De stille magie van 05.00 AM…

Dat ik dus iemand ben geworden die vrijwillig om 04.45 uur wakker wordt… Iets wat ik eigenlijk alleen zou doen als ik met vakantie ga. Maar inmiddels is het vaste prik: ik, mijn wekker, en een ochtendwandeling die voelt als een soort mini‑retraite in het park.

Het begon allemaal met een simpel doel: mijn stappen halen vóór werktijd. Praktisch en meetbaar. Maar zoals dat gaat met dingen die goed voelen, liep het uit de hand. Niet obsessief, maar meer in de categorie: “Waarom voelt mijn dag incompleet als ik niet minstens 3 kilometer heb gelopen voordat de rest van Nederland zijn eerste koffie drinkt?” 

De eerste paar dagen waren pittig. Rond 20.00 uur was ik een soort uitgeknepen vaatdoek. Maar wonder boven wonder wende ik snel. Mijn lichaam besloot dat 04.45 uur een prima tijd is om wakker te worden. Wat ik merk, is dat die ochtendwandeling veel meer doet dan alleen mijn stappenteller blij maken. Mijn gezicht ziet er minder pafferig uit (mooi meegenomen), mijn benen voelen steviger, mijn heup klaagt niet meer, en ik loop letterlijk vóór op de rest van de wereld. Terwijl anderen nog liggen te dromen over wat dan ook, loop ik al tussen de bomen door te ademen alsof ik een soort zen‑monnik ben.

En dan komt het nuchtere stuk. Er is namelijk niets zweverigs aan vroeg opstaan. Je hersenen zijn ’s ochtends nog leeg. Geen mailtjes, geen collega’s, geen kinderen. Je brein staat nog in de stand “vers wit papier”. Dat maakt het makkelijker om helder te denken, rustiger te voelen en überhaupt te onthouden dat je een mens bent en geen wandelende to‑do‑lijst. Wandelen in de ochtend zet je cortisolcurve recht. Je lichaam krijgt een duidelijke “goedemorgen, we gaan beginnen”-signaal, waardoor je energie over de dag gelijkmatiger blijft. Minder dipjes, minder snaaigedrag, minder momenten waarop je ineens met je hoofd in een zak chips hangt en niet weet hoe je daar bent beland.

Zelfs het daglicht werkt mee. Ook als het halfdonker is, krijg je al genoeg licht binnen om je biologische klok te resetten. Dat betekent beter slapen, sneller wakker worden, minder zombie‑gedrag. Je kunt dit zien als gratis therapie. Gewoon een park met een paar bomen, frisse lucht en je eigen benen.

Hoewel het zomer is, is het rond 05.00 uur nog niet zo licht als een paar weken geleden. En het is ook iets frisser als toen ik er net mee begon. Mijn topje is inmiddels ingeruild voor een jasje, en ik ben alternatieve routes aan het bedenken voor wanneer het écht te donker is, want ik ben wel toegewijd, maar niet naïef. Mijn regenkleding ligt ook al klaar, al weet ik nog steeds niet of ik mij vrijwillig zeiknat wil laten regenen. Ook hier, toegewijd maar niet gek. Voor nu kijk ik in ieder geval elke ochtend uit naar dat rondje wandelen.

Zijn er nadelen? Tuurlijk. Soms ben ik overdag moe. Soms ga ik zelfs eerder naar bed dan Groene Draak. Maar de voordelen zijn eindeloos: actiever voelen, minder honger, minder snaaigedrag, stevigere bovenbenen, een blije heup en een hoofd dat veel rustiger is. Dus wat heb ik geleerd? Dat vroeg opstaan geen straf is, maar een cadeau. En dat ik blijkbaar iemand ben die de dag het liefst begint voordat de rest van de wereld überhaupt heeft besloten wakker te worden.

Wakker vóór de wereld…

Ik ren de afgelopen weken het vuur uit mijn werksloffen, maar mijn stappendoel? Geen schijn van kans. En dan ga ik op vakantie, waar luieren praktisch een fulltime baan is en haal ik datzelfde stappendoel met twee vingers in mijn neus. Waarschijnlijk door de vele rondjes langs het buffet, maar dat detail parkeren we voor dit blog even.

