RIB…

De vaste lezer weet dat ik het afgelopen jaar veel plezier heb gehad aan mijn Stand Up Paddleboard (SUP). Ik heb dan ook aardig wat uren op het water besteed. Vriendlief, die eerder had aangegeven dat SUPPen maar iets raars was, ging uiteindelijk toch overstag. Want na mijn eerste tocht alleen, waarbij hij vanaf de kade toe moest kijken en enkel foto’s kon maken, wilde hij eigenlijk ook wel mee. Niet op een SUP uiteraard. 

De week erop gingen we samen op pad. Hij in zijn kano en ik op mijn SUP. Helaas gooide een terugkerende schouderblessure roet in het eten. Een kwartier paddelen stond garant voor een week last en ongemak. Dat ging hem niet worden. De oplossing dacht hij gevonden te hebben in een rubberboot. Opblaasbaar en wanneer niet in gebruik opgeruimd in de kast. Maar zo relaxt als ik mijn SUP vaarklaar maak, zo frustrerend was het om die boot in elkaar te zetten. Het oppompen was één ding, maar de losse bodemdelen erin krijgen was een ander verhaal. De boot ging terug naar de winkel, die toegaf er zelf ook problemen mee te ondervinden….

Via via kwam hij aan een RIB. Niet helemaal inflatable zoals mijn SUP want hij heeft een vast bodemgedeelte. Maar wel een zitje met opbergplek. Opvouwen en in de kast is er dus niet bij. Er kwam dan ook een trailer aan te pas. En een stallingsplek want in de tuin ging hij niet passen. Tja, je moet er wat voor over hebben om mee het water op te kunnen. 

Dat we nog heel wat te leren hadden merkten we de eerste keer dat we gingen varen. Ik was als de dood dat de auto te ver de helling af zou rijden. De remmen het begaven of de boot de trailer niet af (of niet meer op) zou willen. We hebben wel even staan pielen hoe we een en ander netjes, beheerst en zonder schelden voor elkaar kregen. Maar eenmaal in het water was het reuze gezellig. 

Dat smaakte naar meer. We zochten naar locaties waar je eenvoudig met de boot het water in kon. Hier in de buurt zijn een aantal plekken waar je gratis gebruik mag maken van de helling. Voor de betere en mooiere locaties moet je uiteraard betalen. Wanneer de boot dan eenmaal lag, blies ik mijn SUP op. De boot werd voorzien van allerhande versnaperingen en warme kleding. Want daar was nu toch plek voor en zo hoefde ik mijn SUP niet vol te bepakken. En off we go. 

Een ander bijkomend voordeel was dat ik op deze manier veel verder kon paddelen dan wanneer ik alleen zou gaan. Als ik moe werd of de wind draaide kreeg ik van mijn eigen “bezemboot” een sleepje terug naar de haven. Samen hebben we heel wat avonden op het water doorgebracht. We bezochten geregeld onze eigen “achtertuin” maar we gingen ook naar Kinderdijk. Waar op dat moment verder niemand op het water te vinden was. Ook stond er een langere tocht op de Giessen gepland. Maar zoals je hier kunt lezen maakte ik een fout door een sluis over het hoofd te zien. 

Mochten we deze winter niks te doen hebben dan gaan we opzoek naar hellingen waar we in het nieuwe jaar gebruik van kunnen maken. Want samen is het gewoon veel gezelliger.

 

SUPPEN langs de molens van Kinderdijk

 

 

Mijn eerste baantje…

Meer dan 20 jaar geleden werd het tijd om zelf voor wat zakgeld te zorgen. Tante F. wist dat ze bij haar op de zaak nog een vakantiekracht zochten. Ze hielp mee met de sollicitatiebrief, want internet was toen nog een schaarste (haha, dat was alleen mogelijk met een inbelverbinding via de huistelefoon, als je geluk had!) Diezelfde week mocht ik al op gesprek. Waarbij het onderwerp salaris overigens niet eens ter sprake is gekomen. Ik kreeg een rondleiding en werd aangenomen. Vanaf dat moment was ik queen of de vaatwasser. Mijn aller eerste baantje in de keuken van een verpleegtehuis in Dordrecht.

De hele zomervakantie stond in het teken van werken. Ik wilde een goede indruk maken en vooral mijn tante niet teleurstellen. Dus deed ik mijn stinkende best. In rap tempo werd ik ingewerkt. Want een lopende band vaatwasser is niet zo makkelijk als men denkt. Daar kwam bij dat elke afdelingen zijn eigen kar met serviesgoed had. Alles was ook nog eens voorzien van een eigen kleur. Enige systematiek was dus vereist. Voor de lunch moesten de karren schoon en klaar staan om gevuld te worden met de maaltijden voor de bewoners. Na onze eigen lunch kwamen de karren ranziger terug. ’s Middags had ik als taak om naast alle karren, ook het keukengerei van de koks weer schoon te krijgen.

