Waar is Poownie?

Poownie heeft mij zien aankomen en staat al bij het hek te wachten. Op de planning staat vandaag een “hapje stapje”. Of te wel een stukje wandelen met om de paar passen een hap gras. Vergelijk het maar met een diner dansant. Daar kun je hem namelijk heel blij mee maken. Met het diner bedoel ik dan. De route is een ronde om de plas. Ik hoop alleen dat we niet veel mensen tegen gaan komen. Poownie heeft net voor onze date nog even lekker door het natte zand gerold en ziet er dus niet uit. 

Het is de gewoonte geworden om hem alvast los te laten op het voorterrein. Daar scharrelt hij rond. Besnuffelt hier en daar wat, jaagt de kat de stuipen op het lijf of staat door het hek heen heimelijk naar het gras te loeren. Voor we gaan duik ik nog even het hooi-hok in, om alvast een zak te vullen. Alsof ik aan het apenkooien ben klauter ik over de balen. Poownie staat verwachtingsvol achter mij op zijn eten te wachten. 

Blijkbaar doe ik er te lang over, want als ik mij omdraai is hij verdwenen. Wanneer ik mijn hoofd vergenoeg naar buitensteek zie ik hem nergens. Het hek zit dicht en ik heb hem ook niet langs het hok horen lopen. Terug de paddock in kan ook niet want het hek heb ik achter hem dicht gedaan, toch?? Snel werp ik vanaf mijn hooibalentroon een blik in de paddock en zie alle paarden maar geen Poownie. 

Als ik naar links kijk krijg ik de schrik van mijn leven. De punt van zijn staart bungelt nog net buiten de deur. Hij is, in zijn geheel, de “zadelkamer” ingelopen. Dus eerst het trappetje op en daarna, door een gewone deur naar binnen gegaan. Hoe dan? Op zijn tenen? Ik heb er niks van gehoord. De zadelkamer is totaal niet berekend op het gestommel van een paard. Alle “worst-kaasscenario’s” schieten door mijn hoofd. Straks zakt ie door de vloer! Moet de brandweer hem eruit zagen! Of breekt ie in paniek de hele muur eruit. Wat als, wat als…

Voorzichtig, om hem niet te laten schrikken loop ik er naar toe. Hij staat verdorie op zijn gemak zijn avondeten naar binnen te schranzen. Zonder schroom kijkt hij mij aan, alsof het mijn eigen fout is dat ik de emmer daar heb neergezet. Ik wurm mij langs zijn achterwerk die de deur blokkeert en zet hem daarna in zijn achteruit. De deur deur en voorzichtig het trappetje af. Gelukkig gaat alles zonder problemen en staan we samen weer buiten. Hij verontwaardigd. Ik met tien nieuwe grijze haren extra. 

Heel even moet ik op adem komen maar besluit dan toch maar aan de wandeling te beginnen. Snel grijp ik mijn plu mee, want de lucht in de verte spreekt boekdelen. Ook dat nog! Alsof er niks aan de hand is wandelt Poownie naast mij mee. Eten uit een emmer, of verse grasjes, liefde gaat nu eenmaal door de maag. Als we op de helft van de route zijn komt mijn paraplu goed van pas. 

Het grazende geluid van Poownie in combinatie met de dansende druppels op mijn paraplu is bijna hypnotiserend. Al grazend en wandelend komen we aan het einde van het pad. Het is opgehouden met regenen. De laatste tien minuten wandelen we terug naar stal. Poownie is voldaan en ik ben gelukkig weer helemaal zen. 

 

 

 

Anekdotes van thuiswerken…

Samen thuiswerken kan ook heel gezellig zijn. Zo eten we geregeld samen een broodje of drinken we ff een bak koffie. In plaats van met je directe collega’s te roddelen, roddel je nu met je vent over je collega’s (nee grapje, jongens, mochten jullie meelezen!) Samen in de woonkamer aan het werk kan echter niet. Mijn telefoon gaat de hele dag door en Draak vind het heerlijk om gesprekken over te nemen. Met als gevolg het bijkomende kabaal van vogelgefluit, gekrijs, of zang (want dat kan hij heul goed) Om mijn klanten en mijzelf verstaanbaar te houden werk ik vanuit mijn eigen “kantoor”, in een van de kamers boven. 

