Sonja Bakker…

Zondagmorgen 25-sept

De beat van Eminem dreunt nog na in mijn hoofd als ik uit mijn auto stap. Terwijl ik de boel afsluit wordt ik omhuld door een alles omvattende stilte. Ik blijf even staan en de natuurlijke geluiden dringen langzaam door in mijn hoofd. Ik hoor de wind die de blaadjes in de bomen doet ruisen. De vogeltjes kwetteren er rustig op los en in de verte hoor ik hoefgetrappel van een paard dat over de weg draaft. De zon verwarmt mijn gezicht. Een typische zomer zondagmorgen in de polder. Het zal niet lang meer duren of de wegen (voor zover) vullen zich met wandelende opa’s en oma’s, fietsende ouders en skatende kids. Hier wordt ik nou vrolijk van.

Ik ben op stal en ga op zoek naar mijn paard. Het gras in ons land is nagenoeg op. Maar de buurman heeft zijn weiland ter beschikking gesteld. Met dit mooie weer ben ik daar erg blij mee. Ik wandel met zijn halster naar het weiland en geniet nog even van het zonnetje, want voor je het weet is het voorbij. Ik wordt zelfs vriendelijk begroet door de paarden. Ze komen zowaar naar mij toe gelopen. Waarschijnlijk zijn ook zij vrolijk gestemd door dit weer.

Waar ik dan weer niet zo vrolijk van wordt is zijn bolle grasbuik. De afgelopen week heeft hij op een karig stuk land gestaan en dat deed hem goed. Mijn lieve poown heeft namelijk aanleg om dik te worden. Niet zomaar dik, nee tonnetje rond. Hij is helaas niet gezegend met maatje 36 zoals zijn buurvrouw. Het arme dier dijt al uit zodra hij aan gras ruikt. Aan het begin van de zomer heb ik besloten om hem voor zijn eigen gezondheid een graasmasker om te doen. Het is een normaal halster maar dan voorzien van een korf. Aan de onderkant van de korf zit een gat van een paar centimeter waardoor de opname van gras met 50% wordt gereduceerd. Hij moet er weliswaar meer moeite voor doen maar zo is het voor hem toch mogelijk om met zijn soortgenootjes buiten te lopen en niet (al) te dik te worden. Zoals ik al zei noem ik het een graasmasker, mijn stalgenoten noemen het een “muilkorf” en mijn buurvrouw noemt het zijn “Sonja Bakker masker”. Dat laatste klonk het meest vriendelijkst dus zo hebben we het ding genoemd.

Nu we op dit grote graasland staan, dat maar bevolkt wordt door vier paarden, ben ik van mening dat we er goed aan doen om hem weer te laten Sonja Bakkeren. Al is het maar voor een paar uur per dag. Terwijl het paardenbeest van niets bewust achter blijft in het weiland hobbel ik weer terug naar stal om de halsters te wisselen.

Een paar minuten later staat hij met zijn Sonja Bakker masker op in het weiland. Eén blik op mijn paard en ik voel mij opslag schuldig. Ik weet dat dit voor zijn eigen best wil is. Ik klop hem nog even gemoedelijk op zijn hals. Spreek wat lieve woordjes en draai mij daarna om. Hij heeft blijkbaar de stille hoop dat ik een grapje maak want hij loopt met mij mee terug naar het hek.  Maar als ik over het hek klim weet hij dat het menens is. Hij kijkt mij in en in triest aan. Ik moet nu sterk in mijn schoenen staan, ik doe dit voor zijn eigen best wil. Hij moet op rantsoen. Gelaten loopt hij bij mij vandaan. Halverwege het weiland blijft hij staan en werpt mij vanaf zijn plek nog één maal een blik over zijn schouder toe. Zijn ogen en oren spreken boekdelen. Hoewel hij niet kan praten weet ik dat hij nu denkt: “Heb je nu je zin?” Hij weigert om zijn neus in het gras te steken en blijft als een wassenbeeld op zijn plaats staan. Hij probeert mij op zijn manier duidelijk te maken dat het masker er voor niets op zit. Ik heb mijn tijd aan hem verspild.

