Een (on)verwachte wending…

Toen Poownie dit leven verruilde voor het grazen op de eeuwige groene velden bleef ik een beetje bedroeft achter. Ja, natuurlijk rouwde ik om zijn heengaan. Maar het was na 28 jaar met paard opeens zo intens leeg zonder… Ik besloot na zoveel gemis om niet ook direct mijn routine over hoop te gooien. Dus ging ik nog een paar keer per week naar stal. In ieder geval om een vriendin te helpen met haar dienst. Daarnaast gebruikte ik de ruimte en tijd om tussen de paarden en in het midden van de kudde te aarden. Of misschien is opnieuw landen een betere verwoording. Het is ook deze plek waar ik mij de laatste paar jaar helemaal thuis heb gevoeld. Waar ik, met welke emotie dan ook, mocht binnen vallen en waar ik geregeld onder het vuil maar met een schoon hoofd weer huiswaarts keerde. 

Ik ben echt geen paardenmeisje. Maar een leven zonder paarden lijkt mij nu nog ondenkbaar. Ik liep rond met de intentie om op stal te vragen of er iemand was die voor een of twee dagen in de week een verzorgster kon gebruiken. Een pony om mee te wandelen, te grazen, te tutten of wat grondwerk mee te doen. Eigenlijk zoals ik de laatste jaren ook voor Poownie zorgde. Het voelde voor mij wat raar om zo kort na het overlijden van Poownie deze vraag al uit te zetten. Maar het universum besloot anders en liet mijn stalgenoot diezelfde week nog een app naar mij sturen met de vraag of het mij leuk leek haar paardje te verzorgen.

Tja, daar hoefde ik niet over na te denken. Ik had stiekem namelijk al een oogje op haar pony laten vallen. Ze is zo compleet anders dan Poownie. Een merrie om te beginnen. Daarnaast is ze met drie jaar de jongste van de groep en tevens behoort ze tot de kleinere paardjes van de kudde. Ze is heel nieuwsgierig en vooral erg ondernemend. Vooralsnog deinst ze niet snel terug als ze denkt dat daar (waar ze mogelijk niet mag komen) iets te halen of te beleven valt. Toen ze net bij ons op stal stond had de stalbaas wat te stellen met haar want ze liet zich door niets of niemand tegenhouden.

Alles aan haar is petieterig. Dit bedoel ik niet neerbuigend. In tegendeel. Het woordje klein doet namelijk afbreuk aan hoe sierlijk ze is. Haar ranke hoofd, de dunne beentjes en de mini-hoefjes. Iedere keer als ik haar aan het poetsen ben denk ik bij mijzelf: dit is te schattig!!! Maar laat je hierdoor niet in de luren leggen. Hoe schattig ze er ook uit ziet, zo drakerig kan ze af en toe zijn. 

Daar moest ik wel even aan wennen. Maar we leren snel!! Ik smelt als ze haar kudde achter laat en naar mij toe komt als ik haar roep. Als we samen aan de wandel zijn en ze in een drafje naast mij meeloopt. Wanneer ze mij ongevraagd volgt door de paddock. Als ze mij uitdaagt tijdens grondwerk en dan daarna toch braaf doet wat ik van haar vraag. Ik weet zeker dat deze dame voor voldoende blog inspiratie zal zorgen. Maar laat ik haar eerst maar eens aan jullie voorstellen.  


Meet (S)Tinkerbell, mijn nieuwe vriendinnetje: 

Omdat het baggerweer is…

… even terug naar vorig weekend.

Het is niet dat ik express de twee dagen in mijn agenda heb leeggelaten. Maar nu ik door mijn agenda blader schijnen ze mij toe als de zon die nu ook aan de hemel staat. Stiekem ben ik er wel blij mee. Niet zozeer mijn lichaam maar vooral mijn hoofd geeft aan dat ik een stapje terug moet doen. Ik besluit het er na een hele tijd weer eens van te nemen. Geen voetbalfoto’s, hoewel ik mij daar echt voor in moet houden. Niet een extra ritje fietsen of naar stal. Geen bezoek of op visite. Niet sporten, wat mij ook moeite kost want gisteren heb ik ook niets gedaan. Ik beloof mijzelf dat ik morgen weer los mag. Maar bovenal geen schoonmaak activiteiten. De boel de boel laten en even wat tijd voor mijzelf nemen. 

Als ik mij eenmaal over deze hobbel heen heb gezet gaat het mij redelijk makkelijk af. Zoon en schoondochter blijven tot einde van de ochtend thuis maar vertrekken dan richting voetbal. Vriendlief gaat er wel even met de fiets op uit en ik? Ik trek mijn korte broek en t-shirt aan en vertrek richting de tuin. Daar laat ik mij in een stoel zakken om er de eerst volgende 3 uur niet meer uit te komen. Voor ik mijn luisterboek aanzet blik ik nog even terug op mijn drukke, overvolle maar oh zo zalige week. 

