Driemaal is scheepsrecht…

Ken je dat? Je hoort een geluid, maar je kunt het niet één-twee-drie plaatsen. Het geluid komt ergens vandaan maar je weet zo één-twee-drie niet waar vandaan. Het kan van buiten komen maar ook van binnen, ergens uit een kast, onder het bed of vanuit een andere kamer. Je hoort het geluid, dat lijkt op een piep, maar één keer. Omdat het vervolgens niet meer te horen is schenk je er geen aandacht aan. Je vergeet het en plots is daar de piep weer. Je weet niet zeker meer hoeveel tijd er verstreken is tussen de eerste keer en de tweede keer dat je de piep hoorde. Het wordt wat lastig om het te traceren omdat er geen patroon in het gepiep lijkt te zitten.

Normaal gesproken zou je verder gaan met wat je aan het doen bent. De piep negeren of je spullen laten vallen en er een dagtaak van maken om het gepiep te vinden, te elimineren en vervolgens verder gaan met wat je dan ook aan het doen was. 

Maar…. Wat doe je als dat piepje begint zodra je eindelijk moe en totaal versleten in je overheerlijke warme bedje ligt en je al bijna in dromenland bent aangekomen? Juist… Je zelf dood ergeren omdat je niet kunt achterhalen wat het is. Je neemt het waar en als het niet je wekker of telefoon blijkt te zijn val je vanzelf weer in slaap om vervolgens na enkele minuten door dat vage piepje weer gewekt te worden.

Vriendlief wordt wakker gemaakt: “Psst… Slaap je al?” “Ja ik slaap!” “Nee hoor, want je geeft antwoord!” “Wat?” ‘Laat maar, hoorde jij dat ook?” “wat?” “Dat gepiep” “Als jij onder piepen valt, dan hoorde ik inderdaad gepiep!” “Nee niet ik, dat geluid!” “Jij maakt ook geluid en nu wil ik weer verder slapen!”

Tien minuten later volgt er weer een piep. Ditmaal hoorde vriendlief het ook. We bakkeleien er over en komen tot de conclusie dat het waarschijnlijk de rookmelder is. Hij besluit zijn bed uit te gaan en de rookmelder op de gang te ontdoen van de batterij. Na enkele pogingen lukt het hem dat dekseltje in het pikkedonker open te wrikken en de batterij te verwijderen.

Tevreden vallen we in slaap om na ongeveer tien minuten weer bruut gewekt te worden door het “piepje”. Ik moet mij inhouden om niet te gaan lachen. Het was niet de rookmelder op onze overloop maar die van zolder. Achteraf natuurlijk logisch dat het niet die op de gang was aangezien de piep niet zo heel duidelijk waarneembaar was. Vriendlief gooit het dekbed van zich af en sprint door naar zolder. Na een paar minuten verschijnt hij met de lege batterij in zijn handen beneden. “Kunnen we dan nu slapen?” Vraagt hij geïrriteerd?

Nee, dat denk ik niet” Roep ik gierend van het lachen als ik na tien minuten weer een piep hoor. Vriendlief, woest. omdat ik in het holst van de nacht naast hem lig te stuiptrekken van het lachen en hij de Sjaak is en dus zijn bed voor de derde maal uit moet opzoek naar rookmelder nummer drie. Die hangt in de kamer van Uk, die nietsvermoedend lag te slapen. Stampvoetend loopt hij naar boven en rukt in één keer de gehele rookmelder van het plafon. Hij verschijnt in de deuropening met in zijn linkerhand de rookmelder en in zijn rechterhand de batterij.

“Zo… Nu kunnen we slapen!”