Bijna heeft hij mij zover dat ik naar hem toe wil rennen om het masker er af te halen, sorry te zeggen en hem zijn gang te laten gaan met het uitvoeren van zijn grootste hobby: ETEN. Maar ik ben mij er van bewust dat mijn paard is afgestudeerd aan de HTS. (de hoge toneel school) Ik laat hem staan met zijn masker op zijn snufferd en zijn neus in de lucht en wandel over de dijk terug naar stal. Vanaf de dijk kijk ik nog één keer naar het weiland. Zijn trots heeft hij binnen vijf minuten opzij geschoven. Want hij staat alweer bij zijn vriendjes met zijn neus tussen het gras. Gelukkig maar.

Voor ik in mijn auto stap om terug naar huis te rijden vervloek ik mijzelf dat ik niet met de fiets gekomen ben zodat ik nog wat langer van dit heerlijke weer kan genieten. Om tijd te rekken drentel ik wat heen en weer op stal en houd mijzelf bezig met het opruimen van de “keet” waar al onze spullen liggen. Na enige tijd moet ik toch echt naar huis en moet de rust weer plaats maken voor de hecktiek van de stad. Ik besluit om na het avond eten terug naar stal te rijden om mijn paardenbeest te ontdoen van “Sonja Bakker.” Hij lijkt het masker niet eens meer op te merken en komt mij al grazend tegemoet gelopen. Van zijn eerdere boosheid is ook niets meer te merken. Ach, liefde gaat nou maal door de maag…

 

  

Onze kanjers aan zet…

Nog geen half jaar geleden liep ik te schelden en te tieren als op zaterdag de wekker om 06.30 uur afging. Welke idioot maakt de schema’s voor de voetbalwedstrijden? Wie verzint er zo iets? In mijn ogen is 11.00 uur ook een prima tijd om een wedstrijd te beginnen.

Maar inmiddels ben ik er aardig aan gewend geraakt. Sterker nog, sinds enkele weken ben ik zelfs als eerste wakker en sta nog voor de wekker is gegaan naast mijn bed (oké, niet iedere zaterdag maar vanmorgen toevallig wel 🙂 )

Het is 08.00 uur, mijn hutkoffer is ingedeeld mijn jas is gepakt, yup ik ben er klaar voor. Gelukkig heb ik ook nog oog voor Ukkepuk want die moet het vandaag natuurlijk allemaal gaan doen. Ook hij is omgekleed en heeft (eindelijk) zijn schoenen aan. Vriendlief heeft de auto al gestart. Op naar het voetbalveld.

Inmiddels ben ik aardig ingeburgerd bij de voetbal. Ik herken de vaders, moeders en zelfs opa’s en oma’s die ook geregeld mee komen. De vaders, moeders, opa’s en oma’s daarentegen zien mij niet meer aan als iemand van de pers. Op sommige momenten wordt ik zelfs gedoogd in de kleedruimte. Hoewel ik daar het liefst zo min mogelijk kom. Ik doe alles om de stank van zweetvoeten te kunnen ontlopen.

Toen eenmaal bekend was op welk veld onze kanjers moesten spelen heb ik mijn spulletjes uitgestald. Ook de zon was aanwezig wat ik persoonlijk altijd erg fijn vind als ik foto’s moet maken van rond rennende mensen en de daarbij behorende rond vliegende objecten. De kleuren van de shirtjes komen ook met zonlicht nog net iets mooier uit de verf.

Voor ik goed en wel kon zitten was het eerste doelpunt al gescoord. De jongens vlogen over het veld en waren feller dan anders. Ik weet niet of dit door het mooie weer kwam. Maar ik zag dat ze er zin in hadden. Dankzij hun schoot ook ik er aardig op los. Die verbeten bekkies, de poging om te scoren, zoveel mogelijk bal bezit houden en de truckjes tussen door zijn altijd prachtige momenten om vast te leggen. Dit E-1 team is sinds het begin van het nieuwe seizoen samen gesteld uit de spelers van het oude F1 en het oude E1 team, maar het werkt als een geoliede machine. Ondanks het lengte verschil met de tegenstanders laten ze zich niet uit het veld slaan. De jongens spelen zo fanatiek dat ik mij afvraag waarom ik aan de kant sta en niet mee doe. (wat mij er direct aan herinner dat ik zo ook aan mijn hamstringblessure gekomen ben.) Ik vergeet zo af en toe dat ik hier ben om te fotograferen en juich (volgens de scheids net iets te) hard als er weer een doelpunt wordt gescoord.