Bij thuiskomst voel ik dat ik die lekkere beweegflow wil vasthouden. Dus ik besluit de volgende dag meteen te gaan wandelen. Alleen kies ik het tijdstip een tikkeltje ongelukkig. Midden op de dag, 30 graden, zon die brandt alsof ik nog steeds op Gran Canaria ben. Ik kom druipend thuis en besluit dat dit anders moet.

De ochtend erna ga ik direct bij het ontwaken op pad. Het kwik klimt opnieuw richting de 30 graden, maar in de vroege ochtend is het nog heerlijk. Zo heerlijk zelfs, dat ik de rest van de week mijn wekker zet, ondanks dat ik nog vrij ben. En iedere dag gaat die wekker een stukje vroeger. Alles om een wandeling te maken. Vriendlief verklaard mij voor gek.

Was ik soms vergeten hoe heerlijk rustig ons park is op dit uur?! De wereld ontwaakt langzaam. De lucht is fris, de stilte bijna tastbaar. Ik hoor de vogels fluiten en alleen dat geluid zorgt al dat mijn dag goed begint. Geen muziek nodig, de natuur doet haar werk.

Mijn werkende leven staat op het punt om weer te beginnen, dus ik besluit mijn wekker nóg iets eerder te zetten. Hij gaat nu om 5:00 af. Terwijl het hele huis nog in diepe rust is, zelfs de vogel want geen early bird, waag ik mij buiten. Met 45 minuten wandelen heb ik al de helft van mijn stappendoel binnen en voel ik me een stuk actiever op het moment dat ik op mijn werk aankom.

Wanneer ik naar bed ga, kijk ik stiekem al uit naar het moment dat ik weer mag lopen. In alle vroegte, met niemand anders dan het ontwaken van de dag en de vogels in de bomen, oh en de slakken op de grond, dat dan wel weer. “De Club van 5AM” stond al even op mijn lijstje en vanaf nu ben ik een waardig lid.

Soms valt me op hoe de zon het park schildert. Iedere ochtend kleurt het licht de bladeren in minstens tien tinten groen. Van fris limoen tot bijna donkergoud. Het lijkt alsof de zon door de takken en bladeren heen een soort natuurlijke filter over de wereld legt. Het park is eigenlijk helemaal niet groot, maar door de kronkelpaadjes voelt het alsof ik door een klein bos loop. Alsof ik telkens een nieuw stukje ontdek dat gisteren nog niet bestond. Het licht speelt verstoppertje tussen de bladeren, werpt strepen op het pad en maakt van een simpele ochtendwandeling een soort mini‑expeditie. Ik merk dat ik langzamer ga lopen, gewoon om niets te missen.

En dan die geuren… De wereld ruikt compleet anders na een nacht regen. Ieder stukje park heeft zijn eigen lucht. Soms loop ik langs een pluk onkruid en word ik verrast door een weelderige zomerse geur. Alsof iemand een fles parfum heeft leeggespoten. Ik blijf even staan, snuif diep in, en laat de ochtend zich helemaal in mij nestelen.

Ik wandel. Ik adem. Ik ben wakker nog vóór de rest van de wereld dat is.
En dat voelt als een cadeautje, elke dag opnieuw.

Waar mijn gedachten uitwaaien…

Terwijl de dag langzaam aan mij voorbij trekt zit ik gebogen over mijn huiswerk. Ik maak aantekeningen, lees het een en ander terug. Ik bekijk wat filmpjes uit voorgaande lessen. Zoek wat op online en test mijn kennis aan de hand van voorgaande casussen. De zon laat zich ondertussen ook geregeld zien. Maar meer dan even een frisse neus halen in de tuin gun ik mijzelf niet. Na het avondeten heb ik toch genoeg van het binnen zitten. Mijn lichaam schreeuwt bijna om frisse lucht en beweging. Ik kleed mij om voor een donker rondje door de wijk.

Het is lekker fris buiten. 3 graden maar met een gevoelstemperatuur van -5. Gelukkig is het droog en ondanks de aangekondigde oostenwind is het nu windstil. Ik ben bijna gekleed als een eskimo met een lange, warme jas met capuchon, sjaal en handschoenen. Terwijl ik mijn wandeling start spits ik mijn oren of ik iemand hoor. Ik wil mensen graag vertrouwen, daarnaast loop ik door de woonwijk. Maar er gebeuren tegenwoordig zoveel gekke dingen dat ik graag op voorhand weet wie waar loopt, of waar ik iemand kan verwachten. 