Voor de verandering is het druk op mijn werk. De hele ochtend staat mijn telefoon roodgloeiend en de mailboxen puilen uit. Voor ik het weet dient de middag zich aan terwijl ik nog moet ontbijten. Met mijn lege kop koffie dender ik de trap af. Ik ben er nog niet over uit of ik voor een brunch of voor een verlaat ontbijt ga. Eenmaal binnen tref ik vriendlief midden in een overleg. Ik zie verschillende hoofden op het scherm. Mij zien ze gelukkig nog niet. 

Het is echt niet zo dat niemand mij mag zien… Maar op een dag als vandaag, waarbij ik iets te laat mijn bed uit ben gerold en het rete druk heb ben ik gewoon niet heel erg uitgedost om gezien te worden. Mijn haar zit in dezelfde knot als waarmee ik wakker werd. En mijn kleding zit heerlijk maar daar ga ik de straat niet mee op. Dus nee, ik hoef niet zichtbaar in beeld.

Vanaf de deur loop ik naar de keuken. Hier vandaan kunnen ze mij nog net niet zien, schat ik in. Daarna neem ik een snoekduik naar beneden. Kruip op handen en voeten verder de keuken in. Vriendlief zit zo in zijn overleg dat hij mijn hele getijger over de grond niet eens opmerkt. Draak daarentegen wel. Zijn eerste kreten als: werken en LALALALA komen al uit zijn snavel. 

Het gedeelte waar ik moet zijn bevind zich precies achter vriendlief. Vol in beeld dus. Op mijn knieën tijger ik door naar de kastdeur. Zijn collega’s zien waarschijnlijk nu, uit het niets, een kastdeur opengaan. Ergens van onderen een hand verschijnen die een bord pakt en de kastdeur weer dichtgaan.

Het moment is zo hilarisch dat ik er om moet lachen. Dat word uiteraard opgemerkt door Draak die dus ook begint te lachen. Zijn reactie werkt aanstekelijk. Voor ik het weet lig ik op de keukenvloer te gieren van het lachen. Met in de woonkamer een echo geproduceerd door Draak. Ik mag echt hopen dat vriendlief zijn microfoon heeft uitstaan want anders denken ze nog dat er iemand vermoord wordt met dat gekke gehinnik van mij.

Vanuit een andere hoek, waarbij ik vooral niet zichtbaar ben, smeer ik mijn brood. Samen met een verse bak koffie sluip ik terug naar boven. Draak’s volume is teruggebracht naar acceptabel gebrabbel en vriendlief zit nog steeds midden in zijn vergadering. 

Als we ’s middags aan de koffie zitten vraag ik terloops of hij nog iets gemerkt heeft van mijn actie eerder op de dag. Nee, daar had hij niks van gemerkt. Alleen de vogel was wel wat aan de drukke kant. Of er dan iets moest zijn?? Nee hoor, antwoord ik. Helemaal niks. Opgelucht haal ik adem. 

Boors boekenweek…

Het is alweer even geleden dat er iets over boeken op mijn blog verscheen. Ik heb redelijk wat gelezen maar veel van die boeken waren wat gewoontjes. Sommige verhalen heb ik zelfs half geskipt en er zijn zelfs boeken die ik na de eerste paar hoofdstukken gelezen te hebben, heb weggelegd. Het verhaal trok mij toch niet zoals ik had verwacht, of misschien had gehoopt. Gelukkig zijn er ook zat boeken die het verdienen om in de spotlights te verschijnen. Omdat ze zo fijn, spannend, mooi of ontroerend geschreven zijn. 

Lichter dan ik, geschreven door Dido Michielsen, is zo’n boek. Een ontroerend maar oh zo’n verdrietig geschreven verhaal. Vanaf het eerste hoofdstuk werd ik meegevoerd naar het Nederlands Indie rond 1850. Het verhaal gaat over Isah, een meisje dat opgroeit in de Kraton, het vorstenverblijf van de sultan in Djokja, waar haar moeder batikster is. Isah komt er voor het eerst achter dat niet alles is wat het lijkt, als haar vriendinnetje, Karsinah de prinses, haar aapje opeist. 

“Na een paar jaar wordt Karsinah uitgehuwelijkt aan een veel oudere man die al vele vrouwen heeft. Wanneer Isah’s moeder ook een plan uitstippelt om Isah uit te huwelijken voor een beter leven dan zijzelf gehad heeft, besluit ze weg te lopen van huis.  

