Een verslaving…

Yep, laat ik het maar toegeven… Ik ben verslaafd, en niet zo’n beetje ook. Wat begon met een lidmaatschap bij de ECI (voor de leuke-nieuwe-klant-cadeautjes), is inmiddels een uit de hand gelopen dagelijkse bezigheid geworden. Ik ben verslaafd, verslaafd aan boeken… Sinds ik mijn e-reader heb sleep ik dat ding overal mee naar toe. De nutteloze minuutjes die voorheen opgevuld werden met het vervelen van andere mensen worden nu steevast besteed aan het lezen.

In mijn readerloze tijdperk was de Bol.com, Bruna, en zelfs de boekenshop op schiphol voor mij een hemel op aarde. Normaal door één van deze winkels lopen/scrollen was er voor mij niet meer bij. Ik werd als het ware naar de boeken toe getrokken en als in trance (of als een bezetene) moest alles betast en doorgebladerd worden. Boeken worden gekeurd op grootte, omslag, kaft, lettertype en natuurlijk ook op onderwerp. Ik kon mij er uren vermaken. Nog steeds trouwens.

Mijn honger naar leesvoer is bijna niet te stillen. Als verslaafde had ik natuurlijk altijd een voorraadje op de plank liggen zodat ik van het ene boek in het andere boek kan rollen en nooit zonder hoefde te zitten. Nu ik digitaal lees heb ik er voor gezorgd dat mijn digitale bieb iedere week wel wordt aangevuld met boeken die ik nog niet eerder gelezen heb. Het mooiste vind ik nog de “serie” boeken. Een verhaallijn die uit meerdere delen bestaat. Erg fijn als je alle delen achter elkaar kunt doorlezen, minder fijn als je een jaar moet wachten op het volgende deel. Inmiddels heb ik van verschillende schrijvers een 2-read lijstje gemaakt omdat ik graag wil weten hoe het verhaal af of verder loopt.

Op dit moment ben ik bezig met het tweede deel van een (tot nu toe) vierdelige serie van de schrijver Cody McFadyen (de Smoky Barrett reeks). Ik moest een kleine huivering onderdrukken toen ik voor de eerste keer naar de titels en de kaften van de boeken keek. “Dit voorspelt niet echt een heel gezellig verhaal.” En ik zat er met deze uitspraak boven op. Luguber en sommige passages in het verhaal zijn ronduit walgelijk. Maar de schrijfstijl is vlot en daadkrachtig met hier en daar een vleugje humor. Goed genoeg om door de smerigste stukjes van het boek heen te tijgeren. Al met al heeft het wel iets weg van de Amerikaanse politie en FBI series, een combinatie van Bones, the Closer en CSI, maar dan nog net iets bloederiger.

Mijn vriend zei, na het voorlezen van één van de smerigste passages ooit, dat zo’n verhaal alleen maar verzonnen kon worden door een psychopaat. Ik vraag mij af wat dat dan over mij als lezer zegt :s

 

Morgen komt nooit, het is altijd vandaag…

“Dingen voor mij uitschuiven is iets waar ik heel goed in ben. Waarom iets vandaag doen als het ook morgen kan? Waarom zou je iets doen wat saai of vervelend is, terwijl je die tijd ook kunt besteden aan dingen die in mijn ogen op dat moment vele malen nuttiger en/of leuker zijn dan het karwei wat geduldig op mij wacht? Het probleem is dat ik dit iets te vaak denk en dus ook iets te vaak doe waardoor ik alles of in ieder geval vaak, dingen op het laatste nippertje moet doen. Dit resulteert in gehaast gedrag, wat op sommige momenten overslaat in stress. Met als gevolg aan het einde van die dag een uitgebluste ik. Te moe voor wat dan ook. Daar moest ik toch eens verandering in gaan aan brengen.