Ondertussen stap ik lekker door. Mijn gedachten dwalen af naar de afgelopen maanden. In maart 2025 ben ik mijn opleiding begonnen. We zijn aWlweer bijna een jaar verder. Nog even en ik mag examen doen. Er zijn heel veel onderwerpen voorbij gekomen waarmee ik ook echt aan de slag mocht gaan. Sommige maakten mij heel enthousiast en voelde aan alsof ik nooit anders gedaan heb.

Ik ben nog geen 15 minuten van huis en heb het nu al warm. Mijn handschoenen doe ik uit en mijn capuchon gaat af. Het voelt heerlijk om de koude lucht langs mijn gezicht te voelen strijken. Ik kan een glimlach niet onderdrukken als ik denk aan de module klankschaal healing. In de ochtend mochten we zelf ervaren hoe het is om in een bad van klanken en geluiden weg te mogen zakken. In de middag voelden we ons als kinderen in een snoepwinkel met al die klankschalen, (oceaan)drums, de grote gong en rainsticks waarmee we zelf aan de slag mochten. Het eerste uur was een complete chaos, waarbij iedereen van alles aan het uitproberen was. Trilling en frequentie doet heel veel met je. Deze module verdient het om nader onderzocht te worden.

Online is er een hoop te verkrijgen. Maar liever ga ik eens langs bij een winkel. Dan kan ik horen en voelen voor ik tot een aankoop overga. De weg heeft mij op een kruispunt gebracht. Ik kan links voor een grotere ronde, rechts om direct naar huis te gaan of rechtdoor om er nog wat meters aan vast te plakken. Ik kies voor de gulden middenweg en ga rechtdoor. Mijn gedachten gaan naar mijn werkkamer, die nu dienst doet als kantoor, sportkamer en zo nu en dan behandelkamer voor het geven van Reiki, energetische behandelingen en massages. Echt heel ideaal is dit niet. Ik zou eigenlijk een garage of groot tuinhuis moeten hebben dat ik om kan bouwen tot praktijk. 

De voordeur doemt alweer op. Mijn heerlijke wandeling is ten einde. Mijn hoofd is lekker fris en leeg. Ik besluit mij nu niet druk te maken over mijn werkkamer of klankschalen. Laat ik eerst mijn examen maar eens halen en dan verder denken of en hoe ik dit vorm ga geven. 

Wandelen

Als loslaten geen afscheid blijkt…

Met mijn handen in mijn zakken loop ik een rondje door de paddock. De meeste paarden staan nog op de wei. Het is ergens halverwege oktober, het weer is zacht voor de tijd van het jaar. Ik ben vandaag niet hier om te helpen of om een paardje te verzorgen. Na veel wikken en wegen heb ik besloten om de sleutels van stal in te leveren. Nu mijn vriendin met haar paard verhuisd is heb ik niet echt meer een reden om hier nog te zijn. 

Toen ik van huis wegreed voelde het als de juiste beslissing. Ik was er zo zeker van. Mijn paardenleven is al even gestopt en ik heb met hulp van mijn lieve stalgenoten langzaam mogen afbouwen. Maar nu ik hier loop raakt het mij toch. Dit stukje grond, getransformeerd tot een waar paardenparadijs, ingebouwd tussen de dijk en de polder, is een aantal jaar mijn tweede huis geweest. Uren heb ik er doorgebracht. Soms was ik hier zelfs twee per dag. Hoewel dat laatste dan vaak was om Poownie van extra voer of medicatie te voorzien, maar dat terzijde.

Met toch wel een brok in mijn keel hang ik plechtig mijn sleutel in het kastje. Het is mooi geweest. Ik ga mijn tijd vast weer opvullen met andere hobby’s en bezigheden. Ik app de stalbaas alvast om te bedanken en aan te geven waar de sleutel hangt. Nog voor ik thuis ben heb ik al een berichtje terug…

En zo sta ik nu, inmiddels december, opnieuw op stal. Aan mijn sleutelbos hangt weer een stalsleutel, oud en vertrouwd, en naast me staat haar paard. Het baasje is een paar dagen weg en in die tijd mag ik voor haar zorgen. Ook dit paardje is, net als Poownie, niet meer helemaal fit. Er mankeert van alles, en toch staat ze er nog, eigenwijs en wonderbaarlijk aanwezig. Een paar dagen van huis zijn en je dier achterlaten kan onrust geven. Juist dan is het fijn om te weten dat iemand de dagelijkse zorg overneemt. Iemand die begrijpt hoe groot die zorg kan zijn.