Ze gaat een relatie aan met een Gey, een Hollandse militair en wordt zijn njai, wat zoiets betekend als een huishoudster, slavin, minnares en moeder van de verwekte kinderen. In eerste instantie verloopt haar leven bijna vlekkeloos en is Gey de man met wie ze hoopt te trouwen. Maar hij heeft hele andere plannen. Hij vertrekt terug naar Holland en laat haar met hun twee kinderen achter. Voor hij vertrekt treft hij een regeling met een bevriend stel. 

Om haar kinderen niet kwijt te raken stemt ze in om haar dochters door hen te laten adopteren. Ze mag in hun leven blijven als ze baboe, de kindermeid, wil worden. Daar staat echter één eis tegenover. Ze mag niet laten merken dat ze hun moeder is… ” 

Voor mijn moeder, mijn oma, mijn overgrootmoeder en alle moeders van wie wij de naam niet kennen …

Het voerde mij mee naar een tijd, lang vervlogen en ver hier vandaan. Terwijl mijn eigen roots daar toch ook voor een deel liggen. Misschien dat het daarom wel zo’n indruk heeft gemaakt. Het boek staat vol met Bahasa. Sommige herkende ik, maar veel niet. Toch stoorde het geen moment. Uit de tekst is namelijk prima op te makken wat er bedoeld wordt. Achterin het boek tref je een woordenlijst met de betekenis in het Nederlands. 

Het verhaal heeft “maar” 214 bladzijdes en wordt verteld vanuit het oogpunt van de oorspronkelijke bewoonster van het land. Dit is tevens Dido’s eerste roman, geïnspireerd op het leven van haar betovergrootmoeder en talloze inheemse vrouwen zoals zij. 

Dido weet het verhaal goed tot leven te wekken. Ik zat er midden in en las het in twee dagen uit. Ook al wordt aan het begin een en ander al min of meer weggegeven, toch hoopte ik dat het Isha lukt om haar zoektocht en haar leven tot een mooi einde te volbrengen. Of en hoe het haar lukt moet je zelf gaan lezen, want het boek is zeer zeker een aanrader!!

 

Lichter dan ik, boek

Herinnering #2…

Terwijl ik boven op de loopband mijn benen uit mn lijf aan het rennen ben staat zoonlief te klooien met een bal. Hij stuitert op zijn voet, op zijn knie en weer op zijn voet. Het hele tafereel herhaald zich een aantal keer. Op het moment dat hij even uit balans is glipt de bal van zijn voet, op de grond zo de trap af naar beneden. De bal komt met een klap tegen de voordeur tot stilstand. Op dat moment schiet mij een herinnering van heel, heel lang geleden te binnen. Ik vergeet bijna mijn ene voet voor de andere te zetten en een fractie van een seconde lijkt het er op dat ik mijn evenwicht verlies en van de loopband af stuiter. Ik herpak mij gelukkig sneller dan die bal en doe of de ongemakkelijke beweging bij m’n dagelijkse work-out hoort.

Door die herinnering wordt ik ver terug in de tijd geworpen. Samen met mijn ouders ben ik in het Noordpark. Mijn zusje, niet ouder dan een paar maanden, is er ook bij en ligt in de kinderwagen. Dat betekend dat ik niet ouder dan vier jaar kan zijn. Terwijl moeders zich vanaf een bankje bezig houdt met mijn zusje, spelen mijn vader en ik met een bal. Naar mijn idee is hij rood met witte stippen. Maar helemaal zeker weten doe ik dat niet. Iets zegt mij dat dit gewoon zo in het plaatje past. We hadden in die tijd geen auto dus zullen we lopend naar het park gegaan zijn. Iets wat wij vroeger heel vaak deden. Misschien brachten we ervoor of erna wel een bezoek aan opa en oma die toentertijd beneden aan de dijk woonden. 

Voor de mensen die hier niet bekend zijn: Het Noordpark is een klein park gelegen tussen Hendrik Ido Ambacht en Zwijndrecht en kijkt uit over de Maas. Sinds jaren heet het ook wel het Beeldenpark. Zoals ik al zei kwamen we hier best vaak, om te wandelen, naar boten te kijken vanaf een van de vele bankjes aan de oever, pootje baden op het “strandje” of te slingeren aan het touw dat iemand 100 jaar terug aan de grote oude boom heeft gehangen. Maar terug naar mijn herinnering…

We schoppen de bal over en weer en op het moment dat we er klaar mee zijn schop ik de bal nog een paar keer tegen een hele dikke boom. Mijn vader, (wist hij veel, maar hierna wel beter), vertelt mij dat dit niet handig is. Nu heb ik het hele huis van Mijnheer de Eekhoorn gesloopt. Zijn meubels liggen op de grond en alles ligt door elkaar. Ik heb helemaal geen eekhoorn gezien, maar die knoest halverwege de boom wel. En die ziet er verdacht veel uit als de voordeur van een eekhoornhuis. Het dringt tot mij door wat voor schade ik heb aangericht met mijn bal. Vanaf dat moment ben ik ontroostbaar en zit mijn vader met een jankend kind opgescheept. De enige oplossing is een briefje ophangen met daarop mijn welgemeende excuses. Het briefje wordt aan een tak geprikt en nu maar hopen dat de schade mee valt.

