De berg fluistert: “Ga spelen jij!”

“Oooh het sneeuwt!” roep ik als ik ’s morgens de gordijnen en tegelijk het raam open doe. Dikke vlokken dwarrelen op topspeed uit de hemel en voelen koud aan op mijn hand. Aan het dikke pak dat de bomen siert is te zien dat het al even aan de gang is. Tijdens het ontbijt zitten we met onze vertrouwde groep aan tafel bij het raam. Al die jaren dat we hier komen heeft het nog nooit zo hard gesneeuwd als nu. Het is prachtig! 

De rij bij de gondel wordt alleen gesierd door de medewerker. Er is verder niemand. Of we zijn vroeg, of niemand wil met dit weer de berg op. Onze groep heeft zich inmiddels ook opgesplitst. Eén is alvast de berg op. Twee komen wat later en wij gaan met zijn drieën naar boven. Halverwege begint het flink te waaien. De gondel wiegt heen en weer. Ik voel er niks voor om helemaal naar boven te gaan en weggeblazen te worden. Dus zeg ik de heren gedag en stap er bij het middenstation uit. 

Ik ben helemaal alleen. Het witte tapijt ligt onaangeroerd voor me. Bijna heilig. Even twijfel ik. Het ziet er zo mooi uit. Toch klik ik mijn bindingen vast. Sommige stiltes vragen om chaos.

Boven mij hoor ik een plotseling kabaal. Als ik mij omdraai zie ik een aantal skileraren zonder klasje. De een na de ander maakt een sprong over een hobbel ergens halverwege de berg. Onder luid gejuich van de rest. Groot gelijk hebben ze. De berg heeft er nog nooit zo prachtig bij gelegen als nu. Als ze voorbij zijn daalt de stilte weer neer en ze hebben nog een stukje berg onaangeroerd voor mij achter gelaten. 

De sneeuw komt nog steeds met prachtige dikke vlokken uit de hemel. Maar ik heb er totaal geen last van. Nog nooit eerder heb ik door zoveel verse sneeuw geboard. Zo moet dat dus voelen als je off-piste gaat op stukken ongerepte berg. Mijn onderbenen verdwijnen in de sneeuw en ik weet even niet hoe ik moet sturen. Oké, zo voelt het dus voor iemand die nooit van de gebaande paden afwijkt. De ervaren offpiste-boarder haalt zijn neus op voor dit pak sneeuw. 

Ik merk dat ik even mijn balans moet zoeken. Maar het lukt om grip te krijgen. Voor ik het weet drijf ik op de sneeuw. Mijn board zakt niet meer weg maar tilt me op. Alsof de berg deelt in mijn plezier en besluit me even te dragen in plaats van te testen. Ik surf op de sneeuw, een ander woord heb ik er niet voor. Ik maak grote bochten, kleine bochten. Versnel hier en rem daar. Ik laat een heel spoor (aan vernieling van sneeuw) achter mij. Ik heb de afdaling bijna helemaal voor mij alleen en geniet met volle teugen.  

Halverwege word ik weer ingehaald door de twee heren. Ik merk pas dat ik de hele rit met een brede grijns van de berg afgekomen ben nadat ik hen probeer te groeten en de kramp niet in mijn voeten maar in mijn kaken voel. 

Grappig hoe dezelfde sneeuw in Nederland voelt als last met files, natte sokken en kou. Maar hier voelt het als een cadeau en is het dubbelop genieten. 

Van oh… naar WOW…

Mijn snowboard en ik gaan al bijna 14 jaar samen van de berg. Ik ben daarom ook een beetje gehecht geraakt aan mijn gekleurde plank. Het is dit board waarmee ik ieder jaar iets leer, iets harder ga of een grens verleg. Hetzelfde board waarmee ik ook een paar flinke klappen en schuivers maakte. Na het tweede jaar was er al zo’n grote hap uit mijn board dat ik dacht er niet veel langer mee te kunnen doen. Na het 3e jaar zag ik dat zelfs de staalkant op één punt wat vervormd was geraakt. Een paar jaar verder zat er een flinke kras in het belag. Blijkbaar was ik over een paar dennenappels of stenen geroetsjt. Ieder jaar nam ik me voor het volgende seizoen naar een nieuwe te gaan kijken. Maar ach, ik kwam er nog steeds mee van de berg. 

