
Terwijl het een komen en gaan is van mensen sta ik zo stil mogelijk en probeer één te worden met het meubilair in mijn omgeving. Ik wacht op een teken van de uitvaartverzorgster, die nog druk in gesprek is met de familie voor wie ik gekomen ben. Foto’s maken tijdens het allerlaatste afscheid is mijn taak voor die middag. Ik wacht geduldig tot ze er klaar voor zijn.
Verdriet, angst, boosheid maar ook dankbaarheid en liefde. De lucht vibreert van de emoties in de kleine ruimte, om zich daarna te laten versmelten tot een grote onzichtbare bal. Een bal die zonder vaart te minderen op mij af komt denderen. Een bijzondere familie, dat had ik tijdens de kennismaking al in de gaten, en dat het wat met mij zou doen was te verwachten. Onbewust zet ik een stap naar achteren, alsof ik hiermee de emoties op afstand kan houden.
Twee mensen komen de kamer naast mij uitgelopen, gevolgd door de uitvaartbegeleidster. Ze knikt mij toe. Een teken dat ik naar binnen mag. Ik stap een onzichtbare drempel over en laat het geroezemoes aan geluiden achter mij. De serene rust die nu heerst doet mij huiveren. In het midden van de kamer staat de kist met daaromheen een zee van bloemen en kaarsen. Aan het hoofdeinde zit een oudere vrouw op een stoel. Ze kijkt mij met waterige ogen aan en perst een glimlach op haar gezicht. “Het leven is soms wrang” zegt ze en haar blik verplaatst zich van mij naar haar dochter in de kist. “Wat heb je nu aan een lang leven als je iedereen van wie je houdt achter je moet laten? Eerst mijn man, toen mijn zoon en nu mijn dochter. Allemaal getroffen door kanker.” Ik kijk de oudere vrouw aan en weet niet zo goed wat ik moet zeggen behalve dat ik het heel erg voor haar vind. Het verdriet om het verlies van iemand van wie je houdt is mij maar al te bekend. Maar een kind verliezen … Nee, daar kan ik niet over mee praten. Ik kan mij alleen maar een voorstelling maken van de emoties die nu door haar heen razen.
Ze schuift een stoel op en klopt met haar andere hand op de plek die vrij komt. “Wil je even bij mij blijven?” Vraagt ze. Getroffen door haar blik en de simpele vraag stap ik op de lege stoel af. Ze pakt resoluut mijn hand en even blijven we heel stil zitten. Een moeder zonder dochter, een dochter zonder moeder. “Straks sluiten we de kist. Maar ik wil haar nog één keer vasthouden. Nog één keer aanraken en ik wil haar nog één keer een kus geven. Wil jij dat voor mij vastleggen?” Vraagt ze zonder haar blik van haar dochter los te maken. Ik zeg dat ik dit heel graag voor haar wil doen.
Ik loop naar de andere kant van de kist om haar de ruimte en tijd te geven. In de kamer achter mij hoor ik verschillende mensen zachtjes praten. Het doet de vrouw niks. Ze is op dit moment alleen op de wereld. Zo ferm als ze mijn hand zojuist had gepakt zo teder raakt ze nu haar dochter aan. Ze streelt haar gezicht, haar haar en raakt vervolgens haar handen aan. Ik ben getuige van een bijzonder emotioneel moment en probeer zo waardig mogelijk mijn werk te doen. De vrouw buigt voorover en kust haar dochter voor een aller laatste maal op het voorhoofd. Er vormt zich een brok in mijn keel en even ben ik blij dat ik aan het werk ben. Ik concentreer mij volledig op de fotografie.
Alsof het afgesproken is komt de uitvaartbegeleidster de kamer in. Het is tijd om de kist te sluiten. De oudere vrouw kijkt mij aan. Met haar blik bedankt ze mij voor dit moment. Ik buig lichtjes mijn hoofd uit respect voor haar en haar dochter.
Niet lang hierna wordt de vrouw omringt door haar familie. Ik plaats mijzelf weer op de achtergrond om van daaruit mijn werk te doen. Samen met haar familie sluit ze de kist. De bloemen worden overgebracht naar de aula en de dragers staan klaar om de kist mee te nemen. De uitvaartdienst gaat beginnen. Een bijzondere en mooie dienst die mij nog lang bij zal blijven…