Bij volgende bezoekjes aan het park heb ik die boom gemeden. Want een boze eenhoorn wilde ik liever niet zien. Grappig hoe het stuiteren van een bal deze herinnering opriep. Ik vraag mij af of die boom er nog staat…

eekhoorn op boomstronk

Wintersport in eigen land…

Nou, volgens mij kan ie wel hoor!! Roept vriendlief vanuit de deuropening. Als een stuiterbal dender ik de trap op om mij om te kleden. Mijn schaatsen had ik een paar dagen ervoor al klaar gelegd in de gang. Schoenen aan, jas van de kapstok. Nog net op tijd denk ik aan mijn handschoenen en graai deze ook nog even uit de la voor ik de deur achter mij dichttrek. Alle kinderen zitten op dit moment nog op school. Lekker rustig dus. 

Terwijl Vriend zijn schaatsen al aan het aantrekken is loop ik heel bedenkelijk een ronde om de sloot. Hij riep wel dat het kon, maar toch vertrouw ik het nog niet helemaal. “Kom je nog?” Roept vriend vanaf het ijs. Ik durf er eigenlijk niet eens met mijn schoenen op. Het ijs kraakt aan alle kanten terwijl hij zijn eerste rondjes maakt. Krakend ijs breekt niet is net zoiets als blaffende honden bijten niet, toch?? Ik blijf wel aan de kant kijken hoe hij straks een wak in schaatst… Na een paar minuten stapt ook hij bedenkelijk van het ijs. Het kraakt toch wel heel erg. 

Ik heb een beter idee. We rijden naar de polder. Daar is een fantastisch natuurgebied dat geen hinder heeft van bebouwing en dus prima is dicht gevroren. Een bijkomend voordeel, de plas is niet zo heel diep. Mocht het mis gaan… Het ijs ligt er redelijk bij. Ook nu kraakt het maar ik voel mij hier veiliger dan bij de sloot achter ons huis. We hebben het hele stuk voor ons alleen. Dat maakt het ook direct een beetje tricky, want waar kun je wel en niet precies schaatsen. Ik blijf veilig aan de kanten. Het is ruim 9 jaar geleden dat ik op het ijs gestaan heb en ik voel mij net Bambi. 

We worden aangemoedigd door een aantal wandelaars. “Wat leuk dat er al geschaatst kan worden!” Roepen ze vanaf de kant. Met gevaar voor eigen leven, dat dan weer wel. Het is dat ik niet kan wachten!! Na nog geen uur houden we het hier voor gezien. De voeten, de onderrug, mijn schenen. Vroeger stond ik hele dagen op het ijs. Nu ben ik na een uur al versleten. Maar wel voldaan!!

We knallen wat foto’s in de groeps-app met de vraag wie er zin heeft om de volgende dag met ons mee het ijs op te gaan. Niet iedereen schaatst of heeft schaatsen maar vanuit iedere familie (die mee zou gaan op wintersport) komt er wel een “afgevaardigde” die kant op. Wanneer de meeste jeugd nog op school zit, staan wij met zijn allen op het ijs. Met of zonder schaatsen. Hoe leuk is dat!! Er stond een straffe wind, er was sneeuw en ijs, we hadden kramp in de pootjes, deden lompe praat en hebben flink gelachen. Yep onze wintersportweek samengevat in 2 uur ijspret. Alleen de koek en zopie (apfelstrudel und schnaps) miste nog. 

Ik stap deze zaterdag zonder spierpijn uit bed. Toen ook de wind nog achterwege bleef stuurde ik weer een berichtje rond. “Wie gaat er mee?” Dit keer waren er ook andere familieleden die zowel op de schaats of met de wandelschoenen aan, mee deden. 

