Zien lopen, doet lopen. . . Geen meter.

Al drie weken hebben mijn voeten geen hardloopschoenen aan gehad. Heb ik niet hoeven kiezen tussen een korte of een lange broek. Een trui, vest of jasje. Hoewel ik toch een aantal keer flink gerend heb, dat dan weer wel. Helaas niet voor mijn eigen ontspanning of mijn eigen doel. Maar voor de baas, omdat het daar zo godsgruwelijk druk is, we te weinig personeel hebben, de automatisering zo dusdanig gemaakt is dat het langer duurt voor het werk gedaan is, of voor mijn klanten die ik niet wil laten wachten op hun bestellingen. Na het werk moet er thuis en op stal natuurlijk ook nog van alles gebeuren. Voor ik het weet is het alweer 21.30 uur, lig ik uitgeteld op de bank en beloof ik plechtig morgen een half uur vrij te maken voor mijn rondje rennen.

In het verleden heb ik mij voorgehouden dat ik meer energie krijg van het lopen. Ik dwong mij vaak te gaan ook al was ik moe. Inmiddels weet ik dat het eerste waar is maar het tweede zeker niet slim is. Ongelukjes en blessures liggen mij op de hoek van de straat op te wachten en slaan toe als ik even de andere kant op kijk. Maar zo moeilijk kan het toch niet zijn om een half uurtje vrij te maken voor het lopen? Blijkbaar wel in mijn agenda.

Hoewel ik niet helemaal stil heb gezeten. De afgelopen weken zijn we met het paard weer flink aan de bak geweest. En als er iets tijd vreet is het wel het paard. Met het mooie weer zijn we ook flinke stukken gaan wandelen. Op rijlaarsjes wel te verstaan. Ik kwam er snel genoeg achter dat dit geen handige keuze was. Maar ja, dan ben je al een eindje onderweg. Gevolg: pijnlijke hiel en scheenbeen. Hoewel dat laatste niet helemaal te wijten is aan het wandelen met rijlaarsjes.

Het hardlopen moet ik dus ook de komende paar dagen aan mijn neus voorbij laten gaan. Eerst de rust terug laten komen in lichaam en geest. Om vervolgens met goede moed en hernieuwde energie er tegenaan te kunnen gaan.

Om toch enigszins gemotiveerd te blijven lees ik graag het blad: Runners world. Leuke feiten, wist je datjes, trainingsschema’s en interviews. Sinds enige tijd heeft ook mijn nichtje, (die van de “light up” onderneming) een eigen blog. Haar doel: De Marathon van Rotterdam. Ze schrijft over haar trainingen en hoe ze haar doel wil gaan behalen. Maar ook de logjes van Rinus en Tiny  doen het goed. Hun enthousiasme voor het lopen zorgen er voor dat ik ook wil gaan en mijn hardloopdoel voor ogen houd.

Voor nu moet ik het even bij het lezen houden. Hopelijk volgende week weer een nieuwe start.

Zien lopen, doet lopen (4). . . Een meevaller.

(Zie voor mijn andere loop activiteiten van de afgelopen weken deel  1 , 2 & 3)

Na mijn eerste zes kilometer gelopen te hebben had ik vervolgens last van mijn achillespees en besloot daarom de 2e poging te staken en te stoppen bij vijf. Ik was er niet minder door gemotiveerd maar baalde wel dubbel zo hard. Is het niet de hamstring die te pas en te onpas terug komt dan komt er wel weer een andere spier of pees om de hoek kijken die extra aandacht vraagt.

Ik wilde heel graag weer lopen maar wist ook dat dit niet slim zou zijn en besloot daarom een extra rustdag in te lassen. Dit heeft mijn lichaam goed gedaan. Want de dag erna stond ik fris en fruitig klaar voor een nieuwe poging. De zes kilometer stond op het programma. Mocht het onderweg niet lekker gaan dan had ik een route van drie en van vijf kilometer als tussenoplossing. Dit was gelukkig niet nodig. Ik had zelfs genoeg “adem” over aan het einde van de rit. Mijn tempo was dus goed. Nu alleen nog werken aan “de afstand in de beentjes krijgen”. Een kwestie van lopen. Zolang er geen gekken dingen zouden gebeuren zou ik de vijf en de zes kilometer af kunnen gaan wisselen.

