel)track rond de rijbak met hier ook weer her en der boomstronken en bielzen om je tanden in te zetten of overheen te klauteren. Er staan bomen waar ze aan kunnen knagen en er is een schuilstal met diverse openingen en richtingen om verstoppertje in te spelen.

Eenmaal gearriveerd werden we begroet door de dames en paarden die al wat eerder die kant op waren gegaan. Het was een feest der herkenning toen de paarden weer bij elkaar in de bak stonden. Er werd over en weer gehinnikt en er werd direct wat afgesnuffeld en geknuffeld (alsof ze elkaar weken niet gezien hadden) Daarna ploften er een aantal neer om eerst eens lekker te gaan rollen. Een teken dat ze zich direct thuis voelden. Toen ze de track in de gaten kregen was het hek van de dam. De gehele groep kwam in beweging en er werden wat rondjes gesjeesd. 

Sneller dan verwacht kwam de rust weer terug en kon het verkennen op hun nieuwe verblijf hervat worden. Poownie verloor zijn vriendinnetje geen minuut uit het oog. Alles werd samen ondernomen. Eten, drinken, een wandeling door de stallen. Als ik hem mijn stappenteller had gegeven was ik voor de rest van dit jaar binnen. 

Niet alleen voor de paarden een fijne plek. Ook voor ons is gezorgd. Het hele terrein is voorzien van verlichting. De drinkbak is automatisch dus geen gesleep met emmers meer. We hebben een opgeruimde en verwarmde zadelkamer met een gezellig zitje voor ons. Inclusief een keukentje, waar we met koude en regenachtige dagen lekker een kop thee kunnen drinken. De zomer is weliswaar teneinde maar wij komen deze winter wel door. En als bonus is onze achtertuin wederom een prachtig natuurgebied. 

 

Rollend paard, rennend paard en een etend paard

 

 

***