Een zandbank…

De ankerketting maakt een ratelend geluid als hij uit zijn “huis” getrokken wordt. Normaal hoor je een plons als het anker te water gaat. Met een kleine ruk trekt de boot zichzelf vast en klaar. Nu waad er iemand door het water gevolgd door de woorden: “Zal ik hem hier maar neerleggen?” Ik zie vriendlief met het anker in zijn handen door het water lopen. Dit is echt de meest lachwekkende manier om je boot voor anker te laten. Hij zoekt een kuil op en graaft het anker een soort van in. Wanneer deze vast ligt kan de motor uit. Een serene rust daalt over ons neer. 

Normaal zoeken we de zandbanken niet op. Die vermijden we liever dan dat we er op vastlopen. Ingegeven door een schipper die vorige week het zelfde deed, liggen we nu zo’n beetje op diens plek. Er is een verschil, zijn bootje was iets hanteerbaarder dan Merlin. Voor we een goede spot gevonden hebben moeten we een paar keer verplaatsen en wat steken. Maar nu liggen we goed. Het anker ligt uit en vriendlief kan eindelijk, aangemoedigd door Groene Draak die ook mee is, doen wat ie wil doen. De boot rondom poetsen. 

Hij staat tot aan zijn middel in het water maar als hij naar voren loopt komt het water niet hoger dan zijn knieën. Ik besluit aan boord te blijven en installeer mij op het voordek. Een tapijt van kroos en alg heeft een deel van wat normaal een bewaadbare plek is omgetoverd tot een moerasachtig gezicht. Het heeft wel wat met de vogels die er zijn neergestreken. Er zitten aalscholvers, eenden, heel veel zwanen en wat reigers. De meeuw hoor je uiteraard boven alles uit. Maar het water rondom de boot is zo helder dat we de wissen kunnen zien zwemmen. 

Ik word loom van de gestaag oplopende temperatuur. Mijn geest is overigens zo geconditioneerd dat ik al loom wordt op het moment dat ik de boot in het oog krijg. Dit is zo’n dag dat ik het laat gebeuren. Ik vecht niet tegen de moeheid. Eigenlijk wil ik maar één ding en dat is liggen en mijn ogen sluiten. Dat is dan ook wat ik doe. Daarna laat ik mij meevoeren door de geluiden om mij heen. De wind streelt mijn door de zon opgewarmde huid en ik laat mij dragen door het gekabbel van het water tegen de romp. 

“Waar is die spuitbus?!” Lang geniet ik niet van mijn doezel moment. Als ik mij omdraai staat vriendlief aan de zijkant van de boot met een borstel en een poetsdoek in zijn hand naar mij te kijken. “Spuitbus?” Herhaal ik. “Om spinnenpoep te verwijderen!” Vult hij aan. Als je denkt dat pubers af en toe een rommel kunnen maken, neem dan eens wat spinnen in huis. Of in ons geval, aan boord. Spinnenrag hecht zich als lijm en de uitwerpselen bijten in het materiaal. Na enige tijd is dit niet meer normaal te verwijderen met alleen wat water en zeep. 

Na een uur klimt vriendlief weer aan boord. Moe maar voldaan. Merlin is helemaal rondom gepoetst en dat was nodig ook. Dat we nooit eerder op dit idee gekomen zijn vragen we ons beide af. De rest van de middag gaan we in de relaxmodus en genieten we vooral van het zonnetje en de rust op het water. 

Een eerste tweede indruk…

We zitten midden in een gesprek als zoonlief, tussen een hap van zijn avondmaaltijd door, aan ons vraagt of hij “even geëxcuseerd mag worden”. De lepel met daarop mijn prakkie blijft ergens halverwege mijn bord en mijn mond hangen. Dat zoonlief ff van tafel wil is niets geks maar dat hij deze taal bezigt… Omdat het te lang stil blijft vervolgd hij zijn betoog. “Want ik moet zo weg!?” Om vervolgens nog een hap in zijn mond te proppen en die praktisch zonder te kauwen doorslikt. 

“Ja en?” Zeg ik, inmiddels wel kauwend op mijn volgende hap. “Ik ook” Ga ik verder met mijn mond vol. “Ik heb zo mijn eerste voetbaltraining en ik moet nog douchen!” Is zijn antwoord. “Douchen voor je training?? Is het niet fijner om dat na je training te doen?” We krijgen beide een blik van hem alsof we hem vragen om een rondje op zijn handen rond het huis te wandelen. Wat een domme vraag!!! “Nou, vooruit dan maar. Wij ruimen wel weer af.”

