Intermittent Fasting, het vervolg…

Een hongergevoel is een rot gevoel en het is makkelijk te stillen omdat er altijd en overal wel iets te eten is. Maar steeds maar wat eten is ook niet gezond. Dit is een van de (vele) redenen waarom ik begonnen ben met Intermittent Fasting (IF). Ik had het niet verwacht maar inmiddels ben ik al 3 maanden onderweg. Lees hier deel 1: het waarom, 2: de eerste 3 dagen en 3: de rest van de week. Zo bewust met niet eten bezig zijn heb ik nog nooit zo lang volgehouden. Het is leuk om steeds meer te ontdekken en op te merken bij mijzelf. 

De eerste twee weken zocht ik naar een goede balans tussen het verschuiven van mijn maaltijd, minder eten maar toch voldoende calorieën binnen krijgen. Mijn honger gevoel nam steeds verder af. Na mijn lunch van twee boterhammen zat ik al vol, maar at ik veel te weinig. Dat staat leuk op de weegschaal maar gezond is anders. Door hier en daar te schuiven krijg ik nu toch voldoende binnen. Zonder een overvol gevoel aan het begin van de middag of licht in mijn hoofd te worden aan het einde van de dag. 

In week drie kwamen mijn maag en gevoel meer op 1 lijn. De scherpe randjes van het roepen van mijn maag gingen er af. Ik ben niet meer bezig met wanneer ik mag eten. Ik voel mij niet chagrijnig als ik later eet dan anders. Geen hangry-buien!! Mijn lichaam weet dat het gevoed wordt, al is het iets later. 

IF is echt een heel mooie methode om te leren luisteren naar je lichaam. Ik heb het verschil leren voelen tussen daadwerkelijk honger hebben en dus moeten eten of wanneer ik trek heb en daarom wat wil snaaien. Een gezonde keuze maken wordt hierdoor steeds makkelijker. Ook een voedingsswitch maken lukt beter. Ik eet nu bruinbrood. Drink meer water en ben bijna gestopt met koffie. Mijn snacks zijn gezonde zaden, nootjes en pitten in plaats van chips en koek. Ik heb de zoete aardappels ontdekt en eet meer groentes. Ik heb nog nooit zo van mijn avondeten genoten als de afgelopen maanden. Alles, maar dan ook echt alles, smaakt zoveel lekkerder. Alleen daarom al kan ik je aanraden om te gaan vasten. 

Het minderen van suiker en melk in mijn koffie leek een logisch stap. Maar echt, ik kreeg het niet weg. De trek nam ook rap af. Daarom heb ik besloten om de koffie in de ochtend maar gewoon te skippen. Mijn eerste bakkie drink ik pas zodra ik stop met vasten en die smaakt mij toch lekker!! Zelfs de cappuccino op het werk smaakt goddelijk. Ik ben begonnen met het drinken van verse gember thee. Dat is een prima vervanger voor koffie en smaakt ook goed. 

Na zes weken was mijn interesse in snoep en chips praktisch helemaal weg. En na drie maanden eigenijk nog steeds. Zelfs in de winkel kan ik zonder te watertanden langs het snoepvak of de bakker. Ik ontzeg het mij niet maar probeer beter te kijken naar wat ik eet. Zeker nu ik zo goed bezig ben vind ik het zonde om klakkeloos en zonder doel dan enkel maar iets te knagen, snoep naar binnen te schuiven. 

Door niet te snacken ben ik inmiddels 3 kg kwijt. Het was niet mijn doel, maar toch mooi meegenomen. 

Familie weekend…

Begin oktober stond het familieweekend met mijn schoonfamilie gepland. Eigenlijk vorig jaar lente al, maar Corona-lockdown en dus verschoven naar herfst dit jaar. Met een groep van een kleine 40 man, was het een gezellige chaos. Het moet gezegd: die familie weet wel hoe ze uitjes moeten plannen en aankleden. De locatie: 6 huisjes bij Port Zelande. Waarbij Opa’s en Oma’s een huisje deelden. Neven en nichten met kleine kinderen samen zaten en ook de pubers hun eigen stek hadden. 

En dat laatste huisje was tevens het meest bezochte huisje. Neef J. had namelijk een heuse biertap(bar) geïnstalleerd. Er kon naar hartelust getapt worden. Dat liet niet alleen de jeugd zich een tweede keer zeggen. Aan het einde van het weekend kon je met de alcoholwalm die daar hing zo’n beetje alles desinfecteren. Het leek wel een kroeg.