Het was een prachtige wedstrijd en we kunnen trots zijn op onze kanjers. Met 4-7 (voor de niet kenners zoals ik tot voor kort: we speelden uit en hebben gewonnen) keren we nog voor de lunch weer huiswaarts waar ik snel de foto’s op de pc zet om te kijken of ook ik er wat van gebakken heb….

 

 

 

Blessureleed…

Nog nooit eerder had ik te maken met een blessure afgezien van wat spierpijn hier en daar. Ik kon mij dan ook niet voorstellen hoe het zou zijn om iets niet te kunnen…  Inmiddels voel ik mij al vier weken lang erg zielig en loop ik geregeld met mijn ziel onder mijn arm. Ik kan op dit moment namelijk niet hardlopen. Ook het paardrijden of snowboarden zijn taboe. *jank*

Ik was zo goed bezig met trainen en zelfs mijn zeven kilometer loopje (de laatste keer dat ik gelopen heb) ging zo goed.  Maar nu is het al vier weken over met de pret. Het is erg frustrerend om af te moeten wachten tot mijn spier besloten heeft beter te worden. Mijn hamstring om precies te zijn. Het is niet zo dat ik verga van de pijn. Wat, als je van internet uitgaat, wel zou moeten. Er schijnen drie verschillende gradaties te zijn. Waarvan drie het meest verschrikkelijkste is en één het minst erge. Ik heb waarschijnlijk graad 0.3. Maar als ik dat zou hebben zou ik volgens internet binnen drie dagen van de pijn af moeten zijn. Bij mij is het pas na drie dagen begonnen.

 De bewuste vrijdagavond; Ukkepuk en ik hadden besloten om ons uit te leven op het voetbalveld. Hij zou mij ook wat truckjes leren zodat ik wat beter uit de verf zou komen als ik ooit besloot om eens een potje mee te ballen. We zijn een half uur bezig geweest en dat verliep best aardig. Ik kreeg zelfs nog een compliment van hem dat ik het voor een meisje niet eens zo slecht deed. Mijn ego groeide en daar ging het waarschijnlijk ook mis.

Drie dagen daarna, op het werk, stond ik op om iets van de printer te pakken en zakte vervolgens door mijn rechter been. Na wat rek en strek werk voelde het alweer beter. Maar de spierpijn bleef. Ik besloot rust te houden en ging er vanuit dat het wel over zou gaan. In de tussentijd maakte ik dankbaar gebruik van de infrarood lamp, massage tafel en ons bad. Heerlijk om dat allemaal bij de hand te hebben. Maar nee, de spierpijn ging ook hier niet mee weg. Het sluimert ergens op de achtergrond. Zolang ik mij beweeg is het niet aanwezig, maar na een tijdje stil zitten gilt ie om aandacht. Erg vervelend.

Omdat ik er achter ben dat mijn been een stuk prettiger aanvoelt als ik in beweging blijf heb ik besloten om weer wat actiever te bewegen. In plaats van rustig af te wachten tot de pijn vanzelf over waait. Overigens is wachten nou ook niet één van mijn sterkste punten. Ik moest thuis wel beloven dat ik niet direct de 10 kilometer zou gaan lopen, maar eerst maar eens zou beginnen met een wandeling door het park. Daar ga ik mij deze week dus mee bezig houden. Ik voel mij sowieso een stuk beter als ik mij kan bewegen en dat zal ook wel bij dragen aan een sneller herstel.

Ik geef mijn lichaam nog even de tijd om zich te herstellen. Hopelijk is het niet nodig om opzoek te gaan naar het telefoonnummer van de huisarts. Ik kom daar niet zo vaak en dat wilde ik graag zo houden.

