In 2023…

2023 was over het algemeen een rustig jaar. Hoewel er best wat pieken en dalen genomen zijn. Het verdriet van het wegvallen van familieleden bijvoorbeeld. Beseffen dat niets en niemand het eeuwige leven heeft. Daarmee de bewustwording van je eigen kwetsbaarheid. Om nog maar niet te spreken over het uitdunnen van mijn, ooit zo grote, familie. Uiteraard moet het leven daarom juist des te meer gevierd worden. De twee vakanties met familie waren één van de vele hoogtepunten. 

Op culinair gebied waren er ook wat hoogstandjes. Aller eerst heb ik dit hele jaar kunnen gebruiken om opnieuw te leren koken op onze inductie kookplaat. Terwijl vriendlief helemaal los ging op zijn grill en teppanyaki plaat. Opeens was courgette de groente van het jaar. Want dat kon zo leuk gegrild of ge teppanyakied (?) worden. Smaakvol zeker! Net als de in knoflook gemarineerde spruitjes uit de oven die we recentelijk ontdekt hebben. Zo lekker! 

We werkten op hoogte toen we samen de dakopbouw gingen schoonmaken en schilderen. Ik heb doodsangsten uitgestaan. Of we het kozijn niet zouden laten vallen? Of vriendlief niet van het dak af zou lazeren? Of we niet door het dak zouden zakken? Kortom, een volgende keer komt er mooi zo’n mannetje die hier zijn werk van heeft gemaakt. We losten op dat moment wel zelf direct een oude lekkage op. Ontstaan door de mannetjes van de zonnepanelen. 

“Groei” stond in 2023 ook centraal. Laten we beginnen met de fysieke groei. Ik ben er nog niet helemaal achter of dit komt omdat ik ouder word. Of dat ik echt te weinig gesport heb. Er zit gewoon meer Boor om de botten. Er is meer van mij. Als ik er op deze wijze naar kijk klinkt “meer mij” eigenlijk nog niet eens zo gek. “Meer mij” en je skibroek aantrekken die een jaar in de kast heeft gelegen klinkt opeens minder tof… Ik heb nog een paar weken de tijd. Na de feestdagen weer starten met Intermittent fasting en toch echt meer bewegen dan zou dat heel misschien nog goed kunnen komen. 

Daarnaast heeft er een wezenlijke groei plaatsgevonden op het gebied van werk. De inhoud van mijn werkzaamheden verschoven en ik kreeg de kans om mij op andere werkzaamheden te oriënteren. Mocht alvast proeven aan het werken met en in projecten. De eerste is halverwege. Het tweede project heeft vorige week een “go” gekregen. Ik verwacht volgend jaar een derde. In mijn blog nam ik jullie, maar vooral mijzelf, hierin mee op reis. Voor 2024 staan er nog meer veranderingen op stapel. Maar daarover in het nieuwe jaar meer. 

2023 in cijfers: In totaal kwamen er 43 artikelen online. In mijn hoofd iets meer maar dat bleken concepten te zijn… Was het favorieten bericht een oudje uit 2012 en had ik zelfs niet eens een populairste dag. Want dat is er een uit 2019. Geen hoogstandjes dit jaar dus. Dat mag de pret niet drukken. Ik heb met veel plezier geschreven.

De term groei zal in 2024 verder opgepakt worden. Hoewel ik niet hoop op nog meer Boor. Daarnaast ga ik voor een sportief, liefdevol en fotografisch goed jaar!

Dank voor al jullie (tussen)stops op mijn blog. Het trouwe meelezen en reageren. Jullie maken het bloggen namelijk nog leuker! Ik wens jullie allen een heel mooi uiteinde van dit jaar en een sprankelende start van 2024. 

GO…

Lees hier deel 1, 2 & 3:

Na een paar overleggen met de “big boss”, terug naar de tekentafel, een flow toevoegen en wat extra uitleg krijgen over een “waarom-moet-dat-zo?”, is het zover. Mijn projectplan is af. Met wat hulp lukte het zelfs om een planning in elkaar te knutselen. Het plan is in totaal een aantal pagina’s dik, bezit mooie grafieken, overzichten, flows en een heuse tijdlijn. Er zit heel veel uren bloed zweet en tranen in en ik kan jullie zeggen dat ik verdomd trots ben op dit stukje werk. Maar nu is het zover dat ik het plan door moet mailen zodat de baas hier ook wat van kan vinden. 