Ook dit stelde ik maar uit tot het moment dat ik gek werd van mijn eigen ongeorganiseerde puinhoop. Ik besloot daarom een dag lang alles aan te pakken wat op mijn pad zou komen en niets uit te stellen tot morgen, als die dag ooit aanbreekt, of tot wanneer dan ook…”

“Het irritante geluid van een wekker haalt mij uit mijn droom. Ik draai mij nog lekker een keertje om nadat ik de wekker heb uitgeslagen. Ik wil nog minstens een kwartier blijven liggen. Maar realiseer mij direct dat ik niets meer uit zou stellen. Dus met een zwierige zwaai spring ik uit bed om mij vervolgens aan de deurpost vast te grijpen. Haastige spoed is zelden goed, dat blijkt wel weer. Zodra mijn hoofd klaar is met tollen besef ik dat mijn kleding nog niet klaar ligt. Gelukkig was alles al wel gestreken. Terwijl ik al tandenpoetsend naar mijn slaperige hoofd in de spiegel kijk verzin ik wat ik aan zal gaan trekken. Na mijn hele ochtendritueel gehad te hebben stuif ik door naar het werk.

Ook op het werk staat het thema: “Morgen komt nooit het is altijd vandaag” centraal. Ik wens iedereen een goede morgen en start in een vliegende vaart alles op. Snel, maar gedecideerd haal ik ook nog even koffie voor de collega’s. Terwijl ik verschillende gegevens in het systeem verwerk wordt er aan mij gevraagd of ik, als ik tijd heb, een aantal dossiers op kan zoeken. Ik schuif niets voor mij uit. Dus direct zoek ik de juiste mappen er bij en maak mijn collega blij. Nog voor dat ik zit gaat de telefoon. Een verzoek om gegevens door te sturen via de fax/mail. Ook hier maak ik direct tijd voor vrij. Ik ben nog niet terug op  mijn plek en wederom gaat de telefoon. Waar de uislagen blijven van het examen van afgelopen vrijdag? We zijn snel, maar zo snel nou ook weer niet. We schuiven niets voor ons uit hoor ik een stemmetje in mijn hoofd roepen. Dus ik doe wat nodig is, en binnen een uur beschikt de klant over de nodige gegevens. Hij blij, ik blij.

Mijn aller eerste klusje heeft inmiddels twee uur op mij moeten wachten maar nu heb ik dan toch tijd om het af te maken. Vergeet het maar, want na weer twee telefoontjes ben ik alweer met drie andere taken bezig. Na de lunch blijkt alles weg gewerkt te zijn wat vandaag op mijn pad kwam. Behalve mijn eigen werk. Even overweeg ik om het op te geven. Om de dingen door te schuiven naar een later tijdstip, een tijdstip waarin het wat rustiger is. Maar ik houd vol. Verwoed begin ik aan mijn eigen werk en ploeter stapels papier werk door, print van alles uit, sorteer en archiveer, maak afspraken voor de daarop volgende dagen, en verwerk tussen door ook nog wat aanvragen van klanten. Sta collega’s te woord en werk een aantal bezwaarschriften weg. Want die kwamen bij toeval ook nog op mijn pad. Ik heb zelfs even de tijd (genomen weliswaar) om met een collega te ginnegappen boven de snoeppot. Ook zo iets, altijd als je minder wilt gaan snoepen liggen er opeens de lekkerste snoepjes in die pot, alsof mensen door hebben wat je van plan bent en je willen testen op je zelf beheersing… Die was er op dat moment overigens niet..

15.50 uur. Mijn werkdag zit er bijna op. En mijn bureau is na genoeg leeg. Wat een heerlijk voldaan gevoel! Met een grijns verlaat ik het kantoor en besluit de rest van de dag dit gevoel vast te houden. Dus ook thuis ga ik direct aan de slag. Het heerlijke zonnige weer haalt mij bijna over om languit in de tuin te gaan liggen. Maar ik besluit anders. Pannen en potten worden te voorschijn gehaald. Het eten staat vast klaar en kan, zodra vriendlief thuis is, op gezet worden. De vogel wordt van een dosis aandacht voorzien en andere huishoudelijke klusjes passeren de revue..

Ik ben er achter dat het sneller werkt om sommige klusjes direct weg te werken in plaats van ze uit te stellen. Een doel dat zeker geïmplementeerd kan worden in mijn dagelijkse bezigheden. De kunst is om hier een juiste balans in te vinden. Na het avond eten plof ik moe maar zeer voldaan op de bank. Puf om te pcen of de gamen heb ik niet. Dus ik pak mijn e-reader en verdiep mij in mijn nieuwste boek. Het zou natuurlijk zonde zijn om zo’n spannend verhaal te laten liggen voor morgen.” 😉

 

 

“Indien mogelijk, keren!”

