Zullen we de korte, iets langere of de langste route nemen? Vraagt vriendlief als we bij het informatiebord staan waarop de rondvaarten worden aangeboden. De korte rondvaart is met 1 uur heen en terug. De langste duurt maar liefst 4 uur enkele reis… We besluiten wijselijk voor de middelste te kiezen. Hiermee zouden we een uur enkele reis op de Moezel varen. Een sluis passeren, voldoende onderweg zien en aan het einde van de rit van boord kunnen om één van de dorpjes te bezoeken.
Wat treffen we het toch met het weer. Er staat een fris windje, maar de lucht is blauw en het zonnetje maakt alles goed. Ons scheepje ligt al op ons te wachten. Er kunnen ruim 600 man aan boord. Zo vol zit het misschien in het hoogseizoen. Wij hebben het geluk dat we kunnen kiezen waar we gaan zitten. Dat is in eerste instantie bovenop het dek in de zon. Waar we genieten van een kop koffie en het uitzicht.
We laten ons naar Beilstein varen waar we van boord gaan, een hapje gaan lunchen en gaan dwalen door de straten. Dit dorp staat namelijk bekend als het Doornroosje van de Moezel. Inmiddels snap ik helemaal waarom. Als we aanmeren is het aanblik al direct eentje voor in de boeken. Een prachtige kade met oude gebouwen, een kerk links en een burcht rechts.
Terwijl we door de smalle straatjes wandelen, voelt het alsof de tijd hier een paar eeuwen geleden heeft besloten niet meer mee te doen. Het dorp bestaat al sinds de middeleeuwen en kreeg zelfs stadsrechten in de veertiende eeuw. Veel van de vakwerkhuizen, steegjes en pleintjes die je vandaag ziet, bepalen al eeuwenlang het straatbeeld. Niks nieuwbouw. Ook nu heb ik weer het gevoel alsof we door een filmdecor lopen.
Vriendlief wordt helemaal gek van mij. Ieder steegje en paadje moet ik bewandeld hebben en onder ieder boogje moet ik even kijken wat er aan de andere kant te zien is. Dan staan we opeens voor de kloostertrap. Het zijn aardig wat stapjes omhoog. Maar ook die nemen we. We komen uit bij een heel gezellig terras dat uitzicht geeft over de Moezel en het dorp. Het terras zit vast aan de voormalige Karmelietenkerk. Daarin zou de beroemde Zwarte Madonna van Beilstein te bezichtigen zijn. Wij kunnen de Zwarte Madonna niet vinden. Dus ik kan er niet over meepraten.
Nog een stuk hoger torent de ruïne van Burg Metternich uit. Het kasteel speelde eeuwenlang een belangrijke rol in de regio totdat het in 1689 door Franse troepen werd verwoest. Tegenwoordig zijn vooral de overblijfselen ervan te bewonderen. Wij besluiten de burcht letterlijk links te laten liggen en via de andere kant terug naar het dorpje te lopen. Ook blijf ik mij verbazen over de panden waar ik langs loop. Wij noemen een woning uit de jaren 60 al verouderd. Hoe is het toch mogelijk dat er hier huizen uit 1300 staan die nog steeds bewoond worden?
Vol bewondering over alles wat we gezien hebben zoeken we een eettentje uit voor de lunch. Dat is niet zo makkelijk. De terrasjes zijn gezellig en hebben allemaal een fantastisch uitzicht of een unieke locatie. Het liefst schuif ik overal even een. Maar zoveel tijd hebben we nu ook weer niet. We besluiten uiteindelijk te kiezen voor het zonnetje met uitzicht op het water en laten ons culinair verwennen door de kok voor we terug varen naar Cochem.

Het is gewoon een mooie streek de moezel.
Aum Shanti
Wat mooi daar, echt een sprookje! En in 1300 bouwden ze huizen die de tand des tijds lang konden weerstaan, dat blijkt. Dat gebeurt nu niet meer…