Dit weekend was een ware traktatie, met de mooie blauwe lucht boven ons en het krakende ijs onder de voeten, toch een beetje wintersport tijdens onze wintersportloze week…

 

Voor het eerst op het ijs

Dat je…

  • Jezelf afvraagt of de weersvoorspellingen dit keer wel uitkomen. Want op het moment dat ik naar bed ga valt er wel wat sneeuw maar het blijft nog niet echt liggen;
  • De wind hoort gieren om het huis; 
  • Wakker wordt en de wereld inderdaad heel mooi wit is;
  • De eerste wandelaars en kinderen met sleetjes al voorbij ziet komen schuifelen om van dit natuurverschijnsel te kunnen genieten; 
  • Jezelf realiseert dat dit eigenlijk de eerste dag zou zijn op de piste tijdens een week wintersport;
  • Nu met je slee naar de heuvel in het park moet om het gevoel misschien te kunnen evenaren;
  • Moet huilen omdat je nu naar een witte tuin in plaats van een witte berg kijkt;
  • Merkt dat er een flinke oostenwind staat zodra je je hoofd buiten de warme zone van je huis steekt; 
  • De gevoelstemperatuur aanzienlijk voelt zakken en de stuifsneeuw van de daken ziet waaien; 
  • Eigenlijk buiten wilt spelen maar alle “kinderen” zijn alweer naar binnen en verder is er niemand die mee wil; 
  • Ook nog naar stal toe moet maar niet zo goed weet of het slim is om te gaan, want code “paniek”; 
  • Paard hier geen boodschap aan heeft, en dat je dus toch naar buiten moet;
  • Vriend zo lief is om zijn auto sneeuw- en ijsvrij te maken om zijn leven met jouw erbij, te wagen op de totaal niet sneeuwvrij gemaakte wegen;
  • Langer over de reis doet maar gelukkig veilig aankomt op stal;
  • Een paard aantreft waarbij de ijspegels in zijn wintervacht hangen;
  • Je afvraagt of het er in de ijstijd ook zo zou hebben uitgezien??
  • Schrikt van de klompen sneeuw onder zijn hoeven. Maar zodra je ze hebt weggehaald zit het er na een paar passen weer onder; 
  • Merkt dat hij het tot nu toe totaal niet koud lijkt te hebben. Is in andere winters wel eens anders geweest. Zijn teddyberen vacht, inclusief ijspegels, isoleert dus prima;
  • Op de terugweg naar huis pas sneeuwschuivers en zoutstrooiwagens ziet rijden;
  • Het jammer vind dat het wakeboard-touw nog op de boot ligt; 
  • Anders voortgetrokken kon worden achter de auto terwijl jezelf op je snowboard staat;
  • Dit minimaal tot aan stal had vol kunnen houden want overal lag voldoende sneeuw;
  • Dan ongeveer net zoveel had afgelegd als 1 afdaling tijdens de vakantie;
  • Ook wel weet dat dit eigenlijk niet mag. Maar fuck it!! er ligt maar 1 keer in de 15 jaar zoveel sneeuw in Nederland en Corona heeft je ook al je wintersportweek afgepakt!!
  • Het uiteindelijk dus niet gedaan hebt, want geen touw;
  • Bevroren thuiskomt en met een bak koffie en je voetjes omhoog op de bank zit bij te komen wanneer je een app van je nichtje krijgt met de vraag of je buiten komt spelen; 
  • Het leuk vind dat je gelukkig niet de enige in de familie bent die het kind in zichzelf nog koestert;
  • Helaas moet afzeggen want bevroren… 
  • Wel afspreekt om samen te gaan schaatsen zodra de sloten bevroren zijn;
  • Eigenlijk niet kunt wachten tot het zover is;
  • Nu aan het einde bent gekomen van deze lijst met hier en daar een klaagzang.

 

 

De verwonderingen van januari…

De eerste maand van het jaar is dit weekend afgesloten. Mijn eerste salaris van het jaar is alweer op. En de eerste kilo’s van het jaar zitten er ook weer aan. Dat bedoel ik trouwens letterlijk. Gewoon kneiter hard erbij, realiseer ik zodra ik sinds maanden weer eens op de weegschaal sta. Ik ging vorige zomer zo goed met al mijn sportieve uitspattingen binnen, buiten en op het water. Als ik een gokje zou moeten wagen dan denk ik dat ik vanaf de herfst iets meer ben gaan eten en iets minder ben gaan bewegen.

