Waar “normaal” even pauzeert…

“Zullen we naar Doloris in Tilburg gaan?” Vraag ik Vriendlief tijdens een van ons vrije dagen? “Wie is Doloris?” vraagt hij droog. Ik antwoord dat Doloris geen persoon is maar een unieke, surrealistische ervaring waar je letterlijk door een museum van kunstwerken wandelt in een doolhofachtige omgeving. Het is geen spookhuis maar eerder een soort escaperoom zonder druk. Het is een ontdekkingsreis door meer dan 40 kamers met wonderland-achtige scènes waar je innerlijk kind weer nieuw leven in geblazen wordt. Oh en je moet je telefoon en horloge achterlaten in een kluisje waarna je gescheiden naar binnengaat. Je ziet elkaar weer ergens in het the mata maze.

Bij de woordjes “kunst, museum, escaperoom” gevolgd door: “innerlijk kind en je telefoon achterlaten” gaan zijn wenkbrauwen zo hoog dat ik denk dat ze loskomen van zijn hoofd. “Je zoekt maar een ander slachtoffer.” is zijn resolute maar duidelijke antwoord. Herhaaldelijk vraag ik hem mee, iedere keer met een andere motivatie, maar zijn antwoord blijft nee. Uiteindelijk is het mijn nichtje die met een briljant idee komt om haar verjaardag te vieren in Doloris Anome Maze in Utrecht. Deze heeft maar liefst 73 kamers. Als de Meta Maze in Tilburg een “droom” is, dan is de Anoma Maze in Utrecht een andere dimensie.

Mijn nichtje heeft de feestgangers met zorg samengesteld. We zijn met 6 dames die ieder op hun beurt weer een flinke hilarische dosis toevoegen aan het geheel. Al weken voor de “feestdatum” staat de groepsapp bol van anekdotes en kennismakingsfilmpjes, want niet iedereen kent elkaar.  

Met 30 graden is dit zo’n beetje de warmste dag van juni. De Anome Maze is gebouwd in een oude treinloods en zonder de bewegwijzering waren we de ingang straal voorbij gelopen. Ze doen er werkelijk alles aan om je een surrealistisch gevoel te geven. Direct al bij binnenkomst. De gevoelstemperatuur is -5. Ook staan alle klokken, en dat zijn er heel veel, op een ander tijdstip of lopen achteruit. Het licht in de ruimte is gedimd waardoor het lijkt of er overal schaduwen zijn. Ja, de start is alvast goed. 

We beginnen met een drankje voor we één voor één naar binnen mogen. Er zijn vier verschillende deuren waaruit je kunt kiezen. En dan is het zover. Ik mag naar binnen en ben heel benieuwd wat ik daar ga aantreffen. Ik mag kijken zonder oordeel, voelen zonder doel, verdwalen zonder angst. Dat laatste is niet helemaal waar. Het is mijn nieuwsgierigheid die het wint van de “angst”. Want ik heb geen idee wat ik aantref als ik mijn hoofd door een gat in de muur steek, waar ik uitkom als ik een ladder opklauter of via een brandweerstang naar beneden glij. Na het eerste stuk lijkt er geen vaste route meer te zijn.

Ik wil natuurlijk niet al te veel verklappen voor mensen die dit ook eens willen ondernemen. Ik kan wel zeggen dat het totaal anders is als ik mij had voorgesteld. Het is zelfs leuker!! Ik ben niet zo thuis in de kunst, dus dat stukje is aan mij voorbij gegaan. Ik voelde mij inderdaad een soort Alice in Wonderland door alle indrukken, verlichting en geluidseffecten. En de bar aan het einde van de route maakt het, ook voor de mensen die het iets te spannend vonden, meer dan goed.

Ben je niet claustrofobisch en verder goed ter been? Dan is dit zeker een aanrader.

Foto’s komen van internet. Want binnen is het niet toegestaan om foto’s te maken.