Tja en dan is het wachten tot de week om is. Heel de week is er ook niemand van de directie op kantoor, want druk, druk, druk. Wanneer ik ze tussendoor een keer spreek laten ze er ook niets over los. Zelf doe ik alsof mijn neus bloed maar ondertussen heb ik geen nagels meer over. Als de vrijdag aanbreekt en we het overleg in gaan ben ik de eerste die het woord neem: “Wat jullie ook besluiten, ik ben alvast trots op wat ik gemaakt heb!” Het plan heb ik de hele week onder mijn arm met mij mee gesjouwd.

Ze moeten alle twee lachen. Want het plan is goedgekeurd en ik krijg een “GO”. Vanaf nu mag ik mij junior projectleider noemen. Ik mag alvast een start gaan maken met het uitnodigen van de project teamleden, die overigens nog niet allemaal wisten dat ze mee zouden doen, en de kick-off voor mijn aller eerste project gaan voorbereiden. 

Ik zie ons zelf al zitten, gezellig uit eten. Proosten op dit nieuwe project en wat voor een gemak het voor onze klanten zal gaan worden. Maar nee, dat ging de baas te ver. Een digitale kick-off is ook prima. Jammer. Maar ik laat het er niet bij zitten. Ik draai een korte presentatie in elkaar en nodig iedereen die ik nodig heb uit om volgende week dinsdag de Kick-off bij te wonen. 

Het voelt wel een beetje vreemd als ik op de bewuste dag iedereen via teams voor mij zie. In afwachting wat ik te vertellen heb. Alle collega’s die aanwezig zijn, inclusief directie, zijn bekend met projecten. Ik sta hier als noob en voel mij dan ook een beetje opgelaten. Wat als ik het verkeerd doe en de plank finaal mis sla? Al snel kan ik dat gevoel weer achter mij laten. Ik ben nog niet bekend met het leiden van een project maar hé, ik heb in een paar maanden tijd de kennis vergaard die zij nog niet hebben. Dat troost mij en als snel voel ik het enthousiasme weer oplaaien. Ik kan deze collega’s deelgenoot maken van een heel leuk traject. Daarnaast kan ik terugvallen op ieders ervaring en inzicht. Ik heb immers de pro’s om mij heen verzameld. 

Ik vertel van A tot Z waarom ik wat gedaan en ontdekt heb en vertel ze wat ik van hen verwacht. Daarnaast lopen we de planning door met de hoogtepunten. Tot slot vraag ik wat ze er van vinden. Gelukkig zijn ze stuk voor stuk net zo enthousiast als ik.

Na dit overleg kan ik alvast een groen vinkje op de planning erbij zetten: KICK-OFF: done ✅

Schapie Schapie…

Was het vorig jaar? Of misschien was het, het jaar daarvoor? Ik weet het niet meer. Wat ik wel weet is dat ik heel blij ben met mijn vierseizoenen schapenwollen dekbed! Oké, toegegeven. Toen ik hem na de aankoop uit de verpakking haalde viel ik nog net niet flauw van de lucht die er vanaf kwam. Alsof ik midden op de kinderboerderij stond. En dat is niet erg, wanneer je met je kaplaarsjes aan en wat brood in je knuistjes de beestjes op de boerderij aandacht staat te geven. Maar wel wanneer je midden in je slaapkamer staat en je bed van schoongewassen lakens aan het voorzien bent.

Dus het ding moest eerst maar eens goed luchten. Buiten, vooral buiten!! Gelukkig was de overheersende lucht er snel uitgetrokken. Wat achterbleef was een lichte schapen geur. Dat mij overigens helpt bij het tellen van de schaapjes als ik eens niet kan slapen. Dan is het namelijk net echt.