Hoewel hij al eerder heeft meegetraind en zelfs al wedstrijden heeft gespeeld, is het vandaag zijn eerste echte officiële training bij dit nieuwe team. Hij kent de spelers, de trainers en de locatie is zo’n beetje zijn tweede thuis. Toch is het best wel spannend. Elkaar na een zomerstop weer terug zien, nieuwe spelers die zijn aangetrokken en zelf, als broekie, aansluiten bij het eerste. Ik snap wel dat je alsnog een goede eerste “tweede indruk” wilt maken. 

Terwijl vriendlief en ik de tafel afruimen en de keuken weer toonbaar maken schalt de rustgevende takke herrie die zoon heeft opgezet, om even tot zichzelf te komen, de trap af zo de woonkamer in. Als ik even later boven kom zie ik wolken stoom onder de douchedeur naar buiten kruipen. Alsof het op de vlucht is voor wat daarna komen gaat. Een halve deofles, bodymist of bodydeo, ik weet niet precies wat de jeugd van tegenwoordig allemaal gebruikt, wordt leeggespoten. De niet geheel verkeerde geur volgt de mist onder de deur door, de gang op. 

De takke herrie heeft inmiddels plaats gemaakt voor muziek dat mijn oor ook wel kan waarderen. Ik neurie mee onderwijl de was opvouwend. Tussendoor hoor ik Zoonlief rommelen in de la gevolgd door het geluid van de fohn. Serieus? De fohn?? Om daarna te horen hoe, mogelijk, een fles haarlak leeg gespoten wordt. Ik zou haast denken dat hij niet gaat sporten maar een date heeft. 

Ik ben heel wat sneller klaar met mijn klus dan hij met opdoffen. Maar niet veel later komt hij dan ook, compleet gestyled, de trap af. Als ik zijn sportkleding wegdenk en daar een driedelig kostuum voor in de plaats zie dan is hij klaar voor het gala. Ik krijg een “wat nou” blik van hem terug en weet mij in te houden. Dit is niet het moment om sarcasme ten gehoor te brengen. Dus ik houd mij in. Met moeite, dat dan weer wel. 

Hij is er klaar voor. We lopen met hem mee naar de deur en zwaaiend wensen we hem een super toffe (trainings)avond toe. We krijgen van hem een ingehouden scheef lachje terug als hij de straat uitrijd. Zijn manier om te laten weten dat ie onze actie wel kan waarderen. Zo zijn we dan ook weer… 

Los plankje…

Op de app verschijnt een foto van een mannetje dat drijfnat en onder het kroos in het gras zit. Met een ietwat beteuterd gezicht kijkt hij in de camera. De tekst er onder is in de trant van: “Het rechter stuk van de loopplank zit dus los.” “Aaaaah wat sneu!” Gaat er door mij heen. Het mannetje is in het water gevallen terwijl hij wilde helpen met het vullen van de watervoorraad voor de paarden. Gelukkig is het één van de heetste weken van de maand juli en hij had zich niet bezeerd. 

De volgende dag volgt er een bericht over de app van een van de andere dames. “Water is weer bijgevuld. Maar ook ik haalde een nat pak”. Afgezien van een gênant moment en natte kleding is er verder gelukkig niks aan de hand. 

Diezelfde avond komt er nog een melding over de app van een van de dames die vorige week pardoes van de plank viel en onbedoeld ook een verfrissende duik in de sloot had genomen. Ook hier geen schade alleen een nat pak en misschien ook een gênant moment wanneer er mensen op het terras hebben mee kunnen kijken. 

Om water voor de paarden te halen mogen we gebruik maken van de kraan van het restaurant dat naast onze wei ligt. De snelste manier om daar te komen is over (of door hihi) de sloot. Ik loop twee keer per week over die zelfde plank en heb tot nu toe nog nooit problemen gehad. Maar begin nu toch te twijfelen. Drie mensen te water en dat in 1 week tijd. Uit voorzorg pak ik een extra tasje met kleding in. Je weet nooit. 

