Medium of well done?

Ik moet eruit. Ik moet eruit. IK MOET ERUIT. Uit de zon bedoel ik dan. 
Maar ik lig zo belachelijk lekker dat mijn lijf weigert te luisteren. Het is een graad of 28, de zon straalt veel te fel, maar dat briesje over het water maakt alles zacht en loom. Precies dat soort verraderlijke combinatie waarvan je weet dat je er later als een kreeft bij loopt, maar op het moment zelf… ach who cares. Nou oké, ’s avonds vervloek ik mijzelf maar dat zal ik voor de setting van dit blog niet verder benoemen… 

We liggen voor anker op een plek die achteraf misschien niet de meest briljante keuze was. Een plek waar plezier- en beroepsvaart elkaar kruisen. De golven wisselen elkaar in rap tempo af en geven je het gevoel alsof je in een soort mini-pretpark beland bent. Dat ontdekten we pas toen we al goed en wel voor anker lagen. Maar zolang je niet snel zeeziek wordt, niet te lang in het onderdek verblijft en je de horizon nog wel kunt zien, is het eigenlijk best grappig. En wanneer je toegeeft aan het schommelende gevoel en gaat liggen op het voordek voelt het alsof de boot je in slaap probeert te schommelen.

Ik laat me meevoeren door dat ritme. Het wiegen maakt ontspannen nog makkelijker. Aan bakboord ligt het vol met bootjes; ik hoor kinderen in het water springen, gillen, lachen, totaal ongehinderd door het feit dat het water waarschijnlijk maar 18 graden is. Kinderen hebben daar op de een of andere manier totaal geen last van. Hun oudere familielid duidelijk wel. Na een sprong in het water hoor ik hem gillen dat niet alleen zijn tenen bevroren zijn en dat de verwarming alvast aangezet mag worden.

Aan stuurboord hoor ik de vogels in de bomen fluiten, alsof ze een soundtrack onder deze middag leggen. Alles bij elkaar, het water, de geluiden, de zon die me langzaam aan het toasten is, maakt dat ik steeds dieper wegzak in een soort halfslaap.

Tot mijn schouderbladen beginnen te prikken. Niet subtiel. Meer het soort prik dat zegt: “Hallo, wil je jezelf medium of well done?” En dit is dus het moment dat ik er echt, ECHT, E.C.H.T. uit moet.  

Ik zucht, trek mezelf overeind en schuif met tegenzin naar de schaduw, mijn handdoek achter mij aan slepend. Nog één blik op het water, de boten, de kinderen, de vogels. Het hele tafereel dobbert gewoon door. En ik moet toegeven: zelfs half verbrand, met het briesje over mijn lichaam is dit eigenlijk best een fijne plek om te zijn.