Maar even terug naar het begin van mijn blog. Ik ben dus nog steeds erg blij met dit dekbed. Het bestaat uit twee lagen die door middel van een rits aan elkaar te bevestigen zijn. In de zomer slaap ik onder het dunste deel. In de lente en de herfst onder het iets dikkere deel. En in de winter slaap ik onder beide. Het is ook nog eens een stuk zwaarder dan de synthetische variant waaronder ik jaren heb geslapen. Het werkt daarmee als een soort verzwaringsdeken. Overigens heb ik daar nog nooit onder gelegen. Het idee dat ik iets over mij heen heb liggen dat niet snel verschuift en mij ook nog eens op mijn plek laat liggen slaapt gewoon lekkerder. 

Vriendlief vind het allemaal veel te warm en slaapt het hele jaar door onder niets meer dan een dekbedhoes met af en toe een fleeceplaid er overheen. Mocht het echt eens kouder worden dan volstaat een zomerdekbedje. Terwijl ik er naast zo ongeveer gemummificeerd lig te wezen onder al mijn schapenwollen lagen want ik heb een vreselijke hekel aan kou lijden. 

Jammer genoeg is dat wel wat ik deze nacht aan het doen ben. Mijn herfstdekbed had ik met het wisselen van het seizoen al opgelegd maar de zomervariant weer terug in de kast gestopt omdat het nog steeds redelijk weer was. Daar heb ik nu vreselijke spijt van. Ik lig te rillen van de kou en slapen lukt hierdoor niet. Als ik na een uur nog niet slaap grijp ik het fleeceplaid van vriendlief en wikkel mijzelf daarin. Dan duurt het niet lang of ik val, lekker warm, in slaap. 

De volgende morgen bedenk ik mij geen moment. Ik ruk mijn dekbed uit de hoes rits de zomer- en herfstvariant aan elkaar en stop het geheel weer terug. Uit voorzorg zoek ik ook mijn eigen, super zachte fleeceplaid op zodat ik zeker weet het niet meer koud te hebben de komende weken. Vriendlief ligt nog steeds, heel dapper, alleen onder een dun dekentje. Het is maar goed dat we twee losse dekbedden hebben. 

Het regent binnen…

Als ik na het douchen naar beneden loop zie ik een waterval via het plafond, langs de muur en de trap naar beneden stromen. Het regent letterlijk binnen. Nog even sta ik verbaasd te kijken naar de druppels die zich steeds weer aan het plafond aandienen. Ik haal mijn hand er langs om ze weg te vegen maar binnen no-time zitten ze er weer. Oké, regen in huis is niet goed. Dat het vanuit de badkamer komt is zeker. Alleen de vraag is, vanwaar precies?!

De volgende dag bellen we de verzekering om de schade te melden. Het is blijkbaar heel druk met schades opnemen want een week later kan er pas iemand langs komen. Tot die tijd is het voor ons behelpen. Kattenwasjes en haren wassen in de keuken en we draaien de hoofdkraan uit als we er niet zijn. Dat stopt in ieder geval het druppelen vanuit het plafon. 

De schade wordt opgenomen, maar meer kan de beste man niet doen. Hij raad ons aan om gewoon de douche, kort, te blijven gebruiken, want de schade zit er toch al. De week er op worden er twee loodgieters gestuurd. De heren kunnen het niet eens worden waar de schade nu precies zit. Douche, bad, toilet of de wasbak. Ze besluiten een speciaal team aan te laten rukken. Dus weer een week later komt er iemand van een “lekdetectie” bureau. Er wordt gewerkt met speciaal gas en kleurstof om te zien waar het lek zit. Na herhaaldelijk testen blijkt het in een plaat van de douche te zitten welke, uiteraard, is weggewerkt in de muur.

Inmiddels zijn we ruim drie weken verder. De schade is nog niet gemaakt. Wel hebben we nu een goede indicatie waar het moet zitten. Ik heb hoop dat niet de hele badkamer gesloopt hoeft te worden. Twee andere loodgieters komen de lekkage verhelpen, na nogmaals te hebben gemeten wordt er, heel pijnlijk, gehakt in het stuk waar de lekkage zit. Het doet wel zeer om een gat in de muur te zien verschijnen. Maar de plaat wordt vervangen en de lekkage is gedicht. Douchen kan vanaf dat moment alleen nog in het bad. Nou, als dat het ergste is?! 

