Uit de oude doos: Nachtwerk…

Het is einde van de middag als ik nog snel even langs de wei scheur met een emmer met lekkers. Uiteraard staan de paarden helemaal achteraan in een wei die voor mijn gevoel wel drie voetbalvelden lang is. De hele polder weet inmiddels dat ik er ben want ik sta vooraan, bij het hek, zijn naam te “scanderen”. (in de hoop dat hij naar mij toe komt) In tegenstelling tot pubers schaamt Poownie zich daar niet voor. Hij komt gelukkig mijn kant opgelopen. Het begint met een stap maar zodra ik zijn voeremmer in de lucht houd gaat hij al snel over in draf. Kijk, zo doen we dat hier!

Ik ben maar wat blij dat hij besloot naar voren te komen. Want zo heel veel tijd heb ik op dit moment niet. Als hij eenmaal is aangevallen op zijn voer onderwerp ik hem snel aan een inspectie. Tot mijn schrik zie ik dat zijn linkerflank onder de bulten zit. Zijn benen voelen ook warm aan. Maar ja wat wil je met volle zon en 30 graden? De vliegen zijn inmiddels niet meer weg te slaan. Poownie stampt er naar maar het helpt niet veel. De bultjes voelen aan zoals een dazenbeet bij mij zou doen. Poownie geeft er zelf niet veel om. Voor nu besluit ik het zo te laten. 

Zijn emmer is leeg en als er verder niks meer bij mij te halen valt wil hij graag weer terug naar zijn maten in de wei. Ik laat hem vrij en met dezelfde vaart als waarmee hij naar voren kwam stuift hij terug naar achteren. Ik klop het stof van mij af en ga verder met mijn middagplanning. 

Als ik ’s avonds in bed lig laat ik de belevenissen van de dag nog een keer de revue passeren. Mijn gedachten blijven bij Poownie hangen. Waren zijn benen nu echt zo warm? Stond hij te trappen naar vliegen of was dat een aanname? Mijn fantasie gaat met mij aan de haal. In mijn gedachten heb ik van een gezond paard een dodelijk ziek dier gemaakt dat ligt te creperen in de wei. Het wordt van kwaad tot erger en in mijn verbeelding ligt hij al met vier pootjes omhoog. Na twee uur malen en met een knoop in mijn maag van ellende stap ik uit bed. 

“Ik wil naar de wei!” zeg ik tegen vriendlief. Die van mij naar de klok kijkt. Het is inmiddels 01.10 uur ’s nachts. Hij weet ook dat ik de rest van de nacht geen oog meer dicht doe zolang ik niet met eigen ogen bij Poonwie heb gekeken. 

En dus lopen we iets na 01.30 uur met een zaklamp in de hand door de wei. Het is super rustig en super mistig. Uiteraard staan de paarden helemaal achteraan. Ik voel mij als een dief in de nacht. Bij de tijd dat we ze gevonden hebben zijn onze broekspijpen doorweekt. Poownie staat op zijn gemak te knagen aan het gras. Als ik hem aan een inspectie onderwerp voelen zijn benen als normaal en zijn de bulten al bijna weg.

Vriendlief zucht diep. “Ben je gerustgesteld?” Vraagt hij. “Want ik ga niet nog een keer mijn bed uit voor een nachtwandeling!” Zegt hij. “Nu wel!” Zeg ik. Nu ik weet dat alles goed gaat en alleen mijn fantasie op hol geslagen was kan ik weer rustig slapen.

Wie heeft vaarweer nodig?

Na onze pauze is de vloerbedekking aan de beurt. En dat is helaas geen vloerbedekking die je even snel schoonmaakt. De haartjes en pluisjes hebben zich vastgeklampt als een groep actievoerders op de A4. Ik kruip op handen en knieën over de grond. Mijn hand is inmiddels gevoelloos, mijn knieën doen zeer, en de herrie van de stofzuiger doet mijn oren bijna pijn. Ik vrees dat ik er een lichte gehoorbeschadiging aan overhoud. Het ding produceert meer decibel dan drie dagen Decibel Outdoor bij elkaar.