Als het mijn beurt weer is om de bakken te vullen kijk ik nog eens kritisch naar de plank. Hij ligt er nog precies het zelfde bij als vorige week. Het touw aan de kant om je naar beneden en naar boven te begeleiden test ik eerst nog even door er een paar keer aan te trekken. Niks voelt anders en alles ligt nog op z’n plek. Vol vertrouwen “abseil” ik het talud af naar beneden en zet mijn voet op de plank. Zoals ik geleerd heb op “De Polder”. 

“De Polder” was het aller eerste echte “thuis” van Poownie. En was (hij bestaat helaas niet meer in de vorm zoals ik het ooit ook mijn thuis mocht noemen) erg groot. Overal lagen planken over het water om de weides snel te kunnen doorkruisen. Bij warm weer namen we wel eens een uitdaging van elkaar aan om het springend te proberen. Of fierljeppend als je het lef had. Iemand die opgegroeid is op “De Polder” is behept met skills waar een woudloper jaloers op is.

Met mijn voet test ik het eerste deel van de plank. Dat gaat goed. Zo ook de tweede en de derde. Zonder kleerscheuren kom ik aan de overkant. Ik grijp het hangende touw om het talud weer op te krabbelen en sluit de tuinslang aan. De terugweg gaat op dezelfde manier. Ik maak alle bakken schoon en wanneer ze gevuld zijn herhaal ik mijn survival toer. Gelukkig zonder te water te gaan.

Dan opeens gaan de sluizen van boven open. Dikke druppels vallen op mij neer. Regen zoals we dat in weken niet gezien hebben. Bij de tijd dat ik de auto gehaald heb ben ik doorweekt. Ik ben dan weliswaar niet in de sloot gekukeld maar heb jammer genoeg toch een nat pak opgelopen. 

De verwarming…

Begin juli:

De wekker gaat vroeg en dat op een zondag. Mijn eerste klus voor vandaag is mijn weidienst inlossen. Zo vroeg op pad heeft zijn voordelen. Het is aangenaam koel. Er is geen sterveling buiten en je hebt wat aan je dag. Ik ben zelfs zo vroeg dat ook de paarden nog in de “dut-stand” staan. Ondanks dat ik aan het werk ben en het zweet binnen no time van mijn voorhoofd druipt voelt het vredig om al zo vroeg en in alle rust bezig te zijn. Sneller dan verwacht ben ik klaar met mijn klus en heb zelfs tijd over om twee waterbakken in de wei helemaal uit te soppen. 

Ergens vind ik het jammer dat ik alweer weg moet. Maar ik ben niet voor niks op zo’n onchristelijk tijdstip opgestaan. Ik moet echt weer richting huis. Ontbijten, kop koffie in mijn mik en mijn kluskleding aan. Want er moet nog een hoop gebeuren in het (nieuwe) huis van mijn zus. De eerste week klussen is omgevlogen. Vandaag hebben we geen tijdstip afgesproken. Maar ik heb de sleutel en wil haar niet opjagen dus ga ik op eigen initiatief wat vroeger naar haar huis. 

Gewapend met veger & blik, ragger en de stoomeend ga ik de radiatoren te lijf. Want gisteren werd ik spontaan onpasselijk toen ik van bovenaf een blik wierp in de radiator tijdens het schuren van het raamkozijn. Niemands huis is brandschoon. Maar zo vies, ranzig, vettig en extreem stoffig als daar heb ik nog nooit gezien. Ik kreeg kriebels en koude rillingen. Als de radiator aan zou gaan zonder dat deze eerst grondig schoongemaakt zou zijn dan heb je stof longen of een allergie te pakken!

Als de stoomeend eenmaal op temperatuur is spuit ik de eerste lading rag, vet en fijnstof van boven naar onderen de radiator uit. Het is nogal een klusje met al die gaten en openingen. Maar het geeft voldoening als ik al die vlokken op de grond zie vallen en een soort schoon stuk zie verschijnen. Ik zeg met nadruk “soort van” want daarna moet ik er nog een keer flink met de ragger doorheen. Het liefst met een flinke plons desinfectie middel. Maar first thing first. Met de stoomeend ter hand werk ik heel het stuk ijzer af.