Ik zat iedere dag tot aan mijn oksels in de etensresten en had toch de tijd van mijn leven. De koks vonden het een beetje sneu dat ik alleen maar heen en weer aan het rennen was tussen vuil- en schoon serviesgoed. Dus werd ik ook ingedeeld om andere klusjes te doen. ’s Morgens het eten bereiden en ’s middags de mise-en-plas. Zelf vond ik dat allemaal iets minder. Een koksmes hanteren om 10 kg ui te versnipperen is niet mijn ding. Evenals het afwegen van voedingsmiddelen. Gaat altijd verkeerd! Het maken van toetjes en uitlepelen van de bakken slagroom was dan wel echt mijn ding. Ik leerde wat HACCP inhield en hoe ik correct en hygiënisch schoon moest maken. Ik leerde ook wat een terug-koeler was en dat de steamer echt heel heet is. *au*

Het beviel zo goed dat ik besloot te blijven. Vanaf dat moment werkte ik naast alle vakanties ook twee weekenden in de maand. Ik zat in het tofste weekend, met de leukste collega’s. Maar moest mijn tante missen. Die zat helaas in een ander weekend. De radio stond vaak op standje kneiter hard. Soms kwamen ze van de kerk vragen of het misschien iets zachter kon. Wij kwamen boven het orgel uit.

Op warme zomerdagen zorgden de Technische Dienst voor de nodige hilariteit. Er stonden geregeld emmers water op het dak, om iedereen tijdens de koffiepauze (wanneer deze buiten gehouden werd) van een verfrissende douche te voorzien. Wie de dans ontsprong werd in de middag achterna gezeten met de brandslang. Met alle protocollen van tegenwoordig is dit nu ondenkbaar…

Na drie jaar afwashulp werd het tijd om op te stappen en opzoek te gaan naar een vaste job. Het afscheid viel mij zwaarder dan ik had verwacht. Ik heb nog heel vaak gedroomd over dit werk. Dan rende ik rond met serviesgoed of waren mijn karren opeens weg. Die karren hebben nogal indruk gemaakt. Ik denk dat ik geen leukere eerste werkervaring op had kunnen doen dan daar.

Was jullie eerste baantje ook zo leuk als dat van mij?

Je haar danst…

Krullen of slag pas vanaf halverwege mijn hoofd? Dat schreef ik laatst in *dit* log. Nou, nu niet meer hoor. De slag begint gewoon helemaal bovenaan. Oké, toegegeven, het zijn nog geen gigantische krullen maar wel een behoorlijke slag vergeleken met een paar weken terug. De loze uurtjes die ik hier en daar had heb ik gebruikt om kennis te vergaren op het gebied van de CG-methode. Of te wel de Curly Girl methode. 

Kort gezegd betekend CG niets anders dan het vermijden van bepaalde ingrediënten in haarproducten. Je laat alle siliconen, sulfaten, minerale oliën, wax en uitdrogende alcohol weg en past bepaalde manieren van wassen, drogen en stylen toe. Omdat je het niet meer dichtsmeert, uitdroogt, vervet of verstikt krijgt je haar de mogelijkheid om weer te gaan glanzen en te krullen. Mits je het goed toepast. Internet staat vol met informatie dus ik ga hier verder niet uitgebreid op in. 

Als je niet oppast heb je jezelf arm gekocht aan haarproducten en shampoo’s. Gelukkig wordt mijn haar binnenkort bekeken door een ervaringsdeskundige en dan kan ik echt los. Tot die tijd valt er voldoende te experimenteren met wat ik in huis heb. En, lucky me, een aantal producten bleek al CG-proof te zijn.

Ik kwam er achter dat ik toch wel wat moest afleren. Mijn haar niet meer borstelen en al helemaal niet als het droog is. Alleen nog onder de douche met een flinke dot conditioner er in. Drogen met een handdoek?? Foei!! Daar gebruik ik nu een microvezeldoek voor. Dit voorkomt pluis en op de juiste manier gebruikt, door te “scrunchen” en te “ploppen” creëer ik slag en krul. Oh en vooral van je haar AFBLIJVEN. 

