This must be heaven…

Het zicht reikt niet verder dan de overkant van de straat. Flarden mist trekken aan ons voorbij. Als we buiten staan begint het ook nog eens zachtjes te regenen. Bah wat een smerig weer. Guur en nat. Gelukkig heb ik het niet koud. De thermokleding die ik onder mijn wintersportkleding aan heb doet goed zijn werk. Uk en ik kijken elkaar aan. We denken het zelfde. Als het zo moet hebben we eigenlijk geen zin. Het weer is met zijn verkeerde been uit bed gestapt en staat een potje te chagrijnen boven ons hoofd. Het probeert ons met zich mee te trekken in zijn vervelende bui. Maar inmiddels weten we beter. Dapper lopen we met heel de familie door tot we bij de piste zijn. De zesde dag van onze kerstvakantie.

Het is niet druk. Zouden de andere vakantiegangers wel geschrokken zijn van het vieze weer? De regen is inmiddels over de berg heen getrokken en de mist is hier niet zo heel dik meer. Het enige dat overblijft is een grauwe en koude lucht. We toveren onze ski-en boardspullen tevoorschijn en wandelen de gondel in. Een ritje van 20 minuten moet ons naar de top van de berg brengen. We duiken met gondel en al de mist weer in. Nu kunnen we niet verder kijken dan de eerste boomgrens. Door de kleine raampjes waait een kille wind. Ik bedenk mij dat ik er bij het midden-station nog uit kan om vervolgens in één rechte streep naar beneden te boarden zodat ik direct weer kan stoppen. Maar deze gedachten schud ik van mij af als we door het wolkendek heen zijn.

IMG_3605kopie

Boven aan de piste, het einde van de rit, stappen we uit. Zodra ik buiten ben laat ik mijn board aan mijn voeten vallen. Niet om hem vast te klikken, maar om even sprakeloos van het uitzicht te genieten. Wat is het prachtig. De zon streelt de toppen van de bergen aan de overkant. De wolken hebben zich onder onze voeten verzameld als een donzen dekbed en de strakblauwe hemel lacht ons tegemoet. Afgezien van wat gekibbel van andere wintersporters is het stil. Uk komt naast mij staan en zegt hardop wat ik denk: “Zo moet de hemel er uitzien!!” Ik kan het alleen maar beamen. De volgende vijf minuten worden gebruikt om onszelf met dit prachtige decor vast te laten leggen. Gelukkig hebben we niet geluisterd naar het weer. In plaats van een chagrijnige bui volgt er namelijk een fantastische dag. De afsluiter van onze vakantie. Een mooier kerstcadeau konden we ons niet voorstellen. Prachtige pistes, heerlijk weer en veel gezelligheid met elkaar!!

Toeren met Toet …

Het kwik steeg in onze achtertuin tot een graadje of 31. In de schaduw was het heerlijk vertoeven. In de zon misschien net iets te warm. Maar het kon mij niet schelen. Ik had wat zonnestraaltjes in te halen dus bleef ik liggen waar ik lag, ondanks de zweetpareltjes die langzaam op mijn voorhoofd zichtbaar werden. Vriendlief lag op de lounge set met zijn pootje omhoog, net zoals de afgelopen drie dagen. Na een meniscusoperatie mocht hij de eerste vier dagen niets anders doen dan alleen het noodzakelijke, naar de wc en koffie zetten. Heel vervelend met dit weer!! Maar na drie dagen “binnen” zitten wilde hij er toch ook wel even tussenuit.

“Boor… Wil jij zo even een stukje toeren met mij?” klonk het rechts van mij. Ik draaide mijn hoofd en keek in het gezicht van vriendlief die mijn blik met zo’n grote smile beantwoorde dat een tandpasta reclame er jaloers op zou zijn. Dat kon ik niet weigeren en binnen een minuut of tien zaten we in King Toet met het dak open en de raampjes omlaag. Met het zonnetje aan een blauwe hemel is het heerlijk om een cabrio te hebben.

