Mijn telefoon gaat net voor ik de stekker van de strijkbout in het stopcontact steek. Onhandig stap ik over de wasmand met nog te strijken kledingstukken, blijf met mijn voet in de wasmand met vuile was steken, die er heel ongelukkig pal achter staat. Ik sleep al struikelend de wasmand achter mij aan naar de andere kant van de kamer om mijn telefoon te pakken. Of ik zin heb om mee te gaan naar haar paard? Ja natuurlijk! 10 keer leuker dan wat ik op het punt sta te gaan doen. Binnen 5 minuten ligt alles weer op zijn eigen plek, inclusief de wasmand met vuile goed en ben ik omgekleed. Ik ben even naar stal, gil ik door de gang als ik onderweg ben naar mijn auto.
Zo, dat is lang geleden. Dat we elkaar gezien hebben maar ook dat ik in de buurt van een paard geweest ben. De laatste keer was net na de wintersport. Daarna ging iedere vrije minuut in mijn werk of het leren zitten. De keren dat ik echt vrij was lag ik gesloopt op de bank of ergens in de tuin in de zon, bij te tanken.
Onderweg pik ik vriendin op en rijden we naar haar stal. Het waait stevig vandaag maar de zon schijnt ook. We hebben heel wat bij te praten en nemen daar ongemerkt ook echt de tijd voor. Als we aankomen is er verder niemand. De paarden hebben naast hun binnenstal ook een buitenstal, een zandpaddock en een gigantisch grote boomgaard tot hun beschikking. De paarden mogen naar believen lopen waar ze willen. Je moet vooral geen haast hebben, want als je pech hebt ben je even aan het zoeken naar je paard.
Op goed geluk wandelen we een richting uit. Halverwege hebben we nog geen paard gezien. Wel wat geitjes, honden en een kat. En heel veel perenbomen die al mooi in bloesem staan. Vriendin fluit het voor haar paard bekende deuntje. Het duurt niet lang of we zien bij “gangpad 33A” een paard verschijnen. Geheel op haar gemak wandelt ze onze kant op.
We begroeten elkaar als oude bekenden. Wat leuk om haar weer te zien. En ook hoe ze zo op haar gemak is hier. Tussen alle bomen in weet ze prima haar weg te vinden. Het blijft bijzonder dat ze haar eigen kudde loslaat en al slalommend op het fluitje van haar baas af komt lopen. In vol vertrouwen. En misschien de wetenschap dat er een snoepje in een van de jaszakken zit.
Zonder halster of touw wandelen we het hele stuk, inclusief paard, terug naar voren. Aangekomen bij de stal kunnen we flink aan de poets. En dat is iets wat ik toch stiekem wel een beetje gemist heb. Zeker in het voorjaar, wanneer de wintervacht loslaat. Niets geeft zoveel voldoening om dan met een roskam en zweetmes in de weer te zijn. De plukken vacht vliegen mij om de oren. De vogels in de boomgaard zijn er ook erg blij mee. We gaan net zolang door tot ze er weer glimmend bijstaat.
Het waait nog steeds erg hard. Een ritje of wandeling zit er niet in. Maar een graassessie in de zon vind iedereen oké. Na twee en half uur kom ik weer thuis. Uitgewaaid en bijgekletst. En de strijk? Die is allang weer vergeten.

een beetje verfomfaaid. Ik was bang dat hij er na deze ervaring niet zo makkelijk meer in zou gaan. Maar niets was minder waar. Toen ik de volgende dag met de tas aan kwam lopen was hij zelf al van zijn kooi geklauterd en binnen een minuut was hij in de tas geklommen. Het ritueel van de dag ervoor herhaalde zich. Dit keer had hij al snel zijn evenwicht gevonden. De ronde door het park werd een stukje groter en her en der bleven we staan om naar de andere vogels te luisteren of te genieten van het samen buiten zijn. Hij kreeg zowaar wat (brutale) babbels. Een pauze op het voetbalveld bij Uk, onder het genot van een stukje fruit en wat nootjes, vond hij prachtig.
uiteindelijk kennis met Poownie, die op zijn beurt niet zo goed begreep waarom de tas kon praten. Draak had praatjes voor tien, riep “Hallo, doei, dag en werken” achter elkaar en floot alsof hij nooit anders deed. Hij heeft het naar zijn zin zonder zich verloren te voelen in de buitenlucht. Dit had ik veel eerder moeten doen! Zeg nu zelf, de wereld is toch veel te mooi om die alleen maar vanuit je woonkamer te (kunnen) bekijken?! Ik ben benieuwd wat hij van het bos of het strand gaat vinden…
achtertuin te vinden. Mijn kleine grote held op sokjes moet niets van Ollie hebben. Ollie vind het daarentegen prachtig om Noa de stuipen op het lijf te jagen en dan vooral door voor het raam naar Noa te staren terwijl ze op het “wildrooster” ligt te slapen. Ze kunnen minuten lang naar elkaar kijken zonder ook maar een vin te verroeren. Weliswaar met een dik stuk glas er tussen. Het enige wat hoorbaar is, is het klagelijke gemiauw. Ze zijn elkaar twee keer in de haren gevlogen. Maar dat liep met een sisser af. Geen grote plukken haar die door de tuin heen vlogen of happen uit oren.