Naast het afleren moest ik ook methodes aanleren. Mijn favoriet is de “squish to condish” waarbij ik de conditioner door mijn hele haar werk. Bij het zien van de hoeveelheid slag die mijn haar dan al heeft word ik blij. Ook het stylen doe ik nu op nat haar. Met de “praying hands” methode, (ja jongens, er ging een wereld voor mij open!) verdeel ik de gel door mijn haar. Daarna scrunch ik mijn haar met een microvezelhanddoek ondersteboven van clumps naar slag. De föhn hoover ik over mijn hoofd om daarna via “pixi diffusing” (what ??) de krullen er in te krijgen. Vervolgens scrunch ik de cast uit mijn haar. Wat overblijft zijn mooie zachte bouncing waves en curls. (als ik het goed heb gedaan…)

Mijn woordenschat is, op het gebied van haarstyling, nog nooit zo groot geweest. Wekelijks leer ik iets nieuws. Het kost aardig wat tijd dat dan weer wel. Maar het is zo leuk om er mee bezig te zijn. Om te kijken welke manieren bij mij passen. Maar ook welke producten en in welke volgorde, mijn haar mooier laten krullen. Niet alles pakt even goed uit. Soms is de slag opeens weg of is het na een uur baggervet. Dan hangen de slierten haar om mijn hoofd. De juiste techniek (en producten) heb ik nog niet helemaal gevonden. Maar mijn dag kan praktisch niet meer stuk als mijn haar dan wel een keer super goed zit. 

En dan te bedenken dat dit pas het begin is… 

 

Het verschil in een paar weken tijd. Hoe ik begon naar hoe het nu is…

9 jaar geleden…

Deze week is het 9 jaar geleden dat mijn moeder overleed. Hoewel ik er niet meer met zoveel pijn en verdriet aan terugdenk, ben ik er wel altijd in deze periode net iets meer mee bezig dan anders. Sommige momenten uit die periode staan in mijn geheugen gebrand en ik kan ieder stukje oproepen. In het begin kwamen deze momenten, die bestaan uit gevoelens, geuren, kleuren, geluiden of een bepaalde vorm van energie, te pas en te onpas naar bovendrijven. Ze konden letterlijk een stempel drukken op het huidige moment. Wat soms heel vervelend was. Een fijn moment kon hierdoor ineens overschaduwd worden door een bepaalde geur die ik rook of een geluid dat ik hoorde. 

In de loop van de tijd gebeurde dit gelukkig steeds minder. Het is waar als mensen zeggen dat de scherpe randjes er vanaf gaan. Het verdriet en het gemis heeft zijn eigen plek gekregen. Iets waar ik vooral de eerste twee jaar heel erg mee heb geworsteld. Want wat is nu dat “plekje” waar ik mijn verdriet kon achterlaten?? Niemand die het mij kon vertellen. Na de eerste paar jaar sluimerde het gevoel nog op de achtergrond en inmiddels is het netjes opgeborgen in een van de lades van mijn geheugen. 

Bepaalde gevoelens en emoties kan ik daar zo uit oproepen. Dat is wat ik bedoel met in mijn geheugen gebrand staan. Het daadwerkelijk doorleven, het emotioneel doorstaan, dat is er niet meer. Het is alsof ik van buiten mijzelf meekijk naar hoe het ooit was. Hoe het ooit voelde. Misschien gebeurd dit altijd wel wanneer je iets heftigs mee maakt dat zo’n grote indruk op je heeft gemaakt maar je het dus uiteindelijk wel een plek hebt kunnen geven. 

Inmiddels is het dus alweer negen jaar geleden dat we elkaar voor het laatst gezien en gesproken hebben. In die tussentijd is er zo vreselijk veel gebeurd. Ik vraag mij wel eens af of ze van boven mee kijkt. Of ze dan hoofdschuddend denkt: “My god! Heb ik je zo opgevoed??” Want er zijn wel wat momenten waarbij ik mij dat kan voorstellen… Zou ze ook trots zijn op de dingen die ik tot nu toe bereikt hebt?! Dat ze op haar wolk zit en pa (die daar inmiddels ook al 9 jaar zit) met haar elleboog tussen zijn ribben stoot en dan zegt: “He, kijk nu eens wat ze geflikt heeft. Heeft ze goed voor elkaar zo!!” 

Dromen over mijn beide ouders doe ik nog steeds. In tegenstelling tot andere dromen zijn deze heel levendig. Kleuren, geuren en gevoelen zijn zo echt dat de energie zelfs bij het ontwaken nog aanwezig is. Het lijkt hierdoor vaak of ik niet gedroomd heb maar gewoon even in een andere wereld geweest ben om vervolgens in mijn eigen bed wakker te worden. 