Het is nog een paar weken tot aan de vakantie en ik besluit alvast mijn board te gaan waxen. Maar tot mijn verdriet zie ik dat nu ook de bovenlaag aan het loslaten is. Misschien, heel misschien wordt het nu toch tijd om eens voor een ander board te gaan kijken. Diezelfde week gaan we naar de winkel. Ondanks de drukte is er een medewerker die mij wil helpen. Hij laat verschillende modellen zien. Legt de voors en tegens uit. Ik heb heel mijn leven op een flexibel beginnersboard gestaan. Weet ik veel wat het verschil is tussen de flexibiliteit van een 3 en een 8. Ook daar helpt hij mij mee en demonstreert verschillende modellen. 

Na een halve ochtend daar te hebben doorgebracht ga ik met een rib minder, maar wel met een nieuw snowboard richting huis. Dit board is heel wat minder kleurrijk maar wel een upgrade van wat ik had. De heren vinden hem heel sjiek, ik vind hem een beetje saai. De week erna voorzie ik mijn board van een verse laag wax en schroef mijn bindingen alvast onder. Ik ben er helemaal klaar voor. 

Zondagochtend, we staan met de groep boven aan de berg. Terwijl de andere boarders hun bindingen nog aan het vastgespen zijn klik ik mijn schoenen in mijn bindingen en ga alvast van start. De vuurdoop voor mijn nieuwe set. Ik wankel de eerste paar bochten even. Hervind mijn evenwicht en dan ga ik. Saai snowboard zei ik eerder? Wow, het stukje hout maakt alles goed. Wat heerlijk om het verschil tussen mijn oude en nieuwe board zo duidelijk te kunnen voelen.

Nee, mijn snelheid is nog steeds niet te vergelijken met de heren. Progressie maak ik wel, ook deze week weer. Stiekem zal de wintersportweek in de kerstvakantie hier ook aan bijgedragen hebben. Toch is het dit setje, met mijn step-on bindingen en mijn nieuwe board dat ervoor zorgt dat ik nog meer geniet van (bijna) iedere afdaling. En dat de hele week lang.

Mijn oude board heeft mij jaren lang van de berg afgesjouwd. Dit board gaat mij verder brengen.

Als loslaten geen afscheid blijkt…

Met mijn handen in mijn zakken loop ik een rondje door de paddock. De meeste paarden staan nog op de wei. Het is ergens halverwege oktober, het weer is zacht voor de tijd van het jaar. Ik ben vandaag niet hier om te helpen of om een paardje te verzorgen. Na veel wikken en wegen heb ik besloten om de sleutels van stal in te leveren. Nu mijn vriendin met haar paard verhuisd is heb ik niet echt meer een reden om hier nog te zijn. 

Toen ik van huis wegreed voelde het als de juiste beslissing. Ik was er zo zeker van. Mijn paardenleven is al even gestopt en ik heb met hulp van mijn lieve stalgenoten langzaam mogen afbouwen. Maar nu ik hier loop raakt het mij toch. Dit stukje grond, getransformeerd tot een waar paardenparadijs, ingebouwd tussen de dijk en de polder, is een aantal jaar mijn tweede huis geweest. Uren heb ik er doorgebracht. Soms was ik hier zelfs twee per dag. Hoewel dat laatste dan vaak was om Poownie van extra voer of medicatie te voorzien, maar dat terzijde.

Met toch wel een brok in mijn keel hang ik plechtig mijn sleutel in het kastje. Het is mooi geweest. Ik ga mijn tijd vast weer opvullen met andere hobby’s en bezigheden. Ik app de stalbaas alvast om te bedanken en aan te geven waar de sleutel hangt. Nog voor ik thuis ben heb ik al een berichtje terug…

En zo sta ik nu, inmiddels december, opnieuw op stal. Aan mijn sleutelbos hangt weer een stalsleutel, oud en vertrouwd, en naast me staat haar paard. Het baasje is een paar dagen weg en in die tijd mag ik voor haar zorgen. Ook dit paardje is, net als Poownie, niet meer helemaal fit. Er mankeert van alles, en toch staat ze er nog, eigenwijs en wonderbaarlijk aanwezig. Een paar dagen van huis zijn en je dier achterlaten kan onrust geven. Juist dan is het fijn om te weten dat iemand de dagelijkse zorg overneemt. Iemand die begrijpt hoe groot die zorg kan zijn.