Als stilte opeens werkt…

Het enige dat hoorbaar is, is het getik van vingers op toetsenborden, het omslaan van papier of het keelgeschraap van iemand die moet hoesten. Verder is het stil. Zelfs de telefoon zwijgt in alle talen. De sfeer op de werkvloer is goed. Niet alleen goed, maar zelfs uitzonderlijk prettig. Terwijl we met zes man geconcentreerd aan het werk zijn, hangt er een serene stilte in de ruimte. En dat terwijl het alles behalve rustig is. We zitten namelijk midden in het afronden van een aantal projecten en er staat een groot project op het punt om te beginnen. Deadlines moeten gehaald worden en het normale werk gaat ook gewoon door. Wat het zo rustig maakt zijn de mensen om mij heen. Geen drukke gesprekken, geen afleidingen, alleen focus.  

Toch is het niet een afstandelijke of strikte sfeer. We nemen af en toe echt wel een korte pauze. We lachen samen om iets grappigs dat net gebeurde. Dan maakt iemand weer een scherpe opmerking of we delen een luchtige anekdote. Even ontspannen en opladen, om daarna weer zonder moeite terug te keren naar onze taken. Het voelt heel natuurlijk, alsof we een ritme hebben gevonden waarin werk en ontspanning elkaar moeiteloos afwisselen. Dat is in het verleden echt wel eens anders geweest. Waarbij de stress of chaos van één persoon over heel de afdeling kon gaan. Soms was dat dan moeilijk om dat tot een halt te roepen.

Maar zo’n dag als vandaag geeft voldoening. Dit is precies hoe werken moet voelen. In deze flow lijkt alles eenvoudiger te gaan. De taken worden afgerond zonder een gevoel van druk. Niet omdat het werk minder is, maar omdat de samenwerking en sfeer het proces soepeler maken. Iedereen is hier met de juiste energie aan het werk, zonder ruis, zonder chaos. En ik vind het bijzonder dat dit nooit echt eerder zo gelukt is. 

Het is een een manier van werken die ons laat zien hoe efficiënt en aangenaam werken in een flow kan zijn. Hoewel de baas daar ongetwijfeld anders over denkt, is dit besef misschien wel het meest waardevolle van alles. 

Denk nu niet dat we iedere dag in deze meditatieve staat van zen verkeren. Dat is godsonmogelijk. Laten we eerlijk zijn, we zijn allemaal maar mens. Soms grijpen we massaal naar de koffie, want wakker blijven valt buiten de flow. Of ontstaat er plots lichte paniek omdat iemand denkt een belangrijk bestand te hebben verwijderd (spoiler: het stond gewoon nog in de prullenbak). Anderen typen dan weer zó hard dat je je afvraagt of het toetsenbord iets misdaan heeft. Oh en wanneer er taart op de afdeling is, dan is het uiteraard ook gedaan met de flow. Jeetje, straks gaan we nog denken dat werk altijd zo soepel hoort te gaan!

Een goede bodem…

… Want zelfs chaos moet ergens op liggen.

Begin van dit jaar was ik vastbesloten om mijn kook- en bakskills te gaan uitbreiden. Niet in de vorm van het bakken van taarten of koekjes. Eerder in het uitproberen van nieuwe recepten. Er is zoveel lekkers en er zijn zoveel heerlijke combinaties. Maar op de een of andere manier komen we steeds weer op hetzelfde uit. Het is makkelijk om op terug te vallen, eten dat bekend is. Dat snel klaar gemaakt is en dat smaakt. Ik was vorig jaar al op zoek gegaan naar een aantal niet al te moeilijke en ingewikkelde recepten waarbij de kruiden niet uit alle windrichtingen aangevlogen hoefden te worden. Iets wat helemaal Deb-proof is.

Dat is dus wel de basis. Het moet laagdrempelig zijn. Leuk en niet te lastig. Want daarna wil ik het ook nog met plezier meerdere keren uittesten. Mijn moeder stond gerust een halve dag in de keuken om nieuwe recepten te testen. Dat gen ik heb ik duidelijk niet van haar geërfd.

Ik begon dit jaar met een overheerlijke sticky bloemkool. Dat was best nog een werk om te maken. Een geroutineerde keukenprinses schut dit zo uit haar mouw. Ik dus niet. Het was erg lekker en hoewel ik zei dat ik deze nog eens zou maken is het er daarna nooit meer van gekomen. 

