Dekentje…

Al snel nadat ik Poownie gekocht had kwam ik er achter dat ik geen Penny Pony meisje was. We hadden nooit matchende setjes bijvoorbeeld. Hij mooie peeskappen, bandages in precies dezelfde kleur als mijn shirt of jas. Nee. Sowieso peeskappen en bandages al niet. Als Poownie er niet over struikelde dan was ik het wel. Wat een ondingen. In ieder geval, voor de sport zoals wij hem beoefenden. En zadeldekjes? Ja die had ik wel alleen gebruikte ik ze niet want ik reed vaak zonder zadel en als het kon ook nog achterstevoren.

Toen kwamen we op een andere stal te staan. Een waarbij het rijden en de daarbij behorende attributen zeker een groot onderdeel van het houden van paarden was. Dus ook wij deden (voor een deel) mee. Mooie dekjes met zijn naam in gouden sierletters geborduurd. Ik reed braaf met sporen en zweep en mijn simpele gympen had ik ingeruild voor sierlijke leren rijlaarzen. Daarnaast namen we privéles en gingen we op “concours”. (lees wedstrijd bij Pennyclub de Bokkensprong.)  

Van al dat trainen raak je behoorlijk bezweet. Dus Poownie moest geschoren worden. Want zie die vacht maar eens droog te krijgen na een inspannende les, hartje winter. En laten we wel wezen, tijdens wedstrijden oogt het ook frisser zo’n glanzend wit paard in plaats van een vergeelde pluizige teddybeer. Wat Poownie van dit alles vond? Die deed alles om het mij naar de zin te maken. De egoïst die ik was… 

Een paard scheren betekend een deken om. Zeker in de winter. Voor een ton kocht ik aan dekens. Stal, winter, uitrij, zweet, onder- en regendekens. Poownie had ze allemaal. 

Toen de onzin van het rijden van wedstrijden gezakt was en het plezier van alsmaar beter presteren omsloeg ik liever plezier met je paard maken, gingen ook mijn ogen langzaam open. Wat een ondingen zijn dekens toch eigenlijk. Ze zijn lomp en zwaar. En vaak veel te warm. Wat heb ik dat arme paard toch allemaal aan gedaan? Vanaf dat moment mocht hij zijn teddyberen vacht behouden. Sporen, zweep en nagenoeg alle dekens gingen de deur uit en ook mijn mooie leren laarzen verkocht ik aan de eerste de beste bieder. 

Poownie mocht weer poownie zijn. We verhuisden in die periode een aantal keer. We gingen naar goed, toen naar beter. Maar nu staan we op de beste plek ooit! Een plek met als doel het paard centraal te houden met vrijheid in eigen keus en kuddegedrag motiverend. Eten, spelen, schuilen, slapen? Vul het zelf maar in Poonwie! Hij mag hier van zijn oude dag genieten. En dat doet hij met verve. Want hij is hard op weg de 30 aan te tikken. 

Nu Poownie op leeftijd is lukt het hem niet zo goed om met het koude en natte winterweer op temperatuur te blijven. Op aanraden van een stagenootje kocht ik twee iets duurdere dekens. Een regendek voor de lente en herfst en een winterdek voor de koude maanden. Poownie vind het zoals altijd weer prima wat ik hem aan of opdoe. Maar stiekem hoop ik toch dat hij net als mij er blij mee is. Zeker als ik het, zoals de afgelopen weken, met bakken uit de hemel zie komen en weet dat hij al die tijd buiten staat. Maar dan nu wel lekker droog en warm onder zijn winterjas. 

Flow…

Lees hier deel 1 & 2

Hoewel ik er hard aan gewerkt heb, veel heb uitgezocht en nog meer heb nagevraagd ben ik toch zenuwachtig als ik mijn eerste concept projectplan naar de baas mail. Zit ik wel op de goede weg? Snapte ik eigenlijk wel wat de bedoeling was? Echt, de twijfel slaat enorm toe. Wat natuurlijk nergens over gaat en ook totaal niet nodig is. Toch voelt alsof ik na jaren goed te hebben gewerkt opeens opnieuw beoordeeld wordt. Nou ja, niet ik zelf, maar mijn werk. 