Op dag drie word ik begroet door een luide hinnik. En dat terwijl ze in het verleden niet veel van mij en/of Poownie moest hebben. We werden in haar omgeving geduld. Ik denk dat we te druk voor haar waren, of misschien wel te min. Poownie was immers een ruin en ik hoorde bij hem. Maar daar heeft ze nu totaal geen boodschap aan. Ik hoef niet eens moeite te doen om haar te halen. Braaf loopt ze mee, ondergaat het hele ABC-zorgplan om daarna een stuk te gaan wandelen. Lekker de polder in. 

Met haar oren naar voren en af en toe een drafpas laat ze mij vol trots, een ander woord heb ik er niet voor, de omgeving zien. Alsof ik een toerist ben die hier nog nooit geweest is. Af en toe gaat zelfs de motor even aan en draaft ze voor mij uit. Ze heeft er zin in. En jeetje, zelfs ik heb dit gemist. We wandelen in het donker en worden belicht door de maan en de sterren en onze eigen kerstboomverlichting inclusief zoeklicht op haar en mijn hoofd, zodat ze ons zelfs vanaf Mars kunnen zien gaan.

Het is droog maar wel wintersfris. Veel later dan anders kom ik thuis. Ja, de komende dagen gaan wij ons nog prima vermaken. 

Een witte kerst voor ons…

Het was tijdens onze zomervakantie dat we heel enthousiast, maar iets te impulsief, een kamer boekten voor de kerstvakantie. We zaten daar zo heerlijk; het uitzicht op de toen nog groene berg was prachtig. De mensen daar waren ontzettend vriendelijk en het eten was fantastisch. “Ik heb nog een kamer vrij, zal ik hem voor je reserveren?” vroeg de eigenaresse met een glimlach. En daar zeiden we geen nee tegen.

Een andere hotelgast vertelde dat het tijdens de kerst altijd megadruk is. Je kunt over de hoofden lopen en op de skipiste heerst chaos. Met dat in ons achterhoofd laten we de reservering toch staan. Of het waar is, zouden we snel genoeg ontdekken.

En dus zitten we in de eerste week van de kerstvakantie in hetzelfde hotel, met uitzicht op een nu witte berg, tussen mensen die nog steeds even vriendelijk zijn en met eten dat nog steeds fantastisch smaakt. Het is nog even spannend of we überhaupt wel kunnen skiën, aangezien de laatste sneeuw ergens in november gevallen was. De drukte valt bij aankomst vooralsnog mee. De auto parkeren we bijna naast het hotel.

De aller vriendelijkste receptioniste ziet ons om 07.30 uur ’s ochtends aankomen en overhandigt ons direct een sleutel van de kamer. Wauw, dit hadden we in de zomervakantie ook al zo ervaren. “Jullie kamer is al klaar en het ontbijt staat op jullie te wachten!” Na een lange reis is er niets zo heerlijk als aanschuiven bij het ontbijt en daarna direct je kamer in kunnen. Nadat de koffers zijn uitgepakt, is het eerste wat we doen een paar uur bijslapen. Maar al snel worden we wakker van schaterlach, gejoel en skigeluiden. Ik open de balkondeur en kijk uit op een kinderklas die al glijdend en skiënd naar beneden komt.

Op dag één doen we eigenlijk niet zo veel. Normaal zouden we spullen wegbrengen naar de piste en inkopen doen voor de après-ski. Maar we zitten al aan de piste en we zijn dit keer maar met z’n tweetjes. Toch rijden we in de middag naar het dorp, bezoeken de bekende winkels, gaan ’s middags langs bij ons stamcafé voor een stuk taart met koffie en halen alvast de skipassen.

In het hotel heerst een gezellige bedrijvigheid en alleen tijdens het diner, wanneer het restaurant geopend is, zit alles vol. Ik vraag me af wanneer de chaos echt begint.

Die blijft uit. Geen chaos, geen drukte. We worden getrakteerd op een paar heerlijke, zonovergoten dagen met witte pistes en na dag drie zelfs verse sneeuw. De omgeving ziet er direct sprookjesachtig uit. Het is een magische week. Soms hebben we afdalingen helemaal voor ons alleen. Gondels en liften waar niemand staat te wachten. De langste wachtrij was welgeteld drie minuten. In de restaurants worden we met alle egards bediend.