Na weer een week staat er een schade herstelbedrijf op de stoep om een rapport op te maken. Ons plafond heeft mooie uitgebeten gele kringen en er zitten gaten in de muur van de douch. Alles gaat gelukkig hersteld worden. Hij doet een “vochtmeting” en beloofd over twee weken terug te komen zodat er een schatting gemaakt kan worden wanner de boel geschilderd kan worden.

Als na twee weken de man weer een meting doet blijkt dat het vochtgehalte in de muur en het plafond zo’n beetje is verdubbeld in plaats van te zijn afgenomen. Dat betekend dat er naast het eerste lek, ergens anders nog een lek aanwezig is. Die zelfde week staan er weer twee loodgieters op de stoep. Ze doen de zelfde meting met dezelfde apparatuur. Tja, het lijkt toch dat er onder het bad, dat we uiteraard veelvuldig gebruikt hebben de afgelopen twee maanden, ook iets niet in de haak zit.

De tegelzetter mag gelukkig deze week toch gewoon komen. Zodat de douche volgende week weer gebruikt kan worden. Maar voor de tweede lekkage gaat het hele riedeltje weer van vooraf aan beginnen.

Wordt vervolgt… 

Niks zo irritant…

Meestal ben ik iets voordat mijn wekker gaat al wakker. Noem het de biologische klok, intuïtie, ritme of een gewoonte. Ik vind het fijn dat ik al in de ontwaak stand kom nog voor ik daadwerkelijk echt wakker moet worden. Nog fijner vind ik het wanneer ik wakker word en op de klok zie dat ik nog minstens 6 uur mag slapen. Gelukkig komt dat niet zo heel vaak voor en slaap ik redelijk door. Maar goed, voordat de wekker gaat ben ik dus meestal al een beetje wakker. 

Wanneer mijn geest langzaam ontwaakt terwijl mijn lichaam nog zo ontspannen en in diepe rust verkeerd, dat vind ik de fijnste momenten van wakker worden. Eigenlijk is het dat moment voor ik ook echt daadwerkelijk realiseer dat ik wakker bent. Op deze momenten kan ik mijn dromen van die nacht nog heel levendig voor de geest halen. Wanneer ik bruut gewekt word door een wekker dan vervliegen mijn dromen een heel stuk sneller. Wat dan achterblijft zijn flarden van beelden en vage gevoelens of emoties.

Vroeger had ik een digitale wekker. Met van die zwevende rode cijfers en een heel irritant alarm. Zonder volume knop. De herrie die je oorschelp in denderde kon ik ook niet echt reguleren. Ik las eens dat het niet goed voor je gestel is als je de dag “geschrokken” begint. De kans dat je heel de dag in een soort “vluchtmodes” verkeerd is groot. Wat weer van invloed kan zijn op je humeur of alles wat met je staat van zijn te maken heeft. 

Of het waar is weet ik niet maar ik kon mij er wel helemaal in vinden. Plotseling harde geluiden worden sowieso al niet door mijn gestel gewaardeerd. Dat was het moment waarop ik afstand heb gedaan van de misthoorn die op mijn nachtkastje stond. Ik ben mijn telefoon daarvoor in de plaats gaan gebruiken. Een tingel tangel geluidje dat je langzaam naar het rijk der levende terug voert. Dat beviel mij wel. 

Maar ook dat begon te irriteren. Sinds enkele jaren zit mijn wekker nu om mijn pols. Als ik wakker moet worden trilt hij zachtjes. Behalve als je er per ongelijk met je hoofd op ligt. Dan trillen mijn oogballen uit hun kassen. Is overigens net zo ongemakkelijk als de misthoorn op mijn nachtkastje. Maar dat ter zijde. Zelfs als ik nog ik diepe slaap verkeer brengt het getril om mijn pols mij langzaam en rustig terug uit dromenland. Het is heel fijn en aangenaam wakker worden. 