Zijn er misschien lezers die ervaring hebben met een hamstringblessure?

 

Wordt vervolgd…..

 

 

Saya belajor Bahasa Indonesia

Ik vind het leuk om aan iets nieuws te beginnen, een nieuw doel, een nieuwe uitdaging. Over het algemeen moet iets mij niet al te veel moeite kosten, moet het niet te duur zijn en moet ik het zelf, soms met een beetje hulp van iemand, kunnen uitvoeren.

Mijn doel in 2010 was leren snowboarden. Dat doel kunnen we meer dan geslaagd noemen en de wintersport is inmiddels een vast onderdeel van mijn leven geworden (waarvoor dank aan mijn familie). Nu we niet meer ieder weekend op de indoor berg in Zoetermeer of De Uithof in Den Haag te vinden zijn blijft er wat tijd over voor een nieuwe uitdaging. Een keuze maken uit de vele leuke dingen die het leven biedt is vaak al een opgave op zich.

Ik liep al enkele jaren met het idee rond om een tweede (of eigenlijk een derde als je Engels ook mee zou tellen) taal te leren. Duits, Spaans en zelfs Arabisch heb ik overwogen. Maar de stap om mij daadwerkelijk in te schrijven was wel erg lastig. De school te ver weg, de cursus te duur of niet op een tijdstip dat het mij uit kwam. Kortom, iedere keer was er wel een goed excuus om er toch maar vanaf te zien. Tot mijn nichtje naar de Hogeschool Rotterdam ging. Als extra vak volgde ze in het begin van de lente Bahasa Indonesia. De taal die onze voorouders spraken maar waar wij niets van begrepen behalve als het om eten ging natuurlijk. Ayam, gadogado, telor.

Het leek haar leuk om mijn tante en mij dit ook te leren. Ik greep de mogelijkheid om een taal te leren die terug te voeren is naar de roots van mijn vader en diens vader en moeder met beide handen aan. Dus kan ik jullie nu vertellen: “Saya belajor bahasa Indonesia.” Of te wel: “ik leer Indonesisch.”

Inmiddels hebben we al verschillende lesjes gehad en naast het gezellig bijkletsen leren we ook nog wat bij. Mijn nichtje mag er dan misschien lief, schattig en knap uitzien, maar wat doceren betreft is ze een echte bikkel. Nauwlettend houdt ze de tijd in de gaten en voert ons streng doch rechtvaardig door de grammatica en woordenlijstjes heen. We hebben een cd-rom die we thuis moeten beluisteren zodat de uitspraak goed blijft hangen. Zelf heeft ze het vak op HBO niveau gevolgd maar gelukkig houdt ze rekening met onze toch iet wat vergrijsde hersencellen. De hoofdstukken worden in tweeën gesplitst en voor we aan het volgende gedeelte beginnen herhalen we het voorgaande.

Toen mijn vriendin, die helemaal verzot is op alles wat met Indonesië te maken heeft, dit te horen kreeg sloot ze ook aan bij de groep. Ook haar man liet deze kans niet onbenut. Nu zitten we dus één maal in de week met vijf man om de tafel. De ene keer hier de andere keer daar. Hoewel het ons niet iedere keer lukt om braaf ons huiswerk te maken, wat vaak gepaard gaat met de mededeling dat er dan strafwerk op zal volgen, blijft er toch van iedere les wel iets hangen. Het is erg leuk om nu al woordjes te herkennen en kleine (met de nadruk op kleine) gesprekjes te kunnen voeren met elkaar. Nu alleen nog opzoek naar mensen die ook Bahasa Indonesia spreken om onze nieuwe skills in de praktijk uit te proberen.

Liefhebbers??