Bij het starten van het overleg worden de zenuwen direct weggenomen. Het ziet er alvast goed uit. En dat is toch wel even fijn om te horen. Ik moest nog wat toelichten. En er wordt mij gevraagd om wat flowcharts aan het geheel toe te voegen. Dat is super handig voor de mensen die één en ander op IT gebied moeten gaan maken. Maar ook als leidraad voor het projectteam. Zien welke stappen er genomen moeten worden en wat er dus aangepast of vernieuwd moet worden. 

Ik snap wat een flowchart is. Zo’n overzicht met vormpjes en pijltjes. Of te wel een schematische voorstelling van een proces. Hoe ik het moet maken? Geen idee. Daar blijken we dus een speciaal programma voor te hebben. Visio. Niet te verwarren met de fysio. Ik kreeg toegang tot het programma en ik werd losgelaten. Veel plezier er mee!!

Op youtube zoek ik naar handleidingen waar de meest uiteenlopende filmpjes voorbij komen. Het een nog mooier dan het ander. Jeetje maak nu maar eens een keus. Vol enthousiasme stort ik mij op mijn eerste ontwerp. Nou dat gaat dus werkelijk nergens over. De hokjes doen niet wat ik wil. Kleuren krijg ik niet aangepast. Alles staat te dicht of te ver weg van elkaar. De pijltjes leiden een eigen leven. En zojuist kom ik er ook nog achter dat alle vormpjes een eigen betekenis hebben. Wie verzint dit?! Ik wil niet de veroorzaker zijn van chaos op de IT afdeling. Dus kies ik voor een blanco pagina en start opnieuw met allemaal dezelfde vormpjes. Gewoon simpel!!

Wanneer ik een halve dag onderweg ben heb ik een deel van de flowchart op het scherm staan dat ergens op lijkt. Oké, bij lange na niet zo futuristisch als de pro’s op youtube. Maar hé, ik ben een noob. Het is duidelijk en leesbaar. Tot ik er achterkom dat ik ergens halverwege een blokje of twee vergeten ben. Kijk en dan krijg ik een error. Want dat betekend dat ik alle pijltjes, lijntjes en vormpjes weer moet gaan verslepen. 

Aangezien dit project naast mijn normale werkzaamheden gedaan word kost het mij zo’n beetje iedere vrije minuut die week om 1 flowchart te maken. En ik moet er nog minimaal 2 in elkaar knutselen. Even vrees ik dat ik hier wel een maand voor uit kan trekken. Maar door al mijn gehannes begin ik er wel steeds meer handigheid in te krijgen. Het lukt mij zelfs om de pijltjes zonder knikje en op de manier zoals ik het wil in het scherm te krijgen. De kleuren aan te passen en tekst toe te voegen zonder dat de boel verspringt. 

De volgende flowcharts maak ik al heel wat sneller dan de eerste. Ook deze verwerk ik in mijn projectplan dat nu toch echt ergens op begint te lijken… 

Schapie Schapie…

Was het vorig jaar? Of misschien was het, het jaar daarvoor? Ik weet het niet meer. Wat ik wel weet is dat ik heel blij ben met mijn vierseizoenen schapenwollen dekbed! Oké, toegegeven. Toen ik hem na de aankoop uit de verpakking haalde viel ik nog net niet flauw van de lucht die er vanaf kwam. Alsof ik midden op de kinderboerderij stond. En dat is niet erg, wanneer je met je kaplaarsjes aan en wat brood in je knuistjes de beestjes op de boerderij aandacht staat te geven. Maar wel wanneer je midden in je slaapkamer staat en je bed van schoongewassen lakens aan het voorzien bent.

Dus het ding moest eerst maar eens goed luchten. Buiten, vooral buiten!! Gelukkig was de overheersende lucht er snel uitgetrokken. Wat achterbleef was een lichte schapen geur. Dat mij overigens helpt bij het tellen van de schaapjes als ik eens niet kan slapen. Dan is het namelijk net echt.

Maar even terug naar het begin van mijn blog. Ik ben dus nog steeds erg blij met dit dekbed. Het bestaat uit twee lagen die door middel van een rits aan elkaar te bevestigen zijn. In de zomer slaap ik onder het dunste deel. In de lente en de herfst onder het iets dikkere deel. En in de winter slaap ik onder beide. Het is ook nog eens een stuk zwaarder dan de synthetische variant waaronder ik jaren heb geslapen. Het werkt daarmee als een soort verzwaringsdeken. Overigens heb ik daar nog nooit onder gelegen. Het idee dat ik iets over mij heen heb liggen dat niet snel verschuift en mij ook nog eens op mijn plek laat liggen slaapt gewoon lekkerder. 