Dan hebben we de wekker van vriendlief… Die gebruikt inmiddels ook al jaren zijn telefoon als wekker. En het heeft heel lang geduurd voor hij door had hoe het geluid van zijn wekker op standje “rustig, zen-zen, zo word ik ook wel wakker” gezet kon worden. Met als gevolg, wanneer hij eerder zijn bed uit moest dan ik, ik ondersteboven aan het plafon hing zodra zijn wekker ging. Wat een takken herrie als je nog heerlijk in dromenland vertoefd. 

Voor ons beide gemoedstoestand heb ik hem laten zien hoe de geluidsknop werkt. En dat er ook gekozen kan worden voor een leuk melodietjes in plaats van een misthoorn. Gelukkig ben ik een ochtendmens en daarmee ook eigenlijk altijd eerder mijn bed uit dan hij. 

Muggen…

Aan mijn gehoor mankeerde niks. Ik hoorde ze namelijk wel maar besloot mij er niet aan te storen. Wanneer het beest alsnog besloot om rond mijn hoofd te zoemen, opzoek naar een maaltijd, joeg ik hem met een wapperende hand weg. Dat heeft heel lang gewerkt. Mochten ze mij in een onbewaakt moment toch gestoken hebben dan had ik het veelal niet in de gaten. Mijn lichaam reageerden er nooit op. En als het dat wel deed dan was het binnen een paar uur vaak al over. In tegenstelling tot sommige mensen om mij heen die jeuk en rode bulten overhielden na een steek van een mug. Ik prijsde mijzelf gelukkig!

Bij een daas had ik echter niet dat geluk. Eenmaal gestoken kwam (en komt er nog steeds) een soort van kettingreactie op gang die ik meestal niet zelf kon (en kan) stoppen. Als ik toevallig de kracht had er vanaf te kunnen blijven verdween de bult net zo snel als bij een muggenbeet. Maar meestal en eigenlijk altijd, werd de jeuk alleen maar erger. De bult veranderde in een keiharde schijf die niet alleen jeukte maar vervolgens ook nog eens pijn ging doen. Het zwol op en voelde rood en ontstoken aan. Als ik het minst geluk had zat ik dagen in een cirkel van krabben tegen de jeuk gevolgd door ijscompres tegen de pijn en zalf smeren tegen beide. irritant!!

De daas ben ik nu redelijk de baas. Inmiddels ben ik zo wijs om niet meer, hoe warm het ook is, in korte broek en topje naar het weiland af te reizen. Altijd gehuld in lange mouwen en dito broek EN een flacon met de zwaarste deed die er te verkrijgen is. Wat een wonder spul. Je muft een uur in de wind, dat dan wel weer. Maar geen daas die nog bij mij in de buurt durft te kopen. Poownie weten ze te vinden terwijl ze met een grote boog om mij heen vliegen terwijl ik op nog geen 50 centimeter afstand sta.

Het is de mug die ik nu niet onder controle krijg. Aller eerst is het mij al een godswonder hoe die beesten binnen komen. Overal horren voor de ramen en deuren. Uit veiligheid patrouilleer ik ook altijd met vliegenmepper in de aanslag over de bovenverdieping. Indringers worden zonder pardon omgelegd. Tot zover mijn liefde voor dieren! Zo makkelijk als mijn lichaam vroeger omging met een muggenbeet, zo allergisch reageert het nu. Bijna te vergelijken met een beet van een daas. 

Alsof ik vroeger te veel aan stoffen heb binnen gekregen dat mijn lichaam nu niet meer weet hoe er mee om te gaan. Zodra ik gestoken wordt ook hier een kettingreactie van mega bult, veel jeuk en irritatie tot gevolg. Het gekke is dat dit soms pas na een dag optreed als je al bijna denkt dat de bult verdwenen is. Inmiddels heb ik wel pilletje die vooral tegen de jeuk en ontsteking moeten helpen. Dat doen ze vaak ook wel, maar soms lijkt het of ook deze niet sterk genoeg zijn. 

Ik duim echt dat de tijgermug mij nooit te grazen neemt… Want ik weet niet zo goed of mijn lichaam daar wel tegen bestand is. 

