Voorjaarsschoonmaak…

Het huishouden is, net als koken, eigenlijk niet zo aan mij besteed. Helaas kom ik er niet onderuit met een papegaai en sinds enige tijd ook een kat in huis. Stofzuigen doe ik dan ook geregeld, al dan niet iedere dag. Maar iedere dag aan de poets? Nee, dat toch zeker niet. Als ik al aan de poets zou gaan moet het wel enig effect hebben. Ik moet kunnen zien dat er iets “schoon” gemaakt is. Wat is nou het nut van iedere dag de planken afstoffen? Of iedere dag dweilen? Zolang we niet allergisch zijn voor stof houd ik het bij één keer in de week (en als ik het nog niet nodig vind, één keer in de twee weken) Zo heb ik meer eer van mijn werk en het gevoel dat ik daadwerkelijk iets gedaan heb wat nut heeft gehad.

Zo gaat het ook met het poetsen van het paardenbeest. Toen ik hem net had werd hij soms meerdere keren per dag uit zijn stal gehaald om hem helemaal van top tot teen te poetsen tot hij glom als een spiegel. Het arme dier vond er geen pest aan. Maar hij had na een paar weken ook wel door dat hij mij niet op andere gedachten kon brengen door zijn poot “stijf” te houden. Gedwee heeft hij mij jarenlang naast, voor en achter zich getolereerd. Gewapend met ros, kam en borstels. De eerste periode van onze “vriendschap” stoof hij na een flinke poetsbeurt met liefde het weiland of de paddock weer in om zijn mooie, net gepoetste, witte vacht weer smerig te maken door te gaan rollen in de dichtstbijzijnde modderpoel. Hij keek mij daarna meestel vergenoegd aan. Nog net niet glimlachend, alsof hij wilde zeggen: “waar doe je toch steeds al die moeite voor? “ Waarschijnlijk had mijn beteuterde gezicht hem aan het denken gezet. Zoals een echte vriend betaamd wachtte hij vanaf dat moment met rollen, graven en zichzelf vies maken tot ik weg was. Het poetswerk bleef natuurlijk voor de volgende dag maar zo ging ik in ieder geval nog met een tevreden en voldaan gevoel van stal.

Nu ik wat ouder ben, we geen wedstrijden meer rijden en eigenlijk alleen nog maar plezier ritjes door de polder maken, hoeft het poetsen ook niet meer zo. Ik weet dat ik hem niet kan plezieren door hem dagelijks flink te rossen en te poetsen. Voor mijzelf is het nutteloos want ik zie er toch niets van terug. Behalve in het voorjaar als hij zijn wintervacht gaat inruilen voor zijn zomervacht…

De biologische klok van mijn super pony is niet alleen daarop ingesteld. Maar ook op de poets- en wasbeurten die hierop volgen. De laatste paar dagen begroet hij mij niet meer vrolijk hinnikend… Nee, hij kijkt mij knorrig aan en zucht nog net niet als ik met de poetskoffer aan kom zetten. “hemel, het is weer zover!” Of soortgelijke gedachten zullen door zijn hoofd gaan. Maar voor mij geeft het een heerlijk gevoel om al die haren los te rossen. Hele plukken liggen er dan op de grond of vliegen door de lucht. Zodra het eerste zonnestraaltje zich laat zien staan wij al klaar om door de wasstraat te gaan. Hij heeft een bloedhekel aan water. Maar een wit paard is nou eenmaal niet schoon te krijgen zonder water en zeep. Zijn prachtige dikke staart ziet er na twee wasbeurten met zilvershampoo weer schitterend uit. Zijn benen geven nog net geen licht en de rest van zijn vacht glimt als nooit te voren. Poetsen is dan zeker niet nutteloos en oh wat een eer heb ik na iedere poetsbeurt van mijn werk.

Yep, zodra het gras weer gaat groeien, de eerste madeliefjes zich weer laten zien en de klok een uur vooruit is gegaan dan is mijn paardenbeest de “Sjaak”…

 

Blauw, rood & zwart …

Drie jaar geleden is het gedonder begonnen. Toen raakte ik in de ban van het snowboarden. Weer zo iets waar ik totaal niets van moest weten. Maar… het virus sloeg toe en ik raakte verslaafd. Het boarden werd een ware obsessie voor mij. Om het te leren heb ik een aantal lessen op een rondraaiende mat gevolgd om vervolgens de rest aan te leren op de indoorberg van Snowworld of De Uithof. Nu zijn we dus per jaar minstens één rib uit ons lijf kwijt aan een wintersportvakantie. Niet zomaar een vakantie. Maar een vakantie met de familie. In 2011 besloten we voor het eerst met mijn tante en oom mee te gaan naar Oostenrijk. Dat was zo goed bevallen dat we dit jaar weer mee gingen. En wij niet alleen. In totaal gingen we met vier gezinnen, 13 man/vrouw/kind in totaal.

