Dinner with a view…

Begin mei: 

“Wat wil je eten vanavond?” Vraag ik vriendlief. “Dat mag jij verzinnen, want ik heb de afgelopen twee dagen al iets bedacht.” Krijg ik als antwoord. “Nou precies!” roep ik weer. “Drie maal is scheepsrecht, toch?” Het is eigenlijk al te laat om nog even op mijn gemak op internet te struinen en iets origineels te bedenken. Uiteten is ook nog geen optie. Of toch wel??

“Ik heb een idee!!” Roep ik. “Zullen we naar de haven rijden en daar iets gaan eten?” Ik krijg eerst en verontwaardigde blik mijn kant opgeworpen. “Alles is nog dicht!?” Dat is waar. Maar je kunt er wel afhalen. “We halen gewoon wat bij een van de tentjes op de hoek.” Is mijn antwoord. Het waait en de regen komt zo nu en dan met bakken uit de hemel. Niet echt lekker vaar-weer. Maar we gaan dan ook helemaal niet weg met de boot. We gebruiken hem als uitvalsbasis voor een avondje weg. Vanavond is hij ons drijvende restaurant. We gaan sinds tijden weer eens uit eten! 

Als we de brug over en van provincie gewisseld zijn komt daar plots de zon te voorschijn. Stiekem hoop ik op een omslag in het weer. Begrijp mij niet verkeerd. Ik ben een echt mooi weer mens. Maar het geeft net wat extra sfeer als je warm binnen in de “tent” zit en de druppels gestaag op het dak roffelen. 

Wanneer we de hoek om rijden zien we de haven baden in het zonlicht. De lucht achter mij is donkerder en onheilspellender dan ooit. Dat heeft ook wel weer iets bijzonders. Hoewel de wind is gaan liggen kan het nog alle kanten op. Het is begin mei maar een hoop boten liggen nog op de kant. Het is dan ook helemaal niet druk. Wel met campers. Sinds de haven een speciale camperplek heeft gemaakt staan er altijd wel campers en caravans. Het geeft mij een extra vakantie gevoel. 

Voor zover we kunnen zien is de keus niet heel erg groot. De restaurants om de haven heen zijn dicht maar de laan met diverse snackbars is wel open. Pizza, Chinees, shoarma of de patatboer? We besluiten voor het laatste te gaan. Als de keus eenmaal is gemaakt gaat vriendlief het ophalen terwijl ik de tafel voorzie van de nodige eetgerij. 

Vanaf de boot zie ik hem alweer aankomen. Waar we in het verleden ook uit eten zijn gegaan, het  is nog nooit zo snel opgediend. Misschien komt het door de andere omgeving of door de sfeer. De patat smaakt hier in ieder geval echt heel erg lekker. Het is een combinatie tussen Bramladage en zelfgemaakte frites. Knapperig van buiten, zacht van binnen. En de ordinaire kaassouflee smaakt hemels, om over de saus nog maar niet te spreken. 

Inmiddels verbergt de zon zich achter een flinke donkere wolk. Het duurt dan ook niet lang voor het begint te regenen. Omdat we de “tent” helemaal kunnen sluiten zitten we heerlijk uit de wind. Normaal helemaal niet zulk tof weer maar voor nu precies perfect. Voeg daar een vleugje van een licht schommelende boot bij terwijl de dansende regendruppels op het dak de sfeer compleet maakt. Genietent eet ik mijn laatste frietjes en begin daarna aan mijn (nog steeds niet gesmolten) milkshake. Prima avondje uit dacht ik zo!

Dit was mei…

Ik zucht eens diep en knipper twee keer met mijn ogen en hop, de maand mei is ook alweer voorbij. Hoe ouder ik wordt hoe sneller alles lijkt te gaan. Behalve de lichamelijke ongemakken, want die gaan gewoon nooit meer over volgens mij. Als kind nooit ergens last van gehad. Wanneer ik nu de trap iets te snel afhuppel heb ik verdorie drie dagen last van mijn enkel, heup en rug. Maar goed, dat is het cadeau van het ouder mogen worden. Want ouder worden gebeurd vanzelf maar is niet iedereen gegund. Maar goed, genoeg gefilosofeer. Terug naar mijn mei…

Begin van de maand mocht my little Poownie gewoon alweer 27 kaarsjes op zijn verjaardagstaart uitblazen. Vanwege Corona konden we het helaas niet groots vieren. Dat snappen jullie wel. Maar de dag was er niet minder fijn door. De tijd die we nu samen hebben voelt soms als bonus sinds hij zijn grote operatie gehad heeft. En juist dankzij die ingreep heeft hij deze leeftijd mogen halen. We gaan ons best doen om in ieder geval de 30 aan te tikken. 

Onze tuin kreeg zijn laatste finishing touch en daarmee kwam project 2 ten einde. We zijn heel erg blij met het eindresultaat. Maar omdat het weer zich van zijn herfstigste kant liet zien hebben we deze maand nog niet heel veel in de tuin kunnen zitten. 

Ruim 1.5 maand later dan de start van het vaarseizoen ging onze boot dan eindelijk te water. Maar een eerste vaart zat er nog niet in. Veel regen en wind. Dus de eerste twee keer dat we er waren hebben we alleen maar gepoetst en schoongemaakt. En was de boot een uitvalsbasis om eens uit eten te gaan. Pas het laatste weekend van mei konden we een tochtje maken. 

Het stond al een hele tijd op mijn lijst en na drie jaar wachten kon ik hem eindelijk afvinken. Ik schoot een paar steenuilen “uit de lucht.” Digitaal uiteraard. Het is zo bijzonder om eindelijk iets te doen waar je zo lang op hebt gewacht. Een blog met foto’s zal spoedig volgen. Maar man wat was het leuk!!  

Ik had de stille hoop in mei nog een aantal keer lekker het water op te kunnen met mijn sup. De fanatiekeling ging wel gewoon. Ik moest er met het vieze weer niet aan denken. Toen kwam daar opeens de zon en een spontane actie van mijn nichtje. Het laatste weekend van de maand konden we toch. Niet geheel windstil maar wel met een heerlijke zon. In totaal hebben we ongeveer zes kilometer afgelegd. Tussendoor zijn we gestopt bij een terras aan het water voor een hapje en een drankje om daarna weer terug te suppen naar ons opstappunt. Ik was helemaal gesloopt aan het einde van de dag. Maar helemaal zen door de flinke inspanning.

Nog wat geluksmomentjes: 

  • Ik at mijn eerste aardbeien van het seizoen; 
  • De keren dat ik buiten was en niet zeiknat geregend ben;
  • Ik las in totaal vier boeken uit;
  • De wintersportvakantie voor volgend jaar is alweer geboekt;

Met het einde van de moesson deze maand startte ook direct onze vakantie. Zomaar even een weekje vrij. Wat heerlijk dat dan ook de temperatuur een paar graden opgeschroefd wordt en de zon zich laat zien. Daar zijn we nu allemaal wel aan toe. Fijne week mensen!!

Als Mozes niet naar de berg komt…

Toen ik poownie kocht was ie amper veulen af. Helemaal zwart met vier witte benen en een mooie bles. Hij was zo lief en schattig maar wel een echte pony, met bijhorende pony streken. Zoals ineens aan de andere kant van een hek staan, door er per ongelijk onderdoor te rollen of het hele hek uit zijn voegen te duwen door er onder door te kruipen. Maar ook uit zijn deken “glijden” ala Houdini. Nog steeds weet ik niet hoe hij dat voor elkaar kreeg. Geregeld vond ik Poownie en dek los van elkaar terug in de wei. Beide nog helemaal heel en alle gespen dicht. 

Hij vond het ook leuk om het op een rennen te zetten. Niet omdat hij schrok van de bakkabouters. Want geloof hem maar, die zaten er ECHT, maar gewoon omdat het kon. In de wei sprintte hij meestal bij mij vandaan, ook omdat het kon. Maar als ie eens aan kwam galopperen stopte hij op tijd. Als hij schrok sprong hij om mij heen, of van mij af. Hij deed (en doet) letterlijk geen stap verkeerd. 

In al die tijd dat ik Poownie ken, en dat is inmiddels 25 jaar, heeft ie mij nog nooit expres van zich afgeworpen, gebeten of geschopt. Dat hij in een galop struikelde en mij in zijn val meenam naar de grond of dat hij pardoes een paar keer achter elkaar op mijn tenen heeft gestaan vergeten we! Poownie heeft een hart van goud. 

Ons weide seizoen laat door omstandigheden, helaas, nog even op zich wachten. Dus ik besloot dat het tijd werd om een stapje harder te lopen voor Poownie. Iets extra’s op zijn oude dag, omdat ie het verdient. Voor alle hiervoorgenoemde feiten EN omdat hij nu eenmaal Poownie is!!

Naast al het lekkers, speciaal eten en per dag een dozijn aan knuffels, poetsbeurten en liefde sta ik nu dus ook het gras voor hem te maaien. Want tja, als Mozes niet naar de berg komt… 

Overigens kwam ik niet zelf met dit briljante idee. Hij kwam van de stalbaas. Ze had een elektrische heggenschaar aangeschaft. Speciaal voor het knippen van onkruid en gras. Af en toe krijgen de paarden wat extra’s zoals brandnetel, kleefkruit, rietstengels en ander groen.

De eerste paar keer schaamde ik mij kapot. Welke koekwous staat midden in de polder nu gras en onkruid te maaien?! Maar inmiddels heb ik er schijt aan en maai mij iedere dag een slag in de rondte. Als een ware gras expert loop ik de graszoden en waterkant af. Opzoek naar die allerbeste mals ogende pol. En geloof mij, je gaat echt heel anders naar het gras kijken. Het is niet meer het simpel stukje groen verende grond. Op mijn smaakpapillen na ervaar ik zo’n beetje het zelfde wat Poownie moet voelen, zien en ruiken als hij gras eet. Bijzonder, dat dan wel weer. 

Inmiddels weet hij wat ik ga doen als ik met schaar en “voerzak” van stal vertrek en staat mij al hinnikend op te wachten. Vervolgens meng ik al mijn kostbaar verworven groene stengels in een zak met hooi. Poownie, staat als enige van de kudde ’s nachts apart en mag dan zonder hooinet op de ruif (want geen voortanden meer) eten. Heel de nacht heeft hij de tijd om die zak met hooi en gras door te spitten (= bezigheidstherapie). Zijn avondmaaltijd is in jaren niet zo smakelijk geweest. 

Anekdotes van thuiswerken #2…

Het voelt als lang geleden dat ik al rennend en springend over diverse technische hindernissen mijn werk probeerde af te krijgen. Niet omdat ik op een sintelbaan hordelopend rondjes aan het rennen ben met mijn laptop in de hand, maar omdat het zo godsgruwelijk druk was. We een aantal collega’s moesten missen in verband met ziekte en er een of andere update van een of ander systeem in de planning stond. Nu ik thuis achter mijn bureau zit verlang ik bijna naar dit soort momenten. De chaos op de werkvloer. De rinkelende telefoons en de printers die maar papier blijven uitspugen. 

Maar de reden is niet corona. Het is, bedenk ik mij nu opeens vakantietijd. Heel veel scholen en instellingen zijn nu een week of twee dicht. Dat betekent voor ons altijd een iets rustigere periode. Maar met alle digitalisering van het afgelopen jaar zijn we dan opeens een heel stuk sneller door ons werk heen. Dus besluit ik eens een kijkje beneden te nemen. 

Vriendlief heeft niks aan de vakantieperiode. Bij hem is het druk. Terwijl hij van het ene overleg naar het andere hopt zet ik koffie. Nestel mij voor een korte pauze op de bank en begin een gesprek met Draak. 

Als er iemand is die helemaal blij is met het thuiswerken dan is het Draak. Hij is overigens altijd aan het werk. Het slopen van dozen, takken, kranten is zijn doorsnee werk. Nu wij thuis ook aan het werk zijn is het voor hem dubbel zo gezellig. Hij heeft zowaar wat collega’s om zich heen. Ik gooi wat van zijn speeltjes in het rond zodat hij daarna weer wat te “werken” heeft. 

Draak wil ook aandacht en doet op zijn papegaai’s mee aan het gesprek. We brabbelen heel wat af. Dan begint hij met zingen en ik doe mee. Maat houden is voor hem toch wel een dingetje, dus fluit ik er er maar bij. Dat pikt hij op en doet lekker vals met mij mee. We oefenen nog even het ABC en daarna springen en krijsen we wat in het rond. Je snapt, lieve lezer, dat het hek nu van de dam is. Draak heeft al zijn vocabulaire kunsten letterlijk uit de kast getrokken.

Ik hoor een zacht geïrriteerd schrapend keelgeluid achter mij. Ik ging zo op in het entertainen van (en het geëntertaind worden door) mijn vogel dat ik niet meer in de gaten had dat vriendlief er ook nog is en aan het werk is. “Of het misschien wat zachter kan, want hij moet nog een telefoontje plegen…” Oeps….

Vervolgens sluip ik naar boven. Hopende Vriendlief en Draak in alle rust achter te laten. Maar dat is uiteraard ijdele hoop. Heel even is het stil. Maar zodra vriendlief zijn gesprek begint vat Draak dit op als het startsein voor ronde twee. Ik hoor Draak zijn complete zangrepertoire nog eens ten gehore brengen. Hij gaat helemaal los, dwars door het telefoongesprek van vriendlief heen. En dat is mijn schuld. Nogmaals oeps…

Ik kom niet meer bij van het lachen. Hoewel het heel irritant kan zijn als je er tussenzit is het hilarisch om het van een afstand aan te horen. Tranen biggelen na een kwartier gieren over mijn wangen. 

Straks moet ik mijn excuus maar even aanbieden. Ook thuiswerken is niet helemaal meer wat het geweest is… 

Project twee…

Vorig jaar besloten we net als drie kwart van Nederland, de tuin op te knappen. Nog voor Corona ons leven beheerste waren we al door onze tuinset gezakt en daarmee was de eerste stap gezet. De set, die inmiddels al meer dan 10 jaar stond was drastisch aan vervanging toe. We waren het er over eens dat we weer zo’n zelfde set wilden maar die was gek genoeg nergens meer te verkrijgen. Daarmee was project één geboren. Maar omdat een aantal zaken langer op zich liet wachten door corona werd project één vanzelf project twee. 

Het begon dus met een zoektocht naar een fijne loungeset. Zo eentje waar je ook daadwerkelijk comfortabel een paar uur in kunt vertoeven. Toen we deze eenmaal gevonden hadden konden we de vuurtafel, die eigenlijk bij een andere tuinset hoorde niet laten staan. Met een rib minder maar met een vriend zo happy togen we terug naar huis. Hij blij met zijn vuur en ik kan marshmallows roosteren zonder de BBQ aan te steken. Ik zeg: win-win!!

Als het alleen hierbij zou blijven dan was het project geslaagd. Het komt door de bamboe schuttingen die we perse wilden hebben. Deze zou namelijk mooi staan achter de palmboom die we inmiddels ook al hadden aangeschaft. Maar juist dit onderdeel gooide roet in het eten. Normaal zouden ze bij elk gerespecteerd tuincentrum leverbaar zijn en nu lieten ze een kleine acht maanden op zich wachten. We hadden een tussenoplossing bedacht en daarmee kwam project tuin op een lager pitje te staan. 

Eigenlijk was ik de bamboe schutting alweer helemaal vergeten toen we plots een belletje van de leverancier kregen. “Deze week kunnen we ze dan eindelijk leveren…”

Het formaat zoals wij het wilden was natuurlijk niet leverbaar dus de heren gingen aan de klus. Hier en daar moesten ze wat zagen en inkorten. De omlijsting kreeg nog een lik vernis. Het geheel zag er nu al super leuk uit. De verdere aankleding volgden in de weken er op. Om het af te maken wilde ik er een plantenbak voor hebben. Vind er maar eens een die aan mijn eis voldoet, dat lukte niet. Daarop besloten we hem zelf in elkaar te knutselen. 

Dat had ook weer wat voeten in aarden, of liever gezegd wat splinters in de hand. Samen stonden we bamboestengels af te meten, door te zagen en te schroeven. Je snapt natuurlijk wel dat als wij iets willen we direct maar voor origineel gaan. Uiteindelijk heeft vriendlief een dag op zijn knieën gezeten. Niet om mij ten huwelijk te vragen maar om alle stukjes bamboe op onze eigen in elkaar gezette plantenbak te schroeven. 

In april waren we bijna wekelijks bij het plaatselijke tuincentrum te vinden. Maar einde van de maand was dan toch echt de laatste rit waarbij de grasjes, stenen en andere plantjes werden ingeslagen om de boel echt af te kunnen maken. 

Inmiddels zijn we een aantal weken verder en er zijn gelukkig al wat mooie dagen geweest waarbij we heerlijk van onze “nieuwe” tuin hebben kunnen genieten. Om de boel helemaal af te maken heeft vriendlief project drie bedacht. Nieuwe lampen voor binnen en buiten. Nu worden de planten en onze eigen “kunstwerken” verlicht in alle mogelijke kleuren die denkbaar zijn. 

De paden op de lanen in…

Een klein gelukje voor mij dat de boot nog niet te water is. Daarom ligt de verrekijker ook nog thuis en voor het grijpen. Toen de koude ochtendlucht begon op te trekken en de eerste zonnestralen zich langzaam lieten zien toog ik er op uit. De paden op de lanen in. Of nou ja, zoiets…  

Zodra ik de auto uitstap snuif ik de zilte zeelucht op die met vlagen mijn kant op komt. Geen idee hoe dat mogelijk is want ik bevind mij midden in de polder. Maar met de zeemeeuwen krassend boven mijn hoofd lijkt het net of ik mij op de parkeerplaats van een strand bevind. Er zijn meerdere paden die het gebied in gaan maar ik start bij het schelpenpad dat gevoelsmatig richting de niet bestaande duinen voert. 

Het gebied ken ik enkel van naam en locatie. Maar ik ben er nog nooit doorheen gelopen. Het is heel rustig op dit moment. Een hardloper en een wandelaar. Verder hoor ik alleen maar het gakken van de ganzen, de eenden en het gefluit van de vogels in de bomen.  

Aan boord heb ik altijd wat moeite met de verrekijker. De deining op het water in combinatie met het turen maakt mij binnen no-time zeeziek. Hier op het land is dat anders. Ik stel hem scherp op mijn eerste object, een rover in de boom. Gelukkig blijft hij zitten zodat ik wat kan klungelen en draaien om de boel scherp te krijgen. Het lukt daarna zelfs nog om met mijn telefoon een foto te maken door de verrekijker. (Hoezo slepen met je camera? Zo kan het ook hihi)

Daarna laat ik mij verrassen door de leuke slingerpaden en bruggetjes in dit mooie gebied. Het voert mij langs Hollandse wateren met eenden en hun kroost. Ik kom langs de “vogel”muur. Waar naar zeggen ijsvogels zitten. Die zie ik niet maar wordt uitbundig begroet door heel veel zwaluwen. Ik loop tot aan het bord waar staat dat ik niet verder mag en laat mij er tegenaan zakken. Vanuit hier heb ik door mijn verrekijker echt een prachtig zicht. Het lijkt wel 3D. Een tijd geniet ik van de vogels die af en aan en zelfs over mij heen vliegen. 

Ik ben op zoek naar het baardmannetje en de blauwborst die hier hun territorium hebben. Ik heb alleen geen idee waar. Wanneer ik een bocht om ben, vind ik tussen de bosjes het begin van een sprokkel-pad. Het is niet breder dan een halve meter en de boompjes zijn ook niet al te hoog. Waar voert dit pad naar toe? Iedere keer als ik denk dat de slinger ophoud gaat hij via een bocht of onder de bomen verder. Ik voel mij net Alice in Wonderland. Wanneer twee grote hazen links en rechts voorbij schieten is het beeld compleet. Aan het einde van het pad kom ik er achter dat dit de kabouterroute is. Leuk gevonden!

Via het schelpenpad kom ik weer bij het water en loop via de andere kant terug naar mijn auto. Op het einde waag ik mij van het gebaande pad en kom zo bij een stel loslopende koeien met kalfjes. Schattig!! Ik heb pas 3.5 km gelopen en nog niet alles gezien. Het gebied is dus groter dan ik dacht. Zeker de moeite waard om nog eens terug te komen. Want het baardmannetje en de blauwborst heb ik vandaag niet kunnen spotten.

Een weekend zoals geen ander…

Het is even geleden dat ik tijdens het weekend ook daadwerkelijk het gevoel had ook echt weekend te hebben. Een beetje alsof je een paar dagen van huis bent. Ja, daar leek het nog het meest op. Daarom is dit weekend er een voor in de boeken. Misschien komt het ook wel omdat de week er aan vooraf wat moeizaam en verdrietig verlopen is. 

Ik kreeg namelijk het trieste nieuws dat mijn lieve collega, na een strijd van twee jaar is overleden aan de gevolgen van kanker. Hoewel we het wisten kwam het nieuws geheel onverwachts aangezien we haar kort geleden nog gesproken hadden. Ze heeft toen helemaal niet door laten schemeren dat het minder goed met haar ging. Dat hakte er toch wel even in. 

Wanneer er op het werk slecht nieuws komt heb je elkaar om er over te praten. Maar nu we allemaal thuis werken is dat toch lastig. Uiteindelijk hebben we een digitale herdenking gehouden. Met foto’s en herinneringen. Ondanks dat het niet zo was als we zouden willen voelden het goed. Ze zou dit jaar met pensioen gegaan zijn om nog meer van haar gezin te kunnen genieten… Soms is het leven zo oneerlijk.

Door dit soort gebeurtenissen wordt je weer met twee benen op de grond gezet. En misschien besloot ik daarom wel extra te genieten van zo’n beetje alles om mij heen. Vrienden kwamen vrijdagavond op visite. Om de week af te sluiten en het weekend goed te beginnen namen ze een Indische Rijsttafel mee. We hebben tijdens het eten heel wat bijgekletst en wat afgelachen. Daar was ik echt even aan toe. Natuurlijk was er veel te veel eten. Maar oh wat was het lekker. Het was even terug in de tijd alsof ik aanschoof bij opa en oma aan tafel. 

Het was een korte nacht naar zaterdag. Die hierdoor sneller aanbrak dan gedacht. Maar ondanks dat toch redelijk uitgerust. Met de zon op onze knar besloten vriendlief en ik project twee, waarover later op mijn blog meer, verder af te maken. Dat was nog niet zo makkelijk. Maar met wat zaag, meet en timmerwerk kwamen we toch een heel eind. Uiteindelijk kon ik niks meer doen dus toog ik af naar stal terwijl vriendlief nog een lik verf over onze net-in-elkaar-gezette-plantenbak streek.

De middag bracht ik samen met een stalgenoot en onze paarden door op het gras. Hoewel het drukker met recreanten was dan anders in het gebied hadden wij er gelukkig geen last van. Terwijl de paarden zich te goed deden aan het gras genoten wij van de zon.

De zondagochtend begon sportief. Samen met mijn nichtje had ik een paddle date. De eerste tocht van dit jaar. Geen wind, maar wel zon. Wat was het heerlijk en wat had ik dit een hele winter gemist. We besloten om niet te snel van start te gaan dus na een uur SUPPEN hielden we het voor gezien. Oh ik heb nu al zin in meer.  

Bij thuiskomst was vriendlief alweer in de tuin bezig. Ik besloot hem te helpen met hier en daar een steen te “verleggen” en wat plantjes over te potten. Deze zonnige dag werd afgesloten met een winnende Max Verstappen, een kleine BBQ en een hete douche om de spieren te laten ontspannen. Klaar voor een nieuwe week. 

Project 1, het vervolg…

Eind vorig jaar maakten we een begin met het opschonen van de kasten en bergruimtes, tot het compleet leeghalen van de zolderkamer. Zelfs het behang moest er aan geloven. De kamer leek prompt een stuk ruimer dan ie was. En met de mooie wit gestucte muren zag het er al veelbelovend uit. Maar er moest nog wel eea gebeuren. De eerste weken van het nieuwe jaar waren alle winkels ook nog eens dicht.

Langsrijden bij de vloerenwinkel was er niet bij. Alles moest dus online gebeuren. En hoewel ik redelijk goed online kan shoppen is online een vloer uitzoeken best raar. 

Wat vloer betreft konden we het niet eens worden. Van uitbundig hoogpolig tapijt tot houten vlonders aan toe. Het stond allemaal leuk of was even afgrijselijk. Uiteindelijk vond Vriendlief een vloer die werd goedgekeurd. En nu de vloer eenmaal ligt ziet het er sjiek uit.

Maar wat moesten we nu toch met die smetteloos witte muren? Een kant van de kamer was niet zo’n probleem. De sauna zou al een groot gedeelte wegnemen. Maar de muur er recht tegenover is de muur die je als eerste ziet wanneer je de trap op loopt en waar je tegenaan kijkt vanuit de sauna. Een aantal mogelijkheden passeerden ook nu weer de revue. Mooie planken met accessoires. Fotobehang, iets met steenstrips of hout of beide? De mogelijkheden waren eindeloos.

Uiteindelijk kozen we voor een muurschildering. Dat zou pas origineel zijn en ook nog eens helemaal naar onze eigen wens ingevuld kunnen worden. Toen we een foto vonden met het uitzicht op berg en zee vanaf “ons” balkon waren we om. Net alsof we op vakantie zijn in een zonnig oord. Via via kwam ik in contact met Annemarie Zoutewelle. Ze tovert complete muren om tot waren kunstwerken. Binnen of buiten, groot of klein het maakt haar niet uit. We maakten een afspraak om te kijken of, wat wij in gedachten hadden, kon worden uitgewerkt.