Het is 25 graden, bewolkt en de regen hangt dreigend in de lucht. Geen ideale dag om te varen, maar wél perfect om de boot eens flink onder handen te nemen. Aan het begin van elk vaarseizoen geven we hem altijd een grondige schoonmaakbeurt. Van binnen en van buiten moet hij er weer uitzien om door een ringetje te halen. De romp wordt elk jaar door de monteur gepoetst zodra de boot voor de winter het water uitgaat, maar van binnen… daar is het eerlijk gezegd nooit écht geschuurd of gepolijst.

Dit is inmiddels de tweede dag dat we druk in de weer zijn. Vandaag staat de binnenboel dus op het programma, en die krijgt een flinke opfrisbeurt. Vriendlief is fanatiek aan het poetsen met een polijstmachine en staat half over het stuur gebogen. Om hem heen liggen allerlei soorten polijstschijven, van super grof tot schapenvacht zacht. Het resultaat is verbluffend: onderdelen die we met geen sopje schoon kregen, glanzen weer alsof ze net uit de winkel komen.

Zelf heb ik eerder op de dag alle ‘ramen’ uit de boot geritst en grondig gepoetst. Net op tijd, want het begon met wat druppels en veranderde al snel in een plensbui. Nu alles weer terug op z’n plek hangt, zie je pas hoe vies die ramen waren. We hebben er zeker een uur extra daglicht bij, zo helder zijn ze nu.

Tijdens een korte koffiepauze luisteren we naar het zachte getik van regen op het dak. Buiten is het nat en grijs, maar binnen is het warm, comfortabel en stil. Nou ja, zolang de stofzuiger of poetsmachine niet aanstaat…

Toch zie je bij ieder stukje boot dat gepoetst, gezogen en gepolijst wordt een duidelijk verschil. Het opknappen geeft voldoening. Tussendoor barst er nog een onweersbui los en komt het opnieuw met bakken uit de hemel. Wij zitten gelukkig droog. De mensen in sloepjes die we halsoverkop terug zien varen hebben minder geluk, drijfnat van de regen. Gelukkig is het niet koud en kunnen ze er nog om lachen.

Het enige wat nu nog rest is het dek. Maar daarvoor is het te nat… en eerlijk is eerlijk, wij zijn ook gewoon een beetje moe. We sluiten ons harde werk af met een overheerlijke fastfoodmaaltijd van de beste snackbar die ik ooit heb geproefd. En zo voelt het naast het harde werken toch een beetje als vakantie in onze dobberende schone en bijna als nieuwe watercaravan.

Een nieuwe start…

Terwijl de meeste spullen nu wel overgezet zijn moeten ze nog wel een plekje krijgen. Een aantal collega’s staan in het voorraadhok, een andere naam heb ik er niet voor, dozen te verplaatsen en kasten in te richten. Zelf sta ik nu in ons nieuwe kantoor, dat tot voor kort een leslokaal is geweest. Er staan zes gloednieuwe zit/sta bureaus in. En nu onze vrachtwagen met spullen is uitgeladen is het ook voorzien van diverse kasten, beeldschermen, toetsenborden en alle andere relevante kantoorartikelen. Zelf sta ik met een doos vol planten in mijn handen. De vensterbanken zijn groot genoeg om ze allemaal een eigen plekje te geven. 

Het geheel krijgt steeds meer karakter. Sterker nog, aan het einde van de dag voelt het zo knus dat we vergeten dat het een werkplek is. Met enige trots, en pijn in onze rug van wat we bereikt hebben, verlaten we de locatie en is het tijd om weekend te vieren. 

De nieuwe week breekt aan en hoewel dit officieel mijn thuiswerkdag is, kan ik het niet laten om toch naar kantoor te gaan. In de vakantieperiode is er nu voldoende plek. Het is wat onwennig om de snelweg op te rijden, in plaats van linksaf te slaan naar mijn, tot voor kort, oude werkplek. Ik ben veel te vroeg, want geen idee hoe druk het op de weg zou zijn. Maar het viel mee. Gelukkig zit een van de dames al achter de receptie dus hoef ik niet te wachten. Ze starten nog vroeger dan ik doorgaans. Straks krijg ik een sleutel van het pand en uitleg over het alarm. Want wat voorheen niet hoefde, het pand hermetisch afsluiten, gaat nu een van onze dagelijkse taken worden. 

