Soms loopt iets heel anders dan gepland. De zondag dat wij voor het eerst gingen wakeboarden, was zo’n dag. Het eerste deel ging zoals verwacht. Het tweede deel overtrof al mijn verwachtingen. Het derde deel, tja hoe zal ik dit zeggen. Het ene moment zat ik nog bovenop mijn wolk euforisch te wezen over mijn prestatie van die ochtend. Het andere moment donderde ik, figuurlijk gezien, dat hele eind naar beneden. Euforie maakte plaats voor opborrelende paniek bij het horen van een pieptoon en het wegvallen van een ronkende motor.
Ik zat op het voordek met het anker in mijn hand. Klaar om hem uit te gooien zodat we konden gaan lunchen. Merlin dacht hier anders over. Na het terugnemen van het gas viel de motor uit. Het enige dat van zich liet horen was dus die piep iedere keer dat we de motor probeerden te starten. Mijn gelukzalige roes was in een klap uitgewerkt. Wat zijn dit voor fratsen! Waar is de ANWB als je hem nodig hebt? Waar liggen de lichtkogels en ander SOS materiaal? Waar is de spreeksleutel van de marifoon? Waarom wilde ik ook alweer een boot? Na een zoveelste poging sloeg de motor opeens weer aan.
Over een ding waren we het eens. Uit de vaargeul en terug naar de sluis. Het dashboard gaf om de minuut een luide piep. Maar de motor bleef het doen. Tot we bij de sluis waren en gas terug namen. Daar viel de motor weer uit. We bonden de boot vast aan de eerste de beste paal die we tegen kwamen. Merlin lag daar, op zijn zachtst gezegd, niet echt handig.
Eens kijken of we er zelf achter konden komen waar deze storing vandaan kwam. Op het eerste gezicht was er niks te zien of te voelen. Alle meters stonden goed en daar houdt onze kennis zo’n beetje op. Vriendlief toverde de elektrische noodmotor uit het ruim. Speciaal voor dit soort momenten aangeschaft. Ik slaakte een zucht van verlichting. De adrenaline gierde opnieuw met 180 kilometer per uur door mijn lichaam toen ik een grote vloek achter de boot vandaan hoorde komen. De noodmotor deed het op miraculeuze wijze ook niet meer. Dit was de tweede keer die dag dat ik spontaan in janken uit kon barsten. Maar dan van ellende.
Van alle bootjes die langs ons voeren was er maar één die zijn hulp aanbood. Nota bene een vrouw! “Ik hoor de piep van een probleem?!” Riep ze vanaf het dek. Ze bood aan ons naar de haven te slepen. Wat was ik blij met haar aanbod. Opgelucht ademhalen deed ik pas toen Merlin daadwerkelijk weer in de haven lag. De volgende uitdaging was het vinden een een monteur. Dat was nog niet makkelijk aan het begin van de zomerperiode. De wachtlijst was overal drie tot vier weken.
We kregen de tip om contact op te nemen met Drinkwaard Jachtservice in Papendrecht. Die konden praktisch direct vertellen waar het probleem zat. Maar ook daar waren de monteurs druk. Toch wilden ze het proberen en nog diezelfde week kregen we een belletje. Het was een “dingetje” met een sensor. Merlin was sneller dan verwacht gefixt en gedroeg zich op alle fronten weer als vanouds.
Een warme douche voor de toppers van Drinkwaard Jachtservice voor de snelle actie en het meedenken! Ze hebben er voor gezorgd dat wij het water weer op kunnen en hebben er hiermee een nieuwe klant bij.
Riep hij toen hij achter de boot dobberde. Ik gaf de tips die mij ooit waren gegeven maar die ik op de een of andere manier nooit correct kreeg uitgevoerd. Op zijn teken gaf Vriendlief gas. De lijn vloog de eerste twee keer uit zijn handen. De derde keer lukte het hem te gaan staan, te blijven staan en te boarden. Er kwam gejuich vanuit de boot. Een blij kind er achter en van trots zat ik bijna te janken. Al snel werden er wat bochten geprobeerd en heel voorzichtig een golfje meegepakt. Na de tweede start stond hij al een heel stuk relaxter op zijn board. Tijd om te wisselen.
Ik kon een schaterlach niet onderdrukken toen het mij lukte direct te gaan staan, te blijven staan en te boarden. Er kwam gejuich uit de boot en twee duimen omhoog van zoonlief. Van verbazing en ongeloof stond ik weer bijna te janken. In totaal maakte ik vijf starts waarvan er drie goed gingen. Net als Zoonlief probeerde ik wat te sturen, te hangen, versnellen en wat golfjes mee te pakken. Dit gaf pas een kick! Ik denk dat ik nu serieus kan zeggen: we hebben een nieuwe hobby in wording!!
Een groot gedeelte van deze dag heeft hij aan het roer gezeten en ons door de Biesbosch geloodst. Hoewel hij wettelijk gezien nog te jong is om deze boot te mogen besturen is het toch wel handig te weten wat hij (nu al) kan. Toen het water waarop we voeren “ophield” gingen we voor anker. De koffie was nog warm. Er was nog boterkoek en zoonlief moest na deze intensieve ochtend toch ook even zijn rust nemen. Want varen is best een vermoeide bezigheid. Op de terug weg hadden we de wind in onze rug en was het heerlijk toefen op het voordek. Daar maakten de dames mooi gebruik van. Bijkletsen, zonnen en van de natuur genieten!
Zoonlief liet Merlin vol gas over het water janken en na ons goedkeuren mocht hij hem op snelheid 360 graden rond gooien. Om de bloeddruk van (o)pa en vooral (o)ma terug naar normale waardes te krijgen nam Vriendlief het roer weer even over en bracht ons vervolgens terug naar de haven. Dat smaakte zeker naar meer. Zoonlief begon onze nieuwe hobby met andere ogen te bekijken. Toen we met zijn tweetjes op het ” achterdek” zaten had hij het zelfs al over een volgende keer. Wanneer het warmer zou zijn en we konden gaan wakeboarden. Hoe tof is dat!!
zomerse temperaturen. Wij bedachten ons geen moment. We moesten het er nog éénmaal van nemen. Zo’n kans zouden we dit jaar niet meer krijgen. We namen alle twee een dag vrij. De route was reeds uitgestippeld. Warme kleding lag klaar en de wekker werd gezet. Die dinsdag zouden we onze eerste echte lange vaarroute met Merlin gaan maken. De eerste en tevens de laatste van dit vaarseizoen.
terwijl de skyline van Rotterdam centrum voor ons opdoemde. Met mijn fototoestel in de aanslag schoot ik verschillende platen. Wat gaaf om alles vanaf het water te kunnen zien. De Euromast, SS Rotterdam, Hotel New York, alle watertaxi’s die links en rechts voorbij kwamen en de Erasmus- en Willemsbrug waar we onderdoor voeren. Bij het oude Tropicana namen we afscheid van Rotterdam en gingen op weg naar de Brienenoordbrug.