Bad hairday…

Het is lang geleden dat ik een bad hairday heb gehad. Maar daar lijkt vandaag een einde aan te zijn gekomen. Het wil niet lekker blijven zitten. De krul is eruit en het valt echt heel raar. Na nog eens 10 minuten klooien met de föhn en vervolgens een staart die niet blijft zitten ben ik er helemaal klaar mee. Ik frommel het in een knotje bovenop mijn hoofd. Waar doe ik de moeite voor? We zijn maar met twee man op kantoor en er staan geen meetings gepland. 

Als ik had geweten dat ik direct bij binnenkomst zou worden aangesproken, had ik misschien iets beter mijn best gedaan. Want dat is wat er gebeurde toen ik twee passen binnen het pand had gezet. Of er iemand even bij de receptie wil komen zitten tijdens lunchtijd. Dan kan ze zich met het lunchbuffet bezighouden zonder steeds heen en weer te rennen. Ze zijn drastisch onderbezet, maar hebben wel heel de dag cursussen en examens gepland staan.

Ik verschuif mijn eigen afspraak en mijn collega is zo lief om te wachten met haar pauze tot ik weer terug ben. Rond 12.30 uur verruil ik mijn werkplek voor de receptie. Ik herschik nog even snel mijn knot op mijn hoofd en sleep vervolgens laptop, telefoon en schrijfblok mee in de hoop ondertussen toch wat werk te kunnen verzetten. Maar aan telefoneren kom ik helemaal niet toe. Het is een kakofonie aan geluiden, zowel van binnenkomende kandidaten als van uitgaande cursisten. Om van de gezellige bedrijvigheid uit het restaurant nog maar niet te spreken. Gelukkig is het in mijn eigen toko niet heel druk en kan m’n collega het even alleen af. Ik wissel de mailbox met de receptie af. En hoop dat m’n bad hairday gezien wordt als de start van een nieuwe trend, ofzo…

Al snel komen de eerste kandidaten druppelsgewijs binnen. Het gros van de deelnemers spreekt geen Nederlands. In het Engels vraag ik waar ze voor komen, hun naam, of ze de benodigde documenten en legitimatie bij zich hebben. Maak vervolgens nog een babbeltje en grapje om ze daarna naar het restaurant te verwijzen waar ze kunnen wachten tot ze aan de beurt zijn.

Ik maak kennis met een Hongaar en een Portugees. De postbode die langskomt met een vracht aan pakketjes. Een aantal Ieren, een Duitser en een Chinese Rus. Die laatste is het opmerkelijkst. Bij binnenkomst spreekt hij mij aan in een voor mij compleet onbekende taal. Het klinkt niet Chinees maar ook niet Russisch. Ik probeer in het Engels te vragen waar hij voor komt, ga dan over op Duits en daarna heel voorzichtig in het Nederlands. Hij overhandigt mij schouderophalend zijn paspoort. Hier kan ik gelukkig wel iets mee. Ik rammel zijn gegevens door het systeem en de beste man komt voor een examen. Ik wijs hem de weg naar de wachtruimte en de koffiecorner. Dankbaar neemt hij zijn paspoort weer in ontvangst en een beetje zenuwachtig maar met een glimlach vervolgt hij zijn weg. 

Na 45 minuten is de dame van de receptie ook aardig bij met haar tweede taak, het opruimen en ordenen van het restaurant. Ze geeft aan dat ze het nu weer alleen red en bedankt mij hartelijk voor mijn hulp. Ach zo helpen we elkaar, zelfs als je kapsel eens niet goed zit…

Als je haar maar goed zit…

In mijn haast om op tijd op mijn werk te komen ren ik de badkamer binnen. Direct word mij de adem ontnomen. Het liefst maak ik rechtsomkeert maar dat kan niet want H.A.A.S.T. Bij iedere ademteug plakken mijn longblaasjes verder aan elkaar. Ik kijk naar de inhoud van de la dat nu op de rand van de wasbak is uitgestald. Daarna kijk ik naar zoonlief. Haar van kat zit niet goed. Hij heeft stekelsDie zojuist een hele bus haarlak heeft leeggespoten. De helft zit nu op zijn hoofd. De andere helft in mijn longen! Zoonlief is op zijn zachtst gezegd niet blij. En al helemaal niet omdat ik getuige ben van zijn bad hair day. Via de spiegel vangt hij mijn blik en maakt direct duidelijk dat ik vooral niet het lef moet hebben om er ook maar iets van te zeggen. Niet dat ik dit nog kan. Naast mijn longen zijn nu ook mijn stembanden aan elkaar geplakt. Het moet gezegd: sterk spul.

Met een blauw aangelopen gezicht poets ik mijn tanden. Zoonlief is nog steeds niet klaar. Hij vind een paarsachtig flesje en sprayt ook dat in zijn haar. Ik maak hem er voorzichtig op attent dat dit Andrelon Perfecte krul is en niet gaat helpen om zijn haar te stylen. Geschrokken van zijn eigen onoplettendheid zit er nog maar één ding op. Hij rommelt tussen de overgebleven spullen in de la en vindt wat hij zoekt. “WAT DOE JE!!” Gil ik met mijn tandenborstel nog in mijn mond. Zoonlief gaat stoïcijns door met zijn actie. Hij knipt een hele pluk, iet wat scheef, vanaf de haarwortel af. De badkamer vult zich met stilte terwijl wij alle twee naar de pluk haar in zijn hand kijken. Ik vol afgrijzen. Hij met een glimlach op zijn bakkes. Eindelijk kijkt hij mij weer aan. “Ik los mijn probleem op!” Is het enige wat hij zegt. Ik kan het niet helpen maar moet hier zo hard om lachen dat ik bijna stik in een combinatie van haarlak en tandpasta.

Ik moest opeens denken aan een actie van een paar weken terug. Toen kreeg hij precies een half uur om zijn rommel op te ruimen. Wanneer ik na 30 minuten nog nutteloze zooi zag liggen, zou er een voetbalfoto van hem op Instagram verschijnen uit de periode dat hij nog geen ruk om zijn kapsel gaf. Een Throw Back Friday of iets in die trant. Nog binnen het half uur was al zijn rommel opgeruimd. Hij was zelfs zo ver gegaan dat zijn sporttas was uitgepakt, schoolspullen van de trap gehaald waren en kleding (netjes) gevouwen in de kast lag. Dat ik nooit eerder op dit subtiele chantagemiddel ben gekomen…

Als we alle twee gepoetst en aangekleed beneden staan zie ik pas wat voor kleding hij aan heeft. Een zwarte en een witte sok. Een trainingsbroek die beter niet meer buitenshuis gedragen kan worden en een shirt dat qua kleur totaal niet past bij de rest. “Je maakt je druk om je kapsel, maar je kleding interesseert je niet?” Vraag ik hem. Zoonlief kijkt mij met een puberale uitdrukking aan. “Als het maar lekker zit. Wat maakt het dan uit wat ik aan heb!?” Hij hijst zijn rugzak op zijn rug, geeft mij een kus en springt op zijn fiets. Terwijl ik hem uitzwaai bedenk ik mij dat we echt heel veel op elkaar lijken. Een allegaartje aan kleding. Maar ach, wie ziet dat nu? Als je haar maar goed zit. En ook die fase gaat voorbij…