Zonnebril en petje op mijn knar, ik was er klaar voor. “Waar wil je naar toe?” Riep ik als chauffeur. “Oh, gewoon een stukje rijden. “ Was zijn antwoord. “Een stukje rijden? Heb je geen idee waar je heen wilt of wat je wilt zien?” Als ik iets niet kan is het doelloos rondrijden. Voor je het weet rij je vijf keer het zelfde rondje. Dus ik kraakte mijn hersens en bedacht mij dat mijn laatste rondje hardlopen van acht kilometer door de polder een mooie begin voor onze route was. Ik had dit stuk zelf ook nooit eerder gereden of gelopen en verbaasde mij vooral over al het groen, de stilte en de vele paarden die er vanaf de dijk te zijn zien. De mooie dijkhuisjes zijn ook echt de moeite waard om eens te bekijken. “En dit heb jij allemaal gelopen van de week?” “ja ja!!” Zelf ook nog steeds onder de indruk van mijn eigen hardloopprestaties. We kwamen aan de achterkant van het dorp uit en ik besloot langs het water “De Waal” verder te rijden richting Rijsoord. Zo’n beetje alle jongelui uit het dorp hadden zich hier verschanst om te zwemmen, varen en te zonnen. Wat een leuke bedrijvigheid aan de waterkant.

De rit ging verder langs oude boerderijen, mooie villa’s en pittoreske dijkhuisjes. De dijkhuisjes lagen overigens aan een zeer claustrofobisch dijkje. Dus waren we erg blij toen we dit stuk achter ons konden laten. Ooit reed ik hier met het paard en was het mij niet opgevallen dat de huizen wel heel dicht op elkaar staan. Maar ik moest nu geen tegenligger tegenkomen want dan had één van ons het stuk achteruit terug moeten rijden. (En nee, het was geen één richtingsverkeer). Inmiddels waren we twee dorpen en een uur verder. Wat was ik blij met mijn petje op mijn knar aangezien mijn gezicht al aardig verkleurd was. Mijn armen daarentegen waren mooi rood. Bizar hoe snel dat gaat, alsof je aan het strand ligt te bakken. Vriendlief had nergens last van en genoot van het zonnetje en het uitzicht.

Het werd tijd om weer richting huis te rijden maar ik werd de andere kant op gedirigeerd. Eerst moest er nog een lekker Italiaans ijsje gehaald worden bij de ijssalon. Het leven van een chauffeur is zo gek nog niet!!

Verbeelding brengt je overal…

De stoom kringelt van het water omhoog. Even ben ik in nevelen gehuld. Het streelt mijn gezicht en lost dan op in de buitenlucht. Het ruikt heerlijk naar een mengsel van eucalyptus en andere kruidige geuren. Ik haal diep adem en laat mij vervolgens onderdompelen in het warme water. Het uitzicht is buitengewoon prachtig. Een strakblauwe lucht en zonnenschijn.

Sneeuw en ijs hebben de bP1040414kopieomen omgetoverd tot een sprookjesachtig geheel. Zoiets zie je niet dagelijks. Je zou zeggen dat het vreselijk is om je nu buiten in een bad te begeven. Maar het water is heerlijk warm. Ik voel mij zelfs een beetje rozig van de inspanning van de afgelopen dagen, het warme water en de frisse buitenlucht.

P1040434kopie

Ik sluit mijn ogen en probeer nergens aan te denken. Het schijnt dat Boeddhistische monniken daar jaren voor moeten leren om in die “zen” stand te komen. Geen jaren van training voor mij. Daar heb ik het geduld en de tijd niet voor. Een enkele seconde lukt het om mijn gedachten over “niets” bij elkaar te houden en dus nergens aan te denken. Hier moet ik genoegen mee nemen. Ik word weer aangetrokken door het mooie landschap. Ik moet er naar kijken. Alles in mij opnemen. Kon ik het maar meenemen, terug naar Nederland. Er heerst complete rust. Om mij heen en in mijn hoofd. Geen stress, geen moeten, geen tijdsdruk, geen gerace tegen de klok of gehaast. Ik voel mij bijna één met mijn omgeving.

“Deb, mag dat raam nu alstublieft dicht? Mijn wimpers voelen aan als de haren van mijn tandenborstel!!” Met een ruk open ik mijn ogen. Terug in de werkelijkheid in plaats van Oostenrijk. Terug in het hier en nu,
en kijk naar een geïrriteerd gezicht van vriendlief die aan de overkant van mij in bad zit. Ik ben niet langer buiten tussen de met sneeuw en ijs bedekte bergen maar in onze eigen badkamer, met gedimde spotjes, vloerverwarming en uitzicht van maar twee meter eer ik de muur bereikt heb. Ik grijns hem toe terwijl ik het raam achter mij dicht doe. Gelukkig hebben we de vele foto’s en filmpjes van de wintersport nog…