Vriendlief vind het allemaal veel te warm en slaapt het hele jaar door onder niets meer dan een dekbedhoes met af en toe een fleeceplaid er overheen. Mocht het echt eens kouder worden dan volstaat een zomerdekbedje. Terwijl ik er naast zo ongeveer gemummificeerd lig te wezen onder al mijn schapenwollen lagen want ik heb een vreselijke hekel aan kou lijden. 

Jammer genoeg is dat wel wat ik deze nacht aan het doen ben. Mijn herfstdekbed had ik met het wisselen van het seizoen al opgelegd maar de zomervariant weer terug in de kast gestopt omdat het nog steeds redelijk weer was. Daar heb ik nu vreselijke spijt van. Ik lig te rillen van de kou en slapen lukt hierdoor niet. Als ik na een uur nog niet slaap grijp ik het fleeceplaid van vriendlief en wikkel mijzelf daarin. Dan duurt het niet lang of ik val, lekker warm, in slaap. 

De volgende morgen bedenk ik mij geen moment. Ik ruk mijn dekbed uit de hoes rits de zomer- en herfstvariant aan elkaar en stop het geheel weer terug. Uit voorzorg zoek ik ook mijn eigen, super zachte fleeceplaid op zodat ik zeker weet het niet meer koud te hebben de komende weken. Vriendlief ligt nog steeds, heel dapper, alleen onder een dun dekentje. Het is maar goed dat we twee losse dekbedden hebben. 

Als nieuw…

Uit de oude doos,
Toen yoga nog geen vast onderdeel van mijn leven was...

Zodra ik mij uitrek schiet er een pijnscheut door mijn rug. Bij iedere beweging, van welk lichaamsdeel dan ook, voel ik het. Mijn “botjes” zitten in de knoop. Ik strompel mijn bed uit en probeer mij te rekken en te strekken. Hier en daar hoor ik wat kraken. Na een half uur sta ik nog scheef op mijn benen. Benauwd kijk ik vriendlief aan voor hulp.

“Zachtjes!!” gil ik. “Ik heb je nog niet eens aangeraakt!” Zegt vriendlief terug. Voor de zekerheid hef ik mijn wijsvinger nog even gebiedend naar hem op. Met enige tegenzin draai ik mij weer om. Mijn rug moet gekraakt worden zodat alle “botjes” weer terug schieten naar de juiste positie. Ik weet dat het daarna over is en ik weet dat het geen pijn doet. Maar oh, dat geluid!! Kraken werkt ook alleen wanneer ik ontspannen ben. Maar dat lukt niet, want ik krijg spontaan de slappe lach wanneer groene draak aan komt waggelen om te kijken wat wij daar, aan de andere kant van de woonkamer, aan het doen zijn. Het lachen vergaat mij al snel want ook dat doet pijn. Op het moment dat ik uitadem drukt vriendlief zijn handpalmen aan weerszijde van mijn ruggengraat. Er klinkt een vreselijk gekraak. Gevolgd door een gil van mij.

“Je moet echt eens naar haar toe.” Zegt mijn collega. Ze geeft mij een visitekaartje van een familielid. “Massagesalon met Thaise invloeden…” Lees ik hardop voor en kijk haar daarna bedenkelijk aan. “Het is een Thaise massagesalon. Ze is echt heel goed. Zelfs Nick en Simon laten zich daar masseren.” Alsof dat mijn bedenkingen weg zouden moeten nemen.

Ik besluit toch een afspraak te maken. Dus lig ik diezelfde week nog in een prachtige sfeervolle kamer, met zeer aangename temperaturen, op een massagebank. Mijn hoofd ligt klem in het gat in de bank en ik staar naar een bak water waar geurende bloemblaadjes in drijven. De dame die mijn rug gaat masseren is ongeveer de helft kleiner dan ik. “Zo, jij last hebben van rug? Ik jou helpen van rugpijn af!” Zegt ze vriendelijk maar daadkrachtig.

