Onze kanjers aan zet…

Nog geen half jaar geleden liep ik te schelden en te tieren als op zaterdag de wekker om 06.30 uur afging. Welke idioot maakt de schema’s voor de voetbalwedstrijden? Wie verzint er zo iets? In mijn ogen is 11.00 uur ook een prima tijd om een wedstrijd te beginnen.

Maar inmiddels ben ik er aardig aan gewend geraakt. Sterker nog, sinds enkele weken ben ik zelfs als eerste wakker en sta nog voor de wekker is gegaan naast mijn bed (oké, niet iedere zaterdag maar vanmorgen toevallig wel 🙂 )

Het is 08.00 uur, mijn hutkoffer is ingedeeld mijn jas is gepakt, yup ik ben er klaar voor. Gelukkig heb ik ook nog oog voor Ukkepuk want die moet het vandaag natuurlijk allemaal gaan doen. Ook hij is omgekleed en heeft (eindelijk) zijn schoenen aan. Vriendlief heeft de auto al gestart. Op naar het voetbalveld.

Inmiddels ben ik aardig ingeburgerd bij de voetbal. Ik herken de vaders, moeders en zelfs opa’s en oma’s die ook geregeld mee komen. De vaders, moeders, opa’s en oma’s daarentegen zien mij niet meer aan als iemand van de pers. Op sommige momenten wordt ik zelfs gedoogd in de kleedruimte. Hoewel ik daar het liefst zo min mogelijk kom. Ik doe alles om de stank van zweetvoeten te kunnen ontlopen.

Toen eenmaal bekend was op welk veld onze kanjers moesten spelen heb ik mijn spulletjes uitgestald. Ook de zon was aanwezig wat ik persoonlijk altijd erg fijn vind als ik foto’s moet maken van rond rennende mensen en de daarbij behorende rond vliegende objecten. De kleuren van de shirtjes komen ook met zonlicht nog net iets mooier uit de verf.

Voor ik goed en wel kon zitten was het eerste doelpunt al gescoord. De jongens vlogen over het veld en waren feller dan anders. Ik weet niet of dit door het mooie weer kwam. Maar ik zag dat ze er zin in hadden. Dankzij hun schoot ook ik er aardig op los. Die verbeten bekkies, de poging om te scoren, zoveel mogelijk bal bezit houden en de truckjes tussen door zijn altijd prachtige momenten om vast te leggen. Dit E-1 team is sinds het begin van het nieuwe seizoen samen gesteld uit de spelers van het oude F1 en het oude E1 team, maar het werkt als een geoliede machine. Ondanks het lengte verschil met de tegenstanders laten ze zich niet uit het veld slaan. De jongens spelen zo fanatiek dat ik mij afvraag waarom ik aan de kant sta en niet mee doe. (wat mij er direct aan herinner dat ik zo ook aan mijn hamstringblessure gekomen ben.) Ik vergeet zo af en toe dat ik hier ben om te fotograferen en juich (volgens de scheids net iets te) hard als er weer een doelpunt wordt gescoord.

Het was een prachtige wedstrijd en we kunnen trots zijn op onze kanjers. Met 4-7 (voor de niet kenners zoals ik tot voor kort: we speelden uit en hebben gewonnen) keren we nog voor de lunch weer huiswaarts waar ik snel de foto’s op de pc zet om te kijken of ook ik er wat van gebakken heb….

 

 

 

Saya belajor Bahasa Indonesia

Ik vind het leuk om aan iets nieuws te beginnen, een nieuw doel, een nieuwe uitdaging. Over het algemeen moet iets mij niet al te veel moeite kosten, moet het niet te duur zijn en moet ik het zelf, soms met een beetje hulp van iemand, kunnen uitvoeren.

Mijn doel in 2010 was leren snowboarden. Dat doel kunnen we meer dan geslaagd noemen en de wintersport is inmiddels een vast onderdeel van mijn leven geworden (waarvoor dank aan mijn familie). Nu we niet meer ieder weekend op de indoor berg in Zoetermeer of De Uithof in Den Haag te vinden zijn blijft er wat tijd over voor een nieuwe uitdaging. Een keuze maken uit de vele leuke dingen die het leven biedt is vaak al een opgave op zich.