Het begon vorig weekend al met een verjaardagsfeestje en etentje bij mijn tante thuis. Ze werd 60. Toen scheen de zon ook zo heerlijk en hebben we tot aan de maaltijd in de tuin kunnen zitten. Dinsdag mocht ik de kaarsjes op mijn eigen verjaardagstaart uitblazen en gingen we lekker uit eten. Op woensdag mocht ik uitslapen want ik was vrij. In de middag had ik een “lunchdate” met een vriendin die ik al heel lang niet meer had gezien. Onder het genot van een kop thee en gebak bespraken we onze laatste avonturen. En op vrijdag werd ik door Zoon en schoondochter getrakteerd op een etentje voor mijn verjaardag. Super lief!!

Tussendoor heb ik gewerkt voor drie. Want nog steeds missen we een aantal handjes op de zaak. Er zijn hulptroepen onderweg en er gaat snel (nog) een vacature open. Maar ja, we weten allemaal dat het tot die tijd roeien is met de riemen die we hebben. Inmiddels zijn er wel een aantal zaken aangepast en gedigitaliseerd waardoor processen alleen nog gemonitord hoeven te worden. Toch kost het heel veel energie om al die tijd alert en gefocust te blijven. Het lukte mij dan ook niet om mijn figuurlijke boog de hele week gespannen te houden. Mijn hoofd was maar wat blij toen het weekend aanbrak en ik de boel kon afsluiten. 

Vanaf het moment dat ik in de stoel ben gaan liggen en mijn week geëvalueerd heb kost het mij totaal geen moeite om te ontspannen en mij mee te laten voeren door het verhaal waar ik vorige week in begonnen ben. Dus nu lig ik hier, te genieten van het even niets hoeven ondernemen. Alleen maar luisteren, ontspannen, luieren en de warmte van de zon op mijn gezicht voelen. Het voelt bijna als vakantie! Ik heb dit zonnetje en het zalige weer intens gemist! En aangezien het volgende week weer “herfst” wordt, neem ik het er nu even van…

Het loopt altijd anders…

Lees hier alle voorgaande delen…

Projecten kosten geld. Dat weet iedereen. Dus toen ik er achter kwam dat ons systeem niet geheel hufterproof was voelde ik op mijn klompen aan dat we geld moesten uitgeven om het een en ander te laten verbouwen. Voorzichtig breng ik deze informatie bij de baas. De reactie valt mij mee. Sterker nog, ik krijg een budget mee en mag zelf gaan onderhandelen met IT. 

De onderhandeling staat voor dezelfde week gepland. En ik ben maar wat blij dat ik er niet alleen voor sta. Mijn eigen ITer is ook aanwezig en dat is maar goed ook. De thermen vliegen mij links en rechts om de oren en ik heb niet bepaald de tijd om de betekenis van alles op te zoeken. Er volgt een re-cap in Jip en Janneke taal, speciaal voor mij, en ik mag een klap op de knop geven. Onderhandelen blijkt uiteindelijk niet eens nodig. De aanpassing kost ons een “appel en een ei”. 

Nu dit stukje van het project is uitgezet is er voor mij even niets te doen. Dus kan ik al mijn tijd inzetten voor project twee. Want deze draait ook alweer een paar weken. Mijn collega en ik doen dit samen en dat werkt super fijn en vooralsnog vullen we elkaar ook heel goed aan. Ze heeft veel meer kennis op het gebied van projectmatig werken en het schrijven van projectplannen. Daar leer ik weer van. Het projectplan was dan ook vlot geschreven, een tijdspad werd uitgezet en voor beiden kregen we direct na inleveren een akkoord. Als eerste stond “informatie vergaren” en “veldwerk” op de planning. 

Er werd gezegd dat de concurrent mogelijk al een stuk verder was dan wij. In het kader van beter goed gejat dan slecht bedacht, besluiten we een “kijkje in hun keuken” te nemen. We schrijven ons alle twee in bij een andere organisatie en gaan undercover. Hun hele proces lijkt verdacht veel op ons huidige proces. Tenminste, bij mij. Mijn collega loopt echter wel tegen een aantal noemenswaardige punten op die bijzonder afwijkend zijn. Maar we willen een upgrade, geen downgrade. Dus laten we die snel los. Beide zijn we heel benieuwd hoe de vervolgstappen door de concurrent uitgevoerd worden. 