Calm after the storm…

Er is heel wat water gevallen en er heerste even flink wat chaos buiten. Een dreigende donder en felle bliksemschichten maakten het af. Maar de echo van het noodweer sterft in de verte. De dakgoot pruttelt nog wat na. Wanneer ook daar al het water uit verdwenen is heerst er een oorverdovende stilte. Geen regen, geen wind maar ook geen gefluit van de vogels. Zelfs het geluid van de snelweg, die altijd wel ergens op de achtergrond aanwezig is, blijft uit. Alsof iedereen zijn adem inhoud, bang om geluid te maken en daarmee de toorn van Thor over zich af te roepen. Met mijn lichaam binnenshuis, want koud, maar mijn hoofd buitenshuis, want lekker fris, sta ik te genieten van dit zeldzame stille moment halverwege de avond. 

De storm heeft alles weggevaagd. Nee, schoongeveegd! Want dat past beter bij nu en bij hoe ik mij voel. De aura van drukte en bijbehorende emoties van een chaotische dag zijn weg. De stilte die heerst omhult mij met een zachtheid van teddy fleece. Het liefst zou ik nog even blijven staan. Gewoon opgaan in de rust van het niets. Maar ik moet toch echt naar bed. Ik maak gebruik van dit fijne moment. Laat de deur open staan om de frisse nachtlucht de kamer te vullen. Zelf duik ik onder de dekens.

Een tijdje terug kochten we ons nieuwe bed. Dat was nogal een zoektocht. Maar uiteindelijk zijn we goed geslaagd. Nog steeds ben ik heel blij met dit bed en vooral met het matras. Zodra ik lig is het net of ik direct naar dromenland gevoerd wordt. Niet iedere nacht natuurlijk. Maar vaker wel dan niet. De stilte van buiten met de heerlijke koele nachtlucht die mijn gezicht streelt doet daar nog een schepje bovenop. 

Mijn ademhaling wordt rustiger evenals mijn hartslag. Mijn hele lichaam ontspant en ik voel mij langzaam overgaan naar een andere staat van zijn. Zelfs mijn hersens registreren op dit moment niks. Ja, op de achtergrond draait het op volle toeren maar het is zo vriendelijk om dit moment niet te verstoren met allerlei dagelijks beslommeringen. Het gunt mij dit moment van totale ontspanning en zorgeloos in slaapvallen.  

Het stomme is dat het aanvoelt alsof ik klaarwakker ben. Ik registreer namelijk alles en ik gok zelfs dat het moment van wakker zijn naar het daadwerkelijk in slaapvallen maar enkele seconden duurt. Toch voelt het alsof ik uren in deze meditatieve staat verkeer. Wanneer ik midden in de nacht even wakker wordt merk ik dat de deur dicht is en vriendlief inmiddels ook slaapt. Daar heb ik helemaal niks van meegekregen. Totaal van de wereld. 

Nog steeds lig ik zalig te liggen, half in de bewuste wereld en half in dromenland. Op mijn overheerlijke matras en dat alles met 0 hersenactiviteit. Er heel lang bij “stil staan” lukt niet want voor ik het weet slaap ik alweer. De volgende ochtend word ik zelfs al voor mijn wekker afgaat wakker. Ik voel mij uitgerust en ben klaar voor een nieuwe dag chaos en herrie op de werkvloer.

De vragenlijst…

Ik ben nog geen 24 uur ziek wanneer ik op mijn privé mail een bericht ontvang. Het is van de arbodienstverlening. Of ik een account aan wil maken en een vragenlijst van 10 minuten wil invullen. Hoezo? En wat? 10 minuten??? Ik snap best dat de baas/ instantie/ de persoon die mijn salaris betaald recht heeft om een en ander te weten wanneer ik niet in staat ben om te doen waar ik voor betaald krijg. Maar serieus ik heb de griep, ik onderga geen open hart operatie of iets dergelijks!

Dat je direct bij ziekmelding al zo’n lijst in moet vullen. Kom op zeg, is dit nu al de vierde keer van het jaar dat ik mij ziek meld dan snap ik dat. Maar ik moest zelfs nog een account aan maken bij de instantie die zich bezighoud met het hele “poortwachter” gebeuren. Zegt dat niet genoeg? 