Na de wintersport besloten we de Flammkuchen, die we daar wel eens eten, in onze eigen keuken te introduceren. In Oostenrijk smaakt dit gerecht prima. Inmiddels weten we dat het vanuit onze eigen keuken nog veel lekkerder kon. We begonnen met dezelfde basis als op vakantie. Hoewel de bodem waarschijnlijk heel eenvoudig zelf te maken is haalden we die kant en klaar uit de winkel. We smeerden deze in met crème fraiche, bestrooiden hem met uitjes en spekblokjes en zo de oven in. 

De smaak was helemaal oké was. Toch vonden we beide dat het wel wat spannender mocht. Niet veel later besloten we hem nog een keer te maken. Ook dit keer kwam de bodem uit de winkel. We maakten de crème fraiche aan met sweet chilisaus, zodat het net even wat minder saai werd. De topping kon ook een upgrade gebruiken. Naast de uitjes, en de kleine spekblokjes kwamen er ook stukjes champignons bij. En uiteraard wat Provençaalse kruiden. Want dat misten we alle twee. 

Ook nu smaakte hij weer zalig. Stiekem denk ik dat hij op de BBQ nog beter tot zijn recht zou komen. Maar we hebben geen pizzasteen en de bodem is te slap om zo op het rooster te schuiven. 

De volgende maand besloten we hem helemaal te finetunen. De crème fraiche kreeg nog een grotere update. Meer saus en kruiden en we gingen helemaal los op de topping. Vriendlief wilde er nog wat stukjes vis op. Maar daar wilde ik niks van weten en ging voor meer kleur. Naast de uitjes en champignons kwam er ook tomaat en mais aan te pas en na het bakken bestrooide ik hem met rucola en extra kruiden. Mijn flammkuchen werd een waar kunstwerk. Ik zou hem “Complete Chaos” genoemd hebben als deze ooit te koop mocht zijn. De smaak was wederom zalig en is inmiddels een blijvertje. 

Iedere maand iets nieuws uitproberen is officieel niet helemaal gelukt. Maar ik keur hem toch goed!! Op naar het volgende recept. 

Durf jij de flammkuchen-challenge aan? Deel je variatie met mij

Van hoop naar hoopjes stress…

Hier lezen jullie deel één, “Bruce (not) Almighty.”

Twee weken later mag ik Bruce eindelijk ophalen. De opluchting is groot. Volgens de monteur was het de gasklep. Geen idee wat zo’n ding precies doet, maar blijkbaar is het essentieel genoeg om je hele auto lam te leggen als het niet werkt. Gelukkig is ‘ie vervangen en nadat ook de cardioloog, eh, ik bedoel de chef-monteur, een blik op Bruce heeft geworpen, mag hij weer naar huis. Uit de garage ontslagen, min of meer met ontslagpapieren in de hand en een vriendelijke “hou hem maar even in de gaten,” keren we huiswaarts.

Dat doe ik natuurlijk. Braaf. Liefdevol. Met zachte woorden en een extra rondje premium benzine. Maar na drie dagen gaat het weer mis. Echt he. Drie. Hele. Dagen. Alle alarmbellen en sfeerverlichtingen sieren opnieuw mijn dashboard. Alsof iemand een lichtshow heeft geprogrammeerd in plaats van een nieuwe gasklep. Alle meldingen komen eveneens in willekeurige volgorde voorbij. De rem schiet er vanzelf op, en harder dan 40 km per uur lukt niet meer. Inmiddels weet ik dat de auto dit doet ter voorkoming van erger. Het systeem beschermd zichzelf als het ware en voorkomt zo een nog grotere schade en daarmee hopelijk ook de schade in mijn portemonnee. Maar mijn erger-nis groeit met de seconden. 

Dus hup, rechtsomkeert en weer terug naar de garage. Daar kreeg ik het zelfde riedeltje te horen. Het zou zomaar eens wat langer kunnen duren want monteurs te kort, de vakantie periode staat voor de deur enzovoort. Maar ja, verder rijden is ook geen optie. Inmiddels zijn we een kleine drie weken verder en sta ik mij echt af te vragen of ze mijn auto niet doorverkocht hebben naar het buitenland. Voorzichtig waag ik er een belletje aan. Ik wil de druk vooral niet opvoeren, maar een systeem uitlezen zodat we weten wat de diagnose dit keer is, zou toch wel kunnen? 