Aan de andere kant is het ook dit jaar dat mijn lichaam een upgrade krijgt naar de 4.0. Dus misschien heeft het “meer Boor om de botten” daar ook wel iets mee te maken. Voor nu moet ik in ieder geval een en ander gaan uitsluiten en zal daarom proberen iets minder te eten en iets meer te bewegen. De afgelopen week ging in ieder geval goed. Nu de rest van het jaar nog. 

Januari was ook de maand waarop ik bijna alleen maar vanuit huis heb gewerkt. Het is op de zaak iets rustiger en er gaat heel veel digitaal. Daarom is het niet nodig om met alle collega’s op kantoor te zijn. Het heeft heel lang geduurd voor ik mijn draai kon vinden. Nu ik eenmaal in het ritme zit en een goede scheiding tussen werk en privé heb aangebracht lukt het mij redelijk. Natuurlijk is het op kantoor een stuk fijner werken en ook nog eens gezelliger. Draak vind het in ieder geval super tof dat we zo veel thuis zijn en neemt ieder telefoontje net zo enthousiast aan. 

Dit was ook de maand waarin we normaal gesproken vooruitkijken naar de naderende wintersportvakantie. Maar corona, lock-down en dus geannuleerd. Dat was, na het annuleren van onze zomervakantie vorig jaar, wel een domper. Ieder van ons had er erg naar uitgekeken. Wie van jullie mijn vorige log gelezen heeft snapt waar ik het over heb. Uiteraard is dit een luxe probleem maar toch behoort het tot een van de verwonderingen van de maand. 

En met een wintersport die niet door gaat hoopte ik stilletjes op wat witte dagen hier. Toen code “paniek” werd afgekondigd kon ik niet wachten. Ik had gehoopt op een sneeuwballen gevecht. Maar met het beetje sneeuw dat viel kon er nog net een sneeuwpop voor draak gemaakt worden. Dus het gevecht met een aantal buren, die overigens niet op de hoogte waren van dit plan maar heus wel mee zouden doen als ik zou aanbellen, ging ook niet door. Dit weekend hoorde ik dat ze in Friesland al aan het schaatsen waren. Nu gaat mijn hoop uit naar bevroren sloten in het park zodat ik nog iets aan wintersport kan doen.

Begin van de maand zijn we begonnen met het leeghalen van een van de zolderkamers. Ik verwonderde mij over de ruimte die onze rommel in beslag nam. Zakken vol hebben we weg gedaan. De kasten zijn afgebroken. De muren zijn opnieuw gestuukt en geverfd. De nieuwe vloer ligt er zelfs al in. Nog even geduld, dan is onze sauna kamer klaar. 

Met hier een piek en daar een dal was dit zo’n beetje mijn maand.
Wat waren jullie verwonderingen van de maand? 

Vogels en voetbalstadions?

Oh men wat mis ik het fotograferen. Waar ik normaal iedere zaterdag langs het veld zou zitten om actieplaten te schieten van de jeugdvoetbal, ben ik nu al sinds de zomervakantie “vrij”. En de afgelopen jaren heb ik minstens twee keer per jaar een fotohut bezocht om vogels en ander klein wild te kunnen fotograferen. Dat heb ik nu ook al bijna twee jaar niet meer gedaan. Alle wedstrijden van de voetbal en bezoeken en afspraken voor een vogelhut zijn gecanceld dankzij corona. 

Ik mis het zelfs zo erg dat ik van de week, in de regen door de polder liep. Onder mijn ene arm mijn camera en onder mijn andere arm mijn ziel. Ik hoopte op iets wat noemenswaardig was om te fotograferen. De platen die ik wil hebben laten zich niet zomaar vangen. Ik wil beestjes, van heel dichtbij, in hun eigen habitat… Op een wandelaar met een hond na viel er in het vieze weer niks op te gevoelige plaat te leggen. Het ging mij te ver om in de blubber te gaan tijgeren voor die ene vogel die zich in de bosjes verschool.

Wat ik overdag meemaak, verwerk ik in mijn dromen waarbij de ene plaat nog toffer en scherper is dan de ander. Ik maak eindelijk foto’s van springende eekhoorns. Zie ik vogelsoorten die ik nog nooit eerder heb gezien, laat staan op de foto heb gezet. De zwaan die mij altijd benaderd alsof ie mij gaat opeten laat mij nu zelfs dichtbij komen om zich te portretteren. En last but not least ik bezoek voetbalstadions om daar wedstrijden vast te leggen. Zie je hoe erg het met mij gesteld is?! Als je al droomt over voetbalstadions…

Samen met Poownie wandelde ik van de week langs het water met bijbehorende watervogels. Het was erg druk met futen, zwanen, meerkoetjes en ander gevederd gespuis. Ik voelde een steek van corona-ellende. Want mijn cursus met een drijvende schuilhut voor begin dit jaar zal mogelijk ook al niet door kunnen gaan. (ik mag wel even klagen op mijn eigen blog toch?!) 