**Foto’s gemaakt door mijn oom en tante tijdens ons weekje wintersport in Oostenrijk.

De mooi weer ruiter…

De “diehard” ruiter in mij stierf op het moment dat ik stopte met wedstrijd rijden. Ik had immers niets meer om voor te werken dus was het ook niet nodig om in weer en wind door de rijbaan te ploeteren. Een binnenbak heb ik nooit tot mijn beschikking gehad. Maar nu de wedstrijden achter ons liggen hoeft het “recht richten” “stelling” “nageeflijk rijden” en al dat soort fratsen niet meer. De fanatieke ruiter zal het niet met mij eens zijn. Je moet immers altijd aan bovengenoemde zaken werken om je paard lenig, soepel en dus gezond te houden. Maar ik had het daar helemaal mee gehad. Ik overigens niet alleen. Het paard ging ook met steeds minder plezier de rijbaan in. Zijn uitgestrekte stap werd halverwege het pad een verkort geïrriteerd pasje en een paar meter voor het hekwerk van de bak stond meneer meestal stil. Gevolgd door een diepe zucht van zijn kant uit. Mijn paardenbeest deed het alleen omdat ik het zo graag wilde. Of het nu om springen of om dressuur ging. Als dat geen ware liefde is?! Dus besloot ik dat het tijd werd om hem een periode van rust te gunnen. Stoppen met wedstrijden dus ook geen rondjes meer rijden in de bak. Het fanatieke rijden liet ik over aan zijn verzorgster die hem eerst twee en sinds een jaar drie keer in de week rijd. In de tussentijd ontwikkelde ik mijzelf tot een “mooi weer ruiter”.

Met regen en smerig of guur weer hielden wij het lekker bij tutten op stal of samen een rondje hardlopen. Iets waar ik meneer ook niet altijd een plezier mee deed, want waarom zou je op het gras rennen als je het ook kunt eten? En tutten is duidelijk voor meisjes en niet voor jongens. Het niet plichtmatig rijden had een nadeel. Zijn spieren namen in rap tempo af en in de zomer heeft meneer zo’n dikke buik dat het zadel niet goed meer blijft liggen. Hier vonden wij vorig jaar een oplossing voor. Het Sonja Bakker masker. Maar ieder nadeel heb zijn voordeel (Cruijffiaans gezegde) Want als ik hem nu roep terwijl hij in het achterste hoekje van het weiland zijn grasjes aan het grazen is kijkt hij niet alleen naar mij maar komt hij ook nog eens naar voren gelopen. Dat is wel eens andere koek geweest. Ik zal jullie de verhalen besparen van de uren dat ik achter hem aan gelopen heb met mijn bix emmertje in mijn linkerhand en zijn halster in mijn rechter hand. En meneer maar rondjes rennen door het weiland: “Spelletje spelen? Zie mij eerst maar eens te pakken” Hij weet nu dat er niet meer verplicht gereden wordt maar dat er meer tijd is voor leukere dingen.

Zoals ik al schreef ontwikkelde ik mij tot mooi-weer-ruiter wat inhoudt dat ik mij eigenlijk alleen met mooi weer in het zadel hijs om lekker een stukje te hobbelen. We staan midden in de polder en hebben sinds enige tijd ook wat ruiterpaden tot onze beschikking. Het is niet veel. Maar het is leuk genoeg dat ze rekening houden met het paardenvolk. En daar ben ik blij om, want ook dat is hier wel eens anders geweest. Nu kunnen we ongestoord over het pad crossen tot we er moe van zijn. En crossen is wat ik het liefste met hem doe. Dat eeuwige gestap doen we wel als we bejaard zijn. Het leuke van dit soort ritjes is dat we er alle twee van genieten. We zijn aan het werk maar op een speelse manier, we zien wat van de omgeving en zijn lekker samen buiten. Zodra hij zich als een wilde ongetemde Arabische hengst gedraagt weet ik dat hij het ook naar zijn zin heeft. (mijn pony komt overigens niet eens in de buurt van bovengenoemde omschrijving het is namelijk een New Forest ruin van 18 jaar oud die geen vlieg kwaad doet en liever lui is dan moe) Meestal is een uurtje rijden voor ons dan ook wel weer genoeg.

Voor aankomend weekend hebben ze weer heerlijk weer opgegeven. Ik kijk er nu al naar uit. Ik hoop mijn paardenbeest ook.

 

 

Wat heb ik dit gemist…

Vorig weekend stond in het teken van: “rust”! Geen verplichtingen. Geen bezoekjes. Geen fotoreportages of andere werk gerelateerde bezigheden. Gewoon even twee dagen voor mijzelf. Al vanaf halverwege de werkweek stond dit in mijn planning en daarom had ik er zo naar uit gekeken. Temeer omdat de weergoden ons eindelijk wat gunstiger gestemd zouden zijn.