Ze klautert handig op het bed en begint eerst voorzicht, maar al snel met meer druk aan mijn verkrampte rug. Voor ze echt aan het masseren gaat kraakt ze eerst wat wervels op hun plek. Dit gaat op zo’n ontspannen manier dat ik er bijna geen erg in heb. Boven het gekraak uit vraagt ze “Jij doen veel computerwerk?” Kans om te antwoorden krijg ik niet. Ik word geplet tussen de massagetafel en de masseuse. Ze is dan niet zo groot, maar ze heeft heel veel kracht. Op het moment dat ik dreig te bezwijken onder deze druk schiet de laatste wervel terug. “Zo, straks jouw rug is als nieuw!”

Naast mijn rug neemt ze ook mijn nek, armen, handen en vingers onder handen. Daarna volgt er nog een korte scrubsessie om mij van alle olie te ontdoen. De thee staat al op mij te wachten als ik weer onder de levenden ben. Het was een heerlijke massage. Inmiddels ben ik al een aantal keer langs geweest. Voor een ontspanningsmassage moet je hier niet zijn, want je wordt door de mangel gehaald. En dat alles zonder er beurse plekken aan over te houden. Ze had gelijk. Mijn rug voelt keer op keer als nieuw!

Overzicht…

Deel één: “Al doende leer ik…”  

Oké, nu eenmaal duidelijk is wat de baas wil is het mijn taak om uit te zoeken wat het product precies kan, hoe het allemaal werkt en of het iets voor ons zou kunnen zijn. De eerste paar weken staan dus vooral in het teken van veel leeswerk en interviews houden met de mensen die kennis in huis hebben. Want het werd al snel duidelijk dat ik die bepaalde kennis (nog) niet had. Veel uitpluis werk dus. 

Als mijn collega’s al gek van mij worden dan zijn ze zo lief om dat niet te laten blijken. Ik ben niet inzetbaar voor het gewone werk als ik met dit project bezig ben. Zodra ik weer iets nieuws ontdekt heb ben ik vervolgens zo enthousiast dat ik het wel MOET delen. Want na ieder gesprek met een extern deskundige, zoals ik voor het gemak de mensen die ik bevraag ben gaan noemen, word ik enthousiaster en enthousiaster. Het is maar goed dat ik hierin (nog) geen beslissingen mag maken. Ik denk dat we binnen no-time failliet zijn met alles wat ik zou willen. Maar alles valt te leren, dus ook het voorbereiden en mogelijk misschien zelfs het leiden van een project.  

Terug naar de basis. Ik heb diverse leveranciers gesproken, offertes opgevraagd, een aantal team meetings gehad en heel wat heen en weer gemaild om al mijn vragen beantwoord te krijgen. 1 Boor kan namelijk meer vragen dan 10 leveranciers kunnen beantwoorden. Mijn kennis omtrent dit onderwerp word steeds groter en nu is het mijn taak om in een overzicht alle voors en tegens te verwerken. Ik kreeg als tip niet te veel tekst te gebruiken. Een blog is leuk, maar niet voor je projectplan. Een Excel overzicht doet wonderen.

Zie je, weer iets geleerd. Nu ben ik aan het stoeien met een fatsoenlijk leesbaar maar vooral begrijpbaar overzicht. Ik ben er bij de start nog niet over uit wat handig is en het duurt dan even voor ik de informatie die ik nu in mijn hoofd heb zitten kort en bondig op het scherm zie verschijnen. Uiteindelijk ga ik alle offertes, mails en websites nogmaals langs en zet de mogelijkheden maar zeker ook de onmogelijkheden op een rij.

Net als ik denk dat ik klaar ben valt mijn oog op een onderwerp dat ik nog niet benoemd heb maar wat zeker wel een plek in mijn overzicht verdiend. Ik zet het er tussen. Rommel nog wat met de kleuren, want gek op kleurtjes, en sla het bestand op. Ik heb er een hele klus aan gehad en schrik op als ik zie dat mijn werkdag al meer dan een half uur geleden is afgelopen. De tijd is voorbij gevlogen maar het was een super productieve dag. De informatie staat nu, heel duidelijk, in een overzicht op het scherm. Zelf zie ik nu ook wel dat dit veel handiger is dan lappen tekst.

Naast productief was het ook nog eens erg leuk om te doen. Ik kan het niet laten en verwerk dit bestand direct in mijn projectplan dat steeds meer vorm begint te krijgen. Aan het einde van de week moet ik mijn eerste concept laten zien. Er moet nog aardig aan gesleuteld worden en ik ben daarom heel benieuwd welke op- en aanmerkingen er gaan volgen. 