Dit jaar vierden wij geen kerst thuis, met een boom, cadeautjes en je druk maken over welke gerechten er klaargemaakt moeten worden. We zaten in Oostenrijk, lieten ons verwennen en in de watten leggen. De eerste kerstdag was dan ook echt fantastisch en een cadeautje aan onszelf. We weten nu dat de echte drukte pas in de tweede week losbarst, met oud en nieuw. Goed om te weten, wanneer we nog eens een kerst-ontsnappingsweek willen inlassen.

Eerste kerstdag 2025

Door de bergen…

Onze wintersportvakantie speelt zich al een aantal jaar in hetzelfde gebied af. Dat is fijn voor de mensen die niet mee de berg op gaan of voor de mensen die eerder willen stoppen. Er is bij ons in het dorp namelijk van alles te doen. Zwembad om de hoek, een sauna in het hotel, gezellig dorpje en een heuse bierbrouwerij. Voor ieder wat wils. De pistes zijn in deze periode voornamelijk wit. Dat is tijdens deze zomervakantie wel anders. De bergen tonen zich in alle tinten groen en de weidebloemetjes staan in al hun pracht en praal te schitteren. 

Wanneer we in Oostenrijk arriveren miezert het en de bergen zijn in nevelen gehuld. Zodra de koffers zijn uitgepakt en we een klein hazenslaapje gedaan hebben, wordt het tijd om het dorp in te trekken. Op de terugweg is het een beetje opgeklaard en we besluiten het weggetje langs een van de pistes op te rijden. Het is dat er een aantal herkenningspunten op de berg staan, zoals sneeuwkanonnen, een restaurant en een of ander afbraakschuurtje. Maar anders zou het voor mij totaal onherkenbaar zijn als skipiste. 

In de winter lijkt de piste vaak heerlijk uitnodigend: witte banen waar je soepel vanaf glijdt. Maar nu staan we voor een groene, toch best wel steile wand. Ik verbaas mij erover dat dit hetzelfde stukje berg is waar ik in de winter zonder moeite vanaf kom. Nu zie ik ineens alle details: de glooiingen, de richels, de schaduwen. Het oogt meteen veel indrukwekkender. Oké, in de winter kijk je vooral naar het stukje voor je, en nu zie ik de hele piste in één keer, van beneden tot boven. De sneeuw vlakt alles een beetje af en geeft het gevoel van een zachte glooiende deken. 

Na dit stukje gezien te hebben, besluiten we vandaag de andere pistes te bezoeken. De zon staat hoog aan de hemel en dat maakt het direct ook een stuk vriendelijker dan de mist op de eerste dag. Met de auto is het even zoeken welke bergweggetjes naar boven leiden. De geasfalteerde weg houdt na enige tijd ook nog eens op. We rijden haarspeldbocht na haarspeldbocht op kiezelpaadjes. We gaan alsmaar hoger en ik ben steeds meer onder de indruk van de vallei onder mij. 

Plots staan er koeien op de weg en rijden we over roosters en door poortjes met stroom. Ik vraag mij af of we wel goed zitten. Maar als ik in de verte een hele stroom fietsers, wandelaars en nog een aantal auto’s zie maak ik mij daar niet langer druk om. Dan doemt plots het hotel op waar we altijd langs skiën. Ik ben heel blij dat we dit deel “overleefd” hebben en dat ik eindelijk iets herken. We worden vriendelijk ontvangen en drinken koffie op het terras met een fantastisch uitzicht. 

Even overwegen we om te blijven zitten. Het uitzicht, de zon op ons gezicht, de koeienbellen die in de verte rinkelen en de berglucht in onze neus geven ons het gevoel klein te zijn in iets oneindig groots. Toch besluiten we nog een stukje hoger de berg op te rijden. Bijna aan de top stuiten we op een wegversperring en moeten we het hele stuk weer naar beneden. Maar eerst nemen we de tijd om te genieten van de vergezichten en van het stukje piste dat nu groen is in plaats van wit.

Waar “normaal” even pauzeert…

“Zullen we naar Doloris in Tilburg gaan?” Vraag ik Vriendlief tijdens een van ons vrije dagen? “Wie is Doloris?” vraagt hij droog. Ik antwoord dat Doloris geen persoon is maar een unieke, surrealistische ervaring waar je letterlijk door een museum van kunstwerken wandelt in een doolhofachtige omgeving. Het is geen spookhuis maar eerder een soort escaperoom zonder druk. Het is een ontdekkingsreis door meer dan 40 kamers met wonderland-achtige scènes waar je innerlijk kind weer nieuw leven in geblazen wordt. Oh en je moet je telefoon en horloge achterlaten in een kluisje waarna je gescheiden naar binnengaat. Je ziet elkaar weer ergens in het the mata maze.