In tegenstelling tot  één van mijn nichtjes ben ik niet zo’n held als het op snelheid en durf aan komt. Ik ben van de zekerheid en veiligheid. Ingesnoerd met backprotector en helm ging ik vorig jaar met 10 km per uur van de piste terwijl ik links en rechts ingehaald werd door skiërs en boarders. Dit jaar gingen we al wat harder en met meer zekerheid en souplesse van de berg. Mijn nichtje, die hier al een aantal jaren komt, vond het tijd worden voor wat meer actie en nam mij mee naar een gedeelte van de berg dat bestempeld wordt als “rood” en de naam “penzing” draagt. Alleen de naam bezorgde mij eigenlijk al de rillingen. Uiteindelijk begreep ik dat de stoeltjeslift zo heet, maar voor het gemak de berg ook zo genoemd wordt.

Om er te komen moesten we eerst met de gondel naar boven. Er waren verschillende routes om beneden te komen. Twee korte steile afdalingen die er voor zorgden dat je uiteindelijk op de piste kwam waar het allemaal om draaide. Of drie verschillende bospaadjes die netjes om de berg heen cirkelden en ons uiteindelijk ook op dat stuk piste brachten waar we zijn moesten. Kiezen is nou eenmaal niet mijn ding zoals jullie inmiddels wel weten. Ik heb daar even staan wikken en wegen, staan plussen en minnen welke route het beste bij mij zou passen. Tot mijn tante zei dat we maar beter het bospad konden nemen. Veiligheid voor alles.

In haar kielzog vervolgden we de route. Mijn tante op haar ski’s, mijn nichtjes en ik op ons snowboard. Het eerste bospad diende zich aan. Ik schrok van dit smalle pad. Maar ik schrok nog meer van het feit dat het pad niet was afgezet met een hekje, vangrail, plankje of desnoods een stukje lint! Ik keek recht de afgrond in. (nou oke, iets minder diep, het ravijn… ) Ik toverde mijn grootste glimlach naar voren die uitstraalde: “Ik ben heus niet bang hoor!” Terwijl iedereen netjes mijn tante volgde stond ik daar nog als aan de berg genageld, te twijfelen of ik niet gewoon mijn board uit zou doen om dat stuk te lopen. Ik wilde mij natuurlijk niet laten kennen dus zette ik mijn bochtenwerk in. Veiligheid voor alles?? Op hoop van zegen dan maar… Dit ging wonderbaarlijk goed. Zolang ik maar niet naar de rand van het bospad keek. Hoe dichter ik bij de rand kwam hoe meer ik leek te bevriezen en daarmee dus ook mijn bochtje niet kon maken. Ik zal niet zeggen dat ik hoogtevrees heb, maar mijn maag draaide zich toch wel een aantal keer om bij het betreden van deze paden en zeker wanneer ik te dicht bij het niet afgezette stuk pad kwam. Waarom kozen we ook alweer voor het bospad en niet voor het steile (korte) stuk? Ik bleef dan ook veilig aan de kant van de berg, voor zover dat kon. Het liefst pakte ik de berg vast om hem nooit meer los te laten. Overigens is op de film ook terug te zien hoe ik dit verschillende malen probeer en hiermee, heel hilarisch, een afdruk van mijzelf achterlaat in de grote hopen sneeuw, niet één maar een stuk of vijf…

Eénmaal de griezelige enge bospaadjes achter ons gelaten strekte zich een oogverblindende witte piste voor ons uit. Bijna helemaal voor ons alleen. Dat was het gestuntel halverwege de berg meer dan waard. Wat heerlijk om in alle vrijheid naar beneden te boarden, de techniek steeds beter door te krijgen en bij iedere afdaling steeds zekerder van mijzelf te worden.

Zo zeker zelfs, dat mijn nichtje besloot om mij de volgende dag mee te nemen naar de “zwarte” piste. Zonder bospaden en lekker breed. “De techniek van het boarden heb je!” Was haar mededeling. Nu alleen nog het lef kweken om te gaan. Haar enthousiasme werkte aanstekelijk en dus besloot ik mee te gaan. Overtuigd van het feit dat als ik bospaden aan kon, ik alles aan kon, volgde ik haar naar het begin van de afdaling. Die was gelukkig niet zo steil als ik verwacht had. De eerste paar meter heb ik  roetsjend afgelegd. Daarna kon ik mijn bochten inzetten. Wat een overheerlijke piste was dit!! De sneeuw was perfect en ook hier was weer geen hond te zien. Afgezien van het dorp beneden in het dal leek dit gedeelte van de berg uitgestorven. De laatste en tevens langste en steilste afdaling bracht ons terug naar de gondel. Ik had al zoveel angsten overwonnen en grenzen verlegd dat ik zonder schroom begon aan dit laatste stuk. Ik had te doen met mijn arme voetjes maar wat gaaf dat ik dit ook gedaan heb. Beneden aan de berg volgde nog een kodak moment, al was het alleen maar om even uit te rusten voor we verder gingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Zoals aan alles kwam ook aan onze vakantie weer een eind. Ik had nog wel een weekje willen blijven. Het was een prachtige week met veel actie, lol, lef en durf maar vooral gezelligheid (hè wat cliché.. Maar oh zo waar.) Ik kijk nu al uit naar volgend jaar.