Wordt vervolgt… 

Getrouwd stel…

Op mijn gemak wandel ik door de wei opzoek naar de twee paarden die mee mogen naar de paddock. Ze staan op nog geen 3 meter afstand van elkaar de grond af te speuren. Na alle regen is de bodem veranderd in een modderpoel en nu zijn ze opzoek naar die ene lekkere grasspriet. Terwijl de rest van de kudde naar achteren loopt blijven deze twee staan. Ze weten dat ze mee mogen en hebben daar vooralsnog geen problemen mee.

Ik doe bij beide paarden het halster om en wil weglopen. Maar dan gebeurd het. Vanuit mijn ooghoek valt de merrie Poownie aan en geeft een hap naar zijn flank. Poownie laat het er niet bij zitten en haalt flink uit met zijn achterbeen. En dat alles terwijl ik er tussen sta. Gelukkig was alles mis en waren het, mag ik hopen, alleen flinke dreigementen. 

Als ik mij omdraai zijn beide paarden veranderd in zoutpilaren. Ze weten dat dit gedrag niet getolereerd word en zeker niet als ik er tussen sta. De dame in kwestie beweegt alleen haar oren van voren naar plat in haar nek. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en ze weet precies wat ik met deze blik bedoel. Dan gaat die zelfde blik naar Poownie. Die stoïcijns voor zich uitkijkt. Alsof hij wil zeggen:  “Wat?? Zij begon!”

Gezamenlijk lopen we naar het voorste deel van de wei. Ik heb grote moeite om die twee uit elkaar te houden. Achter mijn rug knettert het van de spanning en emoties maar wanneer ik mij omdraai doen beide paarden alsof er niks aan de hand is. Ik krijg van alles mee. Behalve de reden van deze onenigheid. De paarden om ons heen mogen niet eens naar ze kijken. De merrie dreigt met haar oren en hoofd en Poownie zwiept gevaarlijk met zijn staart. Zodra één van de andere paarden dichterbij komt gaan alle oren plat naar achteren. Gezellig!!

Wanneer we de wei achter ons laten wordt het tijd om normaal te doen. Op de openbare weg is geen ruimte voor fratsen. Ik houd beide paarden kort en roep ze even tot de orde. Ik eis een wapenstilstand. Als ik hun aandacht heb probeer ik dat zo lang mogelijk vast te houden door ze te paaien met wat kruimels voer dat in mijn jaszak is achtergebleven. Dat werkt. Als we eenmaal lopen en uit het zicht van de wei zijn is de meeste spanning uit de lucht. Wat achterblijft is gekibbel. Achter mijn rug. Dat dan wel weer. Want als ik mij omdraai doen beide paarden alsof er niks aan de hand is. Het lijkt wel een oud getrouwd stel. 

Op stal aangekomen staat er voor alle twee een heerlijke emmer met voer klaar. Zonder pardon vallen ze aan. Ik heb de gelegenheid om de ruiven te voorzien van vers hooi en veeg ondertussen het terrein. Als ze klaar zijn kuieren ze op het gemak de paddock in. Beide nemen plaats aan de ruif. Weliswaar tegenover elkaar. Maar toch. Ik blijf ze zeker een kwartier observeren. Gewoon omdat ik benieuwd ben wat er tussen die twee speelt. Alles lijkt pais en vree. Geen gesnuif, gestamp, gezwiep met staarten of oren in de nek. Voor nu laat ik het er bij. Eten verbroederd, dat blijkt wel weer. 

Het regent binnen…

Als ik na het douchen naar beneden loop zie ik een waterval via het plafond, langs de muur en de trap naar beneden stromen. Het regent letterlijk binnen. Nog even sta ik verbaasd te kijken naar de druppels die zich steeds weer aan het plafond aandienen. Ik haal mijn hand er langs om ze weg te vegen maar binnen no-time zitten ze er weer. Oké, regen in huis is niet goed. Dat het vanuit de badkamer komt is zeker. Alleen de vraag is, vanwaar precies?!

De volgende dag bellen we de verzekering om de schade te melden. Het is blijkbaar heel druk met schades opnemen want een week later kan er pas iemand langs komen. Tot die tijd is het voor ons behelpen. Kattenwasjes en haren wassen in de keuken en we draaien de hoofdkraan uit als we er niet zijn. Dat stopt in ieder geval het druppelen vanuit het plafon. 