De laatste keer dat wij mee waren was in 2013. De gemiddelde leeftijd van de kids was toen tussen de 6 en 10. Waarin een hoop om hen draaide. Dat was nu wel anders. De gemiddelde leeftijd nu is tussen 14 en 18. Die hebben hun ouders echt niet meer nodig voor vermaak. Nou, bijna niet meer. Want er moest nog wel ff getaxi’t worden naar een of andere “disco”, die voor hun op zaterdagavond in de planning stond. 

Iedere dag was er een activiteit gepland. Waarbij we de vrijdag, en dus het bijklets- en taarten eetmoment moesten overslaan. We kwamen pas op zaterdagochtend aan. Een hoop familie hadden we al een tijd niet meer gezien. Dat gold ook voor zoonlief. Toch was er direct een klik. Kamers en bedden werden geruild en nog voor de lunch stonden ze met elkaar pannenkoeken te bakken. 

De middag was gereserveerd voor de bodyslide. Een glijbaan van 8 meter waarbij je gelanceerd wordt in het water. In de lucht zwaai je nog even charmant naar de toeschouwers en daarna maak je een gracieuze duik. Ik daarentegen kwam als een zak aardappelen naar beneden. Maaide met wat ledematen in het luchtledige om vervolgens, heel onhandig, als een steen op het water te vallen. Kei leuk man!!

Na de glij- en valpartijen konden we vervolgens bijtanken op de bowlingbaan om bij terugkomst getrakteerd te worden op een BBQ die de opa’s al aan het voorbereiden waren. Nadat de pubers opgedoft en al vertrokken waren hadden wij hun huis voor ons “alleen”. Onder het genot van een hapje en een drankje kletsten we gezellig met iedereen bij en werden er herinneringen aan heel lang geleden opgehaald.

De volgende ochtend stond oom G. alweer vroeg aan de deur met verse broodjes en croissants. Helaas viel het blowkarten door de regen en geen wind in het water. Maar we konden wel een plek reserveren in de adventure dome, waar we in blacklight naar harte lust konden klimmen en klauteren.

Als afsluiting aten we de restanten taart, soep, broodjes en BBQ en ruimden met elkaar de huisjes op. Einde van de dag namen we afscheid. Hoewel mijn lichaam mij vertelde dat 2 dagen lang genoeg was vond ik het eigenlijk veel te kort. Ik had nog niet eens met iedereen bij kunnen praten en er was nog zoveel leuks te doen. 

Zo’n feestelijk weekend met zoveel mensen hakt er na 1.5 jaar “coronastilte” echt wel in. Ik heb een volle week nodig gehad om bij te komen. Familie bedankt voor deze mooie dagen. Enne, volgend voorjaar zien we elkaar “op het water”!!

IF, de rest van de week…

Hier lees je waarom ik met IF begonnen ben. Samengevat vooral om mijn maag wat meer rust te gunnen. Zodat mijn lichaam tijd heeft om andere processen beter te reguleren en te herstellen. Hier lees je mijn eerste 3 dagen.

Dag 4: ik heb het zwaar deze ochtend. Ik begon zonder probleem maar voor het eerst deze week kijk ik om 09.30 uur al uit naar mijn lunch. Ik ga niet van mijn stokje, maar mijn maag is mij flink op de proef aan het stellen. Tot overmaat van ramp is de koffie op het werk, met maar een ietsiepietsie melk en suiker ook nog eens niet te drinken. Thuis zit er tenminste nog koffiesmaak aan. Ik snap nu de term: bakkie slootwater wat beter, dit komt heel dicht in de buurt. 

Ik ben aan het afkicken van eten en krijg daarom ook minder suikers binnen. Als ik in plaats van de cappuccino met suiker dus een bak slootwater neem, gaat een deel van mijn lichaam in een hoekje staan mokken als een klein kind. Ik laat het even voor wat het is en begin aan mijn werk. Mijn lichaam draait (hopelijk) vanzelf bij. Wel ervaar ik voor het eerst aan het einde van de dag wat hoofdpijn. Dat zijn mogelijk de ontwenningsverschijnselen. Ik besluit de volgende dag wat meer water te drinken. 