 

 

 

 

Winters tafereeltje…

Zaterdagmorgen, 10.00 uur. -11 graden buiten. +24 graden binnen. Het zonnetje liet zich al zien en de lucht was strak ijzig blauw. Het beloofde een prachtige dag te gaan worden. Met bovenstaande gegevens toog ik af naar onze “achtertuin”, de polder waar we normaal doorheen skaten of hardlopen, om wat winterse sfeerplaten te schieten.

Ik kwam her en der wat mensen tegen die ook genoten van dit mooie tafereel. Terwijl ik foto’s aan het maken was werd ik spontaan begroet door enthousiaste viervoeters en hun baasjes die een praatje kwamen maken. Wat gezellig, ik wil ook een hond, was mijn eerste gedachte. Maar helaas is het niet altijd van dit mooie weer.

Als alles in sneeuw gehuld is ziet het landschap er toch totaal anders uit. De paden die ik normaal moeiteloos te paard of te voet kan vinden waren nu verstopt onder een wit dek van sneeuw en ijs. Het koste mij soms wat moeite om het juiste pad weer te vinden aangezien ik de ruiter- en wandelpaden door elkaar gebruikte of soms compleet van het pad af ging om een foto te kunnen maken.

Ook nu kwam er een rust over mij heen. De hectiek van de afgelopen weken en het vele hooi dat ik op mijn vorkje meegezeuld heb (zowel positief als negatief) vielen hier als een last van mijn schouders. Wat een wonderlijk stukje natuur en dat op nog geen 200 meter van mijn voordeur.

 

De schaatsvijver met het eilandje in het midden waar we vorig jaar helaas net niet op hebben kunnen schaatsen lag er nu onaangeroerd bij. Dit zal niet lang meer duren aangezien de vorst nog even aanhoudt.

Na een uur door de polder gestruind te hebben en tien bevroren vingers verder was ik blij met het resultaat. Waar bij het ontwaken van de dag de planning als een chaotische bende in mijn hoofd zat keerde ik in alle rust huiswaarts. Deze dag nam niemand mij meer af.

Wordfeud Junior…

Enige tijd  geleden heb ik een blog gemaakt over het spelletje wordfeud. Het wordt nog steeds gespeeld en is eigenlijk niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Hoe erg is het wel niet met ons gesteld?

We spelen het alleen tegen vrienden en bekenden en dan met name op het normale bord. Het random bord is niet zo leuk aangezien soms bij de eerste beurt al duidelijk is wie er als winnaar uit de bus komt rollen. Zeker als je 3 keer een tw een dw en tl achter elkaar hebt staan en dan ook nog eens je Z, Q en Y in één woord kwijt kunt. Ik heb werkelijk waar geen idee welk woord je met deze letters kunt maken.

Mijn kerstcadeau voor vriendlief was een I-pad. Een fantastisch ding. Sinds die periode ben ik ook mijn telefoon niet meer kwijt. Hij kan nu naar hartelust zelf wordfeuden op een groter beeldscherm (tja dat heb je als je wat ouder wordt) op zijn eigen account en met zijn eigen vrienden.

Het kon natuurlijk niet uitblijven dat ukkepuk in de gaten kreeg dat de I-pad niet voor “zakelijk gebruik” was bedoeld. Dus keek hij mee over paps schouder terwijl hij het ene na het andere woord op het scherm toverde met daarbij de meest bijzondere punten. Dit kon toch niet zo moeilijk zijn? Was zijn constatering. Dat moest hij ook kunnen.

Vorig weekend begon het…

“Pap….. Mag ik ook eens een woordje maken?” Met deze zin werd een nieuwe verslaving geboren. Ik werd zijn eerste slachtoffer. Hoewel we elkaar beloofd hadden dat dit een in-kom-potje zou zijn, speelden we stiekem toch voor de hoogste punten. Ik moet zeggen dat Ukkepuk zeer fanatiek was. Met zijn acht jaar oud kwam het nog niet in hem op om het (digitale)woordenboek er bij te pakken (want cheats op wordfeud gebruiken wij namelijk niet) maar dat weerhield hem er niet van om dingen uit te proberen. Het lukte hem om meerdere keren de Y te gebruiken, om met één letter twee woorden te maken en niet alleen horizontaal maar ook verticaal zijn letters weg te leggen. Hij kreeg van mij een korte uitleg over het gebruik van de TW’s en de DW’s. Dat was niet echt slim van mij want hij scoort nu het ene na het andere puntje. Gelukkig is mijn woordkennis hoger dan van hem. Dat dan wel weer.