De schade wordt opgenomen, maar meer kan de beste man niet doen. Hij raad ons aan om gewoon de douche, kort, te blijven gebruiken, want de schade zit er toch al. De week er op worden er twee loodgieters gestuurd. De heren kunnen het niet eens worden waar de schade nu precies zit. Douche, bad, toilet of de wasbak. Ze besluiten een speciaal team aan te laten rukken. Dus weer een week later komt er iemand van een “lekdetectie” bureau. Er wordt gewerkt met speciaal gas en kleurstof om te zien waar het lek zit. Na herhaaldelijk testen blijkt het in een plaat van de douche te zitten welke, uiteraard, is weggewerkt in de muur.

Inmiddels zijn we ruim drie weken verder. De schade is nog niet gemaakt. Wel hebben we nu een goede indicatie waar het moet zitten. Ik heb hoop dat niet de hele badkamer gesloopt hoeft te worden. Twee andere loodgieters komen de lekkage verhelpen, na nogmaals te hebben gemeten wordt er, heel pijnlijk, gehakt in het stuk waar de lekkage zit. Het doet wel zeer om een gat in de muur te zien verschijnen. Maar de plaat wordt vervangen en de lekkage is gedicht. Douchen kan vanaf dat moment alleen nog in het bad. Nou, als dat het ergste is?! 

Na weer een week staat er een schade herstelbedrijf op de stoep om een rapport op te maken. Ons plafond heeft mooie uitgebeten gele kringen en er zitten gaten in de muur van de douch. Alles gaat gelukkig hersteld worden. Hij doet een “vochtmeting” en beloofd over twee weken terug te komen zodat er een schatting gemaakt kan worden wanner de boel geschilderd kan worden.

Als na twee weken de man weer een meting doet blijkt dat het vochtgehalte in de muur en het plafond zo’n beetje is verdubbeld in plaats van te zijn afgenomen. Dat betekend dat er naast het eerste lek, ergens anders nog een lek aanwezig is. Die zelfde week staan er weer twee loodgieters op de stoep. Ze doen de zelfde meting met dezelfde apparatuur. Tja, het lijkt toch dat er onder het bad, dat we uiteraard veelvuldig gebruikt hebben de afgelopen twee maanden, ook iets niet in de haak zit.

De tegelzetter mag gelukkig deze week toch gewoon komen. Zodat de douche volgende week weer gebruikt kan worden. Maar voor de tweede lekkage gaat het hele riedeltje weer van vooraf aan beginnen.

Wordt vervolgt… 

Silver lining …

Zou het de najaarsmoeheid zijn? Ik weet niet precies waar ik last van heb. Wel dat ik heel erg moe ben, vreselijk last van mijn onderrug heb en dat de binnenkant van mijn oogleden aanvoelen als schuurpapier. Slapen doe ik als een blok. Hoogstwaarschijnlijk ben ik met te veel dingen te lang bezig geweest. Soms vallen bepaalde zaken net op het zelfde moment samen. Wanneer mijn stalgenoot voorstelt om in de ochtend de paarden voor mij naar de wei te brengen maak ik dankbaar gebruik van dit aanbod. Super lief dat ze dit doet. 

Ik zet mijn wekker dan ook 1.5 uur later dan oorspronkelijk de bedoeling was. Ik sta mijzelf toe om nog een paar minuten te blijven liggen als hij afgaat. Terwijl ik mijn schuurpapier ogen nog even sluit stuur ik een “dank je wel” naar mijn stalgenoot. We zien elkaar niet dagelijks maar het is alsof ze het aanvoelde. Door de tijdelijke “haal en brengservice” voor Poownie ligt mijn complete ochtendroutine op zijn gat. Dat, en het feit dat ik er niet jonger op word, maakt dat ik mij ook nog eens stram en stijf voel. 

Vandaag is mijn vrije dag en ik besluit verder wakker te worden op mijn yogamatje. Want daar heb ik nu ook eindelijk even de tijd voor. Het rekken en strekken van mijn lichaam is hoognodig. Hier en daar hoor ik mijn lichaam kraken. Mijn rug en schouders zitten flink vast. Het rekken van ledematen heeft nog nooit zo lekker gevoeld. Na een minuut of 40 vind ik het welletjes en bij het opstaan voel ik mij een beetje wiebelig op mijn benen staan. Ik gooi er vandaag een relax dag tegenaan. De enige verplichting om de deur uit te gaan is voor een paar boodschappen en daarna gewoon even lekker niks. 