Het goede nieuws is dat Bruce er gelukkig nog steeds staat. De diagnose dit keer? Spanningsproblemen. Serieus? Spanningsproblemen. Ik wil bijna vragen of hij ook last heeft van prestatiedruk, of zich soms niet goed genoeg voelt. Burn-out symptomen? Zeg het maar. De wachttijden bij de GGZ zijn eindeloos, dus de keus om hem bij de garage te laten staan lijkt een snellere oplossing. Nou ja, snel?! Ik wil de beste man niet van zijn werk houden, dank hem vriendelijk en duim dat ze nu toch wel snel vinden wat er er werkelijk loos is  

Inmiddels zijn we vier weken verder. Vier. Hele. Weken. Ik begon al bijna te wennen aan mijn autoloze bestaan. Maar zostraks kwam het verlossende belletje. Er is groen licht gegeven en ik mag hem komen halen. 

De monteur kijkt me aan met een blik van: “We hebben echt ons best gedaan, maar dit was wel een projectje.” Na veel onderzoeken, doormetingen en mysterieuze blikken onder de motorkap blijkt dat hij last had van spanningswisselingen in z’n elektronische systeem. Geen wonder dat ‘ie af en toe gewoon uitviel. Waar zijn de auto’s gebleven die gewoon gemaakt kunnen worden wanneer er iets stuk is? Hier was een half IT-team voor nodig om Bruce uit te meten en door de lichten. 

Inmiddels rijd ‘ie weer als een zonnetje en duim ik voor spanningsloze ritjes. Voor de garage, voor Bruce maar nog het meest voor mezelf.

De fluistering van energie…

“Sluit je ogen en haal een paar keer diep adem.” Is een van de zinnen die vandaag meermaals te horen is. Ik zit tussen twee medestudenten in en doe wat mij gevraagd wordt. Dus ik sluit mijn ogen, haal een paar keer diep adem en laat mij meevoeren met de meditatie die komt. Had ik er in het begin nog een beetje moeite mee om mij zo te laten gaan, nu voelt het als een voorrecht om hier deel van uit te maken. De opleiding voelt als een reis die me niet alleen kennis brengt, maar me ook diep verbindt met mezelf en de energie om mij heen.

Tijdens deze les duiken we dieper in de materie van het werken met energie en dan met name de chakrahealing, een essentieel onderdeel van het energetisch werk. Elk chakra brengt zijn eigen unieke energie met zich mee, zijn eigen verhaal en uitdagingen. Een ieder van ons wordt uitgenodigd om in verbinding te staan, met onszelf, met elkaar en met de energie om ons heen. Het begrip ‘in verbinding staan’ is net als “sluit je ogen en haal diep adem” als een rode draad door deze dag. 

Hoewel we in de kern al weten dat het mogelijk is, blijft het moment waarop het echt lukt om de verbinding die gemaakt is te voelen zo ontzettend bijzonder. Het is alsof een sluier wordt opgelicht en je toegang krijgt tot een subtiele wereld die altijd al aanwezig is geweest, maar die nu tastbaarder aanvoelt dan ooit. Het is bijna magisch. 

Ik voel steeds meer dat dit niet alleen draait om technieken of methodes. Het is een proces van openstellen, van luisteren naar de fluisteringen van energie en van vertrouwen op je intuïtie. Wat me vandaag het meest raakt, is het gezamenlijke moment waarop we een oefening in healing uitvoeren. Terwijl we werken voel ik hoe niet alleen mijn handen warm worden, maar ook mijn hele wezen, ik voel de energie letterlijk door mij heen stromen. Wanneer ik zie hoe dit effect heeft op mijn medecursist, het ontspannen gezicht, de diepe ademhaling en het loslaten van al dat niet meer dient, besef ik opnieuw hoe bijzonder dit is. En tegelijk vind ik het raar dat we dit bijzonder vinden terwijl het eigelijk als heel normaal gezien zou moeten worden.

Het is tevens een reminder aan hoe krachtig energie kan zijn en hoe zelfs de kleinste gebaren grote impact kunnen hebben op iemands welzijn.

