Kan ook nooit eens normaal…

Ben ik net lekker bezig, helemaal in mijn zalige vroege‑ochtend‑flow, en hoppa… Dan is er opeens zo’n pijntje dat uit het niets opduikt. Toen ik nog wat jonger was ahum, kon ik gewoon doorgaan. Even doorbijten, daagje rustig aandoen en wat extra rekken en strekken. Weg was de pijn. Maar tegenwoordig weet ik precies hoe dit script loopt: als ik nu doorzet, zit ik weken met een blessure opgescheept. 

Het gebeurde toen ik mijn ochtendwandelingen steeds met een paar meter aan het verlengen was. Uiteindelijk liep ik met gemak binnen de 50 minuten vijf kilometer. Maar vandaag dus niet. Eerst denk ik nog dat ik mijn knie heb gestoten of een rare beweging heb gemaakt. Maar het voelt niet als een blauwe plek en ik kan hem heel precies aanwijzen ook. 

Eigenwijs als ik ben loop ik door. Maar ik ben wel zo slim om mijn tempo terug te schroeven. Ik hoop dat het een warming-up dingetje is. Maar nee, tijdens het lopen voel ik het al en daarmee komt er abrupt een einde aan mijn zalige ochtendrondjes. Het is geen helse pijn maar wel dat irritante gevoel dat er iets niet goed zit. Buigen tot 90 graden lukt niet. Het voelt meer alsof er vocht in de weg zit. Mijn knie is niet warm, geen extreme zwelling, traplopen gaat overigens wel prima. Dus ik besluit twee dagen (met moeite) finaal rust te houden.

Daarna kan ik mijn knie weer buigen, maar nu voelt het alsof er een elastiekje dwars over mijn knie knapt. Serieus, wat is dit nu weer? Ik gooi er nog twee verplichte rustdagen tegenaan, ook met moeite. Na vier dagen probeer ik voorzichtig een stukje te fietsen. Dat gaat best oké. Alles voelt eigenlijk redelijk stabiel. Na de verplichte rustdagen sta ik te popelen om de ochtendlucht weer te kunnen opsnuiven. Mijn 5‑kilometer‑rondje schroef ik wijselijk terug naar 2 kilometer, tempo in standje slak. Zo ben ik “rustig” aan het herstellen maar toch lekker buiten. 

Maar laat me je vertellen: het is nog knap lastig om je tempo in te houden wanneer het lopen zelf geen pijn doet. Maar goed, discipline enzo. Want eenmaal een blessure kan dit langer duren dan gewenst. 

In de dagen daarna test ik mijn belastbaarheid. Een aantal dagen hetzelfde slakkenrondje. Daarna iets verder, en op korte stukjes normaal asfalt mag het tempo een tikje omhoog. Elke dag kijk ik hoe mijn knie zich houdt. En verdraaid… deze aanpak lijkt te helpen. De zeurderige steek aan de buitenkant verdwijnt. Het enige dat blijft is het knappende elastiekjes gevoel. Zeker bij het buigen van mijn knie in een hoek van 90 graden. 

Waar doe ik goed aan? Ik wik en ik weeg. Er doorheen lopen heeft mij in het verleden geleerd dat ik er uiteindelijk langer mee zit. Maar ik wil zo graag naar buiten dat ik een compromis sluit met mijzelf. Ik mag een paar keer in de week wandelen, maar nog steeds op standje slak en niet verder dan 2 tot 2.5 km maximaal. 

Het kost mij de grootst mogelijke moeite om mij hieraan te houden maar na een paar weken van rustig aan doen is alles weer hersteld. Helaas is het om 5 AM nog pikdonker buiten. Dus mijn ochtendwandelingen zijn door de weeks inmiddels avondwandelingen. Des te meer geniet ik als ik in het weekend weer eens vroeg uit de veren ben. 

De stille magie van 05.00 AM…

Dat ik dus iemand ben geworden die vrijwillig om 04.45 uur wakker wordt… Iets wat ik eigenlijk alleen zou doen als ik met vakantie ga. Maar inmiddels is het vaste prik: ik, mijn wekker, en een ochtendwandeling die voelt als een soort mini‑retraite in het park.

Het begon allemaal met een simpel doel: mijn stappen halen vóór werktijd. Praktisch en meetbaar. Maar zoals dat gaat met dingen die goed voelen, liep het uit de hand. Niet obsessief, maar meer in de categorie: “Waarom voelt mijn dag incompleet als ik niet minstens 3 kilometer heb gelopen voordat de rest van Nederland zijn eerste koffie drinkt?” 

De eerste paar dagen waren pittig. Rond 20.00 uur was ik een soort uitgeknepen vaatdoek. Maar wonder boven wonder wende ik snel. Mijn lichaam besloot dat 04.45 uur een prima tijd is om wakker te worden. Wat ik merk, is dat die ochtendwandeling veel meer doet dan alleen mijn stappenteller blij maken. Mijn gezicht ziet er minder pafferig uit (mooi meegenomen), mijn benen voelen steviger, mijn heup klaagt niet meer, en ik loop letterlijk vóór op de rest van de wereld. Terwijl anderen nog liggen te dromen over wat dan ook, loop ik al tussen de bomen door te ademen alsof ik een soort zen‑monnik ben.