Rijden met een navigatie cq Tom-Tom is tegenwoordig niet meer dan normaal. Je hebt ze in vele soorten maten en merken. Het vernuftige speeltje heeft zijn nut al meer dan eens bewezen. Toch word ik zelf altijd een beetje kregelig als ik luister naar onze navigatie die we voor het gemak “BEA” hebben genoemd. Vanwaar die naam? Omdat de stem van Koningin Beatrix door de auto galmt bij iedere afslag of bocht die we moeten nemen. Het is mogelijk om die stem te veranderen maar vraag mij niet hoe. Nu ben ik niet zo’n held in autorijden en doe het dan ook liever niet. Maar als ik moet rijden, of als ik naast mijn vriend zit terwijl hij achter het stuur zit, klinken Bea’s opdrachten mij altijd een beetje vaag in de oren.

Zo roept ze wel eens:

“De route is berekend” Wat fijn dat ze dat meedeelt. Het zou ook erg fijn zijn als ze dat zou doen wanneer er geen contact met de GPS gemaakt kan worden, in plaats van ons rondjes te laten rijden tot ze het wel gevonden heeft.

“Over enkele ogenblikken links afslaan” Wat is in vredesnaam een ogenblik? Voor jou als lezer is dat misschien twee keer knipperen met je ogen, terwijl ik hier wel vijf minuten onder versta.

“De weg volgen daarom links rijden”  Zie je jezelf al staan: “Maar meneer de agent ik reed niet onnodig links, dat moest van mijn Tom Tom.” Oh ja natuurlijk. Gaat u maar in bezwaar bij de Officier van Justitie.”

“Deze weg heel lang volgen” Hier, weer zo één. Wat is nou de definitie van heel lang? In de ogen van een man is 15 cm al heel wat maar in mijn ogen begint het pas bij 20. (of iets in die richting)

“U moet hier rechts afslaan” Ik kijk naar rechts maar zie één en al vangrail die mij en mijn auto er van weerhoudt HIER naar rechts af te slaan. Wat wil ze nou dat ik doe? Mijn auto dwars door die vangrail drukken?? Het is allemaal zo vaag.

“U moet hier half naar links afslaan” Deze uitspraak heb ik overigens van de week voor het eerst gehoord. Ik heb ook geen idee wat ze daar mee bedoelde. We hebben maar links voorgesorteerd want half afslaan is net zo iets als een beetje zwanger zijn. Je slaat af of je doet het niet. Je bent zwanger of je bent het niet.

“Indien mogelijk keren!” Nee, trut we rijden op een snelweg en spookrijden is hier bij wet verboden. Ook al was het toegestaan, dan nog is mijn leven mij lief. Bea moet toch ook wel weten dat het niet mogelijk is om op zo’n weg als deze te keren? Dat Bea ons nog nooit door het beeldschermpje getrokken heeft omdat wij niet naar haar luisterden, haar niet begrepen of niet verstaan hebben is mij echt een raadsel.                    

Ik “klaag” nu wel maar stiekem ben ik toch wel blij dat ik er zo af en toe gebruik van kan maken. Kaartlezen is namelijk ook niet echt mijn sterkste kant.

 

 

Ashes and Snow

Een aantal jaren geleden kwam ik bij toeval op een website terecht waar een tentoonstelling werd weer gegeven van een fotograaf/kunstenaar. Zijn naam,  Gregory Colbert. Ik heb vol ontzag zijn werk bekeken en toen ik alle platen en het stukje film wat op internet vertoond werd had gezien kon ik niets anders doen dan een traan van mijn gezicht vegen. Nog nooit hadden foto’s en film mij zo geraakt als de serie Ashes and Snow. Het maakte gevoelens bij mij los waarvan ik niet wist dat ik die kon krijgen door alleen maar naar een foto te kijken. Voor mijn nuchtere “ik” was dit een bijzondere ervaring. Ik had er heel wat voor over gehad om naar één van zijn tentoonstellingen te gaan. Maar dat heeft er nooit in gezeten. De achtergrond (die overigens niet op iedere pc goed te zien is) van mijn blog staat nu ook in het teken van deze fantastische kunstenaar. En wie weet, als hij ooit nog eens naar Europa komt, krijg ik zijn werk misschien wel in het echt te zien…

Ik zou zeggen, oordeel zelf en laat weten wat jij er van vond!

http://www.ashesandsnow.org/en/home.php

Deze slideshow vereist JavaScript.