Steeds dezelfde rondjes lopen is ook zo saai, dus besloot ik later in de week de “bruggenloop” te gaan doen. Een afstand van vijf kilometer over een grote brug, een bruggetje en een aardige tunnel. Goed voor de bovenbeen- en bilspieren en een andere omgeving is ook wel eens leuk. Het zonnetje stond hoog aan de hemel en de temperatuur loog er niet om. Mijn korte broek en van vriendlief nieuw gekregen hardloopshirt kwamen nu mooi van pas. Sporty Spice was er weer helemaal klaar voor. Hoe laat ik ook van huis vertrek, lopers en fietsers kom ik altijd tegen hier. Maar vandaag heerste er complete rust. Zelfs de overige weggebruikers waren maar mondjes maat aanwezig. Als ik niet beter zou weten zou ik denken dat het zondagmorgen 09.00 uur was.

Ik liep mijn inmiddels gebruikelijke snelheid en stopte halverwege om mijn spieren te rekken en strekken. Ik had niet erg veel last van de hitte afgezien van een verhit rood hoofd. Ik begon dus al aardig te wennen aan deze activiteit boven de 25 graden. Eerder deze week had ik een drinkgordel van mijn vriendin gekregen. Een riem waar vier kleine flesjes aanzitten en nog wat vakjes voor sleutels, telefoon en dat soort fratsen. Voor 5 kilometer niet echt nodig. Maar vandaag had ik toch wel spijt dat ik hem niet had omgedaan. Goede leer voor volgende keer en gewoon omdoen dus.

Terwijl ik de muziek nog een tandje hoger zet moet ik mijzelf inhouden om de tunnel niet uit de crossen. Hoe eerder boven, hoe beter. Dit voelen de bovenbenen wel. Maar als de grond onder mijn voeten weer vlak is verdwijnt het brandende gevoel al snel. Ik loop de brandweerkazerne voorbij evenals alle andere bedrijven die aan deze weg liggen. Voor ik het weet doemt de skatebaan naast mij op en heb ik mijn ronde er weer opzitten. Een stuk sneller dan verwacht en zonder pijn in de hamstring of achillespees. Heerlijk om zo te kunnen lopen.

Eenmaal thuis besef ik dat ik niet gestopt ben aan het begin van het park, wat de bedoeling was, maar er omheen gelopen ben zoals ik de voorgaande keren gedaan heb. Als ik eenmaal uitgedampt en gedoucht ben zoek ik op internet mijn gelopen route op. Ik zie tot mijn verbazing dat ik bijna 6.5 kilometer gelopen heb. De verste afstand tot nu toe inclusief twee bruggen en een tunnel. Deze meevaller stemt mij tevreden. Zo zou ik ze vaker willen lopen.

Zien lopen, doet lopen (3) . . . Goed op weg?!

(Zie voor mijn andere loop activiteiten van de afgelopen weken deel  1 & 2)

Eén is geen! Dus besloot ik minimaal drie keer in de week te gaan lopen. Mocht ik door een bepaalde reden (welke houden we maar even in het midden) niet kunnen lopen dan blijven er in ieder geval nog twee dagen over. Inmiddels loop ik alweer een aantal weken braaf mijn rondjes door het dorp, de polder en het park. Geregeld ga ik met veel zin en een vooropgestelde route van huis. Een enkele keer  moet ik mijzelf er echt toe zetten om te gaan. Zonder loopmaatje is de stok achter de deur nog maar een twijgje dat makkelijk buigen kan. En zeg nou zelf, met noodweer of vermoeidheid is de bank een stuk aantrekkelijker dan de buitenlucht, zweet en een rood hoofd. En toch ben ik iedere keer blij en vooral voldaan als ik gegaan ben. Als je doelen wilt behalen moet je er iets voor doen. Deze komen immers niet zomaar aanwaaien.