Vriendlief brengt heel toevallig de middag elders door en dat betekend dat ik het huis voor mij alleen heb. De muziek gaat aan en ik laat de sauna op temperatuur komen. De laatste keer dat ik die van binnen heb gezien was vorig jaar winter. Terwijl deze staat op te warmen ruik ik de heerlijke kruidige geuren al van zolder af komen. Alleen dat geeft mij al het spa gevoel. Oeh en ik besef nu pas dat ik die geur en de sauna heb gemist. 

Als na een kwartier de temperatuur 60 graden aantikt stap ik de cabine in. Ik word omsloten door een deken van warmte. Het voelt aangenaam en mijn lichaam ontspand direct. Dit is echt precies wat ik nodig heb. Ik sluit mijn ogen. Op de achtergrond hoor ik de muziek zich vermengen met het zoemen van de sauna. De vermoeide strooplaag druipt de komende minuten letterlijk en figuurlijk van mij af.

Ik wil zo lang mogelijk in de kalme intimiteit van mijn cocon toestand blijven zitten. Maar dat zou niet bepaald goed voor mij zijn. Met een half gesloten oog werp ik een blik op de klok en zie dat ik al meer dan een half uur in zweterige meditatieve toestand verkeer. Tijd om af te sluiten, bij te komen, een liter water te drinken en heerlijk te douchen.

Bijna op…

Poownie is gezegend met een goed hart en lichaam. Helaas niet met een stel gezonden tanden en kiezen. Een paar jaar terug moesten al zijn voortanden getrokken worden. Die ingreep heeft er mede toe bijgedragen dat hij nu nog steeds onder ons is en geniet van een riant pensioen. Want genieten doet hij. Er zijn maar weinig senioren die zo optimaal genieten van hun pensioen als Poownie. Hij heeft personeel voor het maken van ritjes of wandelingen. Iedere avond komt zijn “kok” hem zijn maaltje brengen waarvoor hij enthousiast uit de wei naar voren komt lopen. Liefde gaat nu eenmaal door de maag. En dagelijks is ie op stap voor een “dinner-walk” om ook de malse grassprieten uit de polder uit te proberen. Het gras bij de buren is nu eenmaal groener. 

Dat is het op dit moment letterlijk. Het gras op de wei begint aardig op te raken en wat er staat is niet super voedzaam meer. Sterker nog, ik zie hem afvallen. De ene emmer die ik hem geef en een uurtje extra grazen naast de wei, waar het gras dus nog wel mals en groen is, is niet meer voldoende. Er moet nog een 2e emmer voer aan te pas komen. Ik kan jullie zeggen dat er best wat tijd in het heen en weer rijden zit om nog maar niet te spreken over de tijd die Poownie neemt om zijn maaltijd te nuttigen. Ik besluit te overleggen met mijn stalgenoot die haar paardje ’s nachts op de paddock heeft staan. 

Want overdag op de wei en ’s nachts op de paddock, lijkt mij voor hem ook wel wat. Dat betekend dat we de lasten kunnen delen. Haar paard niet alleen staat. Poownie 2 keer per dag een emmer met voer kan eten en ook nog eens ’s nachts wat hooi kan knagen. Ik denk een win win. We besluiten het direct maar toe te passen. 

Poownie ziet er eerst niet zoveel voordeel in. Weggehaald worden bij je maten voor een emmer voer of een grasspriet is 1 ding. Maar een nacht op de paddock doorbrengen met maar 1 kudde-genoot is een heel ander verhaal. 

Als ik op mijn vrije dag om half 8 ’s ochtends op stal aankom staat ie mij bij het hek al hinnikend op te wachten. Of ik wel goed bij mijn hoofd ben om hem heel de nacht daar te laten staan!? Aan zijn houding zie ik dat hij het er totaal niet mee eens is. Maar dan ziet ie zijn emmer met geweekte senioren brokken en is alles weer vergeven en vergeten. Wanneer zijn maatje is vertrokken voor een ochtendrit en hij zijn ontbijt achter zijn nog resterende kiezen heeft besluiten wij terug naar de wei te gaan. 

