Anekdotes van thuiswerken #2…

Het voelt als lang geleden dat ik al rennend en springend over diverse technische hindernissen mijn werk probeerde af te krijgen. Niet omdat ik op een sintelbaan hordelopend rondjes aan het rennen ben met mijn laptop in de hand, maar omdat het zo godsgruwelijk druk was. We een aantal collega’s moesten missen in verband met ziekte en er een of andere update van een of ander systeem in de planning stond. Nu ik thuis achter mijn bureau zit verlang ik bijna naar dit soort momenten. De chaos op de werkvloer. De rinkelende telefoons en de printers die maar papier blijven uitspugen. 

Maar de reden is niet corona. Het is, bedenk ik mij nu opeens vakantietijd. Heel veel scholen en instellingen zijn nu een week of twee dicht. Dat betekent voor ons altijd een iets rustigere periode. Maar met alle digitalisering van het afgelopen jaar zijn we dan opeens een heel stuk sneller door ons werk heen. Dus besluit ik eens een kijkje beneden te nemen. 

Vriendlief heeft niks aan de vakantieperiode. Bij hem is het druk. Terwijl hij van het ene overleg naar het andere hopt zet ik koffie. Nestel mij voor een korte pauze op de bank en begin een gesprek met Draak. 

Als er iemand is die helemaal blij is met het thuiswerken dan is het Draak. Hij is overigens altijd aan het werk. Het slopen van dozen, takken, kranten is zijn doorsnee werk. Nu wij thuis ook aan het werk zijn is het voor hem dubbel zo gezellig. Hij heeft zowaar wat collega’s om zich heen. Ik gooi wat van zijn speeltjes in het rond zodat hij daarna weer wat te “werken” heeft. 

Draak wil ook aandacht en doet op zijn papegaai’s mee aan het gesprek. We brabbelen heel wat af. Dan begint hij met zingen en ik doe mee. Maat houden is voor hem toch wel een dingetje, dus fluit ik er er maar bij. Dat pikt hij op en doet lekker vals met mij mee. We oefenen nog even het ABC en daarna springen en krijsen we wat in het rond. Je snapt, lieve lezer, dat het hek nu van de dam is. Draak heeft al zijn vocabulaire kunsten letterlijk uit de kast getrokken.

Ik hoor een zacht geïrriteerd schrapend keelgeluid achter mij. Ik ging zo op in het entertainen van (en het geëntertaind worden door) mijn vogel dat ik niet meer in de gaten had dat vriendlief er ook nog is en aan het werk is. “Of het misschien wat zachter kan, want hij moet nog een telefoontje plegen…” Oeps….

Vervolgens sluip ik naar boven. Hopende Vriendlief en Draak in alle rust achter te laten. Maar dat is uiteraard ijdele hoop. Heel even is het stil. Maar zodra vriendlief zijn gesprek begint vat Draak dit op als het startsein voor ronde twee. Ik hoor Draak zijn complete zangrepertoire nog eens ten gehore brengen. Hij gaat helemaal los, dwars door het telefoongesprek van vriendlief heen. En dat is mijn schuld. Nogmaals oeps…

Ik kom niet meer bij van het lachen. Hoewel het heel irritant kan zijn als je er tussenzit is het hilarisch om het van een afstand aan te horen. Tranen biggelen na een kwartier gieren over mijn wangen. 

Straks moet ik mijn excuus maar even aanbieden. Ook thuiswerken is niet helemaal meer wat het geweest is… 

Anekdotes van thuiswerken…

Samen thuiswerken kan ook heel gezellig zijn. Zo eten we geregeld samen een broodje of drinken we ff een bak koffie. In plaats van met je directe collega’s te roddelen, roddel je nu met je vent over je collega’s (nee grapje, jongens, mochten jullie meelezen!) Samen in de woonkamer aan het werk kan echter niet. Mijn telefoon gaat de hele dag door en Draak vind het heerlijk om gesprekken over te nemen. Met als gevolg het bijkomende kabaal van vogelgefluit, gekrijs, of zang (want dat kan hij heul goed) Om mijn klanten en mijzelf verstaanbaar te houden werk ik vanuit mijn eigen “kantoor”, in een van de kamers boven. 

Voor de verandering is het druk op mijn werk. De hele ochtend staat mijn telefoon roodgloeiend en de mailboxen puilen uit. Voor ik het weet dient de middag zich aan terwijl ik nog moet ontbijten. Met mijn lege kop koffie dender ik de trap af. Ik ben er nog niet over uit of ik voor een brunch of voor een verlaat ontbijt ga. Eenmaal binnen tref ik vriendlief midden in een overleg. Ik zie verschillende hoofden op het scherm. Mij zien ze gelukkig nog niet. 