Dit weekend was meneer al zover dat hij verschillende mensen tegelijk had uitgenodigd. Deze mensen speelde nietsvermoedend tegen een acht jarig jochie. En als het te lang duurde gebruikt hij de chat functie om mensen gek te maken. “Hè, schiet eens op joh!”, “Lukt het?”of “ Je hebt zeker slechte letters, het duurt zo lang!”

Het zal niet lang meer duren of hij maakt mij helemaal in. Waarom hebben kleine kinderen alles toch veel sneller door dan volwassenen? Tussen neus en lippen door lukt het hem ook (nog) om complimentjes te maken als ik een mooi woord formuleer en daarmee hem een achterstand geef van 100 punten.

Hij kwam vandaag al naar ons toe met de mededeling dat hij best genoeg geld op zijn rekening had staan om zelf een I-pad aan te schaffen. Met acht jaar oud vind ik hem nog iets te jong voor zo’n gadget en moet hij genoegen nemen met het “lenen van pa”. Maar ik moet er eerlijk bij zeggen dat ik blij ben dat hij dit woordspel ook leuk vind. Het is goed voor zijn ontwikkeling en ik zie hem liever dit spel spelen dan één of ander oorlog spel op de PS3. Zou er ook een wordfeud junior bestaan? 🙂

Beetje jammer weer dat hij het derde potje van mij gewonnen heeft…

Light Up …

“Wat heb jij over voor je eigen veiligheid?” Vroeg mijn nichtje (het zelfde nichtje van Bahasa Indonesia) mij vorig jaar ergens halverwege de maand december. “Wat is dat nou voor een rare vraag. Ik hebt maar één “ik” en daar ben ik zuinig op” Was mijn antwoord. “Waarom ga jij dan altijd in het donker hardlopen zonder verlichting?” Kaatste ze de bal terug. Tja, die zat. Met het antwoord: “De batterij van mijn lampje was op!” of “Ik loop alleen over verlichte fiets- en wandelpaden!” kwam ik er niet. Ik kreeg in de woonkamer een demonstratie van haar nieuwste aanwinst.

 

Mijn nichtje zit in het tweede jaar van de opleiding SportMarketing en Management. In dit jaar wordt de klas in verschillende groepen verdeeld en moet iedere groep een eigen onderneming gaan oprichten. Compleet met businessplan, aandeelhouders, vergaderingen, kamer van koophandel en verder alles wat bij een eigen onderneming komt kijken. De studenten mogen zelf kiezen wat voor onderneming of product ze op de makt willen brengen. Mijn nichtje en zeven van haar medestudenten hebben er voor gekozen een product op de (Nederlandse) markt te brengen die de veiligheid van de aan het verkeer deelnemende buitensporter moet vergroten en dan met name op momenten dat men zelf niet goed zichtbaar is voor andere weggebruikers. Dit alles door het dragen van LED armbandjes die al dan niet op knipperen gezet kunnen worden.

Dit soort armbandjes zijn voor mij niet nieuw. Bij de paarden gebruiken wij ze ook als we in het donker op pad gaan. Maar dan in de saaie fluorescerende gele of oranje kleur. Wat wel nieuw voor mij was waren de sprankelende kleurtjes die al vanaf een kilometer zichtbaar zijn en het gemak waarmee de band vast gezet kan worden op je bovenarm of been door middel van de klittenbandsluiting. Mocht het batterijtje op gaan dan is deze makkelijk te vervangen. En dit alles voor een bedrag van 6 euro!!

Terwijl ik allang verkocht was door de frisse kleurtjes, paars, blauw, groen, rood, oranje, geel, roze en wit, gaf mijn nichtje nog een demonstratie door een rood gekleurd bandje om de hals van de hond te doen die vervolgens als een knipperend verkeerslicht door het huis liep. Zich niet bewust van de aandacht nestelde hij zich op het donkere tapijt maar nu met de zekerheid dat niemand meer boven op hem ging staan.

Het heeft even geduurd voor ik er uit was welke kleur ik het mooiste vond. Kiezen is nou eenmaal niet mijn sterkste kant. Maar vanaf heden ren ik nu al paarsknipperend over het fietspad en ben ik zichtbaar voor alles wat mij inhaalt of tegemoet komt lopen of fietsen. Misschien dat ik er nog een blauwe of roze bij ga kopen. Gewoon omdat ik ze zo leuk vind 🙂

Wil jij ook gezien worden tijdens het sporten? Ga dan nu naar de  Light Up   pagina van facebook en mail je bestelling door.

