Voor de wind …

Even terug naar 2016:

Nederland, waterland. Kilometers lange kust. Prachtige grachten. Met parken omzoomde rivieren. Mooie meren en grote, “woeste” wateren. Voor de liefhebbers is het heerlijk toeven op het water. Mijn vriend is opgegroeid met boten en heeft als kind met zijn vader zelfs een eigen zeilboot gebouwd. Een echte. Niet zo één van Playmobil.

Nu wil mijn vriend, “net als vroeger”, weer een boot. Ik was aanvankelijk niet helemaal overtuigd. Wat weten wij, of in ieder geval ik, nu van boten? Maar aangezien ik een voorliefde heb voor alles wat beweegt en altijd en immer nieuwsgierig ben, wilde ik het wel een kans geven. Omdat je niet overal en met elke boot zomaar mag varen, moest er nog wel iets meer gedaan worden. Dat betekende samen studeren om eerst ons vaarbewijs te gaan halen. Daarmee zou ik in ieder geval een klein beetje het idee hebben nog ergens iets van af te weten…

Vriend bladerde het boek één keer door om het daarna achteloos aan de kant te gooien. Zelf leerde ik mij het apelazarus, maakte aantekeningen, keek filmpjes en kocht een berg proefexamens in. Ik ging er helemaal voor. Varen is leuk en kennis is macht, toch? Was ik vroeger maar zo fanatiek aan de studie gegaan. Echt het zou toch om te gieren zijn wanneer ik straks met mijn eigen boot door het water zou mogen scheuren?!

Het leren begon goed. De stof was tot op een zeker punt eigenlijk heel logisch. Tot ik bij het onderdeel bruggen, sluizen en waterdieptes was aangekomen. Cijfers zijn nu eenmaal niet helemaal mijn ding. Er staat bijvoorbeeld: “H=30, KP=NAP-5, WW NAP+1 en je boot is 22DM boven water. Hoeveel DM speling blablabla…” Dan begint het me te duizelen. De oplossing was om de berekening dan maar te tekenen (hulde aan youtube!). Toen ik eenmaal doorhad hoe ’t werkte, snapte ik alle “wiskundige” abracadabra al beter. Daarna leerde ik dat de rechteroever best aan je linkerhand kan liggen. Dat een roeiboot voorrang heeft op een motorboot. Rechts gaat niet altijd voor links en al helemaal niet wanneer je… Nou ja, in ieder geval zat ik er lekker in.

Ik voelde mij een ware waternerd. Iedere dag, echt íédere dag was ik er mee bezig. Ik kreeg lol in het vergaren van kennis en het werd tijd om het echte examen aan te vragen. Dat was wel een dingetje. Eng. Alsof ik er nog niet klaar voor was, terwijl ik voor bijna ieder proefexamen slaagde. Er waren toch nog steeds een aantal onderdelen die ik niet goed uit elkaar kon houden. Op het moment dat mijn ego even niet keek, gaf ik mijzelf op.

Niemand wist van dit examen. Zelfs vriend niet. Stel je voor dat ik zou zakken… Onder werktijd piepte ik er tussenuit om het examen te maken. Ik was op van de zenuwen. Wat nu als er heel andere vragen gesteld zouden worden? Zoals altijd bleek het mee te vallen. Nadat de examinator mijn werk had nagekeken, kwam ze mij feliciteren. Met maar drie fouten was ik ruimschoots geslaagd én ook nog eens de nerd van de klas. Ik kreeg mijn vaarbewijs direct mee. Bij thuiskomst schoof ik het papiertje met een grote grijns onder de neus van mijn vriend. “Kijk! Nou kan tenminste één van ons twee legaal het water op!”

Nu die boot nog.

 

 

Dit blog verscheen vorige week ook op: “Hoe vrouwen denken!?”

 

***

Driemaal is scheepsrecht… 

Wat een leuke titel voor dit blog als je bedenkt dat ik met mijn vaarbewijs bezig ben. En ook nog eens voor de derde keer. De twee voorgaande keren kwam ik niet verder met leren dan hoofdstuk drie en vervolgens hoofdstuk vier. Die keren wilde ik het samen met vriendlief halen. Nadat hij het boek wel geteld één keer had doorgebladerd werd het aan de kant geschoven. Terwijl ik mij het apenlazarus aan het leren was. Ik besloot te stoppen. Het was immers zijn droom om een boot te kopen. Het boek verdween ergens onderop een stapel in de kast. Toch kwam er dit jaar weer een moment waarop ik dacht, waarom niet?  Het varen is toch eigenlijk best wel heel erg leuk. Ik besloot het nog één keer te proberen. Drie maal is scheepsrecht. In de eerste plaats voor mijzelf. In de tweede plaats voor die lang gekoesterde droom van vriendlief. En in de derde plaats: Het zou toch om te gieren zijn wanneer ik straks met mijn eigen boot door het water mag scheuren.

Het leren begon goed. De stof was eigenlijk heel logisch (misschien omdat ik al voor een derde keer bezig was🙄). Tot ik bij het onderdeel bruggen, sluizen en waterdieptes was aangekomen. Mensen die mij kennen weten hoe ik ben met cijfertjes! En als er dan staat: H=30, KP=NAP-5, WW NAP+1. Je bootje is 22DM boven water. Hoeveel DM speling bla bla bla… Dan begint het mij te duizelen. De oplossing was deze berekening te tekenen. Toen ik eenmaal doorhad hoe dat werkte snapte ik al dit “wiskundige” abracadabra. Hierna leerde ik dat de rechteroever best aan je linkerhand kan liggen. Dat een roeiboot voorrang heeft op een motorbootje. Rechts gaat niet altijd voor links en al helemaal niet wanneer je … In ieder geval, ik zat er lekker in.

Naast mijn twee lesboeken (mijn oude en nieuwe) kocht ik ook een inlogcode om proefexamens te maken. Ik voelde mij een nerd. Iedere dag was ik er mee bezig. Deed ik vroeger maar zo mijn best… Ik kreeg lol in het vergaren van kennis. Het werd tijd om het echte examen aan te vragen. Dat was wel een “dingetje”. Alsof ik er nog niet klaar voor was. Tot nu toe was ik voor bijna ieder proefexamen geslaagd. Er waren toch nog steeds een aantal onderdelen die ik niet goed uit elkaar kon houden. Sjees ik ben een nerd… Op het moment dat mijn Ego even niet keek, gaf ik mijzelf op.

Ik had niemand iets verteld over het examen. Zelfs vriendlief niet. Onder werktijd piepte ik er tussenuit om het examen te maken. Wat was ik zenuwachtig. Wat nu als er heel andere vragen gesteld zouden worden? Het is lang geleden dat ik mij zo gevoeld heb. Zoals altijd bleek het mee te vallen. Er zaten wel wat twijfel gevallen tussen. Maar het merendeel van de vragen kon ik met zekerheid invullen. Nadat de examinator het had nagekeken kwam ze mij feliciteren. Met maar drie fout, en 76 punten van de 80 was ik ruimschoots geslaagd. Je wil niet weten hoe blij ik was!! Ik kreeg mijn vaarbewijs direct mee. Vriendlief dacht eerst dat ik een grapje maakte. Maar was daarna aangenaam verrast en trots toen ik hem het pasje onder zijn neus hield.

Ik ben alweer aan het kijken of ik misschien iets kan gaan doen als aanvulling op mijn vaarbewijs. Mijn padi duikbrevet halen of zo. Voor nu kan de zoektocht naar een leuke boot in ieder geval gestart worden.