Nieuw verworven lef…

Mijn werkkamer heb ik met de tuin verruild. Even geen telefoon en beeldscherm maar een half uur pauze. Ik moet wat schuiven met de stoel om uit de wind maar in de zon te kunnen zitten. Als ik dan ook nog eens onderuitgezakt blijf zitten is het prima te doen. 

De zon brand op mijn gezicht. Hierdoor is de wind die ik voel als een zachte fluistering op mijn huid. Terwijl het even verderop de bladeren van de bomen flink doet ruisen. Met mijn ogen dicht is het net of ik op het strand lig terwijl de zee aan- en afrolt. De krijsende meeuwen boven mijn hoofd maken het plaatje compleet. 

Ik beeld mij in dat ik op een tropisch eiland lig met een azuur blauwe zee en een parelwit strand. Nee wacht, ik maak het plaatje mooier. Dat kan he, het is immers mijn eigen fantasie. Het ruisen van de bomen zijn de palmbladeren boven mijn hoofd die voor schaduw moeten zorgen. Ik lig in mijn hangmat tussen de bomen. Met één voet aan de grond duw ik mij af terwijl mijn tenen met het warme zand spelen. Zachtjes wieg ik heen en weer. Op de achtergrond hoor ik subtropische vogels fluiten en klinkt er vrolijke muziek. 

Ik val al bijna in slaap als ik naast de vogels en de muziek ook vaag een belletje hoor rinkelen. Het klinkt heel bekend maar past niet echt in mijn verzonnen decor. Het belletje klinkt steeds luider. Als ik mijn ogen open verdwijnen mijn palmbomen, hangmat, witte strand en subtropische vogels. Ik ben weer terug in mijn eigen achtertuin. Van achter het hek klinkt wederom het belletje. Het hangt om de nek van een kat die nu onder de poort doorkruipt. 

Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, loopt hij de tuin in. Dit is wel eens anders geweest. Maar blijkbaar is hij nu wat zekerder van zijn zaak. De eerste paar keren dat onze blikken elkaar kruisten was hij met drie grote sprongen de tuin door om over het hek van de buren te verdwijnen. Misschien begint hij er aan te wennen dat wij hier nu ook eenmaal wonen. 

Hij is zo zeker van zijn zaak dat hij rakelings langs mij heen loopt op weg naar de achterdeur. Ik volg hem met mijn blik. Ik ben heel benieuwd wat ie gaat doen. Hij snuft wat aan de deur en voelt zich dan toch bekeken. Iet wat verontwaardigt kijkt hij mij aan maar loopt daarna zonder pardon naar binnen. 

Waarschijnlijk is hij niet bekend met een convectorput, of had hem zo snel na de deur nog niet verwacht. Met twee voorpoten verdwijnt ie in een van de gaten. Ik wil al op staan om te helpen maar hij hersteld zich. Eenmaal binnen krijg ik nog eenmaal een blik van hem. Dan loopt hij door. Verder dan onze tafel komt hij niet. Draak heeft hem namelijk in het vizier. 

Die vervolgens luidt begint te fluiten en te miauwen. Een miauwende vogel. Daar had hij niet op gerekend. Met twee sprongen is hij buiten, stuift langs mij heen en sprint onder het hek door. Tot zover zijn nieuw verworven lef. Het rinkelende belletje verdwijnt in de verte. De rust keert terug. Ik sluit opnieuw mijn ogen en laat mij de komende 20 minuten terugvoeren naar mijn eiland. Dat kan nog snel, voor het werk mij weer roept…

van ruilen komt huilen…

Van ruilen komt huilen nietwaar? Nou bijna wel toen vanmorgen mijn wekker in alle vroegte afging. Na een veel te korte nacht zat ik daar eigenlijk helemaal niet op te wachten. Maar ja, ik had zelf mijn zondagse voerdienst geruild met een stalgenoot zodat ik daar tijdens de aanstaande vakantie niet mee in de knoei zou komen. Dus slik ik de opkomende “tranen” weg en besluit nog heel even te blijven liggen. Dat even wordt een paar minuten langer maar dan moet ik er toch echt uit.

Eerst begroet ik Draak die ook nog slaapdronken op zijn stok zit. Zich afvragend waar al die drukte op de zondagochtend goed voor is. Ik geef hem vast zijn ontbijt en drink zelf nog een bak koffie. Nog geen knaag in mijn maag, maar ik weet dat mijn honger uit het niets kan komen opzetten. Dus ik neem mijn ontbijt gewoon mee naar stal, en vertrek ik toch met enige haast van huis.