De nachtelijke dauw maakt plaats voor de zon die langzaam naar zijn plekje klimt. Het is super rustig in de polder. Te vroeg voor recreanten, te laat voor schoolgangers. Ik kies voor een omweg naar de wei. Ik wil zo lang mogelijk buiten door brengen en van dit moment, waarop de tijd lijkt stil te staan, genieten. Voor de verandering is Poownie het met mij eens. Hij geniet hier net zo van als ik. Maar… Bijna bij de wei neemt hij het er toch even van. Hij hapt nog snel een paar sprieten klaver weg. Die staan er in de wei namelijk niet meer.

Al doende leer ik …

Vorig jaar werd het al duidelijk dat we met mijn werk een andere koers zouden gaan varen. Nog even mochten we wennen aan het idee maar al snel werd duidelijk dat we de langzame stroompjes en kabbelende riviertjes links zouden laten liggen. De nieuwe strategie was niet met volle kracht tegen de stroom in maar juist meeliften op de mooie hoge golven die zich aandienen. Op het juiste moment klaar staan en pieken. Of zelf een golf creëren. Dat betekend hier en daar een risico nemen. Nieuwe en onbekende wateren verkennen en onze horizon op vele gebieden verbreden. 

Dat vraagt van het personeel ook wel wat. Niet langer meer op je luie reet zitten en wachten op de orders van de “kapitein”. Maar als een ware zeebonk aan het werk gaan. Wat voor sommige best lastig is als je niet gewend bent om op deze manier te werken. Je grijze hersenmassa aanspreken en weer eens flink aan het werk zetten. Even de schakel om en anders leren kijken naar processen en durven om anders te gaan werken. Loslaten wat jaren vertrouwd is geweest en soms blind varen op andermans kennis en daarbij het vertrouwen van je leiding krijgen dat het echt wel goed gaat en komt. Dat is tof en spannend tegelijk.

Drie collega’s zijn aangewezen als kartrekker om diverse oude plannen nieuw leven in te blazen en nieuwe ideeën en concepten uit te werken. Ik ben er één van. Maar voor het zover was volgde ik eerst een korte cursus projectmatig werken. Echte projecten draaien compleet met projectplannen schrijven, tijdlijnen maken en werken met projectteams is iets wat ik nog nooit gedaan heb. 

Ik ontving een prachtig cursusboek, had drie gezellig dagen met onbekende cursisten en ontving een overheerlijke lunch. Maar dat was het wel zo’n beetje. Jammer want ik had gehoopt met een goed gevulde rugzak vol nieuw verworven kennis terug te komen. Die zelfde maand kreeg ik mijn aller eerste project voorgeschoteld van de baas. Lichte paniek overviel mij want echt terugvallen op wat ik geleerd zou moeten hebben tijdens de cursus lukte niet. Nadat ik daar van bekomen was werd “learning by doing” mijn nieuwe motto.

De opdracht die ik kreeg was duidelijk. Er mee aan de gang gaan lukte ook. Toch voelde het allemaal heel onwennig. Het project draait paralel met mijn gewone werkzaamheden. Niet in de plaats van, maar extra. Dat betekend puzzelen met de tijd die ik heb en prioriteiten anders stellen. Uiteindelijk leek mijn thuiswerkdag de meest geschikte dag voor al het onderzoekswerk, de interviews en de wat lastigere klussen. Want daar bleken er, zeker zo’n eerste keer, best veel van te zijn.

We zijn inmiddels een paar weken onderweg en ik heb echt al zoveel geleerd!! Vooral het waarom van bepaalde onderzoeken. Het anders kijken naar processen. Niet zelf invullen of denken vanuit mijn eigen referentiekader. Sommige dingen bevinden zich lichtjaren buiten mijn comfortzone. Gelukkig kan ik altijd aankloppen bij de baas. Want er zijn nog heel veel dingen die ik niet snap of (nog niet) begrijp. 

Verder vind ik het super leuk om te doen en mijn nieuwsgierige aard werkt hierbij in mijn voordeel. Eindelijk mag ik onbezorgd mijn neus in andermans zaken steken en vragen waarom ze het op die ene manier hebben aangepakt zonder ongemanierd over te komen en een afkeurende blik te ontvangen. 

Wordt vervolgt…