Laat het winterseizoen maar komen. . .

Zodra ik de deur van mijn auto op een kiertje zet wordt hij door de wind verder open getrokken. Ik ben even bang dat hij bij de scharnieren afbreekt en met de wind mee uit het zicht verdwijnt. Maar gelukkig krijg ik hem te pakken en smijt de deur iets harder dicht dan de bedoeling is. Ik doe snel een tweede jas aan voor ik verder loop. Waarom moest ik 15 jaar geleden toch zo nodig een paard? Waarom niet gewoon een goudvis? Of een chinchilla van mij part? Mijn keus van toen heeft gevolgen voor nu. Want het weiland moet nog steeds nagelopen en gemest worden ook nu de herfst zijn intrede gedaan heeft. En hoe!! De wind beneemt mij de adem als ik door het eerste land naar achteren loop. Hoewel ik vaak buiten ben bedenk ik mij dat het lang geleden is dat ik in dit hondenweer buiten ben geweest.

Ik wordt vandaag niet vrolijk begroet. De paarden staan allemaal met hun achterwerk naar mij toe gekeerd met hun dek wapperend in de wind. Een gezellige boel. Eén van de paarden schrikt op van mijn plotselinge verschijning en zet het op een rennen. De anderen paarden, gealarmeerd door hun “graasmaat”, zetten het eveneens op een rennen al hebben ze geen flauw benul waarom. Tot ze zien dat ik het ben. Gehuld in twee jassen en een petje op mijn hoofd. Zo snel als het rennen begon, zo snel staan ze ook weer stil. De hoofden gaan weer naar het gras, hun achterwerk weer in de wind. Behalve mijn paardenbeest. Hij kijkt mij vanaf een paar meter argwanend aan en lijkt te zeggen: “Ik weet niet wat jij komt doen, maar ik heb nu even geen zin!!” Als ik zie dat het hem verder goed vergaat loop ik de andere paarden na en begin met mijn routinematige klus, het leegscheppen van het weiland. Leuk zo’n buitenhobby als de wind je oorschelp vult met ruis en je door en door nat bent van de regen!!

Na een kruiwagen te hebben geleegd kijk ik eens om mij heen. De polder ligt er desolaat bij. Geen auto, geen fietser, geen wandelaar. Ik ben alleen op dit stukje grond. Ik ben niet zo heel bang aangelegd maar ik ben blij dat het nog licht is. Waar tot voor kort de graanstengels, bloemen en bloesems nog wiegden op een zomers briesje worden nu de takken van de bomen gerukt en dode bladeren gaan in een wervelwind omhoog. Geregeld word ik uit mijn balans gebracht en heb ik het gevoel weg te kunnen vliegen als ik nu heel hard zou gaan rennen. De wind beukt tegen mijn oren als een golf tegen een golfbreker. Dit gedeelte van de polder, dat ik altijd zo vredig vind, krijgt door het weer een somber en grauw karakter.

Het paard ziet eindelijk in dat ik niet van plan ben om te gaan rijden of om hem van een poetsbeurt te voorzien. Dus komt hij langzaam naar mij toe. Ik voel aan zijn oren hoe koud hij het heeft. Dit lijkt, dankzij zijn regendeken, gelukkig mee te vallen. Hij wordt net als ik, allerminst blij van dit weer. Wat dat betreft lijken we erg op elkaar. Hij loopt het liefst met mij mee om te schuilen in zijn stal. Ik geef hem een gemoedelijk klopje op zijn hals en schuif hem een snoepje of twee toe. Iets waar hij zijn hoop al op gevestigd had.

Voor mijn gevoel loopt het weideseizoen op zijn eind. Hoewel de boer hoopt op beter weer zodat de paarden nog even buiten kunnen blijven, hoop ik op een nieuw stal- en winterseizoen. Waarin regelmaat en ritme terug te vinden is, de avonden gevuld kunnen worden met geklets op en rond stal omdat alle meiden weer ‘s avonds na school en werk komen. Avondjes waarbij we met zijn allen de paarden aan het poetsen zijn om warm te worden en we het weer vervloeken omdat onze tenen er afvriezen.

Ondanks mijn voorliefde voor de zomer kan ik nu wel zeggen: “Van mij mag het winterseizoen weer beginnen. Mijn paardenbeest en ik zijn er klaar voor!”

Winters tafereeltje…

Zaterdagmorgen, 10.00 uur. -11 graden buiten. +24 graden binnen. Het zonnetje liet zich al zien en de lucht was strak ijzig blauw. Het beloofde een prachtige dag te gaan worden. Met bovenstaande gegevens toog ik af naar onze “achtertuin”, de polder waar we normaal doorheen skaten of hardlopen, om wat winterse sfeerplaten te schieten.

Ik kwam her en der wat mensen tegen die ook genoten van dit mooie tafereel. Terwijl ik foto’s aan het maken was werd ik spontaan begroet door enthousiaste viervoeters en hun baasjes die een praatje kwamen maken. Wat gezellig, ik wil ook een hond, was mijn eerste gedachte. Maar helaas is het niet altijd van dit mooie weer.

Als alles in sneeuw gehuld is ziet het landschap er toch totaal anders uit. De paden die ik normaal moeiteloos te paard of te voet kan vinden waren nu verstopt onder een wit dek van sneeuw en ijs. Het koste mij soms wat moeite om het juiste pad weer te vinden aangezien ik de ruiter- en wandelpaden door elkaar gebruikte of soms compleet van het pad af ging om een foto te kunnen maken.

Ook nu kwam er een rust over mij heen. De hectiek van de afgelopen weken en het vele hooi dat ik op mijn vorkje meegezeuld heb (zowel positief als negatief) vielen hier als een last van mijn schouders. Wat een wonderlijk stukje natuur en dat op nog geen 200 meter van mijn voordeur.

 

De schaatsvijver met het eilandje in het midden waar we vorig jaar helaas net niet op hebben kunnen schaatsen lag er nu onaangeroerd bij. Dit zal niet lang meer duren aangezien de vorst nog even aanhoudt.

Na een uur door de polder gestruind te hebben en tien bevroren vingers verder was ik blij met het resultaat. Waar bij het ontwaken van de dag de planning als een chaotische bende in mijn hoofd zat keerde ik in alle rust huiswaarts. Deze dag nam niemand mij meer af.