Jammer genoeg blijven er een paar plukken “plakken”. Hoe ik de hals van de de eend ook tussen de radiator en de muur prop, ze blijven stug zitten. Dan maar van onderaf naar boven. Ik bedenk mij te laat dat de stofnesten als “groene monsters” van boven naar beneden over mij heen vallen. Ik gruwel van mijn eigen domheid. Maar het werkt wel. Bij radiator twee heb ik een stofdoek over mijn haar gebonden en heb ik een verdwaald mondkapje, dat ik terugvond in mijn tas, om. Zekerheid voor alles.

Ook de voorkant van de radiator behandel ik met stoom. Ik wil niet weten wat voor ondefinieerbare viezigheid er vastgeplakt zit! Het lijken wel oude pizza resten of zo. Ik zie de zwarte waterdruppels en ander ranzigheid naar beneden glijden. Mocht je ooit twijfelen? Een stoomeend is echt fantastisch!! Ik haal er ook nog een doek met ammoniak overheen en langzaam worden de radiatoren schoner en witter. 

Zus komt op het juiste moment binnen. Beide radiatoren zijn zo goed als winterklaar. Ze hoeft ze alleen nog maar af te doen met een sopje.

Iedereen kan schilderen…

Het is een tijdje stil geweest hier. Mijn zus kreeg de sleutel van haar nieuwe huis en daar moest aardig wat geklust worden. Ze had een soort van strakke planning met hier en daar een deadline die gehaald moest worden. Hoewel ik totaal geen kluswonder ben, ik ben eerder een sta in de weg met twee linkerhanden, besloot ik wel iedere minuut vrij te maken om haar te helpen. Met een beetje “Ravensburger” in onze vingers besloten mijn zus en ik: “Iedereen kan schilderen.”

Onder onze handen kwam er steeds meer leven in het huis. Een huis dat door de vorige bewoners als afgedankt was achter gelaten. De vieze ranzige muffe geur werd met de dag minder. Het is zo leuk om te zien hoe schoon en mooi iets weer kan worden met wat liefde, aandacht, ammoniak en verf. Vooral dat laatste. Het probleem is dat ik hierdoor nog enthousiaster werd maar dat de vermoeidheid mij belette om door te gaan. Ik kwam iedere avond afgepeigerd en onder de verf en het stof thuis, met spieren die door de inspanning een compleet eigen leven gingen leiden. 

Moe of niet, deze weken gaven mij een berg aan energie!! Oké, mijn lichaam was het niet altijd eens met zoveel arbeid en vertoont hier en daar nog steeds een error. Eigenlijk ben ik gewoon een wandelend wrak maar jeetje wat hebben we een werk verricht! Er is in een korte tijd echt heel veel gedaan. 

De grootste klussen waren gelukkig al uitbesteed. Wat overbleef was de boel grondig schoonmaken, schuren, witten en schilderen. En kitten. Heel veel kitten om alle kieren en gaten weer dicht te krijgen. Het is een oud huis en er is flink in “geleefd”. Dat zie je terug in de butsen van het houtwerk, kozijn, deurposten en de trap. Hoewel de verhuurder er iets anders over denkt zou er eigenlijk een hoop vernieuwd moeten worden. Maar het huisje is charmant. Heeft redelijk ruime kamers met een grote vliering en tuin. 

Als een schilder of stukadoor vanaf een afstand had toegekeken hoe wij te werk zijn gegaan dan had ie blauw gelegen van het lachen of zich kapot geschaamd omdat we het “vak” ten schande hebben gebracht. Maar he, ik ben trots op mijn twee “linker handen”. Kamers witten, deurposten lakken, leidingwerk schilderen en muren van structuurverf voorzien. Hier en daar geholpen door Youtube, we hebben het toch maar even gedaan!

En boy oh boy wat ben ik trots. Trots op mijn zus dat ze ondanks de weinige middelen en mankracht (!) er toch voor is gegaan. Trots op vriendlief die zich in alle bochten heeft gewrongen om te helpen en zo blij met Oom B. en Tante V. die ook heel wat uren hebben opgeofferd om te komen helpen. Dank aan Neef X. voor het leggen van de vloer in zo’n beetje de heetste week van juli!! En dank voor de hulp van Vriend P. voor aller handen (stroomkabel)klusjes, schildertips het sjouwen en verhuizen zelf. Verhuizers en sjouwers jullie waren top!! Heel fijn dat er mensen zijn die bereid waren te helpen.  