Wat deze lessen voor mij zo waardevol maakt, is niet alleen de praktische kennis die ik opdoe, maar vooral de ruimte om te mogen ontdekken, te voelen en te groeien. Iedere les voelt als een stap dichter bij wat ik kan betekenen, voor mijzelf maar zeker ook voor een ander. Iedere les en iedere huiswerkopdracht verwonder ik mij weer met wat mogelijk is en wat ik kan. En mijn nieuwsgierige aard werkt nu heerlijk in mijn voordeel.

Zoals ik al zei is deze cursus zoveel meer dan het aanleren van een vaardigheid. Het is een ervaring die me helpt groeien, die me leert om niet alleen te zien, maar ook te voelen. Het is een reis die me steeds opnieuw in verbinding brengt, met mezelf, met anderen, en met de oneindige wereld van energie. En dit is pas les vier. Wat een avontuur.

Waar stilte spreekt en golven wiegen…

Ik lig op het achterplecht van ons bootje. De zon schijnt zacht op mijn gezicht. Voor me zie ik beboste oever, vol bomen die lichtjes bewegen in de wind. Het is als een schilderij van groen en leven. In de takken hoor ik vogels fluiten, roepen, kwetteren, allemaal met hun eigen geluid.

Het water klotst rustig tegen de kade en de romp van de boot. Geen haast, geen rumoer. Alleen de natuur om me heen. Alles is goed zoals het is. Ik hoef niets. Er hoeft niets opgelost, geregeld of gepland te worden.

Ik lig.
Ik luister.
Ik kijk.

En ergens tussendoor valt alles stil.
Niet leeg… Maar juist vol.
Vol zon, geluiden, geuren en rust.

Geen rollen, geen moeten, geen denken. Alleen maar voelen hoe het achter mij warm is van de zon, hoe het onder mij zachtjes wiegt, en hoe de wereld blijft bewegen… Zonder dat ik hoef te duwen.

Ik laat me dragen.
Door het water.
Door de stilte.
Door mezelf.

De boot beweegt zachtjes op de golven en ik dein zachtjes mee. Geen bestemming. Geen richting. Gewoon mee met wat er is.

En ik denk…Hoe fijn het is om even nergens naartoe te hoeven. Gewoon zijn waar ik ben. Met mijn snufferd in de zon en het kabbelen van het water samen met het gefluit van de vogels als achtergrondmuziek.

Een simpel moment.
Maar eigenlijk… precies genoeg.

Boven alles, sedum…

Jarenlang heb ik erover gezeurd. Niet één keer, niet twee keer, maar ontelbare keren. Ik wilde een sedumdak. Waarom? Omdat het mooi is. Omdat het slim is. Omdat ik er gewoon heel blij van word. Vriendlief? Die vond het maar niks. Wat moet je daar nu mee? Maar na al die tijd was hij blijkbaar klaar met mijn enthousiaste pleidooien. Dus… hier zitten we dan. Met ons eigen sedumdak.

Oorspronkelijk was het plan om dit groene wonder op de schuur te plaatsen. Tot we ons realiseerden dat we eigenlijk geen idee hadden of de schuur dat überhaupt zou overleven. En een schuurdak dat instort onder het gewicht van mijn duurzame project leek mij nou niet bepaald de bedoelde vorm van ecologische vooruitgang. Dus toen de aanbouw een nieuwe dakbedekking nodig had, greep ik mijn kans: dát werd de plek voor mijn groene oase.

We hebben het laten aanleggen door een bedrijf. Niet per se omdat we het zelf niet konden, maar meer omdat het idee van een vakman ons een gerust gevoel gaf. Achteraf? Hadden we het prima zelf kunnen doen. Maar goed, sommige dingen wil je gewoon graag goed geregeld hebben, en nu ligt het er strak bij. Nou ja strak? Het kan een paar maanden duren voor het helemaal is opgevuld en je de naden en randen niet meer zo duidelijk ziet. 

Het begin is er en het groeit ook nog eens iedere dag een beetje meer. We bekijken het regelmatig, bijna alsof we de groei kunnen versnellen door er met bewondering naar te staren. Ik bedoel, wie had ooit gedacht dat ik zoveel liefde kon opbrengen voor mosachtige vetplantjes op een dak? Maar eerlijk is eerlijk: het is prachtig om te zien hoe het zich verspreidt en alles steeds groener wordt.