Beetje voor beetje begon er zich een plan in mijn hoofd te vormen om toch de foto’s te kunnen maken die ik graag wil. Eenmaal thuis had ik het zo goed als uitgedacht. Oké, toegegeven het moet hier en daar nog wat bijgeschaafd en vooral uitgetest worden. Mijn getreur veranderde in kinderlijke enthousiasme. Ik bezocht diverse sites en raadpleegde wat forums. Ook al levert het voor nu niks op, dan nog is het geen waste of time geweest. Dit soort voorpret zorgt namelijk, net als bij vakanties uitzoeken, ook voor een vrolijke stemming.

Vriendlief vond het maar een onnozel en super dom idee. Normaal hecht ik veel waarde aan zijn mening. Maar nu trek ik even mijn eigen plan. Mijn wil om iets te kunnen doen en vooral om ergens naar toe te kunnen leven (en werken) zorgt ervoor dat ik verder kijk dan “wat als” en “misschien…” Als mijn plan lukt kom ik hier uiteraard uitgebreid op terug. Met foto’s en al. Als bewijs!! Mocht ik met “plan en al” letterlijk in het water vallen…. Nou ja, dan zullen jullie mij er waarschijnlijk niet meer over horen (of enkel kort samengevat in een terugblik van het jaar of zo…) en had vriendlief volkomen gelijk. 

Nu eerst maar eens opzoek naar een goed camouflagenet, want dat is stap 1.
Wordt vervolgd zullen we maar zeggen. 

Waar ben je lyrisch over?? 

Bij het opruimen van mijn bureau kwam ik een oude agenda tegen. Het was zo’n A4 model met voor iedere dag van de week een vraag. Ik weet nog dat ik hem heel enthousiast bestelde. Want nu had ik altijd inspiratie voor mijn blog. De agenda heb ik welgeteld een hele maand mee op sleeptouw genomen. Daarna verdween hij in mijn bureaula. Want, te groot. Het beantwoorden van de vragen hield na week drie al op.

Maar goed, ik was dus aan het ruimen geslagen en kwam dit boekwerk weer tegen. Ter inspiratie liet ik mijn vingers langs de bladzijdes glijden. Ik stopte halverwege en de vraag van de dag luidde: Waar ben jij helemaal lyrisch over? 

Dat is nog eens een leuke vraag om te beantwoorden. Ik ben zo’n beetje lyrisch over alles wat ik doe. Want bijna alles is leuk. Maar er is een onderwerp dat er met kop en schouders boven uitsteekt en dat is de wintersport. 

Als zomermens was het niet in mij opgekomen om op wintersport te gaan. Dat gedoe op een koude berg leek mij drie keer niks. Het is mijn tante geweest die met haar liefde voor de sport en de witte bergen mij zover heeft gekregen om met hen mee op wintersport te gaan. Ze was in feite de grondlegger voor deze specifieke week waar ik ieder jaar reikhalzend naar uitkijk. Inmiddels nog meer dan mijn zomervakantie. 

Het begint namelijk al met de reis er naar toe. Voor zover ik dit meekrijg, want we reizen ’s nachts. De eerste 800 km is wat saai, maar de laatste 1.5 uur van de reis doet het hem. We zien de zon aan de horizon opkomen. Het landschap veranderd gaandeweg. Van saai grijs asfalt naar witte dekens (als we geluk hebben) langs de weg en bergen. De wetenschap dat we familieleden snel zullen zien gevolgd door een gezamenlijk ontbijt doet de vermoeidheid van de reis tijdelijk vergeten. 

Rond 09.00 uur begint ons board en skiavontuur. We gaan vaak in kleinere groepjes uiteen. Zo kan iedereen doen wat ie leuk vind en ontmoeten we elkaar weer aan het begin van de middag om bij een van de vele restaurants op de berg te lunchen. Daarna volgen nog wat afdalingen. Einde van de middag is er tijd voor een gezamenlijke activiteit zoals shoppen, de bierbrouwerij bezoeken, zwemmen of ontspannen in de sauna.