 

Stoel VS nat achterwerk…

Toen mijn nieuwe hutkoffer voor mijn fotospullen eindelijk gearriveerd was (zie voor meer info mijn vorige blog:  http://wp.me/p1KBNK-29 ) togen we de eerste de beste voetbalwedstrijd van ukkepuk met koffer en al naar het voetbalveld. Fantastisch, alle spullen die ik nodig dacht te hebben kon ik mee nemen zonder gesleep van meerdere tassen. Sommige supporters dachten dat ik van de verzorging was met een koffer vol versnaperingen. Sommige spelers dachten dat ik van de pers was toen ze mij in de weer zagen met lens en statief. Geen van bovenstaande was juist. Ik ben gewoon een fanatieke moeder die haar kind en clubgenoten komt aanmoedigen en daarbij ook nog mooie plaatjes hoopt te kunnen schieten.

Over het algemeen doe ik dat laatste het liefst zittend. Zo dicht mogelijk bij de grond zodat mijn lijdend voorwerpjes los komen van de achtergrond. Dat brengt ons bij het volgende probleem… Het gras op het voetbalveld was nat. Niet een beetje nat, maar gewoon zeiknat. Daar zat ik dan, te koppig om te gaan staan, een nat achterwerk te kweken. Niet dat daar lange tijd voor nodig was. Want alles  was binnen drie minuten doorweekt. (maar mooie foto’s zijn het wel geworden al zeg ik het zelf, zie inzet onderaan..)

Mijn vriend noemt mij eigenwijs en daar zou hij best wel eens gelijk in kunnen hebben. Maar na twee uur met een nat achterwerk rond gelopen te hebben was ik om. Ik moest een stoel hebben, want dit was geen doen. Het moest natuurlijk wel een stoel zijn waarbij ik laag bij de grond zou zitten en die mij niet in een houding zet waarbij mijn vrije bewegingen belemmerd zouden worden.

We kwamen uit bij de walkstool. De Walkstool neemt niet meer ruimte in beslag dan een thermosfles en kan een gewicht tot 250kg aan. Volgens de fotozaak zou dit mijn ideale reisgenoot zijn. Nou, wat wil ik nog meer? Hij past in ieder geval aan de zijkant van mijn hutkoffer. Dus slepen met het stoeltje is uit den boze. Hopelijk kan ik hem snel uit gaan proberen langs de zijlijn van het voetbalveld en behoord een nat achterwerk tot de verleden tijd.

 

Mijn kleine groene draak…

Draken spugen vuur. Maar mijn kleine draak heb ik dit nog nooit zien doen. Ik mag hopen dat hij zich daar niet in gaat ontwikkelen want dan is het einde zoek. Mijn draak is groen van kleur en luistert naar de naam CoCo. CoCo is een Amazone papegaai van het type Geelvoorhoofd en alweer tien jaar bij mij. Ik heb CoCo leren kennen in de dierenzaak bij ons op de hoek. Ik dacht altijd dat hij bij de dierenzaak hoorde tot ik in gesprek raakte met één van de medewerkers die mij vertelde dat hij te koop was. Ik bedacht mij geen moment en een week later stond hij bij mij in de woonkamer.  

CoCo en ik hebben door de jaren heen een band ontwikkeld die volgens mijn vriend “opmerkelijk” genoemd mag worden. Het heeft namelijk enige jaren geduurd voor er wederzijds vertrouwen was gekweekt wat er voor zorgde dat CoCo niet bij iedere beweging van mijn hand in mijn vinger hing. Ik heb moeten leren dat CoCo niet altijd zijn snavel gebruikte om (heel hard) te bijten. Vertrouwen moet nou eenmaal groeien en als je een aantal keer tot bloedens aan toe in je vinger of hand gebeten bent terwijl je er van uit gaat dat je echt heus waar niets fout gedaan hebt wil je de moed wel eens laten zakken. Maar ik hield stug vol. Door middel van internet kwam ik er achter hoe ik zijn vertrouwen kon winnen. Ik ben de verschillende tips toe gaan passen. Ik heb mij geabonneerd op verschillende vogelfora en heb geleerd om door de ogen van een papegaai te kijken en te handelen. Ik ben nog wel verschillende malen flink hard in mijn vingers gebeten maar vanaf dat moment wist ik wat ik fout deed. Een typisch geval van eigen schuld dikke bult.