Wat het nog mooier maakt, is dat een sedumdak niet alleen mij blij maakt, maar ook tal van praktische voordelen biedt. Zo helpt het bij isolatie, waardoor ons huis in de winter warmer en in de zomer koeler blijft. We denken dat we dit bij de afgelopen eerste warme periode al gemerkt hebben. Het was gewoon fris binnen. En vooruitlopend op de energierekening, laten we eerlijk zijn: alles wat helpt tegen torenhoge energierekeningen is een winnaar. Daarnaast is het een natuurlijke waterbuffer. Wanneer het regent, zuigen de plantjes het water op en laten ze het langzaam weer los. Geen plassen, geen overtollige afvoerproblemen. Gewoon een slim systeem dat de natuur op haar eigen tempo laat werken. In een woonwijk waar wateroverlast soms een issue is, voelt dat als een kleine overwinning.

Niet te vergeten: het brengt meer biodiversiteit! Oké, het moet nog wel even groeien en bloeien voor het zover is. Maar uiteindelijk vinden bijen, vlinders en andere nuttige insecten hier hun plek, wat goed is voor de natuur én stiekem gewoon gezellig oogt. En misschien wel het leukste voordeel: het maakt ons uitzicht een stuk aangenamer. Een groen dak geeft een levendige uitstraling. Veel beter dan de grijze saai tegels die er eerst lagen. 

En, tot slot, het moment waar ik zo lang op gewacht had: vriendlief heeft toegegeven dat het eigenlijk best mooi is. Misschien zelfs een béétje handig. Misschien. Maar daar hoor je mij verder niet over opscheppen. Ik geniet gewoon van mijn stukje groen boven ons hoofd.

Verandering met impact…

“Op zondagochtend, net iets over tienen ontvangen we het bericht dat alles goed gegaan is. We hebben nu een officiële go om maandag te starten. Duimen jullie mee?” Zo eindigde ik mijn blog ergens in maart. Inmiddels zijn we alweer aardig wat weken verder. Daarmee ook alweer een stuk verder in het project. Het omzetten van de oude naar de nieuwe omgeving was toch wel even spannend. Iedereen die aanwezig kon zijn was er of stond stand-by. Ik had namelijk heel wat problemen en telefoontjes verwacht. De groep waarvan ik stiekem de meeste reacties had verwacht bleef overigens helemaal stil.

Een enkeling had wat vragen maar de meeste reacties die we, direct na het live gaan mochten ontvangen waren allemaal positief. Er kwam hier en daar zelfs nog mooie feedback terug. En de groep waar ik de meeste reuring bij had verwacht koppelde enkel aan mij terug dat ze al langer op zo’n manier van werken zaten te wachten en eigenlijk niet konden wachten op de verdere uitrol hiervan. Dat gaf mij niet alleen goede moed, maar er viel ook wel een last van mijn schouders. Er waren er zelfs al een aantal die hadden aangeboden om mee te helpen brainstormen bij het volgende deel dat omgezet moet worden. Hoe tof is dat?!

Het project bestaat uit meerdere fases. Eerder zei ik al dat we dit niet allemaal tegelijk om kunnen zetten. Om een goede werking van onderdeel “A” te garanderen moest onderdeel “B” als eerste om. Toen dat eenmaal liep mocht ook de pilot-groep van start met onderdeel “A”. De groep bestond uit zzp-ers die zichzelf hadden opgegeven voor dit deel en wel van een uitdaging houden (lees: niet snel in paniek zijn als iets niet verloopt zoals zou moeten.) Ze mochten vier weken lang aan de slag met eveneens een nieuwe werkwijze. Dit keer van papier naar digitaal. Sneller, efficiënter en veiliger. Van deze groep ontvingen we waardevolle feedback waarmee we mooie verbeteringen konden doorvoeren.

De evaluatie na de pilot-periode was zo positief dat we de tweede groep, van de drie in totaal, voorzagen van materiaal. Ze gingen vlot van start en ook nu kregen we weer fijne feedback en mooie complimenten.