Het is echt niet zo dat niemand mij mag zien… Maar op een dag als vandaag, waarbij ik iets te laat mijn bed uit ben gerold en het rete druk heb ben ik gewoon niet heel erg uitgedost om gezien te worden. Mijn haar zit in dezelfde knot als waarmee ik wakker werd. En mijn kleding zit heerlijk maar daar ga ik de straat niet mee op. Dus nee, ik hoef niet zichtbaar in beeld.

Vanaf de deur loop ik naar de keuken. Hier vandaan kunnen ze mij nog net niet zien, schat ik in. Daarna neem ik een snoekduik naar beneden. Kruip op handen en voeten verder de keuken in. Vriendlief zit zo in zijn overleg dat hij mijn hele getijger over de grond niet eens opmerkt. Draak daarentegen wel. Zijn eerste kreten als: werken en LALALALA komen al uit zijn snavel. 

Het gedeelte waar ik moet zijn bevind zich precies achter vriendlief. Vol in beeld dus. Op mijn knieën tijger ik door naar de kastdeur. Zijn collega’s zien waarschijnlijk nu, uit het niets, een kastdeur opengaan. Ergens van onderen een hand verschijnen die een bord pakt en de kastdeur weer dichtgaan.

Het moment is zo hilarisch dat ik er om moet lachen. Dat word uiteraard opgemerkt door Draak die dus ook begint te lachen. Zijn reactie werkt aanstekelijk. Voor ik het weet lig ik op de keukenvloer te gieren van het lachen. Met in de woonkamer een echo geproduceerd door Draak. Ik mag echt hopen dat vriendlief zijn microfoon heeft uitstaan want anders denken ze nog dat er iemand vermoord wordt met dat gekke gehinnik van mij.

Vanuit een andere hoek, waarbij ik vooral niet zichtbaar ben, smeer ik mijn brood. Samen met een verse bak koffie sluip ik terug naar boven. Draak’s volume is teruggebracht naar acceptabel gebrabbel en vriendlief zit nog steeds midden in zijn vergadering. 

Als we ’s middags aan de koffie zitten vraag ik terloops of hij nog iets gemerkt heeft van mijn actie eerder op de dag. Nee, daar had hij niks van gemerkt. Alleen de vogel was wel wat aan de drukke kant. Of er dan iets moest zijn?? Nee hoor, antwoord ik. Helemaal niks. Opgelucht haal ik adem. 

In de tussentijd: vanuit huis…

Eindelijk kwam er weer wat werk binnen en toen begon de bouwvak. Voor ons betekende dat weer terugschakelen naar versnelling 1. Heel veel harder hoefden we niet te gaan. Toen mijn directe collega met vakantie ging bleef er voor mij tenminste nog wat werk over. Daarnaast hield ik mij bezig met allerhande zomerklusjes. Zoals het opruimen van het papieren- en digitale archief, mailboxen opschonen en het bijwerken van achterop gelopen to-dolijsten. 

Nu de vakantie voor bijna iedereen weer voorbij is, maar corona nog steeds huishoud is bij ons het thuiswerkplan wederom geactiveerd. Een minimale bezetting op kantoor en de rest werkt op vaste dagen vanaf huis. Dat laatste is echt niet altijd even makkelijk. Soms lijkt het wel of ik door een doolhof van wachtwoorden en systemen moest tijgeren voor ik eenmaal ben waar ik wezen moet. Ik ben verknocht aan mijn appel. Maar mis mijn twee grote beeldschermen op de zaak. Het kijkt, klikt en schuift gewoon prettiger dan alles op een laptop thuis. Om nog maar te zwijgen over de zeeën van ruimte op mijn bureau op de zaak. Dat heb ik hier niet hoor. 

Daarnaast moet ik thuis veel meer moeite doen om in beweging te komen. Dus ik laveer tussen roeimachine en de crosstrainer. Wandel wat op de loopband en sprint de trappen een paar keer op en af. Doe een rondedansje langs mijn balanceboard en huppel een aantal keer rond de bokszak om toch aan mijn stappendoel te komen. Thuiswerken staat voor mij anders gelijk aan maximaal 3000 stappen per dag en dat is gewoon veel te weinig. Tja, de koffieautomaat staat hier nu eenmaal dichter bij mijn bureau dan op de zaak. 

Nee, ik ben dus niet heel erg blij dat we weer vanuit huis moeten gaan werken. En helemaal niet toen het doorschakelen van de telefooncentrale naar mijn zakelijke nummer grandioos bleef mislukken. “Er kan geen verbinding tot stand gebracht worden. Probeer het later opnieuw!” GGRRRRR. Of wanneer blijkt dat ik een van de wachtwoorden niet meer weet, want oeverloos & oneindig lang en iets met automatisch in laten vullen. Dus hang ik ’s morgens in alle vroegte weer in de wacht bij de helpdesk. Die het, op welk tijdstip ik ook bel, altijd druk schijnen hebben…. “Al onze medewerkers zijn bezet, een ogenblik geduld alstublieft…” Met op de achtergrond een of andere klote muziekje om je spontaan opgekomen irritatie nog even verder naar een kookpunt te brengen!!