Zal ik ooit een halve marathon kunnen lopen, of misschien wel een hele? Dat vraag ik mij zo nu en dan af als ik dus met een rood hoofd, bezweet lijf en met mijn tong over het asfalt slepend de laatste meters af leg van de vijf kilometer. Want in dat geval zou ik deze afstand nog acht (!!) keer moeten lopen. Bij die gedachte zakt de moed mij in de schoenen en mijn tong breekt abrupt af. Acht keer zoveel meer slepend met mijn tong over het asfalt? Daar is ie niet op berekend en de rest van mijn lichaam overigens ook niet.

Door je doelen realistisch te houden blijf je langer gemotiveerd om aan je doel te blijven werken. Ik heb de marathon in mijn agenda gezet voor als ik “groot” ben. In de tussentijd wil ik in ieder geval de tien kilometer kunnen lopen. En graag met mijn tong binnensmonds.

Nu de vijf kilometerrondjes goed gaan wordt het tijd om er een schepje boven op te doen. We doen het rustig aan want blessures liggen op de loer en slaan toe op een onverwacht moment. Aangezien ik nog steeds GPS-loos rond ren stippel ik bepaalde routes uit via internet. Als ik bij het bruggetje rechts in plaats van links zou gaan, zou mij dit een kilometer extra opleveren. Dus ik stelde mij in op zes kilometer en vertrok van huis in een lichte dribbelpas. Snelheid, hoe graag ook, is nog steeds niet aan de orde.

Het lopen ging heerlijk. Een paar honderd meter voor het bruggetje zaten lichaam en geest echter niet gehaal op één lijn. De helft wilde links af, de andere helft wilde rechts af. Voor ik nog verder kon twijfelen aan mijzelf nam ik een kleine spurt en ging rechts af. Die ene kilometer extra moest ik gelopen hebben. Trots dat ik was omdat ik dit keer niet naar mijzelf geluisterd had verlaagde ik mijn snelheid en begroette vervolgens alle wandelaars op mijn pad. Bij het “bekende” park kwam dat knagende gevoel weer opzetten: “Je kunt ook door het park naar huis dan zijn we er sneller!” Ik negeerde mijzelf en dribbelde door tot het einde van mijn geplande route. Bij de skatebaan had ik er precies 6 kilometer opzitten. Met, uiteraard, een rood hoofd, bezweet lichaam en met mijn tong nog daar waar hij hoort liep ik de straat weer in. Een gevoel van overwinning maakte zich van mij meester.

Twee dagen na mijn eerste zes kilometer ging ik voor poging twee. Waarschijnlijk begon ik iets te enthousiast. Want ik was nog niet eens halverwege toen mijn achillespees begon op te spelen. Zul je altijd zien… Ik moest nu al inboeten op snelheid en afstand. Ik ging braaf links bij het bruggetje en besloot mijn 5 kilometer uit te lopen. Ondanks Mijnheer A. Pees had ik toch lekker gelopen maar ik baalde van die ene kilometer. Thuis werden mijn voeten en onderbenen voorzien van een massage door vriendlief die het toch al knap vond dat ik überhaupt gegaan was. Misschien vroeg ik te veel van mijn lichaam en was een kilometer in één keer te veel? Had ik er beter aan gedaan om de kilometer op te splitsen? Hoe dan ook, ik besloot een extra rustdag in te lassen in de hoop dat ik na twee dagen weer een rondje zou kunnen lopen zonder ongemakken. We waren net zo lekker bezig…

Zien lopen, doet lopen (2) … I’m not afraid

Na een aantal maal in de bloedverziekende hitte en zonovergoten avonduren te hebben hardgelopen (zie deel 1) moest ik het natuurlijk niet direct weer opgeven. Hoewel het beeld af en toe vertroebeld is hebben we nog wel steeds het doel voor ogen. Omdat ik de voorgaande keren mijn tempo rustig heb gehouden en mijn rust heb gepakt onderweg had ik geen last van spierpijn. Hooguit het vermoeide gevoel in de benen. Dus besloot ik zondag avond, als de hitte van die dag weer wat was afgenomen, mij van mijn sportieve kant te laten zien.