Een aanslag op mijn leven…

Er zijn van die dingen in je leven waar je gewoon een gruwelijke pest hekel aan hebt. Dingen die je het liefst gewoon overslaat, niet doet en nooit aan denkt. Maar helaas kom je er nou eenmaal niet altijd zo makkelijk onderuit. Ik heb het hier over de wekelijkse boodschappen doen. Normaal gesproken neemt vriendlief deze taak dan ook op zich, terwijl ik sta te ploeteren over de was en de strijk. Dit is zo’n beetje een stilzwijgende overeenkomst geworden in onze relatie. Als ik dus ergens een gruwelijke hekel aan heb, is het wel boodschappen doen. Ik laat deze klus dan ook met veel liefde uitvoeren door mijn vriend. Die het overigens totaal niet erg vind om met een afgeladen winkelkar rond te sjouwen tot hij gevonden heeft wat hij zocht.

Vandaag is zo’n dag dat ik er niet onderuit kom. De koelkast is na genoeg leeg en morgen zijn de winkels dicht. Mijn vriend is werken dus ik mag er op uit om de zuurverdiende dukaten uit te geven. Ik overweeg nog heel even of het te doen is om twee dagen op water en brood te leven maar kom al snel tot de conclusie dat dit geen haalbare kaart is. Voor mijn vriend niet, voor mijn buikje niet en uiteindelijk voor mijn omgeving niet. Een lege maag is namelijk funest voor mijn gemoedstoestand en dat kunnen we maar beter niemand aan doen.

Het is niet dat ik zomaar een hekel heb aan boodschappen doen, daar is heus een reden voor. Het begint namelijk al bij de ingang. De karretjes zijn op, of je moet de lieve jeugd vragen of ze hun kont even willen oplichten zodat je er bij kunt. Vervolgens loop je met je karretje nog geen vijf meter om er achter te komen dat hij door de duivel behekst is. Het ding heeft een compleet eigen wil. Ik wil links, hij wil rechts. Ik ga rechts hij gaat links. Er is ook altijd wel één wieltje van de vier die het niet doet waardoor rechtuit lopen er uitziet als een dronkemansdans. De Jumbo, de Albert Heijn, de Super, de C1000 het maakt voor mij niet uit welke winkel. Ik pak altijd het behekste karretje wat weigert om het boodschappen doen wat aangenamer te maken. Dus ben ik gedoomd om de rest van mijn leven met een mandje te slepen. En dat is precies wat ik vandaag dus ook doe. Ik sleep mijzelf een breuk met dat ding. Het mandje is natuurlijk altijd te klein voor het aantal boodschappen wat gehaald moet worden.

Thuis heb ik het boodschappenlijstje al met grote zorg samen gesteld. Ook houd ik rekening met de inrichting van de winkel, zodat er een zeer korte route gelopen wordt vanaf binnenkomst tot aan de kassa. Ik wil namelijk zo kort mogelijk binnen zijn. Beter voor mij, beter voor mijn omgeving. Daarom heb ik ook zo’n hekel aan onoverzichtelijke winkels zoals de Ikea. Waar je binnen twee minuten gevonden hebt waarvoor je kwam, maar er vervolgens vijftien minuten over doet om bij de kassa te komen. De ballenbak vind ik dan overigens wel weer erg leuk, maar de laatste keer mocht ik daar niet in. Er was iets met mijn leeftijd, ik weet het ook niet precies. Afijn ik had het over het boodschappenlijstje en de volgorde van het boodschappen doen. Dan kom je de winkel binnen en blijkt dat ze de gehele winkel onder handen hebben genomen. De complete inrichting is veranderd. Daar gaat mijn met zorg vast gestelde lijst.

Vervolgens blijkt dat ik ook altijd op onmogelijke tijdstippen boodschappen doe. Het is er te druk, het bejaarden te huis is in grote getale toegestroomd, of de artikelen waarvoor je komt zijn uit het assortiment gehaald. In dit geval hebben de huismoeders de gangpaden veroverd. Overal staan kinderwagens, buggy’s en lopen of kruipen er baby’s en jankende peuters. Heel fijn dan weer.