 

P.S: En in dit geval zijn wij wel in het bezit van een aandeel 😉

 

Schaakmat…

“Leer schaken”, was één van de doelen op mijn 101 doelen lijstje, dat ik enige tijd (lees een jaar of twee) geleden bij hield. Ik ben met dit doel overigens niet echt ver gekomen. Waarom heb ik in vredesnaam willen leren schaken? Diepe rimpels sieren mijn voorhoofd als ik na denk over deze vraag. Tja, het staat wel geleerd en interessant als je mee kunt doen met een potje schaak. Maar als ik iets niet ben dan is het wel geleerd… Over interessant valt natuurlijk nog te twisten.

Na verschillende partijen schaak op de pc, Nintendo DS, of in het echt tegen vriendlief, ben ik al wel op de hoogte van de basis regeltjes. Welke pion welke stappen mag nemen bijvoorbeeld en dat de dame het hele bord over mag in tegenstelling tot de koning (ik voel mij plots bevoorrecht) en het belangrijkste van allemaal… er ging werkelijk een wereld voor mij open: Je kunt bij schaken helemaal geen DAM halen. Maar dan komen de andere, wat fijnere en geraffineerdere regeltjes om de hoek kijken. Die schijn je ook nodig te hebben om je tegenspeler helemaal in te maken. Of misschien is afmaken hier beter op zijn plaats? 

Verder ben ik er achter gekomen dat dit spel nogal wat inzicht vergt. Niet zomaar inzicht. Maar vooral wiskundig inzicht. Was het niet mijn wiskunde leraar die mij aanraadde om dat vak vooral en met veel liefde te laten vallen??? Kortom ik bezit helemaal geen wiskundig inzicht. Hoe kon ik zo dom zijn te denken dat ik dit spel zo 1-2-3 zou kunnen leren.

Een partijtje schaak is in mijn ogen één grote kansberekening. Hoe reageert je opponent op jouw zet en andersom. Iedere zet brengt consequenties met zich mee.  Daar komt ook nog eens bij dat je de pionnen niet zomaar aan mag raken. Behalve als je een pion recht wilt zetten natuurlijk. Je moet dan wel vooraf j’adoube gezegd hebben. Dat is Frans voor: “Ik raak aan” (toch??)

Zou ik ooit een potje schaken van iemand, wie dan ook, willen winnen, dan moet ik nog een hoop leren. Het spel is natuurlijk niet voor niets al eeuwen oud en menig mens heeft zich hier al over gebogen. Dus ik heb nog wel even de tijd…

We’re back in business…

Wat begon met een analoge camera van mijn moeder, eindigde na verschillende fotocursussen in een eigen fotostudio aan huis. Het weekend stond vaak in het teken van de fotoshoots en vier jaar lang heb ik geregeld ouders met hun kroost, huisdier of kamerplant mogen verwelkomen. Maar ik zou ik niet zijn als het weer eens tijd werd voor wat anders.

Aan het begin van het jaar ging ik geregeld mee om voetbalfoto’s te maken bij de wedstrijd van de kleine. Dat zag er best aardig uit maar voor mijn gevoel kon het stukken beter. Ik moest erg wennen aan de snelheid en de beweging in tegenstelling tot de statische beelden die ik in de studio voor mijn lens had. Hoewel keuzes maken niet echt mijn ding is was in dit geval de keus wel snel gemaakt. Aan het begin van de zomer heb ik de fotostudio stil gelegd. Geen shoots op zaterdag of zondag, geen beeld bewerking en geen harige beesten meer in mijn huis. Zo had ik de tijd om mij verder te kunnen verdiepen in sportfotografie. Ik heb gewikt en gewogen en de voor en nadelen met mijzelf besproken. Want tja, de sporten die ik voor ogen heb zijn toch echt allemaal buiten… En ik ben nou eenmaal een mooi-weer-mens. Wat het voor mij er in de winter niet makkelijker op maakt. Maar uiteindelijk heb ik de knoop doorgehakt.

Van indoor gaan wij naar outdoor…

Aan het einde van de zomervakantie was ik er voor mijn gevoel aardig klaar voor. De nodige spulletjes waren inmiddels aangeschaft (Zie:  Uitbreiding   & Stoel VS nat achterwerk  ) Zelfs mijn camera en objectief zijn voorzien van een echte regenjas, want de winter in Nederland gaat nou eenmaal gepaard met hier en daar (en vooral plaatselijk) een bui! Ik wilde mijn nieuwe uitdaging aangaan en kon niet wachten tot het nieuwe sportseizoen zou beginnen.