Op dag drie word ik begroet door een luide hinnik. En dat terwijl ze in het verleden niet veel van mij en/of Poownie moest hebben. We werden in haar omgeving geduld. Ik denk dat we te druk voor haar waren, of misschien wel te min. Poownie was immers een ruin en ik hoorde bij hem. Maar daar heeft ze nu totaal geen boodschap aan. Ik hoef niet eens moeite te doen om haar te halen. Braaf loopt ze mee, ondergaat het hele ABC-zorgplan om daarna een stuk te gaan wandelen. Lekker de polder in. 

Met haar oren naar voren en af en toe een drafpas laat ze mij vol trots, een ander woord heb ik er niet voor, de omgeving zien. Alsof ik een toerist ben die hier nog nooit geweest is. Af en toe gaat zelfs de motor even aan en draaft ze voor mij uit. Ze heeft er zin in. En jeetje, zelfs ik heb dit gemist. We wandelen in het donker en worden belicht door de maan en de sterren en onze eigen kerstboomverlichting inclusief zoeklicht op haar en mijn hoofd, zodat ze ons zelfs vanaf Mars kunnen zien gaan.

Het is droog maar wel wintersfris. Veel later dan anders kom ik thuis. Ja, de komende dagen gaan wij ons nog prima vermaken. 

Grießbachklamm…

Na onze vakantie in 2017 wilde ik deze wandeling graag nog eens maken. Maar ja, we zijn over het algemeen alleen in de winter hier. Dus toen onze zomervakantie dit jaar naar Oostenrijk ging stond hij hoog op mijn lijstje. De Grießbachklamm. Het is volgens Tiroolse begrippen een van de mooiste wandelplekken. Nu is mijn referentiekader wat wandelplekken betreft geen goede graadmeter, maar ik sluit mij wel aan bij deze mening. De Grießbachklamm is een, als je het zo kunt noemen, sfeervolle kloof waar helder bergwater langs de rotsen stroomt.

Voor iedere natuurliefhebber is er een route. Zelfs voor de totaal-niet-wandelaars. De kortste route is 3 km. Terwijl je door de kloof wandelt waarbij hoge rotspartijen je omringen en het water naast je over de rotsen en door de kloof klatert, heb je er geen idee van hoeveel meter je ongemerkt aflegt. De smalle paadjes, ruige rotsen, houten vlonder-delen en de hangbruggen die je passeert maken het helemaal compleet. De 3 km is zo voorbij. Voor de mensen die wat meer aan kunnen is er nog een route van 6 km en de echte “diehard” wandelaars kunnen hun hart op halen met de route van 10+ km. 

Aangezien wij de conditionele gesteldheid hebben van een “telefoon met maar 5% batterij” besluiten we wijselijk om de kleine ronde, van 3 km te lopen. Die start praktisch al op de parkeerplaats. Het pad slingert door een idyllisch decor: kabbelende beekjes en het zachte ruisen van de bomen maakt van de start al een goed begin. We zijn redelijk op tijd en het is nog niet extreem druk. Ook nu ben ik daar wel blij om. Ik heb al het moois nog niet gezien maar geniet nu al met volle teugen. 

De weken ervoor heeft het hier flink geregend. Ik was er vanuit gegaan dat het daarom een flink watergeweld zou zijn. Maar dat is niet het geval. We kunnen zelfs tot aan het water komen en als we zouden willen naar de overkant waden. Het water is mij iets te koud dus ik blijf op veilige afstand. Maar boys will be boys, dus vriendlief springt van rots naar rots en klautert behendig over een stapel stenen. 

Ongeveer veertig jaar geleden werd de kloof voor wandelaars toegankelijk gemaakt. Maar de natuur heeft hier haar eigen wil. Meerdere keren werd de route beschadigd door overstromingen, met 2012 als zwaar dieptepunt. Toch kwam er telkens herstel, met materialen uit de omgeving en met oog voor harmonie. In 2013 werd de Grießbachklamm opnieuw opgebouwd. Wat raadplegen leerde mij dat dat de opbouw volgens Feng Shui-principes is opgebouwd. Als wandelaar zou je het gevoel kunnen krijgen dat elke bocht, brug en rustplek in balans voelt. Ik was misschien iets te verwonderd door alles om dit zo te ervaren. 