Ik liep al enkele jaren met het idee rond om een tweede (of eigenlijk een derde als je Engels ook mee zou tellen) taal te leren. Duits, Spaans en zelfs Arabisch heb ik overwogen. Maar de stap om mij daadwerkelijk in te schrijven was wel erg lastig. De school te ver weg, de cursus te duur of niet op een tijdstip dat het mij uit kwam. Kortom, iedere keer was er wel een goed excuus om er toch maar vanaf te zien. Tot mijn nichtje naar de Hogeschool Rotterdam ging. Als extra vak volgde ze in het begin van de lente Bahasa Indonesia. De taal die onze voorouders spraken maar waar wij niets van begrepen behalve als het om eten ging natuurlijk. Ayam, gadogado, telor.

Het leek haar leuk om mijn tante en mij dit ook te leren. Ik greep de mogelijkheid om een taal te leren die terug te voeren is naar de roots van mijn vader en diens vader en moeder met beide handen aan. Dus kan ik jullie nu vertellen: “Saya belajor bahasa Indonesia.” Of te wel: “ik leer Indonesisch.”

Inmiddels hebben we al verschillende lesjes gehad en naast het gezellig bijkletsen leren we ook nog wat bij. Mijn nichtje mag er dan misschien lief, schattig en knap uitzien, maar wat doceren betreft is ze een echte bikkel. Nauwlettend houdt ze de tijd in de gaten en voert ons streng doch rechtvaardig door de grammatica en woordenlijstjes heen. We hebben een cd-rom die we thuis moeten beluisteren zodat de uitspraak goed blijft hangen. Zelf heeft ze het vak op HBO niveau gevolgd maar gelukkig houdt ze rekening met onze toch iet wat vergrijsde hersencellen. De hoofdstukken worden in tweeën gesplitst en voor we aan het volgende gedeelte beginnen herhalen we het voorgaande.

Toen mijn vriendin, die helemaal verzot is op alles wat met Indonesië te maken heeft, dit te horen kreeg sloot ze ook aan bij de groep. Ook haar man liet deze kans niet onbenut. Nu zitten we dus één maal in de week met vijf man om de tafel. De ene keer hier de andere keer daar. Hoewel het ons niet iedere keer lukt om braaf ons huiswerk te maken, wat vaak gepaard gaat met de mededeling dat er dan strafwerk op zal volgen, blijft er toch van iedere les wel iets hangen. Het is erg leuk om nu al woordjes te herkennen en kleine (met de nadruk op kleine) gesprekjes te kunnen voeren met elkaar. Nu alleen nog opzoek naar mensen die ook Bahasa Indonesia spreken om onze nieuwe skills in de praktijk uit te proberen.

Liefhebbers??

 

Modern oorlogvoeren…

Taskforce 141

Neem zoveel mogelijk goede wapens mee, zorg dat je perk 1,2 en 3 (of wat dan ook) zijn bijgewerkt en gereed zijn voor gebruik. Elimineer alles wat beweegt, behalve je eigen maatje natuurlijk. Zeer belangrijk: Zorg dat je zelf niet geraakt wordt. Missie start in 3-2-1….

 

 

“Juist en wat betekenen die vage tekentjes daar rechts in beeld nou?” vraag ik aan mijn vriend terwijl zijn gezicht vol opperste concentratie staat en zijn handen de controller van de PS3 krampachtig omklemmen. De kleine man aan de andere kant van mij op de bank zucht en zegt dan op een toon waar de ongeloof en irritatie nog net niet van af druipt: “Dat laat zien hoeveel keer je dood bent gegaan!” “Oh” is het enige, iet wat dommige, antwoord wat ik uit kan brengen. “Dat is dus 16 keer in tien minuten tijd.” Niet echt iets om trots op te zijn bedenk ik mij.

We spelen Call of Duty Modern Warfare en met WE bedoel ik vader en zoon. Ik kijk alleen maar toe hoe de één na de ander afgeslacht (sorry een ander woord heb ik er echt niet voor) wordt om vervolgens weer op te staan soms gevolgd door een onderdrukte vloek van één van de heren naast mij.