Bij de woordjes “kunst, museum, escaperoom” gevolgd door: “innerlijk kind en je telefoon achterlaten” gaan zijn wenkbrauwen zo hoog dat ik denk dat ze loskomen van zijn hoofd. “Je zoekt maar een ander slachtoffer.” is zijn resolute maar duidelijke antwoord. Herhaaldelijk vraag ik hem mee, iedere keer met een andere motivatie, maar zijn antwoord blijft nee. Uiteindelijk is het mijn nichtje die met een briljant idee komt om haar verjaardag te vieren in Doloris Anome Maze in Utrecht. Deze heeft maar liefst 73 kamers. Als de Meta Maze in Tilburg een “droom” is, dan is de Anoma Maze in Utrecht een andere dimensie.

Mijn nichtje heeft de feestgangers met zorg samengesteld. We zijn met 6 dames die ieder op hun beurt weer een flinke hilarische dosis toevoegen aan het geheel. Al weken voor de “feestdatum” staat de groepsapp bol van anekdotes en kennismakingsfilmpjes, want niet iedereen kent elkaar.  

Met 30 graden is dit zo’n beetje de warmste dag van juni. De Anome Maze is gebouwd in een oude treinloods en zonder de bewegwijzering waren we de ingang straal voorbij gelopen. Ze doen er werkelijk alles aan om je een surrealistisch gevoel te geven. Direct al bij binnenkomst. De gevoelstemperatuur is -5. Ook staan alle klokken, en dat zijn er heel veel, op een ander tijdstip of lopen achteruit. Het licht in de ruimte is gedimd waardoor het lijkt of er overal schaduwen zijn. Ja, de start is alvast goed. 

We beginnen met een drankje voor we één voor één naar binnen mogen. Er zijn vier verschillende deuren waaruit je kunt kiezen. En dan is het zover. Ik mag naar binnen en ben heel benieuwd wat ik daar ga aantreffen. Ik mag kijken zonder oordeel, voelen zonder doel, verdwalen zonder angst. Dat laatste is niet helemaal waar. Het is mijn nieuwsgierigheid die het wint van de “angst”. Want ik heb geen idee wat ik aantref als ik mijn hoofd door een gat in de muur steek, waar ik uitkom als ik een ladder opklauter of via een brandweerstang naar beneden glij. Na het eerste stuk lijkt er geen vaste route meer te zijn.

Ik wil natuurlijk niet al te veel verklappen voor mensen die dit ook eens willen ondernemen. Ik kan wel zeggen dat het totaal anders is als ik mij had voorgesteld. Het is zelfs leuker!! Ik ben niet zo thuis in de kunst, dus dat stukje is aan mij voorbij gegaan. Ik voelde mij inderdaad een soort Alice in Wonderland door alle indrukken, verlichting en geluidseffecten. En de bar aan het einde van de route maakt het, ook voor de mensen die het iets te spannend vonden, meer dan goed.

Ben je niet claustrofobisch en verder goed ter been? Dan is dit zeker een aanrader.

Foto’s komen van internet. Want binnen is het niet toegestaan om foto’s te maken.

Terug in het zadel…

Zaterdagochtend, 09.15 uur. Ik fiets door de polder onderweg naar stal. Het is lang geleden dat ik door dit stuk polderlandschap heb gefietst, sterker nog, het is überhaupt lang geleden dat ik op de fiets ben gestapt. Het weer is zalig en er is bijna niemand buiten. Er staat nauwelijks wind. Ik hoor alleen het ruisen van de blaadjes aan de bomen en het vrolijke gefluit van vogels. Dit belooft een goede start van de dag te worden. 