Toen hoogwater de klamm bijna een jaar geleden opnieuw trof, gebeurde er iets moois: binnen acht weken waren de hangbruggen, stegen en het barfußpad (blotenvoeten pad) door de bewoners weer hersteld. Omdat wij de kleine ronde gelopen hebben, zijn we jammer genoeg niet langs het barfußpad gekomen. Dat is een breder open stuk met zandbanken waar je heerlijk met je blote voeten door het steenkoude water kunt waden. Een goede reden om nog eens terug te komen en de langere route te wandelen. 

Op het kruispunt van seizoenen…

Binnen 5 minuten weet ik 1 ding heel zeker, ik ben veel te warm gekleed voor wat ik aan het doen ben. Het zag er namelijk heel fris uit toen ik besloot een rondje te gaan wandelen. Blauwe lucht en windstil, maar wel tegen het vriespunt aan. Misschien draagt het tempo dat ik handhaaf er ook wel een beetje aan bij, want ik heb er flink de pas in gezet. Ik heb besloten een wat grotere ronde te lopen en het eerste stuk is nogal saai. Dus onder het genot van mijn luisterboek stamp ik letterlijk de eerste 2 km weg.

Zodra ik het park binnenloop zet ik mijn luisterboek op stil en laat ik mij meenemen door het geritsel en gefladder in de bomen. Verschillende vogels vechten hier om de beste plek in de boom. Het zijn de groene draken die de show stelen. Overigens niet alleen de show, maar ook vocaal winnen ze het van zo’n beetje iedereen in het park. Er land er één vlak bij mij op een tak. Hij kijkt mij net zo aan als ik hem. Ik houd stil en hij blijft zitten. Het lukt om een foto te maken. We kijken elkaar na als ik mijn weg vervolg. 

Het is nog geen april maar de bloesems staan al in bloei. Ook begint het groen weer terug te komen in de bomen. De lente heeft zich in al zijn pracht aangediend. Toch geeft de ochtendkou mij een wintersport gevoel. De geur die in de lucht hangt, de warmte van de zon op mijn gezicht terwijl mijn wangen koud aanvoelen. Maar dat is nu dan ook echt het enige dat koud aanvoelt. Bij het eerst de beste bankje dat ik tegen kom stop ik. Ik trek mijn vestje, dat ik uit voorzorg extra had aangetrokken, weer uit. Wanneer ik mijn weg vervolg besluit ik ook mijn tempo iets terug te schroeven. Even lekker genieten in plaats van in looppas over de weg. 

Het is druk buiten. Iedereen is tijdens dit zalige weer onder zijn steen vandaan gekropen. Ik kan er ook zo van genieten dat het eerder licht is, en kan niet wachten om er straks weer met mijn SUP op uit te trekken. Uiteraard kan dit het hele jaar door. Maar ik ben een echte mooi-weer-supper. Laatst zag ik weer een foto van mijn early bird rondje, 05.45 uur, waarbij de wereld nog in diepe rust verkeerde. Het water zo strak als een spiegel en de vogels die tijdens mijn peddel aan hun ochtendconcert begonnen zijn. Weet je hoe lekker het is om dan op het water te zijn?! 

Inmiddels ben ik het park uitgelopen en besluit nog een rondje om de plas te doen. Ik wil nog niet naar binnen. Achter mij hoor ik een hoop “hoefgetrappel”. Als ik mij omdraai gaat de gigantisch grote hond vol in de ankers. Waarschijnlijk is ie zojuist in een modderpoel gedoken want hij ziet er niet uit. Het dier loopt een stukje met mij op. Bovenaan het bruggetje staat iemand te wachten met een riem in de hand. Overduidelijk het baasje. Terwijl ik nog wat foto’s van de omgeving maak struint het dier verder.

Dit zijn de dagen waarop je helemaal vergeet dat het ook wel eens anders kan zijn, guur, ruig, nat en koud. 