Inmiddels had de derde en tevens laatste groep al moeten starten. Maar zoals altijd het geval is wanneer er geld uitgegeven moet worden aan producten gooit de afdeling inkoop roet in het eten. Vanwege contracten die ons moederbedrijf heeft afgesloten, kunnen we niet zomaar bij elk bedrijf iets aanschaffen. Op hogerhand wordt nu overleg gevoerd hoe dit op de juiste wijze wel gedaan kan worden. Ik heb daar de kennis niet van in huis en blijf mij daarom lekker bezighouden met alles waar ik wel invloed op kan uitoefenen.

Zo kwam het dat we bij het opruimen van een bepaalde ruimte nog wat oudere materialen tegen kwamen. Deze hebben we afgestoft en zijn door IT vorige week voorzien van de juiste programma’s. De tablets zijn onderweg naar onze laatste groep. Vanaf halverwege mei zal dan iedereen voorzien zijn van de nodige materialen en kunnen starten met onderdeel “A” van ons project.

Als ook daarbij alles goed verloopt dan zijn we voor de start van de zomer helemaal om. En dat betekent dat het eerste onderdeel van het project geslaagd is.

Bruce (not) Almighty…

Het gebeurt op het moment dat ik van invoegstrook wissel. Er gaat een schril gepiep af en een complete kermisshow aan lampjes sieren mijn dashboard. Het vermogen van “Bruce” neemt af en ik kan niet anders dan naar de vluchtstrook sturen in de hoop dat ik dat ga redden. Ik moet er niet aan denken om midden op de A16 stil te komen staan. “Kom op, je kunt het!!!” moedig ik hem aan. Echt he, pech hebben komt nooit gelegen. Maar vandaag is wel heel ongelukkig gekozen, ik bedoel, als dit zou gebeuren wanneer ik naar mijn werk toe moet dan kan ik nog wel op de fiets. Maar naar Zoetermeer is toch best een eind.

In mijn display verschijnt eerst 1 foutmelding met de mededeling dat ik de handleiding moet controleren. Gevolgd door melding 2,3,4 en 5. Inmiddels brandt het motorlampje ook. Direct daarna komt de melding: “laat dat boekje maar zitten, raadpleeg liever een monteur”. Die heb ik niet naast mij zitten. Ik schuifel, met gevaar voor eigen leven, m’n auto uit en klim over de vangrail. Op dat moment zie ik rechts van mij dat de rijbaan al wordt afgekruist. Gaat er automatisch een sensor af als je over de vangrail stapt of zo? Dan zie ik links van mij een grote gele ANWB-auto aankomen, compleet met zwaailicht! Dat is wel erg snel. Ik heb mijn telefoon nog niet eens gepakt om ze te bellen. 

Hij stopt netjes voor mijn auto en schuift de oprijplaat al uit. Ik denk dat hij mij verwart voor iemand anders en ik probeer hem dat duidelijk te maken. De beste man wil hier niks van weten. “Mijn auto in” roept ie vanaf de andere kant. “Je weet toch wel dat je hier niet mag staan?!” Ik kijk hem even verbouwereerd aan. “Oh echt!? roep ik wat sarcastisch terug. Ik heb deze plek ook niet gekozen. Dat heeft mijn auto gedaan! Maar ik houd mijn mond. De man heeft helemaal gelijk. Ik moet daar weg. Ik kruip de vrachtwagen in en ondertussen rijdt hij Bruce op de “ambulance”. Terwijl mij altijd is gezegd niet bij een wildvreemde in de auto te stappen, voelt het met al die vrachtwagens die langs razen nu toch wel veilig. 

“Zo”, zegt de ANWB-mijnheer, als hij ook is ingestapt, “je hebt geluk dat ik je zag staan, want ik ben eigenlijk onderweg naar een andere melding.” Lucky me. Gelukkig ben ik lid van de ANWB. Dus zonder problemen crossen we naar de eerste de beste autodealer om Bruce aan hun zorgen over te laten. Dankzij zijn snelle optreden heb ik niet langer dan vijf minuten met pech langs de weg gestaan. Hulde voor deze werknemer!! 