Inmiddels ben ik een uur aan het werk. Nou ja, aan het werk… De boel aan het opstarten is een beter woord. Het liefst zou ik mijn spullen willen pakken om gewoon, als van ouds, naar kantoor te rijden. Maar ja, dat vind de baas niet zo tof. Want corona. Natuurlijk snap ik het allemaal. Heb ik begrip voor de situatie en willen we een gezonde werkomgeving voor iedereen. Maar ondertussen ben ik er zo vreselijk K L A A R mee!!

Na ruim een uur tobben lukt het mij zowaar om de telefooncentrale weer aan de praat te krijgen en heb ik eveneens weer toegang tot bepaalde programma’s. Ach ik probeer het dan maar weer van de positieve kant te bekijken, want zo zijn we dan ook wel weer. Ik kan tenminste 3 kwartier langer blijven liggen, hoef mij niet druk te maken over wat ik aantrek en hoe mijn haar zit… 

Het went, maar toch…

Eind maart: Het zat er natuurlijk aan te komen, toch heb ik de stille hoop dat alles gewoon door gaat zoals normaal. Dat het mee valt en overwaait. Aangezien de hele wereld plat ligt is dit een gedachte die uiteraard nergens over gaat. Maar toch. Toch hoop ik als een malle dat het allemaal wel mee zal vallen, het zo’n vaart niet zou lopen. Ergens in de wereld is een hick-up maar dat geldt niet voor ons. Ik wil gewoon mijn normale dagelijks leven behouden. En vooral geen gekke fratsen hier.

Dat was zoals gezegd ijdele hoop. Corona begint zich steeds meer aan ons op te dringen. Een tsunami die er in één klap is en waartegen je niets kunt uithalen. De hele wereld is in rep en roer. Opeens is iedereen viroloog, bioloog of een geleerde. Iedereen heeft een mening en moet dit vooral bekendmaken. En dan de paniekzaaiers! Die staan op iedere (virtuele) hoek van de straat. Maar bij ons is vooralsnog niets aan de hand. Behalve dan dat de grote baas, net als een overgroot deel van Nederland, voorzorgsmaatregelen aan het treffen is.  

Nu een hoop locaties verplicht gesloten zijn kunnen onze examens daar ook niet doorgaan. Er moet aardig wat geannuleerd en afgezegd worden. Beetje voor beetje komt ons werk stil te liggen. Het is ook niet langer nodig om met een volledige bezetting op kantoor aanwezig te zijn. We stemmen bepaalde procedures op elkaar af. Er komen andere werkroosters. ICT wordt opgetrommeld en voor we het weten hebben we allemaal een laptop en telefoon van de zaak.

Binnen een paar dagen is alles geregeld en werken we met het complete team vanuit huis. Voor zover dat nodig is. Want het werk is zover opgedroogd dat er niet voor iedereen iets te doen is. Kantoor is maar een paar dagen per week voor een paar uur bemand door hooguit twee collega’s.

Dat, lieve mensen, is toch best wel even wennen. Opeens ben ik mijn complete regelmaat en ritme kwijt. Begin april sta ik met Poownie te grazen onder werktijd, ondertussen mij af te vragen wat de andere collega’s nu aan het doen zijn. Zelf heb ik die week “vrij” en ben alleen nodig als de andere collega ergens niet uitkomt. Het voelt gek om “vrij” te zijn en onder werktijd met hele andere dingen bezig te zijn dan met de mailbox, rinkelende telefoons, klanten en collega’s.

Inmiddels zijn we ruim 1.5 maand verder en heb ik redelijk mijn weg hierin kunnen vinden. Maar dat ging echt niet zomaar. Ik kwam er achter dat ik het beste gedij bij een zo normaal mogelijk werkritme. Normale tijd naar bed en ook gewoon vroeg weer op. Ik ruimde mijn oude werkkamer op en heb het zo ingericht dat ik daar in alle rust ’s morgens mijn dag kan beginnen. Hoewel mijn hersens geregeld doen alsof het semi-vakantietijd is begin ik redelijk te wennen aan mijn kleine beeldscherm en de videocalls via teams of zoom.

Toch hoop ik met heel mijn hart dat dit “tijdelijke abnormaal” snel over is en we terug kunnen naar ons “oude normaal”. Het normaal waarbij we omkomen van het werk. Elkaar “pesten” rond de koffietafel en kunnen klagen dat het zo druk is. Want ik mis mijn chaotische bureau, het geregel, de drukte en het werk. Maar bovenal mis ik het samenwerken met mijn collega’s!!