CoCo en ik zijn reeds grote vrienden (figuurlijk gezien) en ik ben blij dat ik een aantal jaren geleden niet mijn handen terug heb getrokken maar ze daar heb gehouden, onbeschermd en wel, waardoor het vertrouwen van beide kanten is toegenomen. Hij heeft een geheel eigen mening en is niet van plan deze onder stoelen of banken te schuiven. Vandaar zijn bijnaam: draak. Volgens onderzoekers hebben papegaaien (en andere kromsnavels) een hoog IQ vergeleken met andere vogels. Het vermogen om te denken, linken te leggen en daarnaar te handelen zou gelijk staan aan het doen en laten van een kind van drie jaar oud. Hier valt natuurlijk over te twisten maar ik kan inmiddels uit eigen ervaring putten en jullie meedelen dat het IQ van onze groene draak wel degelijk hoger is dan het IQ van onze huismus.

CoCo beschikt over een grote woordenschat die hij in de loop van de tijd eigen heeft gemaakt. Hij leert erg snel en voor je het weet heeft hij zichzelf iets aangeleerd waarvan je liever niet had gewild dat hij dat zou doen. Het kost hem geen moeite om een piepende deur of het openen van een ritssluiting na te doen. Ook het huilen van een kind (en dan niet eens die van ons) is voor hem geen probleem. Auto alarmen na doen daar draait hij zijn vleugel niet voor om evenals het mee bleren op muziek van popstarts, Idols of welke andere vorm van muzikaal vermaak dan ook. Hij zingt graag met iedereen mee…

Het leek mij leuk om CoCo de naam van de kleine aan te leren. Maar hoe ik ook probeerde hij vertikte het. Na vier jaar zei hij het eindelijk op commando. Niet bij mij, maar bij vriendlief. Die twee konden elkaar toen der tijd niet luchten of zien. (Nu gaat het al een stukje beter hoewel er voor alle twee nog veel te leren valt, maar ze zijn gewoon te koppig om toe te geven). Hoeveel moeite ik ook deed, hoeveel zonnebloempitjes ik ook voor zijn snavel hield, hoe zielig ik ook keek. Hij zweeg in alle talen.

Zo heeft CoCo nog meer drakengrappen. Hij is echt de clown in huis en daar vertel ik dan ook graag over. Als mensen op visite komen willen ze dit wel eens zien en ik hoop dan ook dat CoCo mee werkt. Maar nee, ook dan zal hij niet altijd zeggen of doen wat ik graag wil laten horen of zien en vervolgens ga ik af als een gieter.

Tot dat:

– CoCo iets moet doen wat hij liever niet wil doen zoals badderen of mee naar buiten;
– er een pot appelmoes op de tafel staat en ik bepaal of hij iets krijgt;
– ik een banaan aan het eten ben;
– ik sla met mais en pijnboompitjes aan het klaar maken ben.

– ik aan het telefoneren ben en eigenlijk niet afgeleid kan worden;
– er een zak chips open gaat.

Al met al gilt hij bijna de woordjes naar je hoofd, hinkt op één poot een rondje door de kamer of zwaait met zijn vleugels alsof hij Sinterklaas uit zwaait en dat alleen maar als hij denkt dat er iets te halen valt of als hij iets niet hoeft te doen. Hij weet heel goed waar hij mijn ego mee moet strelen om zijn zin te krijgen… Niet dat hij die zomaar krijgt, maar slim is het zeker wel  

CoCo heeft op zijn eigen manier zijn plekje in ons huis (en in mijn hart) veroverd. Ik hoop dat mijn vriend en hij ooit nog eens goede maatjes worden. Hoewel ik betwijfel of dat in dit leven gaat gebeuren.