Ook mijn website moest van portretfotografie omgezet worden naar sportfotografie. Met dank aan een goede vriend was dit binnen een avondje gepiept. De foto’s die ik maak worden na de gespeelde wedstrijd op mijn website geplaatst en mensen kunnen ze vervolgens bij bestellen. Ik weet dat ik er nog lang niet ben maar een begin is reeds gemaakt. Hopelijk doen zich veel kansen voor waardoor ik nog meer kan groeien. Wie weet wat de toekomst nog in petto heeft.

 

 -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

 www.fotohamar.nl

 -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

 

 

 

Maar nu even niet…

De bijna beklemmende dwang van alle dag heeft een destructieve werking op mijn geest en mijn ledematen. De gele gloed die de tl-buizen in het kantoorpand verspreidt lijkt zich ook een vaste plek in mijn hoofd te hebben toe geëigend. Zelfs mijn blik is wazig en vertroebeld als ik mijn hoofd van mijn computer af wend. Daarom wil ik even weg uit de sleur, weg uit het gehaast, en ontsnappen aan de druk van alle dag. Natuurlijk ben ik zelf ook schuldig aan dit gevoel. Ik ben immers vrij om op een aantal bezigheden “nee” te zeggen. Maar zo egoïstisch als ik ben eigen ik mijzelf alles toe en ben ik met van alles tegelijk bezig. Hoezo kun je niet in zeven sloten tegelijk lopen? Dat lukt mij best! Tot ik op het diepste puntje van de sloot aangekomen ben om vervolgens in al mijn bezigheden te verdrinken. Waarom doe je het jezelf aan? Waarom? Om het simpele feit dat het leven te kort is, de wereld te veel te bieden heeft en een dag maar 24 uur heeft.

Maar goed ik dwaal af…

Met heel simpele dingen kun je overigens weer goed tot jezelf komen. Even onthaasten in bad, lekker je longen uit je lijf rennen tijdens een rondje hardlopen of squash, in de tuin een heerlijk spannend boek lezen en wegdromen bij de avonturen van je helden. Maar vandaag besluit ik om de skates onder te binden. Even lekker alleen uitwaaien in de polder. Terwijl ik mijn skates vast sta te binden realiseer ik mij dat het hier windstil is. Ach, wel ja, dan skaten we maar wat harder om zo zelf wat wind te creëren. Met een flinke vaart ga ik van start. Mijn benen voelen erg zwaar en hebben te lijden onder mijn dwang om in dit tempo het stuk tot aan de polder vol te houden. Terwijl mijn spieren vriendelijk vragen of ik mijn tempo wil verlagen gooi ik er zelfs nog een schepje boven op. Ik wil voelen dat ik met iets bezig ben en na afloop weten dat ik mijzelf aan het werk heb gezet. Al was het alleen maar om mij er aan te helpen herinneren dat ik ook weer uit de sloot moet komen, hoe diep en kolkend het water af en toe ook kan zijn. Uiteindelijk sta ik midden in de polder. De zon zakt langzaam weg aan de horizon en laat een mooie rode gloed achter. De zomer moet bijna weer plaats gaan maken voor de herfst. Wat meestal gepaard gaat met sombere dagen, regen, wind en snotneuzen. Maar als de herfst zich zo voortzet zoals deze avond hier, met zijn zwoele zonnige, naar pas gemaaid gras ruikende avonden, dan word het mijn favorieten seizoen.

De planning van deze week zit als een chaotische bende in mijn hoofd. Neem daar de nodige dosis frustratie van bepaalde zaken bij en het fiasco is compleet. Ik probeer het allemaal los te laten en ik denk aan niets in het bijzonder. Op mijn gemak skate ik over het pad. Links van mij hoor ik hoefgetrappel. Drie dametjes met hun pony’s rijden keurig achter elkaar in galop over het slingerende pad. Tot ze het open veld hebben bereikt. Alsof de dieren weten wat er van ze verwacht wordt stuiven ze weg en laten mij weer alleen achter. Al rollend ontwijk ik de bladeren en afgevallen boomtakjes. Weldra zal het hier weer vol liggen met groene, rode en bruine bladeren. Dan zal het skaten hier wat lastiger gaan. De alles omringende stilte heeft een positief effect op mij. De chaos in mijn hoofd begint langzaam aan af te nemen, ik word er rustig van.

In de verte zie ik twee dames, eveneens op skates, mijn kant op komen. Als oude bekende groeten we elkaar bij het passeren om daarna ieder ons eigen weg weer te vervolgen. Een fietser haalt mij in en op mijn beurt haal ik weer een hardloper in. Eén ieder is met zijn eigen doel hier en verzonken in zijn eigen wirwar aan gedachten. Aan de waterkant zitten vader en zoon. Ik hoor ze rustig met elkaar praten. Ze zijn aan het vissen. We wisselen een vluchtige blik en de vader steekt bij wijze van groet zijn hand naar mij op. In gedachten zie ik mijn eigen gezinnetje ook al zo bij de waterkant zitten. Hoewel dat niet zal zijn om te vissen. Het voeren van de eendjes lijkt mij waarschijnlijker. Ik onderdruk een lachsalvo en zwaai terug. Zijn de mensen hier nou vriendelijker dan elders of zou het komen door de rust die deze plek uitstraalt? Hoe dan ook, mij bevalt het wel.