Zoals gewoonlijk ben ik veel te vroeg op stal. De ochtenddienst heeft net haar ronde afgerond. Gelukkig kunnen we nog even bijkletsen, want het is alweer een tijd geleden dat we elkaar hebben gezien. Na een kwartier druppelen de andere stalgenoten binnen. Op het programma staat vandaag een buitenrit. Ik ben door een van hen uitgenodigd om mee te gaan. Vorig jaar vroeg ze al eens of ik mee wilde, maar toen schoof ik het steeds voor me uit. Dit voorjaar stelde ze het opnieuw voor en ik besloot erop in te gaan. Ik wilde heel graag weer eens een ritje maken. Het is inmiddels meer dan anderhalf jaar geleden dat ik op een paardenrug heb gezeten. Als zo’n kans zich aandient, zou ik wel gek zijn om hem niet te grijpen. 

Gelukkig had ik nog een cap die me enigszins paste. Met Poownie droeg ik die zelden, eigenlijk alleen tijdens wedstrijden. Maar omdat ik al enige tijd niet meer heb gereden, wat ouder en strammer ben geworden en deze paarden totaal niet ken onder het zadel, wil ik geen risico nemen. De cap had nog wel wat aanpassingen nodig. Of hij is gekrompen, of ik heb een groter hoofd gekregen. Uiteindelijk past hij.

Voor deze rit krijg ik het braafste paard toegewezen. Ik ga lekker aan de poets, het is weer die tijd van het jaar, dus binnen de kortste keren zit alles en iedereen onder de haren. Al snel staan alle drie de paarden gezadeld klaar en kunnen we vertrekken.

Het is even een vreemde gewaarwording als ik in het zadel klim. Ik zit een stuk hoger en haar bewegingen voelen anders. Zelfs de energie hier bovenop voelt anders dan wanneer ik naast haar sta. Toch voelt het op de een of andere manier vertrouwd. Ik kan mijn alertheid al snel loslaten. Ze zet geen stap verkeerd en zal eerder inhouden dan als een raket vooruit schieten. Driekwart van de rit kan ik volbrengen met een losse teugel.

We stappen een flink stuk over bekend terrein en komen daarna in een deel dat ik nog nooit eerder heb gezien. Dit terwijl ik daar regelmatig met Poownie heb gewandeld. We draven af en toe en er zit zelfs een stukje galop in. Pas wanneer ik pijn in mijn kaken voel, realiseer ik me dat ik de hele rit heb zitten lachen. Wanneer ik denk dat we alweer richting huis gaan, buigen we toch de andere kant op. We rijden een stuk langs het water, wat nog eens 45 minuten aan de rit toevoegt. Hoewel mijn spieren er heel anders over denken, juich ik van binnen.

Inmiddels ben ik alweer even terug en lig ik in de tuin bij te komen van een heerlijke, zonovergoten buitenrit, mogelijk gemaakt door mijn lieve stalgenoot. De spierpijn die ik de komende drie dagen zeker zal hebben, is het meer dan waard!

Een ochtendgloren vol ontdekkingen …

In huis ben ik de meest vroege vogel. Ik win het zelfs van Draak. Maar vandaag spant de kroon als om 04.00 uur mijn wekker gaat. Mijn spullen liggen gelukkig al klaar. Een thermoshirt en broek, daarover mijn skibroek, wollen sokken, buff en niet te vergeten mijn handschoenen. In plaats van mijn snowboard, pak ik nu mijn camera mee. Om iets voor vijven ’s morgens rijd mijn nichtje de auto voor. Samen crossen we langs het huis van oom om hem op te pikken en we kunnen door.

Op de planning staat een drie uur durende rondvaart door de Brabantse Biesbosch. Op een heus vlot gaan we genieten van de zonsopkomst, de prachtige omgeving en ondertussen hopen we op een ontmoeting met de otter, bever, een zwik vogels, misschien wat flarden mist en een paar mooie plaatjes. Om stipt 06:00 uur vertrekt de gids en het is nog een stukje toeren door de polder. Er gloort al wat licht aan de horizon, wat overigens niet voldoende is om het donkere kronkelpad voor ons te verlichten. 

Bij aankomst staan er al wat mensen te wachten. De gids blijkt achter ons te rijden. Het is een jonge gozer die heel toevallig uit hetzelfde dorp komt als wij. In totaal zijn we met 13 man. Na een kort voorstelrondje volgen we onze gids naar het water. Daar ligt een vlot voorzien van tafels met zitjes en een schipper. Hij verteld ons dat we net te laat zijn voor de bever, die kwam even ervoor nog langs gezwommen. Jammer genoeg zien we niks meer dobberen in het water.