Een week of twee later begon ze met schilderen. Ze begon met een opzet van maar een paar lijnen waarmee ik de muur al zag veranderen. Aan het einde van de dag lag de kamer bezaaid met kwasten, penselen, doeken, potjes en heel veel verschillende kleuren verf. Iedere keer als ik kwam kijken stond er iets nieuws bij. De muur kwam beetje voor beetje meer tot leven.

Na dag twee was ik al lyrisch over het resultaat. Maar Annemarie vertelde dat ze nog helemaal niet klaar was. Er moesten nog diverse details een toegevoegd worden. Meer bladeren links van het balkon en er verschenen zelfs baaien en dorpjes aan de voet van de berg. Het doel was diepte in het schilderij zodat de kleine kamer ruimtelijker oogt. Je zou het gevoel moeten krijgen dat je vanuit de sauna het balkon op kan stappen. Alsof de kleine kamer helemaal niet zou bestaan. 

Aan het einde van dag drie werd de laatste penseelstreek gezet. Op de foto’s hieronder is niet eens goed te zien hoe fantastisch het eindresultaat is geworden. Soms, met invallend licht, lijkt het zelfs wel 3D. En met het bezorgen van de sauna, diezelfde dag, kwam er een einde aan dit project. De kamer moet nog wat aankleding krijgen maar we zijn er nu al heel erg blij mee.

De hel van Tjideng…

Het boek “Lichter dan ik” las ik binnen twee avonden uit. Ik vond het zo’n bijzonder boek dat ik er een blog over schreef. Vervolgens kwam mijn vriendin met twee nieuwe boeken die misschien ook wel wat voor mij zouden zijn. 

Beide boeken zijn persoonlijke verslagen van de tijd die zich rond de tweede wereldoorlog in Nederlands Indie heeft afgespeeld. In 1942 kwam Batavia onder controle van de Japanners en een deel van de stad werd als kamp gebruikt voor het interneren van Europese (vaak Nederlandse) vrouwen en kinderen. “De hel van Tjideng, een persoonlijk verslag van een Jappenkamp.” is het boek waarin ik besluit te beginnen. 

Toegegeven, de titel nodigt niet echt uit om er eens fijn voor te gaan zitten. De kaft toont een zwart wit foto waarop een rij met buigende vrouwen te zien is. Waarvan ik later begreep dat dit het dagelijkse appèl was van de ruim tienduizend vrouwen die in een paar straten bijeengedreven waren en moesten zien te overleven onder leiding van kampcommandant Sonei. 

“We moeten ons opstellen in rijen van tien, met ons gezicht naar Japan, de pink op de naad van de broek. En zwijgen. Ook de kleintjes. Wanneer Sonei er aankomt roept ze “Keirei” (buigt). We moeten dan op commando precies tegelijk buigen onder een hoek van 20 graden. Pas als we “Naore” horen mogen we weer omhoog komen. (soms pas uren later)” 

Dit boek verteld de overlevingsstrijd van Beb Lengkeek. Beb reist in 1939 haar verloofde Dick achterna die eerder in de jaren 30 werk vond in Nederlands Indie. Twee jaar later nemen de Japanse troepen Java in. Beb is op dat moment zwanger van hun dochtertje en komt in het kamp Tjideng terecht. Gescheiden van Dick, met wie ze inmiddels is getrouwd, moet ze het alleen, samen met duizenden andere vrouwen, zien te redden.  

Over WOII is heel veel geschreven. Een aantal van deze veelal fictieve en soms op waarheid gebaseerde verhalen heb ik gelezen. Ze gingen allemaal over de Duitse concentratiekampen, de Joden of de bombardementen in Rotterdam. Nooit eerder las ik iets over de vreselijke gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld. Alle dieptepunten komen in dit boek voorbij. Langzame uithongering, ernstige lichamelijke en geestelijke mishandeling, urenlange appèls, overbevolking in de te kleine huizen en straten, slechte hygiene, zware lichamelijke arbeid en de dood. 

“Ik verdeel wat ik heb zorgvuldig onder de mensen die het hardst eten nodig hebben. Daarna is er echt totaal niks meer. Ik ben klaar om te sterven.”