In het begin vond ik dat heel moeilijk. Het voelde alsof ik weer afscheid had genomen. Inmiddels ben ik er redelijk aan gewend geraakt. In mijn dromen zijn mijn ouders nog steeds mijn ouders. Mijn vader is altijd de rustige en mijn moeder is over het algemeen wat meer aanwezig. Gevoelsmatig is er wel iets veranderd, alsof er meer afstand is ontstaan. Misschien is dat juist wel goed. Toch vind ik het fijn om zo af en toe “contact” met ze te hebben. Want missen doe ik ze nog steeds…

 

-❤️-

Wie leest…

… leeft duizend levens voor hij sterft.
Wie nooit leest leeft slechts een keer…

Een mooie quote die ik tegen kwam op Pinterest. En ja, als boekenwurm kan ik mij hier helemaal in vinden. Soms ben ik verzadigd door alle verhalen, maar dat is eigenlijk nooit van lange duur. Mijn honger naar leesvoer is niet te stillen. Daarom is deze tag, die ik tegen kwam bij Saturnein, zo van toepassing. Het is overigens niet de eerste keer dat ik bij haar een tag wegpluk. Lees je mee

Wanneer en hoe lang lees je?
Zodra ik een minuut de tijd heb lees ik en lees zolang het kan. Maar zeker voor ik ga slapen. Dat is al sinds jaar en dag een ritueel. Ik lees door tot ik mijn ogen echt niet meer open kan houden.

Waar lees je?
Op het werk, in de tuin, in bad, tijdens het koken, op het strand, in de wei, in de wachtkamer bij de dokter. Eigenlijk overal.

Koop je vaak boeken?
Nee, niet meer. Ik had planken en kasten vol. De leukste boeken heb ik nog steeds. De rest heb ik weggegeven. Boeken zijn stofnesten. En als ik moet kiezen tussen lezen en afstoffen… 

E-reader of papier?
Hoewel ik graag door boekenwinkels loop en het niet kan laten om door al die boeken heen te bladeren, kaften te bekijken en omslagen te lezen, lees ik het liefst via mijn reader. Een reader weegt niks en er kan voldoende leesvoer op. Zoveel handiger wanneer we met vakantie gaan. Geen gesleep met een tas vol boeken. Hij is tevens waterdicht. Ideaal voor in bad of bij het zwembad. 

Favoriete kinderboek?
Als kind was ik lid van de bibliotheek, maar vond lezen nooit zo bijzonder. Mijn liefde voor lezen kwam pas toen ik niet meer op school zat en het geen verplichting meer was. Ik heb dus niet echt een favoriet kinderboek. Maar heb wel de complete serie van Pinkeltje. Daar las mijn moeder voor het slapengaan uit voor toen wij zelf nog niet konden lezen.

Favoriete genre?
Thrillers hebben mijn voorkeur, maar de historische romans doen het ook zeker goed. Gek op geschiedenis.

Van welke schrijver lees je elk boek?
Karin Slaughter, M.J. Arligde, Simone vd Vlugt, Dan Brown, Camilla Läckberg, Tess Gerritsen, Harlan Coben. Zal ik nog even doorgaan??!! 

Welk boek moet iedereen gelezen hebben?
De Alchemist van Paulo Coelho. Zijn woorden dansen op het papier. Maar dat geld ook voor Carlos Ruiz Zafon. Hoewel sommige stukken uit zijn boeken wat langdradig zijn kan ook hij echt toveren met woorden. Niet alleen goed voor je fantasie maar ook voor je woordenschat. 

Welk genre zou je nooit lezen?
Chiclits. Ik heb het echt geprobeerd maar de verhalen zijn te voorspellend en te simpel dat ik vaak hele stukken van het boek oversla. Zonde van mijn tijd. 

Fictie of non-fictie?
De meeste boeken die ik lees zijn fictie. Maar non-fictie is ook prima. Zolang het verhaal maar boeiend genoeg geschreven is. Het moet nieuwsgierig maken naar meer en je prikkelen en om door te lezen. Bladzijden na bladzijden…

Is er een boek dat je leven veranderd heeft?
A streetcat named Bob van James Bowen. Een methadonverslaafde wiens leven veranderde nadat Bob in zijn leven kwam. Geraakt door dit mooie verhaal ben ik anders naar bepaalde zaken gaan kijken. 

En vertel mij, wat is jouw favoriete boek en waarom?

