De Herinnering…

Ik sta in het weiland van mijn paard. Voor mij staat een kruiwagen en in mijn handen houd ik de poepscoop zoals het ding bij ons genoemd wordt. Een soort veger en blik maar dan van staal en kunststof en uiteraard wat groter in formaat. Het is mijn beurt om het weiland leeg te halen, de paarden te controleren op eventuele wondjes. Het hekwerk na te lopen en de waterbakken te vullen.

De paarden staan er loom bij en slaan met hun staart de vervelende vliegen weg. Ze kijken gestaag toe hoe ik mijn “ding” doe in hun weiland.

De eerste verse hoop schuif ik op de poepscoop om hem te deponeren in de kruiwagen. Vervolgens zweeft een penetrante lucht mijn neusgaten binnen. Het neuraal netwerk komt in actie en brengt mij vervolgens naar heel, heel lang geleden.

“Ik ben 3 jaar oud en heb de hand van mijn vader vast terwijl we het verblijf van de apen doorkruisen. Her en der blijven we staan om te kijken naar de capriolen van de dieren. Het stinkt hier verschrikkelijk en het is er warm. Vervolgens lopen we door naar de olifanten, waar de lucht al evenmin erg fris ruikt. De dieren staan buiten dus lang hoeven we hier niet te blijven. Als ik moe wordt tilt mijn vader mij op zijn nek. We wandelen een kronkelige pad af en komen voor het buitenverblijf van deze kolossale dieren uit. De weg brengt ons vervolgens bij de giraffen. Mijn moeder roept mijn naam. Als mijn blik die van haar gevonden heeft maakt ze snel een foto van ons. Een dagje Blijdorp, dat deden we heel vaak toen ik nog klein was.”

Als ik weer “wakker” wordt realiseer ik mij dat mijn paard voor mijn neus staat en mij aan staat te gapen waarom ik er zo dagdromerig bij sta.

Wat een hoopje paardenmest wel niet teweeg kan brengen.

 

Voorjaarsschoonmaak…

Het huishouden is, net als koken, eigenlijk niet zo aan mij besteed. Helaas kom ik er niet onderuit met een papegaai en sinds enige tijd ook een kat in huis. Stofzuigen doe ik dan ook geregeld, al dan niet iedere dag. Maar iedere dag aan de poets? Nee, dat toch zeker niet. Als ik al aan de poets zou gaan moet het wel enig effect hebben. Ik moet kunnen zien dat er iets “schoon” gemaakt is. Wat is nou het nut van iedere dag de planken afstoffen? Of iedere dag dweilen? Zolang we niet allergisch zijn voor stof houd ik het bij één keer in de week (en als ik het nog niet nodig vind, één keer in de twee weken) Zo heb ik meer eer van mijn werk en het gevoel dat ik daadwerkelijk iets gedaan heb wat nut heeft gehad.

Zo gaat het ook met het poetsen van het paardenbeest. Toen ik hem net had werd hij soms meerdere keren per dag uit zijn stal gehaald om hem helemaal van top tot teen te poetsen tot hij glom als een spiegel. Het arme dier vond er geen pest aan. Maar hij had na een paar weken ook wel door dat hij mij niet op andere gedachten kon brengen door zijn poot “stijf” te houden. Gedwee heeft hij mij jarenlang naast, voor en achter zich getolereerd. Gewapend met ros, kam en borstels. De eerste periode van onze “vriendschap” stoof hij na een flinke poetsbeurt met liefde het weiland of de paddock weer in om zijn mooie, net gepoetste, witte vacht weer smerig te maken door te gaan rollen in de dichtstbijzijnde modderpoel. Hij keek mij daarna meestel vergenoegd aan. Nog net niet glimlachend, alsof hij wilde zeggen: “waar doe je toch steeds al die moeite voor? “ Waarschijnlijk had mijn beteuterde gezicht hem aan het denken gezet. Zoals een echte vriend betaamd wachtte hij vanaf dat moment met rollen, graven en zichzelf vies maken tot ik weg was. Het poetswerk bleef natuurlijk voor de volgende dag maar zo ging ik in ieder geval nog met een tevreden en voldaan gevoel van stal.

Nu ik wat ouder ben, we geen wedstrijden meer rijden en eigenlijk alleen nog maar plezier ritjes door de polder maken, hoeft het poetsen ook niet meer zo. Ik weet dat ik hem niet kan plezieren door hem dagelijks flink te rossen en te poetsen. Voor mijzelf is het nutteloos want ik zie er toch niets van terug. Behalve in het voorjaar als hij zijn wintervacht gaat inruilen voor zijn zomervacht…

De biologische klok van mijn super pony is niet alleen daarop ingesteld. Maar ook op de poets- en wasbeurten die hierop volgen. De laatste paar dagen begroet hij mij niet meer vrolijk hinnikend… Nee, hij kijkt mij knorrig aan en zucht nog net niet als ik met de poetskoffer aan kom zetten. “hemel, het is weer zover!” Of soortgelijke gedachten zullen door zijn hoofd gaan. Maar voor mij geeft het een heerlijk gevoel om al die haren los te rossen. Hele plukken liggen er dan op de grond of vliegen door de lucht. Zodra het eerste zonnestraaltje zich laat zien staan wij al klaar om door de wasstraat te gaan. Hij heeft een bloedhekel aan water. Maar een wit paard is nou eenmaal niet schoon te krijgen zonder water en zeep. Zijn prachtige dikke staart ziet er na twee wasbeurten met zilvershampoo weer schitterend uit. Zijn benen geven nog net geen licht en de rest van zijn vacht glimt als nooit te voren. Poetsen is dan zeker niet nutteloos en oh wat een eer heb ik na iedere poetsbeurt van mijn werk.