We zijn nog niet weg of we worden al gewezen op twee zeearend “jongen” die hoog in de boom zitten. Ik zie alleen maar dode takken, veel te ver weg voor mijn ogen. Na dat moment kom ik er achter dat het meebrengen van een verrekijker geen overbodige luxe was geweest. Ik ben wel erg blij met mijn kledingkeuze. Het gaat een stralende dag worden, maar nu komt de temperatuur niet boven de 4 graden. We zijn op het water en we zitten stil. Als je dan niet goed gekleed bent, dan zouden het wel eens drie hele lange uren kunnen worden. 

Iedereen is geduldig en het vlot wordt meermaals stilgelegd zodat we de kans krijgen om het vogeltje te spotten en/of te foto­graferen. We moeten nog even halsbrekende toeren uithalen om onder een bruggetje door te kunnen. Als we allemaal gaan liggen dan lukt het net. We varen langs een beverburcht maar de familie zelf is jammergenoeg (weer) niet thuis. Wel krijgen we uitleg over recente knaagsporen en de samenstelling van de burcht. 

De gids kent zo’n beetje alle vogelgeluiden uit zijn hoofd en kan hiermee al op voorhand aangeven waar de wintertaling, tjiftjaf, blauwborst, baardmannetje, kiekendief, cetti’s zanger en al het andere gevleugeld gespuis zich bevind. Hoewel ik het gros niet op de foto heb kunnen zetten, te veel riet of te ver weg kan ik er nu wel een paar van mijn “nog-niet-in-het-echt-gezien-lijst” afvinken.

Op het water is het een kakofonie aan vogelgeluiden. Maar verder is het helemaal stil. Zalig dit! Hoewel het een koude start van de dag was, had ik dit niet willen missen. Ik zou zeker nog eens gaan en dan neem ik in ieder geval mijn verrekijker mee. 

Op het kruispunt van seizoenen…

Binnen 5 minuten weet ik 1 ding heel zeker, ik ben veel te warm gekleed voor wat ik aan het doen ben. Het zag er namelijk heel fris uit toen ik besloot een rondje te gaan wandelen. Blauwe lucht en windstil, maar wel tegen het vriespunt aan. Misschien draagt het tempo dat ik handhaaf er ook wel een beetje aan bij, want ik heb er flink de pas in gezet. Ik heb besloten een wat grotere ronde te lopen en het eerste stuk is nogal saai. Dus onder het genot van mijn luisterboek stamp ik letterlijk de eerste 2 km weg.

Zodra ik het park binnenloop zet ik mijn luisterboek op stil en laat ik mij meenemen door het geritsel en gefladder in de bomen. Verschillende vogels vechten hier om de beste plek in de boom. Het zijn de groene draken die de show stelen. Overigens niet alleen de show, maar ook vocaal winnen ze het van zo’n beetje iedereen in het park. Er land er één vlak bij mij op een tak. Hij kijkt mij net zo aan als ik hem. Ik houd stil en hij blijft zitten. Het lukt om een foto te maken. We kijken elkaar na als ik mijn weg vervolg. 

Het is nog geen april maar de bloesems staan al in bloei. Ook begint het groen weer terug te komen in de bomen. De lente heeft zich in al zijn pracht aangediend. Toch geeft de ochtendkou mij een wintersport gevoel. De geur die in de lucht hangt, de warmte van de zon op mijn gezicht terwijl mijn wangen koud aanvoelen. Maar dat is nu dan ook echt het enige dat koud aanvoelt. Bij het eerst de beste bankje dat ik tegen kom stop ik. Ik trek mijn vestje, dat ik uit voorzorg extra had aangetrokken, weer uit. Wanneer ik mijn weg vervolg besluit ik ook mijn tempo iets terug te schroeven. Even lekker genieten in plaats van in looppas over de weg. 

Het is druk buiten. Iedereen is tijdens dit zalige weer onder zijn steen vandaan gekropen. Ik kan er ook zo van genieten dat het eerder licht is, en kan niet wachten om er straks weer met mijn SUP op uit te trekken. Uiteraard kan dit het hele jaar door. Maar ik ben een echte mooi-weer-supper. Laatst zag ik weer een foto van mijn early bird rondje, 05.45 uur, waarbij de wereld nog in diepe rust verkeerde. Het water zo strak als een spiegel en de vogels die tijdens mijn peddel aan hun ochtendconcert begonnen zijn. Weet je hoe lekker het is om dan op het water te zijn?! 