Lieve zus, je had je zinnen gezet op dit huis en het is je huis geworden. Het heeft wat bloed, zweet en hier en daar een traan gekost, maar het is je gelukt! Ik wens je heel veel woon-plezier in je nieuwe paleisje.

🏡

Een dag voor in de boeken…

Het was er dit jaar gewoon nog niet echt van gekomen. De dagen dat het lekker weer was en er niet veel wind stond moest ik werken. De dagen dat ik vrij was en dus tijd had was het pisweer of stond er te veel wind. En, nou ja, ik ben nu eenmaal een mooi weer mens wat mijn buitenhobby’s betreft. Vandaag komt alles mooi samen. Een vrije dag, bijna windstil, blauwe lucht, zon aan de hemel en een graad of 26. Al met al prima weer voor een toerke op de SUP. 

Voor de verandering besluiten we eens vroeg naar het water te gaan. De parkeerplaats is nagenoeg leeg. Een enkele roeier is aanwezig maar verder niemand. Ik vind waterpret over het algemeen wel leuker als er een gezellige bedrijvigheid om mij heen te vinden is. Maar een keer het water voor ons alleen is ook wel erg fijn. 

Het bootje van vriendlief heeft vandaag zijn vuurdoop. Die ziet voor het eerst sinds maanden pas weer het water. Maar wonder boven wonder start het ding direct en werkt naar behoren. Ik heb mijn SUP ook binnen no-time opgepompt. Ik trek nog vlug wat flesjes water mee voor onderweg. Dat gaan we met dit mooie weer wel nodig hebben. 

Jammer genoeg steekt er een windje op en uitgerekend heb ik hem tegen. Dat is voor vriendlief niet zo’n ramp. Maar voor mij, op mijn met eigen spierkracht voortgedreven vaartuig, wat minder tof. Ik peddel stug door. Vooralsnog zijn wij de enige twee op het water en daar maak ik dankbaar gebruik van. Ik ga van links naar rechts en zoek de ideale lijn door wind en stroming. 

Dat ik al even niks meer gedaan heb merk ik na een kleine 2,5 km. Gelukkig krijg ik een klein sleepje. En dat dames en heren is nog eens extra genieten. Ik hoef even niks te doen dan alleen maar genieten van de zon op mijn bakkes en zorgen dat ik niet van mijn plank af lazer. Dat gaat mij beide redelijk goed af. 

Door mijn sleepje zijn we iets sneller op onze lunchlocatie. Nog voor we goed en wel aangemeerd zijn raken we in gesprek met de eigenaar van de toko. Ik loop nog te klooien met de leash van mijn SUP terwijl hij honderduit verteld over de boten die te huur zijn, het terras en een grappig voorval met een aantal klanten die niet wensten te betalen en hoe creatief dit was opgelost. Geweldig. 

Het heeft overigens wel wat om op deze manier bij een “restaurant” aan te komen in plaats van met de fiets of de auto. Gelukkig is er nog plek op het terras want inmiddels rammel ik van de honger. Zonder moeite wordt er een parasol voor ons uitgeschoven en krijgen we kussens voor op de stoelen aangeboden. Na de lunch keren we terug naar de steiger. Dit keer hebben we de wind “in de zeilen”.

Het is zo zalig dat we besluiten ons gewoon mee te laten drijven. Lekker uitbuiken in de zon met de voeten in het water terwijl de stroming ons meevoert naar ons startpunt. Iets later dan gepland zijn we terug bij de steiger. Waar overigens nog steeds niemand te vinden is. De watermensen weten niet wat ze missen. Maar voor ons is dit een dag voor in de boeken. 

Nog één te gaan…

Nu Poownie op de wei staat heb ik eindelijk weer wat meer rust. Voeg daar twee weken “vakantie” aan toe om bij te tanken en opeens heb je weer tijd om je andere hobby’s op te pakken. Het fotograferen bijvoorbeeld. Dit lag al stil sinds we terugkwamen van de wintersport. Ik had gewoonweg te veel op mijn bordje liggen dat ik moest gaan kiezen waar ik mijn tijd aan wilde, of in sommige gevallen moest, besteden. 

De competitie bij FC Dordrecht was reeds afgelopen en er stonden geen thuiswedstrijden of toernooien meer gepland. Maar zoonlief had nog wel wat in het verschiet. Met zijn eigen team en hij mocht aansluiten bij de selectie van het eerste om daar de laatste wedstrijden mee te draaien. Als klap op de voorpijl startte hij ook nog eens in de basis. Waardoor het voor mij extra leuk werd om platen te schieten.

In tegenstelling tot de Boys op het veld was ik niet helemaal in vorm. En dan met name de snelheid tijdens het spel. Dit keer had ik met mijn hand/oog/camera coördinatie maar 1 wedstrijd nodig om weer een beetje het ritme te vinden.

Het is zaterdag met lekker weer en er wordt gespeeld bij Zwarte Pijl in Rotterdam op echt gras. Daar wordt ik, met veel zon, erg blij van. Kunstgras en zinderende zonnehitte gaan meestal niet zo fijn samen. Door de luchtspiegeling boven het veld heb ik de grootste moeite om mijn platen mooi scherp te krijgen. Zeker wanneer de stuiterende, springende en sliding acties meer dan een paar meter van mij vandaag gemaakt worden. Maar daar zou ik nu niet zo heel veel last van hebben. 

Ik zoek mijn hoekje op het veld op en heb mij nog niet geïnstalleerd of de spelers komen het veld al opgelopen. Dit is alweer de laatste competitiewedstrijd van het seizoen. Beide teams hebben niet heel veel meer te verliezen behalve hun eer. Er hoeft niet gestreden te worden om de eerste plek en ’s Gravendeel moet toch al op voor een nacompetitie. Maar zich zomaar gewonnen geven doen beide niet.

Het eerste doelpunt dat valt is voor ’s Gravendeel. Zwarte Pijl laat het er niet bij zitten en komt in actie. Voor de rust is het 1-1. De tweede helft zou het er om gaan spannen. Het aftasten is nu voorbij en beide teams weten wat voor vlees ze in de “kuip” hebben. Het is ’s Gravendeel die uiteindelijk binnen tien minuten tijd nog drie ballen in het doel van de tegenstander weet te krijgen.

De boys vieren hun 1-4 overwinnen met muziek en een kratje bier. Zelf bezoeken we de kantine waar overheerlijke broodjes Pom en Javaanse bami te krijgen is. Met de punten op het scorebord, een volle buik en toffe platen keren we huiswaarts. Team ’s Gravendeel heeft weer wat positieve vibes voor hun nacompetitie. Hopelijk brengen ze het er net zo goed vanaf als deze wedstrijd in Rotterdam. 

© Foto Hamar

Niet meer verwacht…

Binnen een paar dagen was ie opeens een paar kilo kwijt. Het waren er zoveel dat het opviel. Dat was nog niet alles. Rondom de ruif lag het bezaaid met proppen hooi. Of te wel hooi dat niet goed gekauwd, en in plaats van door te slikken uitgespuugd was. Dat kon er maar van 1 zijn. Poownie. Iets ging er niet goed. De tandarts onderzocht hem en vond het probleem. Naast al zijn voortanden mist hij nu dus ook 2,5 kies. 2 zaten er los en een was zover afgebroken dat ie er uit moest. Zijn gebit is eigenlijk gewoon op. De kiezen die hij nog heeft zijn te vergelijken met “sliks” Helemaal glad en niet goed meer om hooi en stro te vermalen. 

We gingen opzoek naar een hooivervanger. Want tja, poownie moet wel iets binnen krijgen. Gelukkig is er veel op de markt. Zeker ook voor oudere paarden met een slecht gebit. Nu krijgt hij drie keer per dag een flinke emmer met diverse soorten geweekte brokken en vitamines. Geloof mij mensen, het afvallen bij een ouder paard is zo gepiept. Maar het op gewicht komen is wel echt een ding. 

Iedere dag sta ik nu zijn ontbijt, lunch en diner klaar te maken. Her en der staan emmers met voer te weken. De dames van stal zijn zo lief om Poownie en mij hierbij te helpen. Hij weet precies wanneer zijn emmer klaar staat en meld zich al bij het hek om die met liefde (en een hoop kwijl) in ontvangst te nemen. In de tussentijd staat hij tussen zijn maten mee te knagen aan de ruif. Het is meer bezigheidstherapie dan dat het zijn maag vult. Samen knagen aan/uit de ruif is nu eenmaal gezelliger.  

Na een week of drie begon het zichtbaar te worden. Beetje voor beetje kwam hij wat meer op gewicht. Vanaf dat moment kwam er iedere week iets meer paard bij. Hij werd voller en ronder en begon zelfs weer wat “vetjes” te kweken op zijn borst. Het ging zo goed dat ik besloot om hem heel voorzichtig ook weer aan het werk te zetten. Dus twee tot drie keer in de week aan de longe in de rijbak om conditie te kweken en zijn oudere en stramme spieren in beweging te zetten.

Het idee dat ik ooit weer eens een ritje op zijn rug zou maken had ik eigenlijk al aan de kant geschoven. Maar nu voelde het voor ons beide zo goed, dat ik toch begon te twijfelen… Ik appte mijn stalgenoot of ze zin had om die avond een ritje te maken. Gelukkig wilde ze ons vergezellen met haar paard. Vanaf dat moment keek ik heel de dag reikhalzend uit naar de avond. Ik voelde mij net een penny meisje dat eindelijk haar eerste lesdag op de manege had.

Poownie had er net zo veel zin in als ik en was de hele rit super braaf. We genoten met volle teugen. Dit uurtje pakt niemand ons meer af. De week erop gingen we met z’n drietjes op pad. Ook nu hadden we een geweldige avond die mij energie gaf voor de rest van de week. 

Poownie was met pensioen. Maar ik denk dat ik die tijdelijk even opschort. Aan zijn enthousiasme te merken zal hij dat ook niet zo heel erg vinden.

Te leen…

Als mijn kledingkast aan kant is ga ik verder met de boekenkast. In de loop der jaren heb ik veel boeken gekocht en gekregen. Inmiddels lees ik alleen nog digitaal en staan mijn met liefde verzamelde boeken maar een beetje stof te vergaren. Mijn kostbare tijd besteed ik zo min mogelijk aan zaken als afstoffen. Die breng ik liever lezend door.

Tijd om afscheid te nemen. Maar zo maar weg doen vond ik toch wel wat lastig. De verhalen hebben mij mee gevoerd naar onbekenden en verre oorden. Hebben mijn fantasie geprikkeld en mij laten verdwalen in spannende, liefdevolle en soms ook treurige gebeurtenissen. Ze hebben mij vermaakt, beroerd en hier en daar aan het denken gezet.

Met alle boeken die ik heb zou ik zo een mini bieb kunnen beginnen. Maar daar heb ik helemaal geen zin in en geen tijd voor. Dan is doneren aan de boekenkasten die door andere leesfanaten in elkaar is gezet een prima optie. Ik struin het internet af naar adressen van mini biebs en al snel zie ik dat er zeker 7 in mijn omgeving staan. 

Ik bedenk mij geen moment. Verzamel zoveel mogelijk boeken. Schraap de adressenlijst van tafel en spring op mijn fiets. Op naar het eerste adres. 

Hemelsbreed nog geen 500 meter bij mij vandaan tref ik kast één. Deze zit propvol. Niet alleen met boeken maar ook met spelletjes. Wat leuk gemaakt. Met een bankje in het zonnetje is het heerlijk toeven hier. Ik scan de kast en zet er drie boeken tussen. Op naar kast twee. 

Deze staat in dezelfde wijk maar door een opgebroken straat kom ik er wat lastig bij. Het is een schattig kastje, grenzend aan de voortuin. Niet al te groot dus ik zoek een paar kleine boeken uit en vooruit, één dikke pil die ik dwars op de rest leg. Mijn tas is al half leeg. 

Boekenkast drie tref ik een paar blokken verder aan. Een briefje laat weten dat ik er iets uit mag pakken maar er zeker ook wat in mag stoppen. Dat laatste doe ik met plezier. Met een lege tas keer ik huiswaarts om hem opnieuw te vullen.

Ik fiets naar een andere wijk waar ik even moet zoeken voor ik boekenkast vier gevonden heb. Hij staat verscholen tussen de struiken. Ik scan de kast maar mijn boeken hebben ze nog niet. Nu dus wel!! Er staat zelfs dat ik mag aanbellen voor een praatje of een bak koffie. Wat leuk!! 

Kast vijf moet in de buurt staan maar kan ik niet vinden. En kast zes blijkt niet meer te zijn dan een vervallen ingeregende houten kist. Het zijn dan wel stofnesten maar ik heb ze altijd gekoesterd als ware het schatten en heb ze met veel plezier gelezen. Deze minibieb sla ik over. 

Ik fiets door naar bieb nummer zeven, die ik een wijk verder vind aan de voorkant van het huis. Even twijfel ik of ik nog een boek mee zou nemen. Maar nee, ik was hier met een andere reden. Mijn tas maak ik leeg door alles in deze kast te stoppen. 

In totaal doneer ik aan vijf biebs in drie verschillende wijken. Super creatief gedaan en erg leuk om wat bij te kunnen dragen. Mijn eigen kast is nog niet helemaal leeg en ik heb nog niet alle bies in de omgeving gehad. Dus binnenkort nog maar een ronde. 

Grote opruiming…

Sinds een aantal maanden heb ik een nieuwe directeur. En nieuwe directeuren brengen (niet altijd maar nu gelukkig wel) nieuw elan met zich mee. Er waait een heuse frisse wind door ons kantoorpand. Want niet alleen pakt ze alles grondig aan, er staat ook een verbouwing gepland. Compleet met nieuw interieur. Ze pakte het rigoureus aan. Kasten moeten leeg, laden-blokken uit het jaar 0 gaan weg. Spullen die staan te staan omdat er nu eenmaal ruimte voor is en de eeuwige verzameling van lege doosjes, want wie weet moeten we ooit nog iets versturen, worden weggegooid. 

De verbouwing is nog niet gestart maar je voelt nu al een andere vibe als je binnen komt. Het is leger, ruimer en schoner. Dat doet iets met je. Het geeft rust. Ook in je hoofd. Toen er vervolgens een mailing van Mila Ganpatsing, een dame die ik volg, met als onderwerp: “Doorbreek patronen door rigoureus te ruimen!” binnen kwam, besloot ik ook thuis maar eens flink aan de slag te gaan. 

Te beginnen bij mijn kledingkast. Ik bewaar kleding, laten we maar zeggen, veel te lang. Ik heb nu eenmaal moeite om iets weg te doen dat er nog goed en degelijk uitziet. Wie weet kan ik het ooit nog eens aan. Of het past heus nog wel als ik ff flink ga trainen. Mijn snowboardbroeken zaten dit jaar immers weer als gegoten nadat ik een half jaar aan IF had gedaan. Dus wie weet, wie weet… 

Mila zegt: “Alles is energie en dat geldt ook voor de spullen in je huis. Oude spullen wegdoen, betekent letterlijk je blokkades opruimen (en ruimte maken voor nieuwe dingen in je leven). 

Daar heeft Mila een goed punt. Blokkades heb ik ongetwijfeld en ruimte voor nieuwe dingen in mijn leven wil ik ook wel. Dus toch maar weer terug naar mijn kledingkast waar ik mijn “wie weet, wie weet” grondig aan ga pakken. 

Ik besluit te beginnen bij het hangende deel. Blousjes die ik al meer dan twee en sommige zelfs meer dan 3 jaar niet heb aangehad trek ik nu 1 voor 1 aan. Ze zitten te strak, zijn te kort of het model is er toch echt wel uit. Wat echt niet meer kan gooi ik weg. De rest gaat naar een tweedehands winkel. Een kwart van het hangende deel moet het veld ruimen. Twee blousjes komen door de herkeuring. 

Door met het gevouwen spul. Twee spijkerbroeken zijn rijp om afgedragen te worden op stal. Vier broeken kunnen direct naar de stapel voor tweedehands en 1 broek moet toch echt de prullenbak in. Ik vind zowaar twee broeken terug die ik een soort van opzij gelegd had want te klein of te strak. Maar nu pas ik ze perfect. Zie je, “wie weet, wie weet” komt hier dan toch weer mooi van pas!

Ook mijn truien en shirtjes bekijk ik eens kritisch. Een aantal daarvan mag afgedragen worden op stal en een aantal gaan in de zak voor de tweedehands toko. De zak zit inmiddels voller dan verwacht. Maar er is best nog plek voor twee paar nooit gedragen, en ik ga ze nooit dragen ook, schoenen.

Dit ruimde lekker op. Al met al is er heel wat meer ruimte in mijn kast ontstaan. Plek voor “nieuwe dingen” in mijn leven dacht ik zo. Nu eens kijken wat het volgende opruim project gaat worden.