Ik volg een rustig pad naar huis. Op deze route kom ik eigenlijk alleen nog maar mensen met honden tegen. Ze rennen om hun baasje heen of wandelen vast op het pad vooruit. Om mijn spieren niet al te veel te belasten verlaag ik mijn tempo en rol zo langzaam aan de straat weer in. Eenmaal thuis loop ik direct maar door naar boven. Kleren worden al wandelend uitgedaan en binnen een paar seconden sta ik onder de douche. Het laatste restje van deze ellendige lange dag glijd als een deken van mij af. De stoom blijft als een dichte mist in de badkamer hangen. De kou omsluit mijn lichaam zodra ik de deur op een kiertje zet om de stoom te laten ontsnappen. Wat voelt dat heerlijk verfrissend en ik voel mij als herboren.

Mijn nieuwe energie bewaar ik voor morgen. Dan kan ik de hele wereld weer aan. Maar nu geniet ik nog even van de rust en kruip met een kop thee lekker op de bank om de avond te verwelkomen.

 

 

Wordfeud… Wie durft?

“Deb, waar is je I-phone? Haal direct wordfeud binnen want dat is zo leuk!” Riepen mijn nichtjes toen ze tegen elkaar aan het spelen waren. En ik: “ppff zeker weer één of ander spelletje waar mijn telefoon van vastloopt of de batterij binnen no-time leeg is.”

Maar ‘s avonds kon ik mijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen, toog af naar de App Store en haalde het spelletje wordfeud binnen. Ik zat er niet ver naast. Mijn telefoon moet na het spelen van dit spel toch echt langer nadenken voor hij ook maar iets wil openen. Mijn batterij moet minstens twee keer op een dag opgeladen worden. Maar….. Wat is het VERSLAVEND.

Voor de mensen die het niet kennen: Wordfeud is de digitale versie van het spel scrabble. Het kan gespeeld worden op de Iphone (en andere smartphones) of I-pad. Voor mij een compleet nieuwe rage. Het is eigenlijk veel leuker dan in het echt. Je hebt hier namelijk 72 uur bedenktijd. Doe je binnen deze uren niets, dan verlies je automatisch. Je kunt met meerdere mensen tegelijk een potje scrabbelen. Tegen vrienden maar ook tegen volslagen onbekenden. Het is zelfs in meerdere talen mogelijk.

Zo begon ik op een zondagavond aan mijn nieuwe verslaving en speelde tegen vier verschillende mensen tegelijk. Het houdt mij al bijna een week bezig. En met mij natuurlijk ook mijn vriend. Die nog meer letterneuroot is dan ik. Als ik niet bezig ben met het zo tactisch mogelijk weg leggen van letters dan is hij het wel. Samen proberen we onze tegenstanders (mijn familie in dit geval) te slim af te zijn.

Zodra de tegenstander een nieuw woord heeft gemaakt geeft mijn telefoon een “pling”en weet ik dat het mijn beurt weer is. Omdat mijn nachtrust heilig is zet ik het geluid van mijn telefoon uit als ik ga slapen. Er wordt ‘s nachts dus niet gespeeld. Hoewel het soms best moeilijk is om in slaap te vallen met al die dansende letters voor je ogen.

Helaas zijn (nog) niet alle Nederlandse woorden opgenomen in het spel. Zo herkent hij ICT wel, maar IQ weer niet. Sommige namen zijn wel toegestaan en anderen weer niet. Maar dat mag de pret niet drukken..

Wie durft het tegen ons op te nemen? Laat je naam hier achter en ik voeg je toe!  🙂

 

Sonja Bakker…

Zondagmorgen 25-sept

De beat van Eminem dreunt nog na in mijn hoofd als ik uit mijn auto stap. Terwijl ik de boel afsluit wordt ik omhuld door een alles omvattende stilte. Ik blijf even staan en de natuurlijke geluiden dringen langzaam door in mijn hoofd. Ik hoor de wind die de blaadjes in de bomen doet ruisen. De vogeltjes kwetteren er rustig op los en in de verte hoor ik hoefgetrappel van een paard dat over de weg draaft. De zon verwarmt mijn gezicht. Een typische zomer zondagmorgen in de polder. Het zal niet lang meer duren of de wegen (voor zover) vullen zich met wandelende opa’s en oma’s, fietsende ouders en skatende kids. Hier wordt ik nou vrolijk van.