Voor de lezers die nu toch wel nieuwsgierig geworden zijn volgt hieronder een kleine greep uit CoCo zijn woordenschat:

CoCo /Hé CooC / Hallo…. (en dan wel in verschillende toonhoogtes) /Dag Doei & tot straks /Slaap lekker / Weltrusten / Goedemorgen / CoCo lekker geslapen?/ CoCo lekker slapie daan? / Ja? / Jaaaaaaa! / Waar is Noa? Noooooooaaaaaa……. (de kat) / Wat zegt Noa?? Miauw / Tok tok tok (een kip) / Zooooooo CoCo schoooooooon / Echt waar? / Echt waar! / Papa… / CoCo is lekker buiten / Kom is? Kom maar / Lekker koppiekrauw?/ Zachtjes / Ja, je moet wel zachtjes doen / Paster op hoor…. JAAAA, pas op hoor!! / Oeh.. das lekker! / Lekker hé?! / Ik hoor je wel gillen hoor / Krijgt Deborah kusje van jou? / Mmmmmwa (kus geluidje) / Krijgt CoCo een pootje van jou? / Dank je wel / Dank je daan (een samenvoeging van dank je wel en graag gedaan) / Wat is dat nou pien? / mmmmmmm / Krijgt CoCo een druifje? / Wat zeg je dan?? / CoCo lekker werken / Wat heeft CoCo gedaan vandaag? / hahahahaha /Oh ooooooo / Rood / Blauw.

 

 

 

Postcrossing…

Sinds ik mijn blog geopend heb lees ik ook bij andere bloggers mee. Het leuke hiervan, naast tijdverdrijf , is dat je ook andere tips en ideetjes op doet. Zo is menig blogger bezig met het versturen van (echte) ansichtkaarten naar onbekenden personen ergens op de wereldbol. Zodra de persoon in kwestie de kaart ontvangen heeft moet hij deze registreren op een site door middel van een op de kaart geschreven code zodat het adres van de verzender vrij gegeven wordt en iemand anders daar weer een kaart naar toe kan sturen. Dit gebeurd at random en er is naar mijn weten geen invloed op uit te oefenen. Dit hele traject wordt geregeld via postcrossing, zie de website voor meer info www.postcrossing.com . Het inschrijven is gratis, het versturen van de kaart komt voor eigen rekening.

Ik ben gek op het krijgen van post dus leek het mij een super leuk idee om kaartjes van onbekenden mensen uit de meest vreemde oorden van de wereld te mogen ontvangen. Ook ik schreef mij in en maakte een profiel aan op de website.

Als nieuw lid is het mogelijk om vijf adressen tegelijk aan te vragen. Dit aantal zal in de loop van de tijd uitgroeien naar meer. Maar vijf was voor mij wel voldoende om eerst maar eens kennis te maken met het systeem. De eerste twee personen die ik toegewezen kreeg hadden een mooi profiel aangemaakt. Hierin was niet alleen te lezen wie ze waren en waar ze vandaan kwamen maar ook wat voor soort kaarten ze het liefst en welke ze het liefst niet wilde ontvangen.  Ook stond er in vermeld wat voor soort boodschap er achter op de kaart moest komen te staan voor het geval je inspiratieloos mocht zijn. Er wordt dus meer van je verwacht dan enkel “Groetjes …” Een handige tip, die ik ook direct op mijn profiel heb geplaatst.

Mijn eerste kaart was bestemd voor een 16 jaar oude jongen uit Polen. Hij wilde graag een kaart met bruggen of iets uit het leger. Ik heb stad en land afgezocht naar een kaart met een brug. Uiteindelijk heb ik deze bij een internet shop gevonden waar ik tevens een lading andere kaarten, voorzien van klompen, molens en groetjes uit Holland, heb ingeslagen. Voorlopig kan ik even vooruit.

Inmiddels zijn we een aantal dagen verder en mijn eerste vijf kaarten zijn de deur uit. Het was even verzinnen wat ik achterop de kaart moest schrijven. Gelukkig hadden ze allemaal wat tips in hun profiel achter gelaten en uiteindelijk had ik nog ruimte te kort. Gisteren kreeg ik al bericht dat mijn eerste twee kaartjes ontvangen waren. En de ontvanger uit Polen was erg blij met zijn “bruggen” kaart. Het is nu wachten tot de andere ontvangers uit Rusland, Amerika en Belarus hun kaartje hebben geregistreerd zodat mijn adres vrij gegeven kan worden. Ik ben heel benieuwd hoe mijn, nog te ontvangen, kaartjes er uit zullen zien, van wie ik ze mag ontvangen en wat er op de achterkant staat…

 

I’ll keep you posted…