© Foto Hamar

Verkenning van de polder…

Buiten is het mistig, koud, maar zo te zien windstil. Binnen is het behaaglijk warm en eveneens stil want de heren zijn beide de hort op. Zelfs de vogel is stil, gevloerd na een ochtend slopen van dozen. Hoe langer ik in mijn coconnetje op de warme behaaglijke bank blijf zitten, hoe meer ik naar die koude mistige windstille omgeving verlang. Ik voorzie mijzelf van warme kleding en mijn wandelschoenen en ga lekker naar buiten. Mijn horloge laat ik alvast een GPS opzoeken om mijn gelopen km’s vast te leggen, terwijl ik ondertussen mijn veters aan het strikken ben. Ik schud nog snel even mijn haar los. Door het vochtige weer hoef ik er niks aan te doen. De krullen schieten er vanzelf in en blijven de rest van de dag zitten. Gemak dient de mens.

Ik zit ergens halverwege in een luisterboek dat spannend is en laat mij al lopend voorlezen. Het boek gaat over een meisje dat vermist is en later, vermoord en al, wordt teruggevonden. Een passend onderwerp voor de route die ik loop waarbij ik ook de begraafplaats passer. Brrrr, ik steek snel de straat over en kom in de polder terecht. Heerlijk desolaat is het hier. Het beeld past compleet in het troosteloze grijze plaatje. De stem in mijn oor babbelt verder en ik zet de ene voet voor de ander.

Bij een splitsing besluit ik rechts aan te houden in plaats van links en maak daarmee mijn route iets groter. Het is een stukje dat ik niet helemaal ken en ik weet ook niet hoever ik door kan wandelen. Maar al snel kom ik uit bij een bruggetje dat mij terugleid naar de grote weg. Ik pak daar het voetpad om zo de laatste meters langs het water te kunnen lopen. Eenmaal aan de overkant van de drukke weg heb ik een keus: linksaf of rechtdoor. Ik besluit mijn route langer te maken door het water te blijven volgen.

De halsbandparkieten komen in paartjes aangevlogen en landen in de bomen waar ik vervolgens onderdoor loop. Ik pauzeer het verhaal in mijn oor en laat mij nog even verwonderen door alle vogelgeluiden die ik nu zo helder waarneem, voor ik op huis aan ga. Dan schiet er op nog geen vijf meter bij mij vandaan een ijsvogel uit het riet. Hij showt zijn prachtige blauwe en oranje kleuren voor hij naar de overkant van de plas fladdert. Wauw, ze zitten dus gewoon ook hier!

Ik probeer de ijsvogel te blijven volgen maar het zicht laat het niet toe. Niet dat het zo mistig is. Het zijn mijn ogen die niet scherp willen stellen op die afstand. Wat ik vervolgens wel zie zijn twee baltsende futen. Die zijn er vroeg bij voor de tijd van het jaar. Ik zou die ook nog graag eens vanuit het water op de foto willen zetten. Wie weet, kan ik dat ooit hier eens doen. Nu ik weet dat dit de “thuishaven” van zowel de futen als de ijsvogel is zou ik eens een poging kunnen wagen. 

Mijn huis komt langzaam dichterbij maar ik ben stiekem nog niet uitgewandeld. Ik zou nog wel zo’n ronde kunnen maken, het is heerlijk buiten. Maar ik besluit wijselijk nu eerst op huis aan te gaan. Misschien kan ik vanavond nog wel een stukje door de wijk… 

Blokje om…

De afgelopen maanden heb ik aardig wat passen gezet. De loopband is immers meermaals per week de start van mijn workout. Ik vind het lekker om al wandelend mijn spieren op te warmen. Soms is het gewoon fijn om even de benen te strekken na een tijd gezeten te hebben. Sinds enige tijd vind ik het heerlijk om mij al wandelend buiten te begeven. Ik vind het zo fijn dat ik zelfs met regenachtig weer een rondje maak. Bij de start van afgelopen winter waren de rondes overigens niet super groot. Een paar blokken door de wijk was voldoende om aan mijn dosis frisse lucht en beweging te komen. Aan het begin van de decembermaand werden deze rondes opgeleukt door alle lampjes en versiersels die zowel buiten als binnen waren opgehangen.