Ik ben op stal en ga op zoek naar mijn paard. Het gras in ons land is nagenoeg op. Maar de buurman heeft zijn weiland ter beschikking gesteld. Met dit mooie weer ben ik daar erg blij mee. Ik wandel met zijn halster naar het weiland en geniet nog even van het zonnetje, want voor je het weet is het voorbij. Ik wordt zelfs vriendelijk begroet door de paarden. Ze komen zowaar naar mij toe gelopen. Waarschijnlijk zijn ook zij vrolijk gestemd door dit weer.

Waar ik dan weer niet zo vrolijk van wordt is zijn bolle grasbuik. De afgelopen week heeft hij op een karig stuk land gestaan en dat deed hem goed. Mijn lieve poown heeft namelijk aanleg om dik te worden. Niet zomaar dik, nee tonnetje rond. Hij is helaas niet gezegend met maatje 36 zoals zijn buurvrouw. Het arme dier dijt al uit zodra hij aan gras ruikt. Aan het begin van de zomer heb ik besloten om hem voor zijn eigen gezondheid een graasmasker om te doen. Het is een normaal halster maar dan voorzien van een korf. Aan de onderkant van de korf zit een gat van een paar centimeter waardoor de opname van gras met 50% wordt gereduceerd. Hij moet er weliswaar meer moeite voor doen maar zo is het voor hem toch mogelijk om met zijn soortgenootjes buiten te lopen en niet (al) te dik te worden. Zoals ik al zei noem ik het een graasmasker, mijn stalgenoten noemen het een “muilkorf” en mijn buurvrouw noemt het zijn “Sonja Bakker masker”. Dat laatste klonk het meest vriendelijkst dus zo hebben we het ding genoemd.

Nu we op dit grote graasland staan, dat maar bevolkt wordt door vier paarden, ben ik van mening dat we er goed aan doen om hem weer te laten Sonja Bakkeren. Al is het maar voor een paar uur per dag. Terwijl het paardenbeest van niets bewust achter blijft in het weiland hobbel ik weer terug naar stal om de halsters te wisselen.

Een paar minuten later staat hij met zijn Sonja Bakker masker op in het weiland. Eén blik op mijn paard en ik voel mij opslag schuldig. Ik weet dat dit voor zijn eigen best wil is. Ik klop hem nog even gemoedelijk op zijn hals. Spreek wat lieve woordjes en draai mij daarna om. Hij heeft blijkbaar de stille hoop dat ik een grapje maak want hij loopt met mij mee terug naar het hek.  Maar als ik over het hek klim weet hij dat het menens is. Hij kijkt mij in en in triest aan. Ik moet nu sterk in mijn schoenen staan, ik doe dit voor zijn eigen best wil. Hij moet op rantsoen. Gelaten loopt hij bij mij vandaan. Halverwege het weiland blijft hij staan en werpt mij vanaf zijn plek nog één maal een blik over zijn schouder toe. Zijn ogen en oren spreken boekdelen. Hoewel hij niet kan praten weet ik dat hij nu denkt: “Heb je nu je zin?” Hij weigert om zijn neus in het gras te steken en blijft als een wassenbeeld op zijn plaats staan. Hij probeert mij op zijn manier duidelijk te maken dat het masker er voor niets op zit. Ik heb mijn tijd aan hem verspild.

Bijna heeft hij mij zover dat ik naar hem toe wil rennen om het masker er af te halen, sorry te zeggen en hem zijn gang te laten gaan met het uitvoeren van zijn grootste hobby: ETEN. Maar ik ben mij er van bewust dat mijn paard is afgestudeerd aan de HTS. (de hoge toneel school) Ik laat hem staan met zijn masker op zijn snufferd en zijn neus in de lucht en wandel over de dijk terug naar stal. Vanaf de dijk kijk ik nog één keer naar het weiland. Zijn trots heeft hij binnen vijf minuten opzij geschoven. Want hij staat alweer bij zijn vriendjes met zijn neus tussen het gras. Gelukkig maar.

Voor ik in mijn auto stap om terug naar huis te rijden vervloek ik mijzelf dat ik niet met de fiets gekomen ben zodat ik nog wat langer van dit heerlijke weer kan genieten. Om tijd te rekken drentel ik wat heen en weer op stal en houd mijzelf bezig met het opruimen van de “keet” waar al onze spullen liggen. Na enige tijd moet ik toch echt naar huis en moet de rust weer plaats maken voor de hecktiek van de stad. Ik besluit om na het avond eten terug naar stal te rijden om mijn paardenbeest te ontdoen van “Sonja Bakker.” Hij lijkt het masker niet eens meer op te merken en komt mij al grazend tegemoet gelopen. Van zijn eerdere boosheid is ook niets meer te merken. Ach, liefde gaat nou maal door de maag…