Spelletjes horen in mijn beleving voor ontspanning of afleiding te zorgen maar bij ons thuis is dit niet aan de orde. Onze woonkamer is sinds enige tijd veranderd in een war zone waar de mensen van Tour of Duty jaloers op zouden zijn. Vader en zoon strijden om de beste titel, de beste wapens en de meeste levels. Soms spelen ze wel eens samen maar over een gezelschap- of familiespel valt dan niet te spreken. Het is nou éénmaal niet leuk om door je zoon afgeknald te worden en er op zo’n manier achter te komen dat je eigenlijk niet echt meer mee kunt met “de jeugd van tegenwoordig”. Een aantal weken geleden kwamen ze er achter dat je met dit spel ook online kunt spelen met elkaar. Nu zitten de heren gezellig met de buurmannen (ieder in zijn eigen vertrouwden omgeving weliswaar) voor de buis en knallen ze alles af wat beweegt in de hoop beter en sneller te zijn dan de ander.

Ik was nu toch wel erg benieuwd waar de laatste weekenden zoveel over te doen was. Dus ik besloot om eens een middagje de beeldbuis te observeren in de hoop daar achter te komen. Persoonlijk heb ik nooit zo heel veel opgehad met de gewelddadige spelletjes voor de Nintendo, WII en dan nu de PS3. Ik ben meer van de Super Mario en Donkey-Kong generatie.

Zodra het beginscherm te zien is moeten er verschillende keuzes gemaakt worden. En daar ben je mij dus al kwijt. Hoe moet ik in vredesnaam weten waar ik uit moet kiezen? Al die verschillende wapens met al die extra keuzes… Gelukkig hoef ik dan ook alleen maar mee te kijken. Zowel vriendlief als ukkepuk scrollen met het gemak waarin een tijger zijn prooi aan stukken scheurt door het beeldscherm, hebben hun keuze gemaakt en starten, nadat genoeg andere online gebruikers zich hebben aangemeld, het spel. Terwijl mijn twee Navy Seals naast mij op de bank om de beurt PS3 duimen aan het creëren zijn probeer ik zo goed en zo kwaad als het gaat het spel te volgen. Al snel heb ik in de gaten welke personen er aan onze kant staan en wie er naar de eeuwige jachtvelden gestuurd moet worden. Terwijl de één speelt legt de ander mij uit hoeveel granaten er nog over zijn, hoeveel we voor of achter staan, hoe je meer punten kunt verdienen en welk level echt niet te doen is.

Na een half uur bekijk ik de tv inmiddels met andere ogen. Het ziet er, ondanks de tomatensap die geregeld rijkelijk over het beeldscherm druipt als je doodgeschoten wordt best grappig uit. (grappig is volgens de jongens in dit geval nogal een understatement.) Ik had mij voorgenomen om mij als toeschouwer niet te mengen in dit spel, aangezien ik in hun ogen toch alleen maar onzin uit kraam wat oorlogvoeren betreft. Maar mijn mond houden is nou niet iets dat bij mij past. Inmiddels ga ik ook zo op in het spel dat ik al aangeef waar de vijand zich bevind.. “Ja, daar daar daar, links boven in de hoek.” of “schiet um neer!!”Als of dit enige zoden aan de dijk zet. Het valt mij op dat je als niet deelnemende partij meer ziet dan wanneer je het spel zelf moet spelen. Ik krijg bijna zin om die controller van één van de twee af te pakken en het ook eens te proberen. Maar iets van trots weerhoudt mij. Ik voel mij ook een beetje dommig omdat ik niet eens weet welk wapen ik zou moeten kiezen en hoe ik voor of achteruit zou moeten lopen, laat staan schieten… Mijn ogen stonden waarschijnlijk nogal gretig want ik krijg van één van de twee een controller voor gehouden. Ik twijfel even maar mijn ego neemt de overhand. Ik bedank voor het aanbod. Af gaan vind ik niet erg, maar niet op het oorlogsveld!!