Met de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 kwam er een einde aan deze hel. Maar voor velen was dit te laat. 

Tussen de regels door lees ik een aantal bekende plaatsen en ook wordt het Tjikinie ziekenhuis meermaals genoemd. Een bijzonder detail want mijn oma heeft daar gewerkt. Echter pas na de oorlog. De kans is dus heel klein dat ze Beb daar is ooit is tegengekomen. 

De hel van Tjideng is niet geromantiseerd en het is ook geen mooi boek. Elise Lengkeek laat je door de ogen van Beb de gruwelen zien van een waargebeurd, rauw en pijnlijk verleden. Waarbij vele vrouwen in deze hel verbleven en ook nog eens gescheiden werden van hun familie, geliefden en vaak ook van hun, nog veel te jonge kinderen. De vraag was niet wanneer, maar of je elkaar ooit nog terug zou zien. 

Waar is Poownie?

Poownie heeft mij zien aankomen en staat al bij het hek te wachten. Op de planning staat vandaag een “hapje stapje”. Of te wel een stukje wandelen met om de paar passen een hap gras. Vergelijk het maar met een diner dansant. Daar kun je hem namelijk heel blij mee maken. Met het diner bedoel ik dan. De route is een ronde om de plas. Ik hoop alleen dat we niet veel mensen tegen gaan komen. Poownie heeft net voor onze date nog even lekker door het natte zand gerold en ziet er dus niet uit. 

Het is de gewoonte geworden om hem alvast los te laten op het voorterrein. Daar scharrelt hij rond. Besnuffelt hier en daar wat, jaagt de kat de stuipen op het lijf of staat door het hek heen heimelijk naar het gras te loeren. Voor we gaan duik ik nog even het hooi-hok in, om alvast een zak te vullen. Alsof ik aan het apenkooien ben klauter ik over de balen. Poownie staat verwachtingsvol achter mij op zijn eten te wachten. 

Blijkbaar doe ik er te lang over, want als ik mij omdraai is hij verdwenen. Wanneer ik mijn hoofd vergenoeg naar buitensteek zie ik hem nergens. Het hek zit dicht en ik heb hem ook niet langs het hok horen lopen. Terug de paddock in kan ook niet want het hek heb ik achter hem dicht gedaan, toch?? Snel werp ik vanaf mijn hooibalentroon een blik in de paddock en zie alle paarden maar geen Poownie. 

Als ik naar links kijk krijg ik de schrik van mijn leven. De punt van zijn staart bungelt nog net buiten de deur. Hij is, in zijn geheel, de “zadelkamer” ingelopen. Dus eerst het trappetje op en daarna, door een gewone deur naar binnen gegaan. Hoe dan? Op zijn tenen? Ik heb er niks van gehoord. De zadelkamer is totaal niet berekend op het gestommel van een paard. Alle “worst-kaasscenario’s” schieten door mijn hoofd. Straks zakt ie door de vloer! Moet de brandweer hem eruit zagen! Of breekt ie in paniek de hele muur eruit. Wat als, wat als…

Voorzichtig, om hem niet te laten schrikken loop ik er naar toe. Hij staat verdorie op zijn gemak zijn avondeten naar binnen te schranzen. Zonder schroom kijkt hij mij aan, alsof het mijn eigen fout is dat ik de emmer daar heb neergezet. Ik wurm mij langs zijn achterwerk die de deur blokkeert en zet hem daarna in zijn achteruit. De deur deur en voorzichtig het trappetje af. Gelukkig gaat alles zonder problemen en staan we samen weer buiten. Hij verontwaardigd. Ik met tien nieuwe grijze haren extra. 

Heel even moet ik op adem komen maar besluit dan toch maar aan de wandeling te beginnen. Snel grijp ik mijn plu mee, want de lucht in de verte spreekt boekdelen. Ook dat nog! Alsof er niks aan de hand is wandelt Poownie naast mij mee. Eten uit een emmer, of verse grasjes, liefde gaat nu eenmaal door de maag. Als we op de helft van de route zijn komt mijn paraplu goed van pas. 

Het grazende geluid van Poownie in combinatie met de dansende druppels op mijn paraplu is bijna hypnotiserend. Al grazend en wandelend komen we aan het einde van het pad. Het is opgehouden met regenen. De laatste tien minuten wandelen we terug naar stal. Poownie is voldaan en ik ben gelukkig weer helemaal zen.