Terwijl ik een karretje opzij duw om bij het schap te komen word ik ondersteboven gereden door een peuter op zijn driewieler die zijn moeder helpt met boodschappen doen. Kunnen ze dat tuig niet eerst voorzien van een rijbewijs voor ze het los laten in de supermarkt? Iet wat geërgerd loop ik door opzoek naar de melk, maar dan wordt mijn pad geblokkeerd door twee roddelende huismussen. Zeg heb je het al gehoord? Beb draagt tegenwoordig steunkousen!! Na twee keer vriendelijk gevraagd te hebben of ik er even langs mag, houd ik mijn mandje als een schild voor mij en ga met volle kracht vooruit. Ik beuk de karretjes naar links en naar rechts. In het voorbij gaan mompel ik nog iets van: “koekje er bij dames?” Dan zie ik aan het einde van het pad het koelvak en voor mij twee meisjes die staan te vechten om een pot appelmoes. En welja, nog voor ik er langs ben valt de pot op de grond in wel 1000 stukjes uiteen. Ik maak rechtsom keert en probeer het via het andere gangpad. Daar blijf ik prompt staan. Midden in het pad staat een opeengestapelde berg met de lekkerste chocolade die er is. Met koeienletters staat er boven:  50% korting. Ik grijp twee repen mee en loop daarna snel door naar de melk.

Via de grootst mogelijke omweg aller tijde kom je dan eindelijk bij de kassa. Mijn boodschappendag is natuurlijk pas compleet als blijkt dat ik de verkeerde kassa heb gekozen. Vol ongeloof zet ik mijn mandje neer om te wachten op mijn beurt. Dan word ik op mijn schouder getikt. Een oudere man van tussen de dood en de schijndood staat grijnzend, zonder gebit, achter mij. Hij vraagt of hij voor mag aangezien hij maar één pakje boter heeft om af te rekenen. Het eerste wat mij op dat moment te binnen schiet is een passage uit de show van Bert Visser:  “Nee lelijke oude mummie, daar achteraan moet je staan. En weet je wat je doet? Iedere keer als er iemand achter jou gaat staan ga jij DAAR weer achter staan!!!” Maar dat zeg ik niet. Ik schenk hem mijn aller vriendelijkste glimlach en laat Toetanchamon voor. Eindelijk mag ik mijn boodschappen afrekenen. Terwijl ik de gescande goederen in de tas stop valt mijn oog op de prijs van de chocolade die naast de caissière in beeld springt. Drie euro per reep!! Ik kom hevig in protest:  “Maar er stond korting boven!!” Waarop de caissière mij glimlachend aankijkt en zegt: “Dat geldt alleen voor de dropjes die er naast staan!” Nou breekt mijn klomp!! Ik geef de dame een vernietigende blik en spuug bijna vuur als ik zeg dat ze de repen op een plekje mag stoppen waar het zonlicht nooit zal schijnen!! Ik eis dat de repen van mijn bon worden gehaald. Voor ik mijn tas pak werp ik nog een snelle blik naar de rij achter mij. De mensen die daar staan te wachten geven mij al een net zo’n chagrijnige blik terug. Waarschijnlijk vinden ze boodschappen doen ook zo leuk.

45 minuten later sta ik weer bij mijn auto. Fijn dat we dit weekend weer eten en drinken hebben. Maar ik zou er niet aan moeten denken om dit dagelijks of zelfs wekelijks te moeten doen. Dit is werkelijk een aanslag op mijn leven. Ik ben plots blij met onze rolverdeling in huis. Mij zal je niet horen klagen als ik de was en de strijk sta te doen.

Wat doet ie nou?

Op een zondag in oktober vorig jaar…

Auto rijden is niet een van mijn favorieten bezigheden. Ik houd mij liever bezig met de muziek op de radio, de omgeving, en als vriedlief achter het stuur zit, met hem. Maar als je ergens naar toe wil waar je favorieten chauffeur niet naar toe wilt dan moet je zelf auto rijden.