Met mijn wollige hoofd en dikke ogen klik ik op de link. Nadat ik een account heb aangemaakt probeer ik de vragen te beantwoorden. Vraag 1: Ben je in staat om te werken. Nou, als dat het geval was, had ik mij niet ziek hoeven te melden. Wat is de reden? Wat zijn de klachten? Wat zijn je beperkingen. (mijn beperkingen?! hahaha heb je even?! Nee, grapje!) Sinds wanneer ben je ziek? Heeft het met privé of werk te maken? Waardoor kun je niet werken? Sjeeees, ze zijn wel erg nieuwsgierig zeg!! Maar goed, ook deze vragen beantwoord ik.

Wanneer denk je weer aan het werk te kunnen? Nee echt kom op!? Ik heb geen glazenbol mensen!! Welk gevoel geeft je dit en wat vind je er zelf van? Nee sorry, die laatste twee vragen stellen ze niet, maar ik kan het niet laten deze toe te voegen aan de reeks met in mijn ogen onzinnige vragen (op mijn situatie)… 

Ik heb zo goed en zo kwaad als ik uit mijn ogen kan kijken de lijst ingevuld. Ik klik op versturen en dan ontstaat er een error op het scherm: “U bent “iets” vergeten aan te klikken. Uw antwoorden zijn niet opgeslagen. Begin opnieuw…” Daarna volgt er een error in mijn hoofd.

Krijg de tieverietus met je lijstjes. Ik klap met een woest gebaar, nou ja bijna want geen kracht, mijn laptop dicht. Smijt hem in de hoek en duik mijn bed weer in. Maar ja. Dan gaat het na enige tijd toch knagen. Want zo zit ik namelijk niet in elkaar. Als de baas iets aan je vraagt dan doe je dat. Of je het nu leuk vind of niet. Of je nu kunt of niet…

Dus een uur later sleur ik mijzelf mijn bed uit. Gehuld met 2 dekens om mij heen neem ik als een blaffende zeehond verpakt in een teddy fleecevoering jas plaats achter mijn laptop en start de hele drommelse procedure opnieuw. 

Dit keer vergeet ik niet het kleine lullige vakje aan te vinken dat ergens onderin het scherm staat. Ik eindig de vragenlijst met een sarcastische noot. “Wat heb je nodig om weer aan het werk te kunnen” Een fruitmand en RUST. Later vernam ik van de baas dat hij dit antwoord wel kon waarderen. Dat dan wel weer!

Biologisch oorlog voeren…

Ik spot hem met mijn rechteroog en vang hem met mijn linkerhand. Donders, dit is niet best! Ik controleer de keuken op rottend fruit. Alles is schoon. Daarna inspecteer ik de planten. Stuk voor stuk. In eerste instantie zie ik niks. Ik tik tegen de bak om voor wat opschudding te zorgen. Bingo, er kruipt iets tegen de stam omhoog. De indringer is heel klein maar zit op een plek waar ik hem liever niet zie. Ik heb hem veel liever in de keuken op een rotte banaan of zo. Mijn planten worden langzaam opgevroten door rouwvliegjes.

Van mijn collega krijg ik de tip om de planten te voorzien van een laag zand. Omdat het er nog maar heel weinig zijn wil ik deze tip wel proberen. Het is immers de minst ingrijpende handeling. Ik duik de schuur in en vind een zak met zand. Voorzie de planten van een laagje en stamp het goed aan. Dit zou verstikkend werken. Voor de larven en de vlieg uiteraard. Vriendlief vind het er zelfs leuk uitzien. “Of we ze ook kunnen versieren met steentjes en schelpen?” Nou dat was ik niet echt van plan. Ik wil gewoon op een eenvoudige manier van die vieze vliegjes af! Daar komt bij dat de planten in huis eindelijk in leven blijven en goed groeien.