 

Hoe gaat het nu met…

Inmiddels is het ruim 1.5 jaar geleden dat Poownie een zware operatie heeft ondergaan. Er was bij hem EOTRH geconstateerd. De vaste lezers zullen het zich vast nog wel kunnen herinneren. Hier vind je alle delen: deel I, deel II, deel III. EOTRH is een ziekte die het gebit, en met name de snijtanden aantast. Het komt er op neer dat de tanden van binnenuit worden afgebroken en dus brozer worden en/of er vormt zich een cementachtige laag rondom de wortels. Bij het eerste breekt de tand spontaan af. Bij het tweede ontstaat botwoekering wat zorgt voor het verdrukken en ontwrichten van de kaak.

Het is ongemakkelijk en pijnlijk. Een simpele remedie is er nog niet. Om er vanaf te komen zullen de aangedane tanden getrokken moeten worden. Voor Poownie betekende dit het trekken van al zijn 12 snijtanden. Zijn kiezen waren gelukkig nog in orde en mochten blijven zitten. Maar toch was dit niet zomaar een ingreep. Eenmaal uitgevoerd zouden we ook niet meer terug kunnen.

Het ging steeds slechter met Poownie. Hij at genoeg maar toch zagen we hem afvallen. Zijn vacht was dof en vies. Zijn blik vertelde mij dat het voor hem niet meer zo nodig hoefde. Hem zo verder laten lijden was geen optie, die tanden moesten er uit. We zouden daarna wel zien waar het schip zou stranden.

Onze dierenarts bracht mij in contact met haar collega’s in Benschop, die met hun “operatiekamer” onze kant op kwamen voor de ingreep. Gewoon bij ons op stal in zijn eigen omgeving. Na ruim 3.5 uur en heel wat snij- en bikwerk verder lagen al zijn 12 snijtanden netjes op een tafel. Zijn kaak was veranderd in een grote gatenkaas dat uit zichzelf moest helen. Hij zag er niet uit. Gesteund door een van zijn maatjes, die buiten in de paddock de wacht hield mocht hij, al strompelend van de narcose, naar zijn eigen paddock terug.

Ik weet nog dat ik de volgende dag in alle vroegte naar stal ben gegaan. Vanaf een afstandje bleef ik kijken. Het bloed had zijn lippen roze gekleurd maar verder was er niets aan hem te zien. Sterker nog, al het hooi dat ik hem de dag ervoor gegeven had was op. Blijkbaar was de pijn die hij voelde een verademing met de pijn die hij al die tijd gehad moest hebben. Vanaf dat moment klaarde hij zienderogen op.

Een paar dagen na de ingreep stond hij alweer heel voorzichtig aan het gras te knagen. Het lukte hem nog niet zo goed, maar hij zou vanzelf een manier gaan vinden. Het eerste weideseizoen was dan ook erg wennen en moest ik hem geregeld bijvoeren. Deze zomer had hij genoeg eelt gekweekt. Het maakte niet uit of het gras lang, kort, stekelig of zacht was. Hij at zich net zo vol en rond als zijn maten dat ik mij af en toe een beetje zorgen begon te maken. Zoveel vet om de botten had hij in tijden niet gehad.

Poownie is op dit moment met 26 jaar de oudste van de kudde maar gedraagt zich soms als een puber. Hij hinnikt zodra hij mij ziet (of als het te lang duurt voor ik hem zijn partjes appel geef) en komt naar mij toe als ik hem roep. Ook onze band is duidelijk verbeterd. Zolang hij zijn tong binnenboord houdt is er verder niks aan hem te zien. Uiteraard maakt hij voor “tongueouttuesday” graag een uitzondering…

Maar normaal poseren kan hij gelukkig ook nog

Curly Girl…

“Zoooo, wat heb jij met je haar gedaan?” Vraag ik mijn nichtje wanneer ik tijdens een zomers uitstapje bij haar in de auto stap. “Wat een hoop krullen!!” Die heeft ze altijd al, maar vandaag zit het gewoon in een woord prachtig! Krul na krul na krul. Zelfs na een flinke workout, met tegenwind en wat regen, op het water zit het nog steeds perfect. 

Ze vertelde wat haar nieuwe haarroutine is en daarop besloot ik eens wat onderzoek te doen. Mijn haar heeft altijd een slag gehad met hier en daar een verdwaalde krul. Omdat mijn slag pas ergens halverwege mijn hoofd begint laat ik het in laagjes knippen. Dan lijkt het nog wat. Maar zulke mooie gedefinieerde krullen als mijn nichtje? Daar kan ik alleen maar van dromen. Of toch niet?!