Hoewel kennis vergaren en afkijken de bedoeling is van ons veldwerk wil ik toch stiekem ook wel heel graag aan het einde van de rit mijn “papiertje” halen. Het duiveltje op mijn schouder zegt dat dit heus wel hand in hand kan gaan. Beantwoord de vragen en ondertussen houdt je oren en ogen goed open. Dus als ik daar zit kan ik een glimlach niet onderdrukken. Het is te grappig. Ik voel mij net een Alberto Stegeman of een Kees van der Spek. Uiteindelijk komen we er achter dat de concurrent nog helemaal niet zo ver is als waar wij naar toe willen. Maar het papiertje is voor ons alle twee binnen!

Het veldwerk heeft in die zin dus niet heel veel bijzonders opgeleverd. Wel weten we dat ons bedrijf in een paar opzichten voor op schema loopt. Het veldwerk kunnen we in ieder geval afvinken van ons lijstje. 

Maar dan komt het vervelende bericht. Kort na elkaar vallen er onverwachts een aantal collega’s uit. Dat betekend dat eerst project één en al snel project twee een lagere prioriteit krijgen. De komende weken moeten we alle zeilen bijzetten om niet alleen de toko maar ook ons zelf overeind te houden… 

Wordt vervolgt… 

Ondertussen, in de sportschool…

Ik ga zo op in mijn eigen wereld, de beat in mijn oren, het trappen op de pedalen en het zwiepen van mijn armen, dat ik de deur achter mij niet open heb horen gaan. Wanneer vriendlief heel enthousiast zijn telefoon voor mijn neus houd sla ik die in een reflex van mij af en stomp hem bijna op zijn neus. Iets met fight or flight. Door deze actie vliegt zijn telefoon uit zijn handen en buitelt door de lucht. In een split second trek ik mijn hand terug om hem geen blauw oog te slaan terwijl hij al het mogelijke doet om zijn telefoon van een wisse dood te redden. Tegelijk houd hij met zijn andere hand mijn lichaam in evenwicht. Iets wat ik niet verwacht waardoor ik alsnog uit balans raak en bijna van de crosstrainer lazer. 

“Jezus, what the f*ck doe je!?” Is het enige dat ik uit kan brengen. Vriendlief, totaal niet van zijn stuk gebracht brengt zijn telefoon weer naar mijn gezicht. Dit keer sla ik hem niet uit zijn handen maar kijk naar wat blijkbaar niet een uurtje had kunnen wachten. Oké, toegegeven, ik ben wel blij met de foto die ik zie. Iets met een verbetering aan ons bootje. Die binnen afzienbare tijd weer in het water ligt. Mijn hartje is overigens nog steeds bezig met het maken van salto’s in mijn borstkas. Dus ik neem direct maar een korte break. 

Als ik weer alleen ben en mij verzekerd heb dat de deur dicht is start ik mijn training opnieuw. Ik train ongeveer 3 keer in de week en inmiddels ben ik enkele weken onderweg. Mijn doel is om naast mijn zinnen te verzetten, mij ook lekker in het zweet te werken, mijn algehele conditie te verhogen en mijn spieren te versterken. Al met al wil ik gewoon beter in mijn vel komen te zitten. Nog iets weerbaarder worden dan ik al ben. En het is gewoon een fijn tijdverdrijf na een dag zittend op kantoor te hebben doorgebracht. 

Overigens train ik, in tegenstelling tot zoonlief, lekker thuis. Hij heeft heel even geprobeerd mij over te halen met hem mee naar de sportschool te gaan. Gelukkig zag hij daar, in zijn eigen voordeel, al snel vanaf. Want met mij kan het natuurlijk nooit normaal, zie eerste alinea van dit blog. Daar zit je als jong volwassene met het kweken van spierbundels gewoon echt niet op te wachten. Dus zeggen we elkaar vaak tegelijk gedag. Hij vertrekt via de voordeur naar de sportschool en ik ga de trap op naar boven, waar ik een kamer heb omgetoverd tot “private gym” 

Toen ik net begon met sporten, nu dus alweer enkele weken geleden, moest ik mij heel erg inhouden om mij niet overal blind in te storen. Doseren is het sleutelwoord. Iets dat ik, nu ik ouder aan het worden ben, door schade en schande heb moeten leren. Ik wil niet na een paar weken alweer met een blessure op de bank zitten. Zoals vorig jaar waardoor ik heel de zomer niet heb kunnen SUPpen of wakeboarden. Ik ben rustig begonnen en voeg iedere week iets toe aan mijn workout. Dat maakt dat ik wekelijks trainingen kan afwisselen en daardoor nog enthousiaster bezig ben. Inmiddels weet ik ook dat het niet het einddoel is dat telt, maar de reis er naar toe.