Dag 5 gaat, mede door de drukte op mijn werk, als een trein voorbij. Mijn maag protesteert iets minder. Ik heb geen behoefte aan snoep, koek of wat dan ook. Zou het echt zo snel wennen? Ik gok er niet al te veel op. Het kan zomaar een afleidingsmanoeuvre van mijn lichaam en geest zijn om mij straks weer 180 graden de andere kant op te laten gaan. Maar ook het einde van de dag en avond kom ik prima door. Ik ga ruim 2 uur later dan anders naar bed en nog steeds geen trek in zoetigheid. Terwijl vriendlief, zonder schroom, van alles voor mijn neus naar binnen propt. “Ik ben sterk! Ik kan dit!” 

Dag 6 start zowaar nog beter dan 5. Ik ga vroeg op pad en ben rond 12.00 uur weer thuis voor de lunch. Met alleen maar een paar glazen water en een bak koffie achter mijn kiezen had ik verwacht flinke honger te hebben. Ik heb enkel grote trek. Mijn lunch bestaat nog steeds uit maar twee (goed belegde, dat wel) bruine boterhammen en fruit. Voor later op de dag heb ik een ongezouten notenmix en wat snackgroenten voor handen. Maar echt trek heb ik niet. 

Dag 7 voelt als een verlengde van 6. Nog steeds zit er een duiveltje op mijn schouder die om de paar uur roept: We hebben nog koekjes!! Ik ga heel bewust te raden bij mijzelf: “Heb ik honger? Heb ik trek?” Iedere keer is dat antwoord nee en nee. 

Na een week IF zijn mij een paar dingen opgevallen. Het lijkt of de smaakpapillen zich verfijnt hebben. Alles wat ik eet is intenser en zoeter van smaak. Ik voel mij lichter. Leger, dat ook, maar vooral niet zo opgeblazen. Nu al! Ik slaap rustiger en mijn hartslag is lager. Allemaal terug te zien via mijn horloge. Terwijl afvallen niet mijn hoofddoel is ben ik al 1.5 kg kwijt. Ik moet er wel op letten voldoende calorieren binnen te krijgen. Is het mij mee gevallen? 100%. Ga ik er mee door? Zeer zeker!!

Intermittent fasting…

Oké, deze term heb ik vaker voorbij zien komen. Ik heb er nooit heel veel tijd aan besteed om uit te vogelen wat het precies is. Vasten zelf is al een eeuwenoud gebruik. Dat doen mensen met Ramadan of vanuit andere geloofsovertuigingen. Mensen die ziek zijn, of die willen afvallen… Maar ik? Nee, eten en Deb gaan hand in hand. Dus geen haar op mijn hoofd die het nodig vond om hier meer over te weten te komen. Never change a winning team!!

Maar waren mijn geest, lichaam en ik wel zo’n winning team? De laatste paar maanden zit ik nu niet zo heel erg lekker in mijn vel. Ondervind ik diverse lichamelijke kwalen en mijn hormoonhuishouding lijkt hier en daar al enige tijd verstoord. Met het ouder worden veranderd er uiteraard ook van alles. Toch blijft er iets aan mij knagen, en nee niet mijn lege maag, dat dit niet alles is. 

Toen las ik het blog van Levensjutters. Ze gaf mij het zetje dat ik nodig had. Ik besloot mij er toch eens in te verdiepen. Waar het op neerkomt is dat je het tijdsframe van wanneer je eet verkleind. Dus geen drie maaltijden en tig tussendoortjes. Je eet wat je moet/wil eten in een kortere periode. Hierdoor heeft je lichaam een langere periode rust en daardoor tijd om andere zaken in je lichaam weer op orde te brengen. Zaken waar het anders niet aan toekomt. Misschien wel de reden waarom ik mij soms zo moe, vol en opgeblazen voel.

Intermittent fasting (IF) wordt ingezet om af te vallen, je energieker te voelen, beter te slapen en (chronische) ziektes te voorkomen. Nu is afvallen niet de opzet van mijn plan. Toegegeven, het is een mooie bijkomstigheid. Wat voor mij doorslaggevend is, is dat vasten van invloed is op herstelprocessen, je genen en hormoonhuishouding. Met name insuline, dat er voor zorgt dat je bloedsuikerspiegel weer daalt. Hoe lager de insuline hoe beter je vetten kunt verbranden. Minder pieken en dalen. Meer rust voor je maag en darmen (die weer communiceren met de hersens). De lijst met voordelen lijkt oneindig.