’s Morgens bij het openen van de gordijnen voelde ik mijn zonnige gemoedstoestand als sneeuw voor de zon verdwijnen. Hoe kon dat nou? Er was niet eens zon, maar donkere wolken die zich ieder moment over ons uit konden storten. Hoewel mijn gemoedstoestand gekoppeld is aan de barometer besloot ik het positief te bekijken. Het was (nog) droog en het was (nog) niet koud.

Ukkepuk en ik togen samen naar stal om te kijken hoe het paard er bij stond. De regen had mijn mooie elegante witte schimmel omgetoverd naar een bruin paard met dito vlekken en zijn manen en staart waren in twee dagen tijd tot rastavlechtjes samen geklit. Ik miste alleen de muziek van Bob Marley op de achtergrond maar ik zou zweren dat hij “EY Man” zei toen ie op zijn dooie akkertje naar ons toe kwam slenteren. Na wat poetswerk en een rondje gewandeld te hebben togen we huiswaarts.

Na de lunch verlieten de heren het pand en bleef ik alleen achter. De hoop op luieren in de tuin met een boek in mijn ene hand en een drankje in de andere terwijl de zon mijn bakkes heerlijk verwarmde had ik al bijna opgegeven, toen plots het wolkendek plaats maakte voor een hemels blauwe lucht. Ik bedacht mij geen moment. Trok mijn zomerse outfit aan, smeerde mij in met “factor veel” en plofte in de tuinstoel. Luieren, opwarmen en even helemaal niets. Soms heb ik dat gewoon nodig. Er moet al zoveel, de druk is al zo hoog, de tijd gaat al zo snel.

Ik sloot mijn ogen en liet mij opgaan in de geluiden om mij heen. Na een paar minuten realiseerde ik mij dat er bijna geen geluiden waren. Een gedeelte van de straat was duidelijk met vakantie. Normaal is het hier een drukte van jewelste. Spelende kinderen. Knutselende vaders of babbelende moeders. Maar nu heerste er rust en stilte. Het ruisen van de bomen en de meeuwen die ik boven mij naar elkaar hoorde roepen gaven mij het gevoel dat ik op het strand lag in plaats van in mijn achtertuin. De zon warmde mijn lichaam op. Ik wilde de warmte tot in het binnenste van mijn wezen kunnen voelen zodat ik een voorraadje op kon bouwen waar ik in tijden van nood uit kan putten. Dus ik bleef liggen waar ik lag.

Vaag hoor ik rechts van mij een helikopter. Ik vraag mij altijd af wie er in zitten en wat ze daar doen. Ik zou ook wel eens mee willen met zo’n ding. Hoe zou dat zijn om recht naar boven te vliegen en proberen je maaginhoud daar te laten waar het hoort? Ik probeer het geluid te blijven volgen tot het niet meer waarneembaar is. Een motor doorklieft te stilte die mijn oren alweer gevuld had. Ik probeer aan de hand van het nieuwe geluid te raden waar hij ongeveer moet rijden. Op het moment dat ik het denk te weten hoor ik naast mij twee kinderen gillen en huilen. Toch niet iedereen was met vakantie. Hun vader hoor ik wat mompelen en al snel neemt het gegil af tot wat gesnik om te verstommen naar gebrabbel dat niet meer te volgen is. De andere buren beginnen met een stofzuigronde van de woonkamer. En ik? Ik lig nog steeds te genieten van de zon op mijn huid.

Iets kriebelt er aan mijn voet. Als ik opkijk zie ik Noa staan. Ze nestelt zich op het bed en rolt zich bij mijn voeten op tot een bal haar om vervolgens al knorrend in slaap te vallen. Ik voel mij vederlicht. Alsof verdriet en heftige emoties op dit moment niet bestaan. Alsof alleen het hier en nu telt. Ik voel mij heel even het meisje van zes dat tegen haar moeder aan in slaap valt. En dat is wat ik ook doe.

Ik weet niet hoelang ik heb geslapen. De zon moet de hemel inmiddels weer delen met wat stapelwolken en als ik links van mij kijk, ook met wat donderwolken. Ik sluit mijn ogen nog heel even om de laatste zonnestraaltjes van vandaag op te pikken. Wat heb ik dit gemist en oh, wat zijn de kleine dingen in het leven toch heerlijk…