Het is de eerste week even schakelen. Wat vinden we waar precies? Hoe werkt de airco? Kunnen we zomaar gebruikmaken van alle faciliteiten? Zijn die koekjes bij de koffieautomaat ook voor ons? Ik ben net een scanner in overdrive: alles moet ik gezien, gevoeld, onderzocht en geprobeerd hebben voor ik tot rust kom. Ik wil op elke stoel gezeten hebben, mijn pauzes houd ik afwisselend in de kantine, buiten of weer terug op mijn werkplek. En het ergste? Ik probeer álle koekjes uit. Tja… de eerste week hakt er wel in en ik slaap beter dan ooit. 

Jammer genoeg is de buitentuin niet echt bijgehouden. Aangezien wij toch nog in een flow van ruimen en bezig zijn verkeren, besluiten we op de laatste werkdag van de eerste week onze pauze goed te benutten. Er wordt aardig wat onkruid gewied en hier en daar een struik gehalveerd. In 30 minuten tijd krijgt het Mordor-plantsoen zowaar een schonere en frisse uitstraling. Volgende week gaan we verder met de puntjes op de I en het schoonboenen van het meubilair. We hebben al een aantal sokkels gezien, nu alleen nog op zoek naar de bijbehorende parasols.

Er worden normaal gesproken cursussen en trainingen gegeven op deze locatie. Maar vanwege de zomer is het erg rustig. Op wat summerschool- en bijspijkertrainingen na is er niet veel volk op de been. Toch is het leuk om nu al meer reuring om ons heen te hebben dan op de oude locatie. Ik laat de deur van ons kantoor dan ook geregeld open, gewoon omdat het zo gezellig klinkt, al die geluiden op de gang en in de kantine. 

Het einde van een tijdperk…

Het pand waar ik werkzaam ben, staat iets meer dan 2 km van mijn huis en beslaat vier verdiepingen. Ik heb op iedere verdieping en in elke hoek wel eens mijn bureau mogen neerzetten. Hoewel ik dit niet mijn tweede thuis zou noemen, voelde ik mij hier wel altijd thuis. Toen het nog geheel ons “eigendom” was en we er met 125 man in zaten. Maar ook toen, beetje bij beetje, andere divisies en afdelingen verplaatst werden naar Amsterdam, Maarssen en later naar Hilversum, en wij soms nog maar met twee man in het hele pand aan het werk waren.

Een jaar lang hebben wij als enige het gebouw bezet. We hadden een hele verdieping en de complete begane grond voor onszelf. Inmiddels wordt er niet altijd meer op kantoor gewerkt en hadden we een overschot aan ruimte. We gingen terug naar een kwart van het pand en zijn een bedrijfsverzamelgebouw geworden.

Met vijf bedrijven in één pand voelt niemand zich verantwoordelijk, de pandbeheerder al helemaal niet. Het gebouw is ronduit smerig, het onderhoud is achterstallig, en verloedering ligt op de loer. De klimaatbeheersing is al jaren een drama. Gezondheidsklachten na een dag werken nemen met rasse schreden toe. Geen goede reclame. Tijd om te verhuizen.

Iets dat mij toch wel een beetje aan het hart gaat. Voordat dit pand uit de grond getrokken werd, stond hier het bedrijf waar mijn vader jarenlang met veel plezier heeft gewerkt. Om het nog specialer te maken: mijn eerste werkplek bevond zich op exact dezelfde locatie als de ruimte waar mijn vader vroeger de orders aannam en verwerkte. Als ik naar buiten keek, zag ik dezelfde omgeving die mijn vader ook altijd gezien heeft. Soms, als ik door de krochten van ons pand liep, op zoek naar een doos briefpapier, rook ik een vlaag van de staal- en stoflucht die altijd om mijn vader heen hing als hij gewerkt had. Als ik dan mijn ogen dichtdeed, zag ik hem heel levendig voor me in zijn blauwe overall en veiligheidsschoenen.