Op internet blijkt er een complete krullen-community actief te zijn. De methode wordt Curly Girl genoemd. Van een simpele slag tot kroeshaar, voor ieder type is er een manier van stylen met bijbehorende producten. Ik had er nog nooit van gehoord maar na een avondje lezen en vooral plaatjes kijken was ik heel wat wijzer. Ik zag verschillende before en after foto’s. Wat een verschil kan de CG-methode maken! 

Nu was ik mijn haar met wat voor handen is. Antiklit? Niet nodig. Een masker? Onzin. Kammen doe ik iedere dag en opbinden in een staart of knot net zo makkelijk. Ik spuit mijn kapsel vol met verstikkende haarlak en zet zonder pardon de warme föhn erop. Als het maar in model blijft. Als ik mijn routine vergelijk met de CG-methode zou ik mij moeten schamen!! Ik mishandel mijn haar keer op keer. Terwijl het zo zijn best doet om hier en daar toch een krul te produceren. Laten we het er maar ophouden dat ik gewoon niet beter weet. Euh, wist!! Want inmiddels weet ik iets beter.  

Kort gezegd betekend Curly Girl niets anders dan het vermijden van bepaalde ingrediënten in haarproducten. Je laat alle siliconen, sulfaten, minerale oliën, wax en uitdrogende alcohol weg en past bepaalde manieren van wassen, drogen en stylen toe. Omdat je het niet meer dichtsmeert, uitdroogt, vervet of verstikt krijgt je haar de mogelijkheid om weer te gaan glanzen en te krullen. Internet staat vol met informatie dus ik ga hier verder niet uitgebreid op in. 

Ik kan de duurste producten in mijn haar smeren maar zolang het niet is wat mijn haar nodig heeft, zullen ze nog steeds niet de juiste uitwerking hebben. Ik moet dus eerst weten wat voor haartype ik heb. Er zijn testen om de dichtheid, dikte, krultype, porositeit en elasticiteit te meten. Aan de hand hiervan kan ik bepalen wat ik nodig heb. Maar alsof het allemaal niet verwarrend genoeg is komen er bij mij verschillende uitslagen uit de test. 

Via mijn nichtje kwam ik in contact met een vrouw die alles weet van en over krullen. Ik heb bij haar een workshop geboekt zodat we deze testen nog eens kunnen doen. En ze gaat mij laten zien hoe ik mijn haar nog beter kan verzorgen om het te laten krullen. Tot die tijd ben ik lekker bezig met het lezen van en experimenteren met (de producten die ik nog in huis heb), de diverse methodes die er zijn om mijn haar te wassen, te drogen en te stylen. Na één week zag ik al verschil…

verschil in curlygirl methode

 

To be continued….

What Sup: H-Veld G-dam… 

Jacoba, dochter van Holland is een historische roman van Simone van der Vlugt. Na het lezen had ik er weer een verfrissende geschiedenisles opzitten. Zoals dat gaat bij het lezen van historisch romans, moest ik weten hoe het zat met bepaalde feiten. Dus zocht ik het een en ander op en voor ik het wist was ik bezig met het lezen van de geschieden van Hardinxveld Giessendam. Of zoals wij het noemen: H-veld G-dam. 

Als je dacht dat de windmolens in Kinderdijk oud waren dan heb je het mis. Hardinxveld is een van de oudste nederzettingen in de Alblasserwaard. Het is ooit ontstaan aan de monding van de Giessen. Het schijnt zelfs al in 1105 een kerk gehad te hebben. Giessendam is ontstaan bij een dam in de Giessen. Zoals dat vroeger ging werd het daar gewoon naar vernoemd. De samenvoeging van deze twee dorpen is nog niet zo heel oud en dateert van 1957. 

Wat, of beter gezegd wie, dan wel weer erg oud is, is Trijntje. Bij bodemonderzoek voor de aanleg van de Betuweroute werd deze vrouw gevonden. Er was na 7500 jaar niet veel meer dan een skelet van haar over. Naast Trijntje, vonden ze ook een boomstamkano. Toen werd er dus al gevaren op en rond de Giessen. Mijn zoektocht, die inmiddels niks meer van doen had met het boek van Simone, stopte bij Kasteel/burcht Giessenburg. Iets voorbij Hardinxveld. 

Als kasteelliefhebber moest ik ook hier meer van weten. Dit kasteeltje werd aan het begin van de 15e eeuw gebouwd door de graaf van Holland. Het moest als versterking dienen in de Arkelse oorlogen. (samen met de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Mensen, dat waren nog eens tijden!!) Helaas is er niets meer van over. In Giessenburg vind je nog wel de cirkelvormige vorm van het kasteel omsloten door een smalle gracht. 

Hoewel het kasteel er niet meer is en de grond ook niet zomaar te bezoeken is kunnen we er wel langs varen. De bedoeling was dan ook midden in H-veld G-dam te starten met onze vaar/SUP tocht, over de Giessen en in de richting van Giessenburg, tot aan het kasteel dat er niet meer is. Een retour van ongeveer 10 km. Dat moest te doen zijn. 

Helaas kan ik jullie voor nu geen mooie (historische) foto’s laten zien. We kwamen niet heel erg ver. De hele route dacht ik met zorg te hebben gekozen, maar Googlemaps liet voor het gemak achterwegen dat we door een sluis moesten. Het schutten gebeurd op vaste tijden en wij waren net tien minuten te laat. De aardige sluiswachter wilde voor ons nog wel een keer schutten. Maar dat zou een probleem opleveren als we terug zouden willen. Tot zover mijn SUP-avontuur richting Giessenburg. 

We besloten om terug te keren en het water rond Hardinxveld te verkennen. Halverwege onze tocht gingen we voor “anker” om te lunchen. Daarna voeren we verder langs alle leuke huisjes aan het water. Bezochten we de andere sluis die uitkomt op de Merwede om daarna weer richting ons startpunt terug te keren. Uiteindelijk hebben we een tocht van ruim 6.5 km gemaakt en zijn we twee uur onderweg geweest. De dag is niet helemaal verlopen zoals gepland maar we zijn toch lekker bezig geweest. Volgend jaar starten we aan de andere kant van de sluis…

Suppen in Hardinxveld

Geraadpleegde bronnen:
Geschiedenis van Zuid Holland. 
Archieven.nl
Kasteel Giessenburg

Dit was september…

De weken vliegen voorbij maar zoveel heb ik niet gedaan. Of toch wel? Ik kijk mijn fotostream eens door om te zien wat mij bezig heeft gehouden. Net als het weer was mijn planning toch best uiteenlopend. Mijn kledingkeuze trouwens ook. Zo droeg ik nog een korte broek en bikini en zo liep ik alweer in (regen)laarzen met coltrui.

Ons nieuwe werkrooster is vanaf september ingegaan. Er werd besloten om op vaste dagen vanuit huis te gaan werken om zo met een minimale bezetting de werkvloer te bestieren. In de hoop iedereen zo veilig mogelijk aan het werk te houden. Helaas zat ik maar bij één voetbalwedstrijd langs de lijn om foto’s te maken. De rest van de zaterdagen werd opgeslokt door andere bezigheden.

Wel hebben we nog ontelbaar keer geBBQt en zijn we tweemaal buiten de deur gaan eten. De eerste keer werden we getrakteerd door vrienden en kregen een Indische rijsttafel voorgeschoteld. Het was alweer even geleden dat ik de smaken van “vroeger” mocht proeven. Een throwback naar oma’s keuken en dat vond ik helemaal niet erg. We namen zus mee op een ander etentje. We hadden elkaar al een tijd niet gezien en tot overmaat van ramp ging ons zussenweekend ook niet door. Die staat voor volgend jaar in de planning. (Heb het lef eens Corona!!)

In totaal paddelde ik in september 23 km in een tijdsbestek van 6 uur. Ik ging een keer alleen op pad. Vriendlief bleef op Merlin achter en kon ongestoord zonnen, terwijl ik de Biesbosch onveilig maakte. Nog nooit heb ik het daar zo rustig meegemaakt. Ik ging een aantal keer met mijn nichtje weg. Zo zagen we een mooie zonsondergang. En bezochten de vele eilandjes op de Achterplas in Hillegersberg. Ik eindigde mijn SUP-avontuur deze maand met Vriendlief en een bezoek aan Hardinxveld Giessendam. Meer daarover in een ander log.

Ik spitte mijn eigen vogelfoto’s door en het begon het weer te kriebelen. Het geplande bezoek aan de steenuilenhut eerder dit jaar ging niet door, want Corona. Het was dus alweer even geleden. Ik zocht een aantal hutten af maar helaas was alles op korte termijn volgeboekt. Viste ik achter het net omdat bepaalde hutten maar geboekt konden worden tot september of waren vanwege Corona helemaal uit de running gehaald. Voor volgend jaar heb ik een aantal bijzondere bezoeken op mijn wensenlijst gezet. In de hoop dat Corona dit keer geen roet in de planning gooit.

Eigenlijk dacht ik dat ik mijn target van vier boeken uitlezen in een maand niet zou halen. Het duurde nl even voor ik het juiste boek te pakken had. Voor het eerst heb ik een aantal boeken, nadat ik er in begonnen was, terzijde geschoven. Ze waren veel te langdradig, van de hak op de tak of te simpel geschreven. Inmiddels heb ik zo’n grote 2-read lijst dat ik alleen nog maar boeken wil lezen die mij boeien. Simone vd Vlugt las deze maand het fijnste weg. De grootste verrassing was Colleen Hoover. Met scepsis begon ik er aan, want roman, maar bleek een leuk en vlot geschreven verhaal.

Via allerlei bezigheden zijn we echt aangekomen in oktober. De herfst staat centraal. De paarden gaan weer van het land. Lezen in de tuin wordt nu met een plaid op de bank. Ik ben er eigenlijk nog niet helemaal klaar voor en hoop stiekem op nog een aantal droge en zonnige dagen.

Wat was jullie mooiste moment uit september?

Vroege vogels, hoe het begon…

Tot een paar jaar terug was iedere tuinvogel een soort mus voor mij. Ze leken allemaal op elkaar. Lekker makkelijk. Het roodborstje, de duif en merel herkende ik wel vanaf een afstand. Maar het verschil tussen een pimpel- en koolmees? De grote en kleine bonte specht? Wait, what? Heb je die ook in het zwart en groen?!? Om nog maar niet te spreken over de verschillende soorten vinken en lijsters.

Ik leerde heel wat bij toen mijn hobby voor vogelfotografie opeens tot leven kwam. Vogels hebben altijd een grote aantrekkingskracht gehad. Vooral die in het wild. Vogels zijn fragiel met hun holle botjes, maar oersterk tegelijk. Dat ze kunnen vliegen, blijft een bijzonder iets. Dat maakt het ook direct een stuk lastiger om vogels van heel dichtbij te benaderen. Een vogel op de foto zetten is niet moeilijk. Maar een beeldvullend portret is toch een ander verhaal. Toen het fotograferen vanuit een schuilhut op mijn pad kwam, bedacht ik mij geen moment.

Nooit eerder had ik gebruik gemaakt van een hut om dieren op de foto te zetten. Ik vergaarde kennis en bekeek welke vogels er bij de diverse hutten foerageren en wat ik dus kon verwachten. Hoewel de vrouwelijke fotografen in opmars zijn, zijn het vooral de heren die dit soort hutten bouwen. Waarvoor dank! Ik reserveerde zo’n hut voor een hele dag. In alle vroegte, met de laatste resten van de nacht nog in de lucht, toog ik naar de hut. Nog voor het krieken van de dag zat ik er helemaal klaar voor. Mijn camera voor mij uitgestald en mijn ontbijt naast mij.

Het gekwetter en gefluit van de vogels was vanuit de hut goed te horen. Dat betekende alvast veel goeds. Of ze voor mij zouden willen poseren, was een tweede. Voorzichtig maakte ik het luik open. Het decor voor mij werd beschenen door het allereerste licht van die dag. Zachte tinten roze, oranje en blauw. Even wist ik niet waar ik moest kijken. Vogeltjes vlogen af en aan. Op iedere tak zat wel een andere soort.

Te drukke bewegingen van mij zouden de hele boel doen opvliegen, en dan was het maar de vraag of ze nog terug zouden komen. Met ingehouden enthousiasme begon ik mijn camera af te stellen en schoot mijn allereerste vogelplaten. Het was zó druk dat ik lange tijd niet eens meer aan mijn ontbijt dacht. Toen de vogels hun maaltijd en baddermomenten achter de rug hadden (zij wel!), werd het wat rustiger.

Mijn enthousiasme bij het terug zien van de foto’s werd nog groter. Dankzij de poster die in de hut hing kwam ik er al snel achter welke vele soorten (kleine) vogels er zijn. En wauw, wat een kleurenpracht!! Dat is bij ons in de polder, vanaf een afstandje niet te zien.

IJsvogel met vis in bek.De eerste paar uur vlogen letterlijk voorbij. Ik keek mijn ogen uit en schoot de ene na de andere plaat. Als klap op de vuurpijl werd ik beloond door het bezoek van een ijsvogel. Die ik tot dan toe nog nooit eerder in het echt had gezien.

Even afgesloten van de wereld, helemaal midden in de natuur, zittend in mijn eigen bubbel; het was een weldaad. Het leverde mij niet alleen hele mooie platen op, maar gaf me ook een berg energie, waar ik weken op heb kunnen teren. Ik leerde vanaf dat moment de vele verschillen tussen de vogels herkennen. Dit was voor mij weliswaar de eerste keer, maar zéker niet de laatste…

Diverse bos en tuinvogels

Dit blog verscheen eerder op: Hoe vrouwen denken.