Er zijn veel schema’s te vinden en ik zag dat ik al geregeld deze weg bewandel. Ik sla soms mijn ontbijt over omdat ik geen honger heb. Het probleem is alleen mijn inname aan snackie’s tussendoor. Eigenlijk eet ik de hele dag. Als ik de snacks op de avond nu eens weglaat? Dus na, laten we zeggen 20.00 uur, niks meer eten. Ik schuif mijn ontbijt op naar de lunch van 12 uur en drink enkel nog water, thee en koffie? Dan zou ik al “voldoen” aan het 16/8 schema. Ik kan nog een buffer inbouwen door de klok van 20 naar 22 uur te verplaatsen bij echte honger. Of mijn lunch iets te vervroegen naar 11.00 uur. Klinkt als te doen!

Ik wil niet al te streng zijn, maar ik wil dit wel serieus een kans geven. Dus besloot ik te starten in het weekend. Want dan pak je de voordelen terwijl je lekker ligt te slapen. Win/win. Natuurlijk moet ik ook mijn inname aan voedsel onder de loep gaan nemen. Het heeft geen nut om te vasten als je daarna alleen maar troep wegwerkt. Stapje voor stapje! Ik ben benieuwd hoe mij dit gaat bevallen. Lezers: fasten your seatbelts, ik ga jullie meenemen op mijn “vasten-reis”…

Regenval in de polder…

Poownie herkent het geluid van mijn auto al een tijd. Op stal staat hij dan al bij het hek van de paddock op mij te wachten. Maar nu herkent hij ook de vorm of de kleur. Het zal mij niets verbazen dat ie het merk op zou kunnen noemen als ie kon praten. Ik sta mij, achter de auto dus uit zijn zichtsveld, in mijn regenpak te wurmen als hij van achter uit de wei aan komt wandelen. Zijn graasmaten laat hij achter. Ondanks het shit weer kan ik een glimlach niet onderdrukken. 

Geloof mij, lieve lezer, het is wel eens anders geweest. Poownie heeft mij in zijn jongere jaren heel wat kilometers achter zich aan laten lopen. Op het moment dat ik hem bijna te pakken had, zette hij een drafje in naar de andere uithoek van de wei. Als ik dan weer in de buurt kwam rende hij met zijn neus en staart in lucht terug naar het hek van diezelfde wei. “Pak mij dan, als je kan, je kunt mij toch niet pakken!” Dit herhaalde zich een stuk of 10 keer. Als ik toen een stappenteller had was ik met 1 bezoek aan Poownie al aan mijn doelen voor die hele week gekomen.

Maar we worden allemaal wat ouder, wijzer zou ik niet willen zeggen maar wel rustiger. Alhoewel, misschien ook dat niet eens. Laat ik het er maar op houden dat Poownie snapt dat als hij rondjes blijft rennen ik na twee rondjes gewoon weer wegga. Dan heeft hij geen snoepje, boterham, appel of wat voor lekkers dan ook. En dat is onacceptabel. Kijk, ik zou best willen geloven dat hij voor mij naar het hek komt lopen, maar zoals we allemaal weten: liefde gaat door de maag. 

Terwijl de regen eindeloos traag uit de hemel komt vallen sta ik met mijn laarsjes in de zompige berm. De berm die uitzicht geeft op onze eigen wei. De berm met super malse grassprieten, en de kruidigste onkruidjes die er maar te vinden zijn. Dit weet ik allemaal dankzij mijn planten-app. (Heel handig!!) Nu onze wei wat schraler aan het worden is neem ik hem zo nu en dan eens mee uit grazen. En je kunt hem niet blijer maken. In zijn ogen is dit vele malen leuker dan wandelen.

Er groeit hier werkelijk van alles. Rode-, witte-, smalle rol- en akkerhoning klaver. Die laatste is bijvoorbeeld weer goed voor de doorbloeding, werkt bloedzuiverend en is ondersteunend bij de werking van de lymfe. Er groeit ook luzerne, met zijn prachtige paarse bloemetjes. Ook heel gezond met veel eiwitten en vitamines. Er groeit zelfs kamille. Volgens de app is dit de stinkende variant. Ik ruik niks vies aan dit plantje. Poownie kiest met smaak zijn maaltijd bij elkaar. 

Ik ben blij dat ik mij in een regenpak gehesen heb. Het is namelijk nog niet gestopt met regen. Sterker nog, het is harder gaan regenen. Met mijn capuchon op klinkt de vallende regen een stuk gezelliger. Er is verder niemand te bekennen. De verlatenheid en rust die er hangt is een weldaad voor mijn geest. 

Poownie’s brunch duurt ongeveer een uur. Dan is hij er wel klaar mee. Via de andere groenstrook wandelen we, nog steeds in de regen, terug naar de wei. Voldaan en met een volle buik loopt hij zuchtend bij mij vandaan terug naar zijn maten achter in het land.