Herinneringen zijn om te koesteren, maar wij moeten door. Dus besloot de baas dat we aan de overkant van het water, bij onze zusterorganisatie, konden intrekken. Plek zat, en van alle gemakken voorzien. Het afgelopen jaar is er meermaals geruimd: overbodige spullen werden van de hand gedaan. Hoe dichter we op de verhuisdatum kwamen, hoe leger ons kantoor werd. Uiteindelijk is zo’n beetje de hele inventaris via een opkoper opgehaald, en ons nieuwe kantoor werd van nieuwe meubels voorzien. De baas vond een verhuisservice wat overbodig. Zoveel is het niet meer, en als we allemaal effe de schouders eronder steken…

Nou, verrassing: het was wél veel. En heel vies. Kasten en tafels van hun plek halen die al honderd jaar niet verplaatst of schoongemaakt zijn… bah. We zijn met een groepje twee dagen bezig geweest. Met slepen, sjouwen, weggooien. Inpakken en weer uitpakken. Schoonmaken en poetsen. Ik was kapot. En nog steeds staat niet alles op zijn plek of is even schoon.

Maar eerlijk is eerlijk: de nieuwe werkplek voelt fijn aan. Het is een lichte omgeving, met airco die het doet. We hebben een receptie, kantine, vaatwasser en een binnentuin. Het is een plek waar je ook zonder schaamte klanten kunt ontvangen. Einde van de maand geef ik de sleutels terug. Een klein gebaar, maar met grote betekenis: na bijna 18 jaar sluit ik hiermee een bijzondere tijd af op deze locatie.

Waar “normaal” even pauzeert…

“Zullen we naar Doloris in Tilburg gaan?” Vraag ik Vriendlief tijdens een van ons vrije dagen? “Wie is Doloris?” vraagt hij droog. Ik antwoord dat Doloris geen persoon is maar een unieke, surrealistische ervaring waar je letterlijk door een museum van kunstwerken wandelt in een doolhofachtige omgeving. Het is geen spookhuis maar eerder een soort escaperoom zonder druk. Het is een ontdekkingsreis door meer dan 40 kamers met wonderland-achtige scènes waar je innerlijk kind weer nieuw leven in geblazen wordt. Oh en je moet je telefoon en horloge achterlaten in een kluisje waarna je gescheiden naar binnengaat. Je ziet elkaar weer ergens in het the mata maze.

Bij de woordjes “kunst, museum, escaperoom” gevolgd door: “innerlijk kind en je telefoon achterlaten” gaan zijn wenkbrauwen zo hoog dat ik denk dat ze loskomen van zijn hoofd. “Je zoekt maar een ander slachtoffer.” is zijn resolute maar duidelijke antwoord. Herhaaldelijk vraag ik hem mee, iedere keer met een andere motivatie, maar zijn antwoord blijft nee. Uiteindelijk is het mijn nichtje die met een briljant idee komt om haar verjaardag te vieren in Doloris Anome Maze in Utrecht. Deze heeft maar liefst 73 kamers. Als de Meta Maze in Tilburg een “droom” is, dan is de Anoma Maze in Utrecht een andere dimensie.

Mijn nichtje heeft de feestgangers met zorg samengesteld. We zijn met 6 dames die ieder op hun beurt weer een flinke hilarische dosis toevoegen aan het geheel. Al weken voor de “feestdatum” staat de groepsapp bol van anekdotes en kennismakingsfilmpjes, want niet iedereen kent elkaar.  

Met 30 graden is dit zo’n beetje de warmste dag van juni. De Anome Maze is gebouwd in een oude treinloods en zonder de bewegwijzering waren we de ingang straal voorbij gelopen. Ze doen er werkelijk alles aan om je een surrealistisch gevoel te geven. Direct al bij binnenkomst. De gevoelstemperatuur is -5. Ook staan alle klokken, en dat zijn er heel veel, op een ander tijdstip of lopen achteruit. Het licht in de ruimte is gedimd waardoor het lijkt of er overal schaduwen zijn. Ja, de start is alvast goed. 