De zondag was een druk geplande dag waar niet alleen het huishouden in verwerkt zat maar ook een buitenrit met het paard en een uurtje of wat knutselen aan een foto album dat onder andere als portfolio moet dienen voor de uitvaartfotografie. Maar toen de zon eenmaal door het wolkendek tevoorschijn kwam, verdwenen mijn plannen als sneeuw voor de zon. De lounge set met zijn kussens had zo’n onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij dat ik mij met heel mijn hebben en houwen (lees: boek, telefoon en notitieboekje & pen) daar settelde om er vervolgens een hele middag in mijn uppie op door te brengen. Daar ging mijn strakke planning. Voor ik het wist was het alweer etenstijd. Mijn plan om te gaan rennen had ik nog steeds en die zou niemand van mij afpakken. Hoewel de zon alle energie uit mijn lichaam had laten vloeien was ik klaar voor een rondje van vijf kilometer.

Natuurlijk had ik weer veel te veel tijd in het omkleden gestoken (welke sokken zal ik aan doen? Zal ik een lange of een korte broek aantrekken…) dat ik niet in de gaten had dat het inmiddels met bakken uit de hemel kwam. Daar stond ik dan in mijn met zorg uitgezochte outfit en mijn iPodoortjes in mijn oren voor het raam naar buiten te turen in de hoop dat het minder zou gaan regenen. Toen dit ook daadwerkelijk gebeurde bedacht ik mij geen moment. Zette mijn petje op mijn hoofd en liep zonder om te kijken de voordeur uit. Op weg naar een droge mond, bezweet lichaam en vermoeide spieren.

Onderweg deed ik snel een schietgebedje of de regen een half uurtje uitgesteld kon worden. Daarna mochten ze de kraan weer open draaien. Ik was niet de enige die gebruik maakte van dit moment. Her en der zag ik andere hardlopers uit huizen en straatjes komen. We begroeten elkaar als oude bekenden om ieder ons eigen weg weer te vervolgen.

Wonderbaarlijk hoe snel je conditie terug is op een bepaald niveau. Ik ben er natuurlijk nog lang niet. Maar na een aantal keer in de hitte gelopen te hebben voelde ik mij nu, met de vochtige lucht en lagere temperaturen vederlicht. Om te kijken of ik mijzelf al iets verbeterd had besloot ik het zelfde rondje te lopen als de keren daarvoor aangezien ik nog steeds zonder GPS aan de wandel was. 

Ik was heerlijk op weg toen de sluizen in de hemel open gingen. Blijkbaar had ik moeten vragen om 45 minuten in plaats van een half uur speling. Ik was blij met mijn petje die de regen uit mijn gezicht hield. Maar helaas was de god van de donder ook aanwezig. Uitgerekend toen ik onder een lange rij bomen door liep begon het de onweren. Terwijl Eminem in mijn oren tetterde:  “I’m not afraid …” dacht ik: “ik ook niet”. Maar ik besloot het er toch niet op te wagen. Ik had in tijden niet zo hard gerend en onderweg voelde ik een aantal spieren lichtelijk protesteren. Ze hielden het vol tot aan het begin van het park. De regen nam toe maar het donderen en flitsen nam af. Nat was ik toch al dus nam ik de route om het park heen. Om de spieren niet al te veel te belasten hield ik mijn tempo tot aan huis uiterst laag.

Deze vijf kilometer had ik mooi in de pocket. Hoewel ik een echt zomermens ben vind ik dit toch beter loop weer. Nu de vijf kilometer goed gaat wordt het tijd om de afstand langzaam op te voeren. De tien moet toch ook haalbaar zijn?