Vriendlief kreeg ik maar een enkele keer mee. Hoewel wandelen met zijn tweeën gezelliger is vind ik het ook geen probleem om in mijn uppie een blokje om te gaan. Wanneer het een drukke dag is geweest en mijn hoofd vol zit met aller handen en soms niet relevante zaken is het juist erg fijn. Ik merk dat mijn hoofd met iedere kilometer die verstrijkt leger en leger wordt. Er komt rust voor in de plaats en dat is zo’n fijn gevoel. Wanneer ik tussen de paarden loop ervaar ik het zelfde. Alsof je al je figuurlijke shit daar kunt droppen en met een leeg hoofd weer weg gaat. Dat geeft dan ook weer ruimte voor andere inzichten. 

Terwijl ik met mijn capuchon over mijn hoofd door de wijk loop, want langzaam begint het te druppelen, plopt opeens mede blogger Rianne in mijn hoofd op. Rianne had een doelstelling bedacht om een x aantal km te lopen in een jaar. Dan eens hier, dan eens daar. En ondertussen schiet ze platen van al het moois of bijzonders dat ze onderweg tegenkomt. Ooh ja, bedenk ik mij, dat wil ik ook. Ik ben gek op challenges. Vooral om er mee te starten. 

Al wandelend reken ik uit wat voor mij haalbaar is en hoevaak ik per week dan naar buiten moet. Ook als ik geen zin heb. En als het nu echt rotweer is, zouden de gelopen km op de loopband dan ook mogen tellen? Uiteindelijk kom ik tot de conclusie dat het misschien beter is om hier helemaal geen challenge aan te hangen. Want ik ben namelijk ook een kei in het niet afmaken van dit soort zelf opgelegde uitdagingen. Het moet vooral geen moeten worden. Dus wandel ik door met de gedachten dat ik met ieder stap dichter bij een leeg hoofd en fitter lichaam kom. Ik laat mijn horloge uitrekenen hoeveel km ik dan in een bepaalde periode volbracht heb. Dat dan wel weer…

Ondertussen ploppen er allerlei ideeën in mijn hoofd op. Voor mijn blog, voor de fotografie, voor een nieuw gerecht. Want tja, met al dat wandelgeweld wordt je creatieve brein ook aangesproken. Maar ik kan ze niet ergens noteren want ik loop buiten en het regent. Dus laat ik mijn telefoon in mijn binnenzak. Ik hoop, zoals altijd, het allemaal te kunnen onthouden maar weet uit ervaring dat ik het toch echt weer ga vergeten. Voor nu niet getreurd… Ik ga van de week toch weer een wandeling maken. Ploppen de ideeën vanzelf wel weer op. 

Op weg naar huis…

Het is smerig weer. En met smerig weer bedoel ik niet zomaar een donkere wolk of een regenbui. Nee, ik bedoel winterse kou, donkere luchten, windstoten van tig kilometer per uur en liters regenwater dat uit de lucht komt vallen wanneer het maar kan. Gewoon omdat het kan. Het is totaal geen weer om je buiten te begeven. Maar na dagen binnen zitten en naar het beeldscherm staren moet ik er gewoon even uit.

Daar lopen we dan. Zwijgend naast elkaar, hoofden gebogen in de hoop geen regen in ons gezicht en oren te krijgen. De koude wind geselt mijn gezicht en vult mijn oren met het gevoel alsof ik gestoken wordt door duizenden naaldjes. We zijn alle twee stik chagrijnig. Naast het gieren van de wind zijn alleen onze passen hoorbaar op de verharde weg. Het is leeg in de polder. Er is geen mens of dier te zien. Behalve wij …

Ik waag een blik opzij en zie twee vernietigende ogen mijn kant op priemen. Jij ook altijd met je stomme ideeën over wandelen in de polder!? Niemand waagt zich nu buiten. Had je echt niet tot morgen kunnen wachten? Ja, ik denk dat hij dat ongeveer wel gedacht moet hebben. Maar hij deed wijselijk wat ik van hem vroeg en stampvoetend liep hij naast mij mee. Sorry Poownie, over het algemeen ben ik nu eenmaal meer een zomer mens. We gaan heus niet zomaar wandelen met dit vieze weer. De benen moeten nu echt even gestrekt worden.