Bij de dealer wordt ik niet echt met open armen ontvangen. Bruce z’n motor sputtert en pruttelt nog meer wanneer ie van de rijplaat wordt gereden. Aan de balie probeer ik mijn spontaanste blik met een vleugje vriendelijk-smeken, in de hoop dat ze mij niet alsnog wegsturen. Nadat mijn gegevens genoteerd zijn krijg ik te horen dat de wachttijd wel zes weken kan zijn. Zooo, zegt dat iets over het merk of zo?! Ik kan mij nog net inhouden voor het er acht worden. 

Ik hoop dat ze snel een diagnose voor ‘Bruce’ (en mij) hebben en dat het meevalt. Duimen jullie mee?

Terug in het zadel…

Zaterdagochtend, 09.15 uur. Ik fiets door de polder onderweg naar stal. Het is lang geleden dat ik door dit stuk polderlandschap heb gefietst, sterker nog, het is überhaupt lang geleden dat ik op de fiets ben gestapt. Het weer is zalig en er is bijna niemand buiten. Er staat nauwelijks wind. Ik hoor alleen het ruisen van de blaadjes aan de bomen en het vrolijke gefluit van vogels. Dit belooft een goede start van de dag te worden. 

Zoals gewoonlijk ben ik veel te vroeg op stal. De ochtenddienst heeft net haar ronde afgerond. Gelukkig kunnen we nog even bijkletsen, want het is alweer een tijd geleden dat we elkaar hebben gezien. Na een kwartier druppelen de andere stalgenoten binnen. Op het programma staat vandaag een buitenrit. Ik ben door een van hen uitgenodigd om mee te gaan. Vorig jaar vroeg ze al eens of ik mee wilde, maar toen schoof ik het steeds voor me uit. Dit voorjaar stelde ze het opnieuw voor en ik besloot erop in te gaan. Ik wilde heel graag weer eens een ritje maken. Het is inmiddels meer dan anderhalf jaar geleden dat ik op een paardenrug heb gezeten. Als zo’n kans zich aandient, zou ik wel gek zijn om hem niet te grijpen. 

Gelukkig had ik nog een cap die me enigszins paste. Met Poownie droeg ik die zelden, eigenlijk alleen tijdens wedstrijden. Maar omdat ik al enige tijd niet meer heb gereden, wat ouder en strammer ben geworden en deze paarden totaal niet ken onder het zadel, wil ik geen risico nemen. De cap had nog wel wat aanpassingen nodig. Of hij is gekrompen, of ik heb een groter hoofd gekregen. Uiteindelijk past hij.

Voor deze rit krijg ik het braafste paard toegewezen. Ik ga lekker aan de poets, het is weer die tijd van het jaar, dus binnen de kortste keren zit alles en iedereen onder de haren. Al snel staan alle drie de paarden gezadeld klaar en kunnen we vertrekken.

Het is even een vreemde gewaarwording als ik in het zadel klim. Ik zit een stuk hoger en haar bewegingen voelen anders. Zelfs de energie hier bovenop voelt anders dan wanneer ik naast haar sta. Toch voelt het op de een of andere manier vertrouwd. Ik kan mijn alertheid al snel loslaten. Ze zet geen stap verkeerd en zal eerder inhouden dan als een raket vooruit schieten. Driekwart van de rit kan ik volbrengen met een losse teugel.

We stappen een flink stuk over bekend terrein en komen daarna in een deel dat ik nog nooit eerder heb gezien. Dit terwijl ik daar regelmatig met Poownie heb gewandeld. We draven af en toe en er zit zelfs een stukje galop in. Pas wanneer ik pijn in mijn kaken voel, realiseer ik me dat ik de hele rit heb zitten lachen. Wanneer ik denk dat we alweer richting huis gaan, buigen we toch de andere kant op. We rijden een stuk langs het water, wat nog eens 45 minuten aan de rit toevoegt. Hoewel mijn spieren er heel anders over denken, juich ik van binnen.

Inmiddels ben ik alweer even terug en lig ik in de tuin bij te komen van een heerlijke, zonovergoten buitenrit, mogelijk gemaakt door mijn lieve stalgenoot. De spierpijn die ik de komende drie dagen zeker zal hebben, is het meer dan waard!