Dat is wat ik de afgelopen maand dan ook gedaan heb. Samen met mijn nichtje was ik meerdere keren per week in de Uithof te vinden. De gehele maand stond in het teken om ons boardtechniek te verfijnen, nieuwe dingetjes aan te leren zoals val breken, de grenzen (vooral de pijngrens) op zoeken en deze te verleggen en onze lef te testen. Dit allemaal om volgend jaar zo optimaal mogelijk van onze wintersport te kunnen gaan genieten.

Die bewuste zondag besloten we om iets eerder naar huis te gaan. Er lag nog een hoop huiswerk te wachten en ook het paard moest nog gedaan worden. We reden eerst naar de Shell, het tankstation om de hoek, om wat lekkers te halen voordat we aan de terugweg naar huis begonnen.

Terwijl wij nog stonden te bakkeleien welk snoepje we als eerst zouden gaan eten startte ik de motor. Of tenminste, dat trachtte ik te doen. Alle lampjes op het dashboard begonnen te knipperen onder luid gezoem, en toen volgde er een complete stilte. Ik deinsde achter uit en keek mijn nichtje verschrikt aan. “Wat doet ie nou???” Ik probeerde het nog twee maal. Maar allemaal te vergeefs. Afgezien van een knipperend dashboard en wat geknetter en gezoem ergens onder de motorkap gebeurde er niets. Met een beteuterd gezicht keek ik wederom naar haar “Beetle Juice heeft mij nog nooit in de steek gelaten, wat moeten we nu doen?”
“Euh, misschien moeten we even onder de motorkap kijken?” Was haar antwoord. Wat op zich een normaal antwoord op de vraag geweest was. Maar niet met mij als bestuurder. “En wat denken wij onder de motorkap aan te treffen? Een grote pijl naar het onderdeel wat het niet meer doet met de mededeling VERVANG MIJ, IK BEN STUK?!”

Geen nood, bij ongevallen of problemen zegt vriendlief altijd: “Bel mij!” en dat deed ik toen ook. Waarop ik van hem het antwoord kreeg: “kun je niet gewoon de ANWB bellen?” Oh ja tuurlijk!! Daar ben je dan al die jaren lid voor. Dat ik dat zelf niet kon bedenken. Maar eerst wilden we nog een poging wagen bij de medewerker van het tankstation. Mijn nichtje legde het probleem aan de medewerker uit, terwijl ik alvast mijn autopapieren aan het opsnorren was. De beste man had er niet zo heel veel zin in, maar klant is koning en twee dames (met een Beetle) kun je nou eenmaal niet zomaar aan hun lot overlaten… De startkabels werden uit zijn eigen auto gehaald en aangesloten. BJ leefde even op om daarna als een nachtkaarsje te doven. “Het zal de dynamo wel zijn” zei hij met een zucht. “Ik kan jullie hier niet bij helpen.” Met zijn tweeen duwde ze BJ met mij er in terug naar de stoeprand waar we niemand in de weg zouden staan.

Dan toch maar de ANWB bellen. Toen de vriendelijke telefoniste mijn naam te horen kreeg werd ik begroet als een verloren familielid. Een collega van haar heette namelijk ook zo en of ik de beste man (Joshua uit Assen) toevallig kon. Natuurlijk ken ik hem! (Waar facebook en Hyves al niet goed voor kunnen zijn ;) )

Er zat niets anders op dan wachten en dus hielden we ons bezig met muziek luisteren via de Phone, want tja de radio deed het natuurlijk niet en we speelde het spelletje ik zie, zie wat jij niet ziet… Binnen een kwartier stond de ANWB meneer voor onze neus. Ik vertelde hem wat de Shell medewerker tegen ons had gezegd en was al bang dat dit grapje mij een fortuin zou gaan kosten. Na een vluchtig onderzoek haalde hij mij uit mijn angst. “U hoeft nergens bang voor te zijn mevrouw, het is niet de dynamo maar de accu. Ik zal hem voor u starten.” Hij koppelde BJ aan de startkabels en na wat gebrom/knetter en gezoem deed hij het weer. We kregen het verzoek om hem niet uit te zetten (lees: af te laten slaan) en direct door te rijden naar de garage.

Onderweg naar huis belde mijn nichtje haar vader met de vraag of hij ons (en al onze boardspullen) op wilde halen bij de garage…

De volgende dag stond BJ weer voor de deur met een nieuwe accu… Klaar voor de volgende rit naar Den Haag. :marlinde: