Drie jaar geleden is het gedonder begonnen. Toen raakte ik in de ban van het snowboarden. Weer zo iets waar ik totaal niets van moest weten. Maar… het virus sloeg toe en ik raakte verslaafd. Het boarden werd een ware obsessie voor mij. Om het te leren heb ik een aantal lessen op een rondraaiende mat gevolgd om vervolgens de rest aan te leren op de indoorberg van Snowworld of De Uithof. Nu zijn we dus per jaar minstens één rib uit ons lijf kwijt aan een wintersportvakantie. Niet zomaar een vakantie. Maar een vakantie met de familie. In 2011 besloten we voor het eerst met mijn tante en oom mee te gaan naar Oostenrijk. Dat was zo goed bevallen dat we dit jaar weer mee gingen. En wij niet alleen. In totaal gingen we met vier gezinnen, 13 man/vrouw/kind in totaal.
In tegenstelling tot één van mijn nichtjes ben ik niet zo’n held als het op snelheid en durf aan komt. Ik ben van de zekerheid en veiligheid. Ingesnoerd met backprotector en helm ging ik vorig jaar met 10 km per uur van de piste terwijl ik links en rechts ingehaald werd door skiërs en boarders. Dit jaar gingen we al wat harder en met meer zekerheid en souplesse van de berg. Mijn nichtje, die hier al een aantal jaren komt, vond het tijd worden voor wat meer actie en nam mij mee naar een gedeelte van de berg dat bestempeld wordt als “rood” en de naam “penzing” draagt. Alleen de naam bezorgde mij eigenlijk al de rillingen. Uiteindelijk begreep ik dat de stoeltjeslift zo heet, maar voor het gemak de berg ook zo genoemd wordt.
Om er te komen moesten we eerst met de gondel naar boven. Er waren verschillende routes om beneden te komen. Twee korte steile afdalingen die er voor zorgden dat je uiteindelijk op de piste kwam waar het allemaal om draaide. Of drie verschillende bospaadjes die netjes om de berg heen cirkelden en ons uiteindelijk ook op dat stuk piste brachten waar we zijn moesten. Kiezen is nou eenmaal niet mijn ding zoals jullie inmiddels wel weten. Ik heb daar even staan wikken en wegen, staan plussen en minnen welke route het beste bij mij zou passen. Tot mijn tante zei dat we maar beter het bospad konden nemen. Veiligheid voor alles.
In haar kielzog vervolgden we de route. Mijn tante op haar ski’s, mijn nichtjes en ik op ons snowboard. Het eerste bospad diende zich aan. Ik schrok van dit smalle pad. Maar ik schrok nog meer van het feit dat het pad niet was afgezet met een hekje, vangrail, plankje of desnoods een stukje lint! Ik keek recht de afgrond in. (nou oke, iets minder diep, het ravijn… ) Ik toverde mijn grootste glimlach naar voren die uitstraalde: “Ik ben heus niet bang hoor!” Terwijl iedereen netjes mijn tante volgde stond ik daar nog als aan de berg genageld, te twijfelen of ik niet gewoon mijn board uit zou doen om dat stuk te lopen. Ik wilde mij natuurlijk niet laten kennen dus zette ik mijn bochtenwerk in. Veiligheid voor alles?? Op hoop van zegen dan maar… Dit ging wonderbaarlijk goed. Zolang ik maar niet naar de rand van het bospad keek. Hoe dichter ik bij de rand kwam hoe meer ik leek te bevriezen en daarmee dus ook mijn bochtje niet kon maken. Ik zal niet zeggen dat ik hoogtevrees heb, maar mijn maag draaide zich toch wel een aantal keer om bij het betreden van deze paden en zeker wanneer ik te dicht bij het niet afgezette stuk pad kwam. Waarom kozen we ook alweer voor het bospad en niet voor het steile (korte) stuk? Ik bleef dan ook veilig aan de kant van de berg, voor zover dat kon. Het liefst pakte ik de berg vast om hem nooit meer los te laten. Overigens is op de film ook terug te zien hoe ik dit verschillende malen probeer en hiermee, heel hilarisch, een afdruk van mijzelf achterlaat in de grote hopen sneeuw, niet één maar een stuk of vijf…
Eénmaal de griezelige enge bospaadjes achter ons gelaten strekte zich een oogverblindende witte piste voor ons uit. Bijna helemaal voor ons alleen. Dat was het gestuntel halverwege de berg meer dan waard. Wat heerlijk om in alle vrijheid naar beneden te boarden, de techniek steeds beter door te krijgen en bij iedere afdaling steeds zekerder van mijzelf te worden.
Zo zeker zelfs, dat mijn nichtje besloot om mij de volgende dag mee te nemen naar de “zwarte” piste. Zonder bospaden en lekker breed. “De techniek van het boarden heb je!” Was haar mededeling. Nu alleen nog het lef kweken om te gaan. Haar enthousiasme werkte aanstekelijk en dus besloot ik mee te gaan. Overtuigd van het feit dat als ik bospaden aan kon, ik alles aan kon, volgde ik haar naar het begin van de afdaling. Die was gelukkig niet zo steil als ik verwacht had. De eerste paar meter heb ik roetsjend afgelegd. Daarna kon ik mijn bochten inzetten. Wat een overheerlijke piste was dit!! De sneeuw was perfect en ook hier was weer geen hond te zien. Afgezien van het dorp beneden in het dal leek dit gedeelte van de berg uitgestorven. De laatste en tevens langste en steilste afdaling bracht ons terug naar de gondel. Ik had al zoveel angsten overwonnen en grenzen verlegd dat ik zonder schroom begon aan dit laatste stuk. Ik had te doen met mijn arme voetjes maar wat gaaf dat ik dit ook gedaan heb. Beneden aan de berg volgde nog een kodak moment, al was het alleen maar om even uit te rusten voor we verder gingen.

Zoals aan alles kwam ook aan onze vakantie weer een eind. Ik had nog wel een weekje willen blijven. Het was een prachtige week met veel actie, lol, lef en durf maar vooral gezelligheid (hè wat cliché.. Maar oh zo waar.) Ik kijk nu al uit naar volgend jaar.