Als ik aankom word ik begroet door een stel uitgehongerde paarden. Alsof ze dagen niks te eten hebben gehad. Ja, je leest het goed DAGEN!! Ik begroet het paardenvolk dan ook maar even snel en controleer intussen de hooi ruiven. Stuk voor stuk zijn ze tot op de bodem leeg gevroten. Drie paarden kijken mij aan met een blik van: “Ik zei het toch!?” Ze hebben het zo slecht bij ons…

De hooibaal die ik moet hebben ligt uiterst rechts en helemaal bovenop in het hooihok. Ik klauter met gevaar voor eigen leven naar boven om aan mijn oh zo dankbare taak te beginnen. Het stof en de losse hooistengels dwarrelen om mij heen als ik alle hooinetten vul. Op de achtergrond is het beieren van de kerkklokken te horen. Verder is het heerlijk stil. Wanneer het zoveelste net gevuld is klauter ik het hok weer uit, met het stof in mijn neus en mijn kapsel voorzien van hooi. Rechts staan paarden te hinniken en links komt een hele groep bejaarde wandelaars voorbij die mij ietwat meewarig aankijken. “Arm schepsel” lees ik boven hun hoofd. Ik zwaai vriendelijk om een gesprek te voorkomen en sleep daarna de flink gevulde netten naar hun eindbestemming.

Ik maak het mijzelf weer veel te moeilijk door er te veel tegelijk mee te willen slepen. Om mij heen zwermen de paarden in de hoop alvast een hap te kunnen nemen voor ik het in de ruiven heb kunnen verdelen. De brutalen hebben de halve wereld en dat is in het dierenrijk niet anders. Er zijn er twee die niet alleen een hap willen maar eigenlijk gewoon het hele net willen toe-eigenen. Ik moet alle zeilen bijzetten om deze brutalen “honden” op hun plek te zetten, de boel niet los te laten en ook niet over mijn of hun benen te struikelen.

Het duurt even maar dan is iedereen van een plek aan één van de ruiven voorzien. Mijn werk zit er al voor de helft op. Maar eerst is het tijd om zelf ook even te ontbijten. Met mijn brood en bak koffie zit in heerlijk in het zonnetje. Om mij heen is op dit moment niets anders te horen dan het geluid van knagende paarden en het gefluit van vogeltjes. Ach, vroeg op stal zijn is niet altijd zo erg …

 

etende paarden aan hooi ruif

 

*🐴*

Lekker buiten…

Sinds het nieuwe seizoen is begonnen ben ik zo’n beetje iedere zaterdag aan de zijlijn te vinden. Dus deze zaterdag had ik mij een voetbalvrije dag beloofd. Althans, dat was de bedoeling. Bij het ontwaken bleek het ook nog eens prachtig weer te zijn. Beetje fris. Maar windstil, zonnetje met een blauwe lucht. Zo’n zalig wintersportgevoel borrelt bij mij naar boven. Eigenlijk wil ik direct een rondje door het park gaan maken. Maar weet dat er eerst nog het een en ander in huis gedaan moet worden. 

En dan, wanneer het ontbijt en de koffie er in zit begin ik toch te twijfelen. Ik ben al een tijd niet meer bij de voetbal in ’s Gravendeel geweest. En het is ook niet eens zeker of Zoon moet spelen gezien zijn blessure. Wandeling door het park of naar de voetbal?? Ik sta drie bedenkelijke minuten te wikken en te wegen en gooi ter plekke mijn indeling voor deze dag om. In volle vaart raap ik mijn fotospullen bij elkaar. Als ik op tijd wil zijn voor de aftrap moet ik mij nog haasten ook. De wandeling met Draak moet even wachten. Niet dat hij het erg vind. 

Als we aankomen bij de voetbal zit de warming-up er net op. Toch nog redelijk op tijd kan ik een plek zoeken en mijn spullen opzetten. Met het zonnetje in mijn rug zit ik hier heerlijk. Hoewel de wedstrijd wat traag op gang komt. De acties vinden ook net buiten mijn bereik plaats. Wanneer het eerste doelpunt van de tegenstander is gevallen maakt dat iets bij de boys los. De acties volgen elkaar nu sneller op. Er wordt wat meer geduwd en tegengas gegeven en voor we het weten valt doelpunt twee voor de tegenstander. Het lijkt er op dat ze deze pot gaan verliezen.  Uiteindelijk weet ’s-Gravendeel de boel om te buigen en winnen de wedstrijd met 3-2. Nog steeds staan ze bovenaan in deze competitie. 

Voor we het dorp verlaten stappen we nog snel even Vriendlief’s favoriete winkel binnen. Waar ik voor een appel en een ei een nieuwe skibroek scoor. Veel later dan gepland zijn we weer thuis. De wandeling met Draak zit er voor vandaag niet meer in. Want Poownie staat ook nog te wachten. En die wil ik voor de verandering graag bij daglicht bezoeken. 

Poownie herkend sinds enige tijd het geluid van mijn auto en staat al te hinniken bij het hek als ik het erf op kom lopen. Uiteraard heeft ie net voor ik aankwam nog even heerlijk door het zand gerold. Zijn vacht zou wit moeten zijn maar op dit moment is beige meer zijn kleur. Hij barst van de energie dus gaan we eerst de rijbak in om wat stoom af te blazen. Voor hem is het ook zalig weer. Wanneer hij al bokkend en rennend rondjes aan het rennen is ben ik maar wát blij dat ik er niet op zit. Voor een bejaarde knol heeft ie nog voldoende power.

Samen met een stalgenoot en haar paard sluiten we de dag al wandelend af. Tijdens het gouden uur zet de zon alles in een tijdelijke gloed. De polder ziet er hierdoor prachtig uit. Het is al schemerig als ik weg ga. Al met al toch lekker heel de dag buiten kunnen doorbrengen. Nu aan de bak met alle foto’s die nog liggen te wachten. 

 

 

 

***

Zo voorbij…

Ik sta de poetsspullen van Poownie in te pakken als mijn stalgenootje vraagt of ik nog iets ga doen. We hebben ruim een uur aan tijd over dus besluiten we samen nog een rondje te gaan wandelen. Wanneer we met paard en al bij het hek staan valt onze blik op de dreigende, donkere massa wolken die zich links van ons heeft samengepakt. Even hiervoor was er niets anders dan strakblauwe lucht en zonneschijn. We besluiten de bui af te wachten en laten de paarden grazen op het gras voor stal. Maar de bui trekt langs ons heen dus wagen we een gok. Binnen een half uur zijn we terug en nog steeds is het droog. Wel ziet de lucht er heel raar uit. Alsof ieder moment de storm kan losbarsten.

Als alle dames naar huis zijn blijf ik alleen over. Ik rommel nog wat aan op stal. De zon doet erg haar best om door de wolken heen te prikken, maar het lukt nog niet aardig. En dan opeens, uit het niets, begint het te waaien. Takken, blaadjes, hooi alles komt voorbij de keet gevlogen. Gelukkig zit ik veilig binnen. Na vijf minuten wordt het rustiger en besluit ik naar buiten te gaan. Wanneer ik mij omdraai is de dreigende lucht nog steeds aanwezig. Donkerder en brutaler dan ooit toornt hij boven mij uit, alsof Thor ieder moment tevoorschijn kan komen. Miezerige druppels vallen inmiddels op mij neer als een waarschuwing. Mijn blik gaat naar de andere kant en daar zie ik niet één, maar twee regenbogen. Verbazingwekkend wat de natuur aan bruut- en schoonheid kan laten zien op het zelfde moment. Zo mooi en zo fel.  

De regenboog blijft heel lang zichtbaar en de zon wint uiteindelijk steeds meer aan terrein. Toch blijft de lucht achter mij er vreemd uitzien. Het is niet zo dreigend meer. Maar rustig is het ook niet. Ik sluit alles af. Groet de paarden en rij naar huis. Terwijl de avond valt rij ik het licht tegemoet. Het is een rare gewaarwording. Als ik bijna thuis ben doemt zich de donkere lucht voor mij op. Gelukkig is er niemand anders op de weg dus trap ik op de rem en zet mijn auto stil in de berm. Hier moet ik gewoon even naar kijken.

Ik stap uit en aanschouw het hele tafereel voor mij. Alsof ik door een caleidoscoop kijk en bij iedere draai het beeld veranderd. Nostalgie borrelt bij mij naar boven. Maar ook gemis, hoop, verdriet, geluk, liefde en verlangen. Alles gevangen in dit ene moment. De hemel staat in vuur en vlam. Net als mijn hoofd, die niet weet wat hier mee te doen. Dus sta ik daar maar en kijk. Het is prachtig en niet één minuut is de lucht hetzelfde. Nog voor het beeld vervaagt schiet ik een foto. Niet van al te beste kwaliteit. Maar wel een moment om te bewaren. Om af toe op terug te kijken. Om mij er aan te herinneren dat het leven is zoals de lucht op dit moment. Mooi, krachtig, fragiel en zo voorbij!! 

 

lucht in paarse, roze en oranje tinten.

 

 

***

De eerste dag…

De kofferbak gaat nog maar net dicht als ik de laatste tas in de auto gepropt heb. Er gaat wel heel veel mee. Maar het is dan ook onze eerste dag op het water sinds Merlin deze week weer op zijn vertrouwde plek in de haven ligt. Alles moet bevoorraad worden. Om nog maar niet te spreken over de kleding die meegaat. Het kan alle kanten op wat weer betreft. En hoewel onze drijvende caravan een dak heeft, hebben we het niet graag koud.

Bij aankomst volgt eerst maar eens een flinke schoonmaak. De eenden hebben nogal huisgehouden op de steiger die hierdoor te smerig is om op te lopen. Zodra wij binnen zitten komt er een aalscholver aanvliegen. Hij neemt plaats naast de nep-kraai, die aan het einde van de steiger op wacht staat om gespuis, zoals dit soort vogels, weg te houden. Met zijn houterige verschijning is hij duidelijk niet indrukwekkend genoeg. Misschien moeten we er één neerzetten met een bewegingssensor. De aalscholver heeft net een bad genomen en spreidt zijn vleugels om te drogen in de zon. Het ziet er prachtig uit van zo dichtbij. Onze buren, zowel links als rechts zijn er overigens ook nog niet, of zijn al uit varen. 

Er liggen nog wel meer boten op de kant maar niet zo veel meer als vorig jaar rond deze datum. Na het poetsen volgt zoals gebruikelijk een bak koffie met een koek. Dan kunnen de trossen los. Na vijf maanden niet gevaren te hebben moet ons lichaam weer even wennen aan het deinen op de golven. Het is niet heel erg druk op het water en dat verbaasd mij. Met de paasdagen zou je zeggen dat veel (water)mensen er op uit trekken met de boot. We varen naar de overkant en gooien het anker uit. Lekker even dobberen in de zon. 

Ik ga achter op het dek zitten, uit de wind maar wel volop zon. Wanneer vriendlief mij een bak koffie komt brengen is het eerste wat-is-het-hier-heerlijk-gevoel compleet. Rechts van ons springen drie kids in het water. Het water is echt niet warmer dan 16 graden. Ik voel met mijn grote teen hoe koud dit precies is. Hoewel ik mij voorgenomen had dit jaar meer bikkel te zijn sla ik echt nog even over. Ze houden het aardig lang uit. De zon speelt verstoppertje en na even aanwezig te zijn is ie weer voor een tijdje weg. Als het afkoelt besluiten we terug naar de haven te varen. 

Bij terugkomst worden we begroet door moedereend met negen heel kleine kuikentjes links. De Aalscholver op de volgende steiger. Ruziënde futen (die maken een herrie!) rechts en waterkipjes met kleintjes voor ons. Echt heel schattig al dat kleine volk rond de boot. Ik mag ze van vriendlief niet voeren. Want als ze eenmaal weten waar eten te halen valt krijg je ze, zelfs met 100 nep-kraaien niet meer van je boot. Het blijft dus bij foto’s maken. In de haven is het windstil waardoor we nog zeker een uur of twee blijven luieren voor we besluiten weer naar huis te gaan. Ja, dit was een prima eerste dag op het water. Kom maar door met die zomerse temperaturen!!