We beginnen met een drankje voor we één voor één naar binnen mogen. Er zijn vier verschillende deuren waaruit je kunt kiezen. En dan is het zover. Ik mag naar binnen en ben heel benieuwd wat ik daar ga aantreffen. Ik mag kijken zonder oordeel, voelen zonder doel, verdwalen zonder angst. Dat laatste is niet helemaal waar. Het is mijn nieuwsgierigheid die het wint van de “angst”. Want ik heb geen idee wat ik aantref als ik mijn hoofd door een gat in de muur steek, waar ik uitkom als ik een ladder opklauter of via een brandweerstang naar beneden glij. Na het eerste stuk lijkt er geen vaste route meer te zijn.

Ik wil natuurlijk niet al te veel verklappen voor mensen die dit ook eens willen ondernemen. Ik kan wel zeggen dat het totaal anders is als ik mij had voorgesteld. Het is zelfs leuker!! Ik ben niet zo thuis in de kunst, dus dat stukje is aan mij voorbij gegaan. Ik voelde mij inderdaad een soort Alice in Wonderland door alle indrukken, verlichting en geluidseffecten. En de bar aan het einde van de route maakt het, ook voor de mensen die het iets te spannend vonden, meer dan goed.

Ben je niet claustrofobisch en verder goed ter been? Dan is dit zeker een aanrader.

Foto’s komen van internet. Want binnen is het niet toegestaan om foto’s te maken.

Als stilte opeens werkt…

Het enige dat hoorbaar is, is het getik van vingers op toetsenborden, het omslaan van papier of het keelgeschraap van iemand die moet hoesten. Verder is het stil. Zelfs de telefoon zwijgt in alle talen. De sfeer op de werkvloer is goed. Niet alleen goed, maar zelfs uitzonderlijk prettig. Terwijl we met zes man geconcentreerd aan het werk zijn, hangt er een serene stilte in de ruimte. En dat terwijl het alles behalve rustig is. We zitten namelijk midden in het afronden van een aantal projecten en er staat een groot project op het punt om te beginnen. Deadlines moeten gehaald worden en het normale werk gaat ook gewoon door. Wat het zo rustig maakt zijn de mensen om mij heen. Geen drukke gesprekken, geen afleidingen, alleen focus.  

Toch is het niet een afstandelijke of strikte sfeer. We nemen af en toe echt wel een korte pauze. We lachen samen om iets grappigs dat net gebeurde. Dan maakt iemand weer een scherpe opmerking of we delen een luchtige anekdote. Even ontspannen en opladen, om daarna weer zonder moeite terug te keren naar onze taken. Het voelt heel natuurlijk, alsof we een ritme hebben gevonden waarin werk en ontspanning elkaar moeiteloos afwisselen. Dat is in het verleden echt wel eens anders geweest. Waarbij de stress of chaos van één persoon over heel de afdeling kon gaan. Soms was dat dan moeilijk om dat tot een halt te roepen.

Maar zo’n dag als vandaag geeft voldoening. Dit is precies hoe werken moet voelen. In deze flow lijkt alles eenvoudiger te gaan. De taken worden afgerond zonder een gevoel van druk. Niet omdat het werk minder is, maar omdat de samenwerking en sfeer het proces soepeler maken. Iedereen is hier met de juiste energie aan het werk, zonder ruis, zonder chaos. En ik vind het bijzonder dat dit nooit echt eerder zo gelukt is. 

Het is een een manier van werken die ons laat zien hoe efficiënt en aangenaam werken in een flow kan zijn. Hoewel de baas daar ongetwijfeld anders over denkt, is dit besef misschien wel het meest waardevolle van alles. 

Denk nu niet dat we iedere dag in deze meditatieve staat van zen verkeren. Dat is godsonmogelijk. Laten we eerlijk zijn, we zijn allemaal maar mens. Soms grijpen we massaal naar de koffie, want wakker blijven valt buiten de flow. Of ontstaat er plots lichte paniek omdat iemand denkt een belangrijk bestand te hebben verwijderd (spoiler: het stond gewoon nog in de prullenbak). Anderen typen dan weer zó hard dat je je afvraagt of het toetsenbord iets misdaan heeft. Oh en wanneer er taart op de afdeling is, dan is het uiteraard ook gedaan met de flow. Jeetje, straks gaan we nog denken dat werk altijd zo soepel hoort te gaan!