Inmiddels ben ik het park uitgelopen en besluit nog een rondje om de plas te doen. Ik wil nog niet naar binnen. Achter mij hoor ik een hoop “hoefgetrappel”. Als ik mij omdraai gaat de gigantisch grote hond vol in de ankers. Waarschijnlijk is ie zojuist in een modderpoel gedoken want hij ziet er niet uit. Het dier loopt een stukje met mij op. Bovenaan het bruggetje staat iemand te wachten met een riem in de hand. Overduidelijk het baasje. Terwijl ik nog wat foto’s van de omgeving maak struint het dier verder.

Dit zijn de dagen waarop je helemaal vergeet dat het ook wel eens anders kan zijn, guur, ruig, nat en koud. 

© Foto Hamar

Een dubbele reis…

De start van de wintersportvakantie valt in dezelfde week als de uitvaart van mijn schoonvader. De afleiding komt als een geschenk uit de hemel. Tegelijk voelt het raar om plezier te maken terwijl we even daarvoor nog in zo’n verdrietige achtbaan verkeerden. We slepen het dubbele gevoel als extra bagage met ons mee naar Oostenrijk, terwijl de auto, samen met zoonlief en zijn vriendin, al afgeladen vol is. We besluiten er met elkaar het beste van te maken. Want hoe mooi is het als je je mag omringen met lieve familieleden die stuk voor stuk ook nog eens begrijpen hoe het voelt.

Na een redelijke reis arriveren we op onze nieuwe vakantiestek. Nou ja, het dorp is nog wel hetzelfde alleen onze accommodatie is anders. Het hotel waar we jarenlang vertoefd hebben, besloot om hun concept aan te passen naar een B&B. Iets wat niet aan ons besteed is. We hoopten een goede vervanger te vinden in een hotel direct aan de piste. Het restaurant was ons overigens niet onbekend. Meermaals hebben we hier tijdens voorgaande vakanties met de complete groep geluncht. Voor de tantes die niet skiën is deze locatie vanuit het dorp namelijk ook prima aan te lopen.

We worden niet teleurgesteld. Het hotel overstijgt mijn verwachtingen. Hoewel de kamer iets kleiner blijkt dan wij gewend zijn, komen we er al snel achter dat het restaurant, de bediening, sauna’s en de algehele entourage meer dan goed zijn. Ja, wij komen de week wel door hoor. Na het ontbijt duurt het echter nog even voor we de kamersleutel krijgen. De kids bedenken zich geen moment en toveren de snowboardgear uit de auto. Nog voor de lunch zijn er al een aantal afdalingen gemaakt. De “oudjes”, nog te moe van de reis, zitten de tijd uit op het terras in de zon. Ook niet verkeerd. 

De volgende dag ervaren we hoe zalig het is om na 10 passen al op de piste te staan. Ik klik mijn voeten in mijn nieuwe snowboardbindingen en maak mijn eerste meters naar de gondel. Daar aangekomen blijkt er niemand te staan. “Waar is de rij?” is een van de uitspraken die we vaker uiten deze week. Het is zelfs zo rustig dat we hele pistes voor ons alleen hebben. Sterker nog, de langste rij is tijdens het toiletbezoek na een lunch ergens op de berg. Bizar hoe rustig het is. 

De weergoden zijn ons goedgezind. We boffen: Mooie blauwe luchten en witte pistes. We boarden soms dwars door de wolken. Voor het fijne is het net iets te warm, maar het mag de pret niet drukken. Het duurt een paar dagen voor het mij lukt om al staande en glijdend mijn voet in mijn binding te klikken. Toch ben ik heel blij met mijn nieuwe aanwinst. Ik heb geen een keer kramp of slapende voeten. Mijn schoenen zitten als pantoffels en het boarden gaat erg fijn. Neef leert mij een nieuwe techniek waardoor het mij lukt om een tandje op te schroeven. De heren lachen mij nog net niet uit als ik, uiteraard, als laatste bij de lift aankom. Maar de lach op mijn gezicht neemt niemand mij af. 

We hebben weer genoten van een week vol sneeuwpret, lekker eten en goed gezelschap. Maar ook van de fijne en soms diepgaande gesprekken. De spullen liggen inmiddels weer opgeruimd op zolder. Klaar voor volgend jaar. 

overzicht van onze wintersportweek
🥰