 

 

***

De afgelopen week…

De wind trekt speels aan mijn haar en laat plukken boven mijn hoofd dansen. Ik trek mij nog iets verder terug in mijn hoekje waar ik mij al een half uur onbeweeglijk bevind. De zonnestralen die ik in de winter gemist heb probeer ik nu, in deze loze vrije minuten, in te halen. Ik doezel lekker weg en laat daarbij mijn gedachten terug gaan naar afgelopen week. Waarbij het weer zich van twee kanten liet zien. Van plus 20 naar 0 graden. In de ochtend de handschoenen aan en in de middag zonder jas naar huis. April doet wat ie wil… 

Ik had het geluk deze week te mogen verjaren en de keuzestress over mijn traktatie bleef uit. Omdat ik veel aan mijn oma moest denken, die voor ons een bijnaam had verzonnen van het gebakje dat wij graag bij haar aten, besloot ik warme appelflappen uit te delen. Maar dat had net zo goed rottikoekoes kunnen zijn. Of een complete rijsttafel want als ik aan oma denk, denk ik standaard aan eten. De flappen vielen in de smaak. Eens iets anders dan taart of vlaai. Gelukkig hoef ik geen feestje te geven. Dat was als kind leuk. Toen had enkel mijn moeder last van stress. Maar met het ouder worden is het plezier van verjaardagsfeestjes geven mij ontgaan. Misschien van de zomer weer eens een leuke BBQ of zo. 

Omdat het verlangen naar oma’s bami, saté en ander lekkers zo groot was, schoven we aan bij een toko gespecialiseerd in Indonesisch eten. Neem vooral van alles een beetje werd ons aangeraden. Dat deden we dan ook. Een stuk of drie keer. En dan zal ik maar niet vertellen hoevaak ik voor de spekkoek heen en weer ben gelopen. Natuurlijk hebben we te veel en te vaak opgeschept. Maar (letterlijk) voldaan en senang keerden we huiswaarts. 

Het ruisen van de wind klinkt inmiddels een beetje als de zee. Het geroep van de meeuwen hoog boven mij maakt het denkbeeldige zon, zee, strand plaatje helemaal af. De zon is gedraaid en ik moet mee draaien om niet aan een kant van mijn gezicht te verbranden. Want als ik niet oppas is dat wat er gebeurd. De felheid is zo intens dat ik mijn ogen niet geopend krijg. Een goede reden om ze nog even, echt heel even nog, gesloten te houden.

Om mijn Indonesische week compleet te maken las ik het boek “Mevrouw mijn moeder” van Yvonne Keuls. Het is al een wat ouder boek. Maar wat heb ik hiervan genoten. Een echte aanrader! Heerlijk en aandoenlijk om te lezen. Dit was een van die onverwachte pareltjes die je zo nu en dan tegenkomt. Een reis door de tijd, van Indonesië naar Holland. Een ode aan haar moeder met mooie herinneringen aan tempo doeloe. Vlot geschreven met humor en uitdrukkingen in Bahasa. Waarschijnlijk was dit de reden dat mijn oma zo vaak in mijn gedachte was.

Inmiddels staat het weekend voor de deur met daarin van alles gepland. Er moet gewerkt, geklust, gevoetbald en gefotografeerd worden. Ook Poownie verdiend wat meer tijd. Genoeg te doen dus. Maar eerst nog even niets dan gesloten ogen, zonneschijn en de kat van de buren die zich aan mijn voeten heeft gedrapeerd. 

 

 

***

Werk aan de winkel…

Hij mocht zelf de locatie kiezen. Maar wat hij ook koos, hij zou niet onder zijn huiswerk uitkomen. Zuchtend en steunend kwam hij met de mededeling dat hij dan wel met ons mee zou gaan. Er was geen voetbalwedstrijd gepland en thuis zou hij mogelijk de verleiding van het gamen niet kunnen weerstaan. Ik vond het een slimme zet van hem. Even weg van alle prikkels en midden in de natuur met je neus in de digitale schoolboeken. Met de laatste schoolweken voor de boeg moet zoonlief er toch echt nog even flink voor knokken om die rare cijfers (geen idee hoe ze daar gekomen zijn?!) op zijn eindlijst een beetje bij te schaven. Wanneer hij direct zijn best zou hebben gedaan had hij de laatste dagen van zijn vakantie anders in kunnen vullen. Maar ach, verging het bij jou en mij niet ook altijd zo?! Hij is gelukkig al een aardig eind op de goede weg.

Terwijl wij in onze zomerse kloffie richting Merlin liepen, slofte zoonlief vol enthousiasme met zijn schoolspullen achter ons aan. De zon stond in een blauwe decor te shinen maar hij was gekleed in zwarte spijkerbroek met dito hoodie en zijn capuchon over zijn hoofd getrokken. Hij had blijkbaar geen last van de warmte. Ik kreeg alleen maar een “WAT?!” toen ik mijn wenkbrauw optrok en een blik wierp op zijn kleding. Pubers… Gelukkig had hij tussen al zijn spullen nog wel een korte broek gestopt want de temperatuur liep uiteindelijk snel op.

Nadat de koffie er in zat, de koekjes op waren en zoonlief zich gesetteld had om eerst nog even een paar minuten te gaan knorren, niks is lekkerder dan slapen op een schommelende boot, gingen de trossen los en voeren we uit. Op weg naar een plek waar we in de luwte konden liggen. Zoonlief en ik wisselden van plek op het voordek want er was werk aan de winkel. Geen SOG voor hem dit keer. Ik hoorde hem samen met zijn vader de 388 Engelse woordjes doornemen.

Het gebrabbel en de discussie over de zin en onzin van de niet uit te spreken Engelse woorden met hun nog vagere betekenissen, verdween langzaam naar de achtergrond. Het geklots van het water, het schommelen van de boot en het zonnetje zorgden er voor dat ik langzaam naar dromenland verdween. Op de planning stond nog het uitlezen van mijn boek. Maar ik kon mijzelf er niet toe zetten. Wat een zaligheid om zo je vrije tijd door te brengen.

Na de lunch vond er een overhoring plaats. Zoonlief wist 3/4 van de woordjes en dat betekende een welverdiende pauze. Het was tijd voor wat actie. Dus mocht hij zijn wakeboardspullen uit het ruim opsnorren. Mijn voet schoot spontaan in de kramp toen ik met mijn teen de temperatuur van het water voelde. 17 graden is verdraaid koud! Ik hield het wel bij foto’s maken! Met zijn wetsuit aan en het wakeboard aan zijn voeten sprong hij het water in. Dat viel toch nog even vies tegen. “Nee hoor, het is echt niet koud riep hij al klappertandend vanuit het water.” In de hoop mij nog te kunnen overtuigen.

Het moet gezegd, onze puber is dan niet altijd even enthousiast over onze (vaar)hobby. Maar hij springt wel gewoon in het steenkoude water om effe een rondje te boarden. Bikkel!! Nu zijn Engels nog…

 

wakeboarden op de Amer

 

 

 

***

Al die keuzes…

Vakanties uitzoeken, ik kan er weken mee bezig zijn voordat het moment daadwerkelijk aanbreekt. Uitzoeken welk land kan al voor veel voorpret zorgen. Dan het verblijf en vervolgens de mogelijke excursies doorspitten. Veelal nam ik het voortouw hierin. Hiermee bezig zijn gaf mij energie en ik kon er heel wat tijd in steken, zoals ik al schreef. Maar de laatste paar jaar werd dat steeds iets minder. Het is nu eenmaal een dingetje dat moet gebeuren om weg te kunnen. Internet is makkelijk maar ook vreselijk vervuild. Door de vele aanbieders zie ik door de bomen het bos soms niet meer.

Zoonlief heeft de leeftijd dat hij ook een en ander kan op- en uitzoeken. Ik besloot hem op te zadelen met mijn “oude” zomervakantieklus. Want anders doen we iets wat mij leuk lijkt: een blue cruise bijvoorbeeld. Niet te verwarren met een boos-cruise. Want verder dan een Fristi on the Rocks kom ik niet. Dus, zei ik tegen hem, zoek een land en verblijf uit waar we ons allemaal kunnen vermaken. Vervolgens stoof hij met zijn laptop, telefoon en headset naar boven om vanuit zijn eigen Tactisch Commando Centrum (het ontoegankelijke terrein dat ook wel slaapkamer heet) met zijn matties te overleggen. Gedeelde smart is halve smart…

Terwijl ik, eveneens boven, aan het opruimen was hoorde ik hem druk overleggen met wie er dan ook allemaal aan de andere kant van de lijn aanwezig was. Hij moest keuzes maken. Ging hij voor de vele glijbanen of werd het een voetbalveld? Een druk centrum of werd het een privéstrand? Slapen in een tipi of een 5* hotel. Ik hoorde hem vloeken toen hij bij het onderdeel “prijzen” was aangekomen. “Huh, wanneer ik op school zit is het allemaal veel goedkoper. Hoe oneerlijk?! Ik neem wel een week eerder vrij!!” Geweldig, het had een opmerking van mij kunnen zijn…

Stiekem was ik toch wel heel benieuwd naar wat hij allemaal gevonden had. Geduldig bleven wij wachten tot hij naar beneden zou komen om ons te “briefen” over zijn bevindingen. Hij had zich in een paar uur tijd door 101 websites geworsteld. Alle voors en tegens afgewogen en kwam heel subtiel nog even terug op het weekje eerder vrij om zo de kosten te drukken. Aller eerst, zo begon hij zijn betoog, gaat het geen cruise worden. Sorry, ik weet dat je dat leuk vind. Maar al die haaien op zee vind ik maar niks! Uiteindelijk had hij een top drie samengesteld.