Een goede bodem…

… Want zelfs chaos moet ergens op liggen.

Begin van dit jaar was ik vastbesloten om mijn kook- en bakskills te gaan uitbreiden. Niet in de vorm van het bakken van taarten of koekjes. Eerder in het uitproberen van nieuwe recepten. Er is zoveel lekkers en er zijn zoveel heerlijke combinaties. Maar op de een of andere manier komen we steeds weer op hetzelfde uit. Het is makkelijk om op terug te vallen, eten dat bekend is. Dat snel klaar gemaakt is en dat smaakt. Ik was vorig jaar al op zoek gegaan naar een aantal niet al te moeilijke en ingewikkelde recepten waarbij de kruiden niet uit alle windrichtingen aangevlogen hoefden te worden. Iets wat helemaal Deb-proof is.

Dat is dus wel de basis. Het moet laagdrempelig zijn. Leuk en niet te lastig. Want daarna wil ik het ook nog met plezier meerdere keren uittesten. Mijn moeder stond gerust een halve dag in de keuken om nieuwe recepten te testen. Dat gen ik heb ik duidelijk niet van haar geërfd.

Ik begon dit jaar met een overheerlijke sticky bloemkool. Dat was best nog een werk om te maken. Een geroutineerde keukenprinses schut dit zo uit haar mouw. Ik dus niet. Het was erg lekker en hoewel ik zei dat ik deze nog eens zou maken is het er daarna nooit meer van gekomen. 

Na de wintersport besloten we de Flammkuchen, die we daar wel eens eten, in onze eigen keuken te introduceren. In Oostenrijk smaakt dit gerecht prima. Inmiddels weten we dat het vanuit onze eigen keuken nog veel lekkerder kon. We begonnen met dezelfde basis als op vakantie. Hoewel de bodem waarschijnlijk heel eenvoudig zelf te maken is haalden we die kant en klaar uit de winkel. We smeerden deze in met crème fraiche, bestrooiden hem met uitjes en spekblokjes en zo de oven in. 

De smaak was helemaal oké was. Toch vonden we beide dat het wel wat spannender mocht. Niet veel later besloten we hem nog een keer te maken. Ook dit keer kwam de bodem uit de winkel. We maakten de crème fraiche aan met sweet chilisaus, zodat het net even wat minder saai werd. De topping kon ook een upgrade gebruiken. Naast de uitjes, en de kleine spekblokjes kwamen er ook stukjes champignons bij. En uiteraard wat Provençaalse kruiden. Want dat misten we alle twee. 

Ook nu smaakte hij weer zalig. Stiekem denk ik dat hij op de BBQ nog beter tot zijn recht zou komen. Maar we hebben geen pizzasteen en de bodem is te slap om zo op het rooster te schuiven. 

De volgende maand besloten we hem helemaal te finetunen. De crème fraiche kreeg nog een grotere update. Meer saus en kruiden en we gingen helemaal los op de topping. Vriendlief wilde er nog wat stukjes vis op. Maar daar wilde ik niks van weten en ging voor meer kleur. Naast de uitjes en champignons kwam er ook tomaat en mais aan te pas en na het bakken bestrooide ik hem met rucola en extra kruiden. Mijn flammkuchen werd een waar kunstwerk. Ik zou hem “Complete Chaos” genoemd hebben als deze ooit te koop mocht zijn. De smaak was wederom zalig en is inmiddels een blijvertje. 

Iedere maand iets nieuws uitproberen is officieel niet helemaal gelukt. Maar ik keur hem toch goed!! Op naar het volgende recept. 

Durf jij de flammkuchen-challenge aan? Deel je variatie met mij

Van hoop naar hoopjes stress…

Hier lezen jullie deel één, “Bruce (not) Almighty.”

Twee weken later mag ik Bruce eindelijk ophalen. De opluchting is groot. Volgens de monteur was het de gasklep. Geen idee wat zo’n ding precies doet, maar blijkbaar is het essentieel genoeg om je hele auto lam te leggen als het niet werkt. Gelukkig is ‘ie vervangen en nadat ook de cardioloog, eh, ik bedoel de chef-monteur, een blik op Bruce heeft geworpen, mag hij weer naar huis. Uit de garage ontslagen, min of meer met ontslagpapieren in de hand en een vriendelijke “hou hem maar even in de gaten,” keren we huiswaarts.