De sfeer is zo anders dan thuis. Zelfs als er in het dal geen sneeuw ligt, alles groen en goed begaanbaar is voelt het anders. De omgeving en de bergen geven mij het gevoel alsof ik daadwerkelijk uit mijn eigen wereld ben gestapt. De witte besneeuwde afdalingen zorgen er voor dat alles er ook nog eens compleet anders uitziet. Het uitzicht vanaf de berg, de dorpjes aan de voet van de berg, de witte boomtoppen…  Dat gevoel is magisch. Nergens kan ik zo “ontsnappen” aan mijn leven dan daar. Het is alsof ik een week lang in een bubbel van alleen maar plezier leef. Plezier en lekker eten!!

De lichamelijke inspanning op de berg zorgt ook nog eens voor ontspanning in mijn hoofd. Neem daar de ongedwongenheid met familie, het lekkere eten en leuke dingen doen bij en je snapt waarom ik hier zo lyrisch over ben. Helaas gaat het dit jaar niet door. Maar volgend jaar zijn we zeker weer van de partij. 

 

A little goes a long way…

De mensen die langer meelezen weten inmiddels dat ik mij sinds enige tijd verdiept heb in de CM methode. Ik volgde daarom begin december een krultraining waar ik veel geleerd heb. Monique zette mij op het juiste spoor en van daaruit kon ik verder met experimenteren en ondervinden van wat wel en niet bij mij past.

Op de training liet ze zien dat er voor het stylen van je haar veel manieren zijn. Bijvoorbeeld je haar in secties verdelen en iedere sectie afzonderlijk nat maken. Want water is een boost voor je haar tijdens het stylen. Met een speciale (Denman)borstel kam je de klitten eruit en “train” je het haar. Zo leert het om zijn natuurlijke krul (weer) te tonen. Je voorziet iedere pluk van cream, leave-in of curlactivator om het vervolgens tot aan de puntjes te sealen met gel. Voordeel van deze methode: mooie gedefinieerde lokken zonder pluis. 

Ik kan jullie vertellen dat dit heel veel werk is. De achterste pluk deed Monique voor mij. Maar de rest moest ik, onder haar toeziend oog, zelf doen. Ik schrok van de hoeveelheid cream en gel die ik moest gebruiken. Monique, die kapsels van haartype 4 gewent is lachte mij bijna uit. Wat ik veel vind, is voor hen niet eens bruikbaar. Ze doen misschien een paar weken met zo’n pot terwijl ik er een jaar zoet mee zou zijn.

Ik borstelde braaf al mijn haarplukken, “trainde” het haar met de Denmanbrush en voorzag het van de nodige producten. Toen mijn hele kapsel gedaan was had ik rimpelige “oma vingers” van het werken met nat haar. Na het föhnen kneep ik met een olie de cast eruit en mijn haar was gedaan. Het zat werkelijk supermooi en ik was er erg blij mee. 

De volgende morgen hoefde ik mijn haar enkel een refesh te geven. Er zat zoveel product in dat een beetje natmaken al genoeg was om alles opnieuw te activeren. Ik hield mijn kapsel ondersteboven en kneep de krullen erin. Met de föhn diffusen was voldoende om weer een dag met een volle bos krullen rond te lopen. Tenminste dat dacht ik. Mijn kapsel veranderde binnen een paar uur in een heel vies en vet aanvoelend geheel. Ik kon niet wachten om ’s avonds mijn haar weer te wassen. 

De volgende dag ging ik zelf aan de slag. Op schoon en in secties verdeeld haar. Nu had ik geen Monique die mij kon helpen met de achterste plukken. Ik moest het zelf doen. Met een spraybottle bewerkte ik iedere pluk. “trainde” het met de Denmanbrush en voorzag het van cream en gel. Ik besloot heel wat minder product te gebruiken dan de eerste keer. A little goes a long way!!! Ik begon er al wat meer handigheid in te krijgen. Ik was in ieder geval een stuk sneller klaar en had minder “oma handjes”. 

Om mijn met zorg verdeelde plukken haar niet tot een plakkerig geheel om te toveren scrunchte ik het voorzichtig. Monique raadde het af omdat je hierdoor wel meer definitie krijgt maar minder volume. Eigenwijs als ik ben… Ik diffusde het geheel met de föhn en scrunchte, zonder olie, de cast er uit. Het is tijdrovend en heel veel werk. Maar ik was aangenaam verrast. Zo mooi had het al die tijd nog niet gezeten. Ook de daarop volgende twee dagen zag het, weliswaar wat pluiziger, nog prima. 

Vanaf oktober tot nu….