Yep, zodra het gras weer gaat groeien, de eerste madeliefjes zich weer laten zien en de klok een uur vooruit is gegaan dan is mijn paardenbeest de “Sjaak”…

 

Sonja Bakker…

Zondagmorgen 25-sept

De beat van Eminem dreunt nog na in mijn hoofd als ik uit mijn auto stap. Terwijl ik de boel afsluit wordt ik omhuld door een alles omvattende stilte. Ik blijf even staan en de natuurlijke geluiden dringen langzaam door in mijn hoofd. Ik hoor de wind die de blaadjes in de bomen doet ruisen. De vogeltjes kwetteren er rustig op los en in de verte hoor ik hoefgetrappel van een paard dat over de weg draaft. De zon verwarmt mijn gezicht. Een typische zomer zondagmorgen in de polder. Het zal niet lang meer duren of de wegen (voor zover) vullen zich met wandelende opa’s en oma’s, fietsende ouders en skatende kids. Hier wordt ik nou vrolijk van.

Ik ben op stal en ga op zoek naar mijn paard. Het gras in ons land is nagenoeg op. Maar de buurman heeft zijn weiland ter beschikking gesteld. Met dit mooie weer ben ik daar erg blij mee. Ik wandel met zijn halster naar het weiland en geniet nog even van het zonnetje, want voor je het weet is het voorbij. Ik wordt zelfs vriendelijk begroet door de paarden. Ze komen zowaar naar mij toe gelopen. Waarschijnlijk zijn ook zij vrolijk gestemd door dit weer.

Waar ik dan weer niet zo vrolijk van wordt is zijn bolle grasbuik. De afgelopen week heeft hij op een karig stuk land gestaan en dat deed hem goed. Mijn lieve poown heeft namelijk aanleg om dik te worden. Niet zomaar dik, nee tonnetje rond. Hij is helaas niet gezegend met maatje 36 zoals zijn buurvrouw. Het arme dier dijt al uit zodra hij aan gras ruikt. Aan het begin van de zomer heb ik besloten om hem voor zijn eigen gezondheid een graasmasker om te doen. Het is een normaal halster maar dan voorzien van een korf. Aan de onderkant van de korf zit een gat van een paar centimeter waardoor de opname van gras met 50% wordt gereduceerd. Hij moet er weliswaar meer moeite voor doen maar zo is het voor hem toch mogelijk om met zijn soortgenootjes buiten te lopen en niet (al) te dik te worden. Zoals ik al zei noem ik het een graasmasker, mijn stalgenoten noemen het een “muilkorf” en mijn buurvrouw noemt het zijn “Sonja Bakker masker”. Dat laatste klonk het meest vriendelijkst dus zo hebben we het ding genoemd.

Nu we op dit grote graasland staan, dat maar bevolkt wordt door vier paarden, ben ik van mening dat we er goed aan doen om hem weer te laten Sonja Bakkeren. Al is het maar voor een paar uur per dag. Terwijl het paardenbeest van niets bewust achter blijft in het weiland hobbel ik weer terug naar stal om de halsters te wisselen.

Een paar minuten later staat hij met zijn Sonja Bakker masker op in het weiland. Eén blik op mijn paard en ik voel mij opslag schuldig. Ik weet dat dit voor zijn eigen best wil is. Ik klop hem nog even gemoedelijk op zijn hals. Spreek wat lieve woordjes en draai mij daarna om. Hij heeft blijkbaar de stille hoop dat ik een grapje maak want hij loopt met mij mee terug naar het hek.  Maar als ik over het hek klim weet hij dat het menens is. Hij kijkt mij in en in triest aan. Ik moet nu sterk in mijn schoenen staan, ik doe dit voor zijn eigen best wil. Hij moet op rantsoen. Gelaten loopt hij bij mij vandaan. Halverwege het weiland blijft hij staan en werpt mij vanaf zijn plek nog één maal een blik over zijn schouder toe. Zijn ogen en oren spreken boekdelen. Hoewel hij niet kan praten weet ik dat hij nu denkt: “Heb je nu je zin?” Hij weigert om zijn neus in het gras te steken en blijft als een wassenbeeld op zijn plaats staan. Hij probeert mij op zijn manier duidelijk te maken dat het masker er voor niets op zit. Ik heb mijn tijd aan hem verspild.

Bijna heeft hij mij zover dat ik naar hem toe wil rennen om het masker er af te halen, sorry te zeggen en hem zijn gang te laten gaan met het uitvoeren van zijn grootste hobby: ETEN. Maar ik ben mij er van bewust dat mijn paard is afgestudeerd aan de HTS. (de hoge toneel school) Ik laat hem staan met zijn masker op zijn snufferd en zijn neus in de lucht en wandel over de dijk terug naar stal. Vanaf de dijk kijk ik nog één keer naar het weiland. Zijn trots heeft hij binnen vijf minuten opzij geschoven. Want hij staat alweer bij zijn vriendjes met zijn neus tussen het gras. Gelukkig maar.

Voor ik in mijn auto stap om terug naar huis te rijden vervloek ik mijzelf dat ik niet met de fiets gekomen ben zodat ik nog wat langer van dit heerlijke weer kan genieten. Om tijd te rekken drentel ik wat heen en weer op stal en houd mijzelf bezig met het opruimen van de “keet” waar al onze spullen liggen. Na enige tijd moet ik toch echt naar huis en moet de rust weer plaats maken voor de hecktiek van de stad. Ik besluit om na het avond eten terug naar stal te rijden om mijn paardenbeest te ontdoen van “Sonja Bakker.” Hij lijkt het masker niet eens meer op te merken en komt mij al grazend tegemoet gelopen. Van zijn eerdere boosheid is ook niets meer te merken. Ach, liefde gaat nou maal door de maag…