En dan komt het nuchtere stuk. Er is namelijk niets zweverigs aan vroeg opstaan. Je hersenen zijn ’s ochtends nog leeg. Geen mailtjes, geen collega’s, geen kinderen. Je brein staat nog in de stand “vers wit papier”. Dat maakt het makkelijker om helder te denken, rustiger te voelen en überhaupt te onthouden dat je een mens bent en geen wandelende to‑do‑lijst. Wandelen in de ochtend zet je cortisolcurve recht. Je lichaam krijgt een duidelijke “goedemorgen, we gaan beginnen”-signaal, waardoor je energie over de dag gelijkmatiger blijft. Minder dipjes, minder snaaigedrag, minder momenten waarop je ineens met je hoofd in een zak chips hangt en niet weet hoe je daar bent beland.

Zelfs het daglicht werkt mee. Ook als het halfdonker is, krijg je al genoeg licht binnen om je biologische klok te resetten. Dat betekent beter slapen, sneller wakker worden, minder zombie‑gedrag. Je kunt dit zien als gratis therapie. Gewoon een park met een paar bomen, frisse lucht en je eigen benen.

Hoewel het zomer is, is het rond 05.00 uur nog niet zo licht als een paar weken geleden. En het is ook iets frisser als toen ik er net mee begon. Mijn topje is inmiddels ingeruild voor een jasje, en ik ben alternatieve routes aan het bedenken voor wanneer het écht te donker is, want ik ben wel toegewijd, maar niet naïef. Mijn regenkleding ligt ook al klaar, al weet ik nog steeds niet of ik mij vrijwillig zeiknat wil laten regenen. Ook hier, toegewijd maar niet gek. Voor nu kijk ik in ieder geval elke ochtend uit naar dat rondje wandelen.

Zijn er nadelen? Tuurlijk. Soms ben ik overdag moe. Soms ga ik zelfs eerder naar bed dan Groene Draak. Maar de voordelen zijn eindeloos: actiever voelen, minder honger, minder snaaigedrag, stevigere bovenbenen, een blije heup en een hoofd dat veel rustiger is. Dus wat heb ik geleerd? Dat vroeg opstaan geen straf is, maar een cadeau. En dat ik blijkbaar iemand ben die de dag het liefst begint voordat de rest van de wereld überhaupt heeft besloten wakker te worden.

Wakker vóór de wereld…

Ik ren de afgelopen weken het vuur uit mijn werksloffen, maar mijn stappendoel? Geen schijn van kans. En dan ga ik op vakantie, waar luieren praktisch een fulltime baan is en haal ik datzelfde stappendoel met twee vingers in mijn neus. Waarschijnlijk door de vele rondjes langs het buffet, maar dat detail parkeren we voor dit blog even.

Bij thuiskomst voel ik dat ik die lekkere beweegflow wil vasthouden. Dus ik besluit de volgende dag meteen te gaan wandelen. Alleen kies ik het tijdstip een tikkeltje ongelukkig. Midden op de dag, 30 graden, zon die brandt alsof ik nog steeds op Gran Canaria ben. Ik kom druipend thuis en besluit dat dit anders moet.

De ochtend erna ga ik direct bij het ontwaken op pad. Het kwik klimt opnieuw richting de 30 graden, maar in de vroege ochtend is het nog heerlijk. Zo heerlijk zelfs, dat ik de rest van de week mijn wekker zet, ondanks dat ik nog vrij ben. En iedere dag gaat die wekker een stukje vroeger. Alles om een wandeling te maken. Vriendlief verklaard mij voor gek.

Was ik soms vergeten hoe heerlijk rustig ons park is op dit uur?! De wereld ontwaakt langzaam. De lucht is fris, de stilte bijna tastbaar. Ik hoor de vogels fluiten en alleen dat geluid zorgt al dat mijn dag goed begint. Geen muziek nodig, de natuur doet haar werk.

Mijn werkende leven staat op het punt om weer te beginnen, dus ik besluit mijn wekker nóg iets eerder te zetten. Hij gaat nu om 5:00 af. Terwijl het hele huis nog in diepe rust is, zelfs de vogel want geen early bird, waag ik mij buiten. Met 45 minuten wandelen heb ik al de helft van mijn stappendoel binnen en voel ik me een stuk actiever op het moment dat ik op mijn werk aankom.

Wanneer ik naar bed ga, kijk ik stiekem al uit naar het moment dat ik weer mag lopen. In alle vroegte, met niemand anders dan het ontwaken van de dag en de vogels in de bomen, oh en de slakken op de grond, dat dan wel weer. “De Club van 5AM” stond al even op mijn lijstje en vanaf nu ben ik een waardig lid.

Soms valt me op hoe de zon het park schildert. Iedere ochtend kleurt het licht de bladeren in minstens tien tinten groen. Van fris limoen tot bijna donkergoud. Het lijkt alsof de zon door de takken en bladeren heen een soort natuurlijke filter over de wereld legt. Het park is eigenlijk helemaal niet groot, maar door de kronkelpaadjes voelt het alsof ik door een klein bos loop. Alsof ik telkens een nieuw stukje ontdek dat gisteren nog niet bestond. Het licht speelt verstoppertje tussen de bladeren, werpt strepen op het pad en maakt van een simpele ochtendwandeling een soort mini‑expeditie. Ik merk dat ik langzamer ga lopen, gewoon om niets te missen.

En dan die geuren… De wereld ruikt compleet anders na een nacht regen. Ieder stukje park heeft zijn eigen lucht. Soms loop ik langs een pluk onkruid en word ik verrast door een weelderige zomerse geur. Alsof iemand een fles parfum heeft leeggespoten. Ik blijf even staan, snuif diep in, en laat de ochtend zich helemaal in mij nestelen.

Ik wandel. Ik adem. Ik ben wakker nog vóór de rest van de wereld dat is.
En dat voelt als een cadeautje, elke dag opnieuw.