Oostenrijks avondje…

Terwijl bijna iedereen al terug is hebben wij nog lekker twee weken vakantie. De eerste dag begint direct al goed. Eerder die week ontvingen we een uitnodiging van tante: “Kunnen jullie zaterdag ook? Dan maken we er een Oostenrijks avondje van!” Daar hebben we er iets te veel van moeten missen het afgelopen jaar dus onze toezegging volgt direct. Op zoonlief na, die een feestje met zijn maten had, was de groep zo goed als compleet. 

Een zomer- en een wintersportvakantie is ons door corona door onze neus geboord en ook de gezellige avondjes samen hadden we al heel lang niet meer met de complete groep gehad. We zagen elkaar zo nu en dan wel maar de groep is sinds vorig jaar zomer niet meer bij elkaar geweest. Omdat het (eindelijk weer) kan en ik het toch ook heel erg gemist heb, kijk ik er reikhalzend naar uit. 

Al bij binnenkomst sieren “Oostenrijkse” hapjes en drankjes de tafel. Laat dat maar aan tante over. Het is buiten 25 graden maar om vast in de stemming te komen proosten we met snaps en gurkentalhr. +25 of -10, bij de liefhebbers gaat dat er altijd wel in. Oostenrijkse koekjes, cakejes, pretzels, Mozart kuglen, het lag er allemaal. Het voelde een beetje als après-skiën na een dag op de besneeuwde berg doorgebracht te hebben.  

Tijdens de wintersportweek lunchen we altijd ergens op de berg. Bij een van de restaurants worden halve haantjes van het spit geserveerd. Niet dat ik dat lekker vind. Maar vriendlief des te meer. Steevast grijpt hij mis. Of ze zijn al op voor we boven zijn. Of ze zijn die week, om wat voor reden dan ook, niet leverbaar. Het is iedere keer wel wat. Dus ligt er deze avond kip op de BBQ. Maar we beginnen met een goulashsoep aangevuld met salade en aardappel rösti. Het enige wat ik nog mis is de kren (mierikswortel). Gelukkig maar!

Tussen het eten door halen we herinneringen op aan onze eerste vakanties samen. De eerste is inmiddels alweer 10 jaar geleden. Toen was de groep nog veel groter dan nu. Sommige momenten was ik alweer helemaal vergeten. Met leuke anekdotes word ik teruggevoerd naar dat ene moment. Sommige herinneringen staan op mijn netvlies gebrand. Dat waren echt hilarische momenten en de tranen lopen alweer over mijn wangen van het lachen. Een grap of val op de piste die bij toeval gefilmd is, of het per abuis afbreken van zoonliefs skistok. Een domme actie met het snowboard of het losklikken van andermans bindingen. Ach, je had er bij moeten zijn. 

Na het eten gaat de vuurtafel aan en onder het genot van koffie, ijs en nog vele andere versnaperingen maken we de avond vol. De sfeer, het eten en goed gezelschap is in ieder geval een heerlijke ontspannen start van onze “zomervakantie”. Maar door te praten over alle voorgaande vakanties krijg ik wel heel erg veel zin in een nieuwe vakantie.

Gelukkig is de wintersportweek alweer geboekt. Nu hopen dat Corona voldoende onder controle is dat we weer een volle week kunnen genieten in de bergen. Omdat we vorig jaar ook onze zomervakantie met elkaar hebben moeten annuleren hoop ik dat we die ook nog eens in kunnen halen. Binnenkort eens een datum prikken om te peilen of daar bij de rest ook (nog) interesse in is.

Zo goed als nieuw…

“Ooh shit” roep ik als ik een pot met groenten “op zuur” uit mijn handen laat vallen in het midden van de keuken. Het glas splintert in 101 stukjes uiteen. De vlek breid zich op zijn gemak uit met hier en daar een extra spetter achterlatend. Zo goed en zo kwaad als ik kan schraap ik het glaswerk en de groenten bij elkaar. Daarna dep ik het vocht op en dweil de keukenvloer verder af. Om vervolgens te constateren dat ik of niet snel genoeg gewerkt heb of het spul zo chemisch, alkalisch whatever is dat het direct is ingetrokken. 

“Oooh shit…” roep ik nog een keer. Gevolgd door nog een aantal flinke krachtthermen. De doffe vlek siert onze vloer in het midden van de keuken. Dit is inmiddels niet de eerste oog ontsierende vlek of kras meer. Maar toch baal ik er vreselijk van. We moesten maar eens opzoek naar een mannetje voor de vloer. 

Toen wij hier net kwamen wonen hebben we door een bedrijf, gespecialiseerd in natuurstenen vloeren, onze vloer helemaal laten oppoetsen. Hij kwam met zo’n grote machine waarbij hij de hele vloer “dweilde”. Nadien zag het er spiegeltje glad en glanzend uit. Prachtig mooi. Nu, 14 jaar verder, mag het dus wel weer een keer. 

Na wat zoekwerk kwamen we uit bij een bedrijf die deze klus wel op zich wilde nemen. Tijdens de vakantieperiode was ik even bang dat we achter het net zouden vissen. Maar we hadden geluk. Binnen afzienbare tijd kon hij al bij ons aan de slag. Wel had hij een verzoek om de hele kamer leeg te halen. Want hij had niet 1 maar 2 grote boenmachines waarmee hij de vloer zou behandelen. 

Dat was nog wel even een dingetje. Een hoop spullen zouden we naar boven kunnen brengen. Maar de grotere meubels zouden toch wel voor een probleem zorgen. Een dag mooi weer was onze hoop, de tuin onze redding! En zo geschiedde. De complete inboedel stond vanaf ’s morgens vroeg in de tuin. Inclusief Groene draak met al zijn toebehoren. Het was een grote bende en tegelijk zag het er zo grappig uit om alles daar te zien staan. 

De beste man had er een dag voor nodig. Nou toegegeven, als hij niet zo praatgraag was en ik niet zo veel wilde weten, (Waarom?? En hoe dan? En waarmee??) was hij waarschijnlijk drie uur eerder klaar geweest. Ik kreeg een complete workshop over vloeren boenen en polijsten. Hij liet mij zien waarmee hij de bovenste laag van te tegels afhaalde en met wat voor soort materiaal hij de boel weer ging oppoetsen. Gevolgd door hoe ik het beste kon dweilen en welke zeep ik wel en vooral niet moet gaan gebruiken. Groene zeep jongens!! Gewoon ouderwetse groene zeep!!

Draak, die naast de openslaande deuren in de tuin stond, kon de boel goed in de gaten houden. Hij vond het dan ook nodig om af en toe iets te roepen. Waarschijnlijk zoiets als: schiet eens op, ik wil terug naar binnen. 

Aan het einde van de middag lag onze vloer er weer helemaal spik en span bij. Het leek wel een ijsbaan die net gedweild was. Voorzichtig, want krassen zijn not done de eerste paar weken, zetten we de meubels weer op hun plek. Wij kunnen er weer een jaartje of tien tegenaan. 

Een botsing met het verleden…

Gedesoriënteerd word ik wakker. In korte tijd ben ik meerdere keren in slaap gevallen. Niet even weggedommeld maar echt in slaap gevallen. In die korte tijd ben ik ook even abrupt weer wakker geschrokken. Iedere keer droomde ik over iets anders. Allemaal hadden ze 1 ding met elkaar gemeen. Vriendschap, familie en de dood. Het verdriet van het verlies van familieleden ligt achter mij. Maar soms botsen we onverwachts tegen elkaar op en het gevoel doorboort mij gewetenloos.  

Wanneer de sluier tussen de droomwereld en het ontwaken op zijn dunst is blijven de ervaringen het meeste kleven. Het is alsof al deze momenten, die waarschijnlijk maar enkele seconden hebben geduurd, echt gebeurd zijn. Mijn hele wezen lijkt daadwerkelijk daar aanwezig te zijn. Het is zo echt dat ik bij het ontwaken nog een vleug van de geur uit mijn dromen op kan snuiven. Het gevoel dat sommige gebeurtenissen in het leven onomkeerbaar zijn heeft zijn stempel voor de rest van de dag gedrukt.

Als ik voor een derde keer geschokt wakker word besluit ik niet opnieuw in slaap te vallen. Drie keer geconfronteerd te worden met het verleden en beseffen dat ze er niet meer zijn is genoeg! Ik spring uit bed en loop linea recta naar de badkamer. Stap half slaperig onder de douche om enigszins het leven in mijn eigen lichaam terug te krijgen. Inmiddels weet ik dat ik dit gevoel, dat als een beklemmende deken om mij heen gedrapeerd hangt, de rest van de dag met mij mee zal dragen. 

Contact met gene zijde vind ik af en toe ook best fijn. Alsof de draadjes met onze dierbaren toch niet helemaal doorgesneden zijn. Maar zij zijn er niet meer en ik moet verder. Daarom doe ik echt mijn best om de dromen daar te laten waar ze horen, uit mijn hoofd en op mijn kussen en mij te richten op de dingen in het heden. Dat lijkt nog niet zo makkelijk. Na mijn, soort van, verkwikkende douche loop ik toch als een kip zonder kop door het huis. Ik vergeet dingen en ben er gewoon niet helemaal bij. 

Ik blijf niet lang thuis dralen maar begeef mij naar de wei. Op de wei en tussen de dieren hangt altijd een andere vibe. Ze staan veel beter in het hier en nu en net als hen moet ik ook gewoon even aarden. Zoals simpel poepscheppen en paarden borstelen. Samen met een vriendin en haar paard maken we een wandeling door de polder. De zon en wind waaien mijn hoofd leeg. De gesprekken met haar voeren mij weg van het aangeslagen gevoel. Wat overblijft is weemoedigheid en nostalgie. 

Als ik thuis kom voel ik mij weer een beetje heel. Alsof mijn geest terug in mijn lichaam is geland. Een andere omschrijving heb ik er niet voor. Ik weet wel dat ik mij de resterende dag niet moet bezighouden met serieuze zaken of discussies. De bovenverdieping poetsen en schoonmaken is een beter idee. Simpel werk zonder al te veel nadenken geeft de geest wat lucht. Verder houd ik het bij het lezen van een boek voor de ontspanning en ’s avonds een kort bezoekje aan de boot. 

Gelukkig heb ik ze niet vaak, dit soort botsingen met het verleden. Maar als ik ze heb, dan hakt het er genadeloos in.  

It’s alive…

De auto voor mij rijd op standje slak. Normaal pas ik altijd netjes mijn snelheid aan. Misschien is er wel een reden voor deze traagheid. Zit er een ziek persoon of dier in de auto waarbij iedere hobbel helse pijnen veroorzaakt bijvoorbeeld?! Uit ervaring weet ik hoe vervelend het is als jij daar mee te maken hebt maar andere mensen totaal geen rekening met je houden. Maar vandaag heb ik een soort van haast. Mijn wekker ging heus op tijd af. Maar een onvoorziene gebeurtenis gooide roet in het eten en dus in mijn planning.

Voor een keer trap ik het gaspedaal van Bruce eens flink in. Ik haal slak in met het tempo van zoef de haas en schuif daarna netjes weer terug naar mijn eigen weghelft. Op dat moment gebeuren er twee dingen. Mijn telefoon pingelt dat ik inmiddels onderweg zou moeten zijn naar mijn tweede afspraak van die dag en mijn gordel schiet vast. 

Dat eerste is lastig op te lossen. Ik kan de tijd niet terug draaien en zou daarom een ietsie pietsie te laat gaan komen. Als het mee zit is de wedstrijd nog niet begonnen en heb ik geluk gehad. Dat tweede is nog iets lastiger op te lossen. Mijn gordel zit vast en wil niet meer meegeven. Ik wurm wat naar voren maar in plaats van mee te geven hangt ie vast. Op het moment dat ik recht in mijn stoel ga zitten, schiet de gordel terug in de deurstijl. Maar als ik ruimte probeer te krijgen weet hij niet van wijken. 

Iedere keer als ik mij kleiner maak om de gordelspanner te laten ontspannen, spant het kreng weer aan. Uiteindelijk zit ik helemaal kaarsrecht maar mega klem in mijn stoel. Mijn levendige fantasie zorgt er voor dat er diverse horror scenario’s de revue passeren. “Hurbie’s wraak” “mijn gordel veranderd in een python” “It’s alive”… Mocht ik nu een ongeluk krijgen zit ik in ieder geval goed ingesnoerd dat is een ding wat zeker is. Of ik het overleef is vraag twee. 

Ik krijg het er Spaans benauwd van. Terwijl ik met één hand verder stuur probeer ik met mijn andere hand de gordel los te klikken. Na een aantal pogingen van adem inhouden en mij plat tegen de stoel aandrukken lukt het godzijdank. Maar dan begint het alarm van de auto te janken omdat die verrekte gordel niet in de houder is geklikt. Bruut zet ik de auto aan de kant. Sjor links en rechts aan mijn gordel waar totaal geen beweging in te krijgen is. Ik probeer het met beleid en daarna met grof geweld. Niks.