Na een paar dagen zie ik geen vliegjes meer. Het zand lijkt te helpen. In ieder geval voor een week of twee. Dan zijn de vliegjes in alle hevigheid terug. Ik moet dit grondiger aanpakken maar zie het niet zitten om al mijn planten van nieuwe aarden te voorzien. Met gif werken zou het snelste zijn maar dat wil ik niet. Ik zoek iets dat vriendelijker is. In het verleden heb ik gebruik gemaakt van aaltjes. Dus ook nu val ik terug op deze harde werkers. Ik bestel mijn eigen biologische leger. 

Binnen twee dagen valt er een doosje op de mat. Ik haal er een zakje gevuld met wit poeder uit, alles niet groter dan de palm van mijn hand. Bizar. Nog gekker vind ik dat dit werkt. Ik los de kleine rakkers op in een liter water. Roer ze flink door elkaar om ze wakker te schudden. Want al die tijd verpakt zitten doet je geen goed. Daarna geef ik mijn planten een slok water en tegelijk loods ik het leger binnen. Het voelt een beetje als het paard van Troje.

De eerste paar minuten is er nog niks te zien. De vliegjes, onwetend als ze zijn, komen en gaan. Ik lach, want ik weet beter! Het zal niet lang meer duren of mijn biologische leger marcheert door de aardlaag opzoek naar hun gastheer (de larve van de rouwvlieg). Of, zo geleerd als ze zijn, gebruiken hinderlaagstragieen om hun gastheer te bereiken. Geen idee hoe maar dat zal hun geheime wapen wel zijn. Gastheer gevonden? Dan dringen ze zich binnen en doden het. Geniaal en fascinerend tegelijk, vind je niet?! Alsof ik naar mijn eigen gearrangeerde horrorfilm kijk. 

Het biologische oorlogvoeren zal een week of twee, drie duren en al die tijd hoef ik ze alleen maar van wat water te voorzien. Goedkoper en onderhoudsvriendelijker kan bijna niet. Als het werk van mijn leger er opzit zullen ze langzaam uitsterven. Sneu, dat wel. Maar ja, het leven van een aaltje gaat nu eenmaal door de aardlaag en niet over rozen.

Bruisend en energievol…

365 dagen liggen achter mij. Het jaar is als een dik boek volgeplakt met mooie belevenissen. Geweldige herinneringen. Spannende momenten. Wat ups hier, wat downs daar. Af en toe een sierlijke droedel in de kantlijn tot compleet doorgehaalde niet te lezen chaos. De titel zou misschien zoiets zijn als: “van alles een beetje”. Klinkt veilig, en dat was het ook. Naast veilig, ook lekker comfortabel. Soms is dat ook goed. Al dobberend in rustig vaarwater de boel observeren. De boog hoeft niet altijd gespannen te staan. 

Nu liggen er 365 dagen als een ongeschreven boek voor mij. De bladzijdes nog helemaal blanco. Hoewel… Hier en daar is al wat geschetst. Een High tea hier een workshop daar. Sommige afspraken heel voorzichtig met potloot, terwijl andere gebeurtenissen met vet fluorescerende stift zijn beschreven. De vakanties zijn namelijk al helemaal rond. De eerste is onze wintersport, deze is met een mooie coole blauwe kleur gemarkeerd. In de hoop op witte bergen met een mooie strakblauwe lucht. En de zomervakantie, op de laatste dag van het jaar geboekt, is geel gemarkeerd. Kijk dat zijn leuke afspraken om het jaar mee af te sluiten en weer mee op te starten.  

Maar dat zijn afspraken voor later in het jaar. Vandaag is de eerste dag van het jaar en dus ook de eerste bladzijde van het nieuwe boek dat ik ga schrijven en beplakken, want ik ben nu eenmaal “old school”. Het voelt schoon, fris en uitdagend. Bijna bruisend zelfs. Alsof ik (al) boven op een besneeuwde bergtop sta. Om mij heen is het het oorverdovend stil en voor mij niks anders dan maagdelijk witte sneeuw. Ik ben de eerste die daar naar beneden mag stuiteren en mijn eigen pad mag trekken.

Uitzicht vanaf een besneeuwde berg met witte boomtoppen.
 

Op naar een bruisend en energievol 2023!! 🥂