Dat doe ik natuurlijk. Braaf. Liefdevol. Met zachte woorden en een extra rondje premium benzine. Maar na drie dagen gaat het weer mis. Echt he. Drie. Hele. Dagen. Alle alarmbellen en sfeerverlichtingen sieren opnieuw mijn dashboard. Alsof iemand een lichtshow heeft geprogrammeerd in plaats van een nieuwe gasklep. Alle meldingen komen eveneens in willekeurige volgorde voorbij. De rem schiet er vanzelf op, en harder dan 40 km per uur lukt niet meer. Inmiddels weet ik dat de auto dit doet ter voorkoming van erger. Het systeem beschermd zichzelf als het ware en voorkomt zo een nog grotere schade en daarmee hopelijk ook de schade in mijn portemonnee. Maar mijn erger-nis groeit met de seconden. 

Dus hup, rechtsomkeert en weer terug naar de garage. Daar kreeg ik het zelfde riedeltje te horen. Het zou zomaar eens wat langer kunnen duren want monteurs te kort, de vakantie periode staat voor de deur enzovoort. Maar ja, verder rijden is ook geen optie. Inmiddels zijn we een kleine drie weken verder en sta ik mij echt af te vragen of ze mijn auto niet doorverkocht hebben naar het buitenland. Voorzichtig waag ik er een belletje aan. Ik wil de druk vooral niet opvoeren, maar een systeem uitlezen zodat we weten wat de diagnose dit keer is, zou toch wel kunnen? 

Het goede nieuws is dat Bruce er gelukkig nog steeds staat. De diagnose dit keer? Spanningsproblemen. Serieus? Spanningsproblemen. Ik wil bijna vragen of hij ook last heeft van prestatiedruk, of zich soms niet goed genoeg voelt. Burn-out symptomen? Zeg het maar. De wachttijden bij de GGZ zijn eindeloos, dus de keus om hem bij de garage te laten staan lijkt een snellere oplossing. Nou ja, snel?! Ik wil de beste man niet van zijn werk houden, dank hem vriendelijk en duim dat ze nu toch wel snel vinden wat er er werkelijk loos is  

Inmiddels zijn we vier weken verder. Vier. Hele. Weken. Ik begon al bijna te wennen aan mijn autoloze bestaan. Maar zostraks kwam het verlossende belletje. Er is groen licht gegeven en ik mag hem komen halen. 

De monteur kijkt me aan met een blik van: “We hebben echt ons best gedaan, maar dit was wel een projectje.” Na veel onderzoeken, doormetingen en mysterieuze blikken onder de motorkap blijkt dat hij last had van spanningswisselingen in z’n elektronische systeem. Geen wonder dat ‘ie af en toe gewoon uitviel. Waar zijn de auto’s gebleven die gewoon gemaakt kunnen worden wanneer er iets stuk is? Hier was een half IT-team voor nodig om Bruce uit te meten en door de lichten. 

Inmiddels rijd ‘ie weer als een zonnetje en duim ik voor spanningsloze ritjes. Voor de garage, voor Bruce maar nog het meest voor mezelf.

De fluistering van energie…

“Sluit je ogen en haal een paar keer diep adem.” Is een van de zinnen die vandaag meermaals te horen is. Ik zit tussen twee medestudenten in en doe wat mij gevraagd wordt. Dus ik sluit mijn ogen, haal een paar keer diep adem en laat mij meevoeren met de meditatie die komt. Had ik er in het begin nog een beetje moeite mee om mij zo te laten gaan, nu voelt het als een voorrecht om hier deel van uit te maken. De opleiding voelt als een reis die me niet alleen kennis brengt, maar me ook diep verbindt met mezelf en de energie om mij heen.

