Een nieuwe boot in de vloot…

“Zin in een feestje?” Mijn zus appt me ergens begin lente. De baas heeft een nieuwe aanwinst in de vloot: de Windpiper. Nog niet helemaal af, maar de doop en de rondleiding voor werknemers en aanhang staan al gepland. En daar zeg ik geen nee tegen. De voorgaande keren dat ik via haar mee mocht naar een nieuw schip waren alles behalve saai, een soort Concert at sea maar dan anders. Dit is inmiddels al het 3e schip dat Boskalis heeft (om)gebouwd waar we een kijkje mogen nemen.

Op de dag zelf worden we ontvangen op een enorme blauwe loper. Terwijl we eroverheen lopen klinkt bombastische filmmuziek, alsof we zo een blockbuster binnenstappen. Er staat een DJ te draaien, we gaan op de foto (gratis mee, geen Efteling‑tarieven), en overal staan kraampjes met hotdogs, pizza, sandwiches, worstenbroodjes, wraps, drankjes, koffie en thee. Er rijd zelfs een ijscoman rond. Boskalis weet hoe je een werkfeestje organiseert. 

Na de fotosessie halen we eerst wat te knagen. Daarna wandelen we door naar een filmset waar popcorn wordt uitgedeeld en we een koptelefoon krijgen. We kijken naar de making‑of van de nieuwe Rockstar: de Windpiper. Oorspronkelijk gebouwd voor een ander doel, maar door Boskalis omgebouwd tot een steenstortschip. 227 meter lang, en kan meer dan 45.500 ton aan steen aan boord huisvesten, vergelijkbaar met zo’n 15.000 volwassen nijlpaarden. De Windpiper is een soort stratenmaker op zee. het storten van de stenen beschermt leidingen en kabels tegen alles wat ze kan beschadigen. Naast de Rockpiper, Seapiper en Seahorse is dit nu de grootste in zijn soort.

Na de film begint het echte werk: klimmen. Via een hoge stelling gaan we naar het dek. Zodra we het schip oplopen struikelen Zus en ik al bijna over de eerste ongelijkheid. Oom, die ook mee is, wijst op de gele markeringen: alles wat geel is, is óf hoger óf lager. Good to know. Vanaf dat moment kijk ik dus niet alleen naar het schip, maar ook naar elke gele streep en zie deze als een persoonlijke waarschuwing.

We lopen langs twee gigantische graafbakken met enorme graafmachines. Ze scheppen stenen uit de “bucket” en verplaatsen ze naar een 40 meter lange rupsband. Die voert ze naar de hellende valpijp, een soort glijbaan richting zeebodem. Het is indrukwekkend om te zien hoe technisch verfijnd zo’n proces eigenlijk is.

Daarna mogen we het schip in. Negen etages. We zigzaggen omhoog langs slaaphutten, de hut van de kapitein, kantoorruimtes, vergaderzalen, een gym, recreatieruimte, een enorme keuken en kantine. Er is zelfs een klein ziekenhuis aan boord en een helikopterdek. Tijdens offshore‑werkzaamheden kunnen hier 99 mensen wonen. Het voelt als een drijvend dorp, compleet met alles wat je nodig hebt om weken op zee te werken.

We eindigen bij de brug. Het uitzicht is waanzinnig. Navigatie, satellieten, schermen, knoppen, alles staat aan. En ik mag nergens aanzitten… Aan de achterkant van de brug kijk je uit op de werkplaats op het dek, waar nóg meer schermen en knoppen de ruimte vullen. En ook daar mag ik niet aanzitten. Het is alsof je in het hart van een gigantische machine staat en dan hebben we de machinekamer nog niet eens bekeken. 

Na dit laatste hoogtepunt dalen we alle negen etages weer af en voelen de beentjes wel. Dus trakteren we onszelf op een hotdog en een ijsje om bij te komen voordat we naar huis gaan.

Dank je wel Zus en Boskalis dat we op deze wijze een kijkje mogen nemen op de nieuwe “boot” in de vloot.