Hij eet de gordel netjes op maar terug uitrollen, ho maar. Daar ben ik mooi klaar mee. Ik ruk de gordel van de bijrijders kant naar mij toe en klik die in de houder. Het gejank van het alarm is nu in ieder geval opgelost. Zelf rij ik gordelloos verder en hoop maar dat ik geen politie tegen kom en geen ongeluk krijg. 

Zelf durf ik het niet aan om de halve binnenkant van mijn auto te ontleden om bij de spanner te komen. Maar bij de garage weten ze wel hoe ze dit moeten aanpakken. Het blijkt gelukkig maar een klein mankement te zijn. Er zat wat vuil in de spanner. Na wat poetswerk is ie weer als nieuw. Opgelucht maar toch wat verontwaardigd keer ik huiswaarts. Ben ik gewoon bijna gewurgd door wat vuil…

Rijsttafel…

Een tijdje terug was ik te gast bij mijn nichtje. We zouden daar gaan BBQ-en. Maar omdat het weer omsloeg en er voor heel de dag 100% regen zou vallen vroeg ze ons of we er bezwaar tegen hadden dat het diner werd aangepast naar een “home-made Indische rijsttafel”. Daar hadden wij zeker geen bezwaar tegen. 

Eenmaal binnen rook het er al helemaal bekend. Voor een deel naar “vroeger”, wanneer we als kind bij oma over de vloer kwamen. Voor een deel naar eigen recept. Vol bewondering keek ik naar wat ze allemaal op het aanrecht had staan. Er stonden al diverse potjes en pannetjes te pruttelen. Een deel was reeds bereid en een deel werd klaar gemaakt terwijl we gezellig aan het kletsen waren. Ik kreeg spontaan grote trek bij alle geuren. Als dit mijn thuis was geweest zou ik herhaaldelijk met mijn jatten in de pan gezeten hebben om alvast voor te proeven. Ik hield mij in. 

Alle gerechten kwamen uit een prehistorisch kookboek dat de tand des tijds had doorstaan. Iedere stap in het hele proces werd keurig gevolgd en dat leverde uiteindelijk een zeer smaakvolle maaltijd op. Zo smaakvol dat ik mij gerust 30 tot 35 jaar terug in de tijd waande. Aan tafel bij opa en oma tussen al mijn ooms en tantes. 

Ik realiseerde mij dat ik de kookboeken van mijn moeder niet meer tot mijn beschikking heb. Als ik ze al zou hebben, liggen ze ver achterin op zolder weggestopt. Aan internet had ik ook niks. Daar wordt een gerecht al Indisch genoemd als er een sjalot en een scheut ketjap in gaat. Overigens diverse keren geprobeerd maar ik miste steevast de Indische bite die ik bij de gerechten van oma en mijn moeder wel altijd proefde. En nu dus ook, aan tafel bij mijn nichtje.

Ze schoot te hulp door een aantal bladzijdes uit het boek voor mij te kopiëren. Online vond ik nog twee sites waar volgens authentieke wijze recepten werden klaargemaakt. Ik maakte een combinatie van de diverse gerechten en besloot er mijn eigen draai aan te geven. Maar eerst moest ik langs de toko om de missende ingrediënten te kopen. 

Juist de ontbrekende kruiden zijn de smaakmakers die ik bij mijn eigen gerechten dus altijd miste. Denk hierbij aan sereh, daoen salam en kemiri noten. Daar wordt in de “simpele online keuken” met geen woord over gerept. Oké toegegeven, de kokosmelk of blokje santen en kruitnagel door de rijst had ik zelf nog wel kunnen bedenken. 

En in plaats van het bakje boemboe van Conimex besloot ik nu ook die maar helemaal zelf te maken. Dus stond ik de avond van te voren de boel al fijn te stampen in mijn pas aangeschafte vijzel. Nou dat is niet helemaal waar. Ik masseerde de sjalotten, nootjes, trassi en andere kruiden met liefde tot een egaal mengsel voor de marinade van het vlees. Want naast de juiste kruiden is het de liefde die de finish in touch geeft.

De volgende dag stond ik ’s middags al weer vroeg in de keuken. Met iedere minuut die verstreek kwamen er meer geuren vrij. Een goede voorbode voor de smaak van straks. Mijn zwoegen werd beloond. Ik had het voor elkaar gekregen om een minirijsttafel op te dienen. Hier en daar moet nog wat geschaafd worden om de smaken te verfijnen. Maar mijn (o)ma zou trots op mij zijn!