Tijdens deze les duiken we dieper in de materie van het werken met energie en dan met name de chakrahealing, een essentieel onderdeel van het energetisch werk. Elk chakra brengt zijn eigen unieke energie met zich mee, zijn eigen verhaal en uitdagingen. Een ieder van ons wordt uitgenodigd om in verbinding te staan, met onszelf, met elkaar en met de energie om ons heen. Het begrip ‘in verbinding staan’ is net als “sluit je ogen en haal diep adem” als een rode draad door deze dag. 

Hoewel we in de kern al weten dat het mogelijk is, blijft het moment waarop het echt lukt om de verbinding die gemaakt is te voelen zo ontzettend bijzonder. Het is alsof een sluier wordt opgelicht en je toegang krijgt tot een subtiele wereld die altijd al aanwezig is geweest, maar die nu tastbaarder aanvoelt dan ooit. Het is bijna magisch. 

Ik voel steeds meer dat dit niet alleen draait om technieken of methodes. Het is een proces van openstellen, van luisteren naar de fluisteringen van energie en van vertrouwen op je intuïtie. Wat me vandaag het meest raakt, is het gezamenlijke moment waarop we een oefening in healing uitvoeren. Terwijl we werken voel ik hoe niet alleen mijn handen warm worden, maar ook mijn hele wezen, ik voel de energie letterlijk door mij heen stromen. Wanneer ik zie hoe dit effect heeft op mijn medecursist, het ontspannen gezicht, de diepe ademhaling en het loslaten van al dat niet meer dient, besef ik opnieuw hoe bijzonder dit is. En tegelijk vind ik het raar dat we dit bijzonder vinden terwijl het eigelijk als heel normaal gezien zou moeten worden.

Het is tevens een reminder aan hoe krachtig energie kan zijn en hoe zelfs de kleinste gebaren grote impact kunnen hebben op iemands welzijn.

Wat deze lessen voor mij zo waardevol maakt, is niet alleen de praktische kennis die ik opdoe, maar vooral de ruimte om te mogen ontdekken, te voelen en te groeien. Iedere les voelt als een stap dichter bij wat ik kan betekenen, voor mijzelf maar zeker ook voor een ander. Iedere les en iedere huiswerkopdracht verwonder ik mij weer met wat mogelijk is en wat ik kan. En mijn nieuwsgierige aard werkt nu heerlijk in mijn voordeel.

Zoals ik al zei is deze cursus zoveel meer dan het aanleren van een vaardigheid. Het is een ervaring die me helpt groeien, die me leert om niet alleen te zien, maar ook te voelen. Het is een reis die me steeds opnieuw in verbinding brengt, met mezelf, met anderen, en met de oneindige wereld van energie. En dit is pas les vier. Wat een avontuur.

Waar stilte spreekt en golven wiegen…

Ik lig op het achterplecht van ons bootje. De zon schijnt zacht op mijn gezicht. Voor me zie ik beboste oever, vol bomen die lichtjes bewegen in de wind. Het is als een schilderij van groen en leven. In de takken hoor ik vogels fluiten, roepen, kwetteren, allemaal met hun eigen geluid.

Het water klotst rustig tegen de kade en de romp van de boot. Geen haast, geen rumoer. Alleen de natuur om me heen. Alles is goed zoals het is. Ik hoef niets. Er hoeft niets opgelost, geregeld of gepland te worden.

Ik lig.
Ik luister.
Ik kijk.

En ergens tussendoor valt alles stil.
Niet leeg… Maar juist vol.
Vol zon, geluiden, geuren en rust.

Geen rollen, geen moeten, geen denken. Alleen maar voelen hoe het achter mij warm is van de zon, hoe het onder mij zachtjes wiegt, en hoe de wereld blijft bewegen… Zonder dat ik hoef te duwen.

Ik laat me dragen.
Door het water.
Door de stilte.
Door mezelf.

De boot beweegt zachtjes op de golven en ik dein zachtjes mee. Geen bestemming. Geen richting. Gewoon mee met wat er is.

En ik denk…Hoe fijn het is om even nergens naartoe te hoeven. Gewoon zijn waar ik ben. Met mijn snufferd in de zon en het kabbelen van het water samen met het gefluit van de vogels als achtergrondmuziek.

Een simpel moment.
Maar eigenlijk… precies genoeg.