De locatie: een warm land want dat is gewoon “chill”… Verblijf: hotel, want (godzijdank) een camping was een no-go. Inclusief zwembaden, strand, eetgelegenheden, voetbalvelden en niet geheel onbelangrijk gratis Wi-Fi. Toen bleek dat twee van zijn drie opties al volgeboekt waren en de derde een 16+ hotel was zakte de moed hem in de schoenen. Ik prees hem voor zijn zoektocht, afwegingen en keuzes. Hij heeft nu zelf ervaren dat het best een hele klus is om iets te vinden dat past binnen het budget en waar iedereen zich in kan vinden.

Natuurlijk hadden wij zelf ook gezocht. Iets uit de richting van zijn eigen keus. Hemelsbreed 4500 km bij elkaar vandaan. Maar nadat we hem hadden laten zien wat er allemaal gedaan kon worden werd hij steeds enthousiaster. Als er geen haaien zitten, mag ik daar dan ook surfen?? We moeten nog even geduld hebben, maar wij zijn er klaar voor!

***

Naar buiten…

Zodra ik van mijn fiets af stap slaat de damp onder mijn jas vandaan. Jeetje, nu pas voel ik hoe warm ik het heb. Het is lang geleden dat ik een stuk gefietst heb en het bleek inspannender dan ik dacht. Ik trek mijn sjaal wat losser en rits mijn jas open. Het gewicht van mijn cameratas op mijn rug speelt ook mee. Met een zwaai zet ik hem op de grond. Heel even blijf ik staan. Sluit mijn ogen en haal diep adem. Het fijne gevoel van buiten zijn heb ik in het nieuwe jaar doorgetrokken. Al een aantal zondagen ga ik er met mijn camera op uit. Kijken of ik de crea bea ideetjes die in mijn hoofd zitten, om kan zetten naar bevroren momenten op het digitale papier. Het is leuk om naast al het geweld op het voetbalveld met iets totaal anders bezig te zijn. Achter mij stopt een gezin met een hond die al blaffend op mij af komt. Ik wordt uit mijn zenmoment gehaald en besluit direct maar te starten met mijn wandeling.

Ik bevind mij op de Veerplaat. Een stuk natuur tussen Zwijndrecht en Heerjansdam. Het is lang geleden dat ik hier geweest ben. De laatste keer was met Poownie, zeker 4 jaar terug. Ik had eigenlijk nog moeten stoffen en dweilen en er wacht ook nog een hele berg was dat gedaan moet worden. Maar, nu even niet! Het zonnetje laat zich vandaag schaamteloos zien. Dus is half Zwijndrecht op de been. Een groot aantal mensen moet het zelfde in gedachte hebben, het is druk.

Als ik om Hotel Ara heenloop kom ik uit op het stukje natuurgebied waar ik vroeger met mijn vader  en zusje ook altijd kwam. Toen was er nog een trimbaan met in het midden een spartel-bad voor kinderen. De trimbaan is al even weg maar het badje ligt er nog. Uiteraard zonder water. Even verderop zie ik een aantal kinderen rennen. Hun vader, ga ik vanuit, gilt ze toe. Wanneer ik een vlieger de lucht in zie gaan en even hard weer naar beneden zie komen snap ik waarom. Er staat geen wind. Ze zullen hard moeten rennen om hem in de lucht te houden.

Ik loop terug en kies voor het schelpenpad. Dat liepen wij vroeger ook altijd. Maar toen zag het er hier iets anders uit. Ik stuit op de buitenfitness toestellen achter Hotel Ara. Dat hadden ze toen bijvoorbeeld nog niet. Het hele hotel was er toen overigens nog niet. Verbazingwekkend dat alles het doet en nog niet gesloopt is door een stel onverlaten. Al wandelend kom ik heel veel mensen tegen die net als ik genieten van de blauwe lucht en het zonnetje op hun bakkes. Her en der kniel ik neer om wat foto’s te maken en te kijken naar de lente die zich in kleine vorm al presenteert.

De weg voert terug via een kleine bosrijke omgeving. Midden op het pad staat een geel genummerde korf. Een hele rare plek voor een “prullenbak” met gaten. Het blijkt een 18-holes frisbee-parcours te zijn. Wat hilarisch, dat kan dus ook bij “ons”. Ik schiet nog wat foto’s van het uitzicht, omgevallen bomen en het water en fiets daarna op mijn gemak terug naar huis. Ik ben deze middag lekker bezig geweest. Stukje fietsen, wandelen en foto’s schieten. Een ideale combinatie. Volgende keer neem ik ook mijn frisbee mee!

***

Vakantie 2017…

Dit keer hadden we wel een heel voorspoedige reis. Geen files, geen regen, alleen wat wegwerkzaamheden en inhalende vrachtwagens. Als dat alles is op een 9 uur durende rit naar je vakantie bestemming… Nou oke, als ik dan toch iets moet zeggen: de slaap. De laatste 1,5 uur hadden vriendlief en ik het toch wel zwaar. En dat terwijl ik van hem gewoon mocht slapen. Al was het alleen maar dat ik mijn klep zou houden. Maar ik wilde hier niks van weten. Ik ben solidair en wanneer hij ’s nachts moet “werken” zit ik naast hem. Met mijn ogen wijd open en kakel er op los om ons wakker te houden. Dat ging heel goed, tot die laatste 1,5 uur.

Maar we hebben het weer gehaald. Naar Oostenrijk. Om te zien of de bergen in het groen net zo mooi zijn als wanneer ze wit zijn. Om te ervaren of de sfeer met 25 graden net zo tof is als bij 0. De rit, de omgeving en het hotel zijn ons niet vreemd. Normaal komen we hier dus in de winter. Sterker nog, deze vakantie was tijdens onze wintersport besproken. Want met drie gezinnen moest er met verschillende agenda’s rekening gehouden worden.

Uitzicht op berg

Uiteindelijk bleken we niet met drie maar met zes gezinnen op vakantie te gaan. De groep werd, toen wij al geboekt hadden, toch nog flink uitgebreid. De aller eerste vakantiedag zaten we met 21 familieleden aan het ontbijt. Voor ons, met zo’n grote familie niet vreemd om met een grote groep iets te ondernemen. Maar een hele week met zoveel man weg voelde soms aan alsof we op schoolkamp waren. Gelukkig hadden we een eigen ruimte waar we konden eten en waren we niet iedereen tot last met ons gekakel en gelach. Uiteraard hadden we allemaal een eigen hotelkamer dus wanneer je niemand wilde zien vertrok je gewoon naar je kamer.

Met zo’n groep is het niet mogelijk om het iedereen (tegelijk) naar de zin te maken. Hoewel je zo goed als mogelijk rekening met elkaar houd is het heel belangrijk om afspraken te maken en vooral ook je eigen plan trekken. Niet iets doen waar je geen zin in hebt of iets doen wat je eigenlijk niet durft. Zo ontstonden er groepjes die met elkaar optrokken. Als het zo uitkwam ondernamen we met zijn allen een activiteit.

familie op de loopbrug boven de rivierZoals het wandelen door de Griessbachklamm. Een kloof met een waterval. De weg voerde over bergweggetjes, hangbruggen en uitstekende vlonder-plateaus. En de klim naar de top van de Kitzbüheler horn. Een berg van 1996 meter hoog met een televisietoren op de top. Die wij overigens vanaf ons skigebied wel altijd zien maar waar we nooit bij konden komen. Ook gingen we met twee boten het gevecht aan tijdens het raften op één van de rivieren. Verder ondernamen we veel activiteiten met kleinere groepjes zoals het mountaincarten, bezoek aan de bierbrouwerij en de schnappsstokerij. Het zwembad, de dorpjes en stadjes in de omgeving en het kneippbad. In de avond kwamen we elkaar weer tegen in het restaurant.

Groepsfoto familie op de berg voor de wandeling

Ik verzwikte mijn enkel de tweede dag waardoor ik lang wandelen helaas wel kon vergeten. Hierdoor was het niet helemaal de vakantie geworden die ik voor ogen had. Dat mocht de pret niet drukken. Ik heb heel veel lol gehad. Lekker kunnen eten en ’s-avonds ontspannen in de bar gehangen. Verder hebben we heel veel gelachen! Maar of de groene bergen net zo mooi zijn als wit? Nee, toch niet helemaal 😉