We stappen stevig door, onderwijl mijn capuchon over mijn hoofd trekkend, om het gevoel in mijn oren nog enigszins te behouden. Het grote rondje om de plas, over de brug en rondom de polder, dat ik oorspronkelijk in gedachten had, werd bij een kilometer of 2,5 al verstoord. Meneer had er duidelijk geen zin meer in. Eerst staakte hij bij een passerende auto, toen bij een windvlaag die het riet harder dan anders deed ritselen om er vervolgens helemaal maar mee te stoppen. Hij keek mij zonder een spoor van meelij aan. Ik kon kiezen: “Of alleen verder of samen terug!”

Daar lopen we dan. Zwijgend naast elkaar, hoofden gebogen in de hoop geen regen in ons gezicht en oren te krijgen. Het is leeg in de polder. Er is geen mens of dier te zien. Behalve wij, op weg naar huis…

Rondje Maas…

Ik sta te dubben of ik er op ga of er naast blijf lopen. Ik werp een blik naar Poownie en zie zijn tong al letterlijk uit zijn mond hangen. Tja, het is met 28 graden ook best wel aan de warme kant. We gaan wel een stukje wandelen. Normaal neemt zijn verzorgster hem mee voor een leuke rit door de polder. Maar verzorgsters hebben ook wel eens vakantie. Dus de komende 3 weken heb ik wat extra Poownie-tijd ingelast zodat hij toch het gevoel heeft niks te kort te komen. 

Vanwege het warme weer besluit ik voor een rondje langs het water door het recreatiegebied. Lekker verkoeling onder de bomen en een briesje meepakken langs het water. Heerlijk. We zijn nog geen 100 meter het gebied in gewandeld of een lading kinderen komt ons tegemoet… Gelukkig aan de hand van een ouder/verzorger. Nee, geen paardje aaien vandaag maar links af richting speeltuin. Dag kindjes en veel plezier! 

Op dat moment realiseer ik mij nog iets. Er rijden in de zomer van die kleine treintjes. Super leuk om als kind (en stiekem ook als je wat ouder bent) in mee te rijden. Het stationnetje is midden in de speeltuin en je tuft een klein traject langs het water, over bruggetjes en zelfs door een echte tunnel. Maar of Poownie hier zo blij van wordt? Deze zomer rijden er maar liefst 2 van dit soort treintjes, afgeladen met gillend gespuis, want tunnel en precies er naast een paard!

Poownie staat even gek te kijken wanneer de ieniemienie spoorbomen links van hem dicht gaan en het belletje afgaat. Vervolgens “dendert” er een afgeladen treintje langs. Hij knort wat maar dat is dan ook alles. Hij heeft meer oog voor de mals ogende graspollen waar hij al de hele tijd verlekkerd naar aan het kijken is. Ik merk ook dat de wilskracht om niet met zijn neus naar de grond te gaan uit zijn tenen moet komen. Ik laat hem als afleiding dan maar wat grazen. De spoorbomen gaan weer open en snel lopen we naar de overkant om niet tussen twee heen en weer rijdende treintjes te zitten. 

De treinen en kinderen laten we achter ons als we het “bos” weer inlopen. Heel even zijn we alleen op de wereld. Zo stil en zalig. Maar lang duurt dit niet. We worden ingehaald door twee groepen wielrenners. Als we nog op onze benen staan te tollen van de snelheid waarmee we ingehaald worden komt daar ook de bejaardensoos om de hoek. “Goedemiddag! Goedemiddag!” Dit gaat weliswaar wat gezapiger maar het duurt ook wel ff voor alle 25 mummies voorbij zijn. Poownie neemt het er van en zoekt ondertussen de lekkerste grasjes. Ik was even vergeten dat het hier zo mega druk kan zijn. 

Als we bijna het bos uit zijn staat er een politiebus voor mijn neus. Stiekem weet ik dat we hier niet mogen komen. Maar ruiters worden hier al 100 jaar getolereerd. Ik glimlach vriendelijk in de hoop dat ze niet uitstappen. Ze laten ons zonder pardon passeren. Direct daarna rijd staatsbosbeheer voorbij. Die zijn erger dan de politie. Maar hij kijkt onze kant niet op en lijkt ons niet eens te zien. Gelukkig.

Zonder kleerscheuren komen we na een uur weer aan op de wei. Poownie neemt vol dankbaarheid zijn partjes appel in ontvangst en loopt voldaan terug naar zijn maten in de wei.